4-44

4-44

Belgische Senaat

4-44

Handelingen - Nederlandse versie

VRIJDAG 17 OKTOBER 2008 - OCHTENDVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Bespreking van de verklaring van de regering

Berichten van verhindering


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 10.10 uur.)

Bespreking van de verklaring van de regering

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Geloofwaardigheid en goed bestuur vormden de kernwoorden waarmee Yves Leterme de verkiezingen van juni 2007 won. We zijn nu zeventien maanden verder en iedereen heeft door dat geloofwaardigheid en goed bestuur gesmolten zijn als sneeuw voor de zon. Leterme heeft twee keer ontslag genomen als formateur en nauwelijks was hij vier maanden eerste minister of hij diende opnieuw ontslag in, zij het tijdelijk, om langs de achterdeur weer binnen te komen. Geloofwaardigheid en goed bestuur moesten de trendbreuk tegenover paarsgroen en paars belichamen. Verhofstadt werd afgeschilderd als de voddenvent die de staatshervorming onder de mat had geschoven, die aan de Franstaligen alles gaf wat ze vroegen, en elk jaar virtuele begrotingen indiende, kortom als de man die er een zootje van maakte. Met Leterme zou het allemaal anders worden.

Nu zijn de eerste State of the Union en de eerste begroting er. Het is nog erger dan paars. Er is geen sprake van een trendbreuk. Wat we gisteren in de Kamer tijdens het debat hebben gezien en gehoord, is volslagen ontluisterend. De paarse leugen uit het verleden wordt gewoon voortgezet.

In het licht daarvan is de inleiding van de regeringsverklaring bespottelijk. `We moeten in woelige tijden een veilig baken en indien nodig de laatste reddingsboei zijn.' Een cynicus zou kunnen zeggen dat de bankcrisis de laatste reddingsboei van deze eerste regering-Leterme had kunnen zijn in plaats van het omgekeerde. Met de crisis sloeg de sfeer om. Sommige commentatoren zeiden dat wat de regering nu doet, bewijst dat de regering bestaat, dat ze kan regeren, snel op de bal kan spelen en krachtdadige maatregelen kan nemen.

Bij de aanpak van de bankcrisis stel ik echter twee zaken vast. Andere landen konden de belangen van de spaarder en de kleine aandeelhouder beschermen door, terugvallend op hun staatsstructuur, de boel, zij het tijdelijk, over te nemen. Het enige wat de Belgische regering kon, is in een auto stappen, naar Parijs rijden en daar de boel aan BNP Paribas verkopen, zodat wij overblijven met de rommel.

Zowel de premier als vice-eersteminister Reynders en Vlaams minister-president Peeters, in het Vlaams Parlement, hebben in de eerste hectische dagen tot sereniteit opgeroepen. Er mochten niet te veel verklaringen worden afgelegd, de sfeer moest sereen blijven om stilaan het broze vertrouwen te herstellen. De parlementsleden, zowel van de meerderheid als van de oppositie, hebben zich daar min of meer aan gehouden. Wat een contrast met de verklaring van de gouverneur van de Nationale Bank, de heer Quaden, die in de gemengde commissie voor de FinanciŽn van Kamer en Senaat nog wat olie op het vuur goot door bijna pathetisch uit te roepen dat alle banken, dus niet alleen Fortis en Dexia, in gevaar waren! Ik vraag mij nog altijd af wat hij daarmee bedoelde. Misschien vond hij het jammer dat uitgerekend alleen die banken toen onder vuur lagen. Los van de internationale en de mondiale context waarin een en ander zich afspeelt, stellen wij toch vast dat het effectief gaat om Dexia, de politieke bank bij uitstek, en Fortis, de bank die bij uitstek aan politiek doet.

Met Fortis hebben we gezien wat we al lang weten, namelijk dat de haute finance in dit land eerder aan politiek doet dan aan bankieren, al dan niet geÔnspireerd door het koningshuis, altijd gericht is tegen Nederland en altijd de baken richt naar Frankrijk, ook al betekent dit dat een politiek van hoogmoed wordt gevoerd waarvan iedere bankier zal zeggen dat ze nefast is. Wij zouden de rol van de haute finance, zeker wat Fortis en Dexia betreft, en ook de rol van de bestuurders in die banken, onder de loep willen nemen, evenals de rol die in deze financiŽle en bankcrisis gespeeld werd door de Nationale Bank en de Bankcommissie.

De vraag voor een parlementaire onderzoekscommissie is dus gewettigd. Men zegt nu wel dat een onderzoekscommissie dient om politieke spelletjes te spelen. Ik denk dat niet en ik denk ook dat iedereen genoeg verantwoordelijkheidszin heeft om in deze financiŽle crisis niet te vervallen in politieke spelletjes. Een onderzoekscommissie is niet op enkele dagen klaar met haar werk, maar toch moet er een komen om te weten waar de beleidsmensen en bepaalde bankiers zelf in de fout zijn gegaan. De meerderheid kan nog proberen om die onderzoekscommissie onder de mat te vegen, maar het politieke debat over een aantal verantwoordelijkheden, zowel in de politieke als in de financiŽle wereld, zal ooit moeten worden gevoerd.

Wat de begroting zelf betreft, zei ik daarnet al dat wie het Kamerdebat gisteren gevolgd heeft, tot de conclusie moet komen dat dit gewoon ontluisterend was, vooral voor de nieuwe meerderheid, de oude oppositie. Zij hebben eenmalige maatregelen altijd zo verfoeid, maar nu zijn er voor meer dan 1,4 miljard eenmalige maatregelen. In de aanloop tot de begrotingsbesprekingen zagen we dat met name CD&V de bocht al had genomen. Plots waren eenmalige maatregelen niet meer uit den boze, op voorwaarde dat ze - altijd werd dat codezinnetje gebruikt - de toekomstige generaties niet bezwaren. Men moet mij toch eens uitleggen wat eenmalige maatregelen anders zijn. Blijkbaar worden nu bij wijze van goed bestuur de reservefondsen van de NMBS, de Delcrederedienst en Nationale Bank ook ingeschreven in de begroting. Bij wijze van goed bestuur, neem ik aan, zal men zichzelf nog een hoger dividend van Belgacom en De Post laten uitkeren! Zijn dat allemaal maatregelen die de toekomstige generaties niet zullen bezwaren? Is dat goed bestuur?

Ontluisterend was het hoe gisteren in de Kamer de heer Bogaert, die al die jaren met scherp schoot op de eenmalige maatregelen van paarsgroen en paars, nu de eenmalige maatregelen verdedigde. Hij zei: `Het is de eerste keer in tien jaar dat eenmalige maatregelen verantwoord zijn'. Lees: `Eenmalige maatregelen zijn verantwoord als wij ze nemen'. Wat een onzin, toch.

Ontluisterend was het om vast te stellen dat pas in de loop van het Kamerdebat naar boven kwam wat niemand daarvoor wist: er is wel degelijk een verhoging van de parafiscale druk door de invoering van het cliquetsysteem. De staatssecretaris voor FinanciŽn moest nadien toegeven dat hij bij de voorstelling van de begroting en van de daarmee gepaard gaande maatregelen vergeten was dat te melden. Een stijging van de parafiscaliteit die wordt verantwoord vanuit milieuoverwegingen. Ook dat is een voortzetting van het paarsgroene en paarse beleid, dat jarenlang taksen oplegde met het argument dat het om milieudoelstellingen ging, terwijl iedereen wist dat het gewoon een truc was om de Schatkist te vullen. Een andere paarse truc is de vliegtaks.

Deze begroting houdt helemaal geen trendbreuk in; het is de voortzetting en nog in hevigere mate van het beleid van paarsgroen en paars in het verleden.

Dat de begroting niet in evenwicht is, wisten we. Toch is de premier ook naar de Senaat gekomen om ons voor te houden dat er een broos evenwicht is. Dat is er helemaal niet. Als men de groeicijfers van het Planbureau van 1,2% hanteert, terwijl men ondertussen weet dat het IMF die al heeft gereduceerd tot 0,2% economische groei, verkondigt men een fabeltje. Vroeger betwistte de toenmalige oppositie ook altijd dat de begrotingen van paarsgroen en paars in evenwicht waren. Deze keer hebben we een primeur gezien. Gisteren heeft de meerderheid zelf toegegeven dat er inderdaad geen sprake is van een begroting in evenwicht, zelfs niet van een virtueel evenwicht. Ontluisterend was het hoe Open Vld-fractieleider Tommelein tijdens het debat al een aanpassing van de begroting vroeg, nog voor ze ingediend, laat staan goedgekeurd was. Wat een bekentenis van formaat. De oppositie was zelfs niet meer nodig om tot de conclusie te komen dat de begroting niet in evenwicht was, de meerderheid trok die conclusie zelf.

De chaos steeg ten top toen staatssecretaris Schouppe verklaarde dat het verantwoord zou zijn om een begroting in te dienen die in het rood gaat. De premier zegt te streven naar een begroting in evenwicht, de meerderheid zegt dat er van evenwicht geen sprake is en volgens een ander lid van de regering zou ook een deficitaire begroting kunnen. Is dat de trendbreuk en het goed bestuur? Is dat nog geloofwaardig?

Het zogenaamde evenwicht, waarvan we nu weten dat het er niet is, is gebaseerd op 800 miljoen, het bedrag dat de deelstaten op vraag van de federale regering opzij zouden moeten zetten. We wisten voor de regeringsverklaring al dat onder meer de Vlaamse regering had aangekondigd dat bedrag zelf te zullen gebruiken. We wisten ook al dat het Brusselse Gewest verklaarde zijn deel niet opzij te kunnen zetten omdat het zelf met een deficit van 200 miljoen kampt.

De Vlaamse regering heeft wel een ander voorstel gedaan. Ze gaat ervan uit dat indien die 500 miljoen wordt besteed aan een beleid op Vlaams niveau, de federale schatkist daar ook wel zou bij varen. Dat was al zo bij de 361 miljoen die gevraagd werd voor de begroting 2008; hetzelfde geldt voor de begroting 2009. De Vlaamse regering heeft voorgesteld een aantal federale uitgaven die feitelijk betrekking hebben op gewest- of gemeenschapsbevoegdheden, voor haar rekening te nemen. Vlaams minister-president Kris Peeters had het vorige woensdag in het Vlaams Parlement zelfs over usurperende bevoegdheden die het federale niveau uitoefent, maar die in feite beleidsdomeinen zijn van gewesten en gemeenschappen. De minister-president zei niet te begrijpen waarom de federale overheid een stedenbeleid ontwikkelt, aangezien dat een pure gewestmaterie is. Hij noemde ook de 112,8 miljoen uitgaven voor beschutte en sociale werkplaatsen, de 67 miljoen voor vaccinatiecampagnes, de 100 miljoen voor de bevordering van het rationeel energiegebruik, enzovoort. De Vlaamse regering vraagt de federale regering zich niet langer bezig te houden met bevoegdheden die geen federale bevoegdheden meer zijn, en zich te concentreren op haar kerntaken.

We weten natuurlijk allemaal waarom de federale regering al jaren die uitgaven doet. Toen de paarsgroene regering ermee begon en de paarse regering die politiek voortzette, sprak de Vlaamse oppositie terecht over een Belgische recuperatie. Het federale geld was uiteraard meer dan welkom in het zuidelijke landsgedeelte, dat er financieel minder goed voorstaat.

Wat is het antwoord van de regering op het aanbod van de Vlaamse regering om een aantal federale uitgaven die betrekking hebben op bevoegdheden die niet federaal meer zijn, niet meer op zich te nemen?

Het aanbod van de Vlaamse regering brengt ons bij het gedeelte over de staatshervorming. De staatshervorming werd geŽvacueerd naar een schimmige dialoog van een groep van twaalf. Hetzelfde geldt voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. De redenering is dat de regering zich dan kan bezighouden met problemen waar de mensen echt wakker van liggen. Met deze begroting is echter het bewijs geleverd dat men de staatshervorming niet kan loskoppelen en evacueren omdat alles met die staatshervorming te maken heeft.

De financieringswet die uit het Lambermontakkoord voortvloeide, heeft de federale staat financieel uitgekleed. De regering moet volgend jaar op zoek naar twee miljard extra omdat het mechanisme van de financieringswet twee miljard extra naar de gewesten en gemeenschappen overhevelt. Dat betekent dat de federale regering geen middelen meer heeft om haar eigen kerntaken uit te oefenen en dat staatshervormingen niet langer kunnen worden afgekocht. De overheveling van bevoegdheden werd immers in het verleden door de Franstalingen afgekocht met veel geld, die er trouwens voor gezorgd heeft dat de Vlaamse overheid erin geslaagd is haar directe schuld tot nul te reduceren. Nu is er geen geld meer om een verdere staatshervorming af te kopen.

Vroeg of laat moet die staatshervorming er komen, want het federale niveau heeft zich volledig vast gereden. Ik zie persoonlijk binnen de Belgische context geen mogelijke oplossing. Vlaanderen stelt de fiscale autonomie voor, waarbij de regio's zelf verantwoordelijk zijn om de inkomsten te vinden voor de geplande uitgaven. Aan Franstalige kant horen we andere klanken. Daar is men sowieso minder happig om bevoegdheden over te nemen. Als dan toch enkele borrelnootjes moeten worden overgenomen, dan moeten ook de nodige financiŽle middelen worden overgeheveld. Het is mij een raadsel hoe dat mogelijk is met een federale kas die zo goed als leeg is en binnen het kader van de bestaande financieringswet.

