3-68 | Belgische Senaat | 3-68 |
Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.
Inoverwegingneming van voorstellen
Wetsontwerp houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (Stuk 3-27) (Tweede behandeling)
Onderzoek van de geloofsbrieven en installatie van een rechtstreeks gekozen senator
Ontwerp van programmawet (Stuk 3-742) (Evocatieprocedure)
Voorzitter: de heer Armand De Decker
(De vergadering wordt geopend om 15.15 uur.)
De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.
Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.
Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)
(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Een moeilijk proces is zopas afgelopen. Mijn vraag gaat over het gebruik van zogenaamde pro-Deopunten in het kader van dat proces om de kosten te betalen van bepaalde advocaten, zowel van de burgerlijke partijen als van de beklaagden.
Is het aantal punten dat zal worden toegekend in het kader van dit ene proces bij benadering bekend? Kennen de advocaten al bij benadering het bedrag van de erelonen waarop ze aanspraak kunnen maken?
Dit proces zal een groot aantal punten aan wettelijke rechtsbijstand opsouperen. Samen met het feit dat de inkomensgrenzen voor de wettelijke rechtsbijstand werden verhoogd zonder daarom de budgettaire middelen aanzienlijk te verhogen, kan dat tot gevolg hebben dat de waarde van een punt naar beneden tuimelt.
Ik denk aan de jonge advocaten die pro Deo pleiten. Zij voelen uiteraard het meest de invloed van de verdeling van die punten in het kader van de rechtsbijstand en zij vrezen dat het aantal te verdelen punten, in elk geval voor dit jaar, ontoereikend zal zijn.
Hoe denkt de minister te voorkomen dat het proces-Dutroux en de verhoging van de inkomensgrenzen voor de wettelijke rechtsbijstand in het nadeel zullen uitvallen van de jongste advocaten die aan dat systeem meewerken?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Mevrouw Onkelinx laat weten dat de waarde van een punt afhankelijk is van het aantal dossiers dat elk jaar wordt afgesloten. De invloed van het proces-Dutroux op het budget zal dus pas bekend zijn als alle dossiers zijn afgesloten, wat vandaag nog niet het geval is.
Om een schatting te maken van de impact van de vergoeding voor de zes pro-Deoadvocaten die zijn opgetreden voor het hof van assisen moet met de volgende parameters rekening worden gehouden: het proces heeft 63 dagen geduurd; 25 punten per dag geven een totaal van 1575 punten voor één advocaat. In het jaar 2003 bedroeg de waarde van een punt 19,097 euro. Bijgevolg bedraagt de vergoeding 30.078 euro per advocaat en 180.467 euro voor de zes advocaten samen.
Een van de beklaagden heeft een gedeeltelijke kosteloosheid genoten. De provisies die aan de advocaat van die beklaagde werden overgemaakt, moeten bijgevolg worden afgetrokken.
Die vergoeding vertegenwoordigt ongeveer 0,5% van de begroting voor 2004.
Het gaat slechts om een benaderende extrapolatie want we weten vandaag nog niet hoeveel pro-Deodossiers nog zullen worden afgesloten na het proces-Dutroux. De advocaten die in het proces-Dutroux zijn opgetreden hebben hun dossier met de berekening van de punten overigens nog niet afgesloten. Als hun dossier wordt afgesloten begin juli, zullen de advocaten hun vergoeding in mei 2005 ontvangen en komt die vergoeding dus ten laste van de begroting voor 2005. De begrotingsenveloppe voor 2004 bedraagt 36.280.000 euro, wat een verhoging is van 28% ten opzichte van 2003.
Als de advocaten hun dossier na die datum afsluiten, zal de impact op de waarde van het punt afgewenteld worden op de begroting 2005, die nog niet vastligt.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Als ik het goed begrijp, zullen de eventuele moeilijkheden nog steeds kunnen worden opgevangen bij het opmaken van de begroting 2005. We zullen dus afwachten.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - De wet van 19 februari 2001 inzake de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken werd op 3 april 2001 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Meer dan 3 jaar later staan we nog niet veel verder met de praktische uitvoering ervan. Eerstdaags worden weliswaar verbeteringen aan het Gerechtelijk Wetboek aangebracht in verband met de bemiddeling, maar zonder uitvoeringsmodaliteiten blijven ze dode letter.
Het is al geleden van 22 februari 2002 dat de toenmalige ministerraad een ontwerp-koninklijk besluit goedkeurde waarin de erkenningsvoorwaarden en de bezoldiging van de bemiddelaars werden vastgelegd. Het financiële plaatje diende echter nog opgemaakt te worden en in de begroting opgenomen te worden.
In oktober 2003 beloofde de minister hiervan dringend werk te maken. Deze bemiddeling is immers een alternatief voor vele vechtscheidingen en voorziet ook een systeem van rechtsbijstand voor de financieel zwakkeren. Het behoorde tot haar prioriteiten liet zij toen weten.
Kan de minister ons meedelen hoe de zaken er thans voorstaan? Hoeveel werd begroot voor de opleiding van de bemiddelaars, voor hun bezoldiging en voor de voorziene rechtsbijstand? Wanneer starten de opleidingen, wie komt daarvoor in aanmerking en hoe worden geïnteresseerden van deze vacatures en opleidingen op de hoogte gebracht? Wanneer voorziet de minister dat de eerste bemiddelaars effectief ingezet zullen kunnen worden?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het ontwikkelen van bestaande alternatieven voor gerechtelijke procedures, zoals de bemiddeling, staat in de regeringsverklaring bij het Themisplan voor een snelle rechtsbedeling. Dit is één van de prioriteiten van minister van Justitie Onkelinx.
Ze is wel degelijk doorgegaan met de voorbereiding van de uitvoering van de wet op de bemiddeling in familiezaken. Een belangrijk element heeft de situatie evenwel gewijzigd. Op 24 juni keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers namelijk een wetsvoorstel betreffende een wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de bemiddeling goed. Dit voorstel voegt in het Gerechtelijk Wetboek een zevende deel over de bemiddeling in.
De bepalingen van dit nieuwe deel van het Gerechtelijk Wetboek geven een wettelijk kader aan alle vormen van bemiddeling, zowel de bemiddeling in het kader van een gerechtelijke procedure als die welke buiten elke procedure verloopt. Het toepassingsgebied dat het wetsvoorstel aan de bemiddeling geeft, is bijzonder uitgebreid. Het beoogt onder meer de betwistingen op burgerlijk, handelsrechtelijk, sociaal en familiaal vlak.
Het leek dus logischer om de bepalingen van de wet van 19 februari 2001 over de bemiddeling in familiezaken, die een bijzondere procedure instelden voor de bemiddeling in familiezaken, in te trekken. Het naast elkaar bestaan van gelijkaardige, maar niet identieke regels, die van toepassing zijn naargelang van de aard van het geschil waarover wordt bemiddeld, zou de rechtszekerheid ernstig in het gedrang kunnen brengen. In die omstandigheden is het onmogelijk geworden uitvoeringsbesluiten te nemen aangezien de wettelijke basis ervoor niet meer bestaat.
Niettemin werd de bemiddeling in familiezaken niet opgegeven, maar ze werd geïntegreerd in een ruimer opgevat en vollediger project. Er werd uiteraard over gewaakt dat personen die graag een beroep willen doen op de bemiddeling, maar niet over de nodige middelen beschikken om een bemiddelaar te honoreren, daarvoor rechtsbijstand kunnen krijgen.
Minister Onkelinx zal erop toezien dat bij de begrotingsonderhandelingen voldoende middelen worden uitgetrokken om het succes van dit nieuwe initiatief te garanderen.
De bemiddelaars zullen kunnen vragen erkend te worden door een federale bemiddelingscommissie samengesteld uit professionelen van de sector van de bemiddeling afkomstig uit de balies, het notariaat en derdenbemiddelaars. Deze commissie zal eveneens moeten zorgen voor de erkenning van de opleidingsorganen van de bemiddelaars en de door hen georganiseerde opleidingen. Concreet zal de FOD Justitie logistieke steun verlenen aan de werking van de commissie, die niettemin volledig onafhankelijk zal zijn.
Alle personen die voldoen aan de voorwaarden die in de wet staan en aan die welke vastgelegd zijn door de commissie, kunnen door deze commissie worden erkend. Deze erkenning zal nodig zijn om een bemiddelaar te kunnen aanwijzen in het kader van een gerechtelijke procedure. De voorbereiding van de uitvoeringsbesluiten is reeds aan de gang, hoewel deze assemblee uiteraard nog de mogelijkheid heeft gebruik te maken van het evocatierecht.
Alles zal in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat de commissie binnen de kortst mogelijke termijn operationeel kan zijn en dat de kandidaat-bemiddelaars zo snel mogelijk erkend kunnen worden. De zogenaamde vrijwillige bemiddeling, die niet noodzakelijk door een erkende bemiddelaar moet gebeuren, zal een wettelijke basis hebben zodra dit wetsvoorstel wet zal zijn.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik begrijp dat de bemiddelaar in familiezaken nu geïntegreerd wordt in een groter geheel. Ik neem aan dat dit wetsvoorstel binnenkort in de Senaatscommissie Justitie zal worden besproken. Ik hoop alleen dat deze integratie niet tot gevolg heeft dat de kosten oplopen en men het project voor zich uitschuift. De minister heeft al meermaals verklaard dat dit voor haar een prioriteit is. We blijven de zaak volgen.
De heer François Roelants du Vivier (MR). - De Europese richtlijn over de klinische proeven van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, die al in intern recht werd omgezet, moet door de lidstaten uiterlijk op 1 mei 2004 worden toegepast.
Mijn aandacht werd gevestigd op een artikel in het tijdschrift van Europa Donna. Daarin meent professor Martine Piccart, specialiste op het gebied van borstkanker, dat de richtlijn het patiëntgerichte onderzoek met zulke hoge administratieve kosten bezwaart dat ze een einde zal maken aan alle klinische onderzoeken, behalve de onderzoeken voor commerciële doeleinden, die door de farmaceutische bedrijven worden gesteund.
Talrijke onderzoeken, voornamelijk op het gebied van kanker, worden uitgevoerd door specialisten of door liefdadigheidsverenigingen die meestal niet over de nodige middelen beschikken om te beantwoorden aan de nieuwe criteria van richtlijn 2001/20/EG over de goede klinische praktijken.
Wat is daarvan aan? Kan deze richtlijn, zoals professor Piccart vreest, het einde betekenen van talrijke onderzoeken, als gevolg van de nieuwe criteria die door de Europese Unie worden opgelegd?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Richtlijn 2001/20 werd inderdaad omgezet bij een wet die op 7 mei werd goedgekeurd.
De omzetting van een richtlijn brengt onvermijdelijk met zich mee dat bepaalde principes worden opgelegd aan de wetgever. Zoals u weet was het klinisch onderzoek in België vóór deze wet absoluut niet geregeld.
In ons land worden voortaan dus inderdaad nieuwe principes toegepast, waarvan de meeste steunen op de bescherming van de deelnemers aan zulke studies.
Ik kan u evenwel geruststellen met betrekking tot de voortzetting van het universitair onderzoek in België.
Ons land heeft immers als enige lidstaat bij de omzetting van de richtlijn en uitsluitend op basis van één van de overwegingen ervan, voorzien in uitzonderingen voor het niet-commerciële onderzoek.
Zo worden de universitaire onderzoekers vrijgesteld van de betaling van vergoedingen en rechten, die door de industrie wel moeten worden betaald wanneer ze de toestemming van de minister of het advies van een ethisch comité vraagt om een nieuw experiment aan te vatten.
Er is ook voorzien in andere afwijkingen zodat het universitaire onderzoek in ons land kan worden voortgezet. Ik hecht daar veel belang aan, want ik ben nog minister van Wetenschapsbeleid geweest.
Er wordt thans een petitie verspreid, opgesteld op initiatief van een Europees onderzoeksnetwerk tegen kanker. Daarin wordt de verantwoordelijken gewezen op de risico's van de omzetting van de richtlijn betreffende onderzoek. In die petitie wordt de wijze waarop de omzetting in België werd aangepakt als voorbeeld gesteld: "In Belgium, there has been a constructive interaction between academia and competent authorities and the proposal for the implementation of the Directive addresses some important problems identified for academic clinical research.
The Belgian text does not create a two tier framework for research (one for the pharmaceutical industry and another one for academia) for the patient, but simply recognises the importance of the contribution of academic research to public health."
De volledige tekst van deze petitie vindt u op de website www.eortc.be.
Alles werd in het werk gesteld om het universitaire onderzoek in ons land te vrijwaren, ondanks de dwingende, maar belangrijke bepalingen die de richtlijn bevat om de veiligheid van de patiënten te verzekeren.
De heer François Roelants du Vivier (MR). - Ik dank de minister voor zijn geruststellende antwoord.
Ik had de omzetting van de richtlijn in Belgisch recht opgemerkt. Ik had ook gemerkt dat er een interessant verschil bestond, in de zin van uitzonderingen voor het universitair onderzoek.
Ik wist echter niet dat ons land het enige was dat in die afwijking heeft voorzien. Ik vind ze bijzonder gunstig en daarvoor dank ik de minister en de regering.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Enkele maanden geleden heeft de regering aangekondigd dat ze de heer Steve Dubois de opdracht gegeven heeft om samen met de betrokken actoren de parameters voor te bereiden voor de beslissing die in september moet worden genomen in verband met de eventuele uitbreiding van de nachtelijke activiteit van DHL in Brussel-Nationaal.
Als men wil dat rekening wordt gehouden met alle economische, ecologische en sociale argumenten en dat alle partijen worden gehoord en gerespecteerd, moet elke belangenvermenging of afhankelijkheid van één van de protagonisten worden vermeden. Enige contractuele afhankelijkheid zou het verslag van de heer Dubois aan de overheid, die hem met die opdracht heeft belast, volkomen ongeloofwaardig maken. De tot nog toe gemaakte keuzes inzake nieuwe routes zijn immers zeer betwistbaar, want de gevolgen ervan zijn bijzonder ondraaglijk voor steeds meer mensen.
Inzake politieke afhankelijkheid hebben de gewestverkiezingen nieuwe elementen aan het licht gebracht, die het vermoeden van partijdigheid nog versterken. De heer Dubois zou immers ook de secretaris zijn voor de onderhandelingen over de vorming van de nieuwe Vlaamse regering. Dat is helemaal niet onschuldig, want het komt de Vlaamse regering toe te beslissen of het plafond voor de nachtelijke bewegingen al dan niet wordt herzien. Volgens mij is duidelijk sprake van belangenvermenging.
Wat is de aard van het contract tussen de heer Dubois en de regering? Wie betaalt hem, hoeveel en op welk begrotingsartikel?
Is de huidige functie van de heer Dubois als secretaris van Vlaams onderhandelaar Leterme niet in strijd met de door de opdracht vereiste neutraliteit? Ondermijnt die belangenvermenging niet het verslag dat hem werd gevraagd ter voorbereiding van de beslissing die door de federale regering moet worden genomen?
De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De begrippen `neutraliteit' en `onafhankelijkheid' worden dikwijls in het wilde weg gebruikt. Een bemiddelaar is in de eerste plaats een persoon die naar zijn gesprekspartners luistert en oplossingen tracht te vinden die aanvaardbaar zijn voor alle partijen. In het DHL-dossier hebben wij die opdracht toegewezen aan de heer Dubois, ambtenaar bij het ministerie van het Brusselse gewest. Hij wijdt enkele dagen per week aan die taak. Het is bijgevolg volkomen normaal dat hij een vergoeding ontvangt van de federale regering.
Ik ben nooit van oordeel geweest dat een onderhandelaar geen politieke voorkeur mag hebben. Er moet uiteraard wel worden vermeden dat zijn functie als bemiddelaar en secretaris van Vlaams formateur Leterme hem belet zijn beide opdrachten correct te vervullen. Ik heb zelf niet deelgenomen aan het budgettaire onderdeel van de gewestelijke onderhandelingen, want dat leek mij onverenigbaar met mijn functie als federaal minister van Begroting. Ik heb de heer Dubois dan ook gevraagd niet deel te nemen aan de besprekingen over de milieuaspecten van de activiteiten van DHL in Brussel-Nationaal omdat zulks zou kunnen leiden tot belangenconflicten. Hij heeft daarmee ingestemd.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Om eventuele belangenconflicten te voorkomen werd de heer Dubois dus gevraagd niet deel te nemen aan de besprekingen over dat bepaalde punt. Een onderhandelaar die door de regering met een opdracht werd belast is voor mij niet hetzelfde als een minister. Federaal minister van Werk Vandenbroucke bijvoorbeeld maakt deel uit van een delegatie die zich bezighoudt met de regeringsvorming. Als een federaal minister van Werk op gewestelijk niveau onderhandelt over werkgelegenheidsproblemen zou men ook kunnen wijzen op het gevaar voor een belangenconflict.
U hebt mij geen antwoord geven over het contract. Als ik het goed begrijp, blijft die persoon contractueel verbonden aan het Brusselse Gewest, en krijgt dat gewest een vergoeding van de federale Staat. Met andere woorden, BIAC betaalt die persoon niet...
De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Toch wel.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Mijn vrees wordt dus bewaarheid. Die ingewikkelde constructie kan later nog voor grote moeilijkheden zorgen. Wait and see...
De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Enkele maanden geleden stelde ik de minister voor om bij de verdeling van de middelen uit het boetefonds rekening te houden met de inspanningen van de verschillende politiezones. Het antwoord van de minister was niet echt geruststellend en het resultaat is dan ook slecht. Daarenboven had ik minister Anciaux en de minister van Justitie gevraagd om mij per arrondissement de cijfers te bezorgen van de inkomsten uit de boetes. Als parlementslid kan ik beter de kranten lezen dan vragen stellen aan de ministers, want ik heb nog altijd geen antwoord gekregen. Misschien is het niet de bedoeling dat ik de cijfers krijg. Ik vind dit alleszins niet normaal.
Er wordt een nieuwe financiële transfer in dit land gecreëerd. Ik neem aan dat ook minister Anciaux hiervan geen voorstander is. Door het strengere politieoptreden in Vlaanderen worden daar meer inkomsten gegenereerd: 83% van de inkomsten wordt in Vlaanderen geïnd, maar de Vlaamse politiezones krijgen slechts 57% terug. Geflitste kiezers zijn sowieso al niet blij; als hun boetes dan ook nog dienen om een nieuwe transfer op gang te brengen, dan is het duidelijk welke impact dit heeft op hun stemgedrag.
Minister Anciaux heeft in een circulaire bepaald dat de uitgekeerde middelen alleen mogen worden aangewend voor nieuwe initiatieven. Mijn eigen politiezone heeft de afgelopen jaren heel wat investeringen in verkeersveiligheid gedaan. We zijn erin geslaagd om het aantal dodelijke verkeersslachtoffers te halveren, oorspronkelijk een doelstelling voor 2010. We kunnen dan ook onmogelijk nog meer investeringen in mensen en middelen doen. Eigenlijk worden sommige zones verplicht om de cijfers inzake de inspanningen te vervalsen. Het zou beter zijn goede initiatieven te steunen.
Is de minister bereid een initiatief te steunen waarbij de gemeenten een grotere autonomie en tegelijk ook een grotere verantwoordelijkheid krijgen? Dit betekent dat een groot aandeel van de inkomsten van de boetes in de zone blijft waar ze zijn geïnd. Wil de minister per circulaire een correctie aanbrengen in de huidige regeling, zodat zones die kunnen aantonen dat ze reeds grote inspanningen hebben gedaan hun beleid kunnen voortzetten in plaats van nieuwe initiatieven te moeten nemen? Kan de minister mij de cijfers voor 2002, 2003 en de eerste maanden van 2004 meedelen van de inkomsten van de boetes? Vindt hij niet dat de verschillende verplichtingen om rapporten op te stellen, nogal betuttelend zijn? Zou het niet beter zijn om de politiezones die hun doelstellingen halen sowieso de nodige middelen te geven zonder dat ze hiervoor lange rapporten moeten opstellen?
De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - De hele zaak ligt niet zo extreem als de vraagsteller doet voorkomen. De verdeling van de totale inkomsten aan boetes tussen de Vlaamse, Waalse en Brusselse directies bedroeg in 2002 respectievelijk 59%, 18% en 24%. De inkomsten van het boetefonds voor Vlaanderen komen daarmee grosso modo overeen. De huidige regeling verdeelt de boetes als volgt: respectievelijk 56%, 7% en 37%, wat betekent dat er niet echt een transfer is van Vlaanderen naar Wallonië, maar veeleer van Brussel naar Wallonië.
Als men de bedragen van de geïnde boetes optelt per gewest, bekomt men in 2002 voor de lokale politiezones in Vlaanderen 62,95%, in Brussel 14,6% en in Wallonië 22,8%. In 2001 gaat het respectievelijk om 59,19%, 16% en 24,8% en in 2002 om 59%, 18% en 24%. Bovendien ligt het niet in de bedoeling zoveel mogelijk boetes te innen om zoveel mogelijk geld te hebben voor de zone. Het doel is: zo weinig mogelijk verkeersslachtoffers en daar moet elke lokale politiezone de nodige middelen voor krijgen.
Het is onduidelijk wat de spreker bedoelt met responsabilisering. Bedoelt hij dat de gemeenten het geld van de boetes van de lokale politiezones waarin ze zich bevinden rechtstreeks zouden krijgen? In bevestigend geval, verzeker ik hem dat de druk op de lokale politieagenten groot zal zijn om meer boetes uit te schrijven en meer geld binnen te halen. Dat lijkt me geen goed idee.
De zones die einde jaren 1990 grote inspanningen hebben geleverd om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen zien daarvan het resultaat in 2000. Early movers worden dus beloond. De zones die pas onlangs een doorgedreven verkeersveiligheidsbeleid zijn gaan voeren, zullen de vruchten daarvan ongetwijfeld de volgende jaren plukken.
Ook in de besteding zal rekening worden gehouden met zones die goed werk verrichten. Zones mogen de acties van hun actieplan 2003-2004 in de overeenkomst integreren, ook als het om dezelfde acties gaat. Zones die geen actieplan hebben, moeten aantonen dat het om bijkomende acties gaat in 2004 ten opzichte van 2003. Het hoeft dus niet noodzakelijk steeds om nieuwe initiatieven te gaan. Overigens vind ik het schitterend dat in de politiezone van de spreker de doelstellingen van 2010 reeds werden gehaald. Niets belet ze om verder te gaan en mee te stappen in de optie zero vision, die als ideaal zou moeten worden toegepast.
Ik zal de minister van Financiën vragen de cijfers ter beschikking te stellen, waarna ik ze aan de spreker zal meedelen. Hij hoeft niet gepikeerd te zijn. Ook schriftelijk heeft hij eerder forse taal gebruikt. Hij beklaagt zich erover nog steeds te moeten wachten op de cijfers per arrondissement. Ik wacht ook. De globale cijfers heb ik vorige keer al gegeven.
De procedure voor het bekomen van subsidies uit het boetefonds is zo licht mogelijk gemaakt en bouwt voort op de lokale veiligheidsplannen. Het getuigt van goed bestuur om geen geld uit te keren zonder een minimum aan controle en om geen perverse prikkels te creëren waarbij de financiering afhankelijk wordt van het aantal boetes die de zones uitschrijven en niet van de aard van het politiewerk en van het resultaat op het vlak van verkeersveiligheid. De ontwerpovereenkomsten zijn zo eenvoudig mogelijk gemaakt en brengen geen grote administratieve last met zich mee. Men kan de documenten downloaden van de website van mijn overheidsdienst om zich ervan te vergewissen hoe eenvoudig ze wel zijn.
Ik wens nog op te merken dat de huidige verdeelsleutel een forse vooruitgang betekent in vergelijking met de regeling tijdens de vorige legislatuur, waarmee de partij van de heer Vankrunkelsven overigens akkoord ging. Nu hebben we een betere regeling en die is volgens mij te danken aan de inspanningen van mijn collega van Binnenlandse Zaken en mijzelf. Bovendien ging er van de vorige regeling geen enkele dynamiek uit om de gemeenten die veel inspanningen leverden voor het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers, te belonen. De nieuwe regeling is dynamisch en zorgt ervoor dat politiezones die echt inspanningen doen en resultaat boeken in de strijd tegen de verkeersonveiligheid, een groot deel van de opbrengsten van het boetefonds zullen krijgen. Het enige criterium dat voor mij telt, is het terugdringen van het aantal slachtoffers. Of daarvoor veel of weinig boetes worden uitgeschreven is totaal niet relevant.
De voorzitter. - Ik herinner senatoren en ministers eraan dat bij mondelinge vragen de spreektijd beperkt is tot drie minuten zowel voor de vraag als voor het antwoord.
De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Ik denk dat u mij niet kunt verwijten dat ik lange uiteenzettingen hou. Misschien was mijn vraag vandaag iets langer dan anders, maar het verwondert me dat u precies mij die opmerking maakt.
De voorzitter. - Nee, vooral het antwoord van de minister was te lang.
De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Iemand heeft wel degelijk voor mij de documenten gedownload en daarop staat inderdaad `nieuwe inspanningen'. Ik heb goed genoteerd dat de zones die al grote inspanningen hebben gedaan, deze gewoon moeten voortzetten om een beroep te kunnen doen op het boetefonds. Ik hoop dat dat ook aan de gemeenten duidelijk wordt gemaakt en ik zal dat ook zelf zo doorgeven.
Ik wil nog even reageren op het volgende. De minister lijkt ervan uit te gaan dat een politiezone die verhoogd politietoezicht houdt en boetes uitschrijft, dat niet doet om het aantal slachtoffers te verminderen. Hij doet alsof alleen de hogere overheid edele doelstellingen heeft en de lokale overheden niet. Daar kan ik me absoluut niet mee verzoenen. Responsabilisering houdt ook in dat de lokale politie met bepaalde maatregelen, onder meer boetes, het doel kan hebben om haar politiezone verkeersveiliger te maken. Trouwens, als we de tegenslag hebben dat een bus een ongeluk maakt met heel wat slachtoffers, dan stuikt het kaartenhuisje van het `doeltreffende' beleid van de minister helemaal in elkaar. Het zou wel degelijk beter zijn dat de lokale zone wordt geresponsabiliseerd en dat niet alleen de verkeersagenten de druk van de politici voelen, maar de lokale politici ook de druk van de kiezers. Overdreven veel boetes uitschrijven zal zich dan ook tegen hen keren. Daar kan het evenwicht heel snel worden bereikt. Als ik over de cijfers beschik zal ik de rekening maken en eventueel opnieuw een vraag stellen.
De heer Stefaan Noreilde (VLD). - De regering wil meer en meer mensen overtuigen om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ik sta daar volledig achter, samen met onze partij overigens, maar ik heb wel enkele vragen bij het doelgroepenbeleid. Vijfenzestigplussers kunnen gratis sporen. Ook jongeren onder de twaalf jaar rijden gratis met de trein. Tot 18 jaar kunnen jongeren een voordeeltarief genieten, namelijk 55% korting op een abonnement. Forensen kunnen rekenen op een tegemoetkoming van de werkgever van minimum 60% van de kostprijs van het abonnement.
Vaak hebben studenten van 18 jaar en ouder meer nood aan een lager tarief dan de genoemde categorieën. Nu krijgen ze een vermindering van 25%. De studenten hebben een website gemaakt waarop ze uiting geven aan hun ontevredenheid. Ze vragen geen gratis openbaar vervoer, wel een eerlijker spreiding. Ook de minister steunt hun standpunt en heeft verklaard in de volgende regeerperiode daartoe stappen te doen.
