5-2494/1 | 5-2494/1 |
18 FEBRUARI 2014
I. INLEIDING
Naar aanleiding van de vraag om uitleg nr. 5-3948 van de heer Bert Anciaux en de daarna tot besluit ingediende moties, heeft de plenaire vergadering van de Senaat op 30 januari 2014 beslist om, alvorens over te gaan tot stemming over de moties, de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging te vragen een gedachtewisseling te houden over de modernisering van kernwapens op de luchtmachtbasis in Kleine-Brogel. Deze gedachtewisseling vond plaats op 18 februari 2014.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER ANCIAUX
De aanwezigheid van kernwapens op Belgisch grondgebied zorgt al meer dan 30 jaar voor controverse.
Ook al was er aanvankelijk steun in het parlement en bij de bevolking voor de plaatsing van kernwapens in België, sindsdien is er ontegensprekelijk een evolutie merkbaar. Indien er nu een referendum zou gehouden worden over het nut van kernwapens, de aanwezigheid van dergelijke wapens op Belgisch grondgebied en hun modernisering, dan zou een meerderheid van de bevolking zich hiertegen verzetten.
De oproep voor de afstoting van de Belgische kerntaak weerklinkt niet alleen bij de meerderheid van de burgers van dit land, maar ook bij onze voormalige regeringsleiders, Guy Verhofstadt, Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens. Zelfs Willy Claes, gewezen secretaris-generaal van de NAVO, pleit volmondig voor de verwijdering van de kernwapens uit Kleine-Brogel. Deze vier vooraanstaanden hebben dit pleidooi misschien niet gehouden toen ze daadwerkelijk hun functies uitoefenden, maar dat neemt niet weg dat ze nu met volle overtuiging hun standpunt verdedigen. Trouwens, als er staats- of andere geheimen zouden zijn die het belang voor de aanwezigheid van kernwapens op ons grondgebied zouden verantwoorden, dan hebben deze vier vooraanstaanden hiervan zeker kennis en desondanks lanceren ze hun oproep voor de verwijdering van de kernwapens.
Niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal vlak, hebben belangrijke figuren en voormalige voorstanders van kernwapens, zich nu uitgesproken tegen deze wapens. Een voorbeeld hiervan is Henri Kissinger, gewezen minister van Buitenlandse Zaken van de VS.
Er zijn heel wat argumenten tegen het behoud en de modernisering van kernwapens.
Zo zijn de modernisering en de verbetering van de inzetbaarheid van kernwapens onverenigbaar met het Non-proliferatieverdrag dat België heeft ondertekend.
Kernwapens hebben in de huidige toestand ook geen enkel militair nut meer.
Gaat een beslissing over de eventuele modernisering, waarna de nieuwe inzetbare kernwapens op Belgisch grondgebied gestationeerd worden, niet volledig in tegen de wens van de bevolking ? Het parlement moet zich hierover duidelijk kunnen uitspreken.
De Verenigde Staten is het enige land ter wereld dat vandaag nog altijd kernwapens stationeert in andere landen — wat trouwens krachtens het Non-proliferatieverdrag is verboden. Indien de VS nog altijd wenst te investeren in kernwapens, waarom ze dan niet op eigen grondgebied te houden ? Blijkbaar is de VS hiervan geen voorstander. Indien de wapens zouden teruggetrokken worden uit die andere landen, zou dit voor de VS wel een duidelijke besparing betekenen.
De vernieuwing van de kernwapens is een regelrechte geldverspilling. Het nieuwe kernwapenprogramma is een van de duurste ooit. Indien deze regering militaire uitgaven zou doen, dan kan dat beter aan nuttiger materiaal besteed worden. De bestaande kernwapens zijn immers één van de meer veiliger types van het kernarsenaal; andere types hebben veel meer nood aan modernisering voor een betere beveiliging.