De heer Leterme heeft zijn verkiezingsbeloften na nauwelijks zeventien maanden verbroken. CD&V zou niet toetreden tot een regering zonder garanties op een grote staatshervorming. Welnu, er is geen enkele garantie op om het even welke staatshervorming. CD&V zou niet toetreden tot een regering zonder de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Zeventien maanden verder is die splitsing verder af dan ooit. Ondertussen is N-VA geofferd op het altaar van het Belgische staatsmanschap. Kris Peeters heeft het hoofd van Geert Bourgeois aangeboden aan Didier Reynders om Yves Leterme in de Wetstraat 16 te houden.

Onvermijdelijk wordt dan de vergelijking met premier Verhofstadt gemaakt. Ik heb het dan niet over de grotere bevlogenheid van Verhofstadt om een verklaring over het algemeen beleid te verdedigen. De gelijkenis tussen de politieke parcours van beide heren is zeer treffend. Toen Guy Verhofstadt nog in de oppositie zat, heeft hij in zijn boek De Belgische ziekte heel harde communautaire taal gesproken. Nadien heeft hij, om premier te kunnen worden en vooral om premier te kunnen blijven, alles wat hij in dat boek aanbeden heeft, overboord moeten gooien. Yves Leterme is exact dezelfde weg opgegaan: hij heeft de verkiezingen met een sterk communautair programma gewonnen, maar ook hij is van Vlaams staatsman tot Belgisch staatsman moeten vervellen. In tegenstelling tot het buitenland, waar staatsmannen hun verkiezingsbeloften proberen na te komen, is men in BelgiŽ een staatsman als men zo vlug mogelijk vergeet met welke beloften men de verkiezingen heeft gewonnen.

Het resultaat van de verwijdering van N-VA is dat de regering in de Kamer geen meerderheid in de Nederlandstalige taalgroep meer heeft. Dat is uniek in de geschiedenis van dit land. Nochtans heeft Yves Leterme in de aanloop naar de formatiegesprekken nog gewaarschuwd dat dit een staatsgevaarlijk precedent zou zijn. Hij is dus volgens zijn eigen woorden staatsgevaarlijk bezig. Bijgevolg zullen we de komende maanden en jaren de gegijzelden van de Franstaligen blijven. Dat blijkt onder andere uit het migratiedossier. Mevrouw Onkelinx dreigt er nu al mee dat er zelfs van een kleine staatshervorming niets in huis zal komen als er geen regularisatie komt. De chantage is al bezig. Ik begrijp niet hoe CD&V een dergelijk bochtenwerk nog aan haar achterban kan verkopen.

N-VA heeft het geprobeerd. De partij heeft ons altijd verweten dat het voor ons gemakkelijk was om vanaf de zijlijn te roepen en te tieren, terwijl de strategie van N-VA erin bestond de dialoog aan te gaan en stapsgewijs werk te maken van de ontmanteling van het land of ten minste een grote staatshervorming uit te werken. Welnu, N-VA staat vandaag ook aan de zijlijn te roepen en tieren. De partij zal - helaas of niet - moeten vaststellen dat haar strategie heeft gefaald en dat de big bang de enig mogelijke optie is. Het Belgische federale model heeft zijn limieten bereikt en het heeft zichzelf vast gereden in zijn eigen contradicties.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - De Vlaamse opinie is alvast wakker geschud. Dat is toch al iets wat we bereikt hebben door onze handen vuil te maken.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Daar zijn wij al twintig jaar mee bezig, mijnheer Ide.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Ja, maar u kunt niet ontkennen dat er het afgelopen jaar in de Vlaamse opinie een forse vooruitgang is geboekt.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Natuurlijk, maar het afgelopen jaar heeft bewezen wat wij twintig jaar geleden al zeiden. Als wij toen echter pleitten voor een boedelscheiding als oplossing, werden we uitgelachen. Ik ben blij dat de publieke opinie in Vlaanderen eindelijk is gaan inzien - en dat was al vůůr dit jaar - dat het in de Belgische context niet meer gaat.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Blijkbaar is er inhoudelijk toch een verschil, want voor datgene waar wij in ťťn jaar tijd in slagen, hebt u twintig jaar nodig gehad.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Dat is niet in ťťn jaar tijd gebeurd. Bovendien zat u een beetje in een spagaat. Ik heb zelden meegemaakt dat een partijvoorzitter, in dit geval de heer De Wever, in een televisiestudio zegt dat zijn partij met de federale regering nooit iets te maken heeft gehad, omdat ze geen ministers heeft geleverd. Wat een onzin is dat! Een partij geeft haar vertrouwen aan een regering op basis van een regeerakkoord. Dat betekent toch dat N-VA dat regeerakkoord al die maanden heeft gesteund. In de Vlaamse regering hebt u er vier jaar over gedaan om dan luttele maanden voor de Vlaamse verkiezingen vast te stellen dat het communautaire op niets is uitgedraaid.

Ik rond af. Dit is een regering, een regeringsverklaring en dus ook een begroting zonder enige coherentie, zonder visie, zonder samenhang, zelfs zonder toekomst. Met een budget dat nu al deficitair is, geef dat ten minste toe. Met opnieuw belastingverhogingen onder het mom van milieumaatregelen. Zonder zicht op een staatshervorming, zonder zicht op de splitsing van BHV. Een mens zou voor minder moedeloos worden en aan Yves Leterme zeggen: wie gelooft die mensen nog?

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - We beleven beroerde en merkwaardige tijden! Sinds anderhalf jaar wordt ons koninkrijk door elkaar geschud door een politieke crisis, een nog steeds niet opgeloste communautaire crisis en ten slotte ook door een financiŽle crisis, die paradoxaal genoeg verse energie oplevert en de krachten bundelt. In het oog van die wereldwijd woedende storm heeft zich voldoende energie geconcentreerd om snel oplossingen te vinden. Die oplossingen zijn misschien onder tijdsdruk uitgewerkt en zijn misschien onvolmaakt, maar ze hebben de verdienste om te bestaan.

Heel in het bijzonder moeten we erkennen dat de regering snel is opgetreden, niet om de banken te redden, zoals sommigen willen beweren of om begrijpelijke redenen laten uitschijnen, maar wel om de spaarders en de kleine aandeelhouders te redden. Voor mij zijn spaarders en kleine en middelgrote aandeelhouders dezelfde personen. Ze maken allemaal deel uit van de middenklasse en hebben hun leven lang gespaard om iets aan hun kinderen te kunnen nalaten. Deze storm overvalt hen vandaag. Ook de rechtstreekse en onrechtstreekse werkgelegenheid moest worden verzekerd. Heel de economie is immers bedreigd.

Woensdag hebben we een wettekst aangenomen die de interbancaire leningen waarborgt. Dat was absoluut noodzakelijk om het vertrouwen te herstellen. Gisteren konden veelbelovende berichten een nieuwe instorting van de beurs niet voorkomen. Het optrekken van de depositogarantie van 20 000 tot 100 000 euro is dan ook het logisch gevolg van de interbancaire waarborgen. Dat zal gebeuren bij koninklijk besluit.

De crisis geeft aanleiding tot een filosofisch en een ideologisch debat over het systeem. Sommigen buiten ze uit voor politieke doeleinden. Sommigen gewagen zelfs over de dood van het kapitalisme. Ik geloof niet dat het kapitalisme zijn laatste uren beleeft, maar het ondergaat wel een ingrijpende mutatie. De financiŽle wereld, die de voortrekker is van de globalisering, moet natuurlijk de hand in eigen boezem steken. Wie het contact met de economische realiteit verbreekt, zoals speculanten met hun virtuele producten, grijpt diep in de menselijke realiteit in.

Ik ben iemand die het begrip crisis bij voorkeur in zijn etymologische betekenis gebruikt. Het Griekse woord `κρίσις' (krisis) betekent `oordeel'. De krisis is het paroxismale punt dat een diepgaande mutatie teweegbrengt, en biedt ons de gelegenheid om ons van een en ander bewust te worden en het diepgaand ter discussie te stellen. Het verbreken van het contact met de reŽle economie had een domino-effect en daarom moeten we er absoluut een einde aan maken. Daartoe moeten we een Europese regulator in het leven roepen, evenals sterke instanties die op Europees en wereldniveau recht van spreken hebben.

Verwar kapitalisme niet met liberalisme. Het is al te gemakkelijk om ze op ťťn hoop te gooien. Dat zou hetzelfde zijn als communisme en socialisme met elkaar verwarren. Zo'n beledigende karikatuur zou ik me niet veroorloven.

Mijns inziens kan het liberalisme de vastgelopen motor van de economie op gang trekken. Liberalisme is regelgevend gezag, het is de primordialiteit van de gezagvoering en ook de eerbiediging van politieke en van mensenrechten. Daarvan mogen we heil verwachten. Ik ben er nog altijd fier op dat ik liberaal en vernieuwster ben. Wie de alternatieve weg van de nationalisatie van de productiemiddelen bewandelt, van de inbeslagname van de economie, stevent op nog meer moeilijkheden af. Wie echt wil terugkeren naar een systeem van staatsbeheer, mag niet vergeten dat er in het sovjetsysteem spaarders noch aandeelhouders zijn, alleen een nomenklatoera met datsja's. Dat weiger ik.

Dankzij die discussie raken we uit een grijze, weke, vage zone zonder breuklijn tussen onherkenbaar geworden ideologieŽn, waarin ideeŽnstrijd bijna volledig ontbrak.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Nochtans pleit gewezen VLD-senator en hoogleraar economie Paul De Grauwe vandaag voor de nationalisering van de banken. Zelf ben ik het daar niet mee eens.

De nationalisatie van de banken zou eventueel de ultieme oplossing zijn, een transactie als oplossing. Als u goed hebt geluisterd, mijnheer Van Den Driessche, dan hebt u opgemerkt dat ik het over de nationalisatie van de productiemiddelen had. Ik betwijfel of de CD&V gewonnen is voor een terugkeer naar de sovchozen en de kolchozen.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Ik had het over de banken.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ik heb u geantwoord.

De regering stelt een begroting in evenwicht voor. Sommigen vinden het een virtuele begroting die steunt op de door het Planbureau voorspelde groeivoet van 1,2%, terwijl de vooruitzichten minder optimistisch zijn.

De regering moest een politiek signaal geven, laten zien dat ze bestaat, haar wil en daadkracht tonen. In bijzonder dramatische economische omstandigheden, uiterst moeilijke politieke omstandigheden - vijf partijen, twee aan de ene kant en drie aan de andere met soms chaotische meerderheden - heeft de regering die krachttoer voor mekaar gekregen. Het signaal van een begroting in evenwicht was noodzakelijk. Sommigen hebben zich gewonnen verklaard voor deficit spending als middel om de koopkracht op te vijzelen, wellicht uitsluitend langs de consumptiezijde, wat nog voor discussie vatbaar is.

Daarmee belanden we hoe dan ook in een spiraal van overheidstekorten, de pijnlijke nachtmerrie van de negentiger jaren waaruit we ons hebben trachten te bevrijden. De begroting geeft een positief signaal aan de burgers en aan onze partners.

Ik ben niet zo lichtgelovig of zwak om te denken dat we het zonder aanpassingen kunnen stellen. We moeten het werk overdoen en dat wordt een moeilijke oefening. Niemand beweert het tegendeel, maar uitgaan van groei betekent een sterk, positief signaal geven.

Zo laten we ons niet opsluiten in fatalisme en defaitisme.

Ik zal enkele maatregelen benadrukken die ons na aan het hart liggen, met name de indexering van de belastingschalen, de inspanningen voor de KMO's en voor de verbetering van het sociaal statuut van de zelfstandigen, van wie het minimumpensioen in twee keer zal worden verhoogd - de eerste keer op 1 mei - zodat het verschil tussen het pensioen van zelfstandigen en dat van loontrekkenden stilaan wordt weggewerkt.

Ik ben tevreden dat er in de gezondheidszorg 300 miljoen wordt uitgetrokken voor chronisch zieken en dat men daarbij ook kanker- en AlzheimerpatiŽnten beoogt.

We kunnen evenmin ontsnappen aan een denkoefening over de huisartsgeneeskunde die weliswaar op de prioriteitenlijst van de regeringsploeg staat, maar die echt een spoedbehandeling vergt.

Onze fractie heeft dat punt aandachtig bestudeerd. Die denkoefening wint aan belang en relevantie als men ziet hoe de Franse Gemeenschap klungelt met de numerus clausus en de hete aardappel lafhartig naar de federale overheid doorschuift. Beide beleidsniveaus moeten samenwerken, men mag geen scheidsmuur tussen hen optrekken, evenmin vanuit de Franse Gemeenschap. In elk geval dient een duurzame oplossing te worden gevonden. Het heeft geen zin onder druk van het gerecht en van gerechtelijke uitspraken nutteloze maatregelen te nemen in plaats van een langetermijnbeleid uit te werken.

Het hoofdstuk Justitie in de regeringsverklaring valt vrij magertjes uit. Door de financiŽle tornado kwam het op de achtergrond, maar we moeten het in detail bespreken.