Daarom de volgende vragen aan de minister:
1. Het verkeersvolume bepaalt de tegemoetkoming voor de verschillende categorieën. Kinderen jonger dan 12 jaar zijn goed voor ongeveer 1 miljoen reizen, vijfenzestigplussers voor iets meer dan 3 miljoen reizen en studenten jonger dan 18 voor 7,7 miljoen reizen. Zijn er reeds gelijkaardige berekeningen gemaakt voor het verkeersvolume van studenten van 18 jaar en ouder?
2. Het regeringsprogramma voorziet in de cumulatieve toekenning van 4 miljoen euro extra per jaar aan de NMBS vanaf 2004 ter vermindering van de tarieven voor bepaalde doelgroepen. Een werkgroep zal zich over de keuze van de mogelijke maatregelen buigen. Is de minister van plan, rekening houdend met het verkeersvolume en gelet op zijn beloftes, om een hogere tegemoetkoming voor studenten van 18 jaar en ouder te realiseren binnen de geplande meerjarenbegroting? Werd dat al besproken in de werkgroep? Zo ja, binnen welke termijn kan dat worden verwezenlijkt?
De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - Het verkeersvolume van studenten van achttien jaar en ouder bedroeg 22,4 miljoen reizigers in 2003. Het extra budget goedgekeurd door de Ministerraad voor de periode 2004-2007 zal worden besteed aan de financiering van het kosteloos woon-werkverkeer, zoals bepaald in het derde addendum van het beheerscontract met de NMBS. Een extra reductie bovenop de huidige korting van 25% voor de treinkaarten vanaf achttien jaar, vereist een bijkomende begrotingsinspanning waarin nog niet is voorzien. Ik deel evenwel de bezorgdheid van de studenten en van senator Noreilde. Ik zal deze problematiek ook de volgende jaren blijven volgen om een en ander te bereiken inzake het goedkoper maken van het openbaar vervoer voor studenten vanaf achttien jaar. Het is inderdaad de laatste bevolkingscategorie die buiten de gewone kortingen valt. We stellen alles in het werk om in de volgende regeerperiode een regeling uit te werken.
De heer Stefaan Noreilde (VLD). - De minister zegt wel vaak dat hij ons standpunt deelt, maar er komt nooit een concrete oplossing. De studenten hebben daar geen boodschap aan. Ik zal er te gepasten tijde op terugkomen.
Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Op het hoogtepunt van de koude oorlog heeft de NAVO, om strategische redenen, in Europa en in België een pijpleidingennetwerk aangelegd om te voorzien in haar bevoorrading. Door het wegvallen van de spanningen tussen Oost en het West en de verminderde militaire activiteiten als gevolg daarvan, kwamen die installaties beschikbaar voor economische en burgerlijke activiteiten.
Onze luchthavens zijn aangesloten op die pijpleidingen, waardoor ze brandstof kunnen oppompen uit raffinaderijen over het gehele continent en die rechtstreeks tot bij de banen brengen.
Om het hoofd te bieden aan de ontwikkeling van de luchthaven van Bierset werden voor meer dan 150 miljoen euro investeringen vastgelegd. Het is de bedoeling de bevoorradingscapaciteit op te drijven met 1 tot 3 miljoen liter per dag door de renovatie van de pijpleiding die de militaire basis van Glons verbindt met Luik-Bierset en door de aanleg van een nieuwe olieopslagplaats.
Die infrastructuur is belangrijk voor onze economie. Ook de luchthaven van Zaventem heeft er baat bij.
De minister heeft in de media bevestigd dat de NAVO het behoud van dat pijpleidingennetwerk op de helling zet. Welke oplossingen zijn mogelijk om dat netwerk in stand te houden als de NAVO eind 2005 beslist de exploitatie ervan stop te zetten? Wordt gedacht aan de overname door een overheidsbedrijf of een privé-partner? Als de NAVO die beslissing zou bevestigen, zouden zowat 35.000 tankwagens langs de weg moeten rijden, met de te verwachten mobiliteitsproblemen tot gevolg.
De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - Het strategische commando van de NAVO heeft onlangs een studie aangevat over de mogelijkheid om een configuratie van een beperkt pijpleidingennetwerk in Centraal-Europa te behouden, uitsluitend voor de militaire behoeften. Dat zou betekenen dat het netwerk beperkt wordt tot een eenvoudige structuur die alleen nog de militaire klanten zou bevoorraden. De bevoorrading van de burgers zou aan anderen worden overgelaten.
Als dat nieuwe concept wordt aangenomen, zou dat voor België zware gevolgen hebben, vooral inzake economie, mobiliteit en milieu. De luchthaven van Bierset zou daarvan geen hinder ondervinden, want die pijpleiding zou blijven functioneren. De luchthaven van Zaventem zou daarentegen wel getroffen worden. Daarom werd op de Ministerraad van 25 juni, op mijn voorstel, beslist een interkabinettenwerkgroep samen te roepen om de situatie grondig te analyseren en een gemeenschappelijk voorstel voor een oplossing uit te werken zodat de belangen van België gevrijwaard blijven. Deze zaak heeft niet alleen betrekking op het departement Defensie, maar ook op Economische Zaken en de gewesten. Nu we op de hoogte zijn van de voorontwerpen van de NAVO, zullen we een zo coherent mogelijke reactie voorbereiden.
Aangezien de pijpleidingen thans vooral voor privé-doeleinden worden gebruikt en steeds minder voor militaire doeleinden, sta ik uiteraard open voor alle formules inzake de oprichting van een overheidsbedrijf voor het beheer van dat netwerk of voor een gemengd bedrijf met privé-partners.
Aangezien die pijpleidingen deels nog voor een militaire activiteit zullen worden gebruikt, moet het departement Defensie in die maatschappij vertegenwoordigd zijn. De maatschappij die de luchthaven beheert zou uiteraard partner kunnen zijn. De havens van Antwerpen en Gent en de raffinaderijen werken volgens hetzelfde principe. Wij zoeken nu een oplossing in die zin.
Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Wij kijken uit naar de resultaten van die werkgroep. Ik neem er akte van dat Bierset er niet bij betrokken is, maar als de NAVO bij haar beslissing blijft, zou dat niet zonder gevolgen blijven.
Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Na de verkiezingen van 13 juni is gebleken dat sommige van onze medeburgers een extremistische stem hebben uitgebracht.
Als antwoord op die proteststem, die bedoeld is om de democratische partijen af te straffen, moeten alle democraten onvermoeibaar voortgaan met een concreet beleid ter verbetering van de levensomstandigheden van iedereen in ons land, in het bijzonder van de armsten onder ons.
Ik verneem dat de ambtenaren van de Dienst vreemdelingenzaken onlangs talloze telefonische oproepen hebben gekregen van extremisten die racistische en xenofobe uitlatingen deden om het werk van die overheidsdienst te destabiliseren en te beïnvloeden.
Bent u op de hoogte van dergelijke intriges?
De kwaliteit van die dienstverlening, die essentieel is voor onze democratie, mag niet worden aangetast door een hardnekkig gerucht. Zal uw departement maatregelen nemen om een einde te maken aan die eventuele intriges, die onaanvaardbaar zijn in een democratisch land?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik ben het met u eens dat de diensten van de Staat, waaronder de Dienst vreemdelingenzaken, de burgers een objectieve en billijke dienstverlening moeten blijven bieden.
Ik ontken evenwel het gerucht dat personeelsleden van de Algemene Directie van de Dienst vreemdelingenzaken onlangs het voorwerp waren van een telefonische campagne vanwege extremisten, die zodoende de werking van die dienst wilden destabiliseren en beïnvloeden.
Er heeft zich slechts één incident voorgedaan in de weken vóór de verkiezingen van 13 juni, en dat werd snel gesloten. Het ging om een e-mail waarvan de inhoud als tendentieus kan worden bestempeld. Die e-mail werd door een buitenstaander aan een personeelslid van de dienst gezonden, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar andere personeelsleden. De inhoud ervan werd snel medegedeeld aan de hiërarchie, die onmiddellijk gepaste maatregelen heeft getroffen.
De chefs van alle diensten werden ingelicht. Hen werd gewezen op de noodzaak om de sereniteit te bewaren waarin elke dienst moet werken. Het personeelslid dat de extremistische uitlatingen verspreid heeft, heeft een waarschuwing gekregen die in zijn individuele dossier werd opgenomen. Het gaat dus niet om de talloze telefonische oproepen waarop u zinspeelt. Ik ben dan ook helemaal niet ongerust over de kwaliteit van het werk van die dienst.
Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Het gaat misschien niet om talloze telefonische oproepen, maar iedereen weet dat één rotte appel een volledige mand kan aantasten. Één oproep volstaat om een situatie te bederven.
Ik ben mij wel bewust van alle maatregelen die u op uw departement hebt genomen en ook van uw vastberadenheid om het aannemen van bepaalde wetten te stimuleren, inzonderheid inzake de administratieve vereenvoudiging en de inachtneming van een menselijke dimensie in deze dienst waarop tal van mensen een beroep doen.
In de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden zouden we ons nog meer kunnen buigen over maatregelen om een aantal situaties te verbeteren. Zo zouden we sommige bepalingen van de wet van 1980 kunnen wijzigen om het werk van de Dienst vreemdelingenzaken te verlichten.
Zulke situaties zouden zich in de toekomst niet meer mogen voordoen. Dat u belang hecht aan deze zaak, en ook uw antwoord, doen mij plezier
Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Naar aanleiding van het autobusongeval in Poitiers van 22 juni jongstleden moeten we ons afvragen of de verschillende administraties, en in het bijzonder die van Binnenlandse zaken, niet nalatig zijn geweest en de autobus voor haar vertrek op Belgisch grondgebied niet beter hadden moeten controleren. Zo zag ik op de televisie dat zwarte vervoersbewijzen op straat openlijk werden verkocht. Zelf heb ik op de Stalingradlaan van ooggetuigen vernomen dat de desbetreffende autobus al drie keer door de federale politie was onderzocht en dat dergelijke frauduleuze praktijken legio zijn.
Twaalf mensen zijn in het ongeval omgekomen, waarvan velen Belgen, en de Belgische diensten hebben de slachtoffers opgevangen. Het is niet overdreven om van nalatigheid te spreken. Hoe is het mogelijk dat het betrokken voertuig ondanks drie controles nog mocht rijden, wetend dat de Franse procureur die met het dossier werd belast, het had over een manifeste schending van de verplichtingen inzake veiligheid en het gebruik van versleten banden en profielloze banden voor de aanhangwagen?
Hoe kunnen de politiediensten in de Stalingradlaan patrouilleren zonder die massale fraude op te merken? Een autocar met buitenlandse nummerplaten en gladde banden die aan een halte wordt volgestouwd valt nu eenmaal op. Voeg daar nog bij dat er ook andere autobussen staan met Belgische nummerplaten, die volgens betrouwbare getuigen aan geen enkele reglementering inzake het personenvervoer voldoen.
Ik hoop dat de minister het met mij eens is dat de dood van twaalf mensen, ongeacht hun afkomst, een diepgaand onderzoek wettigt naar de reden waarom de politiediensten een dergelijke autobus laten vertrekken.
Werd bij elke controle een proces-verbaal opgesteld?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik deel het verdriet van de families die getroffen zijn door dat vreselijk ongeval waarbij veertien mensen het leven lieten.
Verschillende departementen en administraties controleren de georganiseerde autocarreizen. De lokale politie biedt de sociale inspectie en de inspectie van het ministerie van Mobiliteit bijstand voor de controles van de nodige vergunningen en de naleving van de sociale wetgeving.
Gisteren werd in het Zuidkwartier nog een dergelijke controle gehouden. De lokale politie organiseert zelf geen grootschalige controles, maar ze ondersteunt de controles van de bevoegde administraties. De politie controleert vooral de verzekering en het gelijkvormigheidsattest van de voertuigen. De politie van de zone Brussel-Elsene doet regelmatig dergelijke controles. Meerdere autobussen werden reeds aan de kant gezet. Als ze kunnen aantonen dat hun documenten in orde zijn, mogen ze weer de weg op. De politie doet ook gerechtelijke controles. Zo kon de politie van Brussel-Elsene enkele maanden geleden 140 kilo drugs in beslag nemen die in een van de autobussen waren verstopt.
De betrokken autobussen zijn niet in België ingeschreven, maar de plaatsbewijzen worden bij vertrek in Brussel verkocht. Een bus die is ingeschreven in een land van buiten de Europese Unie en die regelmatig personenvervoer verzorgt moet een toelating van de Belgische overheden kunnen voorleggen.
Het verkeersreglement bevat geen bijzondere regeling om een voertuig dat buiten de EU is ingeschreven aan de kant te zetten. Wel bepaalt ze dat de motorvoertuigen en hun aanhangwagen in goede staat moeten zijn en moeten worden onderhouden. Een voertuig dat niet aan die eisen voldoet kan van de weg worden gehaald. De verkeersveiligheid is hier van cruciaal belang.
In Frankrijk werd een gerechtelijk onderzoek opgestart. Ik kan dus geen antwoord geven. Geen enkele van de diensten die ik heb aangesproken kan de informatie van mevrouw Derbaki Sbaï over de controles door de politie in België bevestigen. Ik stel voor dat ze haar vraag richt tot de minister van Mobiliteit onder wiens bevoegdheid de bevoegde inspectiedienst valt.
Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (Onafhankelijke). - Ik ben niet helemaal tevreden met dit antwoord en ik zal een vraag om uitleg stellen aan de bevoegde minister.
Ik kan bevestigen dat tegen de eigenaar van de autobus een klacht werd ingediend.
De autobus voldeed aan geen enkele van de voorschriften inzake de lading en de banden waren duidelijk glad.
De minister zegt geen weet te hebben van klachten, maar ik heb zelf vastgesteld dat drie klachten werden ingediend, zonder dat er gevolg aan werd gegeven. Moet er een onderzoek komen in dit onderzoek?
Een van de mensen die een klacht hebben ingediend is bereid om te worden gehoord. De persoon die de slechte toestand van de autobus had aangegeven, werd zelf het voorwerp van een controle. In plaats van de autobus te onderzoeken heeft de politie het agentschap gecontroleerd. Dat kon trouwens de vergunningen A en B voorleggen waarover een agentschap moet beschikken om vervoersbewijzen te verkopen.
Openlijk worden vervoersbewijzen op straat verkocht, wat volstrekt ontwettig is. Dit valt echter onder toerisme en ik zal de minister die voor die materie bevoegd is een vraag om uitleg stellen.
Aangezien de minister geen antwoord kon geven over de gevallen die ik heb aangehaald, raad ik hem aan een onderzoek te gelasten.
(De microfoon van mevrouw Derbaki Sbaï wordt uitgeschakeld)
De voorzitter. - U moet het reglement naleven. Uw repliek duurt al twee en een halve minuut en u hebt slechts recht op een minuut.
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Zoals ik al zei werd in Frankrijk een onderzoek opgestart. Ik kan dus niet tussenbeide komen. Aangezien mevrouw Derbaki over nieuwe elementen beschikt, nodig ik haar uit om ze me na de vergadering mee te delen zodat ik ze kan laten onderzoeken.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - In het najaar 2003 bezocht een rogatoire commissie Nigeria in het kader van een onderzoek in België. Tijdens dat bezoek hebben we de Nigeriaanse inspecteur-generaal van politie leren kennen. Het blijkt dat de Nigeriaanse autoriteiten niet blind zijn voor het bestaan van netwerken van mensenhandel in hun land. Ze hebben zelfs structuren opgericht om de prostitutienetwerken in Nigeria aan te pakken en ook speciale tehuizen die gerepatrieerde meisjes tijdelijk opvangen.
Tot vandaag bestaat er nog altijd geen bilateraal akkoord tussen België en Nigeria, terwijl dat bijvoorbeeld wel bestaat tussen Nigeria en Italië, waar ook bijzonder veel Nigeriaanse meisjes terechtkomen en in de prostitutie verdwijnen.
Als er op het ogenblik meisjes naar Nigeria worden teruggestuurd, dan zegt men in dat land vaak dat ze afkomstig zijn uit Sudan, Sierra Leone of de omliggende streken. Zolang België geen akkoord sluit met Nigeria, kunnen de autoriteiten blijven ontkennen dat die meisjes Nigeriaanse onderdanen zijn.
De inspecteur-generaal van de politie van Nigeria zou samen met een aantal overheidsfunctionarissen graag een bezoek brengen aan België. Een dergelijk bezoek kan leiden tot goede contacten en mogelijk zelfs tot een bilateraal akkoord. Waarom zouden we, precies omdat de repatriëringen naar dat soort landen zo moeilijk verlopen, niet samen met de betrokken autoriteiten nagaan welke oplossingen ze daarvoor kunnen aanbrengen?
Naar ik onlangs vernam, kon dit bezoek niet doorgaan. Dat is bijzonder jammer, omdat het van het grootste belang is dat we met Nigeria goede relaties onderhouden.
Waarom kan dat bezoek niet doorgaan?
Als het bezoek er wel komt, welke dienst kan dan de kosten ervan op zich nemen?
Is het mogelijk met Nigeria een readmissieakkoord te sluiten, aangezien er in Nigeria een vrij coöperatieve houding bestaat tegenover de problematiek van de mensenhandel? Zouden gecontroleerde migratie en repatriëringen in dat geval aan elkaar kunnen worden gekoppeld?
Ziet de minister het zitten om een bilateraal akkoord inzake politiesamenwerking met Nigeria te sluiten?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Het bezoek van de Nigeriaanse inspecteur-generaal van de politie, Tafa Balogun, heeft volgende week van maandag tot woensdag plaats. Voor de laatste praktische afspraken over dat bezoek heeft er vandaag nog een coördinatievergadering plaats op mijn kabinet. Naast leden van mijn eigen kabinet, zullen daar de federale politie, de Dienst Vreemdelingenzaken en het departement Buitenlandse Zaken aanwezig zijn.
Er worden op het ogenblik ook onderhandelingen gevoerd op Benelux-niveau, meer specifiek over de mogelijkheid om een readmissieakkoord met Nigeria te sluiten.
De mogelijkheid om gecontroleerde migratie en repatriëring aan elkaar te koppelen, sluit ik zeker niet uit. Dat is uiteraard afhankelijk van het resultaat van de onderhandelingen op Benelux-niveau over het readmissieakkoord.
Ten slotte kan ik mevrouw Thijs nog meedelen dat momenteel een evaluatie plaatsvindt van de noodzaak om een bilateraal akkoord inzake politiesamenwerking met Nigeria te sluiten.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Het verheugt me dat er op zo korte tijd nog zoveel schot in deze zaak is gekomen. Dat kan alleen maar helpen om de repatriëringen vlotter te laten verlopen. We weten immers allemaal dat er bijzonder veel meisjes uit Nigeria in België zijn en dat een oplossing hiervoor alleen kan komen van samenwerking met Nigeria.
Ik hoop dat de subcommissie Mensenhandel en Prostitutie inzage kan krijgen in het programma dat de inspecteur-generaal in ons land afwerkt en in de lijst van de personen die hij hier ontmoet.
De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - Afgelopen zaterdag dansten tussen 180.000 en 200.000 technofans in de straten van Gent tijdens de jongste editie van City Parade. Ondanks de aanwezigheid van de verschillende ordemachten vielen er toch een aantal incidenten te betreuren, zoals vandalisme en geluidsoverlast. Wat echter meer zorgen baarde en de feestvreugde aanzienlijk vergalde, was dat de Gentse ziekenhuizen werden overstelpt met 128 feestvierders. Steven De Smet, woordvoerder van de Gentse politie, gaf onomwonden toe dat de situatie vanaf acht uur duidelijk uit de hand aan het lopen was. Het medische rampenplan werd afgekondigd en er werd bijstand gevraagd van verscheidene MUG-teams uit Aalst, Lokeren en het Waasland.
Volgens de politiewoordvoerder hadden de problemen vooral met drugsgebruik te maken. Ik citeer politiewoordvoerder De Smet: "De drugsproblematiek wordt tijdens elk techno-evenement erger... Dat wordt in de toekomst hét pijnpunt. Want 128 mensen in het ziekenhuis op 180 à 200.000 feestvierders, dat gaat alle proporties te buiten." Ook medisch coördinator Jean Van Brantegem vond deze 128 opnames schrikbarend veel.
De politie tekende uiteindelijk 49 gerechtelijke feiten op, waarvan elf drugsgelieerd. Honderden XTC-pillen, joints en andere drugs werden in beslag genomen. De politie zag volgens de heer De Smet nog veel meer, maar kreeg niet de kans om in te grijpen uit vrees voor rellen of paniek. "Zo'n enorme massa kan zich in geen tijd tegen de politie keren en dan is het hek van de dam", zei hij.
Ook de organisator is niet gelukkig met de smet op feestvreugde, maar staat machteloos tegenover het drugsgebruik en de verkoop van drugs. Hij kan daaraan niets doen, want hij mag de mensen niet fouilleren. Hoe jammer hij dat ook vindt, hij was verplicht om drugs toe te laten. Het was de taak van de politie om die op te sporen.
Heeft de stad Gent bijstand van de federale politie gevraagd? Zo ja, hoeveel agenten van de federale politie hebben hun lokale collega's bijstand verleend, wat waren hun voornaamste taken en welke instantie stond in voor de coördinatie tussen de verschillende ordemachten?
In welke mate wordt de directie Strijd tegen criminaliteit inzake personen, meer bepaald de sectie Verdovende middelen, betrokken bij dergelijke megamanifestaties?
Werd er, gelet op de duidelijke aanwijzingen, systematisch en preventief gefouilleerd of mag ik uit de beweringen van organisatoren en ordehandhavers opmaken dat de drugsgebruikers rustig hun gang konden gaan?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - De Stad Gent had aan de Federale Politie de bijstand gevraagd van twee pelotons gehypothekeerde capaciteit, twee secties cavalerie, een helikopter, een sanitaire wagen, een bus voor arrestaties en een sproeiwagen. Ook de spoorwegpolitie, de scheepvaartpolitie en de wegpolitie hadden manschappen ingezet. In totaal werden voor dat evenement 530 leden van het politiepersoneel ingezet.
Bij dergelijke grootschalige evenementen ligt de prioriteit bij de bestuurlijke politie, dat wil zeggen de handhaving van de openbare orde, zoals aangegeven in de richtlijnen van het federale parket inzake prioritaire opdrachten en de afhandelingsprocedures. De coördinatie werd verzekerd door de zogenaamde gold commander van de politiezone Gent vanuit een geïntegreerde commandopost waaraan werd deelgenomen door alle disciplines en verantwoordelijken van de onderscheiden politiediensten.
De sectie Verdovende Middelen van de federale politie werd ingeschakeld bij de vorige editie van I love techno! Voor de City Parade werd hun medewerking echter niet gevraagd. Overigens heeft de sectie Verdovende Middelen van de Federale Politie vooral een opdracht op het vlak van de georganiseerde drugscriminaliteit. Bij dergelijke evenementen gaat het vooral om feiten van drugsgebruik en dealen op kleinere schaal.
Voor een goed begrip is het nodig om in de City Parade drie locaties te onderscheiden: de preparty en de afterparty gaan door op privé-domein. De organisatie controleert de handbagage aan de ingang.
De parade zelf wordt volledig op de openbare weg georganiseerd. Systematische controles of fouilles zijn door de vele toegangswegen onmogelijk. Er wordt alleen toezicht en controle op het publiek uitgeoefend vanuit het oogpunt van bestuurlijke politie, die de politiële prioriteit vastlegt.
De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Hij zal het echter wel met mij eens moeten zijn dat 530 politiemensen voor 200.000 feestvierders bijzonder krap is.
Een van de gevolgen is dat er bitter weinig drugsdelicten werden vastgesteld, terwijl er op grote schaal werd gebruikt. Ik verwijs naar verklaringen van politiemensen die niet konden ingrijpen bij gebrek aan personeel. Dat kan ook worden afgeleid uit de 128 ziekenhuisopnames.
Selectieve fouillering en selectieve drugstests kunnen een doeltreffend afschrikkingsmiddel zijn. Daarvoor heeft men natuurlijk meer politieagenten nodig.
Een en ander kost bijzonder veel geld, maar waarom vraagt men de organisatoren niet om een deel van de kosten te dragen, zoals gebruikelijk is bij voetbalwedstrijden? Ik dring aan op concrete maatregelen om het drugsgebruik bij dergelijke manifestaties in te dijken. We mogen niet berusten in de heersende gedoogsfeer. De 128 opnames hadden mogelijk ook een dodelijke afloop kunnen kennen. Als beleidsmakers moeten wij dat voor ogen houden.
De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Vorige week maakte de pers gewag van niet minder dan vier gevallen van antisemitisch geweld in het Antwerpse. In een van die gevallen liep het bijna fataal af. In de meeste gevallen, waarschijnlijk zelfs elke keer, waren de daders jonge allochtonen.
Dat antisemitisme en antisemitische gewelddaden in West-Europa toenemen, kan moeilijk worden ontkend. Uit een Franse studie van vorig jaar blijkt zelfs dat het merendeel van de racistische daden in feite antisemitische daden zijn. Het fenomeen doet zich ook in België voor.
Welke maatregelen zal de minister nemen om de joodse gemeenschap in België beter te beschermen tegen geweld of aanslagen?
Welke maatregelen zal de minister nemen om aanzetten tot antisemitisch geweld vanuit de moslimgemeenschap van België tegen te gaan?
Heeft het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding zich reeds burgerlijke partij gesteld tegen de daders van de geweldplegingen van vorige week?
Kan België geloofwaardig zijn in zijn `strijd' tegen het antisemitisme wanneer de nieuwe directeur van het CGKR, de heer Jozef De Witte, als voorzitter van 11.11.11. verantwoordelijk was voor de actie "Koop geen Israëlische producten!"? Ik heb de website van die organisatie nog eens bezocht en vastgesteld dat de oproep om geen Israëlische producten te kopen nog niet verdwenen is. De site geeft zelfs een zorgvuldig overzicht van de Israëlische producten die niet gekocht mogen worden. Heeft de heer De Witte zich reeds gedistantieerd van die vorm van Kauft nicht bei Juden?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik wens allereerst te onderstrepen dat de incidenten waarvan melding wordt gemaakt, zeer ernstig moeten worden genomen. We moeten echter voorkomen dat we in een angstpsychose terechtkomen waarbij elk incident enorm wordt uitvergroot en een antisemitisch motief wordt toegedicht.
Ik heb in mijn contacten met de joodse gemeenschap benadrukt dat elk feit ernstig moet worden genomen en grondig moet worden onderzocht.
Voor de incidenten in Antwerpen verwijs ik naar de beslissing van de Antwerpse burgemeester tot verhoogde waakzaamheid van de Antwerpse politie. Zo zullen de patrouilles aan de joodse scholen worden opgevoerd. Dat komt bovenop de extra veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de joodse gemeenschap, die in Antwerpen reeds bestaan, onder meer in de diamantwijk.
De Antwerpse politie en het parket stellen alles in het werk om de daders van het dramatische incident te vatten. Ze zijn bijzonder alert voor nieuwe incidenten. Er werd ook afgesproken dat de joodse gemeenschap bij elk incident onmiddellijk een klacht indient.
Naar aanleiding van het incident in Antwerpen was er op maandag 28 juni in het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken een vergadering met alle politie- en inlichtingendiensten. Na die vergadering werd aan de lokale politie van zones met een joodse gemeenschap de opdracht gegeven bijzonder waakzaam te zijn. We breiden de Antwerpse maatregel dus uit tot het gehele Belgische grondgebied. Dat betekent concreet dat er meer zichtbare en onzichtbare politiepatrouilles zullen zijn en dat er een permanent contact is tussen de politie en de joodse gemeenschap.
