5-146 | 5-146 |
De voorzitster. - Het woord is aan mevrouw Vermeulen voor een mondeling verslag.
Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA), rapporteur. - Dit verplicht bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend op 10 maart 2014. Het ontwerp werd op 21 maart 2014 overgezonden aan de Senaat. De commissie heeft het besproken tijdens haar vergaderingen van 19 maart 2014 en 25 maart 2014.
Minister Vande Lanotte, bevoegd voor de Noordzee, heeft een inleidende uiteenzetting gegeven. Het ontwerp betreft de opfrissing van een bestaand orgaan, waarvan de minister oorspronkelijk dacht dat het een Vlaamse bevoegdheid was. Het blijkt echter tot de bevoegdheden van de federale staat te behoren.
De onderzoeksraad is een tuchtorgaan voor de maritieme sector dat in het verleden niet altijd even efficiënt werkte. De voorzitter heeft eervol ontslag genomen op 87-jarige leeftijd; er was nood aan modernisering. Er was een dossierachterstand opgelopen en vele dossiers werden geseponeerd.
Deze tekst bevat mogelijkheden tot beroep, een andere omschrijving van de sancties, snellere procedures en mandaten van zes jaar voor rechters en experts. Het tuchtsanctierecht wordt dus duidelijk gemoderniseerd.
Ondertussen zijn al nieuwe mensen aangesteld, er wordt maandelijks vergaderd en er is geen achterstand meer.
Tijdens de bespreking stelt mevrouw Vermeulen vragen bij de nieuwe samenstelling van het orgaan. 40% van de bijzitters moet immers geen specifieke expertise kunnen voorleggen. Dat is vreemd aangezien het over zeer specifieke dossiers gaat. Waarom worden voor deze categorie geen criteria vastgelegd?
Daarnaast vraagt spreekster zich af waarom de termijn van het mandaat van de bijzitters verlengd wordt tot zes jaar.
Het is duidelijk dat deze wet tot doel heeft een oud orgaan te reactiveren, wat op zich positief is voor de zaken die dreigen te verjaren. Spreekster merkte wel op dat men meer pseudo-rechterlijke instanties creëert.
Is het wel de juiste keuze om organen op te richten buiten de rechterlijke macht en onder het toezicht van de uitvoerende macht?
Het wetsontwerp is ook niet afgestemd op de huidige staatsstructuren en bevoegdheidsverdeling. Vlaanderen is ondertussen reeds bevoegd voor de havens, voor de kust en de visserij. Indien men tot homogene bevoegdheidspakketten wenst te komen en tot een efficiënte afhandeling van de geschillen, zal de werking van de onderzoeksraad grondiger moeten worden aangepakt. Spreekster pleit ervoor dat deze bevoegdheid wordt overgedragen aan de Vlaamse minister voor Visserij.
De minister legt uit dat er weinig geïnteresseerden zijn om in deze tuchtraad te zetelen. Vroeger werden de rechters benoemd voor het leven en de bijzitters voor drie jaar. Nu wordt dit geüniformiseerd en is er voor zowel rechters als bijzitters een mandaat van zes jaar voorzien.
Wat de 40% bijzitters zonder specifieke ervaring betreft, is het vooral belangrijk dat dit mensen zijn met gezond verstand. In combinatie met 60% gespecialiseerde bijzitters vormt dat een mooi evenwicht.
Bij tuchtrecht is het net belangrijk dat de eerste beoordeling gebeurt door iemand van de uitvoerende macht. Daarnaast heeft dit het voordeel dat de eerste stap niet onmiddellijk wordt gejuridiseerd; er kan achteraf nog steeds naar de rechtbank worden gestapt.
De bevoegdheid voor de tuchtraad is momenteel federaal, maar de minister is het ermee eens dat er in de toekomst kan worden nagedacht over een andere bevoegdheidsverdeling.
Bij de stemming over het wetsontwerp wordt artikel 1 eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
De artikelen 2 tot 35, alsmede het wetsontwerp in zijn geheel worden aangenomen met 8 stemmen en 2 onthoudingen.
-De algemene bespreking is gesloten.