U kondigt een familierechtbank aan. Dat stemt me tevreden en we moeten daar serieus aan werken. De echtscheidingswet mag dan herzien zijn, ze doet toch enkele moeilijkheden rijzen. Ik pleit soms nog en heb dus het enorme voordeel om voeling met de praktijk te houden. Ik kan vaststellen dat de concrete toepassing van de wet op talrijke struikelblokken stuit.

Ook de procedure van vereffening en verdeling bij echtscheiding moet herzien worden. Het is zeer belangrijk om aan de rechtsonderhorigen te denken. De procedures zijn nog steeds zwaar, archaÔsch en duur. In het burgerlijk recht valt dus nog veel te doen. Voorstellen inzake zuiver procedurele kwesties bieden geen oplossing voor de gerechtelijke achterstand.

In strafzaken wordt blijkbaar meer aandacht besteed aan de strafuitvoering. Dat stemt me tevreden, want straffeloosheid is het resultaat van normvervaging. Ik veronderstel dat we opnieuw over de enkelband zullen debatteren.

Ik kom nog bij de bestrijding van terrorisme. Er wordt een mammoetwet over de bijzondere methoden voor de Veiligheid aangekondigd. Ik hoop dat we niet zoals onder de vorige regering tegen het einde van de regeerperiode een gigantische tekst ter stemming voorgeschoteld krijgen, een methode die we overigens niet hebben aanvaard. Dat wordt een belangrijk debat.

Over het migratiebeleid heb ik gisteren in de Kamer de vrij harde toespraken van een deel van de meerderheid gehoord.

Men kan niet tegelijkertijd binnen en buiten staan. Als het vertrouwen geschonden is, moet men de gevolgen eruit trekken.

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Inzake asielrecht heeft de meerderheid haar woord niet gehouden.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - De heer Giet heeft gisteren in de Kamer verklaard dat op dat punt het vertrouwen geschonden is. In dat geval moet men de consequenties ervan aanvaarden.

We moeten absoluut een oplossing vinden voor dat explosieve dossier en mijn partij bevindt zich in goed gezelschap, want de bezieler van de grote regularisatieoperatie op grond van objectieve criteria was een liberale minister van Binnenlandse Zaken, de heer Duquesne.

(Protest van Ecolo)

Het klopt dat u deel uitmaakte van de regering, maar PS en cdH doen een en ander blijkbaar met minder daadkracht opschieten. In afwachting heeft een liberaal zijn verantwoordelijkheid op zich genomen. (Samenspraak)

De heer Josy Dubiť (Ecolo). - Vandaag steunen wij u.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Men moet ongetwijfeld een evenwicht vinden tussen de migratiestromen in het algemeen en de economische migratie in het bijzonder. Als er daadwerkelijk sprake is van vertragingsmanoeuvres, dan ontsnappen we niet aan het debat erover. In mij vindt u in dezen in alle geval een gesprekspartner. Er zijn echter verschillende partners in de regering. Dat elke partner zijn stem wat luider late klinken. Als we zien wat er van het migratiebeleid en van het werkgelegenheidsprobleem is geworden, dan komen we tot de vaststelling dat twee regeringspartijen een schrijnende nederlaag hebben geleden. Wie verliest, mag de pot echter niet krijgen. Wil de regering overleven, dan moet ze een aantal evenwichten hertstellen.

De heer Josy Dubiť (Ecolo). - De verliezers zijn de duizenden mensen die op een beslissing wachten.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Tot slot zeg ik dat de begroting de verdienste heeft te bestaan en dat ze nog mooie dagen voor zich en zoals vanochtend vinnige debatten in petto heeft. Het ligt voor de hand dat de begrotingscontroles zinvol zullen zijn.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - De regering heeft dinsdag de begroting voorgesteld, althans de grote lijnen ervan en daarover wil ik het vandaag hebben.

Buitengewone omstandigheden rechtvaardigen volgens de regering buitengewone maatregelen, wat ertoe heeft geleid dat de regering eenmalige maatregelen heeft genomen. Ik zal dat niet bekritiseren. Het gaat wel over een groot bedrag van 1,5 tot 2 miljard euro. Toch zal ik het vandaag niet over orthodoxie hebben, al was het maar omdat in een jaar als 2009 orthodoxie niet direct de sterkste eis is. Ik ga het wel hebben over de eerlijkheid van de begroting, wat iets anders is. Om dat te doen ga ik, voor ik het over de actuele begroting heb, terugblikken naar de begrotingen van 2007 en 2008. Voor 2007 heeft deze regering van de vorige regering een begroting in evenwicht gekregen. De begroting 2007 voorzag in een overschot met eenmalige maatregelen, maar het evenwicht was structureel. Na de verkiezingen hebben CD&V en VLD er alles aan gedaan om het structureel evenwicht van 2007 te verliezen, tot en met het blokkeren in september 2007 van maatregelen die moesten voorkomen dat geld zou wegvloeien. Het resultaat was dat de voorstellen om het tekort te voorkomen, dat aan het ontstaan was sinds juni 2007, weggeveegd werden en de begroting 2007 afgesloten werd met een tekort van 0,2%. Zo kon deze regering zeggen dat de vorige regering een slechte begroting had opgesteld. Iedereen weet - en de heer Wathelet, die toen nog geen lid was van de regering, zal me dus niet tegenspreken - dat de begroting 2007 met enkele recurrente maatregelen in evenwicht had kunnen worden gebracht. Zo was het voldoende geweest in 2007 in te grijpen tegen de misbruiken met de notionele intrest. Toch heeft de regering maar in 2008 ingegrepen.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - De heer Vande Lanotte is zo eerlijk te zeggen dat de begroting 2009 een speciale begroting is die in heel onzekere omstandigheden tot stand is moeten komen. Moeilijke economische omstandigheden rechtvaardigen inderdaad een speciale begroting.

Wat het structureel evenwicht voor 2007 betreft, verwijs ik naar het conclaaf van Leuven. Iedereen weet nu dat de raming van de fiscale ontvangsten die toen gemaakt is, betwistbaar is.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - We weten dat er een fout was in de raming. Dat hebben we in 2007 dan ook aangeklaagd. Het gevolg van die fout was een tekort van 0,2% in 2007, maar met enkele maatregelen in september 2007 had de regering het evenwicht zonder eenmalige maatregelen bereikt. Achteraf heeft de Nationale Bank gezegd dat de begroting 2007 in evenwicht was. De huidige regering heeft het evenwicht verloren omdat de onderhandelaars van CD&V en Open Vld de misbruiken die ontstaan waren, hebben laten voortduren. Ze hebben in augustus 2007 aan de pers gezegd dat ze rekening hielden met een tekort van 0,2%. Nogmaals, het evenwicht was bereikbaar ondanks de verkeerde raming.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik begrijp dat de heer Vande Lanotte vanuit zijn positie moet zeggen dat de begroting van 2007 in evenwicht was.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Ik zeg dat niet vanuit mijn positie. Het is gewoon een feit.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik spreek alleen over de cijfers.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - De cijfers bewijzen dat de begroting van 2007 in evenwicht was.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik heb het over concrete cijfers: eerst was er de nieuwe raming van de fiscale ontvangsten. Voorts was er het voorstel over het pensioenfonds 2007, waarvoor een akkoord moest komen vanuit Vlaanderen, dat er niet is gekomen.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Dat akkoord moest niet voor het evenwicht zorgen.

Het pensioenfonds moest zorgen voor een overschot op de begroting.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Het pensioenfonds moest worden gestijfd met opbrengsten uit de verkoop van verschillende gebouwen, met daartegenover nieuwe huurlasten voor de toekomst, waartegen de heer Vande Lanotte geen bezwaar had. Bovendien is de overeenkomst met Vlaanderen er nooit gekomen.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - De pensioenfondsen die de vorige regering wou overhevelen - en de huidige regering zou dat beter veel meer doen - en die opgenomen waren in de begroting 2007, moesten zorgen voor een overschot van 0,3%. Indien de partij van de heer Wathelet de misbruiken inzake notionele intrest had gestopt, dan was er in 2007 inderdaad een begrotingsevenwicht.

Trouwens, vandaag mogen de 40 000 werknemers die afhangen van het Belgacompensioenfonds blij zijn dat het pensioenfonds is overgenomen. Omdat de heer Leterme in 2007 bepaalde pensioenfondsen niet wou overnemen, staan de begunstigden van die fondsen nu in de kou. Door de kredietcrisis zijn ze inderdaad veel minder waard. Vlaanderen was akkoord, maar de heer Leterme wou van geen overheveling weten! Hij had beter meer pensioenfondsen overgenomen. Een wettelijk pensioen moet immers niet gedekt zijn door een pensioenfonds.

Ik kom tot 2008. Na het structurele evenwicht van 2007 dat ik blijf benadrukken, kondigde staatssecretaris Wathelet een structureel evenwicht aan voor 2008. Het zou gedaan zijn met begrotingen die niet in evenwicht waren. We weten ondertussen beter. In juni 2008 heeft de heer Wathelet geen begrotingscontrole uitgevoerd. Hij heeft alleen gedaan alsof. Het schatkistcomitť had 95,7 miljard euro inkomsten voorspeld en de heer Wathelet heeft er 96,7 miljard van gemaakt, zonder uitleg.

Staatssecretaris Wathelet heeft gewoon ťťn miljard inkomsten verzonnen. De zogenaamde begrotingscontrole van juni is nooit aan het parlement voorgelegd, doodeenvoudig omdat ze er nooit is geweest.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Wij hebben die begrotingscontrole wel voorgelegd.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Pas in oktober. Als de regering in juni een begrotingscontrole houdt, dan legt ze die ook in juni aan het parlement voor. En niet vier maanden later! In juni was de regering echter bang dat men zich zou realiseren dat het om een schijnoperatie ging.

Vandaag zou de regering een begroting in deficit moeten voorleggen.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Wij hebben in juni in de commissie een debat gevoerd over de begrotingscontrole.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Dit jaar hebben we een economische groei van 1,5%, iets minder dan het gemiddelde van de laatste tien jaar. Het jaar 2008 is in zijn geheel genomen geen crisisjaar. De begroting zal echter wel met een tekort worden afgesloten omdat de regering in juni geen begrotingscontrole heeft gedaan.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik begrijp dat de situatie voor de heer Vande Lanotte gÍnant is. Hij wil bewijzen dat het in zijn tijd allemaal beter was.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Staatssecretaris Wathelet, dit is uw derde begroting in deficit op rij.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - U zoekt excuses voor het verleden.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Daar gaat het niet over. De begroting is niet in evenwicht omdat de regering daar niet voor gezorgd heeft.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Volgens de heer Vande Lanotte leven we in 2008 in de beste der werelden. Economische en financiŽle crisis? Nooit van gehoord! Wie gelooft dat?

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Ik heb niet gezegd dat alles goed gaat. Ik zeg alleen dat er dit jaar een gemiddelde economische groei is van 1,5%. Dat betekent dat er in het eerste semester een meer dan normale groei is geweest die de regering niet heeft gebruikt, en dat er in de tweede semester waarschijnlijk een nulgroei zal zijn. Een groei van 1,5% is het gemiddelde van de laatste tien jaar. Een tekort van 0,4% voor dit jaar kan dus op geen enkele manier worden verantwoord. De enige reden ervoor is het uitblijven van een begrotingscontrole.

Ik kom dan tot de `eerlijke' begroting van 2009. Herman Van Rompuy verklaart dat die begroting opgemaakt is in een crisismoment zonder voorgaande. Dat is ook zo en ik heb in die omstandigheid dan ook geen bezwaar tegen eenmalige ingrepen.

Toch voorspelt de regering ondanks de crisis voor volgend jaar een economische groei van 1,2%. Dat is meer dan in 2001, 2002, 2003 toen de economische groei vertraagde en er geen economische crisis van wereldformaat was. Van een onrealistische raming of volksbedrog gesproken! Omdat de regering niet wil toegeven dat ze geen beslissingen kon nemen, stelt ze een hoge economische groei voorop. Op die manier kan ze ook meer inkomsten in het vooruitzicht stellen, maar ze weet goed dat ze die niet zal kunnen realiseren. Er zal dus een bijkomend gat van 1,5 miljard euro moeten worden gedicht.

Dat houdt geen steek. Het is het een of het ander. Ofwel gaat het heel slecht en heb je een erg lage groei, ofwel gaat het niet slecht en heb je 1,2% groei.

Ten tweede worden er voortdurend dingen voor de mensen verzwegen. Van de heer Clerfayt hebben we al gehoord dat hij aan geheugenverlies leed toen hij een belasting moest aankondigen. Daarnaast wordt aangekondigd dat de elektriciteitssector 500 miljoen moet betalen. Daarbij wordt niet gezegd dat dit geen belasting is. De liberalen willen immers geen belasting. Ze hebben een ideologisch probleem met een belasting voor grote bedrijven. Die 500 miljoen mag dus van de vennootschapsbelasting worden afgetrokken. Er gaat dus een derde af. Als het om particulieren gaat, bestaat er blijkbaar geen ideologisch probleem om belastingen te heffen, maar voor een bedrijf als Electrabel is er wel een ideologisch probleem. Ik ben blij dat ik geen liberaal ben, want ik heb wel een ideologisch probleem als men een groot bedrijf aan de Staat laat betalen en het daarvan een derde terugkrijgt via de belastingen. Die afroming met een derde bent u blijkbaar ook vergeten. Van de sector komt dus 367 miljoen en geen 500. De bevolking werd voor 133 miljoen voorgelogen. Zij moet de belasting wel volledig betalen. Die waarheid hoort u niet graag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Paars voerde een fiscale amnestie door!