Het crisiscentrum evalueert bovendien permanent de dreiging op basis van informatie die haar wordt verstrekt. Aan de hand daarvan kunnen ook extra maatregelen worden uitgevaardigd.
Uit mijn contact met de joodse gemeenschap op 29 juni blijkt dat de joodse gemeenschap over het algemeen tevreden is met de politiële aanpak. De joodse gemeenschap beseft dat het onmogelijk is om achter elke joodse vrouw of man een politieagent te plaatsen.
Er is tijdens dat contact ook ingegaan op de gerechtelijke aanpak, meer bepaald het kordaat optreden tegen alle mogelijke vormen van aanzetten tot antisemitisch geweld. Ik verwijs daarbij naar de wetgeving inzake racismebestrijding en tevens naar de talrijke publicaties op websites, naar interviews, enzovoort.
Het is gebleken dat er op dit ogenblik verschillende opsporingsonderzoeken lopen. Het is onmogelijk om daar veel commentaar bij te geven. In de meeste parketten is een referentiemagistraat inzake antisemitisme aangesteld, wat een structurele opvolging verzekert.
Bovendien heeft de minister van Justitie verklaard dat zij gebruik kan maken van haar positief injunctierecht ingeval de parketten nalaten op te treden.
Een derde pakket maatregelen heeft betrekking op de bestrijding van racisme en in het bijzonder van antisemitisme. Een politiële of justitiële aanpak volstaat niet. Blijkbaar worden mensen vandaag niet tot mikpunt wegens hun verklaringen, hun opvattingen of hun politieke overtuiging, maar wegens het feit dat ze jood zijn. Een multidisciplinaire aanpak is noodzakelijk, waarbij alle actoren die verantwoordelijkheid dragen, moeten worden ingeschakeld. Ik verwijs in dat verband naar het onderwijs en de media. De eerste minister heeft deze middag in dat verband in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gepleit voor een interdepartementale of multidisciplinaire aanpak. Ook de gemeenschappen zouden daarbij worden betrokken. We kunnen uiteraard niet in hun plaats treden. Zodra de gewest- en gemeenschapsregeringen zijn geïnstalleerd, zullen we contact opnemen met de politieke verantwoordelijken om een dergelijke aanpak te verzekeren.
Voor de vragen over het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding verwijs ik naar minister Arena, die ter zake bevoegd is.
De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Ik verheug me over de politiële en gerechtelijke maatregelen die naar aanleiding van dit dossier zullen worden genomen. Ik ben het eens met de minister dat die maatregelen niet volstaan en dat een ruimere aanpak noodzakelijk is. Op dat punt blijft hij evenwel vaag. Ik vraag me af of die vage bewoordingen ooit een concrete inhoud zullen krijgen. De enige manier om een probleem aan te pakken, is het te erkennen. In dit geval gaat het om het aanzetten tot haat of geweld van de moslimgemeenschap tegenover de joodse gemeenschap. Zolang de overheid niet bereid is het bestaan van dat probleem te erkennen, is een oplossing uitgesloten. De antiracismewetgeving werd tot nog toe uitsluitend gebruikt tegen autochtonen. Nog nooit werd een allochtoon vervolgd of veroordeeld wegens schending van die wet. Ik vraag me af wanneer die mentaliteit zal veranderen.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Mijn vraag gaat over de wijze waarop de geautomatiseerde stemverrichtingen van 13 juni, waarbij zich incidenten voordeden, worden geëvalueerd.
Ik heb het verslag van het college van experts gelezen. Die hebben bemerkingen bij de transparantie van het systeem, de betrouwbaarheid van de programma's en de informatie van de voorzitters van de stembureaus. Met name in Antwerpen en Schaarbeek waren er incidenten.
Ik heb ook vastgesteld dat de geautomatiseerde stemming en vooral het gebruik van het elektronische potlood tot problemen kan leiden. Sommige personen hebben me toevertrouwd dat ze per ongeluk voorkeurstemmen hebben gegeven aan bepaalde kandidaten omdat de lijst in Brussel zo lang was.
Gaat de minister maatregelen nemen om het systeem te evalueren en een antwoord te geven op de problemen die in het verslag van het college van experts worden aangekaart?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Na elke verkiezing hoor ik dezelfde kritiek op de geautomatiseerde stemming.
Het college van experts die door de verschillende assemblees worden aangewezen om toe te zien op de goede werking van de geautomatiseerde stemming is sinds de ingebruikname van de procedure ook steeds tot dezelfde conclusies gekomen. De systemen hebben altijd de doelstellingen gehaald die de wetgever had opgelegd, namelijk:
Het verslag van het college van experts over de verkiezingen van 13 juni sluit hierbij aan.
Mijn departement heeft altijd rekening gehouden met de aanbevelingen die het college van experts in het verleden heeft gedaan. Zo bepaalt de wet van 12 augustus 2000 dat de kiezer de mogelijkheid krijgt om op het einde van de stemming een tweede keer te zien hoe hij heeft gestemd.
De kiezer heeft bij de provinciale en lokale verkiezingen van 2000 voor het eerst van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken. Mijn departement maakt momenteel een grondige studie van de aanbevelingen van het college van experts en ik zal er in de mate van het mogelijke rekening mee houden.
Bij elke verkiezing doen zich technische incidenten voor. Net als bij de traditionele stemming, hangt het goede verloop van de verrichtingen ook af van de kwaliteit van het personeel in de stembureaus.
Op 13 juni waren er minder incidenten dan vorig jaar. Het systeem van de geautomatiseerde stemming werd ondertussen ook aanzienlijk verbeterd. Zo verschijnen de namen van de kandidaten waarvoor werd gestemd in een grijze tint op het scherm zodat de kiezer makkelijk kan zien voor wie hij heeft gestemd. Ook werd het aantal begeleidende schermen verminderd; dat was een van de aanbevelingen die het college van experts uitbracht na de verkiezingen van 18 mei 2003.
De stemverrichtingen kunnen aldus vlotter verlopen en de wachtrijen waren minder lang dan bij de vorige verkiezingen.
Ik verwijs in dit verband naar het onderzoek dat professor Pascal Delwit van de ULB na de verkiezingen van vorig jaar heeft gevoerd.
Een overgrote meerderheid van de ondervraagden, 95%, kende geen enkel probleem met de elektronische stemming. Meer dan de helft vertrouwt het systeem volkomen en 35% heeft `vrij veel' vertrouwen; samen dus meer dan 85% van de kiezers. Voor de traditionele stemming gaat het om 32% en 45%. De burgers hebben dus meer vertrouwen in de geautomatiseerde stemming.
Wat het weinig democratische karakter van de geautomatiseerde stemming betreft, kan ik enkel meedelen dat alle beroepen die tot nu toe werden ingediend hebben geleid tot de conclusie dat de procedure niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens of het internationaal verdrag over de burgerlijke en politieke rechten.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik heb het verslag van het college van experts ook gelezen. De minister zegt dat hij rekening zal houden met de gebreken die in dat verslag aan het licht komen.
Mijn vraag had tot doel de bestaande gebreken te verhelpen.
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Het verheugt me de staatssecretaris hier te mogen ontmoeten. Ik heb vernomen dat het hem moeite heeft gekost om hier aanwezig te zijn omdat hij volop aan het werk is in het raam van de Vlaamse onderhandelingen, wat uiteraard een belangrijke opdracht is. Of heeft hij het zo druk met de vernieuwing van zijn partij? Ook dat is een nobele doelstelling. Jong en onrustig als hij is, is hij nog steeds op zoek naar de echte uitdaging. Welnu, de uitdaging ligt hier voor het grijpen.
Volgens een ophefmakend rapport van een gezaghebbende instantie, het adviesbureau McKinsey, zijn niet de belastingsdruk, noch de te lage activiteitsgraad de rem op onze economische groei, maar de administratieve overlast. In dat rapport worden tevens een aantal cijfers openbaar gemaakt. Vorig jaar zouden er 62.435 bladzijden nieuwe regelgeving zijn bijgekomen. Het lijkt er dus sterk op dat van de administratieve vereenvoudiging, een van de politieke thema's van de paarse modelstaat, nog niet veel terecht is gekomen. Dat wordt trouwens bevestigd door de tweejaarlijkse metingen van het Planbureau. Daaruit blijkt dat de kosten voor ondernemers in 2002 nog gestegen waren tot bijna 9 miljard euro.
Is de staatssecretaris ervan overtuigd dat de vooropgestelde twaalf werken en het Kafka-plan afdoende zullen zijn om de toenemende inflatie aan regelgeving in te dijken?
Denkt hij dat de preventieve Kafka-test werkt, gelet op de cijfers inzake nieuwe regelgeving?
Welke concrete realisaties zijn er reeds voortgevloeid uit het samenwerkingsakkoord van 10 december 2003?
Hoe valt de nieuwste programmawet van de regering met zijn talrijke legistieke correcties op vorige programmawetten en nieuwe regels te rijmen met dit verhaal van vereenvoudiging?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - De kost van de administratieve lasten voor de ondernemingen, uitgedrukt in een percentage van het BBP is, in tegenstelling tot wat mevrouw De Schamphelaere beweert, niet gestegen maar gedaald of gestabiliseerd. In 2000 was de administratieve last voor de bedrijven volgens het Planbureau gelijk aan 3,48% van het BBP. In 2002 was die kost gedaald tot 3,43% van het BBP. Nederland zit op 3,6%. Volgens de Europese Commissie bedraagt het gemiddelde in de EU van de 15 lidstaten 3,5%. De situatie dramatiseren is dus verkeerd. Ik heb trouwens de zogenaamde spectaculaire cijfers van McKinsey zelf bekendgemaakt in september 2003. Het zijn de cijfers van het Planbureau betreffende 2002. Mijn beleid afrekenen op basis van cijfers van 2002 is dus verkeerd.
Voor de spectaculaire toename van het aantal bladzijden van het Belgisch Staatsblad bestaan een aantal objectieve factoren. Ingevolge de regionalisering van het land neemt het aantal wetgevende akten en besluiten toe. Bovendien worden die vertaald. Dat betekent een vernegenvoudiging tegenover de jaren zeventig en tachtig door regionale materies. De toename enkel toeschrijven aan de Belgische Staat is dus fout. Sinds de jaren tachtig zijn ook Duitse vertalingen vereist. Bovendien verschenen supplementen van het Staatsblad vroeger afzonderlijk. Nu worden die in het Staatsblad opgenomen. Dat betekent een toename met 5.000 bladzijden. Om de participatie van de burger aan te moedigen worden nu ook voorontwerpen en ontwerpen in het Staatsblad gepubliceerd. Zo werd het gewestelijk structuurplan Brussel, bijna 2.000 bladzijden lang, drie keer gepubliceerd, namelijk in voorstel, in ontwerp en definitief. Verder is er de toename van Europese wetgeving en de omzetting van richtlijnen. De richtlijn over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg bevat 2.000 bladzijden. Omgezet in regionale wetgeving moet die driemaal worden gepubliceerd. In 2004 zal door de toetreding van tien nieuwe EU-lidstaten ongeveer 10.000 bladzijden moeten worden gepubliceerd alleen al inzake de toetredingsakten van deze Staten.
De cijfers van het Planbureau zijn voor mij veel indicatiever dan die van het Staatsblad.
De voorziene maatregelen zijn voldoende. Ik voer uit wat is beloofd. Dat is een belangrijk politiek devies en ik vermoed dat dit ook voor u zo is. Als in het regeerakkoord staat dat de administratieve vereenvoudiging twaalf opdrachten betreft, dan moet ik die ook uitvoeren. Vandaag zijn er vier van de twaalf uitgevoerd. Inmiddels hebben wij een Kafka-plan opgesteld waarin nieuwe maatregelen werden opgenomen.
Ik geef twee voorbeelden waaruit blijkt dat de administratieve vereenvoudiging wel degelijk werkt. Door de invoering in de sociale zekerheid van de volledige elektronische communicatie met de overheid besparen we jaarlijks 240 miljoen papieren attesten voor de ondernemingen. Nederlandse collega's zijn jaloers op ons systeem. Het opstarten van een bedrijf vergt nu 34 dagen. In de jaren negentig moest men naar het handelsregister en de kamers van ambachten en neringen gaan en bedroeg de termijn gemiddeld 56 dagen.
Uw tweede vraag gaat over de Kafka-test. Die test werd goedgekeurd op 26 mei jl. en zal in werking treden op 1 oktober 2004. Beweren dat hij niet heeft gewerkt, gaat dus niet op want hij bestond nog niet. Ik was de eerste om hem in te voeren en ik hoop dat ook de regionale regeringen dat zullen doen. Ik hoop dat de Vlaamse informateur dat zal opnemen en ik ben benieuwd wat daar concreet in zal staan.
Ik wil met aandrang aan uw fractie en aan iedereen in dit parlement vragen om de tekst over de commissie voor de wetsevaluatie, die in de Kamer van Volksvertegenwoordigers is goedgekeurd, snel te behandelen en goed te keuren in de Senaat. Het is de verantwoordelijkheid van Kamer en Senaat ervoor te zorgen dat we niet tot 2006 op die commissie moeten wachten.
Wat het samenwerkingsakkoord betreft, werden een aantal realisaties in de voorbije maanden reeds uitgevoerd: de afschaffing van de eensluidendverklaring, de vereenvoudiging van de studiebeurzen, het Kafka-meldpunt en het Kafka-rapport. Er zijn intussen verkiezingen geweest en we moeten nu zien wat de nieuwe regering zal opleveren. Ik heb een brief gestuurd aan de informateurs om aan te dringen op administratieve vereenvoudiging.
Ten slotte, wat uw vraag over de jongste programmawet betreft, wil ik erop wijzen dat de programmawet een aantal beslissingen omzet die genomen werden op de Ministerraden van Gembloux en Oostende. Er wordt vaak gezegd dat die beslissingen niet of te traag worden uitgevoerd. Als dat dan via een programmawet wel gebeurt, is het weer niet goed. Zo kunnen we bezig blijven.
Het klopt dat bijvoorbeeld de verhoging van het minimumpensioen voor zelfstandigen nieuwe regels met zich meebrengt. Wat dat betreft, ben ik nogal pragmatisch: als men die nieuwe regels als overbodig bestempelt, leid ik daaruit af dat men geen voorstander is van een verhoging van het minimumpensioen voor zelfstandigen.
De programmawet bevat ook belangrijke vereenvoudigingen: de afspraken over de arbeidsflexibiliteit, de verhoging van het aantal overuren in de bouw en de uitbreiding van de dienstencheques. Als u daar tegen bent, moet u maar tegen stemmen.
Ik geef toe dat een en ander legistiek altijd beter kan. De dienst wetsevaluatie van de Senaat doet in dat opzicht voortreffelijk werk. Persoonlijk denk ik dat de echte vereenvoudiging waar de burger en het bedrijfsleven op wachten niet zozeer de legistieke correcties zijn, maar wel de administratieve vereenvoudigingen die men in het concrete dagdagelijkse leven voelt, bijvoorbeeld bij het starten en runnen van een bedrijf.
Ik besluit: administratieve vereenvoudiging is niet de onschuldige term waar u op doelt. Vereenvoudiging heeft wel degelijk vaak een ideologische achtergrond. Wat voor u als te veel overkomt, is voor een linkse partij absoluut noodzakelijk. Bovendien is administratieve vereenvoudiging een paradoxaal gegeven. Iedereen is voor vereenvoudiging en minder papier, maar zodra men op het terrein komt van een heel specifieke belangengroep, waar papier dient als bescherming, is men plotseling voor meer papier. Tegen deze titanen moet ik verder strijd leveren. Maar wees gerust, ik geef niet op.
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Uw gedrevenheid blijkt voor ons allen in deze zaal, alleen dringt van wat u hier verkondigt weinig door tot het werkelijke leven. Ik heb gisteravond veel ondernemers ontmoet. Zij bevestigen dat de bureaucratie een onmogelijke zaak is geworden in dit land en ze zien geen verbetering. Ik wens u dus nog veel moed in uw huidige functie.
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Het is juist dat die administratieve vereenvoudiging waarvoor ik sedert tien of elf maanden politiek verantwoordelijk ben er niet zomaar zal komen als ik zie welke reglementitis de vorige regeringen hebben vertoond. Er is recent wel degelijk concrete vooruitgang geboekt. Vraag dat maar eens aan notarissen en aan starters wat het handelsregister betreft.
Ook in de sociale zekerheid en in verband met de elektronische belastingsaangifte voor zelfstandigen en mandatarissen van vennootschappen werden belangrijke stappen gedaan. Ik kan nog veel concrete projecten opsommen. Maar het is met vereenvoudiging als met belastingsverlaging: het kan nooit genoeg zijn.
Ik zeg u wel duidelijk: let op als u nieuwe voorstellen indient om zelf niet te veel bureaucratie te creëren. Ik heb namelijk een aantal voorstellen gezien waarbij ik toch wel bedenkingen heb.
Mevrouw Christiane Vienne (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijke verslag.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - De omzetting van de Europese richtlijn betreffende de garantietermijnen in het Burgerlijk Wetboek betekent een ernstige vooruitgang van de consumentenrechten in ons land. De nieuwe wetgeving zal de consumenten beter beschermen tegen kwaadwillige verkopers en minderwaardige producten. Bovendien zal de harmonisering van de wetgevingen de aanschaf van goederen in de Europese Unie bevorderen door die een stuk veiliger te laten verlopen.
Toch moeten mij enkele opmerkingen van het hart. De nieuwe wetgeving verplicht namelijk dat de garantietermijn op tweedehands goederen minimaal één jaar moet bedragen. De tweedehands-sector maakt een relevant deel uit van de economie in ons land en is vooral belangrijk voor minder kapitaalkrachtigen en voor wie ecologisch wil leven.
De minister bleef gelukkig niet doof voor de opmerkingen van de tweedehands-markt en creëerde de mogelijkheid om de garantieperiode te beperken mits er een duidelijke afspraak is tussen koper en verkoper. Maar zelfs die inperking tot minimaal één jaar is niet steeds haalbaar voor tweedehands goederen.
Een pervers effect van de nieuwe wet zou wel eens kunnen zijn dat bepaalde categorieën van producten in een parallel circuit terechtkomen op de zwarte markt. Tweedehands wagens bijvoorbeeld worden thans in vele garages verkocht met een garantietermijn van 6 maanden. De verdubbeling van deze termijn kan malafide handelaars in de verleiding brengen een deel van die wagens voortaan op de zwarte markt aan te bieden.
Ik ben nog meer bezorgd voor de sector van de sociale kringloopwinkels. Deze winkels vervullen een dubbele rol: ze stellen vaak mensen tewerk die langdurig werkloos zijn of zich in een andere sociale noodsituatie bevinden én ze bieden de kans aan mensen in armoede om duurzame goederen aan te kopen. Ik hoop dat deze kringloopcentra niet door de nieuwe garantievereisten afgeschrikt worden en minder en minder duurzame producten aanbieden.
Ik uitte deze bekommernis reeds in de commissie. Ik verwacht dan ook van de minister dat er een opvolging komt in de sociale kringloopsector om er zeker van te zijn dat het aanbod onbeperkt blijft doorlopen. Bij de evaluatie van de consumentenwet dient dit aspect zeker aan bod te komen.
Ten slotte is het jammer dat de hervorming van de wet niet aangegrepen werd om na het verstrijken van de garantieperiode van 2 jaar, de verkoper te verplichten het verborgen gebrek dat dan aan het licht komt, gratis te herstellen. Dit past perfect in een duurzaamheidsbeleid, dat ook door de regering onderschreven wordt. Ondanks deze tekortkomingen vind ik dit wetsontwerp een goede zaak voor de consument. Ik zal het dan ook met overtuiging goedkeuren.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Het wetsontwerp is de omzetting in ons recht van een richtlijn die streeft naar een harmonisering van de waarborgen die de koper worden geboden voor een eventueel gebrek aan overeenstemming of een verborgen gebrek van een goed dat hij heeft aangekocht.
Het verheugt mij dat de richtlijn niet alleen de interne markt voor ogen heeft, maar ook een beleid ter bescherming van de consument. De kwaliteit van de producten lijkt een prioriteit te worden van dat beleid, dat zich vroeger uitsluitend bezighield met de veiligheid van de producten.
We moeten echter alert blijven voor de gevolgen van de omzetting van de richtlijn. Het gaat niet alleen om een Europese regelgeving die afwijkt van het gemene recht met het oog op de bescherming van de consument. Met de richtlijn raakt het Europese recht rechtstreeks de essentie van onze nationale wetgeving op de contracten en vooral op de verkoop. Het harmoniseert bovendien op een dwingende wijze de oplossing voor het grootste probleem van de verkoop: het gebrek aan overeenstemming en het verborgen gebrek.
We staan hier voor een delicate keuze. Ofwel herwerken we de bepalingen uit het burgerlijk recht met betrekking tot de verkoop, ofwel maken we een specifieke wet voor de verkoop aan de consument, die de lijst van uitzonderingswetten ter bescherming van de consument nog langer zou maken.
De eerste optie is natuurlijk de moeilijkste, tenzij men zich ertoe beperkt, zoals de minister voor Consumentenzaken voorstelt, in het Burgerlijk Wetboek een nieuwe afdeling in te voegen, die echter moeilijk te combineren is met de andere afdelingen van het hoofdstuk gewijd aan de verkoop.
Ik ben van mening dat de richtlijn een gedroomde gelegenheid was om het gemene recht inzake verkoop volledig te herzien, vooral omdat de uiterste datum voor de omzetting, namelijk 1 januari 2002, lang overschreden is. Ik betreur dat de minister zich beperkt heeft tot het invoeren van een nieuw stelstel inzake wettelijke waarborgen voor de consument, naast de bestaande gemeenrechtelijke regels inzake het gebrek aan overeenstemming en de waarborgen voor verborgen gebreken.
Hoewel ze het door de richtlijn nagestreefde doel onderschrijft, zal de CDH-fractie zich bij de stemming onthouden. Er is weinig samenhang tussen de huidige regels en de nieuwe bepalingen zodat interpretatiemoeilijkheden kunnen ontstaan die nadelig kunnen zijn voor de consument.
-De algemene bespreking is gesloten.
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-982/6.)
De voorzitter. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsontwerp betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen.
Artikel 1 luidt:
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet;
Zij brengt de beginselen ten uitvoer van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen.
Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 2 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Dit artikel vervangen als volgt:
"Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, behoudens de artikelen 6 en 7, die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet."
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik verwijs naar de schriftelijke verantwoording.
De voorzitter. - Artikel 3 luidt:
In Boek III, Titel VI, Hoofdstuk IV van het Burgerlijk Wetboek wordt een Afdeling IV ingevoegd, luidende:
"Afdeling IV. Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan consumenten
Art. 1649bis. - §1. Deze afdeling is van toepassing op de verkopen van consumptiegoederen door een verkoper aan een consument.
§2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
1º "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die geen verband houden met zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit;
2º "verkoper": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die consumptiegoederen verkoopt in het kader van zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit;
3º "consumptiegoederen": alle roerende lichamelijke zaken, behalve:
- goederen die in uitvoering van een beslag of anderszins gerechtelijk zijn verkocht,
- water en gas die niet marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid,
- elektriciteit;
4º "producent": de fabrikant van consumptiegoederen, de importeur van consumptiegoederen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op de consumptiegoederen aan te brengen;
5º "garantie": elke door een verkoper of producent tegenover de consument aangegane verbintenis om de betaalde prijs terug te betalen, of om de consumptiegoederen te vervangen of te herstellen, of om er zich op enigerlei wijze om te bekommeren, indien de goederen niet overeenstemmen met de beschrijving in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame;
6º "herstelling": het consumptiegoed in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst, daarmee in overeenstemming brengen.
§3. Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen eveneens als verkoopovereenkomsten beschouwd.
Art. 1649ter. - §1. Voor de toepassing van artikel 1604, eerste lid, wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de overeenkomst te zijn indien:
1º het in overeenstemming is met de door de verkoper gegeven beschrijving ervan en de eigenschappen bezit van de goederen die de verkoper aan de consument als monster of als model heeft getoond;
2º het geschikt is voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard;
3º het geschikt is voor het gebruik waartoe goederen van dezelfde soort gewoonlijk dienen;
4º het de kwaliteit en prestaties biedt die voor goederen van dezelfde soort normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van het goed en op de eventuele door de verkoper, de producent of diens vertegenwoordiger publiekelijk gedane mededelingen over de bijzondere kenmerken ervan, namelijk bij de reclame en de etikettering.
§2. De verkoper is niet gebonden door de in §1, 4º, bedoelde publiekelijk afgelegde mededelingen indien hij aantoont dat:
- bedoelde mededeling hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn,
- deze mededeling op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst was rechtgezet, of
- de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door deze mededeling kon beïnvloed zijn.
§3. Gebrek aan overeenstemming wordt geacht niet te bestaan in de zin van dit artikel als, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, de consument het gebrek kende of redelijkerwijs daarvan op de hoogte moest zijn, dan wel als het gebrek aan overeenstemming voortvloeit uit het materiaal geleverd door de consument.
§4. Gebrek aan overeenstemming ten gevolge van een verkeerde installatie van het consumptiegoed wordt gelijkgesteld met gebrek aan overeenstemming van het goed wanneer de installatie deel uitmaakt van de koopovereenkomst betreffende het goed en door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid is uitgevoerd.
Hetzelfde geldt als een goed dat bestemd is om door de consument geïnstalleerd te worden, door deze geïnstalleerd wordt en de verkeerde installatie een gevolg is van een fout in de montagehandleiding.
Art. 1649quater. - §1. De verkoper is jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de levering van de goederen en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering.
De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking.
In afwijking van het eerste lid kunnen voor de tweedehandsgoederen de verkoper en de consument een kortere termijn dan twee jaar overeenkomen zonder dat die termijn korter dan één jaar mag zijn.
§2. De verkoper en de consument kunnen een termijn overeenkomen waarbinnen de consument de verkoper op de hoogte moet brengen van het gebrek aan overeenstemming, zonder dat die termijn korter mag zijn dan twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld.
§3. De rechtsvordering van de consument verjaart na verloop van één jaar vanaf de dag waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld in §1, mag verstrijken.
§4. Manifesteert zich een gebrek aan overeenstemming binnen een termijn van zes maanden vanaf de levering van het goed, dan geldt tot bewijs van het tegendeel het vermoeden dat dit gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van het goed of met de aard van het gebrek aan overeenstemming, door onder andere rekening te houden met het feit of het goed nieuw dan wel tweedehands is.
§5. De bepalingen in dit hoofdstuk met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak zijn van toepassing na het verstrijken van de termijn van twee jaar bedoeld in §1.
Art. 1649quinquies. - §1. Naast desgevallend schadevergoeding, heeft de consument het recht van de verkoper die met toepassing van artikel 1649quater aansprakelijk is voor een gebrek aan overeenstemming te eisen, hetzij de herstelling of de vervanging van het goed onder de voorwaarden bedoeld in §2, hetzij een passende vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in §3.
Desgevallend wordt er evenwel rekening gehouden met de verergering van de schade voortvloeiend uit het gebruik van het goed door de consument na het ogenblik waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld of zou hebben moeten vaststellen.
§2. In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te verlangen behalve als dat onmogelijk of buiten verhouding zou zijn. Elke herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van het goed en het door de consument beoogd gebruik, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument verricht worden.