Ook het argument dat de kernwapens als pasmunt gelden in het strategospel met Rusland gaat niet op. Op 29 januari 2014 hebben de bevoegde Kamercommissies een hoorzitting gehouden met Hans M. Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project (stuk Kamer, nr. 53-3374/1), die onder meer heeft gewezen op het feit dat het strategisch onzin is om de toekomst van NAVO-kernwapens te linken aan die van Rusland. Een modernisering zal de onderhandelingen met Rusland over een wederzijdse reductie van kernwapens behoorlijk bemoeilijken, want Rusland zal daaruit logischerwijze besluiten tot modernisering van het eigen kernarsenaal. Bijgevolg stevent men af op een nieuwe wapenwedloop, wat uiteraard niet bijdraagt tot de wereldvrede.
Er wordt gesteld dat deze regering gebonden is door verdragen. Niet alle regeringspartijen zijn het daarmee echter eens en ook Hans Kristensen is van mening dat dat deze regering niet gebonden is door verdragen. Door een motie te stemmen waarin gevraagd wordt dat de regering zich tegen de modernisering van de tactische kernwapens zou uitspreken, geven we de regering argumenten om deze wapens te verwijderen of minstens niet te moderniseren.
Onderzoek van Pax Christie toont aan dat bijna alle NAVO-landen voor een verwijdering van de kernwapens zijn. Binnen de NAVO zouden dan ook de regels van de democratie mogen gelden, waarbij de beslissing niet alleen van enkele landen met een eigen agenda afhangt. We mogen de zogenaamde consensus binnen de NAVO niet overschatten. De NAVO heeft deze consensus zelf gecreëerd door dit steeds in haar documenten op te nemen, maar zowel Canada als Griekenland hebben ondertussen de kernwapens op hun grondgebied laten verwijderen, zonder hiermee in conflict te komen met de NAVO. Het argument van de consensus mag dus niet gebruikt worden.
Het argument dat de regering, of een regeringslid, in mei 2007 de modernisering reeds heeft goedgekeurd, gaat niet op. Vooreerst is het niet zeker of dat inderdaad gebeurd is en op dat ogenblik was de regering trouwens in lopende zaken, waardoor noch de regering en noch het parlement door de beslissing gebonden zijn. Uitwerking en consolidatie van de beslissing moeten in ieder geval onder de huidige regering gebeuren.
Er zijn ook heel wat veiligheidsrisico's verbonden aan de kernwapens. Deskundigen beweren dat een gewone blikseminslag op een vrachtwagen die kernwapens verplaatst, al verschrikkelijke gevolgen kan hebben. Wat dan ingeval van een terroristische aanslag ?
Door nu al te stellen dat de eventuele opvolger van de F16 geen nucleaire taak mag hebben, kan België zich op een handige manier ontdoen van de kernwapens op haar grondgebied. Er dient zich een « window of opportunity » aan. België kan, samen met Nederland en Duitsland, nu een duidelijk verschil maken en stappen zetten in de richting van nucleaire ontwapening.
Spreker is het overigens eens met de stelling dat een gewone motie geen enkele betekenis meer heeft in de Senaat. Vroeger werd een motie beschouwd als een uiting van wantrouwen tegen de regering, maar de motie van de heer Anciaux heeft niets te maken met het afvallen van de regering, zelfs niet van de bevoegde minister. Spreker hoopt dan ook dat de Senaat nu zal afstappen van de gewone motie en een open stemming zal houden over de inhoud van zijn motie.
De motie kan niet simplistisch genoemd worden wel integendeel : ze is duidelijk en eenvoudig. Dit soort motie werd door het Nederlandse parlement reeds aangenomen.
De motie is een helder pleidooi om de onderhandelingen voor de afstoting van de Belgische kerntaak onverwijld aan te vatten en duidelijk te beklemtonen dat een eventuele vervanger van de F-16 geen nucleaire taak mag hebben. In de motie wordt aan de regering gevraagd om zich uit te spreken tegen de modernisering van de tactische kernwapens en er optimaal voor te ijveren om deze modernisering niet te laten plaatsvinden.