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Als u geen argumenten meer hebt, begint u over iets anders. Dat is een bekend fenomeen, dat doen studenten ook. Er werd nooit gecommuniceerd dat van die 500 miljoen er 133 moeten worden teruggegeven. De bevolking en het parlement werden verkeerd ingelicht.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik zeg niet dat alle argumenten van de oppositie belachelijk zijn, maar als u nu beweert dat het bedrijfsleven een cadeau krijgt, antwoord ik u dat wij altijd het cadeau van de fiscale amnestie hebben bestreden. U hebt een sociaal-liberale weg gevolgd en die prijs betaald. Dat was een veel groter cadeau dan wat u nu bestrijdt. Dat gaat in tegen het rechtvaardigheidsgevoel. Beide zaken kunnen niet worden vergeleken.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Ik heb niet gezegd dat men de door de regering voorgestelde werkwijze niet mag volgen. Men moet wel durven zeggen dat het netto bedrag 367 en niet 500 miljoen is. Het is zeer bedenkelijk dat de staatssecretaris eerst vergeet te zeggen dat de belastingen worden verhoogd en nu vergeet dat een belasting aftrekbaar is.

U hebt in de begroting rekening gehouden met 700 miljoen euro overschot voor de gemeenten. U zegt dat het Instituut voor de Nationale Rekeningen dat heeft voorspeld. Wanneer dan wel? Het stabiliteitspact is nog een slechter argument. Ooit werd in het stabiliteitspact bepaald dat er een overschot van 700 miljoen euro moest zijn. U beweert dus dat er een overschot van 700 miljoen zal zijn, omdat ooit werd gezegd dat het zo hoorde. Een begroting moet echter worden opgesteld op basis van de realiteit. Die realiteit is dat het Planbureau u en de regering een voorspelling voorlegt. In die voorspelling staat, op bladzijde 189, dat de gemeenten in 2009 een tekort van 700 miljoen zullen hebben. U zegt nu dat gerekend wordt op een overschot van 700 miljoen, dus er zal een overschot zijn van 700 miljoen. Ten opzichte van de voorspelling en uw doelstelling is er dus een verschil van 1 400 miljard, wat immens veel is en waarvoor u geen uitleg geeft. U zegt niet dat u er iets aan zult doen, de regio's werden niet gevraagd er iets aan te doen en er werd geen enkele maatregel in het vooruitzicht gesteld. U bent zelf actief in een gemeente, u weet dus hoe de curve in de gemeenten verloopt: de eerste twee jaren na de gemeenteraadsverkiezingen is er een overschot, dat overschot vermindert en het laatste jaar is er een tekort. U had beter gewag gemaakt van een evenwicht, in plaats van te zeggen dat er een overschot is van 700 miljoen terwijl er een tekort van 700 miljoen wordt voorspeld. U weet toch dat het Instituut voor de Nationale Rekeningen de jongste jaren telkens op een groter tekort uitkwam dan we zelf hadden voorspeld? Wij hebben ook op een bepaald ogenblik gezegd dat de gemeenten in evenwicht zouden eindigen, maar twee jaar later bleek dat niet het geval te zijn. Het is echter een realiteit dat het tekort de laatste jaren groter wordt omdat de correcties negatief zijn voor de gemeenten. De begroting bevat dus een risico van 1,4 miljard euro, zonder dan nog te spreken over de 800 miljoen van de gewesten, de 500 miljoen van de banken en dergelijke meer. U hebt de groeivoorspelling te hoog ingeschat, u hebt ook inkomsten ingeschreven die nog niet verworven zijn, zoals de 66 miljoen euro inkomsten uit de activering van werklozen, terwijl de avond voordien werd aangekondigd dat er geen akkoord en dus geen beslissing was.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - U vergelijkt graag met het jaar 2008, bij voorbeeld wat de activering betreft.

U vergelijkt gemakkelijk met de voorbije jaren, maar in 2008 bijvoorbeeld hadden we inkomsten in het vooruitzicht gesteld uit de activering van 15 000 werklozen en uiteindelijk hadden we meer inkomsten dan voorspeld was. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat dit met een goed activeringsbeleid, waarvoor inderdaad een samenwerkingsakkoord moet worden ondertekend met de gewesten, voor de begroting van 2009 niet zal lukken. In de verklaring van de premier staat dat daarvoor onderhandelingen moeten worden gevoerd. In 2008 hebben we dankzij die activering meer inkomsten gehaald dan we voorspeld hadden, en voor 2009 hebben we uiteraard dezelfde doelstelling. Ik vind dat het beter is doelstellingen vast te leggen inzake activering van werklozen om meer inkomsten te creŽren, dan te verkondigen dat het een moeilijk jaar zal worden, dat we dus geen doelstellingen moeten vastleggen en geen maatregelen inzake activering moeten nemen. Ik heb geopteerd voor een voluntaristische aanpak inzake het activeringsbeleid om werkelijk banen te creŽren en inkomsten te verwerven.

De heer Johan Vande Lanotte (sp.a+Vl.Pro). - Ik noteer dat u zegt dat u in 2008 meer inkomsten hebt, wat ik ook begrijp, omdat de eerste helft van 2008 inderdaad economisch niet slecht was.

U kunt wel voluntaristisch zijn voor de activering, maar u moet sceptisch zijn ten aanzien van de inkomsten. Wat doet u nu? U bent voluntaristisch ten aanzien van de inkomsten, maar in verband met de maatregelen heeft uw regering op zondag bekendgemaakt dat er geen akkoord was voor activering en op maandag een nota goedgekeurd waarin 66 miljoen euro inkomsten zouden voortvloeien uit de activering. U bent dus voluntaristisch wat de inkomsten betreft, maar onbekwaam om de beslissing te nemen. De waarheid is dat deze regering over geen enkel moeilijk thema tot een conclusie komt.

Door te vertrekken van een groeivoorspelling van 1,2% en tegelijkertijd te zeggen dat het een crisisjaar is, door voor de gemeenten een stijging van 700 miljoen in te schatten, wat niemand gelooft, door de fiscale inkomsten ab initio zelf hoger in te schatten, hebt u er met deze begroting niet voor gezorgd dat u het begrotingsjaar 2009 voorbereidt, laat staan dat u de toekomst zou voorbereiden, maar hebt u uzelf voorbereid om tot 2009 voortdurend te kunnen zeggen dat de begroting in evenwicht is en in juli, net na de verkiezingen, te kunnen zeggen dat er een probleem is. U hebt voor uzelf deze periode afgekocht tot na de verkiezingen, maar de rekening voor de bevolking zal volgen. Daarom is deze begroting een schijnvertoning, een virtuele begroting, waarover de waarheid niet wordt gezegd.

De heer Josť Daras (Ecolo). - Het is geen gemakkelijke opdracht om na een ervaren spreker als collega Vande Lanotte het woord te nemen.

`We beleven stormachtige tijden', zegt de heer Leterme. We bevinden ons in een zeer ernstige crisis, waarop de regering globaal gezien niet slecht heeft gereageerd. Ik heb vernomen dat de heer Alain Minc de Belgische regering 20 op 20 geeft voor de manier waarop ze de crisis heeft aangepakt. Ik ben het daarmee grotendeels eens, al hebben we enkele bezwaren tegen de ontmanteling van Fortis en tegen de omstandigheden rond de verkoop aan BNP-Paribas. Ook bij de goedkeuring van een machtigingswet die niet beperkt is in de tijd, hebben we bedenkingen.

Mijn bezorgdheid is tweeŽrlei.

Ten eerste, hoe gaan we de verantwoordelijkheden bepalen? Ik ben niet specifiek op zoek naar zondebokken of slachtoffers, evenmin is het mijn doel om koppen te doen rollen. Dat lijkt me een belachelijk spelletje in een crisis van een dergelijke omvang.

Ik denk aan onze verantwoordelijkheid op Belgisch of Europees niveau binnen het systeem, dat al dan niet goed heeft gefunctioneerd. De verantwoordelijkheden moeten in alle transparantie worden vastgelegd. Sommige collega's vragen om een parlementaire onderzoekscommissie. We hebben aangegeven dat we het daarmee eens kunnen zijn. Is dat echter de beste formule? Hoe het ook zij, er moet klaarheid worden geschapen over de vraag wat er is gebeurd, wat is fout gelopen en wat had moeten werken.

Vervolgens moet het parlement debatteren over de maatregelen voor de toekomst, maatregelen die we voor ons land nemen en opties die we op Europees en internationaal niveau zullen verdedigen. We mogen niet talmen.

Het volstaat niet een machtigingswet goed te keuren. We moeten de komende maanden debatteren over de maatregelen die moeten worden genomen. We kunnen niet langer aanvaarden dat wij degenen zijn die de gebeurtenissen ondergaan en die het systeem moeten herstellen zodat het de draad gewoon weer kan opnemen. Ik weet dat niemand, behalve misschien een enkeling zonder politieke verantwoordelijkheid, een dergelijk discours houdt. Iedereen zegt daarentegen dat het systeem moet veranderen, zonder meer details te geven. Ik heb op deze tribune al gesproken over de mantra van Nicolas Sarkozy over een nieuw Bretton Woods. Wat houdt dat eigenlijk in?

Het parlement moet de regels en de voorwaarden bepalen en een debat houden over de vraag: `Wat gaan we morgen doen?'. Vandaag steunen we iedereen en geven we garanties aan iedereen. Misschien kunnen we niet anders, maar ik ben er niet zeker van dat we een positieve houding moeten blijven aannemen tegenover financiŽle instellingen die met risicokapitaal werken en schuldvorderingen effectiseren, en die bij problemen de risico's naar de Staat doorschuiven.

Hierover moet worden gedebatteerd. Er moeten regels worden uitgewerkt. Iedereen moet duidelijk worden gemaakt dat alleen zij die de regels naleven zullen worden geholpen.

De Senaat debatteert vandaag ook over de begroting - wat uitzonderlijk is - aangezien de verklaring van de eerste minister vooral budgettaire elementen bevat. Moet ik herhalen dat een groeicijfer van 1,2% een lachertje is? Iedereen weet dat en is hiervan overtuigd. De ministers hebben echter geen keuze; ze moeten blijven geloven dat een begroting in evenwicht mogelijk is op basis van een virtueel groeicijfer, dat niemand nog gelooft.

Open Vld heeft al aangegeven dat er snel een begrotingscontrole moet komen. Duitsland heeft trouwens beslist om bij de opstelling van de begroting uit te gaan van een groei van 0,2%. De Belgische begroting verhult een tekort met inkomsten en rariteiten. Ik ga hier niet dieper op in, maar ik sluit me grotendeels aan bij de opmerkingen van heer Vande Lanotte.

Het fictieve groeicijfer is nochtans het bindmiddel tussen de meerderheidspartijen. Het heeft hen in staat gesteld maatregelen voor de gepensioneerden en dergelijke in te schrijven. Wanneer zullen ze beseffen hoe fragiel dat bindmiddel is?

Zal de regering het tot de verkiezingen in juni uithouden? Ik denk dat bepaalde meerderheidspartijen alles in het werk zullen stellen om de toestand voor die datum uit te klaren. Als de regering tot juni aanblijft, dan zal er geen begrotingscontrole zijn vůůr de herfst. Dat is zeer laat, zeker als men ermee rekening houdt dat men uitgaat van een te hoog groeicijfer.

Nog erger is het dat de regering valse hoop heeft gegeven. Ze heeft doen geloven dat ze bepaalde sectoren zal ondersteunen en dat ze inspanningen zal doen voor de gezondheidszorg, de pensioenen enzovoort. Zullen de zwaksten de eerste slachtoffers zijn als aan het licht komt dat van een groei van 1,2% geen sprake is.

De eerste minister heeft op de tribune verklaard dat we stormachtige tijden beleven. Vervolgens heeft hij de bevolking stroop om de mond gesmeerd met middelen die we niet hebben. Dat is intellectueel oneerlijk.

Men kan geen middelen verdelen waarover men niet beschikt.

Ik ga het niet hebben over het onderdeel asiel en migratie. Er was daarover normaal gezien een akkoord binnen de regering, maar de regering is haar verbintenissen niet nagekomen.

Mevrouw Defraigne heeft erop gewezen dat een MR-minister destijds de regularisatieoperatie heeft verwezenlijkt. Dat zou men zo kunnen zeggen, maar we hebben destijds meer dan een keer met ontslag moeten dreigen opdat de akkoorden zouden worden nageleefd.

Mevrouw Piryns zal dieper ingaan op dit thema. Het ontbreken van een akkoord binnen de regering is een echt schandaal.

Een volgend punt is het beleid inzake ecologie en energie. Ik mag de heer Leterme graag, maar ik kan me slechts zelden tot hem richten omdat hij het veel te druk heeft om naar de Senaat te komen.