De kosten bedoeld in het vorige lid zijn de kosten die moeten worden gemaakt om de goederen in overeenstemming te brengen, namelijk de verzendingskosten en de kosten die verband houden met loon en materiaal.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een vorm van genoegdoening geacht buiten verhouding te zijn indien zij voor de verkoper kosten meebrengt die, vergeleken met de alternatieve vorm van genoegdoening onredelijk zijn, gelet op:
- de waarde die het goed zonder het gebrek aan overeenstemming zou hebben;
- de ernst van het gebrek aan overeenstemming;
- de vraag of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstige overlast voor de consument.
§3. De consument heeft het recht van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen:
- indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of
- indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht.
In afwijking van het eerste lid heeft de consument niet het recht de ontbinding van de overeenkomst te verlangen indien het gebrek aan overeenstemming van geringe betekenis is.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke terugbetaling aan de consument verminderd teneinde rekening te houden met het gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan.
Art. 1649sexies. - Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een gebrek aan overeenstemming, kan hij tegen de producent of tegen iedere contractuele tussenpersoon in de eigendomsoverdracht van het consumptiegoed, verhaal doen op grond van contractuele aansprakelijkheid waartoe deze producent of deze tussenpersoon met betrekking tot het goed is gehouden zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden.
Art. 1649septies. - §1. Elke garantie is bindend voor diegene die haar biedt volgens de in het garantiebewijs en de daarmee samenhangende reclame vastgestelde voorwaarden.
§2. In de garantie:
- moet vermeld staan dat de consument krachtens de toepasselijke nationale wetgeving betreffende de verkoop van consumptiegoederen wettelijke rechten heeft en moet duidelijk worden gesteld dat de garantie die rechten onverlet laat;
- moeten in duidelijke en begrijpelijke taal de inhoud van de garantie en de essentiële gegevens vermeld staan die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken, met name de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie, alsmede de naam en het adres van de garant.
§3. Op verzoek van de consument moet de garantie hem schriftelijk of op een andere te zijner beschikking staande en voor hem toegankelijke duurzame drager beschikbaar worden gesteld.
Wanneer de verkoopovereenkomst schriftelijk is, behoudt ze in ieder geval de inlichtingen bedoeld in §2.
§4. Indien een garantie niet conform de vereisten bepaald in §§2 en 3 is, doet zulks op generlei wijze afbreuk aan het recht van de consument om de naleving ervan te eisen.
Zulks geldt eveneens wanneer de garantie niet conform is aan de eisen voorzien in artikel 13, eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.
Art. 1649octies. - Zijn nietig, contractuele bedingen of afspraken overeengekomen vooraleer het gebrek aan overeenstemming aan de verkoper door de consument ter kennis is gebracht, en waardoor, rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden beperkt of uitgesloten.
Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze afdeling toepasselijk verklaart, is nietig wat betreft de in deze afdeling geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent.".
Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 3 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Dit artikel vervangen als volgt:
"In Boek III, Titel VI, Hoofdstuk IV, van het Burgerlijk Wetboek wordt een Afdeling IV ingevoegd, die de artikelen 1649bis tot 1649octies omvat, met als opschrift:
"Afdeling IV. Bepalingen met betrekking tot de verkopen aan de consumenten.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 4 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3bis (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3bis. - In afdeling IV van boek III, titel VI, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1649bis ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649bis. - Deze afdeling is van toepassing op de verkopen van consumptiegoederen door een verkoper aan een consument.
§2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
1º "consument": iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die geen verband houden met zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit;
2º "verkoper": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die consumptiegoederen verkoopt in het kader van zijn beroepsactiviteit of zijn commerciële activiteit;
3º "consumptiegoederen": alle roerende lichamelijk zaken, behalve:
- goederen die in uitvoering van een beslag of anderszins gerechtelijk zijn verkocht,
- water en gas die niet marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid,
- elektriciteit;
4º "producent": de fabrikant van consumptiegoederen, de importeur van consumptiegoederen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op de consumptiegoederen aan te brengen;
5º "garantie": elke door een verkoper of producent tegenover de consument aangegane verbintenis om de betaalde prijs terug te betalen, of om de consumptiegoederen te vervangen of te herstellen, of om er zich op enigerlei wijze om te bekommeren, indien de goederen niet overeenstemmen met de beschrijving in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame;
6º "herstelling": het consumptiegoed in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst, daarmee in overeenstemming brengen.
§3. Voor de toepassing van deze afdeling worden overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen eveneens als verkoopovereenkomst beschouwd.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 5 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3ter (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3ter. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649ter ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649ter. - §1. Voor de toepassing van artikel 1604, eerste lid, wordt het door de verkoper aan de consument geleverde consumptiegoed geacht slechts in overeenstemming met de overeenkomst te zijn indien:
1º het in overeenstemming is met de door de verkoper gegeven beschrijving ervan en de eigenschappen bezit van de goederen die de verkoper aan de consument als monster of als model heeft getoond;
2º het geschikt is voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard;
3º het geschikt is voor het gebruik waartoe goederen van dezelfde soort gewoonlijk dienen;
4º het de kwaliteit en prestaties biedt die voor goederen van dezelfde soort normaal zijn en die de consument redelijkerwijs mag verwachten, gelet op de aard van het goed en op de eventuele door de verkoper, de producent of dienst vertegenwoordiger publiekelijk gedane mededelingen over de bijzondere kenmerken ervan, namelijk bij de reclame en de etikettering.
§2. De verkoper is niet gebonden door de in §1, 4º, bedoelde publiekelijk afgelegde mededelingen indien hij aantoont dat:
- bedoelde mededeling hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn,
- deze mededeling op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst was rechtgezet, of
- de beslissing tot aankoop van het consumptiegoed niet door deze mededeling kon beïnvloed zijn.
§3. Gebrek aan overeenstemming wordt geacht niet te bestaan in de zin van dit artikel als, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, de consument het gebrek kende of redelijkerwijs daarvan op de hoogte moest zijn, dan wel als het gebrek aan overeenstemming voortvloeit uit het materiaal geleverd door de consument.
§4. Gebrek aan overeenstemming ten gevolge van een verkeerde installatie van het consumptiegoed wordt gelijkgesteld met gebrek aan overeenstemming van het goed wanneer de installatie deel uitmaakt van de koopovereenkomst betreffende het goed en door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid is uitgevoerd. Hetzelfde geldt als een goed dat bestemd is om door de consument geïnstalleerd te worden, door deze geïnstalleerd wordt en de verkeerde installatie een gevolg is van een fout in de montagehandleiding.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 6 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3quater (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3quater. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649quater ingevoegd, luidende als volgt:
Art. 1649quater. - §1. De verkoper is jegens de consument aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat bij de levering van de goederen en dat zich manifesteert binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf voornoemde levering. De termijn van twee jaar bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking. In afwijking van het eerste lid kunnen voor de tweedehandsgoederen de verkoper en de consument een kortere termijn dan twee jaar overeenkomen zonder dat die termijn korter dan één jaar mag zijn.
§2. De verkoper en de consument kunnen een termijn overeenkomen waarbinnen de consument de verkoper op de hoogte moet brengen van het gebrek aan overeenstemming, zonder dat die termijn korter mag zijn dan twee maanden vanaf de dag waarop de consument het gebrek heeft vastgesteld.
§3. De rechtsvordering van de consument verjaart na verloop van één jaar vanaf de dag waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, zonder dat die termijn vóór het einde van de termijn van twee jaar, bedoeld in §1, mag verstrijken.
§4. Manifesteert zich een gebrek aan overeenstemming binnen een termijn van zes maanden vanaf de levering van het goed, dan geldt tot bewijs van het tegendeel het vermoeden dat dit gebrek bestond op het tijdstip van levering, tenzij dit vermoeden onverenigbaar is met de aard van het goed of met de aard van het gebrek aan overeenstemming, door onder andere rekening te houden met het feit of het goed nieuw dan wel tweedehands is.
§5. De bepalingen in dit hoofdstuk met betrekking tot de vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak zijn van toepassing na het verstrijken van de termijn van twee jaar, bedoeld in §1.""
Op amendement 6 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subamendement 7 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3quater (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
In het voorgestelde artikel 1649quater, §1, de volgende wijzigingen aanbrengen:
A) het tweede lid doen vervallen;
B) een nieuw lid toevoegen, luidend als volgt:
"De termijnen bedoeld in het eerste en het tweede lid worden opgeschort tijdens de periode vereist voor de herstelling of de vervanging van het goed of in geval van onderhandelingen tussen de verkoper en de consument met het oog op een minnelijke schikking."
Op amendement 6 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subamendement 8 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 1649quater, §2, een zin toevoegen, luidend:
"De rechtsvordering van de consument wegens gebrek aan overeenstemming kan niet meer worden ingesteld wanneer de verkoper binnen de overeengekomen termijn niet op de hoogte is gebracht."
Op amendement 6 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subamendement 9 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 1649quater, §3, de zinsnede "vóór het einde van de termijn van twee jaar bedoeld in §1" vervangen door de zinsnede "vóór het einde van de termijn bedoeld in §1".
Op amendement 6 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subamendement 10 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
In het voorgestelde artikel 1649quater, §5, de woorden "de termijn van twee jaar bedoeld in §1" vervangen door de woorden "de termijn bedoeld in §1".
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 11 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3quinquies (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3quinquies. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649quinquies ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649quinquies. - §1. Naast desgevallend schadevergoeding, heeft de consument het recht van de verkoper die met toepassing van artikel 1649quater aansprakelijk is voor een gebrek aan overeenstemming te eisen, hetzij de herstelling of de vervanging van het goed onder de voorwaarden bedoeld in §2, hetzij een passende vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in §3.
Desgevallend wordt er evenwel rekening gehouden met de verergering van de schade voortvloeiend uit het gebruik van het goed door de consument na het ogenblik waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld of zou hebben moeten vaststellen.
§2. In eerste instantie heeft de consument het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te verlangen behalve als dat onmogelijk of buiten verhouding zou zijn. Elke herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van het goed en het door de consument beoogd gebruik, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument verricht worden.
De kosten bedoeld in het vorige lid zijn de kosten die moeten worden gemaakt om de goederen in overeenstemming te brengen, namelijk de verzendingskosten en de kosten die verband houden met loon en materiaal.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een vorm van genoegdoening geacht buiten verhouding te zijn indien zij voor de verkoper kosten meebrengt die, vergeleken met de alternatieve vorm van genoegdoening onredelijk zijn, gelet op:
- de waarde die het goed zonder het gebrek aan overeenstemming zou hebben;
- de ernst van het gebrek aan overeenstemming;
- de vraag of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstige overlast voor de consument.
§3. De consument heeft het recht van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen:
- indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of
- indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht.
In afwijking van het eerste lid heeft de consument niet het recht de ontbinding van de overeenkomst te verlangen indien het gebrek aan overeenstemming van geringe betekenis is.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke terugbetaling aan de consument verminderd teneinde rekening te houden met het gebruik dat deze van het goed heeft gehad sinds de levering ervan.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 12 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3sexies (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3sexies. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649sexies ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649sexies. - Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een gebrek aan overeenstemming, kan hij tegen de producent of tegen iedere contractuele tussenpersoon in de eigendomsoverdracht van het consumptiegoed, verhaal doen op grond van contractuele aansprakelijkheid waartoe deze producent of deze tussenpersoon met betrekking tot het goed is gehouden zonder dat een contractueel beding dat tot gevolg heeft die aansprakelijkheid te beperken of op te heffen, hem mag tegengeworpen worden.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 13 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3septies (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3septies. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649septies ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649septies. - §1. Elke garantie is bindend voor diegene die haar biedt volgens de in het garantiebewijs en de daarmee samenhangende reclame vastgestelde voorwaarden.
§2. In de garantie:
- moet vermeld staan dat de consument krachtens de toepasselijke nationale wetgeving betreffende de verkoop van consumptiegoederen wettelijke rechten heeft en moet duidelijk worden gesteld dat de garantie die rechten onverlet laat;
- moeten in duidelijke en begrijpelijke taal de inhoud van de garantie en de essentiële gegevens vermeld staan die noodzakelijk zijn om van de garantie gebruik te kunnen maken, met name de duur en het geografische toepassingsgebied van de garantie, alsmede de naam en het adres van de garant.
§3. Op verzoek van de consument moet de garantie hem schriftelijk of op een andere te zijner beschikking staande en voor hem toegankelijke duurzame drager beschikbaar worden gesteld. Wanneer de verkoopovereenkomst schriftelijk is, behoudt ze in ieder geval de inlichtingen bedoeld in §2.
§4. Indien een garantie niet conform de vereisten bepaald in §§2 en 3 is, doet zulks op generlei wijze afbreuk aan het recht van de consument om de naleving ervan te eisen. Zulks geldt eveneens wanneer de garantie niet conform is aan de eisen voorzien in artikel 13, eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.""
De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 14 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
Een artikel 3octies (nieuw) invoegen, luidende als volgt:
"Art. 3octies. - In dezelfde afdeling wordt een artikel 1649octies ingevoegd, luidende als volgt:
"Art. 1649octies. - Zijn nietig, contractuele bedingen of afspraken overeengekomen vooraleer het gebrek aan overeenstemming aan de verkoper door de consument ter kennis is gebracht, en waardoor, rechtstreeks of onrechtstreeks, de rechten die de consument uit deze afdeling put, worden beperkt of uitgesloten. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op een overeenkomst beheerst door deze afdeling toepasselijk verklaart, is nietig wat betreft de in deze afdeling geregelde aangelegenheden, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in genoemde aangelegenheden een hogere bescherming verleent.""
Op amendement 14 heeft de heer Hugo Vandenberghe het subamendement 15 ingediend (zie stuk 3-722/2) dat luidt:
De aanhef van het voorgestelde artikel 1649octies doen luiden als volgt:
"Onverminderd artikel 1649quater, §1, laatste lid,".
-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.
-De aangehouden stemmingen en de stemming over het wetsontwerp in zijn geheel hebben later plaats.
De heer Luc Willems (VLD), corapporteur. - De commissie voor de Justitie heeft het wetsontwerp op 30 juni 2004 besproken. De Kamer van Volksvertegenwoordigers wijzigde immers de tekst die wij eind april in de Senaat hebben goedgekeurd.
Het ontwerp beoogt de invoering van een wetboek van internationaal privaatrecht, het IPR. Het IPR omvat het geheel van de bepalingen die in een staat, in verband met private situaties van internationale aard in burgerlijke en handelszaken, de volgende materies regelen: de bevoegdheid van de nationale overheden; de aanwijzing van het toepasselijk nationale recht door middel van conflictenregels of verwijzingsregels; het bepalen onder welke voorwaarden een buitenlandse rechterlijke beslissing of een buitenlandse authentieke akte in een staat gevolgen kan hebben. Momenteel zijn de IPR-bepalingen te vinden in verspreide, oude en onvolledige teksten.
Welke wijzigingen heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers aangebracht? Vooreerst heeft ze de termijn waarna de code effectief van kracht wordt, drastisch ingekort. Bij publicatie in de loop van de maand juli zal het nieuwe wetboek van internationaal privaatrecht van kracht zijn op 1 oktober 2004. De minister heeft zich sterk gemaakt dat de circulaires tijdig zullen worden gepubliceerd. Een andere wijziging betreft artikel 124 over de trust. Nu wordt gepreciseerd dat de trust geen afbreuk kan doen aan de wettelijke reserve voor de erfgenamen.
Tijdens de besprekingen in de commissie was er nog een kort debat betreffende adoptie en huwelijk. Er werd gevraagd naar de gevolgen van het wetboek op het vlak van adoptie. Het toepasselijke recht is dat van de adoptanten. Wanneer twee buitenlanders in België verblijven zal bij adoptie hun nationaal recht de adoptie beheersen. De minister verwees hiervoor naar het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 betreffende de internationale adoptie. Indien de adoptanten de nationaliteit hebben van een lidstaat die het Verdrag van Den Haag goedgekeurd hebben, rijst geen probleem daar de goedkeuring wederzijds wordt erkend. Als beide adoptanten de Franse nationaliteit hebben, volstaat de Belgische goedkeuring.
Verder werd ook bevestigd dat de richtlijn betreffende de huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht, die een paar maanden geleden werd uitgevaardigd, zal worden ingetrokken en worden aangepast aan de nieuwe bepalingen van het wetboek. Wat de verstoting betreft zullen de buitenlandse akten van verstoting daterend van 1 oktober 2004 en later vallen onder het regime van het wetboek.
Het wetsontwerp werd eenparig aangenomen.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik wens nogmaals het belang van dit wetsontwerp te onderstrepen. Het is sinds de goedkeuring van het wetboek op het gerechtelijk recht in de jaren zestig geleden dat het Belgische parlement nog een volledig wetboek heeft besproken.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik feliciteer de voorzitter van de commissie voor de Justitie van de Senaat die ver van de camera's een moeilijke taak tot een goed einde heeft gebracht. Universiteitsprofessoren hadden de tekst weliswaar goed voorbereid, maar de concretisering van een wetenschappelijk werk door politici is een hachelijke onderneming. Alle commissieleden konden hun standpunt duidelijk maken. De basistekst was al buitengewoon goed, maar dankzij de hardnekkigheid van de commissievoorzitter is de tekst nu echt af.
De tekst werd heen en weer gezonden tussen Kamer en Senaat. Er werden materiële en technische correcties aangebracht. Ik hoop dat dit Wetboek zo snel mogelijk zal worden toegepast. Normaal zou dat vanaf 1 oktober moeten gebeuren.
De minister zei in de commissie terecht dat nog talrijke ministeriële circulaires nodig zullen om de ambtenaren van de burgerlijke stand en de bevolking voldoende te informeren. Dit vrij technische wetboek heeft immers immense gevolgen voor de hele maatschappij. Het betreft niet alleen adoptie en verstoting maar ook goederen, contracten en verrichtingen in het buitenland. De regering en de parlementsleden moeten zorgen dat dit Wetboek de nodige ruchtbaarheid krijgt.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik ben slechts sporadisch lid van de commissie voor de Justitie maar wil toch beklemtonen dat de commissie met het tot stand brengen van deze wet bewezen heeft dat de Senaat degelijk werk kan leveren. Ik wil de welbespraakte voorzitter van die commissie dan ook danken, omdat hij de werkzaamheden uitstekend heeft geleid. Deze commissie heeft werkelijk getoond wat de Senaat kan verwezenlijken.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik sluit me aan bij de opmerkingen en woorden van dank van de dames Nyssens en De Roeck. De vorige regering had de grootste moeite om dit werk tot een goed einde te brengen. Het was wijs dit dossier aan het parlement, en meer bepaald aan de Senaat, toe te vertrouwen voor een meer serene analyse.
De tekst heeft verstrekkende gevolgen, onder meer voor de gemeenten. Ik hoop dat de parlementsleden goede tussenpersonen zullen zijn. Mijn indrukwekkende fractie (Men glimlacht.) heeft weliswaar niet alle werkzaamheden bijgewoond, maar ik erken dat grondig werk is geleverd. Het komt er nu op aan daar de nodige ruchtbaarheid aan te geven.
Ook ik feliciteer de voorzitter van de commissie.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dank u, mevrouw. Ik hoop maar dat dit geen grafrede is... (Men glimlacht.)
De heer Luc Willems (VLD). - Ik bevestig dat het voorliggende wetsontwerp een meesterwerk is. Dat de media hieraan niet de minste aandacht besteden, sterkt me nog in die overtuiging. De impact van de bepalingen van het Wetboek is nochtans groot, daar het toekennen van rechten in de regel niet meer gebaseerd is op nationaliteit, maar op de verblijfplaats. Ik veronderstel dat vanaf 1 oktober, de datum van inwerkingtreding van deze reglementering, heel wat studiedagen en colloquia zullen worden georganiseerd en allerlei artikels zullen worden gepubliceerd.
De voorzitter. - In feliciteer nogmaals de commissie voor de Justitie en haar voorzitter voor dit fundamentele werk. De Senaat toont hiermee opnieuw aan dat hij onmisbaar is. Alleen een bezinningskamer zoals de onze kan dergelijk werk aan, en dat verheugt me.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Een wetboek als dit kan alleen tot stand komen door samenwerking. De ene actor is hierbij al wat meer zichtbaar dan de andere. Zonder de juiste ingesteldheid en een goed begrip van de minister van Justitie en zonder haar actieve medewerking, zou deze reglementering niet tot stand zijn gekomen.
Dat we hierin binnen de termijn van een jaar geslaagd zijn toont aan dat de Senaat zijn wetgevende taak aankan. Ik hoop dat wij volgend jaar onze werkzaamheden met betrekking tot het Wetboek van strafprocesrecht eveneens tot een goed einde kunnen brengen.
-De algemene bespreking is gesloten.
(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-1078/7.)
-De artikelen 1, 5 tot 14, 23, §§1 en 2, 27, §1, vierde lid, en §2, 31, §1, derde lid, 32, 33, 36, 40, 42, 43, 59, 61, 66, 73, 77, 85, 86, 96, 97, 109, 118, 121, §4, 123, 126, §1, 134, 135, 136 en 139, 5º en 8º, worden zonder opmerking aangenomen.
-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.
De voorzitter. - Bij de Senaat is het dossier aanhangig van mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton, senator-opvolgster voor het Franse kiescollege, die in aanmerking komt om de heer Louis Michel te vervangen overeenkomstig artikel 50 van de Grondwet en artikel 1bis van de wet van 6 augustus 1931.
Het Bureau is zopas bijeengekomen om de geloofsbrieven van de mevrouw Crombé-Berton te onderzoeken.
Ik stel U voor onmiddellijk het verslag van het Bureau te horen. (Instemming)
Dan verzoek ik de heer Timmermans, rapporteur, kennis te geven van het verslag van het bureau.
De heer Jacques Timmermans (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton, werd op 18 mei 2003 tot derde opvolgster van lijst nr. 3 voor het Franse kiescollege verkozen. Haar geloofsbrieven zijn als zodanig op 5 juni 2003 door de Senaat geldig verklaard.
Aangezien de heer Alain Destexhe, tweede opvolger van dezelfde lijst, op 29 juni 2004 de eed heeft afgelegd als lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, komt mevrouw Crombé-Berton in aanmerking om de heer Louis Michel te vervangen overeenkomstig artikel 50 van de Grondwet en artikel 1bis van de wet van 6 augustus 1931.
Overeenkomstig artikel 235 van het Kieswetboek is het Bureau overgegaan tot een aanvullend onderzoek van de geloofsbrieven van mevrouw Crombé-Berton. Het Bureau heeft vastgesteld dat zij nog steeds aan de verkiesbaarheidsvereisten, opgelegd door de Grondwet, voldoet.
Bijgevolg heeft het Bureau de eer U eenparig voor te stellen, mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton als rechtstreeks verkozen senator toe te laten.
-De besluiten van het verslag worden aangenomen.
De voorzitter. - Ik verklaar mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton geïnstalleerd in haar functie van rechtstreeks verkozen senator. (Algemeen applaus)
Ik stel voor dat de Senaat op 8 juli een nieuwe gecoöpteerde senator aanwijst. (Instemming)
(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)
De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 28 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw de Bethune.
Stemming 1
Aanwezig: 61
Voor: 14
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 29 tot 32 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw de Bethune. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 27 van de heer Thissen.
Stemming 2
Aanwezig: 61
Voor: 10
Tegen: 40
Onthoudingen: 11
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 33 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw de Bethune.
Stemming 3
Aanwezig: 61
Voor: 19
Tegen: 40
Onthoudingen: 2
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 34 tot 39 van de heer Hugo Vandenberghe en mevrouw de Bethune. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 4
Aanwezig: 61
Voor: 18
Tegen: 39
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 2 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 5
Aanwezig: 62
Voor: 16
Tegen: 39
Onthoudingen: 7
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 41 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 6
Aanwezig: 62
Voor: 15
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 42 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 43 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 7
Aanwezig: 60
Voor: 16
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 44 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 3 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 8
Aanwezig: 61
Voor: 14
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 4 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 9
Aanwezig: 62
Voor: 11
Tegen: 40
Onthoudingen: 11
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 5 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 10
Aanwezig: 62
Voor: 13
Tegen: 40
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 6 tot 14 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 15 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 11
Aanwezig: 61
Voor: 11
Tegen: 46
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 16 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 18 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 12
Aanwezig: 62
Voor: 14
Tegen: 46
Onthoudingen: 2
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 17 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 13
Aanwezig: 62
Voor: 13
Tegen: 47
Onthoudingen: 2
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 19 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 14
Aanwezig: 62
Voor: 22
Tegen: 40
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 26 van mevrouw De Schamphelaere.
Stemming 15
Aanwezig: 61
Voor: 16
Tegen: 40
Onthoudingen: 5
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 20 en 21 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 22 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 16
Aanwezig: 61
Voor: 17
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 23 van de dames de Bethune en De Schamphelaere. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 40 van de heer Caluwé.
Stemming 17
Aanwezig: 62
Voor: 17
Tegen: 42
Onthoudingen: 3
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 24 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 18
Aanwezig: 62
Voor: 19
Tegen: 39
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 25 van de dames de Bethune en De Schamphelaere.
Stemming 19
Aanwezig: 62
Voor: 18
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.
Stemming 20
Aanwezig: 62
Voor: 40
Tegen: 22
Onthoudingen: 0
-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
Stemming 21
Aanwezig: 61
Voor: 39
Tegen: 22
Onthoudingen: 0
-Het wetsontwerp is aangenomen.
-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - Eigenlijk heb ik vanmorgen al alles gezegd, maar toen waren er zo weinig leden aanwezig dat ik het kort nog even wil herhalen om de Senaat ervoor te behoeden uit onwetendheid een verkeerde stem uit te brengen.
In de Belgische Grondwet is het principe ingeschreven dat niemand kan onteigend worden tenzij met voorafgaande en billijke vergoeding. De procedure daarvoor werd vastgelegd in een wet van 1835.
In 1962 vond men dat die procedure te lang duurde en werd een spoedprocedure ingevoerd. Daarbij pleegt de staat eigenlijk een hold-up, want de goederen worden afgenomen vóór de definitieve schadevergoeding is bepaald. De vrederechter, aangewezen door de overheid, bepaalt de vergoeding, maar de overheid kan een herzieningsprocedure instellen. Daardoor krijgen mensen van de vrederechter, bijvoorbeeld, 5 miljoen frank toegewezen, wat nadien in eerste aanleg 3 miljoen wordt en in beroep 4 miljoen. Dat laatste arrest wordt echter 10, 15 soms zelfs 20 jaar na de feiten geveld. Mensen moeten dan 20 jaar rente terugbetalen, soms nog tegen 12%. Ze worden dus onteigend zonder een billijke vergoeding en sommigen worden zelfs van hun vermogen beroofd.
In 1962 noemde men dit een voorlopige wet. Na het reces zou men erop terugkomen. Nu, 42 jaar later, wil de minister van Justitie een commissie oprichten. We moeten toch ernstig blijven. Men heeft al 42 jaar de tijd gehad om commissies op te richten. Daarom vraag ik de conclusie van de commissie te verwerpen.
De conclusie van de commissie werd met de `stemrechtmeerderheid' goedgekeurd. Op 12 december heb ik al gewaarschuwd voor een nieuwe gitzwarte zondag. Nu gaat men weer op dezelfde manier te werk.
Kijk naar de publicaties over deze materie. De Raad van State bracht een gunstig advies uit over mijn voorstel; de emeritus procureur-generaal van het Hof van Cassatie heeft zich voor mijn voorstel uitgesproken. Ik zie dus niet in waarom men er nu nog tegen kan zijn.