III. GEDACHTEWISSELING
De heer De Decker herinnert eraan dat hij in 1980 deel uitmaakte van het kabinet van de toenmalige minister van Landsverdediging, en dat Jean Gol als voorwaarde voor zijn aanwezigheid daar voorop had gesteld dat hij toegang kreeg tot het kernwapendossier, op het moment dat de opstelling van Cruise- en Pershingraketten in Europa ter sprake kwam.
Spreker heeft in die tijd zeer veel lezingen gegeven in de Belgische scholen en universiteiten. Velen waren tegen de raketten; met 300 000 kwamen ze op straat in Brussel. Spreker heeft een uitgebreide uitleg gegeven over de noodzaak om wapens op te stellen in Europa, in het raam van de afschrikking en als antwoord op de plaatsing van de SS20-raketten van de Sovjet-Unie, in Polen en Tsjechië in het bijzonder. We weten hoe deze krachtmeting is geëindigd, toen Gorbatsjov en Reagan als presidenten aan het hoofd van hun land stonden, en die wapens werden teruggetrokken.
In 1994 werd spreker door de WEU-Assemblee eveneens belast met een verslag over de toekomst van de kernbewapening, een verslag waarvan de tekst aan de leden van de commissie werd meegedeeld.
Ten slotte heeft spreker onlangs, tijdens de parlementaire assemblee van de NAVO, een aantal vragen gesteld aan de Supreme Allied Commander (SACEUR) over de modernisering van de NAVO-kernwapens.
De hamvraag is de volgende : kernwapens bestaan, en ze kunnen niet ongedaan gemaakt worden. Ieder land dat tot op een bepaald niveau kernenergie voor civiele doeleinden ontwikkelt, kan die omvormen tot een militair wapen door het verrijken van uranium.
Wat het argument betreft dat de publieke opinie tegen kernwapens is, merkt de heer De Decker op dat, wanneer er een opinieonderzoek zou worden uitgevoerd, dat ongetwijfeld zou aantonen dat de publieke opinie zelfs gekant is tegen civiele kernenergie. Dat vormt geen belangrijk argument. In een representatieve democratie komt het de verkozenen toe hun verantwoordelijkheid op te nemen en de nodige maar soms onpopulaire beslissingen te nemen.
Dat die wapens geen reëel militair nut meer hebben, vormt een ander argument. Spreker aanvaardt dit argument, maar hij meent dat de hamvraag niet daarom draait.
Wanneer men zich wil verzetten tegen kernwapens, moet dat op politiek vlak geschieden, en moet men zich bewust zijn van het dossier waarbinnen dat verzet zich afspeelt : het is de bedoeling om kernbewapening aanzienlijk te beperken.
Een van de doelstellingen van het verslag dat spreker in 1994 opstelde voor de WEU was om de toenmalige situatie aan de kaak te stellen — aan weerskanten waren er toen 30 000 kernkoppen. Op dat ogenblik hanteerden de NAVO en de Verenigde Staten de MAD-doctrine (mutual assured destruction) ten aanzien van de Sovjet-overbewapening. Die situatie was absurd.
Bij het opstellen van zijn verslag voor de WEU, toen perestrojka en glasnost in volle ontwikkeling waren, heeft spreker enkele dagen doorgebracht in Washington en Moskou. Hij werd samen met de Belgische ambassadeur ontvangen door de Russische minister van Defensie, en ontmoette daarbij een aantal Sovjet-officieren. Die laatsten probeerden te weten te komen waarom een Belg hen vragen kwam stellen over hun kernbewapening, terwijl spreker trachtte te vernemen hoever zij bereid waren te gaan in de kernontwapening. Toentertijd, en dat is jammer genoeg nog steeds zo, was het algemeen bekend dat Rusland kernwapens beschouwde als het symbool van de Russische macht, gelet op hun zwakke conventionele bewapening. Als men ziet wie de buurlanden van Rusland zijn, is het ook begrijpelijk dat het land wapens ter afschrikking wenst te behouden.
Strategische wapens dienen om de afschrikking te waarborgen, met inbegrip van de Britse en de Franse kernwapens, waarvan men nooit afstand zal doen.