Ik heb hem horen zeggen dat ecologie banen schept. Daarmee zijn we het eens. Ik heb hem echter ook horen zeggen dat de regering het Europese klimaat- en energiepakket zou verdedigen, maar dat de exacte gevolgen voor ons land moeten worden vastgelegd. Dat verontrust me, want de ecologische crisis is even ernstig als de financiŽle crisis. Beiden moeten even dringend worden aangepakt.

Ik weet dat de heer Magnette een expert is in het aankondigingsbeleid dat zelden tot resultaten leidt. Ik weet jammer genoeg niet wat hij zal bereiken. Hij had het over een plafonnering van de energieprijzen. Dat zal Electrabel, waarvan de centrales afbetaald zijn, graag horen. Minder enthousiast zullen de bedrijven zijn die in groene energie willen investeren. Het is een slecht idee.

We zijn het er volstrekt mee eens dat de afbetaalde centrales zwaarder moeten worden belast. We hebben een wetsvoorstel in die zin ingediend. De zaken slepen aan. Wanneer Electrabel om een inspanning wordt gevraagd, dan bevestigt het bedrijf dat het alles zal doen om de bescheiden bedragen van 250 miljoen in 2008 en 250 miljoen in 2009 niet te hoeven betalen.

We weten dus niet wat er zal gebeuren. Nochtans zijn er problemen. Enerzijds is er nood aan een voluntaristisch beleid inzake energiebesparing en anderzijds moeten mensen met een beperkte koopkracht worden ondersteund.

Ik heb mijn goede vriend en voorzitter van het OCMW van Namen, Philippe Defeyt, vanochtend horen zeggen dat loontrekkenden - dus mensen die werk hebben - steun vragen aan het OCMW omdat ze onder andere hun energiefacturen moeilijk kunnen betalen.

De problemen zijn niet langer beperkt tot werklozen, leefloners en gepensioneerden. Ook werkenden kunnen huisvestings- of financiŽle problemen hebben. De toestand is zeer verontrustend. We hebben een regering nodig die voor de zwaksten doortastende maatregelen neemt.

Wij pleiten al lang voor een beleid dat ertoe strekt de evolutie van de huurcontracten te reguleren. Dat is nog altijd een federale bevoegdheid; het is mogelijk dat ze ooit wordt geregionaliseerd. Op een ogenblik dat de huurprijzen zeer hoog zijn, wordt in de verklaring van de heer Leterme met geen woord over huisvesting gerept.

Er is sprake van het aantal ambtenaren te verminderen. Betekent goed bestuur een vermindering van het aantal ambtenaren? Niet noodzakelijk. Vooral de laaggeschoolde ambtenaren, die het hoe dan ook moeilijk zullen hebben een nieuwe baan te vinden, zijn het doelwit.

Er wordt ook gesproken over een geleidelijke vermindering van de werkloosheidsuitkeringen en zelfs over de beperking ervan in de tijd. Al die maatregelen en de afwezigheid van andere maatregelen zijn niet echt van aard de zwaksten in de samenleving te helpen.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik wil vermijden dat er een misverstand ontstaat over de maatregelen die de regering wenst te nemen voor de ambtenaren.

Het is niet de bedoeling geen laaggeschoold personeel meer te werven. Integendeel! Voor penitentiaire beambten, bijvoorbeeld, starten we met een nieuw project waarmee we ruimer zullen kunnen rekruteren. Het selectieproces wordt vereenvoudigd om laaggeschoolden de kans te geven na een opleiding in aanmerking te komen voor bepaalde functies.

Wel is het mogelijk dat de invoering van automatiseringsprocessen, die nodig is omdat anders door het pensioen van ambtenaren heel wat kennis dreigt verloren te gaan, tot gevolg heeft dat bepaalde functies, zoals bodes en `klasseerders', niet meer nodig zijn.

De heer Josť Daras (Ecolo). - Ik heb de uitwisseling van communiquťs en berichten gisteren gevolgd. We zullen het daar later ongetwijfeld nog over hebben. Hoe het ook zij, ik heb de indruk dat de vermindering van het aantal ambtenaren voor sommigen een dogma is. Sommigen vergelijken het aantal ambtenaren met het aantal inwoners en maken vergelijkingen met andere landen. DE overheidsdiensten moeten het best aangepast zijn aan de noden, modern zijn enzovoort. Een mogelijk gevolg is dat in bepaalde diensten minder ambtenaren zullen zijn dan in andere. Wat me echter vooral stoort, is dat sommigen ervan uitgaan dat er hoe dan ook te veel ambtenaren zijn.

Het aantal ambtenaren moet dus om redenen van goed bestuur worden beperkt.

Ik wil niet dat de zwaksten of zij die al problemen hebben, het slachtoffer worden. Er kan ook geen sprake van zijn dat de ecologische uitdagingen over het hoofd worden gezien.

Er is volgens ons nood aan een `ecokeynesianisme', want als gevolg van deze crisis moeten de regels van het liberalisme worden aangepast. De vereiste milieu-investeringen moeten worden gedaan en we moeten absoluut vermijden dat de sociale kloof uitdiept. Ik betwijfel echter sterk of de regering ons uit deze crisis kan redden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De voorbije weken zijn we plots in de wereld wakker geworden. De voortschrijdende globalisering biedt interessante en hoopvolle perspectieven, maar ze plaatst ons land en onze bevolking eveneens voor grote uitdagingen. De wereld wordt beetje bij beetje welvarender. Zelf reizen we de wereld rond, we genieten van Californische wijn en we laten ons Nieuw-Zeelandse kiwi's welgevallen.

Ook op andere vlakken globaliseert de wereld. Zo is het klimaatprobleem bij uitstek een mondiaal probleem. De sterke en voortdurende migratiestromen doorkruisen de traditionele en vertrouwde leefwerelden en leefpatronen van onze burgers. De recente financiŽle crisis en de beurscrash zijn getuigen van de interdependentie van de wereldeconomie. Eerder dit jaar werden we geconfronteerd met sterke prijsstijgingen op de oliemarkten en oplopende voedselprijzen, stijgingen die ieder van ons in zijn portefeuille voelde.

Daarnaast zijn er de uitdagingen waarop we meer greep hebben, zoals de goede staatsordening, het noodzakelijke debat over de herfinanciering van de federale staat en de deelentiteiten, de verhoging van de werkgelegenheidsgraad bij de ouderen, de verschillen in de werkloosheidsgraad tussen Vlaanderen en WalloniŽ, de armoedebestrijding, de vergrijzing, de combinatie van arbeid en gezin, de aandacht voor de gezonde leefomgeving, enzovoort.

De beleidsverklaring gaat uiteraard in de eerste plaats over de begroting 2009. De regering heeft getoond dat ze naar een evenwicht streeft. Ze wil dat niet bereiken met zware en pijnlijke belastingverhogingen of dramatische besparingen op de sociale uitgaven, maar wel probeert ze onze samenleving te stabiliseren en wil ze mensen in deze onzekere tijden zekerheid bieden. Is daar iets mis mee?

Een begrotingsevenwicht realiseren in deze tijden is een sterke prestatie. In de eurozone was er de afgelopen jaren een tekort van ongeveer 1% van het bbp; in de EU-landen was het tekort iets hoger. Frankrijk en het Verenigde Koninkrijk hadden een tekort van bijna 3% van het bbp. Een tekort van 3% zou voor BelgiŽ een gat 10 miljard euro inhouden. Dat bedrag sparen we nu in deze moeilijke tijden met het oog op de vergrijzing.

De voorbije dagen is er wat gekrakeel geweest over de vraag of de groeiprognose van 1,2% niet te optimistisch is. De impact van de financiŽle crisis op de economie kunnen we nu nog niet accuraat genoeg inschatten. Sommigen hebben recent het bestaan van het IMF ontdekt. Dat is geen toeval, want die instelling heeft tot op heden de meest ongunstige groeivoorspellingen gedaan. Eind september werd de groei in een consensusvoorspelling van de Belgische en buitenlandse financiŽle instellingen nog op 1,3% geraamd. Ook andere regeringen in dit land, zoals de Vlaamse regering, werken met een groeiprognose van 1,2%. De komende maanden zullen we een duidelijker beeld van de recessie krijgen. We hebben er vertrouwen in dat de regering de evolutie op de voet zal volgen en indien nodig maatregelen zal nemen.

CD&V is tevreden dat de regering de begroting niet laat ontsporen en dat ze binnen de nauwe beschikbare marges toch vertrouwenwekkende maatregelen neemt. Ze ondersteunt de koopkracht van de mensen via de indexering van de belastingschalen. Ze verhoogt de pensioenen met 1,5% en heeft hierbij bijzondere aandacht voor de minimumpensioenen, die met 3% worden verhoogd, en de oudste pensioenen, die met 2% stijgen. Ook de minimumpensioenen van de zelfstandigen gaan omhoog. Tevens wordt een extra bijslag voor de jongste kinderen ingevoerd en wordt de kinderbijslag voor kinderen met een handicap verhoogd.

In de gezondheidszorg worden extra maatregelen genomen voor de chronisch zieken en voor de behandeling van kanker. Dat zijn allemaal punten die we tijdens de verkiezingscampagne hadden beloofd en die we nu in de federale begroting terugvinden.

Veel van deze maatregelen komen tegemoet aan de bezorgdheid om de armoede in onze maatschappij aan te pakken. De CD&V-fractie vindt het goed dat deze concrete maatregelen uit het armoedebestrijdingsplan ook werkelijk worden uitgevoerd.

CD&V stelt tevreden vast dat de regering oog heeft voor de concurrentiepositie van onze bedrijven. Niet alleen weerstaat ze aan de verleiding om de bedrijven nieuwe lasten op te leggen, ze zal ook de kenniseconomie en het mededingingsbeleid versterken. Daarnaast zal ze maatregelen nemen om de concurrentie op de energiemarkten te versterken en last, but not least lanceert ze een KMO-plan met 50 maatregelen ten gunste van onze kleine en middelgrote ondernemingen.

We zijn bovendien tevreden dat er werk wordt gemaakt van een meer efficiŽnte en kwaliteitsvolle overheid. De federale overheid haalt de broeksriem aan. De primaire uitgaven sensu stricto, buiten de vergrijzing en ontwikkelingssamenwerking, dalen in reŽle termen met 2,1%. Onder impuls van minister Vervotte wordt een proces op gang getrokken dat de federale overheid en het ambtenarenapparaat de komende jaren dynamischer moet maken.

De huidige crisis dreigt de zwakste landen, die nog altijd kampen met de sterk gestegen voedsel- en brandstofprijzen, aan de rand van de afgrond te brengen. Het is dan ook heel terecht dat de regering naast haar strijd tegen de financiŽle crisis in eigen land, ook haar belofte aan de ontwikkelingslanden houdt door het groeipad te respecteren. Ondanks de moeilijke economische context slaagt de regering-Leterme er toch maar in echte bijkomende middelen voor ontwikkelingssamenwerking vrij te maken. De cijfers spreken voor zich. Voor 2008 is ongeveer 155 miljoen aan extra middelen op de DGOS-begroting ingeschreven, waardoor we op 0,5% van het bruto nationaal inkomen komen. In 2009 zet de stijging door naar 0,6% van het bruto nationaal inkomen. Zo komen we tot het wettelijk kader voor ontwikkelingssamenwerking. Uit de voorbije hoorzittingen in het parlement bleek hoe vooruitstrevend de wet op de internationale samenwerking van 1999 wel is. Tien jaar later zijn een actualisering en een verfijning in het licht van de nieuwe internationale inzichten natuurlijk noodzakelijk. Het is dan ook positief dat de regering er werk van zal maken. Dat geldt ook voor de inperking van het aantal partnerlanden met het oog op een efficiŽnte besteding van de middelen. We willen echter wel een rem zetten op het sleutelen aan de lijst van partnerlanden. Daarom pleit CD&V om, in het kader van de voorspelbaarheid van de hulp, een minimale periode van twaalf jaar vast te leggen. Voor CD&V moet de herziening van de wet tevens een gelegenheid zijn om conform het regeerakkoord de evenwichtige verdeling van de bijkomende middelen over de verschillende ontwikkelingsactoren, in de multilaterale, de bilaterale en de indirecte ontwikkelingssamenwerking, te garanderen. Uiteraard steunen we de nieuwe instrumenten, zoals begrotingshulp en gedelegeerde hulp, maar slechts in de mate dat parlementaire controle gewaarborgd is, zowel in het Noorden als in het Zuiden. Ook willen we de sectorale concentratie aanhouden die ervoor zorgt dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking sinds 1999 op menselijke ontwikkeling gefocust is.

CD&V verheugt zich erover dat de regering zich blijft inzetten voor duurzame vrede en haar verantwoordelijkheid in internationale missies opneemt. Vanuit onze historische band met het gebied van de Grote Meren en de expertise die we daar hebben opgebouwd, is het evident dat onze bijzondere aandacht naar deze regio uitgaat. De eerste minister heeft dit afgelopen dinsdag ook duidelijk gemaakt en we kijken op de eerste plaats uit naar een herstel van de diplomatieke banden met de Democratische Republiek Congo. Vanuit zijn positie in de VN-Veiligheidsraad moet ons land alles in het werk stellen opdat de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid in het heroplaaiend conflict in het oosten van Congo opneemt. BelgiŽ moet niet alleen pleiten voor een versterking van het mandaat van de MONUC in de regio, maar ook alle diplomatieke middelen inzetten om een nieuwe oorlog in de regio te voorkomen.