Het voorstel houdt in dat een burger die onteigend wordt, van de overheid een vergoeding krijgt die nooit meer kan worden verminderd. Later kan de rechtbank eventueel nog beslissen dat hij te weinig kreeg, maar hij moet dus nooit iets teruggeven. Dat is perfect in overeenstemming met het non-discriminatieprincipe, zoals blijkt uit het advies van de Raad van State.
Ik wil vooral de collega's van de MR vragen even na te denken. Toen het voorstel in de commissie werd besproken, waren de verkiezingen nog niet voorbij en lieten ze zich verleiden tot een collectivistisch standpunt. Ik vraag hen nu eens een liberaal standpunt in te nemen, een menselijk standpunt. Ik vraag hen tegen de conclusie van de commissie te stemmen, dan kan het voorstel terug naar de commissie en zullen we voor één keer de stem van het volk hebben gevolgd. Misschien komen we in oktober of november dan niet opnieuw voor een gitzwarte zondag te staan.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - De CDH-fractie zal zich bij de stemming over het wetsvoorstel onthouden.
In de commissie gaf iedereen toe dat er iets moet worden gedaan. Het is zeker de moeite waard de wetgeving te herzien om een einde te maken aan de situaties die in het voorstel worden vermeld. Het is onrechtvaardig dat mensen na een lange periode een deel van de ontvangen vergoeding, soms vermeerderd met intresten, moeten terugbetalen.
We hebben in de commissie actief aan de discussie deelgenomen, maar we konden niet akkoord gaan met de voorstellen van de heer Coveliers om de wet van 1962 te wijzigen.
We zijn het wel eens over de grond van de zaak en daarom zullen we ons onthouden, in de hoop dat er spoedig een parlementair initiatief of een wetsontwerp tot wijziging van de bestaande wetgeving zal worden ingediend. De regering moet haar verantwoordelijkheid op zich nemen.
Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ik heb geluisterd naar de uiteenzetting van de heer Coveliers en herhaal wat wij in de commissie hebben gezegd.
Zijn uitgangspunt is zeker edelmoedig, maar de formulering van zijn voorstel is niet zonder risico's. We zijn niet gekant tegen een wetswijziging, maar we trekken lering uit de discussie in de commissie en zullen een voorstel indienen dat tegemoetkomt aan de geformuleerde bezwaren.
Daarom handhaven wij het standpunt dat we in de commissie hebben ingenomen. Bovendien mag de heer Coveliers hier geen affectieve electorale chantage plegen.
De heer Philippe Mahoux (PS). - We hebben zowel in de commissie als vanmorgen in plenaire vergadering gezegd dat er een dubbel probleem is, namelijk het juridische aspect en de tijd die nodig is voor het vinden van een oplossing voor een probleem dat reeds lang bestaat.
We zijn het niet eens met de oplossing die de heer Coveliers voorstelt. We moeten de regering vragen om in de komende weken, zoals beloofd, een voorstel uit te werken.
Dat voorstel moet rekening houden met de belangen van alle partijen en vooral met die van de kleine gemeenten.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Er zijn natuurlijk verschillende technische oplossingen te bedenken voor het probleem dat iedereen erkent, maar ik wijs erop dat het verwerpen van de conclusies van de commissie inhoudt dat het wetsvoorstel terug naar de commissie wordt gestuurd en dat we het debat in dat geval niet sluiten. Indien echter een meerderheid voor de conclusie van de commissie stemt, is het probleem voorgoed begraven, inclusief alle mogelijke oplossingen.
Wie in het voorstel-Coveliers niet de beste oplossing ziet, kan tegen de conclusies van de commissie stemmen zonder zich over de grond van de zaak uit te spreken. Als een meerderheid dat doet, kunnen we na het zomerreces nagaan of we met een betere formule alsnog tot een oplossing komen ofwel de zaak terug naar de commissie sturen.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij blijven bij onze stem omdat de regering beloofd heeft in de loop van de volgende weken een oplossing te zullen vinden.
De voorzitter. - Wij stemmen over de conclusie van de commissie die voorstelt dit wetsvoorstel te verwerpen.
Stemming 22
Aanwezig: 61
Voor: 29
Tegen: 31
Onthoudingen: 1
-De conclusie wordt niet aangenomen.
De voorzitter. - Normaal moeten we nu de artikelsgewijze bespreking aanvatten, maar dat zou weinig redelijk zijn. Ik stel dus de terugzending naar de commissie voor. (Instemming)
De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 2 van de heer Hugo Vandenberghe.
Stemming 23
Aanwezig: 61
Voor: 23
Tegen: 38
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 3 tot 15 van de heer Hugo Vandenberghe. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.
Stemming 24
Aanwezig: 61
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 5
-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:
Donderdag 8 juli 2004
's ochtends om 10 uur
Voorstel van resolutie tot uitbreiding van de verplichtingen van het mandaat van de internationale financiële organisaties (van mevrouw Anne-Marie Lizin); Stuk 3-25/1 tot 4.
Migranten en ontwikkeling: krachten voor de toekomst; Stuk 3-351/1 tot 3.
Vragen om uitleg:
's namiddags om 15 uur
Onderzoek van de geloofsbrieven, installatie en eedaflegging van nieuwe leden.
Inoverwegingneming van voorstellen.
Mondelinge vragen.
Vanaf 17 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.
Vragen om uitleg:
-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.
Stemming 25
Aanwezig: 59
Voor: 50
Tegen: 0
Onthoudingen: 9
-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist in te stemmen met het wetsontwerp.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In vergelijking met de kraaknet onderhouden Britse en Duitse begraafplaatsen voor gesneuvelde militairen liggen de Belgische militaire begraafplaatsen er schandalig verwaarloosd bij. Op de Belgische militaire begraafplaatsen moeten bezoekers oppassen dat ze niet struikelen, reikt het gras ze tot de knieën en zijn de graven overwoekerd.
De talrijke bezoekers klagen in bezoekersboeken over de respectloze behandeling van de gesneuvelde militairen.
Sinds begin 2004 is het onderhoud van de begraafplaatsen overgeheveld van Binnenlandse Zaken naar Defensie. Door geldgebrek en een gebrek aan mankracht zijn er weinig mogelijkheden om de Belgische begraafplaatsen kraaknet te onderhouden. Dat staat in schril contrast met de manier waarop de Britten het aanpakken. Jaarlijks geeft de Britse regering vijf miljoen euro voor het onderhoud van de Britse begraafplaatsen. Honderddertig personen zijn daarmee bezig op 600 verschillende sites. Een team van twaalf man is telkens verantwoordelijk voor dertig begraafplaatsen. Elke begraafplaats kan op die manier om de twee à drie weken onder handen genomen worden.
Graag kreeg ik van de minister een antwoord op volgende vragen.
Hoeveel personen staan in voor het onderhoud van de Belgische militaire begraafplaatsen? Acht de minister het wenselijk die personeelsformatie in de toekomst uit te breiden?
Welk budget wordt jaarlijks besteed aan het onderhoud van de Belgische militaire begraafplaatsen? Acht de minister het raadzaam hiervoor in de toekomst bijkomende middelen uit te trekken?
Welke maatregelen zal de minister nemen om ervoor te zorgen dat onze militaire begraafplaatsen er in de toekomst even mooi bij liggen als de Britse en Duitse?
(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)
De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - Het aantal personeelsleden dat voor het onderhoud van de militaire begraafplaatsen wordt ingezet, wordt overgelaten aan het initiatief van het betrokken privé-bedrijf.
Het budget dat het ministerie van Defensie voor het jaar 2004 hiervoor heeft vrijgemaakt, bedraagt 625.000 euro. Mijn ministerie heeft het beheer van de begraafplaatsen pas op 1 januari van dit jaar overgenomen. Eind januari 2004 werden drie driejarige contracten voor het onderhoud van de begraafplaatsen met burgerfirma's gesloten. De inwerkingtreding van die contracten heeft wat vertraging opgelopen door de procedure vereist voor de goedkeuring van het budget. De problemen zijn nu voor het merendeel opgelost, zodat de burgerfirma's zeer binnenkort kunnen beginnen met het onderhoud van de begraafplaatsen.
Zo ziet de toestand eruit voor het jaar 2004. Ik zou op een andere manier te werk willen gaan voor de militaire begraafplaatsen, namelijk door de gemeenten, de vaderlandslievende verenigingen en de scholen bij het onderhoud ervan te betrekken om op die manier ook een vorm van herdenking te organiseren. We moesten evenwel in het allernoodzakelijkste voorzien.
Ik hoop dat tegen 11 november van dit jaar maatregelen zullen zijn genomen om samen te werken met de verenigingen, zodat we niet meer uitsluitend een beroep moeten doen op privé-bedrijven.
De voorzitter. - Ik stel voor deze vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) klaagt over de vaak grote verschillen tussen de door verschillende ziekenhuizen aangerekende niet-medische kosten. Die zogenaamde `diverse kosten' kunnen soms hoog oplopen. De ziekenhuisfactuur is vaak ingewikkeld en niet duidelijk over dit punt. De kostprijsverschillen zijn vaak groot naargelang van het ziekenhuis.
Het gaat om kosten voor uiteenlopende niet-medische goederen en diensten: telefoonkosten, dranken, logies voor personen die de patiënt begeleiden.
Omdat de verschillen zo groot zijn, wens ik te weten of maatregelen werden getroffen om na te gaan of de wettelijke verplichting om de patiënt vooraf in te lichten over de prijs wordt nageleefd en of preventief wordt gestreefd naar bescherming van de patiënt tegen onaangename verrassingen op de ziekenhuisfactuur.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Uit een studie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) blijkt dat de ziekenhuizen te hoge prijzen aanrekenen voor producten die niets met de medische verzorging te maken hebben, zoals frisdrank of telefoonkosten.
Naast het feit dat het verblijf in een kamer alleen al een hoge factuur tot gevolg kan hebben, kan ook de rubriek `diverse kosten' onverwacht hoog uitvallen. Onder die rubriek factureren de ziekenhuizen producten en diensten die niet terugbetaald worden door het ziekenfonds of de hospitalisatieverzekering. Hieronder vallen bijvoorbeeld het verbruik van frisdrank en de telefoonkosten.
De patiënten hebben deze kosten weliswaar zelf in de hand, maar weten niet altijd welke kostprijs voor bepaalde diensten en goederen wordt aangerekend. Zo wordt voor telefoneren gemiddeld het dubbele van het Belgacom-tarief gevraagd en kost een fles water in het ziekenhuis beduidend meer dan dezelfde fles in een winkel.
Bovendien verschillen de prijzen erg van ziekenhuis tot ziekenhuis. Het OIVO stelde vast dat voor dezelfde reeks producten en diensten in sommige ziekenhuizen tot tienmaal meer wordt aangerekend.
Ziekenhuizen zijn daarenboven verplicht om een prijslijst aan te bieden. Volgens het OIVO krijgen de patiënten te weinig of slechte informatie en moet men heel wat moeite doen om een prijslijst te bemachtigen.
Acht de minister het wenselijk om in de verschillende ziekenhuizen tot een harmonisering van de prijzen te komen wat de rubriek `diverse kosten' betreft? Op welke wijze zal hij dit trachten te realiseren?
Acht de minister het wenselijk de ziekenhuizen beter te controleren op de naleving van de wet op de ziekenhuisfacturen?
Welke maatregelen zal hij nemen om de patiënten beter in te lichten en te sensibiliseren over de rubriek `diverse kosten', zodat onaangename financiële verrassingen worden vermeden?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik heb, net als u, kennis genomen van de studie. Ik kan de resultaten op dit ogenblik ontkennen noch bevestigen, maar ik ga ervan uit dat het verslag een correcte weergave is van de bevindingen. In de studie wordt onder `diverse kosten' de comfortdiensten verstaan zoals telefoon, televisie, bijkomende maaltijden of toiletartikelen. Het betreft kosten die niet onder de huidige wetgeving op de prijs van de verpleegdag vallen.
Mijn administratie beschikt dus niet over gegevens terzake. Het zijn veeleer de ziekenfondsen die dit kunnen nagaan aan de hand van de facturen die door hun leden worden ingediend. Ik heb dat bij een groot ziekenfonds nagevraagd, maar blijkbaar beschikken zij evenmin over dergelijke studies.
Ik ben het er volkomen mee eens dat de patiënt zo goed mogelijk moet worden voorgelicht over de kosten die hem of haar bij een opname in het ziekenhuis te wachten staan. Met dat doel voor ogen heb ik een koninklijk besluit genomen waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waaraan de opnameverklaring dient te voldoen die bij elke ziekenhuisopname aan de patiënt moet worden voorgelegd. Dit koninklijk besluit is vorige week voor publicatie aan het staatsblad overgezonden. Met dat formulier streven wij de transparantie na van de kosten die ten laste vallen van de patiënten. Het bevat vier rubrieken: de verblijfskosten, de farmaceutische kosten, de erelonen en de diverse kosten. Deze laatste rubriek bevat de elementen die in de studie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties aan bod kwamen.
Tenslotte wil ik mij aansluiten bij een tweede conclusie van het rapport. De hoofdprioriteit van de ziekenhuizen is het verstrekken van gezondheidszorg. Uit hoofde van mijn bevoegdheid wil ik de financiële inspanningen in de sector dan ook blijven toespitsen op kwaliteit en financiële toegankelijkheid.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik neem akte van het antwoord van de minister, dat veeleer een erkenning van onmacht is. Misschien moeten de prijzen worden geafficheerd? Ik weet niet of ze op eenzelfde niveau gebracht kunnen worden. Elk ziekenhuis geniet wat dat betreft wellicht enige vrijheid voorzover de prijzen voldoende duidelijk worden aangekondigd. Dit soort kosten wordt vaak in een moeilijke of dramatische situatie of zelfs in een noodsituatie gemaakt. Na een ziekenhuisopname zijn mensen soms verrast te zien dat de diverse kosten die hun worden aangerekend, veel hoger zijn dan de eigen bijdrage die ze nog moeten betalen. We moeten daar ook oog voor hebben.
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Wat uw voorstel betreft om de prijzen duidelijk kenbaar te maken, wil ik erop wijzen dat sommige prijzen gereglementeerd zijn. Ik deel uw bekommering.
De heer Vandenberghe en de heer Brotcorne hebben gelijk. We moeten alles doen om de prijs zo duidelijk mogelijk voor te stellen zodat de patiënten onmiddellijk begrijpen hoeveel hun opname in het ziekenhuis zal kosten.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
De heer Michel Guilbert (ECOLO). - Krachtens een circulaire van februari 2002 van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep is de federale politie belast met het onderzoek van de sluikhandel inzake leefmilieu en hormonen.
Wat het leefmilieu betreft, is de federale politie bevoegd voor het beleid inzake afval, nucleaire stoffen en beschermde fauna en flora.
We stellen evenwel vast dat de milieuambtenaren van sommige gerechtelijke arrondissementen wordt opgedragen niet te controleren of de handelaars de Conventie van Washington naleven. De hiërarchische verantwoordelijken van de federale politie zijn van oordeel dat dit een taak is voor de lokale politie. De lokale politie aanvaardt die opdracht evenwel niet. Het is voor de gemeentelijke overheid immers moeilijk maatregelen te nemen tegen een handelaar die een goede faam geniet. Hetzelfde gebeurt met de controle op het storten van afval. De lokale overheden staan soms huiverachtig tegenover het controleren van de milieureglementering.
De federale politie verliest dus een deel van zijn prerogatieven ten voordele van de lokale politie, die ingevolge een gebrek aan politieke bereidheid nalaat haar opdracht te vervullen. Dit verschijnsel zou zich vooral in Wallonië voordoen omdat de federale politieteams in Vlaanderen krachtiger zijn en beter werken.
Graag had ik van de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Leefmilieu vernomen wat de taak is van de federale politie inzake leefmilieu, zodat kan worden vermeden dat de federale, de lokale en de milieupolitie de verantwoordelijkheid op elkaar afschuiven.
Wat is de rol van de federale overheid in deze aangelegenheid?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Eerst en vooral moeten de prioriteiten worden bepaald. Verschijnselen die als prioritair worden gekenmerkt, vergen een integrale en geïntegreerde aanpak.
In het kader van de strijd tegen de milieucriminaliteit wordt in het veiligheidsplan 2004-2007 prioriteit gegeven aan het bestrijden van afvalzwendel. Wegens het belang voor de volksgezondheid en het milieu in het algemeen zullen de politiediensten zich vooral toeleggen op de strijd tegen de afvalzwendel. Het is de bedoeling tot een samenwerkingsverband te komen tussen de verschillende componenten van de eenheidspolitie en een pro-actief plan uit te werken. Er is een systeem uitgewerkt voor de ontwikkeling van een gestructureerd netwerk voor de uitwisseling van informatie tussen het terrein en de coördinatiecellen.
Het berichtgeversnetwerk telt momenteel 532 leden, afkomstig van de gerechtelijke arrondissementele diensten, informatiekruispunten, eenheden van de verkeerspolitie, spoorwegpolitie, scheepvaartpolitie en van de lokale politiezones. Er is dus geen sprake van het doorschuiven van verantwoordelijkheid tussen de federale politie, de lokale politiediensten en de milieupolitie, maar van een verdeling van de taken in het kader van een geïntegreerde aanpak.
Biodiversiteit en handel in vuurwerk worden als niet-prioritaire materies inzake milieucriminaliteit beschouwd. De federale politie en de lokale politiediensten kunnen de problemen uitsluitend op een integrale of op een geïntegreerde wijze aanpakken. Ze beperken zich tot het beantwoorden van klachten en verklaringen.
De Ministerraad van 30 en 31 maart 2004 heeft duidelijk gewezen op het belang dat de regering hecht aan haar rol ter zake. De raad heeft het college van procureurs-generaal gevraagd te onderzoeken of het wenselijk is dat er een federale commissie wordt opgericht betreffende de vervolging van overtredingen van de milieureglementering. Bovendien bevat de kadernota geïntegreerd en integraal veiligheidsbeleid een hoofdstuk over voedselveiligheid en residuen, en een hoofdstuk over afvalzwendel.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - De Staten-Generaal van de verkeersveiligheid hebben verschillende doelstellingen vastgelegd: een vijfjarige sensibiliseringscampagne met betrekking tot overdreven snelheid, de uitrusting van voertuigen met een zwarte doos, de introductie van het ISA-systeem, de herziening van de opstellingsregels voor vaste radars en de digitalisering van de radarsystemen.
Graag wou ik de minister van Binnenlandse zaken ondervragen op basis van de statistieken van zondag 20 juni jl. Op 2.412 voertuigen die in Brussel werden gecontroleerd, waren er 2.267 of 94% in overtreding. Toch werden slechts 340 processen-verbaal opgesteld.
De methode om te bepalen vanaf welk moment een automobilist die te snel rijdt, wordt geverbaliseerd heet `V80'.
Vroeger bepaalde het parket zelf de tolerantiedrempel met betrekking tot snelheidsovertredingen, meestal 10% van de toegestane maximumsnelheid.
De `V80-methode' is vooral gericht op de controle van de snelheid op grote invalswegen, waar overdreven snelheid tot ongelukken leidt, en op snelheidssteekproeven. Daarbij kiest men een bepaalde snelheid onder de hoogste snelheid die is vastgesteld, vanaf welke iedereen systematisch wordt geverbaliseerd. De controle kan bemand of onbemand gebeuren. Sommige bronnen zeggen dat vanaf de 21ste hoogste snelheid wordt geverbaliseerd, andere vanaf de 11de. De steekproef zou volgens de pers op 100 voertuigen slaan, en volgens andere bronnen zou het aantal variabel zijn.
Kortom, de drempel vanaf welke zal wordt geverbaliseerd is niet alleen verschillend bij elke radarcontrole, maar ook naargelang van de weersomstandigheden.
Die drempel lijkt in feite dus volledig willekeurig te zijn en niet in verhouding te staan tot andere controles.
Nemen we het voorbeeld van een drempelbepaling tijdens een regenbui: de drempel zal niet ver van het wettelijk minimum liggen. Na de regenbui dreigen er dus veel meer processen-verbaal te worden opgemaakt.
Vandaar mijn vragen aan de minister.
1. Vanaf het hoeveelste voertuig en rekening houdend met welke steekproef wordt de snelheidsdrempel vastgelegd vanaf welke een proces-verbaal zal worden opgemaakt?
2. Moet die drempel onder bepaalde voorwaarden worden onderzocht? Welke? Hoe wordt de drempel gewijzigd?
3. Wordt de drempel op basis van verschillende steekproeven vastgelegd? Immers, hoe groter de steekproef, hoe nauwkeuriger en efficiënter de controle.
4. Welke billijkheidsgaranties biedt het V80-systeem voor een niet-discriminatoire behandeling van alle automobilisten?
5. Welke radarsystemen zal men gebruiken?
6. Wat is de invloed van een V80-campagne op het gedrag van de automobilisten met betrekking tot de aangepaste snelheid?
7. Zal deze methode ook worden toegepast op andere verkeersaders dan de grote invalswegen, zoals autosnelwegen of andere rechte wegen, zelfs op het platteland? Kortom, zal het gebruik van deze methode worden veralgemeend als de deugdelijkheid ervan vaststaat?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het gaat niet om nieuwe radars, maar om een gebruikswijze die rekening houdt met het debiet en de vlotheid van het verkeer.
De politie van Brussel-Hoofdstad-Elsene voert steeds bemande snelheidscontroles uit met een Mesta 208-radar.
Op 20 juni jongstleden lichtte de politie van Brussel-Hoofdstad-Elsene de minister van Binnenlandse zaken in over een controle die ze heeft uitgevoerd in de Franklin Rooseveltlaan. Er werden 2.412 voertuigen gecontroleerd. De gemiddelde snelheid bedroeg 67 km/uur en de maximaal gemeten snelheid was 124 km/uur. De tolerantiedrempel die volgens het V80-principe is vastgelegd, was 75 km/uur. Er werden 314 processen-verbaal opgesteld en 13 rijbewijzen werden op bevel van het parket ingetrokken.
Uw andere vragen over het V80-systeem hebben betrekking op het vervolgingsbeleid van het parket van Brussel die de instelling van een tolerantiedrempel heeft gevraagd. De antwoorden op die vragen zullen door de minister van Justitie moeten worden verschaft.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik onthoud dat de tolerantiedrempel door het parket zelf wordt vastgelegd en dus niet afhankelijk is van de `grillen' van het V80-systeem.
De voorzitter. - Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken
De heer Pierre Galand (PS). - De Verenigde Naties hebben in de naoorlogse periode een bepalende rol gespeeld in de bemiddeling bij veiligheidskwesties en in de begeleiding van het dekolonisatieproces.
De VN hebben ook de ontwikkeling begeleid via een aantal gespecialiseerde organisaties waarvan de werking gecoördineerd werd in het UNDP, het programma van de Verenigde Naties voor Ontwikkeling.
Die periode van multilateralisme leidde tot enige normering van de internationale betrekkingen, zowel via de ondertekening van internationale akten als door de oprichting van internationale instellingen, met als laatste telg het Internationaal Strafhof.
Dat mocht dan, met de woorden van de Gaulle, wel een grand machin lijken, de verdienste ervan was dat het gedurende dertig jaar bijdroeg tot internationale veiligheid en samenwerking. De VN waren op de internationale scène de spreekbuis van de zwakke tegen de sterke.
In enkele jaren tijd is dat beeld om twee redenen verwaterd. De eerste is de eenzijdige opzegging door de Verenigde Staten van de Bretton Woods-akkoorden als basis voor de internationale financiële instellingen, om ze te belasten met de rol van bewaker van de nieuwe ultraliberale internationale financiële orthodoxie. Het nieuwe economische beleid en met name de structurele aanpassingen gooiden de ontwikkelingstheorieën overhoop en onderwierpen de gespecialiseerde VN-instellingen aan een nieuwe groeilogica. Kortom, de UNDP werd gedribbeld door het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.
De tweede reden is dat de G7, die nu de G8 is geworden, de plaats werd waar de wereldeconomie op informele wijze wordt gereguleerd en gestuurd. Die regulering is vooral gericht op de afbouw van het naoorlogse sociale compromis in de landen van het Noorden en op de herovering van de controle over de economieën van de gedekoloniseerde landen in het Zuiden. De Verenigde Staten delen er de lakens uit met de medeplichtigheid van de internationale financiële instellingen waarin ze zwaar doorwegen.
De Verenigde Staten hebben recentelijk geopteerd voor een Verenigde Naties `à la carte'. De VN zijn bijgevolg niet meer de woordvoerder van de zwakkeren tegenover de sterkeren, maar de bondgenoten van de sterkeren tegenover de zwakkeren.
Moeten de Verenigde Naties niet opnieuw worden uitgevonden of is minstens geen diepgaande hervorming nodig zodat de instelling opnieuw de gemeenschappelijke belangen van de mensheid kan verdedigen en de rechten van de volken en van de werelddemocratie beschermen? Is de minister van oordeel dat de Staten die veranderingen zullen aanvaarden en wat stelt hij dienaangaande voor?
De administratie zet haar inspanningen voort om voor België een zetel van niet-permanent lid van de Veiligheidsraad in 2007 en 2008 te veroveren. Moet niet dringend een voorbereidend debat worden georganiseerd over de deelname van ons land?
Zou het ook niet nuttig zijn een ander debat te voeren met het parlement en de burgermaatschappij om de voorstellen voor te bereiden die België in de Veiligheidsraad wil verdedigen?
Ik heb nog vier vragen.
Naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de Verenigde Naties stelde Jacques Delors voor van de sociale problemen opnieuw een prioriteit van de internationale gemeenschap te maken. Op welke manier kan België hieraan meewerken?
Op welke manier wil de minister ons land betrekken bij het herstel van het multilateralisme waarbij de belangen van de meerderheid en niet van de minderheid van de volkeren aan bod komen?
Op welke manier kan ervoor worden gezorgd dat de verschillende gespecialiseerde VN-instellingen hun signaalfunctie terugkrijgen zodat ze kunnen wijzen op de ernstige gevaren die voortvloeien uit de economische en financiële dogma's die door de G7 en de internationale financiële instellingen worden opgelegd?
Op welke manier kan België ertoe bijdragen dat de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de ontwapeningsonderhandelingen hervatten zowel wat de klassieke, bacteriologische, chemische, nucleaire als ruimtewapens betreft?
Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - In afwezigheid van de minister van Buitenlandse Zaken, die zich verontschuldigt, en in afwachting van een echt debat, wens ik al enkele elementen van een antwoord te verschaffen. Ik ben het eens met de heer Galand dat een debat over een dergelijke belangrijke kwestie nodig is.
Sinds de Millenniumverklaring die door staats- en regeringshoofden in het jaar 2000 werd goedgekeurd, staan de hervorming en de versterking van de Verenigde Naties meer dan ooit op de agenda van de internationale gemeenschap.
Eind 2003 lanceerde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties zelf een ambitieus project. Hij richtte een panel op over de bedreigingen, de uitdagingen en de veranderingen. Het panel is samengesteld uit eminente personen met ruime ervaring binnen de Verenigde Naties. Het zal aanbevelingen moeten formuleren over het collectieve antwoord en de rol van de VN, rekening houdend met de bedreigingen en uitdagingen, zowel inzake vrede en veiligheid als wat de economische en sociale problemen betreft.
Tijdens een officieel bezoek aan Brussel begin dit jaar, sprak Kofi Annan de hoop uit dat dit panel gedurfde aanbevelingen zou doen. Ik ben het daarmee volledig eens. De 192 VN-leden denken echter niet allemaal hetzelfde over wat een gedurfde hervorming van de instellingen zou kunnen zijn.