Het gaat dus niet zozeer over het nut van tactische wapens, maar over de mate waarin de solidariteit binnen de NAVO er Rusland, in het raam van de afschrikking, kan toebrengen om hun bewapening meer te beperken.
In 1994 hadden de Amerikanen 7 800 tactische kernkoppen. Vandaag hebben ze er nog 780.
In 1991 had de USSR 15 000 tot 20 000 tactische wapens. Toen ze ineenstortte, waren dat er nog 21 700, waarvan de landmacht er 6700 had, de gevechtsluchtmacht 7 000, de zeemacht 5 000 en de luchtafweertroepen voor kernraketten 3000. Ter herinnering, ook de Belgische luchtafweer heeft kernwapens ter beschikking gehad. Gelukkig werden die geschrapt. Momenteel beschikt de voormalige USSR nog over 2 000 tactische wapens van die aard.
Het is de bedoeling om, in het raam van het NAVO-beleid, de afschrikking (die afhankelijk is van kernbewapening) en de verdediging te waarborgen, in een wereld met -als het van de NAVO afhangt- zo weinig mogelijk kernwapens.
Wat telt, zijn solidariteit en wederkerigheid binnen de NAVO.
De Belgische Staat heeft vaak genoeg in officiële Atlantische en Europese akten bevestigd dat er geen Europese verdediging mogelijk is zonder nucleaire afschrikking. Dat maakt deel uit van de fundamentele principes die België op Europees niveau (platform van Den Haag) en in de NAVO onderschreven heeft. Spreker verwijst naar een NAVO-communiqué van 20 mei 2012, waar de Belgische regering zich volledig heeft bij aangesloten :
« At the Lisbon Summit, the Heads of State and Government mandated a review of NATO's overall posture in deterring and defending (...).
The greatest responsibility of the Alliance is to protect and defend our territory and our populations against attack, as set out in Article 5 of the Washington Treaty. (...). NATO will ensure that it maintains the full range of capabilities necessary to deter and defend against any threat to the safety and security of our populations, wherever it should arise. Allies » goal is to bolster deterrence as a core element of our collective defence and contribute to the indivisible security of the Alliance. ».
In verband met het probleem van de modernisering, staat het volgende in het communiqué :
« The review has reinforced Alliance cohesion and the continuing credibility of its posture. The review has also demonstrated anew the value of the Alliance's efforts to influence the international security environment in positive ways through cooperative security and the contribution that arms control, disarmament and non-proliferation can play in achieving its security objectives, objectives that are fully in accord with the purposes and principles of the UN Charter and the North Atlantic Treaty. NATO will continue to seek security at the lowest possible level of forces.
NATO's Strategic Concept describes a security environment that contains a broad and evolving set of opportunities and challenges to the security of NATO territory and populations. ».
Over de kernmachten zegt het communiqué :
« Nuclear weapons are a core component of NATO's overall capabilities for deterrence and defence alongside conventional and missile defence forces. (...)
The circumstances in which any use of nuclear weapons might have to be contemplated are extremely remote. As long as nuclear weapons exist, NATO will remain a nuclear alliance. The supreme guarantee of the security of the Allies is provided by the strategic nuclear forces of the Alliance, particularly those of the United States; the independent strategic nuclear forces of the United Kingdom and France, which have a deterrent role of their own, contribute to the overall deterrence and security of the Allies.
Allies acknowledge the importance of the independent and unilateral negative security assurances offered by the United States, the United Kingdom and France. Those assurances guarantee, without prejudice to the separate conditions each State has attached to those assurances, including the inherent right to self-defence as recognised under Article 51 of the United Nations Charter, that nuclear weapons will not be used or threatened to be used against Non-Nuclear Weapon States that are party to the Non-Proliferation Treaty and in compliance with their nuclear non-proliferation obligations. ».
De doelstelling van de Alliantie op dat gebied is dus steeds te overtuigen van de non-proliferatie, en vervolgens de kernwapenarsenalen zoveel mogelijk te beperken.