Gisteren was het Wereldvoedseldag. De ngo-coalitie tegen de honger wees ons erop dat in de wereld elke drie seconden een mens van honger sterft. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Daarom moet er meer worden geÔnvesteerd in een duurzame familiale landbouw, maar ook in een meer rechtvaardig en solidair internationaal landbouw- en handelsbeleid, met dezelfde slagkracht en energie waarmee vandaag de bankcrisis wordt aangepakt.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter.)

De voorbije dagen is in dit halfrond al veel over de kredietcrisis gezegd. We hebben er een speciale vergadering aan gewijd. De regering treedt krachtdadig op om de nodige maatregelen te nemen.

Wanneer zulks opportuun is, moet in het parlement de mogelijkheid worden onderzocht om de diepste crisis sinds 1929 verder te duiden. We hebben een politieke verantwoordelijkheid tegenover onze burgers. We zouden in onze grondwettelijke plicht falen wanneer we op het ogenblik van deze ernstige financiŽle crisis niet met voldoende ernst en inzicht alle elementen zouden onderzoeken en aanbevelingen formuleren om de schade zoveel mogelijk te beperken en ervoor te zorgen dat een dergelijke crisis in de toekomst wordt voorkomen.

De federale overheid staat voor grote uitdagingen. We hebben de verantwoordelijkheid om de mensen voor te bereiden om sterk te staan in een nieuwe wereld met nieuwe uitdagingen. We zullen dit maar kunnen als we koers houden en ons concentreren op onze opdrachten: het opzetten van een efficiŽnt bestuursmodel, het voeren van een intelligent klimaatbeleid, het opvoeren van onze solidariteit met de armsten onder ons en in de wereld, het waarborgen van rechten en plichten op de arbeidsmarkt en ten aanzien van iedereen die zich in ons land bevindt. Ik dank u.

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Op deze Werelddag van verzet tegen extreme armoede wil ik er allereerst op wijzen dat de begroting die we bespreken noodzakelijkerwijs verband houdt met deze problematiek. Dat deze dag in het leven wordt geroepen, getuigt werkelijk van de wanhoop die sommigen dagelijks ondervinden.

Voor de PS moest er naast de economische en financiŽle crisis, veroorzaakt door de financiŽle wereld, ook niet nog eens een politieke crisis komen. Dat vonden wij ook al in december, toen onze medewerking werd gevraagd om uit de impasse te raken waarin de onderhandelaars van oranjeblauw zich bevonden.

Onze bijdrage aan de opmaak van deze begroting steunt nog steeds, en misschien nog meer, op onze overtuiging dat de regering maatregelen moet nemen ten gunste van de mensen en de gezinnen die dat het meest nodig hebben en die dagelijks geconfronteerd worden met enorme, ja zelfs ononoverkomelijke moeilijkheden.

Ondanks de relatief kleine speelruimte en de delicate economische conjunctuur werden de eisen van de PS inzake vrijwaring van de koopkracht voor iedereen gehoord, behouden en verdedigd.

Er werd sociale vooruitgang geboekt om een antwoord te bieden op de dagelijkse bekommernis van elke burger.

Zo is de stijging van de begroting voor gezondheidszorg er uiteraard gekomen op ons verzoek. Het moest mogelijk worden om programma's te ontwikkelen, vooral om de strijd tegen kanker aan te gaan en een beleid te ontwikkelen dat steun biedt aan de chronisch zieken. Ook de uitbouw van preventieprogramma's moest mogelijk worden gemaakt. Jongeren krijgen gratis tandverzorging tot de leeftijd van achttien jaar. Jonge meisjes tussen twaalf en achttien jaar hebben recht op een gratis vaccinatie tegen baarmoederhalskanker, de enige kanker waarvoor de overlevingskans maximaal is.

Daarmee wil de PS concreet tegemoet komen aan een grote zorg: de volksgezondheid. Sociale ongelijkheid is onaanvaardbaar en dat geldt des te sterker wanneer het om gezondheidszorg gaat.

Op deze Werelddag van verzet tegen extreme armoede kunnen meer dan 60% van de armen de kosten voor gezondheidszorg niet meer dragen; om financiŽle redenen stellen 17% onder hen hun eigen verzorging uit. We kunnen alleen maar pleiten, enerzijds, voor een transversaal beleid van steun aan het Armoedeplan en, anderzijds, voor een gemakkelijkere toegang tot het OMNIO-statuut voor meer burgers.

De regering kondigt maatregelen aan in die zin en dat stellen we met genoegen vast.

De PS wil - en de regering heeft dat in haar beleid opgenomen - een sociale hervorming die concreet tegemoet komt aan de verlangens van de meerderheid van de bevolking.

Denken we maar aan de loontrekkenden van wie het nettoloon zal stijgen dankzij de indexering van de belastingtarieven. Wij hopen ook dat er, naast de verhoging van de aftrekbare beroepskosten, een volledige vrijstelling komt van de reiskosten. Die zijn voor sommigen immers een hinderpaal om werk te vinden. De strijd tegen werkloosheidsvallen is ook ťťn van onze grootste aandachtspunten.

Ons systeem van sociaal overleg is uniek in de wereld en moet, meer dan ooit, een evenwicht vinden tussen koopkracht en werkgelegenheid en tevens innovatie en opleiding ondersteunen.

In de huidige mondiale situatie is beheersing van de loonkosten misschien wel essentieel, maar wij hechten ook aan de loonindexering. Daarom zijn we verheugd over de maatregel die voorziet in een enveloppe die specifiek bestemd is voor structurele indexering van de lonen van werknemers in het kader van dienstencheques.

De combinatie van privťleven en beroepsleven is een doelstelling die ons na aan het hart ligt. Het dagelijkse leven van de ouders moet worden verbeterd. De debatten die we daarover thans in de Senaat voeren, sterken ons in die houding.

Voor de PS moeten de laagste inkomens, de sociale uitkeringen, bijzondere aandacht krijgen. En ja, er werden budgettaire middelen vrijgemaakt voor de verhoging van de inkomsten van werklozen, invaliden, sociale uitkeringstrekkers, mensen met een beroepsziekte, slachtoffers van arbeidsongevallen en gepensioneerden. Het gaat om de zwakste categorieŽn in onze samenleving, die we niet in de steek mogen laten.

Al die maatregelen komen bovenop de maatregelen die al genomen werden in het kader van de middelen voor welzijn. Twee maatregelen verdienen onze bijzondere aandacht: de hervorming van de kinderbijslag om een dertiende maand in te voeren en de gelijkschakeling van de minimumpensioenen van zelfstandigen.

Wij werken ook hard op het gebied van energie- en sociaal beleid. De regering heeft aangekondigd dat dit beleid zal worden versterkt. Dat is essentieel in de context van toenemende inflatie die de koopkracht aanvreet van mensen met een laag inkomen.

Ik wil het nog even hebben over de Nationale conferentie voor de pensioenen die deze herfst wordt georganiseerd. De pensioenen behoren tot de fundamentele elementen van sociale cohesie. In het regeerakkoord van maart 2008 heeft de regering zich ertoe verbonden die conferentie op te zetten met de sociale partners. Er moeten snel middelen worden vrijgemaakt om het voortbestaan van ons pensioenstelsel op lange termijn te verzekeren. Het wettelijke pensioen moet worden gemoderniseerd, vereenvoudigd en versterkt, en naast deze aspecten moeten we nagaan wat de plaats is van de ouderen in onze samenleving. Ze moeten een betere plaats krijgen, de solidariteit tussen de generaties moet worden aangemoedigd in alle sectoren, hun kennis en vaardigheden moeten worden gebruikt zodat de jongeren ze in de bedrijven kunnen benutten. Er moet een actief, creatief en solidair pensioen worden uitgewerkt.

Iedereen weet dat we met zijn allen nog nooit zo rijk waren als vandaag, maar de grote verschillen in levensstijl tussen de sociale klassen zijn niet goed te praten. De PS zal nooit de fataliteit van een onvermijdelijke sociale achteruitgang aanvaarden die door sommigen wordt aangekondigd. We moeten vechten, beducht voor de werkelijkheid en de moeilijkheden. We mogen ons er niet in schikken.

De regering geeft blijk van enig voluntarisme om de sociale crisis die onze burgers en vooral de zwaksten zwaar treft, aan te pakken. Ze heeft dringende maatregelen genomen om de financiŽle en economische crisis het hoofd te bieden, maatregelen die wij steunen. De stemming over het wetsontwerp tot instelling van een staatsgarantie is een belangrijke stap om het vertrouwen te herstellen. Daar moeten we aan blijven werken.

Het herstel van een financieel systeem door de inbreng van liquiditeiten mag echter niet maskeren dat we een nieuwe basis moeten zoeken nu blijkt dat ons systeem zwakke punten en incoherenties vertoont. In bepaalde kringen lijkt een discussie te ontstaan over de wijze waarop het kapitalisme opnieuw moet worden ingesteld. Er heerst de grootste verwarring. Alleen meer transparantie op het gebied van de controle kan de sector redden.

Het zijn moeilijke tijden, maar niet voor iedereen. Wij willen deze regering steunen die vastbesloten is de regels van corporate governance aan te pakken en aandacht heeft voor het vermaarde systeem van de gouden handdruk.

De bankiers moeten worden aangespoord tot meer ethisch besef, zoals de eerste minister al deed, wat ons tevreden stemt. Dat is onontbeerlijk, maar het zal niet volstaan.

Naast de woorden moeten we ook leren daden te stellen en een crisis die duidelijk de mislukking van de zelfregulering aantoont, aanpakken. Het is tijd dat de overheid in haar rol wordt bevestigd en de bank- en financiŽle sector strikt wordt gereguleerd.

De teksten zijn er. De wil om ze toe te passen moet volgen. Er moet ten gronde worden gewerkt en we nemen akte van de wil van de regering om in die zin te handelen.

Door het optreden van de regering kon het vertrouwen worden hersteld. Er zijn concrete maatregelen nodig, zoals de transparantie van de bank- en financiŽle producten, maar ook het vertrouwen van de burger in de sector en in ons werk is vereist.

Daarom hoopt de PS de komende maanden een parlementaire onderzoekscommissie te kunnen oprichten belast met het onderzoek naar de tekortkomingen in onze prudentiŽle controle. Ik hoop dat we daarin gesteund worden door onze collega's.

De controle van de banksector, die thans is toevertrouwd aan de Commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen, moet worden geŽvalueerd. De verantwoordelijkheden moeten worden vastgesteld. Serene parlementaire werkzaamheden alle kansen tot slagen geven, maakt deel uit van de acties die kunnen bijdragen aan het herstel van het reŽle vertrouwen.

We moeten een consensus bereiken om het nemen van overmatige risico's door bepaalde spelers van de financiŽle wereld te veroordelen. We moeten die mogelijkheid beperken en vooral verbieden dat sommigen spelen met het spaargeld van de niets vermoedende burger.

Wij steunen ten stelligste de wil van de regering om de inter-Europese en internationale samenwerking op dat vlak te verdiepen. Voor ťťn keer mogen we meer Europa aanprijzen, alsook de oprichting van een onafhankelijke Europese regulator, zoals de regering voorstelt.

Waarom zouden we op het einde van het jaar geen Kyoto van de wereldfinanciŽn organiseren om deze sector te hervormen? De Europese Unie moet het voortouw nemen en blijk geven van haar creativiteit. Het kan ook de gelegenheid bieden om de hervorming van het IMF aan te pakken. Dat stellen wij al lange tijd voor.

De boekhoudnormen, waarvan gezegd wordt dat ze de financiŽle instellingen verzwakken in tijden van crisis, werden onlangs gewijzigd. Dat de regel voor het valoriseren van de financiŽle activa, van toepassing op de financiŽle instellingen wordt hervormd, is zeer goed nieuws. De ondernemingen, en indirect ook de burgers, zullen er beslist wel bij varen.

Het plafond voor de bescherming van het spaargeld wordt bij koninklijk besluit opgetrokken tot 100 000 euro per jaar. De reŽle risico's zijn wel verdwenen, toch was deze maatregel nodig om de spaarders gerust te stellen. Wij vinden dat de financiŽle wereld ten dienste moet staan van de bevolking en van de reŽle economie om stabiele werkgelegenheid te creŽren in ons land. Hij mag niet voor onzekerheid zorgen.

Wij steunen de regering dus wanneer ze de actoren van die sector verantwoordelijkheidszin wil bijbrengen door een gepaste regulering van praktijken die risico's inhouden. Transparante en verstaanbare informatie moet de rode draad zijn van het beleid dat wij in de toekomst zullen voeren, en dat geldt niet alleen voor de bank- en financiŽle sector. We moeten ook nauwlettend toezien op andere sectoren. De wetsvoorstellen van de PS bewijzen dat dit voor ons een prioriteit blijft.

De groeiprognoses zijn gedaald, we zullen in ons land dus voor uitdagingen staan inzake werkgelegenheid. We zouden bijvoorbeeld kunnen ophouden met het aanhalen van cijfers zonder enige controle. De groeivooruitzichten schommelen tussen 0 en 1%. Wij gaan dus een moeilijke periode tegemoet die afsteekt tegen de jongste jaren.