Steunend op de werkzaamheden van dit panel zal de secretaris-generaal zelf begin 2005 zijn aanbevelingen aan de Algemene Vergadering voorleggen.
Op voorstel van onder meer België zal in het najaar van 2005 een top worden gehouden over de Millenniumverklaring. Die top zal niet alleen gaan over de uitvoering van de verbintenissen inzake ontwikkeling, maar ook over het gevolg dat gegeven moet worden aan de aanbevelingen van het panel en van de secretaris-generaal. Dat is alleszins het standpunt dat door België wordt verdedigd en dat door de Europese Unie wordt gedeeld.
De Europese Unie heeft zelf ook een bijdrage geleverd tot het panel. Daarin handelt de Unie niet alleen over haar inspanningen om de armoede in de wereld te verminderen, maar ook over de rol die ze de VN wil zien spelen. Ik vermeld onder meer crisisbeheersing, vredeshandhaving, conflictpreventie.
Tijdens de voorbereidende besprekingen heeft België sterk aangedrongen op de naleving van het Handvest en op de rol van de Veiligheidsraad die de legaliteit van elke militaire interventie die geen wettelijke zelfverdediging is, moet waarborgen. Ons land heeft zich uitdrukkelijk uitgesproken voor een herziening van de samenstelling van de Veiligheidsraad teneinde hem aan te passen aan de realiteit en hem de nodige legitimiteit te bezorgen. Minister Michel heeft ook gepleit voor een nogal radicale omvorming van de Economische en Sociale Raad zodat hij, overeenkomstig het Handvest, met het nodige gezag de economische en sociale samenhang van de Verenigde Naties kan verzekeren.
België zal in 2007 en 2008 inderdaad lid zijn van de Veiligheidsraad. We zullen op het juiste moment de noodzakelijke debatten organiseren over ons beleid ter zake. We moeten er echter rekening mee houden dat zijn agenda in grote mate actualiteitsgebonden is.
Ik antwoord nu op de vier vragen.
De Millenniumverklaring geeft het sociale aspect een centrale rol in de prioriteiten van de internationale gemeenschap: de vermindering van de kloof tussen rijk en arm is er de leidraad van.
België herbevestigt voortdurend en met overtuiging zijn gehechtheid en steun aan het multilateralisme. De regeringsverklaring is duidelijk hieromtrent. Dat geldt ook voor de belangrijke rol die de Veiligheidsraad wordt toegemeten in de crisisbeheersing. De Europese Unie hecht in haar veiligheidstrategie veel belang aan een doeltreffend multilateralisme en aan internationale betrekkingen die steunen op rechtsregels en de VN centraal stellen. België onderschrijft deze strategie volledig. Ons land heeft een zeer actieve rol gespeeld in de gesprekken die de EU sinds de goedkeuring van die strategie heeft gevoerd met andere regionale groepen om de multilaterale dynamiek opnieuw aan te zwengelen.
Sedert enkele jaren wordt een toenadering vastgesteld tussen het ontwikkelingsbeleid van de Verenigde Naties en de instellingen van Bretton Woods. De gespecialiseerde agentschappen vervullen de door de heer Galand vermelde signaalfunctie uitstekend: ik verwijs naar de bewustwording die de WGO of UNAIDS heeft teweeggebracht inzake de aidsproblematiek en naar het recente verslag van de Mondiale commissie voor de sociale dimensie van globalisering dat op initiatief van de directeur-generaal van de Internationale Arbeidsorganisatie werd gepubliceerd.
Ingevolge de onrustbarende ontwikkelingen inzake non-proliferatie in Noord-Korea en Iran en de ontdekking van een clandestien netwerk van handel in massavernietigingswapens bestemd voor het Libische kernwapenprogramma, heeft de internationale gemeenschap de plicht een samenhangend, algemeen en doeltreffend non-proliferatie- en ontwapeningsbeleid te ontwikkelen. België werkt daar actief aan mee. In het kader van het Non-proliferatieverdrag, de hoeksteen van ons beleid inzake nucleaire veiligheid, heeft België in mei 2004 samen met Nederland en Noorwegen een voorstel ingediend om de internationale verbintenissen inzake de non-proliferatie van kernwapens te actualiseren. Het handelt onder meer over de wereldwijde verbreiding van dit verdrag, de versterkte inspecties, de inwerkingtreding van het Verdrag inzake een algemeen verbod op kernproeven, de stopzetting van de productie van splijtstoffen voor de productie van kernwapens, de nucleaire ontwapening, meer bepaald de vermindering en het bannen van tactische kernwapens via dringende onderhandelingen tussen de betrokken landen, of nog de onomkeerbaarheid van de nucleaire ontwapening.
België zal zijn voorstel verdedigen tijdens de Conferentie tot herziening van het Non-proliferatieverdrag in 2005.
Om de ontwapeningsconferentie in Genève die al verschillende jaren geblokkeerd is omwille van onenigheid over de agenda, uit het slop te helpen, heeft België in 2003 samen met Zweden, Algerije, Colombia en Chili een voorstel van compromisagenda ingediend. Onze tekst stelt een discussiemandaat voor over de nucleaire ontwapening, een onderhandelingsmandaat over het Verdrag voor de stopzetting van de productie van splijtstoffen voor kernwapens evenals een mandaat om besprekingen te starten met het oog op onderhandelingen om een militarisering van de ruimte te voorkomen. Dit voorstel heeft er al voor gezorgd dat de landen van de Ontwapeningsconferentie zich ervan bewust geworden zijn dat de huidige blokkering contraproductief is en dringende en belangrijke beslissingen inzake non-proliferatie tegenhoudt.
De Staten die meewerken aan de overeenkomsten met betrekking tot het verbod op chemische, bacteriologische of bepaalde andere conventionele wapens, komen jaarlijks bijeen. Ze zetten hun onderhandelingen voort op basis van een mandaat. Door geregelde bezoeken aan de betrokken hoofdsteden willen België en de Europese Unie deze conventies verbreiden.
Inzake de illegale handel in lichte en kleine wapens spant ons land zich in om het actieplan dat de Verenigde Naties in 2001 goedkeurden, te bevorderen. We hebben de nieuwe wetgeving die ons parlement in 2003 goedkeurde en die zowel betrekking heeft op de handel als de courtage, aan de Verenigde Naties voorgesteld. Verschillende landen hebben ernaar verwezen als een voorbeeld voor de internationale gemeenschap. Tijdens de vergadering van experts van de Verenigde Naties over de markering en tracering opsporen van lichte wapens hebben we het Belgische voorbeeld eveneens toegelicht. Ook daar werd onze expertise gewaardeerd. Ik verwijs ook naar het internationaal erkende en actieve beleid van ons land inzake de strijd tegen de antipersoonsmijnen.
Vergeleken met de omvang van het probleem, betekent deze opsomming niet zo veel. Ze toont niettemin concreet aan dat we gehecht zijn aan een krachtig multilateralisme, dat de hoeksteen vormt van de Verenigde Naties.
De heer Pierre Galand (PS). - Het antwoord van de staatssecretaris houdt een heel programma in. Ik hoop dat we daarover een diepgaand debat kunnen hebben. De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen zal in de herfst debatteren over de hervorming van de Verenigde Naties. Misschien kunnen we de staatssecretaris dan opnieuw ontmoeten. Met het oog op de vergadering van januari 2005 zal de commissie Globalisering in september al het thema van de Millenniumdoelstellingen aansnijden. Het parlement zal daardoor beter geïnformeerd zijn en mede het Belgische beleid kunnen begeleiden.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - Op 9 januari 1996 werd in het Sabancı Center in Istanbul een driedubbele moord gepleegd. De heer Özdemir Sabancı werd er samen met zijn medewerker en een secretaresse doodgeschoten. De moord werd gepleegd met een 7.65mm-pistool met geluidsdemper. De wandaad werd opgeëist door een Marxistisch-Leninistische groep, de DHKP-C.
Een vijftal jaren later is in het dossier van een onderzoeksrechter van Brugge het motief voor de moord terug te vinden. Het is opvallend dat dezelfde organisatie vorige week in Istanbul opnieuw een aanslag heeft gepleegd waarbij dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Musa Asaoğlu, een lid van deze beweging verklaart: "een vergeldingsactie ..., kort nadat de vier kameraden in de gevangenis van Ümraniye omgebracht waren. In Turkije zijn er drie belangrijke families, waaronder de familie Sabancı, die het politieke en economische leven volledig beheersen. Deze zijn in feite verantwoordelijk voor alle soorten onderdrukking. Hoewel de familie Sabancı als dusdanig misschien niet onmiddellijk te maken had met het voorval in Ümraniye, was het toch belangrijk dat de bevolking erop gewezen kon worden dat niet alleen onschuldige burgers, maar ook een dergelijk lid van een belangrijke familie slachtoffer kon zijn."
Voor de terroristen volstaat het dat men lid is van een bepaalde familie om slachtoffer te mogen zijn van een aanslag. Daarstraks hebben we vernomen dat in Antwerpen mensen met een bepaalde kleder- of haardracht worden overvallen en neergestoken.
Het 19-jarige secretariaatshulpje van de heer Özdemir Sabancı, Fehriye Erdal, verdween de dag na de moorden. Volgens de Turkse politie had ze de daders toegang verleend tot het gebouw en op de elfde verdieping opgevangen. Mevrouw Erdal werd drie jaar later samen met enkele communistische vrienden aangehouden in een luxueus appartement aan de zeedijk te Knokke. In haar totalitaire visie besefte ze niet dat de open haard in het appartement niet echt was. Ze had de haard aangestoken terwijl ze, trouw aan haar communistische principes, het casino bezocht. Ze haastte zich om de wapens uit het appartement te halen, tot grote verbazing van de lokale politie. De wapens zaten overigens nog in hun originele FN-verpakking.
Ik zal thans een objectief relaas geven van de feiten. Op 18 januari 1996 wordt een aanhoudingsmandaat afgegeven lastens Fehriye Erdal door het 4de Hof voor de Staatsveiligheid te Istanbul, dat onlangs op verzoek van de Europese Unie werd afgeschaft. Een van de daders van de moord wijst Erdal als medeplichtige aan. De man wordt in de Turkse gevangenis op zijn beurt vermoord en zijn moordenaar slaagt erin te ontsnappen. Ik geef toe dat de feiten erg verward zijn. In oktober 1999 wordt Fehriye Erdal te Knokke aangehouden. Bij brief van 27 oktober 1999 vraagt de voorzitter van het 1e Hof voor de Staatsveiligheid van Istanbul de uitlevering van Fehriye Erdal. België kan niet op dat verzoek ingaan omdat het uitgaat van een uitzonderingsrechtbank. Bij brief van 2 november 1999 verzoekt de Ambassade van Turkije om de uitlevering. Voorts volgen er een aantal rechterlijke beslissingen die allemaal overeenstemmen met de wettigheid van de uitlevering.
In een beschikking van 14 januari 2000 verklaart de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het buitenlandse bevel tot aanhouding uitvoerbaar mits de tenlastelegging naar Belgisch recht te lezen is als moord.
Fehriye Erdal tekent op 17 januari beroep aan tegen alle beschikkingen van de beschikking van uitvoerbaarverklaring van de raadkamer van 14 januari 2000. De Kamer van Inbeschuldigingstelling te Gent spreekt op 17 februari 2000 een arrest uit waarbij het beroep ontvankelijk wordt verklaard, doch als ongegrond wordt afgewezen. Het Hof van Cassatie spreekt op 4 april 2000 een arrest uit waarbij de voorziening in Cassatie van Fehriye Erdal wordt verworpen.
Dan komt de show die we kennen. Er wordt gestart met een hongerstaking. Er zijn enkele parlementsleden die de verdediging van die communistische dame, verdacht van mededaderschap aan drie moorden, op zich nemen. Er komt ook een vraag voor uitlevering vanwege de regering. Men vraagt daarvoor het advies van de Kamer van Inbeschuldigingstelling. De procureur-generaal brengt dan een merkwaardig advies uit. Het antiterrorismeverdrag bepaalt dat voor bepaalde daden de uitsluitingsgrond van politiek misdrijf kan worden ingeroepen. Die uitzondering kan niet worden ingeroepen wanneer de feiten gepleegd worden met gebruikmaking van bommen, (hand)granaten, raketten, automatische vuurwapens of bombrieven of -pakjes voor zover dit gebruik gevaar oplevert voor personen.
De bedoeling van de uitzondering is dat wanneer iemand een politiek misdrijf pleegt, bijvoorbeeld het vermoorden van een dictator met één kogel, de dader niet wordt uitgeleverd, precies omdat het een politiek delict is. Zodra echter automatische wapens worden gebruikt, is het risico dat onschuldige burgers worden getroffen zo groot dat dit niet meer als een politiek delict kan worden beschouwd.
De stelling van het parket-generaal van Gent, overgenomen door het Hof van Beroep en later door de regering, is dat het hier ging om een semi-automatisch wapen en bijgevolg niet aan de voorwaarden voor uitlevering was voldaan. Dat is natuurlijk een sofistische redenering. In 1977 bestonden er nog nauwelijks halfautomatische wapens. Uit de verklaringen van één van de mededaders blijkt zeer duidelijk dat onschuldige burgers werden gedood. Men kan moeilijk beweren dat de secretaresse van de heer Sabancı schuldig was omdat ze bij een industrieel werkte.
De regering heeft destijds beslist om niet uit te leveren, omdat de doodstraf toen nog werd uitgevoerd in Turkije en omdat ze meende dat het om een politiek delict ging. Ik heb toen gezegd dat het aloude principe "aut dedere, aut iudicare" moest worden toegepast, dat wil zeggen ofwel uitleveren, ofwel zelf oordelen. Men heeft toen gedaan alsof ik er niets van kende. Een bepaalde krant vroeg zich zelfs af of ik wel jurist was. Later is gebleken dat ook de Belgische rechtbanken die mening waren toegedaan.
De show met een vermagerd jong meisje heeft succes gehad. Zij werd vrijgelaten en ze moest op een bepaald adres verblijven. Gelukkig werd door de heer Demir Sabancı, zoon van de vermoorde Özdemir Sabancı, een klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter te Brussel ingediend. Deze klacht is gericht tegen mevrouw Fehriye Erdal. Op 13 september 2001 spreekt de raadkamer van Brussel een beschikking uit waarbij de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken om kennis te nemen van de feiten zoals bepaald in de burgerlijke partijstelling wordt bevestigd. Tegen deze beschikking wordt door de mevrouw Erdal en door de procureur beroep aangetekend. Bij arrest van 14 mei 2002 zegt de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Brussel dat de beroepen niet toelaatbaar zijn, maar ontlast ze de onderzoeksrechter te Brussel en verwijst ze het onderzoek naar het openbaar ministerie opdat dit zou kunnen worden overgemaakt aan de Procureur des Konings te Brugge. Het Hof wenst met andere woorden dat de zaak samengevoegd wordt met de aanklachten wegens illegaal wapenbezit en bendevorming of lidmaatschap van een criminele organisatie.
In de programmawet van 22 december 2003 wordt de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in het raam van de Europese Conventie voor de beteugeling van terrorisme verbreed.
Ik vernam dat gisteren een voorziening is aangetekend bij het Arbitragehof, maar ik heb voldoende vertrouwen in dat Hof om aan te nemen dat dit niets zal veranderen aan het strafrechtelijke aspect ervan. Het dossier zou ondertussen opnieuw overgemaakt zijn aan de federale procureur. Ik ben een beetje ongerust omdat de rechterhand van de federale procureur degene is die destijds het advies heeft geschreven over de automatische wapens. Ik ben ervan overtuigd dat die magistraat alles in het werk zal stellen om dit dossier voortgang te laten vinden. Volgens mij is dat noodzakelijk want telkens men niet reageert op terroristische daden en terroristen niet voor de rechtbank brengt, vergroot dit de macht van deze organisaties en de dreiging die ervan uitgaat. Dat lees ik althans in een recente publicatie van het Nederlandse ministerie van Justitie.
Is er enig uitzicht op behandeling van deze zaak ten gronde aangezien de eerste feiten, waarvoor de uitlevering werd gevraagd en geweigerd, dateren van januari 1996 terwijl de feiten gepleegd in België dateren van oktober 1999? Het onderzoek loopt dus minimaal reeds ongeveer 5 jaar.
Heeft de Minister er enig idee van op welke manier de verdachte, die nu toch minimaal 4 jaar in België verblijft op een zogenaamd geheim adres, in haar onderhoud heeft voorzien? Ontving zij enige steun vanwege een overheidsinstelling of had zij de mogelijkheid een lucratieve, legale bezigheid uit te oefenen? Werd Mevrouw Fehriye Erdal sinds haar vrijlating nog om één of andere reden door de politiediensten gearresteerd, hetzij om administratieve dan wel gerechtelijke redenen?
Ik heb met enige verbazing vastgesteld dat de Franstalige kamer van het Hof van Cassatie stelt dat zelfs een illegaal verblijf van vijf jaar in België een basis is om via nationaliteitsoptie de Belgische nationaliteit te verwerven. Wanneer Mevrouw Erdal op basis van de zogenaamde snelbelgwet een aanvraag indient om de Belgische nationaliteit te krijgen, worden de jaren die zij hier verbleven heeft sinds haar vrijlating dan meegerekend om aan de vereiste 5 jaar te komen? Werd een dergelijk verzoek reeds ingediend?
Meent de Minister niet dat het imago van België, voor wat betreft de bestrijding van terrorisme, door een dergelijke lange duur van deze procedure wordt besmeurd, net nu de Belgische politie en het Belgische gerecht door hun optreden in de zaak Trabelsi enig respect hadden afgedwongen bij hun buitenlandse collega's?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ter inleiding wens ik eraan te herinneren dat het de minister van Justitie niet toekomt om concrete elementen van een gerechtelijk onderzoek aan derden mede te delen. Dit zou niet alleen een gevaar inhouden voor een eventuele schending van de rechten van verdediging, wanneer de zaak later voor de rechtbank zal worden behandeld, maar bovendien en vooral, zou dit ingaan tegen het grondwettelijke beginsel van de scheiding der machten.
Ter informatie kan wel worden medegedeeld dat het gerechtelijk onderzoek inzake DHKP-C naar de feiten die in 1999 in België werden gepleegd, inmiddels werd afgesloten en aan het federaal parket voor eindvordering werd medegedeeld. Het gaat om feiten van bendevorming, criminele organisatie en inbreuken op de wapenwetgeving. Bij dit gerechtelijk onderzoek werd eveneens de klacht met burgerlijke partijstelling gevoegd tegen Erdal Fehriye inzake een moord gepleegd op 9 januari 1996 in Istanbul ten nadele van drie Turkse onderdanen.
Het federale parket vatte reeds de eindlectuur aan van het lijvige dossier. Het schortte die echter onlangs voorlopig op omwille van een internationaal rechtshulpverzoek dat door de Italiaanse autoriteiten op 18 februari 2004 aan ons land werd gericht en dat op 1 april 2004 leidde tot een aantal huiszoekingen en inbeslagnemingen bij de DHKP-C. Er diende te worden nagegaan of de uitvoering van dit internationale rechtshulpverzoek geen nieuwe elementen, dienstig voor het Belgische dossier, aan het licht kon brengen. De redactie van de eindvordering door het federale parket wordt thans voortgezet.
Met betrekking tot de feiten gepleegd in Turkije, dient te worden onderstreept dat de raadkamer van Brugge in eerste instantie zal dienen te oordelen over de ontvankelijkheid van de klacht met burgerlijke partijstelling, over de bevoegdheid van de Belgische rechtscolleges en over de voeging van dit luik bij het Belgische dossier.
De verblijfsvoorwaarden van de betrokkene op ons grondgebied behoren niet tot de bevoegdheid van minister Onkelinx, maar tot die van de minister van Binnenlandse Zaken.
Erdal Fehriye werd in het raam van de uitvoering van het Italiaanse rechtshulpverzoek geïnterpelleerd door de politiediensten. Zij werd gerechtelijk niet van haar vrijheid beroofd of onder gerechtelijke aanhouding geplaatst.
Mijn diensten hebben geen kennis van een verzoek tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit door de betrokkene. Indien een dergelijk verzoek zou worden ingediend, loopt het veel kans geweigerd te worden omwille van een verhindering te wijten aan zware persoonlijke feiten.
Minister Onkelinx vindt dat de duur van het gerechtelijke onderzoek niet abnormaal is te noemen. Het betreft een erg complex onderzoek, waarbij onder meer tal van internationale rechtshulpverzoeken door de onderzoeksrechter werden bevolen. Zeker in zaken van terrorisme - DHKP-C werd op de EU-lijst geplaatst - is het beter een nauwkeurig en volledig onderzoek te voeren dan een oppervlakkig onderzoek waarbij de verdediging dan later het beginsel van de obscuri libelli en de schending van de rechten van de verdediging kan inroepen.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - Het is niet mijn bedoeling inlichtingen over een individueel dossier te vragen. Ik ben alleen geïnteresseerd in de stand van een dossier. Het is juist dat de raadkamer van Brugge uiteindelijk zal beslissen of ze al of niet bevoegd is.
Wat de duur van het onderzoek betreft, verwijs ik naar een recent artikel in het Rechtskundig Weekblad over de houding van het Europees Hof in Straatsburg tegenover de rechten van de verdediging en het terrorisme. Daarin wordt gezegd dat het Hof niet tegen de regeringen is, maar de regeringen wil helpen om dergelijke feiten te bestraffen. De vrees voor de schending van de rechten van de verdediging is dan ook wellicht wat overdreven. Dat zal duidelijker blijken als de zaak binnenkort door de rechtbank wordt behandeld.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Het trieste nieuws over de vondst van twee lichamen van daklozen doet ons opnieuw nadenken over de mogelijkheden om daklozen beter te detecteren en te begeleiden.
Het gaat me in deze vraag niet om de steeds toenemende groep van personen die geen thuis meer hebben na een echtscheiding, bij financieel onvermogen of omdat ze na een gerechtelijk vonnis uit hun huis werden gezet. Zij kunnen gelukkig nog een beroep doen op voorzieningen als opvanghuizen, OCMW's en vluchthuizen. In het nationaal plan Sociale Insluiting werden bovendien extra maatregelen opgenomen zoals een uitbreiding van de installatiepremie en een versterking van het steunpunt Armoedebestrijding.
Het gaat hier echter wél om de groep mensen die hun overnachting zoeken in kraakpanden, leegstaande loodsen, stations, portieken, enzovoort. Zij leven geïsoleerd aan de rand van de maatschappij, hebben doorgaans een negatief zelfbeeld en overleven van wat ze vinden, bijeen bedelen of toegestopt krijgen van humanitaire organisaties. Heel veel van die mensen hebben geen familie meer of hebben elk contact verloren. Vaak kennen ze alleen elkaars voornaam.
Heeft de federale overheid enig zicht op het aantal daklozen en de demografische samenstelling van deze groep? Welke evoluties kunnen worden vastgesteld?
De jongste tijd bereiken mij ook heel wat berichten over daklozen in Limburg, en meer specifiek in Hasselt. Heeft de minister hierover concrete cijfers? In de berichten die ik heb ontvangen, wordt geen onderscheid gemaakt tussen jonge mensen die een pand kraken en daklozen.
Over welke middelen en kanalen beschikken de diverse overheden om de daklozen te bereiken en hun dringendste noden aan voedsel, kleding, overnachting en hygiëne te lenigen? Is de uitbouw van opvangmogelijkheden (maaltijden, overnachting) regionaal voldoende gespreid? Uit mijn contacten met betrokkenen blijkt dat ze vaak voor een keuze worden gesteld: of een slaapplaats of een maaltijd. Klopt dit?
Welke maatregelen werden genomen of worden overwogen om te vermijden dat mensen geruisloos uit de maatschappij verdwijnen en uiteindelijk in anonimiteit overlijden? Is er structurele samenwerking tussen de diverse bestuursniveaus en tussen overheden en welzijnsorganisaties die opkomen voor daklozen?
Kwam de opvang van langdurig daklozen aan bod op de Vierde Europese Ontmoeting van mensen die in armoede leven, die op 28 en 29 mei in Brussel werd gehouden? Zo ja, wat waren de resultaten van dit overleg?
Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Het is zeer moeilijk om een zicht te krijgen op een groep van mensen die leeft in de schaduw van de samenleving. Zoals ze door de mazen van het socialezekerheidsnet vallen, vallen ze ook buiten alle statistieken. De cijfers die voorhanden zijn, slaan dan nog op die groepen die de weg naar een opvangcentrum hebben gevonden of de weg naar de samenleving hebben ingeslagen.
De federale overheid beschikt over cijfers over het aantal daklozen dat een installatiepremie krijgt wanneer een woning wordt betrokken. Op jaarbasis gaat het om 2.000 dossiers van leefloners.
Cijfers over de onthaalsector, een gemeenschapsbevoegdheid is, zijn ook beschikbaar, maar geven maar een gedeeltelijke beeld van de problematiek.
Het OCMW van Hasselt heeft ons gegevens bezorgd over de situatie ter plaatse. In 1999 werden 12 installatiepremies toegekend, 5 in 2000, 3 in 2001, 8 in 2002, 8 in 2003 en 3 in de eerste helft van 2004.
De voorbije jaren is het merendeel der daklozen jonger dan 25 jaar en overwegend mannelijk. Deze gegevens worden ook bevestigd door het onthaaltehuis in Hasselt. Daar schat men het aantal daklozen in Hasselt op een vijftiental, vooral jongeren, en wijst men op een licht stijgende tendens. Via straathoekwerk hebben de medewerkers contact met deze groep.
De bevoegdheden en instrumenten om deze problematiek enigszins te verhelpen zijn verspreid over diverse bevoegdheidsniveaus. Iedereen is het er evenwel over eens dat ter zake dringend actie nodig is.
Toegang tot huisvesting en vooral voor daklozen de inschakeling via huisvesting vormen een van de prioriteiten vermeld in het nationaal actieplan Sociale Insluiting 2003-2005, dat op 5 september 2003 door de federale Ministerraad werd goedgekeurd. Het federaal regeerakkoord is eveneens duidelijk: "Dat houdt ook het verbeteren in van het statuut van de daklozen, onder meer door het ruimer toekennen van de installatiepremie en het garanderen van een vlugge uitbetaling van de hulp. In overleg met de gemeenschappen en de gewesten wordt ook gewerkt aan de verbetering van de opvangmogelijkheden."
Deze intentie wordt uitgevoerd. Op de Ministerraad van Oostende, die in maart jongstleden plaatsvond, werd de uitbreiding van de installatiepremie goedgekeurd.
In de vorige legislatuur werden inspanningen gedaan om te vermijden dat daklozen die verhuizen en een referentieadres aanvragen, tussen twee stoelen vallen ingevolge de discussie over het bevoegde OCMW. Samen met de minister van Binnenlandse Zaken zal ik trouwens binnenkort in een omzendbrief de procedures in verband met het referentieadres toelichten, om te voorkomen dat mensen alleen wegens de procedure uit de boot vallen.
Een instrument dat al enkele jaren wordt gebruikt om mensen te bereiken en in te lichten over hun rechten, is de Daklozengids. Deze handige gids die samen met de organisaties van daklozen wordt uitgegeven, is momenteel in herdruk en zal opnieuw massaal worden verspreid.
Om het beleid beter af te stemmen op de regio's, werd deze aangelegenheid ook geagendeerd op de interministeriële conferentie Sociale Integratie en Sociale Economie, die plaatsvond op 4 februari jongstleden.