De tekst gaat verder :
« While seeking to create the conditions and considering options for further reductions of non-strategic nuclear weapons assigned to NATO, Allies concerned will ensure that all components of NATO's nuclear deterrent remain safe, secure, and effective for as long as NATO remains a nuclear alliance. (...). ».
Spreker heeft de Supreme Allied Commander gevraagd naar de stand van de modernisering van de tactische wapens waarvan sprake is. Hij antwoordde met het volgende beeld : wanneer men een lift heeft, komt er een moment waarop ze gemoderniseerd moet worden om haar veiligheid te verzekeren. Indien de wapens in kwestie blijven bestaan, hebben we er belang bij ze te moderniseren opdat ze veilig zijn. We veranderen noch het type, noch de opdracht van het wapen, maar door het te moderniseren passen we het aan met het oog op een betere beveiliging.
Het communiqué voegt er dit nog aan toe :
« Consistent with our commitment to remain a nuclear alliance for as long as nuclear weapons exist, Allies agree that the NAC will task the appropriate committees to develop concepts for how to ensure the broadest possible participation of Allies concerned in their nuclear sharing arrangements, including in case NATO were to decide to reduce its reliance on non-strategic nuclear weapons based in Europe. ».
Wat de niet-strategische bewapening in Europa betreft, staat het dus buiten kijf dat de NAVO en de Belgische regering, alsook de andere regeringen die lid zijn van de organisatie, de verwijdering van de tactische kernwapens beogen. Dat moet gebeuren in het raam van de machtsverhoudingen met die grote buur — hij moet steeds meer onze partner worden — die we ervan moeten overtuigen om ook zijn tactische wapens in Europa te verminderen. Om die reden is solidariteit tussen de NAVO-landen zo nodig.
Spreker stelt vast dat het kernwapen bestaat en niet zal verdwijnen. Hij mag er niet aan denken dat hijzelf of de toekomstige generaties in een kernwapenvrij Europa zouden leven, terwijl de wereld zich met kernwapens uitrust. Op die manier gooit Europa zichzelf voor de leeuwen en stelt het zich bloot aan alle mogelijke chantage.
Spreker gelooft in het nut van strategische bewapening op een zo laag mogelijk niveau. Hij sluit zich in dat opzicht aan bij een « gaullistische » visie, die zegt dat Europa over zijn onafhankelijkheid moet beschikken. Het is dat wat De Gaulle voor Frankrijk wou en wat hij ongetwijfeld voor Europa zou willen indien hij vandaag nog zou leven.
Maar De Gaulle en Frankrijk dachten ook aan de afschrikkingsmacht die kan uitgaan van de zwakke. Het is volstrekt overbodig duizenden kernwapens te hebben. Men kan ze tot een heel klein aantal beperken, want het kernwapen dient om oorlog te voorkomen. Spreker is ervan overtuigd dat, mochten we dat wapen niet hebben gehad, er in Europa een derde wereldoorlog was uitgebroken.
Vandaag is Rusland onze vijand niet meer zoals het dat 50 jaar geleden was. We onderhandelen met het land om het ervan te overtuigen zijn kernwapens te beperken.
We leven evenwel onder de dreiging van het Pakistaanse wapen. Momenteel is Pakistan een van de gevaarlijkste landen ter wereld, zoals Bernard-Henry Lévy zegt. De politieke onstabiliteit is er zeer groot. Dat land heeft samengewerkt met Al-Qaida. Ben Laden werd beschermd op een Pakistaans militair domein.
Spreker vestigt veel hoop op de onderhandelingen die men nu met Iran voert, waar men dankzij het partnerschap van Russen en Amerikanen de Iraniërs ervan kan overtuigen van het kernwapen af te zien. De pers maakt gewag van problemen door het feit dat de Iraanse ayatollahs zich tegen dat proces verzetten omdat de Europeanen en de Amerikanen tegenstanders van Iran zijn, en de ontwikkeling van het kernwapen daarom moet worden voortgezet.