Het was zeer moeilijk om in die omstandigheden een begroting in evenwicht op te maken. Toch moesten we het doen. Er waren in ieder geval sociale maatregelen nodig om de koopkracht te verbeteren en die konden niet worden uitgesteld.

De Europese Commissie zal inschikkelijk zijn ten opzichte van de begrotingstekorten. Toch lijkt het belangrijk te zorgen voor een structureel begrotingsoverschot om onze schuldratio te verlagen. Deze ambitie van de regering moet de ondernemingen en de burgers gerust stellen in verband met onze financiŽn.

We moeten ook maatregelen nemen om het concurrentievermogen van onze ondernemingen te ondersteunen, vooral dat van de KMO's. De verbetering van de sociale rechtspositie van de zelfstandigen blijft een sleutelelement in deze problematiek. We wachten ook met ongeduld op het voorontwerp van wet tot modernisering van de handelspraktijken, met een correct evenwicht tussen de bescherming van de consument en de nodige economische dynamiek.

Ik kom nu tot de energiesector die een fundamentele uitdaging vormt. De concurrentie moet worden versterkt om de prijzen op de markt te doen dalen. Er is al heel wat vooruitgang geboekt, maar we moedigen de regering aan om op die weg voort te gaan. Het gaat werkelijk om een fundamentele uitdaging voor de ondernemingen, de werknemers en de gezinnen.

De regering moet in die zin blijven voortwerken.

Met alle respect voor sommigen, maar het migratiedossier gaat niet om het vinden van een evenwicht tussen de migratiestromen en de economische migratie. Door mijn ervaring in het Europees Parlement weet ik wat achter woorden kan schuilgaan. We zouden beter ophouden de mensen in het ootje te nemen op het ogenblik dat er op ons grondgebied mensen zijn die geÔntegreerd zijn in de Belgische samenleving, van wie de kinderen met succes school lopen, mensen die werken maar voor wie wij de ogen sluiten en die we overlaten aan de willekeur van sommigen. Die mensen willen deelnemen aan de maatschappij. Het regeerakkoord voorziet in individuele regularisaties, en de PS wil dat akkoord doen naleven. We hopen dat we niet de enigen zijn.

Aan de koehandel die erin zou bestaan een oplossing te vinden voor de mensen zonder papieren in ruil voor een achteruitgang op het gebied van werkgelegenheid willen wij niet meedoen.

Onze fractie dringt nogmaals aan op een schorsing van de uitwijzing van mensen van wie men goed weet dat ze een kans hebben op regularisatie volgens de criteria in het regeerakkoord. Het moet gedaan zijn met die struisvogelpolitiek. Zelfs onze collega's van de MR gewagen van een houding die neerkomt op het plaatsen van een deksel op een pot die elk ogenblik kan ontploffen. We vragen met aandrang dat er een moratorium komt voor deze mensen zonder papieren tot het regeerakkoord eindelijk wordt uitgevoerd.

Ik dank de regering voor de vooruitgang op het vlak van opsluiting van gezinnen met minderjarige kinderen in gesloten centra. Wij hebben ons daar lang voor ingezet uit respect voor de rechten van het kind.

Onze fractie is enigszins tevreden met de regeringsverklaring. De sociale maatregelen die onze partij beloofd had bij haar toetreding tot deze regering werden gedeeltelijk ingelost. In een klimaat van stijgende prijzen voor voedingsmiddelen en voor energie moet de regering iets doen voor de middelgrote en lage inkomens. Dat heet sociale cohesie. De actie moet gericht zijn op de burgers en de maatregelen die de regering heeft aangekondigd, gaan in die zin.

Na de woorden willen we daden. Wij blijven waakzaam.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Ik ben geboren in 1965. Ik heb mijn grootouders horen vertellen over de crisis, over mensen die honger leden, over de Guttoperatie voor de inwisseling van franken in 1944.

Die verhalen over rijke boeren die van de honderdduizend frank die ze bij de bank inwisselden, slechts een fractie terugkregen en dan een half jaar in bed lagen en de koe niet meer konden melken, ontlokten soms een glimlach tijdens een goede maaltijd en een goed glas in familieverband.

De lust tot lachen vergaat ons echter wanneer we vandaag horen dat een jong koppel dat aan het bouwen is en dat zijn spaarcenten op een rekening bij de Kaupthing Bank heeft gezet, nu de ramen niet meer kan betalen. De mensen zijn opnieuw echt ongerust over hun centen, en terecht. Ongerust ook over hun baan.

Op zo'n moment moet het beleid het vertrouwen kunnen geven. Wij mogen niet achteloos toezien en zeggen dat er niets aan kan worden gedaan. Deze regering probeert daarom antwoorden te geven, in de eerste plaats op de financiŽle crisis. Ze doet dat met vallen en opstaan en zoals steeds staan de beste stuurlui aan wal. `Het is allemaal te weinig', wordt er geroepen.

Vorige week gaf de regering een staatswaarborg voor leningen onder banken. Ze pakt het probleem bij de wortel aan: het vertrouwen tussen de banken onderling herstellen. Ook vandaag nog wordt er onderhandeld over de Kaupthing Bank, over die 20 000 mensen die hun spaarcenten daar hebben. We mogen die mensen niet in de kou laten staan.

De Senaat heeft woensdag het wetsontwerp van de regering goedgekeurd. De regering is door deze maatregel toonaangevend geweest voor de rest van Europa. In de ons omringende landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk worden nu gelijkaardige maatregelen genomen.

Wat we nu meemaken is geen business as usual. De omstandigheden zijn zeer uitzonderlijk. Het is goed dat de federale regering er in deze omstandigheden toch in is geslaagd om tijdig een begroting in te dienen met een streven naar evenwicht als uitgangspunt. Het is uiteraard geen `hoerabegroting'. Dat is in de huidige financiŽle en economische context immers niet mogelijk. Er is helemaal geen reden tot euforie. We moeten realistisch blijven.

Belangrijk is de doelstelling om een evenwicht te bereiken. Elke begroting is natuurlijk een sprong in het onbekende, zeker vandaag, nu niets nog zeker lijkt. De premier heeft gisterenavond gezegd dat het einde van deze financiŽle crisis nog niet in zicht is, dat niets nog zeker is, en dat we de komende maanden, wanneer de storm wat is gaan liggen, alles opnieuw moeten bekijken. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen, in de eerste plaats de regering zelf. Daarom moet de regering de begroting herbekijken zodra er meer betrouwbare cijfers zijn voor volgend jaar.

Deze regering neemt desondanks enkele markante maatregelen om de koopkracht van de burgers op pijl te houden. Daaraan wil ze ruim een miljard euro besteden. Wie werkt, krijgt een extra steuntje door een hogere federale jobkorting. In de lijn van de vorige twee begrotingen wordt de jobkorting opnieuw verhoogd. Een gemiddelde werknemer krijgt in mei ongeveer 80 euro extra nettoloon. Wie in Vlaanderen woont, zal bovenop de Vlaamse jobkorting van 250 tot 300 euro nog eens 80 euro extra krijgen. Met deze jobkortingen wil de regering de mensen aanmoedigen om aan de slag te gaan. Voor Open Vld is dat het meest sociale beleid. Door mensen aan de slag te helpen, geeft men hun niet enkel een toekomst, maar zorgt men er ook voor dat ons sociaal systeem betaalbaar blijft.

Ook mensen die niet meer werken, gepensioneerden, krijgen terecht een extra ondersteuning. De oudste pensioenen worden halfweg volgend jaar verhoogd met 2%. Ook de lage pensioenen pakt deze regering aan. Die worden verhoogd met 3%. Alle andere gepensioneerden ontvangen vanaf juni 2009 1,5% meer.

Ook in de gelijkschakeling van de minimumpensioenen van de zelfstandigen worden nieuwe stappen gedaan. Op 1 mei 2009 stijgen de minimumpensioenen met 20 euro per maand. Ten slotte voorziet de regering ook in een extra ondersteuning voor mensen die niet kunnen werken, omdat ze chronisch ziek of gehandicapt zijn.

De regering heeft door middel van noodzakelijke bezuinigingen geld gevonden. Zo worden inspanningen geleverd met het oog op een efficiŽntere overheidsadministratie. De komende jaren zullen niet alle ambtenaren die met pensioen gaan worden vervangen. Tegen het einde van de regeerperiode zullen er vijfduizend ambtenaren minder zijn. Dat zal gebeuren op een zinvolle manier, zonder dat de dienstverlening in het gedrang komt en zonder dat iemand zijn job verliest.

Naast de uitgaven in de overheidsadministratie, waakt de regering over de uitgaven in de ziekteverzekering. Ze waakt erover dat we niet al het geld nu al uitgeven. Er is afgesproken om de groei in de uitgaven te beperken tot 2,7% en de rest opzij te zetten in het toekomstfonds. Kwatongen beweren dat dit een asociale maatregel is. Waarom is het asociaal geld opzij zetten zodat we ook in de toekomst ziekteuitgaven kunnen terugbetalen? Waarom is het asociaal ervoor zorgen dat er ook morgen nog geld is voor een kankerplan? Waarom is het asociaal een spaarkas aan te leggen voor de stijgende kosten van de vergrijzing?

Sociaal zijn is niet synoniem met vandaag al het geld uitgeven.

Het Belgische ondernemersvertrouwen bereikte onlangs het laagste peil in vijf jaar tijd. De conjunctuurbarometers vertragen. Dat betekent dat uitgerekend vandaag al wie onderneemt ruggensteun verdient. De bedrijven hebben nu meer dan ooit zuurstof nodig. Met het KMO-plan wordt soelaas geboden aan de kleine ondernemingen. Er komen bijkomende inspanningen om de kenniseconomie in alle sectoren en lagen van de samenleving te doen doordringen. Net zoals de regering hopen wij dat de sociale partners in de komende weken een akkoord zullen kunnen bereiken in de interprofessionele onderhandelingen.

We willen toch nog eens herhalen wat al in de Kamer werd gezegd. Ook als de sociale partners hun meningsverschillen niet kunnen overbruggen, moeten de lastenverlagingen voor ploegen- en nachtarbeid onverminderd worden toegepast. Wij gaan ervan uit dat het geld daarvoor is opzijgezet en toegewezen. Het zijn de bedrijven die welvaart creŽren want zij zorgen voor werkgelegenheid en voor de inkomsten van de burgers en de staat. Zij verdienen bijgevolg een duw in de rug in deze barre tijden. Daarom verheugt het ons dat het systeem van de notionele intrest nog verder zal worden toegepast.

De werkgelegenheid is de belangrijkste inzet van het beleid, zeker in deze tijden. Het verhogen van de activiteitsgraad is immers de enige duurzame manier om de sociale zekerheid veilig te stellen, de vergrijzing te financieren en de welvaart van de mensen te verzekeren. Een baan betekent niet alleen een inkomen en welvaart, maar ook zelfrespect, betrokkenheid en ontplooiingskansen. Werklozen aan de slag helpen is daarom een sociale opdracht bij uitstek. Niets doen is de mensen in de steek laten. Dat willen wij niet. Liberalen kunnen dat trouwens niet.

Wij vragen dan ook in de Senaat nog eens uitdrukkelijk dat initiatieven worden genomen om dit cruciale onderdeel van het regeerakkoord op de rails te zetten. Dit dossier mag niet geblokkeerd worden.

Gisteren kopte een krant dat in mijn streek, de Kempen, bij Janssen Pharmaceutica 154, bij DAF Trucks in Oevel 292, bij Nyrstar in Balen 205, bij Philips Lighting in Turnhout 160 en bij Agfa Gevaert in Mortsel 300 jobs zullen verdwijnen. Dat is een verlies van meer dan 1000 banen. Die situatie beperkt zich niet tot de Kempen. Niets doen is dus geen optie. Alle regeringspartijen moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen. We dringen erop aan dat de eerste minister een initiatief neemt om een doorbraak te realiseren. Hij moet samen met zijn team een oplossing zoeken. Ik weet dat hij dat vast van plan is.

Ik heb nog een boodschap voor de eerste minister. Optimism is a moral duty. Die boodschap is de rode draad in de filosofie van de liberalen. Ik stel met genoegen vast dat ook de eerste minister deze lijfspreuk tot de zijne heeft gemaakt en, meer nog, dat hij die tot een kunst heeft verheven. De eerste minister zegt dat de strafuitvoering op het goede spoor zit. Wij staan achter de lijnen die zijn uitgezet en willen dat op dat zwakke punt van ons strafrecht heel veel wordt ingezet. Daar mag geen twijfel over bestaan.

Toch stel ik vast dat er de jongste maanden zo veel werd gestaakt in de gevangenissen dat de politie aankondigde niet meer over voldoende capaciteit te beschikken voor haar normale taken. Het aantal gedetineerden onder elektronisch toezicht is sinds begin 2007 van 615 naar 653 gestegen. Optimisme is goed, maar ook hier is het noodzakelijk een tandje bij te zetten.