Via het steunpunt inzake bestrijding van de armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting is er ook een structurele band. In de begeleidingscommissie zetelt bij de vertegenwoordigers van verenigingen waar armen het woord nemen, ook een afgevaardigde van de daklozen, zoals trouwens wettelijk verplicht is.
Ook op federaal vlak zal ik de inspanningen voortzetten. Daarbij kunnen de inspanningen voor het ter beschikking stellen van middelen voor huisvesting in de grote steden, die vorige week in de Ministerraad werden goedgekeurd, een bijdrage leveren.
Tijdens de ontmoeting van mensen die in armoede leven werd het accent vooral op participatie gelegd en is de problematiek van daklozen niet expliciet aan bod gekomen.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik ben zelf voorzitter van de interparlementaire werkgroep Vierde Wereld en ik merk dat de overheid hetzelfde probleem heeft als wij, namelijk dat de daklozen die niet naar de opvangcentra gaan, niet te bereiken zijn. Ik vang heel veel positieve signalen op en ik weet ook dat er de voorbije vier jaar al hard gewerkt is, maar de armen op het terrein zien heel weinig resultaat.
De IPW Vierde Wereld heeft beslist om er deze legislatuur voor te zorgen dat we in elk kabinet contactpersonen krijgen en dat we ook het steunpunt veel meer betrekken. Samen proberen we dan het punt van de daklozen eens op de agenda te zetten, hoewel dat voor de verenigingen waar armen het woord nemen geen prioriteit is. Voor hen zijn participatie, energie, onderwijs prioritair en niet zozeer de daklozen. Het is ook de moeilijkste groep om te bereiken. Ook met de IPW Vierde Wereld doen we voor hen eigenlijk veel te weinig inspanningen.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik kom terug op de juridische bijstand omdat dit onderwerp me na aan het hart ligt en ik stagiairs heb ontmoet van de Balie te Brussel, die zich bij mij hebben beklaagd.
Vroeger werd een forfaitaire bijdrage van 12,39 euro gevraagd voor het eerste advies dat gegeven wordt op de juridische permanenties, die door de balies georganiseerd worden in de gerechtsgebouwen of de justitiehuizen. Sedert 1 januari 2004 is die eerste consultatie gratis, en dat is een goede zaak.
De inkomensgrenzen die gelden om te bepalen of iemand al dan niet toegang heeft tot volledig of gedeeltelijk kosteloze juridische bijstand werden overigens met 12,65% verhoogd. Ze liggen nu dicht bij het minimumloon. Ook dat is een goede zaak.
Al die wijzigingen maken het werk echter moeilijk.
Als gevolg van die maatregelen zou het aantal aanvragen om juridische bijstand aanzienlijk zijn gestegen. Hoeveel bedraagt die stijging voor Brussel en voor de rest van het land? Naar ik verneem is er in Bussel een verdubbeling.
Voor welke categorie dossiers is die stijging het grootst?
Zijn op de begroting voor de vergoeding van advocaten voldoende middelen uitgetrokken om de pro-Deoprestaties te betalen? Ik weet dat de juridische bijstand is opgenomen in een gesloten enveloppe. Als het aantal vragen om juridische bijstand verdubbelt, zal de vergoeding van de advocaten afnemen. Die stagedoende advocaten moeten een degelijke bezoldiging behouden. Als er niet voldoende middelen zijn uitgetrokken, zal de minister dan een begrotingsaanpassing voorstellen? Welke maatregelen werden genomen om de waardedaling van het punt tegen te gaan?
Ik denk dat we moeten ingaan op de vraag van de stagiairs. Men mag hen niet vragen om opnieuw gratis te werken. Het is goed voor de bevolking dat de inkomensgrenzen werden opgetrokken, maar op een bepaald ogenblik zullen we toch eens moeten stilstaan bij de manier waarop de advocaten-stagiairs, die overstelpt worden met werk, worden vergoed.
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Mijn collega, mevrouw Onkelinx, beschikt nog niet over cijfers waaruit kan worden besloten dat de verhoging van de inkomensgrens om een beroep te kunnen doen op een pro-Deoadvocaat een invloed heeft gehad op het aantal aanvragen.
Dat is normaal aangezien de advocaten in Brussel tot 30 juni en in de andere arrondissementen tot begin juli de tijd hebben hun verslagen over de behandelde zaken in te dienen.
Bovendien heeft het merendeel van de dossiers die in de loop van de volgende weken worden afgesloten, betrekking op toewijzingen die in 2003 en zelfs eerder zijn gedaan. Het gaat zelden om dossiers die pas een paar maanden geleden zijn toegewezen.
Men moet veel verder kunnen teruggaan om het effect van de hervorming van het begin van dit jaar te kunnen analyseren.
Mevrouw Onkelinx wacht op betrouwbare statistieken zodat ervoor kan worden gezorgd dat de advocaten op een gepaste vergoeding kunnen rekenen.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - De minister en ik hebben enkele weken geleden deelgenomen aan een debat met de Brusselse stagiairs advocaten, die ons beiden hebben ondervraagd. Mevrouw de minister weet waarover ik het heb. Zodra ze over cijfers beschikt, moeten we een debat ten gronde voeren. Het ligt voor de hand dat het budget niet toereikend zal zijn aangezien het aantal vragen enorm toeneemt. Er moeten dus maatregelen worden genomen en ik begrijp dat ze nog niet kunnen worden aangekondigd. Ik zal de minister opnieuw ondervragen wanneer ze me de cijfers kan meedelen. Ze zal er niet aan ontsnappen.
De voorzitter. - Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.
De heer Stefaan De Clerck (CD&V). - Ik had gehoopt dat minister Demotte mijn vraag om uitleg zou beantwoorden. Hij is immers een bondgenoot wat betreft de uitbouw van een grensoverschrijdende samenwerking en zou me ongetwijfeld een spontaan en enthousiast antwoord hebben gegeven.
Op 25 april 2004 werd het Frans-Belgisch akkoord inzake de grensoverschrijdende samenwerking tussen de territoriale gemeenschappen en lokale openbare lichamen, dat ondertekend is te Brussel op 16 september 2002, bekrachtigd en afgekondigd. Het is een belangrijke verdrag waardoor samenwerking tussen België en Frankrijk, de gewesten en gemeenschappen en vooral met de lokale besturen grensoverschrijdend mogelijk wordt.
Het biedt het vereiste juridisch kader voor het opzetten en beheren van grensoverschrijdende projecten door lokale besturen.
Het Belgisch-Franse grensgebied, met name de regio Rijsel-Kortrijk-Moeskroen-Doornik, waar een aantal lokale samenwerkingsverbanden een juridisch kader vereisen, keek echt uit naar dat akkoord. Het stelt de lokale besturen in staat voorzieningen of openbare diensten van gemeenschappelijk belang samen tot stand te brengen en te beheren. Het beoogt de vormen van grensoverschrijdende samenwerking te regelen naar privaatrecht en naar publiekrecht. Doelstelling is het huidige beleid van goed nabuurschap aan te moedigen en de grondslag te leggen voor een verregaande grensoverschrijdende samenwerking. Aangezien het akkoord nu bijna overal geratificeerd is, kunnen er op die basis nieuwe initiatieven worden ontwikkeld.
Intussen duiken er, vooral in Frankrijk, inderdaad al nieuwe initiatieven op. Het is vanuit Europees oogpunt bijzonder belangrijk die evolutie op de voet te volgen. In Frankrijk duiken al nieuwe termen op in de wetteksten, zoals le droit à l'expérimentation transfrontalière, la mission parlementaire franco-belge en le district européen.
Vandaag bestaat er een dynamiek in Frankrijk die we nog niet zien langs Belgische zijde. Het Waals Gewest reageert iets assertiever op die ontwikkeling. Het federale niveau en het Vlaams Gewest moeten dringend een inhaalbeweging uitvoeren. Dringend moet van onze kant worden onderzocht hoe we daar vanuit Vlaanderen en België op kunnen inspelen, zonder door de Fransen te worden geleid. We moeten gelijktijdig met hen standpunten uitwerken.
Het is duidelijk dat de zaken nog in volle evolutie zijn. Echter, op heden zijn er tal van onduidelijkheden. Algemeen is de bekommernis dat men aan Franse zijde al volop bezig is met het zoeken van oplossingen, terwijl wij nog zo goed als nergens staan.
Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk wat precies de inhoud van het Europees district zal zijn, al lijkt men in de eerste plaats te denken aan een lokaal samenwerkingsverband voor grensoverschrijdende samenwerking, zoals bepaald in artikel 11 van het Frans-Belgisch verdrag.
Daarnaast komen een aantal andere, cruciale juridische vragen naar boven.
Wat is de relatie tussen de verdragstekst en de interne rechtsregels van elke van beide landen?
Zijn de bepalingen uit het verdrag na ratificatie wel direct uitvoerbaar of moeten eerst nog wijzigingen worden aangebracht in het interne recht?
Welke bevoegdheden kunnen via een grensoverschrijdende samenwerkingsovereenkomst worden overgeheveld? Wie heeft welke bevoegdheid?
Welke bestuursorganen zijn dan mogelijk volgens het verdrag?
Aan welk administratief toezicht zijn de samenwerkingsverbanden onderworpen?
Om het studiewerk aan te vatten en de verdere ontwikkelingen te begeleiden moet een soort `ondersteuningsequipe' van juristen, diplomaten en politici worden samengesteld om antwoorden te zoeken op de vele vragen.
Verder moet het thema ook op het Europese niveau worden aangekaart omdat het project meerdere grensregio's aanbelangt en niet alleen la Métropole du Nord, Rijsel en het Europese district. Goede Europese afspraken zijn beter dan bilaterale afspraken om volwaardige grensoverschrijdende structuren in het leven te roepen.
Steunt de federale regering voor de volle honderd procent de verdere ontwikkeling van dat soort intensere samenwerking? Bestaat er bij de federale regering een oprechte wil tot nadere samenwerking? Wordt er geëngageerd opgetreden? Door wie? Wat wordt er concreet gedaan? Welke antwoorden worden voorbereid? Wordt er ook aan Belgische zijde ruimte gecreëerd voor een droit à l'expérimentation transfrontalière zodat wij op dezelfde manier kunnen werken als de Fransen? Zal het initiatief tot de oprichting van een Frans-Belgische parlementaire missie vorm krijgen?
Ik zal een brief aan de senaatsvoorzitter overhandigen waarin ik hem herinner aan het verzoek dat ik enkele maanden geleden bij de bespreking van het verdrag had geformuleerd, om de Franse Senaat hier uit te nodigen zodat Franse en Belgische senatoren over de problematiek overleg kunnen plegen. Ik hoop dat onze voorzitter in dezen dringend een initiatief zal nemen.
Gaat de Belgische regering voluit voor het Eurodistrict? Het antwoord op die vraag is belangrijk op het terrein. Minister Demotte weet waarover ik spreek, in Kortrijk weet men dat ook. In deze boeiende dynamiek moeten wij absoluut meespelen, maar de regeringen moeten dan wel politiek stelling nemen en het vereiste kader scheppen. Nu zijn vooral de intercommunales en de steden actief, maar zonder de steun van de hogere overheid.
Vandaar mijn dringend verzoek aan de regering enerzijds en aan het voorzitterschap van de Senaat anderzijds.
Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - De minister van Buitenlandse Zaken is het volkomen eens met het standpunt van de heer De Clerck over het belang van dit akkoord en over de mogelijkheden die het biedt. De uitvoering van het akkoord vergt een intense samenwerking op Belgisch vlak, met name een goede coördinatie en misschien ook enige sturing. De FOD Buitenlandse Zaken zal hieraan ten volle meewerken.
De juridisch-technische vragen van de heer De Clerck werden door minister Michel voorgelegd aan de juridische dienst van het departement. Gezien de complexiteit van de materie zal het onderzoek enige tijd in beslag nemen.
Toch kan ik nu reeds meedelen dat sinds de ondertekening van het Frans-Belgisch akkoord inzake de grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen en lokale openbare lichamen, de federale regering conform de regeringsverklaring steeds alle initiatieven ten gunste van de grensoverschrijdende samenwerking actief heeft ondersteund en dit in nauwe samenspraak met de deelgebieden. De federale regering is immers een overtuigd voorstander van de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking die overigens een dynamische ontwikkeling kent.
De voornaamste initiatieven zijn de volgende: de technische bijeenkomsten die worden georganiseerd op initiatief van de regionale prefectuur van Nord-Pas de Calais met het oog op de identificatie van een tiental grensoverschrijdende projecten, het experimenteerrecht voor grensoverschrijdende projecten, het zogenaamde droit à l'expérimentation transfrontalière dat door de Franse premier Raffarin aan Nord-Pas de Calais werd toegekend tijdens de Assises pour les libertés locales, de organisatie van het eerste Forum voor Frans-Belgische interregionale samenwerking op 29 oktober 2003 in aanwezigheid van koning Albert en het project inzake de oprichting van een Eurodistrict in de regio Rijsel, Kortrijk, Doornik.
Het voorstel voor de oprichting van een Eurodistrict belangt niet alleen de federale regering aan, maar ook - en zelfs in de eerste plaats - Vlaanderen, het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap en de lokale besturen.
De ambities en respectieve bevoegdheden van de diverse actoren moeten strikt worden geëerbiedigd en zelfs aangemoedigd. Het is nochtans in het belang van alle betrokkenen dat ze elkaar kunnen inlichten over hun analyses en standpunten en dat ze, waar nodig, samen kunnen nadenken over de merites van de Franse voorstellen en over de opportuniteit en coherentie van deze of gene benadering. Dat kan alleen maar een win-winsituatie opleveren.
Daarom is de FOD Buitenlandse Zaken bereid een faciliterende rol te vervullen om een werkmethode uit te stippelen waarin alle actoren zich kunnen vinden en waaruit ze ook voordeel halen.
Minister Michel is het er bovendien mee eens dat de zoektocht naar vormen van samenwerking juridisch onderbouwd moet worden en dat de Europese dimensie uitdrukkelijk moet worden onderkend.
Hij neemt zich voor om dit met de betrokken federale overheidsdiensten te bespreken en om het dossier met de gewesten en gemeenschappen aan te kaarten. Het is de bedoeling om in gezamenlijk overleg het meest geschikte kanaal en de meest geschikte methode te vinden om onze respectieve en gemeenschappelijke belangen te behartigen. Die kwestie zal op het eerstvolgende Interministerieel Comité voor Buitenlands Beleid besproken worden, misschien al in het begin van de maand september, wanneer alle deelregeringen geïnstalleerd zullen zijn.
Het recht om te experimenteren waarnaar is verwezen, is een recht dat eigen is aan Frankrijk en kadert in het daar gevoerde decentralisatiebeleid. Het is de bedoeling om samen met de verschillende betrokken instanties in België grensoverschrijdende projecten uit te testen. Er bestaat geen echt equivalent in het Belgisch recht. Het hoger vermelde Frans-Belgisch akkoord werd door alle bevoegde entiteiten in België goedgekeurd. Dat zal weldra ook in Frankrijk het geval zijn. Op die manier wordt het voor de lokale lichamen alleszins mogelijk om infrastructuren of diensten van lokaal belang samen met hun Franse tegenhangers te beheren.
De Franse regering stelt voor om een Frans-Belgische parlementaire missie op te richten die zou worden belast met het onderzoek naar de mogelijke oprichting van een Eurodistrict. Ze zal dit voorstel weldra concretiseren in een brief aan de Belgische eerste minister en minister-presidenten.
Het secretariaat van die missie, die een jaar zou duren, zou worden waargenomen door de prefectuur van Rijsel. Aan Belgische zijde zal de missie moeten bestaan uit leden van Kamer en Senaat, van de Vlaamse en Waalse parlementen en van het parlement van de Franse Gemeenschap. Die parlementsleden zullen moeten worden bijgestaan door deskundigen en juristen, bij voorkeur van de Europese Commissie.
De minister is afwezig en ik beschik over geen enkel ander element. Ik kan evenwel bevestigen dat de regering het initiatief onvoorwaardelijk steunt.
De heer Stefaan De Clerck (CD&V). - Het is positief dat de minister bereid is om zijn medewerking te verlenen. Ik stel echter ook vast dat er nog niets concreet is gebeurd.
Aan Franse zijde is een en ander in beweging gebracht zonder te wachten op de Belgische demarches.
De minister zegt dat een `faciliterende' houding zal worden aangenomen. Wat betekent dat concreet?
Ik neem er tot slot akte van dat de materie aan bod komt op het interministeriële comité van september. Ik hoop dat er dan overleg zal worden gepleegd met de lokale besturen die toch de voornaamste geïnteresseerden zijn en dat de dossiers vooral vanuit praktisch oogpunt zullen worden behandeld.
Ik zal die kwestie op de voet volgen en hoop dat vlug zal worden voorzien in een structuur, mensen en middelen.
De voorzitter. - Mijnheer De Clerck, uw vraag aan de voorzitter is positief ontvangen. Ik zal voorstellen dat punt op de agenda te plaatsen.
Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - De heer De Clerck heeft me een vraag gesteld over de `faciliterende' rol die we zullen opnemen. Het onderwerp zal aan bod komen op het interministerieel comité. Ik zal de voorzitter van de Senaat en de heer De Clerck zo vlug mogelijk een antwoord met nog duidelijker voorbeelden geven.
De voorzitter. - Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Van 8 tot 10 juni kwamen de leiders van de G8 samen op Sea Island. De Europese Unie werd vertegenwoordigd door de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad. Op deze G8-Top werden een aantal concrete afspraken gemaakt inzake schuldkwijtschelding voor de HIPC landen en de problematiek van het Midden-Oosten. Opmerkelijk was vooral het vooruitstrevende Britse voorstel om de 50 armste landen meteen 100% van hun schuld kwijt te schelden. Dat voorstel heeft het evenwel niet gehaald omdat de VS daaraan meteen de kwijtschelding van de Iraakse schuld koppelden. Een aantal landen, waaronder vooral Frankrijk, waren het daarmee niet eens. Ze waren van oordeel dat een land dat over enorme olievoorraden beschikt en waarvan de schulden vooral te wijten zijn aan een reeks oorlogen, geen voorkeursbehandeling kan genieten. Uiteindelijk besloot de G8 om het bestaande HIPCII-initiatief dat einde december 2004 afloopt, te verlengen met twee jaar. Dat is evenwel ver verwijderd van de 100% schuldkwijtschelding.
Daarnaast heeft de G8 ook een oproep gedaan aan de wetenschappers over heel de wereld om het onderzoek naar AIDS meer en beter te coördineren. Er werd ook beloofd dat de voedselzekerheid van meer dan 5 miljoen mensen in Ethiopië, die chronisch honger lijden, tegen 2009 zou worden gegarandeerd en dat de strijd tegen polio zou worden opgevoerd teneinde de ziekte tegen einde 2005 uit te roeien.
Ook over de strijd tegen het terrorisme en het streven naar vrede in het Midden-Oosten en Irak kwamen de leiders tot een vergelijk.
Graag had ik van de staatssecretaris vernomen of er voorafgaand overleg is geweest met de Europese partners inzake het dossier van de schuldkwijtschelding en de vredesproblematiek in het Midden-Oosten en Irak? Zo ja, tot welk gemeenschappelijk standpunt is de EU terzake gekomen?
Wat was het standpunt van België inzake Irak en de schuldkwijtschelding tijdens de voorbereidende gesprekken op Europees niveau?
Welke houding nam de EU aan ten aanzien van het Britse voorstel voor een volledige schuldkwijtschelding voor de armste landen?
Mevrouw Frédérique Ries, staatssecretaris voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - De leiders van de G8 kwamen van 8 tot 10 juni jongstleden samen op Sea Island in Georgia onder het voorzitterschap van president Bush.
De Europese Unie neemt deel aan de G8-top voor de materies die tot haar bevoegdheid behoren. Ze wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Commissie.
In het kader van de G8 vertolken de vertegenwoordigers van de EU gemeenschappelijke standpunten, die vooraf door de Raad zijn vastgelegd. Dat geldt zowel voor de politieke vertegenwoordigers als voor de hoge ambtenaren van de Commissie die aan de voorbereidende vergaderingen van de G8-top deelnemen, de zogenaamde sherpa's.
Tijdens de voorbereiding en tijdens de top zelf wordt voortdurend overleg gepleegd tussen de vertegenwoordigers van de Unie en de lidstaten. Overigens worden alle lidstaten ingelicht, zowel over de dagorde van de top als over het resultaat ervan. De informatie wordt verstrekt door een vertegenwoordiger van de Commissie op het niveau van het Coreper.
Na de top verspreidt de Commissie een verslag aan de lidstaten. Ik zal u dit verslag zonder verwijl overzenden.
Er is geen overleg geweest over de kwijtschelding van de Irakese schuld.
De G8 vond in een ontspannen sfeer plaats. Een reden daarvoor was de goedkeuring van resolutie 1546 van de Veiligheidsraad. Het probleem van de Irakese schuld werd behandeld tijdens een voorbereidende vergadering van de G8, meer dan tijdens de Top zelf. Het probleem werd voor verdere behandeling doorverwezen naar de Club van Parijs. De Belgische vorderingen bedragen ongeveer 185 miljoen dollar.
Over het Greater Middle East-initiatief was er een diepgaande discussie in het Europese kader, vooral ter voorbereiding van de Top tussen de EU en de VS. De EU heeft in deze zaak haar belangen laten gelden. De Europese Raad van 17 juni heeft het verslag van het Voorzitterschap, van de Secretaris-generaal en van de Commissie over het strategisch partnerschap met de Middellandse Zeelanden en het Midden-Oosten, goedgekeurd. Er bestaat derhalve een coherente basis voor het EU-beleid tegenover die landen met basisbeginselen en algemene doelstellingen.
De Raad heeft zich eveneens uitgesproken over het AIDS-beleid, waarover de G8 een actieplan goedkeurde.
Er was geen sprake van een totale kwijtschelding van de schuld voor de armste landen maar veeleer van een `instrument' om de overheidshulp voor ontwikkeling aanzienlijk te verhogen, de zogenaamde International Finance Facility. Dit moet worden gezien in het raam van de follow-up van de Conferentie van Monterrey met als streefdoel de realisatie van de Millennium Development Goals. Dit is een hoeksteen van het EU-ontwikkelingsbeleid.
Ik onderstreep dat de G8 heeft beslist het Highly Indebted Poor Countries-initiatief te verlengen tot eind 2006. De ministers van Financiën kregen eveneens de opdracht om bijkomende maatregelen te overwegen om de armste landen te helpen hun schuldenlast draaglijk te houden.
De heer Luc Willems (VLD). - De ontwikkeling van de diensteneconomie vraagt steeds meer specialisatie en flexibiliteit. Activiteiten die door werknemers in dienstverband werden waargenomen, worden meer en meer door outsourcing of verzelfstandiging uitgevoerd door zelfstandige ondernemers. De statistieken over jonge starters zijn erg positief, maar er zitten vele niet echte zelfstandigen tussen.
Voor de concessionarissen en de handelsagenten bestaat er reeds een wettelijk kader maar voor het
gros van de zelfstandigen, zoals geranten of franchisenemers, is dat niet het geval. Zij organiseren hun rechten en plichten binnen het gemene recht. Rechtsonzekerheid ontstaat wanneer de zelfstandige activiteiten geacht worden te gebeuren onder gezag waarbij de rechtsverhouding tussen opdrachtgever en zelfstandige kan worden gekwalificeerd als een arbeidsrelatie die beheerst wordt door de wet op de arbeidsovereenkomsten.
Rechtszekerheid is noodzakelijk om een duidelijke scheidslijn te maken tussen echte zelfstandigen en echte werknemers en hiermee de uitbreidende grijze zone te beperken of zelfs te elimineren.
In hoeveel gevallen komt de RSZ tot de conclusie dat een zelfstandige eigenlijk een werknemer is?
Hoe wenst de regering de onzekerheid rond de kwalificatie werknemer of zelfstandige weg te nemen teneinde de gevolgen voor de betrokkenen in te dijken?
Bestaan er wetgevende initiatieven om franchisecontracten en distributieovereenkomsten een normatief kader te geven?
Dienen de wet op de arbeidsovereenkomsten of het vennootschapsrecht niet te worden aangepast?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Ik nodig de heer Willems uit om kennis te nemen van het verslag Voorkoming en bestrijding van schijnzelfstandigheid dat het Rekenhof in mei aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft overgemaakt. Dit verslag bevat een eerste becijferde aanpak van de kwestie der schijnzelfstandigen. Het zou interessant zijn om de omvang van het verschijnsel der schijnzelfstandigen te kennen. Sommigen willen dat de regering een probleem oplost waarvan niemand in staat is het behoorlijk in te schatten. Er zal moeten worden vermeden het paard achter de wagen te spannen. De vraag verdient misschien niet de belangstelling die haar vandaag wordt toegekend, tenzij er een ideologische wens is in vervat.
Het regeerakkoord bepaalt uitdrukkelijk dat na overleg met de betrokken sectoren de regering wetgevende maatregelen zal nemen waaronder het vastleggen van welomschreven criteria om het fenomeen van de schijnzelfstandigen tegen te gaan. Onder meer zal een rulingcommissie schijnzelfstandigen worden opgericht die niet alleen preventief, maar ook normerend zal optreden. In het kader hiervan zal een wetgevend initiatief verduidelijken welke criteria niet in aanmerking mogen worden genomen om het statuut te bepalen en voorzien in de criteria die bepalen of een werknemer loontrekkende of een zelfstandige is. Zo ook zullen er specifieke criteria voor bepaalde sectoren of beroepen via koninklijk besluit worden vastgelegd.
Een betere informatie van de kandidaat-zelfstandige zal worden verzekerd bij zijn inschrijving in een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen, dankzij een vragenlijst die bij het inschrijvingsformulier zal worden gevoegd. Bovendien zal zeer binnenkort een aantal concrete voorstellen worden gedaan. Het betreft louter administratieve maatregelen die tot doel hebben de opsporing te verbeteren.
Wat de initiatieven voor het creëren van een normatief kader voor franchisecontracten betreft, voorziet het regeerakkoord in het uitwerken van een specifieke wetgeving. In dat kader hebben mijn collega bevoegd voor Economie, mevrouw Moerman, en ikzelf een voorontwerp van wet op de franchisecontracten voorbereid. Over dit voorontwerp wordt momenteel overleg gepleegd met de interprofessionele organisaties, de sector, de Belgische Franchisefederatie, de distributiesector, maar ook met de franchisevereniging.
Het initiatief in verband met de aanpassing van de arbeidsovereenkomsten of het vennootschapsrecht zal de vorm aannemen van een specifieke wet.
Het probleem van de schijnzelfstandigen wordt aldus beperkt tot een probleem van sociale zekerheid.
De heer Luc Willems (VLD). - Ik begrijp dat er momenteel nog heel wat overleg wordt gepleegd. Er is het voorstel een rulingcommissie in te stellen. Ik meen dat het ogenblik waarop het probleem rijst ook het ogenblik is dat de activiteit moet worden gestopt. Zolang men als schijnzelfstandige werkt heeft men inkomsten. Bij het beëindigen van de activiteit zijn de betrokkenen verstoken van sociale rechten. De wetgevende initiatieven moeten vooral te maken hebben met de wijze waarop een samenwerking wordt beëindigd. Er moeten regels worden vastgelegd waarbij in een termijn of een vergoeding wordt voorzien om te kunnen overstappen naar een andere activiteit. Ik hoop dat de rulingcommissie ook de Kafka-test zal doorstaan.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - België heeft ondanks herhaaldelijk aandringen van het college van procureurs-generaal nog altijd geen crisisplan voor vliegtuigkapingen dat aangepast is aan de realiteit van 2004. Dat schrijven de procureurs-generaal in hun commentaar bij het eerste jaarverslag van het federaal parket. Voor bomdreigingen in luchthavens is er evenmin een crisisplan uitgewerkt.