Waarschijnlijk zal Iran, met zijn ayatollahs en zijn theocratie, binnen tien jaar over het kernwapen beschikken. Indien Europa in een dergelijke wereld niet over dat wapen beschikt, zal het overgeleverd zijn aan chantage van landen zoals Iran.
Spreker begrijpt daarom de houding van alle Belgische regeringen, ook van de regeringen Verhofstadt, Martens en Dehaene, en de houding van Willy Claes toen hij NAVO-secretaris-generaal was. Als politiek leidinggevenden verdedigden zij allen de nucleaire afschrikking.
Als de motie van de heer Anciaux wordt aangenomen, rijst er een fundamenteel probleem binnen de meerderheid. Dan ontstaat onmiddellijk de vertrouwenskwestie in de regering, omdat ons aller vrijheid op lange termijn ervan afhangt.
Spreker hoopt dat de tactische kernwapens zo snel mogelijk zullen verdwijnen. Dat is het standpunt van de regering en er zal in die zin worden onderhandeld.
Voor het overige moet Europa, in een wereld waarin het kernwapen niet ongedaan kan worden gemaakt, door het strategische kernwapen worden beschermd. De partij van spreker zal het nooit eens zijn met een visie waarin Europa van het kernwapen afziet, in een wereld waar bepaalde landen, waaronder enkele van de onstabielste, dat wapen blijven ontwikkelen.
Voor de heer Hellings zijn kernwapens dermate belangrijk dat ze een grondig debat in het parlement verdienen, en ook een stemming. Men kan de beslissingen niet overlaten aan één of andere instantie, ook niet aan de regering. Sinds tientallen jaren worden beslissingen inzake kernwapens immers genomen zonder enige inspraak van het parlement, zelfs niet van de regering.
Het Nederlandse parlement heeft in een motie gevraagd af te zien van de modernisering van de B61-atoomwapens die opgeslagen liggen op hun grondgebied, maar de Nederlandse regering is haar niet gevolgd. Spreker vreest dat ook dat de motie van de heer Anciaux hetzelfde lot beschoren is.
Het betoog van senator De Decker toont aan dat kernwapens in feite de massavernietigingswapens van de jaren '80 zijn. Andere wapens uit de Koude Oorlog zijn ondertussen verdwenen, inclusief de antipersoonsmijnen en de clusterbommen, waarbij België zelfs een voortrekkersrol heeft gespeeld bij de totstandkoming van internationale verdragen voor het verbod op deze tuigen. Ondertussen werd een wereldwijde consensus bereikt om antipersoonsmijnen en clusterbommen te verbieden. Hetzelfde zou mogelijk kunnen zijn voor kernwapens.
Waarom zouden we tactische kernwapens op ons grondgebied moeten houden ? Omdat Pakistan ze ook heeft ? Pakistan wordt als een gevaarlijk land gezien, omdat het door Al Qaida wordt geleid. Al Qaida is geen land noch een leger, maar wel een beweging. Hoe kan men bommen gooien op een beweging ?
Iran wil kernwapens omdat Israël en de NAVO-landen er ook hebben. Hierrond draait heel de kwestie van de afschrikking : landen willen beschikken over kernwapens omdat andere landen ze ook hebben.
België heeft het Non-proliferatieverdrag ondertekend. In de hiërarchie van de normen heeft een verdrag nog altijd voorrang op een perscommuniqué, zelfs één uitgaande van de NAVO. Trouwens, dat perscommuniqué van mei 2012 is er gekomen onder een regering van lopende zaken.
De informatie over kernwapens waarover we nu kunnen beschikken, vindt haar oorsprong niet in een document dat door de regering ter beschikking werd gesteld, maar bestaat uit verschillende stukjes die hier en daar worden verzameld. Volgens die informatie zouden er ongeveer twintig kernkoppen op het Belgisch grondgebied gestationeerd zijn. Hans M. Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project, heeft evenals op basis van de contingentering van de Amerikaanse luchtmacht (130 man) in Kleine-Brogel, op basis van verslagen en missie-opdrachten (hierbij ook verslagen van de Amerikaanse Rekenkamer), heel wat informatie bijeen gesprokkeld over landen waar de Amerikaanse kernwapens gestationeerd zijn.