In de huidige moeilijke omstandigheden is de regering erin geslaagd om een begroting in evenwicht voor te leggen zonder zware lastenverhogingen. De proeftijd van deze regering is nu voorbij. Het is de hoogste tijd om maatregelen te nemen, om te besturen, om initiatieven te nemen in Kamer en Senaat. Deze begroting is daartoe een eerste aanzet. Ze bevat maatregelen om de koopkracht van de burgers te handhaven en de economie zuurstof te geven. Dat is nodig om het vertrouwen te herstellen. Om dat te realiseren moeten we de volgende maanden allemaal keihard werken.

De heer Francis Delpťrťe (cdH). - Dinsdagnamiddag heeft de eerste minister een beleidsverklaring voorgelezen. Op zich niets bijzonders. Het is immers de gewoonte dat, wanneer het parlement de tweede dinsdag van oktober weer bijeenkomt, de eerste minister de gelegenheid te baat neemt om een stand van zaken op te maken, en naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, een toespraak over de toestand van de `Unie' te houden.

Deze toespraak is een balans, maar ook een programma. Het is een balans van de voorbije regeerperiode van zes maanden, waarvaan twee maanden in de vakantieperiode vielen. Het programma is een vooruitblik in de toekomst: er moet rekening gehouden worden met nieuwe elementen in de politieke, economische en sociale actualiteit. Er moet bepaald worden welke doelstellingen het komende jaar zullen worden vooropgesteld en welke middelen nodig zullen zijn om dit te realiseren. Het moet gezegd dat de opmaak van deze stand van zaken dit jaar toch iets bijzonders heeft, door de bewogen weken die eraan voorafgingen. De premier noemde de financiŽle crisis van 2008 de ergste van de voorbije 100 jaar. Ze noopt ons ertoe onze plannen en tijdschema's aan te passen en misschien zelfs onze manier van leven, van denken en van doen. Niets is nog zoals het was.

Wat is nu de balans van het regeringsbeleid tijdens de voorbije zes maanden?

Eerste punt: Iedereen kan vaststellen dat de regering in een recordtempo degelijk werk heeft geleverd. Toegegeven, de parlementaire commissies worden momenteel niet overstelpt met ontwerpen van de regering, integendeel. De parlementsleden zijn geneigd de regeringsleden wat aan te porren en verwachten dat ontwerpen bij het parlement worden ingediend, want de opwarming is nu wel voorbij.

Kortom, we wachten op initiatieven van de regering, ook al weten we dat het niet gemakkelijk is en dat het er in een coalitie met vijf partners niet altijd zo vredig aan toe gaat. De politieke realiteit is wat ze is, en daaraan kunnen wij niets veranderen.

We moeten dus aan de slag. Op de balans staan Europese verwezenlijkingen, de hervorming van de staat en het sociaal beleid.

Wat Europa betreft, werd de procedure van instemming met en de ratificatie van het verdrag van Lissabon afgewerkt. Die procedure werd al onder de vorige regering ingezet, maar vergde heel wat tijd, omdat tot 8 keer toe instemming verleend moest worden. Woensdag heeft BelgiŽ in Rome de instrumenten voor de ratificatie van het verdrag neergelegd. Dat is zonder meer een feit dat we moeten toejuichen. Daarmee is het natuurlijk niet afgelopen. Het debat zal moeten worden voortgezet in de Europese hoofdsteden en op de Europese fora om gemeenschappelijke standpunten te kunnen uitwerken met onze Ierse partners en om een zekere terughoudendheid die in Centraal-Europa de kop kan opsteken, te ontkrachten. Dat is ťťn van uw opdrachten voor de komende weken. Misschien is het goed te herhalen dat we in deze stormachtige tijden, meer dan ooit Europa nodig hebben.

Tweede punt: de voorbije zes maanden werd de aanzet gegeven voor een staatshervorming. Het eerste pakket maatregelen is opgenomen in een ontwerp van bijzondere wet dat zowel door de partijen van de meerderheid als door fracties uit de oppositie is ondertekend.

Ik weet dat over het Octopusvoorstel kritische bemerkingen zijn gemaakt van de Raad van State. Daarmee zal rekening moeten worden gehouden, de nodige verbeteringen en rechtzettingen moeten gebeuren, maar met enige vakkundigheid en goede wil moet dat wel mogelijk zijn.

Sedert de zomer van 2007 heeft cdH talrijke constructieve voorstellen gedaan over de staatshervorming. We zullen dat in dezelfde geest blijven doen.

We werken daaraan mee, zowel binnen als buiten de Senaat en voor zover het om voorstellen gaat die binnen de federale krijtlijnen passen.

We zouden natuurlijk elk onze eigen weg kunnen gaan, en sommigen schrikken er niet voor terug om een boedelscheiding te bepleiten, maar zoals Ingrid Betancourt vorige week zei, dat zou te gemakkelijk en weinig interessant zijn.

Dan kom ik tot een derde verwezenlijking van de voorbije periode. Sedert de maand april hebben de ministers van deze regering veel tijd en energie gestoken in het vinden van oplossingen voor de dagdagelijkse sociale bekommernissen van de mensen.

Het gaat dan bijvoorbeeld om de uitbreiding van het Stookoliefonds, om de verhoging van de schoolpremie, maar ook om maatregelen inzake werkgelegenheid, gezondheidszorg, pensioenen en koopkracht.

Om die dossiers aan te pakken is overtuiging, verbeeldingskracht, doorzettingsvermogen en een sociale ingesteldheid nodig.

We kunnen ze nu niet zomaar in de koelkast stoppen door de financiŽle crisis. Integendeel, juist nu is er nood aan een echt sociaal beleid en we rekenen erop dat de regering dit verder zal onderzoeken en concrete voorstellen en maatregelen zal uitwerken.

Wat de toekomst betreft, zal ik drie elementen belichten: de crisis, de begroting en het migratiebeleid. De crisis is niet louter financieel, maar ook economisch en sociaal. Ze woedt bovendien wereldwijd, laat dat duidelijk zijn.

Ik zal me beperken tot een reflectie over de organisatie en de werking van onze overheidsinstellingen. Net zoals in de andere Europese landen is er in ons land een instelling die toezicht houdt op de financiŽle instellingen: de CBFA is een onafhankelijke administratieve overheid.

De vraag is nu of deze instelling in de context van de recente crisis goed gewerkt heeft. We moeten ons ook afvragen of deze onafhankelijke administratieve overheid werkelijk aan de verwachtingen beantwoordt en of een hervorming van het statuut van deze instelling niet overwogen moet worden.

Wat baat het een onafhankelijke administratieve overheid te hebben als daarvan geen gezag uitgaat, of als ze geen andere macht heeft dan financiŽle sancties opleggen?

Wat baat het een onafhankelijke administratieve overheid te hebben als ze niet bestuurt, als ze geen beleid voert, maar enkel toezicht houdt, vaak nog a posteriori?

Wat baat het een onafhankelijke administratieve overheid te hebben als ze niet onafhankelijk is, omdat het merendeel van haar leden door de regering zijn aangewezen en grotendeels aan het toezicht ontsnappen?

Ik zou nog kunnen zeggen: wat is een toezichthouder die niet onder toezicht staat waard? Dat brengt ons terug bij onszelf, onze instelling en onze opdracht. Zijn we goed uitgerust om tijdig en doeltreffend controle uit te oefenen op de toezichthouder?

CdH wil dat, bijvoorbeeld in een gemengde commissie van Kamer en Senaat, onverwijld wordt nagedacht over dergelijke statuten die bepalend zijn voor de goede werking van de politiek, de economie en de sociale verhoudingen in ons land.

Mijn volgende bemerking gaat over de economische en sociale aspecten van de begroting. Zoals u weet waren er drie doelstellingen: ten eerste een goede begroting opstellen, ten tweede de koopkracht van de mensen op peil houden en te derde de meest dringende sociale noden leningen.

Werden die doelstellingen bereikt?

Is dit een ernstige begroting? Het antwoord van de eerste minister was dat de regering een geloofwaardige en goed onderbouwde begroting heeft ingediend. Hij verbond zich ertoe de fiscale en parafiscale druk niet te laten stijgen, ook al wees de heer Clerfayt ons erop dat de accijnzen vanaf 1 januari misschien opgetrokken moeten worden. De eerste minister verbond er zich ook toe om de uitkeringen niet de laten dalen. De regering begint niet aan een operatie die op termijn zou leiden tot de verlaging van de werkloosheidsuitkeringen. De regering zal eventuele budgettaire marges aanwenden om de laagste inkomens en de sociale uitkeringen te verhogen.

Wat betekent dat concreet? Een greep uit de maatregelen: 200 miljoen euro voor de indexkoppeling van de sociale uitkeringen, 400 miljoen euro voor het gezondheidsbeleid en 800 miljoen euro voor een verhoging van de pensioenen met 1,5%, voor de oudste pensioenen met 2% en voor de laagste pensioenen met 3%.

De tweede doelstelling is vrijwaring van de koopkracht. De beste manier om dat te doen is de werkgelegenheid beschermen en ontwikkelen, met name door begeleiding van werkzoekenden, door te investeren in opleiding en vernieuwing en het concurrentievermogen van de bedrijven te ondersteunen. De regering doet een beroep op de sociale partners om daarover een dialoog op gang te brengen.

Er moet ook aandacht geschonken worden aan de meest dringende sociale noden. Vandaag is het werelddag van verzet tegen extreme armoede. We weten dat meer dan een miljoen landgenoten onder de armoedegrens leven. De maatregelen in het kader van het plan voor de bestrijding van armoede en het welvaartsvast maken van de sociale uitkeringen moeten dat cijfer doen dalen en die mensen de elementaire leefomstandigheden bieden voor een waardig gezins- en persoonlijk leven.

Tot slot wil ik het even hebben over wat niet in de verklaring staat. Dan denk ik niet in het minst aan het migratiebeleid. Dinsdagnamiddag heeft de eerste minister laconiek verklaard dat de regering werk wil maken van een integrale aanpak van de migratie.

In de regering die op 23 maart jl. is samengesteld zit een minister die zich uitsluitend met deze materie bezighoudt. De regering schaarde zich ook achter een verklaring waarin uitdrukkelijk sprake is van individuele regularisatiemaatregelen op basis van criteria met betrekking tot vooraf bepaalde uitzonderlijke omstandigheden vastgelegd in een omzendbrief.

Zes maanden later staan we nog nergens. Er wordt gesproken over schijnhuwelijken, buitenlandse studenten, hervorming van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, polygamie. Waarom ook niet over het conflict in het Midden-Oosten of drugsbestrijding in Latijns-Amerika? Moeten alle problemen van deze planeet opgelost zijn alvorens de regering enige moeite wil doen om het migratiebeleid in ons land van naderbij te bekijken? Ik weet dat het niet gemakkelijk is om hiervoor coherente, evenwichtige en menselijke oplossingen te vinden en dat er inspanningen moeten gedaan worden, ook op Europees niveau, om deze problemen echt te kunnen aanpakken. Toch mogen we ons niet neerleggen bij simplistische redeneringen of electorale berekeningen. We kunnen het stilzwijgen van de regering en de onzekerheid die ze schept voor de betrokkenen niet aanvaarden.

We zullen dus waakzaam blijven, indien nodig zullen we onze eisen opnieuw formuleren. We kunnen dus geen genoegen nemen met dat korte zinnetje van dinsdag in afwachting van betere tijden. De premier is kordaat opgetreden ten aanzien van de financiŽle crisis. Hij moet zijn gezag nu aanwenden voor de sociale dossiers, om deze problematiek op coherente wijze te benaderen met nieuwe instrumenten, procedures en methodes die uiting geven aan de fundamentele waarde van solidariteit, een waarde waar wij een zwak voor hebben.

We hebben de nieuwe regering verwelkomd in de lente. Het is inmiddels herfst. Welnu, aan de vruchten kent men de boom.

We kijken uit naar de eerste vruchten die we deze herfst zullen oogsten. Onrijpe of beschadigde vruchten hoeven we niet, de wrange vruchten van verdeeldheid evenmin.

We willen de vruchten plukken van economische regulering, waarmee we de meest nadelige neveneffecten van de financiŽle crisis een halt kunnen toeroepen.

We willen de vruchten plukken van sociale solidariteit, die kansarme en kwetsbare mensen nu het hardst nodig hebben.

We willen de vruchten plukken van een nieuwe verstandhouding in BelgiŽ, die gebaseerd is op respect, verdraagzaamheid en loyaliteit.

Dat zijn de programmapunten waar cdH achter staat en die cdH zal helpen verwezenlijken met zijn ministers en parlementsleden.

Wij schenken u vertrouwen en stellen tegelijk onze eisen. Verspil dit vertrouwen niet, maar laat het vruchten voortbrengen.

Volgens sommige weerspreuken houdt een strenge winter de belofte in van een overvloedige oogst. De voorbije maanden waren de weergoden ons niet bijzonder gunstig gezind en ook het politieke klimaat dook al eens onder het vriespunt. Laten we nu de rangen sluiten, want het land zal het ons en u niet vergeven als we niet zouden slagen.

(Applaus)

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 14.15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 12.40 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de dames Delvaux en Lijnen, de heer Wille, in het buitenland, mevrouw Van dermeersch en de heer Destexhe, om gezondheidsredenen, de dames Temmerman en Tindemans, de heren Lambert, Swennen, Vankrunkelsven en Verwilghen, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.