Welke maatregelen zal de regering nemen om deze dreigingen het hoofd te bieden?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Artikel 44 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, ingevoegd door de wet van 3 mei 1999, luidt als volgt: "De ministers belast met het bestuur van de luchtvaart, Justitie en Binnenlandse Zaken werken gezamenlijk, in overleg met de overheden die bevoegd zijn inzake de exploitatie van de luchthavens en de luchtvaartterreinen, een crisisplan uit voor de gevallen van onwettige overmeestering van vliegtuigen, luchtvaartongevallen op het grondgebied van België en bomdreigingen gericht tegen luchthaveninfrastructuur gelegen op het grondgebied van België".
Om de te nemen maatregelen bij dergelijke gebeurtenissen concreet te evalueren, wenste de regering een simulatie uit te voeren van een gijzelneming bij een vliegtuigkaping. Ze organiseerde daartoe in november 2003 de operatie `Zaventem-Rood'. Die oefening bracht de coördinatieproblemen tussen de politiediensten, de gerechtelijke autoriteiten en de beleidsverantwoordelijken van de betrokken departementen aan het licht.
Op de Ministerraad van 30 en 31 maart heeft de regering de kadernota Integrale Veiligheid goedgekeurd, waarin onder meer de strijd tegen het terrorisme als één van de prioriteiten op het vlak van het strafrechtelijk beleid naar voren wordt geschoven. De fiche met betrekking tot dit criminele fenomeen verwijst expliciet naar de initiatieven die moeten worden genomen bij gijzelneming en vliegtuigkapingen.
Op gerechtelijk vlak wenst de minister van Justitie zeer snel met het college van procureurs-generaal een circulaire over deze problematiek op te stellen, waarbij ook de eerste minister en de minister van Binnenlandse Zaken worden betrokken. Deze circulaire staat is bijna klaar en bepaalt de verantwoordelijkheden van de verschillende actoren bij een gijzelneming met terroristisch karakter. Het college van procureurs-generaal werd eveneens opgedragen om een algemene circulaire over de terroristische acties op te stellen.
In het koninklijk besluit van 31 januari 2003 tot vaststelling van het noodplan voor crisisgebeurtenissen en -situaties worden bijvoorbeeld fase 3 en fase 4 van het rampenplan geregeld.
Het is dus niet correct dat er momenteel een vacuüm zou zijn ingeval van een vliegtuigkaping.
Naast de hiervoor vermelde instrumenten, belastte de minister van Binnenlandse Zaken einde 2003 het crisiscentrum van de regering met de opmaak en coördinatie van dit crisisplan.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Als ik een vraag stelt over wat nog niet is, antwoordt de regering telkens dat ze op het punt staat dat te realiseren.
Ik hoop natuurlijk dat er niets gebeurt voor de plannen zijn aangepast. De oefening van Zaventem was me bekend. De regering is echter nog niet tot conclusies gekomen. Dat is ook de reden waarom ik de vraag heb gesteld.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - In januari 2002 keurde de Ministerraad op voorstel van de minister van Justitie een voorontwerp van wet goed over de vuurwapens. Dit voorontwerp van wet sluit aan bij de circulaire van de Europese Gemeenschap van 1991 en bij de werkzaamheden van de Internationale Conferentie van de Verenigde Naties met betrekking tot de onwettige wapenhandel.
Het doel van deze wet is dat België deel uitmaakt van een proces dat erop gericht is de onwettige wapenhandel te voorkomen, te bestrijden en alle aspecten ervan uit te roeien. Hiervoor worden twee uitgangspunten gehanteerd.
Enerzijds moet de volledige opspoorbaarheid worden verzekerd van alle wapens die ons land binnenkomen, zelfs van de wapens die bestemd zijn om opnieuw te worden uitgevoerd. De opspoorbaarheid wordt verzekerd door de testbank in Luik, waar alle vervaardigde of ingevoerde wapens worden aangegeven, en door het Centraal Wapenregister, het CWR, de gegevensbank waarin deze gegevens worden geregistreerd. Het CWR heeft als opdracht de taak te vergemakkelijken van de overheden en de diensten die bevoegd zijn om de aanvragen voor machtigingen of vergunningen te ontvangen en om de dossiers bij te houden. Het CWR werkt ook voor de politiediensten en voor de administratieve en gerechtelijke overheden. De federale politie wordt belast met de controle op de wapenhandelaars.
Anderzijds wil de wet de wapenmarkt beveiligen. De gouverneurs reiken de vergunningen uit en een federale wapendienst werd in het leven geroepen om het beroep tegen beslissingen van de gouverneur te behandelen en de controle erop te verzekeren. Het opzet is de strijd aan te gaan tegen de verspreiding van krachtige wapens die vaak in de zware criminaliteit gebruikt worden.
Elk ingevoerd of vervaardigd wapen moet worden geregistreerd in het CWR. Volgens sommige wapenhandelaars gebeurt dat echter niet. De lokale politiediensten vullen nieuwe gegevens niet aan en geven als oorzaak informaticaproblemen. Weet de minister in welke mate deze wapendiensten elk wapen registreren? Is er een achterstand? Zo ja, wat gaat ze eraan doen?
Zijn er rapporten en cijfers beschikbaar over de invoer van gegevens in het CWR? Wordt het CWR door alle betrokken overheden volledig ingevuld en gebruikt voor het uitwerken van statistieken?
Hoe vaak heeft de federale wapendienst de beslissingen van de gouverneurs om wapenvergunningen te leveren afgewezen? Op basis van welke gronden?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Elk wapen dat moet worden geregistreerd, bij verkoop of wanneer het overgaat naar een nieuwe houder, moet in het Centraal Wapenregister (CWR) worden geregistreerd. Deze registratie verloopt momenteel met enige vertraging omdat bepaalde politiekorpsen nog niet helemaal via informaticasystemen verbonden zijn. De Algemene Directie van de Federale Gerechtelijke Politie legt momenteel de laatste hand aan een actieplan om deze problemen op te lossen. Om die redenen kan minister Onkelinx thans geen actuele en volledige gegevens verstrekken.
De gouverneurs verwerken op hun niveau van de registratie de gegevens, alvorens die doorgestuurd worden naar het CWR. Dit dossier wordt momenteel bestudeerd maar er zullen belangrijke investeringen nodig zijn, zowel in personeel als in informaticamateriaal, om deze dienst hoge prestaties te laten leveren en om een pertinente controle te garanderen.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Ik ben niet veel wijzer geworden. Er zijn geen cijfers voorhanden en er is niets bekend over de beslissingen van de gouverneurs. Er is dus een probleem.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - De wapenverkoop op markten of beurzen die voor het publiek toegankelijk zijn, is bij wet verboden. Dit verbod geldt nu ook voor de verkoop via internet. Enkel met toelating van de minister van Justitie kunnen collectiewapens op beurzen worden verkocht door erkende wapenhandelaren en verzamelaars. Toch blijken er in België, onder andere in Ciney, wapenbeurzen te zijn, waarbij illegaal wapens verkocht worden aan particulieren zonder vergunning.
Werd vooraf overleg gepleegd met de organisatoren van de wapenbeurzen over het naleven van de wet over de vuurwapens? Wordt controle uitgevoerd op de wapenbeurzen? Indien ja, wie staat daarvoor in?
Werden al malafide wapenhandelaars gerechtelijk vervolgd wanneer ze wapens verkopen op markten of beurzen?
Volgt u de verkoop via internet van wapens op? Zijn hierover cijfers ter beschikking?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De controles van wapenbeurzen kunnen worden uitgevoerd in het raam van de controle uitgeoefend bij het afleveren van de vergunningen, nodig om een beurs te kunnen organiseren of in het raam van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek. In het raam van deze controles kan de lokale en/of de federale politie op eigen initiatief of op vraag van de bestuurlijke en/of gerechtelijke autoriteiten overleg plegen met de organisatoren van wapenbeurzen, zonder dat een dergelijk overleg systematisch gebeurt. Elke wapenbeurs werd en zal worden gecontroleerd door de lokale en federale politie, in nauwe samenwerking tussen beide niveaus, en in voorkomend geval in samenwerking met andere bij de problematiek betrokken diensten, naargelang van de onderzoeken, de opsporing van problemen of de aanwijzingen die er kunnen zijn.
De wapenhandelaars bij wie men vaststelt dat ze overtredingen hebben begaan, stellen zich bloot aan gerechtelijke vervolgingen.
Het verkopen van wapens via het internet wordt niet systematisch opgevolgd. We beschikken momenteel niet over cijfers of statistieken hieromtrent. De minister herinnert er niettemin aan dat er bij de federale politie een dienst is, meer in het bijzonder de FCCU, de Federal Computer Crime Unit, die speciaal belast is met het opsporen van overtredingen via het net en die zich dus met dit probleem moet bezighouden.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Het antwoord op de laatste vraag toont duidelijk aan dat de regering geen belangstelling heeft voor het verzamelen van cijfers, hoewel statistieken en cijfers vaak een beeld geven van wat in onze maatschappij gebeurt, wat dan weer van belang is bij het vaststellen van een maatschappelijke evolutie.
Ook in verband met de malafide handelaars hebben de cijfers hun nut. Hoeveel zijn er en worden ze effectief vervolgd? Ik stel voor hierover de discussie aan te gaan met de minister van Justitie ter gelegenheid van het debat over de wapenwet.
De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Freya Van den Bossche, minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - De minister kondigde enkele weken geleden aan dat er een ethische gedragscode zou komen voor de telecomoperatoren Belgacom en Telenet. Eén maand na de inwerkingtreding van de code stellen we vast dat er agressief wordt geadverteerd voor erotische diensten op de dure 0903-nummers. Advertenties op tv en in kranten prijzen het bellen naar sekslijnen op 0903-lijnen aan.
De oorspronkelijke ethische code voorzag in een afsplitsing van de erotische lijnen naar de 077-nummers, die maximaal 50 cent per minuut mochten aanrekenen. Door erotische lijnen op een duidelijk afgesloten nummerreeks met prijsbeperking te plaatsen, vergroot men de bescherming van de consument. Het argument voor de hoge prijs van de 0903-lijnen is dat via deze lijnen enkel ernstige informatie wordt aangeboden, bijvoorbeeld een helpdesk voor technische bijstand.
In de pers kondigde de minister aan dat er op termijn een speciale prefix voor erotische lijnen zou komen.
1. Waarom werden in de nieuwe ethische code de erotische lijnen niet meteen uit de 0903-reeks geweerd?
2. Binnen welke termijn ziet de minister een aparte prefix voor erotische lijnen tot stand komen? Welke stappen werden hiervoor al gedaan?
3. Is de Economische Inspectie al opgetreden tegen overtreders van de nieuwe ethische code?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De wet bepaalt dat er een ethische commissie voor de informatiediensten via telecommunicatie wordt opgericht. Die moet een ethische code uitwerken. Om hierop niet te moeten wachten heeft de minister aan de operatoren gevraagd om zelf een gedragscode uit te werken die de consumenten al beter beschermt tegen de uitwassen op het vlak van telefonie en internet. Voor de indeling van de nummerreeksen is het wachten op het nieuwe nummerplan van het BIPT.
De minister is er ook voorstander van om erotische lijnen op een duidelijk afgesloten nummerreeks met prijsbeperking te plaatsen. Dat zou inderdaad de duidelijkheid en de bescherming van de consument ten goede komen. Zelf is de minister er van overtuigd dat de duidelijkheid nog zou kunnen toenemen als bovendien de prijs van een nummerreeks zou toenemen met het nummer: 0901 zou dan de goedkoopste nummerreeks zijn en 0909 de duurste. Ook hiervoor is het echter wachten op het nieuwe nummerplan van het BIPT.
De dienst Controle en Bemiddeling - vroeger Economische Inspectie - treedt vooral op na klachten. Tot nog toe zijn er nog geen klachten gemeld.
Er kan dan ook moeilijk al een evaluatie gemaakt worden op basis van bestaande klachten.
De minister heeft er steeds op gewezen dat de vrijwillige gedragscode van Belgacom en Telenet een eerste stap is en dat er nog meer zullen volgen. Op het ogenblik werkt ze samen met de dienst Controle en Bemiddeling aan een grondige evaluatie van de vrijwillige gedragscode.
In een volgende stap wil ze alle betrokken actoren rond de tafel roepen om die vrijwillige gedragscode waar wenselijk aan te passen en aan alle operatoren ter ondertekening voor te leggen.
De code moet paal en perk stellen aan wanpraktijken. Ze verplicht de operatoren en dienstverleners vooral om duidelijke informatie te verschaffen over de tarieven. De prijs moet ondubbelzinnig worden weergegeven. De prefix 0900 of 077 dient duidelijk te worden vermeld. De klanten moeten verwittigd worden wanneer ze een bepaald bedrag overschrijden. Ze moeten de mogelijkheid krijgen om diensten te weigeren. De rekening mag niet kunstmatig worden opgedreven door de klant talloze keren door te schakelen of keuzes te laten maken met druktoetsen. De maximale wachttijd mag maar één minuut bedragen. Seks- en datinglijnen mogen enkel nog via 0900-nummers worden aangeboden. De code bevat ook beschermende maatregelen voor minderjarigen.
De richtlijnen gelden voorlopig enkel voor vaste telefonie en internet. Later volgt ook een code voor de mobiele telefonie.
Zeer positief is dat de code tegelijk de grootste problemen op het internet aanpakt. Ook hier moet de consument duidelijkheid krijgen over tarieven. Elke verbinding springt na 30 minuten automatisch af. De klant omleiden naar een lijn aan de andere kant van de wereld mag ook niet meer. Tot slot wordt de lijn verbroken wanneer de site verlaten wordt.
Zo halen we de viespeuken uit de sector en worden de consumenten beschermd, want zij weten niet altijd wat er schuilgaat achter bepaalde nummers.
Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Het eerste probleem is dat de sector in afwachting van de wettelijk opgelegde ethische code zelf de naleving van de vrijwillige code moet controleren. Dat betekent natuurlijk dat al de problemen die ik daarnet heb geschetst, ook effectief optreden.
Mij lijkt het verkeerd om pas op te treden als er klachten zijn. Dat is zoals pas iets voor gezond voedsel doen, als mensen iets verkeerd eten en daarvan doodgaan. In kranten en advertentiebladen zien we vandaag nochtans heel duidelijk dat er volop voor sekslijnen reclame wordt gemaakt. Waarom wachten we dan tot er klachten zijn? We moeten toch in staat zijn om vooraf in te schatten welke schade er kan ontstaan.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We vernemen via de media dat minister Demotte een federaal voedselactieplan heeft voorgesteld.
CD&V wijst er al lang op dat obesitas vandaag een belangrijk maatschappelijk probleem is geworden. Volgens het Obesitas Forum weegt de helft van de Belgen te veel: 36% heeft te kampen met overgewicht en 12% is zwaarlijvig. Vooral het toenemende overgewicht bij kinderen en jongeren is zeer verontrustend. Minstens 8,6% van de jongens en 7,4% van de meisjes hebben te lijden van overgewicht. Ook blijkt dat 1,8% van de jongens en 1,5% van de meisjes zwaarlijvig is. Tien procent van de kinderen in België lijdt aan suikerverslaving.
Het probleem van de zwaarlijvigheid is zowel een zaak van de Vlaamse gemeenschap als van het federale niveau, met respectievelijk een preventieve en een curatieve verantwoordelijkheid. Daarom sloegen de Vlaamse fractie en de Senaatsfractie van CD&V de handen in elkaar om een gedetailleerd plan tegen overgewicht bij kinderen uit te werken.
Vandaag hebben wij twee initiatieven genomen.
Wij hebben namelijk een resolutie tot voorstel van een globaal actieplan voor fitte kinderen bij de Senaat ingediend om overgewicht en zwaarlijvigheid bij kinderen te voorkomen.
Verder hebben we enkele maanden geleden al een wetsvoorstel bij de Senaat ingediend om voor zwaarlijvige volwassenen en voor kinderen met een overgewicht raadplegingen bij een diëtiste in aanmerking te laten komen voor de terugbetaling door het RIZIV.
Zodoende hopen wij het debat over deze belangrijke gezondheidsproblematiek in de bevoegde commissie en in de plenaire vergadering op de agenda te plaatsen. We zijn dan ook blij dat ons actieplan de minister kon bekoren en hem heeft geïnspireerd. Hopelijk vult hij het verder aan met eigen ideeën.
Een aantal maanden geleden al heb ik de minister over deze problematiek ondervraagd. Hij heeft mij toen geantwoord dat er nog geen beleidsmatige aanpak voorhanden was maar dat hij het probleem onderkende. Vandaag stel ik vast dat de minister op zijn minst voornemens is om dienaangaande een beleid uit te werken.
Is het voedselactieplan inmiddels al concreet uitgewerkt? Is het plan op de dagorde van de Ministerraad geplaatst? Is het beschikbaar?
Enkele dagen geleden heb ik de kopij ingekeken van een nota aan de ministerraad waarin de minister meedeelt dat hij het voornemen heeft om een voedselactieplan uit te werken. Als ik mij goed herinner is de implementatie ervan gepland tegen ten vroegste einde 2006. Tussen nu en 2006 wil de minister vooral overleg en onderzoek organiseren om stapsgewijs een plan uit te werken. De nota aan de ministerraad bevat geen concrete voorstellen maar alleen een timing en een methode om een plan uit te werken.
De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt de opstelling van een dergelijk plan ten zeerste aan. Frankrijk, Nederland, een aantal Scandinavische landen, Canada, Australië en enkele andere landen zijn al een eind opgeschoten met de implementatie van hun voedselactieplan.
Wij steunen de minister in zijn opzet maar de timing verontrust ons. Mijns inziens kunnen op het federale niveau nu al een reeks concrete maatregelen worden genomen, zonder dat zij per se voorafgaandelijk in een plan moeten worden opgenomen. Wij moeten niet wachten tot het overleg hierover tussen de Gemeenschappen, de Gewesten en Europa is afgerond.
Ik stel ook vast dat de minister veel ideeën formuleert die ressorteren onder de bevoegdheden van de Gemeenschappen. Zij zijn immers verantwoordelijk voor onderwijs, preventief gezondheidsbeleid, enzovoort. Is er al een overleg geweest met de andere beleidsniveaus? Heeft de minister al overleg gepleegd met het middenveld of met experts? Zo ja, met wie?
Welk budget zal er op de begroting 2004 worden uitgetrokken voor de aanzet tot dit beleid?
Wat is de totale kostprijs van het in de praktijk brengen van dit plan?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Overgewicht en obesitas vormen inderdaad een belangrijk maatschappelijk probleem.
Daarom verheugt het mij dat de Vlaamse fractie en de senaatsfractie van de CD&V hun krachten gebundeld hebben om een actieplan tegen overgewicht bij kinderen op te stellen. Overgewicht en obesitas treffen echter alle leeftijdscategorieën. Daarom is het opstellen van een voedings- en gezondheidsplan op het Belgische niveau en een doeltreffende samenwerking met de Gemeenschappen en Gewesten bevoegd voor diverse aspecten van de problematiek van essentieel belang.
Het nationale voedings- en gezondheidsplan wordt momenteel verder uitgewerkt. Op het federale niveau werd er daarvoor een groep van deskundigen inzake voedingsbeleid gemandateerd. De grote lijnen van dit ontwerp en de agenda voor de realisering ervan werden op 14 mei aan de Ministerraad voorgelegd. Dit document kan op mijn website worden geraadpleegd.
Tijdens de Interministeriële Conferentie Gezondheid die op 24 mei 2004 plaatshad, heb ik het plan voorgesteld aan mijn collega's van de Gemeenschappen en de Gewesten. Ze waren het er allen over eens dat hier iets moet gebeuren. Er werd afgesproken dat iedere minister een deskundige zal afvaardigen. Die deskundigen zullen een repertorium opstellen van alle studies en acties die in België op alle niveaus werden gevoerd. Op basis daarvan zullen de doelstellingen en de maatregelen nodig om die doelstellingen te bereiken worden geformuleerd. Alle maatschappelijke actoren zoals de verbruikersverenigingen, de voedingsdistributie, de horecasector, vooral de collectieve maaltijdverstrekking, enzovoort, zullen over de laatste etappe worden geraadpleegd. Tegen einde 2005 zou het nationale voedings- en gezondheidsplan klaar moeten zijn.
Aangezien het plan pas in 2006 in werking zal treden, is er geen weerslag op de begroting voor 2004. Er was op voorhand al voorzien in de middelen om de enquête te financieren.
Er zal niet onmiddellijk kunnen worden bepaald hoeveel de te nemen maatregelen zullen kosten.
Het is ook nog te vroeg om te zeggen op welke wijze het plan zal worden gefinancierd. Een specifieke overleggroep zal zich met dit aspect van het plan bezighouden. Mevrouw de Bethune heeft immers gelijk wanneer ze zegt dat het niet voldoende is richtlijnen en principes op papier te zetten, maar dat er ook in de nodige financiële middelen moet worden voorzien. We weten echter nu nog niet wie wat zal moeten betalen.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We zijn het met de minister eens over de doelstellingen en prioriteiten van dit plan.
Er moet degelijk werk worden verricht, maar we dringen aan op een snelle redactie en uitvoering van het plan.
De CD&V-fractie zal hier op een constructieve en kritische manier aan meewerken.
De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.
De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 8 juli 2004 om 10.00 en om 15.00 uur.
(De vergadering wordt gesloten om 20.40 uur.)
Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Lizin en de heer Verreycken, wegens andere plichten, mevrouw Laloy, in het buitenland.
-Voor kennisgeving aangenomen.
Stemming 1
Aanwezig: 61
Voor: 14
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 2
Aanwezig: 61
Voor: 10
Tegen: 40
Onthoudingen: 11
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire.
Stemming 3
Aanwezig: 61
Voor: 19
Tegen: 40
Onthoudingen: 2
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux.
Stemming 4
Aanwezig: 61
Voor: 18
Tegen: 39
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jacinta De Roeck, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 5
Aanwezig: 62
Voor: 16
Tegen: 39
Onthoudingen: 7
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 6
Aanwezig: 62
Voor: 15
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 7
Aanwezig: 60
Voor: 16
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 8
Aanwezig: 61
Voor: 14
Tegen: 40
Onthoudingen: 7
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 9
Aanwezig: 62
Voor: 11
Tegen: 40
Onthoudingen: 11
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire.
Stemming 10
Aanwezig: 62
Voor: 13
Tegen: 40
Onthoudingen: 9
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire.
Stemming 11
Aanwezig: 61
Voor: 11
Tegen: 46
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 12
Aanwezig: 62
Voor: 14
Tegen: 46
Onthoudingen: 2
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux.
Stemming 13
Aanwezig: 62
Voor: 13
Tegen: 47
Onthoudingen: 2
Voor
Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux.
Stemming 14
Aanwezig: 62
Voor: 22
Tegen: 40
Onthoudingen: 0
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Stemming 15
Aanwezig: 61
Voor: 16
Tegen: 40
Onthoudingen: 5
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 16
Aanwezig: 61
Voor: 17
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 17
Aanwezig: 62
Voor: 17
Tegen: 42
Onthoudingen: 3
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 18
Aanwezig: 62
Voor: 19
Tegen: 39
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 19
Aanwezig: 62
Voor: 18
Tegen: 40
Onthoudingen: 4
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Mia De Schamphelaere, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Michel Delacroix, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert.
Stemming 20
Aanwezig: 62
Voor: 40
Tegen: 22
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Tegen
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Stemming 21
Aanwezig: 61
Voor: 39
Tegen: 22
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Tegen
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Stemming 22
Aanwezig: 61
Voor: 29
Tegen: 31
Onthoudingen: 1
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots.
Tegen
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Luc Willems.
Onthoudingen
Christian Brotcorne.
Stemming 23
Aanwezig: 61
Voor: 23
Tegen: 38
Onthoudingen: 0
Voor
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Stemming 24
Aanwezig: 61
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 5
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Christian Brotcorne, Isabelle Durant, Michel Guilbert, Clotilde Nyssens, René Thissen.
Stemming 25
Aanwezig: 59
Voor: 50
Tegen: 0
Onthoudingen: 9
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean-François Istasse, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Marc Wilmots.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire.
Wetsvoorstellen
Artikel 81 van de Grondwet
Wetsvoorstel ter beteugeling van het familiaal geweld en tot aanvulling van artikel 458 van het Strafwetboek (van mevrouw Fatma Pehlivan c.s.; Stuk 3-776/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot uitbreiding van de strafrechtelijke bescherming van bijzonder kwetsbare personen tegen mishandeling en misbehandeling (van mevrouw Sabine de Bethune; Stuk 3-777/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 34 en 171 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die toegekend worden aan grensarbeiders (van mevrouw Christiane Vienne; Stuk 3-778/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 3ter in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (van mevrouw Annemie Van de Casteele en de heer Jacques Germeaux; Stuk 3-779/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende de feestdagen, teneinde van 11 juli, 27 september en 15 november wettelijke feestdagen te maken (van de heren Wim Verreycken en Frank Creyelman; Stuk 3-783/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.
Voorstel van resolutie
Voorstel van resolutie tot erkenning van de specifieke problematiek van ouderen en de situatie van AIDS-wezen in Rwanda (van mevrouw Christel Geerts; Stuk 3-780/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.
Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:
-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.
De Senaat heeft bij boodschap van 30 juni 2004 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:
Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bemiddeling (Stuk 3-781/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij boodschap van 29 juni 2004 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp:
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten (Stuk 3-744/1).
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij boodschappen van 24 juni 2004 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:
Artikel 81 van de Grondwet
Wetsontwerp houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (van mevrouw Jeannine Leduc c.s.; Stuk 3-27/1).
-Het ontwerp werd ontvangen op 25 juni 2004; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet 15 dagen bedraagt, verstrijkt op maandag 12 juli 2004.
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Kennisgeving
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag nr. 130 betreffende de geneeskundige verzorging en de uitkeringen bij ziekte, en met de Bijlage, aangenomen te Genève op 25 juni 1969 (Stuk 3-582/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 24 juni 2004 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K. 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake wederzijdse bijstand en samenwerking tussen de douaneadministraties, en met de Bijlage, gedaan te Brussel op 18 december 1997 (Stuk 3-626/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 24 juni 2004 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de volgende internationale akten:
1º het Zesde Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging;
2º het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging;
3º de Wereldpostconventie en het Slotprotocol, en
4º de Overeenkomst betreffende de uitbetalingsdiensten van De Post,
gedaan te Peking op 15 september 1999 (Stuk 3-627/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 24 juni 2004 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met het Aanvullend Protocol nr. 7 bij de Herziene Rijnvaartakte, ondertekend te Straatsburg op 27 november 2002 (Stuk 3-628/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 24 juni 2004 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Hong Kong op 10 december 2003 (Stuk 3-660/1).
-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 24 juni 2004 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.
Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij brief van 18 juni 2004 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 16 juni 2004 heeft de Procureur-generaal van het Auditoraat-generaal bij het Arbeidshof te Luik overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2003 van het Auditoraat-generaal bij het Arbeidshof te Luik, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 15 juni 2004.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Bij brief van 21 juni 2004 heeft de voorzitter van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, overeenkomstig artikel 11, §5, van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, aan de Senaat overgezonden, het verslag over de werkzaamheden van het jaar 2003 van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, goedgekeurd tijdens de algemene vergadering van 19 februari 2004.
-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.