Het is onaanvaardbaar dat beslissingen, die de veiligheid van de burgers én de veiligheid van de openbare financiën in het gedrang brengen, zonder enige vorm van transparantie worden genomen.
Immers, uit indirecte informatie blijkt dat die kernwapens niet alleen gestationeerd zijn in een aantal Europese landen, maar ook veelvuldig worden verplaatst van Europese installaties naar Amerikaanse installaties en omgekeerd. Dit houdt een gigantisch risico in voor de veiligheid van de burgers die hieraan kunnen worden blootgesteld. Die onveiligheid is reëel : in Spanje zijn ooit kernwapens uit een vliegtuig gevallen. Omdat het politiek en militair doel van kernwapens volledig voorbijgestreefd is, vormt dit een onaanvaardbaar risico.
Ook de openbare financiën worden bedreigd. Uit het verslag van de Amerikaanse Rekenkamer (mei 2011) blijkt immers dat sommige NAVO-landen niet alleen hun akkoord hebben gegeven voor nieuwe tactische kernwapens, maar ook voor de aankoop van de F35. Dat akkoord is echter noch door een Belgische minister noch door een hooggeplaatste officier van het Belgische leger ondertekend, maar zadelt ons wel op met verplichtingen voor de aankoop van militair materiaal voor miljarden euro !
De druk die de VS uitoefent om te kiezen voor de F35 is eveneens totaal onaanvaardbaar, vooral omdat het parlement daarbij volledig buiten spel wordt gezet.
In het perscommuniqué van de NAVO (mei 2012) wordt onderstreept dat de stationering van de kernwapens veilig, zeker en efficiënt is. Dat zijn nu net drie begrippen die volledig in tegenspraak zijn met dat van « kernwapen ».
Enkele landen hebben al unilateraal beslist de kernwapens van hun grondgebied te verwijderen (Griekenland in 2001 en Canada in de jaren '80 — '90). Volgens Hans M. Kristensen zou Duitsland ondertussen ook de middelen verminderen voor de bases waarvan geweten is dat er tactische kernkoppen opgesteld staan. Turkije zou eveneens beslist hebben tot een vermindering van het aantal kernwapens op zijn grondgebied, terwijl dit, gezien de ligging van het land, toch geen vanzelfsprekende zaak is.
Moeten de kernwapens in België in stand gehouden worden omwille van de Russische « dreiging » ? Rusland wordt met een ernstig demografisch probleem geconfronteerd (laag geboortecijfer) en vreest zijn grenzen niet meer te kunnen verdedigen gelet op zijn ligging tussen China (dat zich sterk bewapent in conventionele wapens) en de NAVO-bondgenoten. Omdat zij een invasie vrees, behoudt het land haar kernarsenaal. Maar dat arsenaal is louter defensief. Men kan dus niet stellen dat de tactische kernwapens in Kleine-Brogel nodig zijn opdat Rusland ons niet zou aanvallen, gelet op de demografische zwakte van het land.
Wat de modernisering van de kernwapens betreft, verwijst de heer Hellings naar de verklaring van de Amerikaanse luchtmachtgeneraal Norton Schwartz die stelt dat het niet gaat om wapens die worden vernieuwd, maar wel om volkomen nieuwe wapens met een verhoogde accuraatheid die nog kleinere doelen kunnen raken.
In de amendementen die spreker heeft ingediend bij de motie van de heer Anciaux, wordt gevraagd dat de regering zich niet alleen zou verzetten tegen de modernisering van de tactische kernwapens, maar ook het onderbrengen, manipuleren of transporteren van kernwapens op Belgisch grondgebied zou verbieden.
Voor de heer Hellings zijn kernwapens een « politieke fallussymbool » van de oppermacht en daarom kan men er ook zo moeilijk afstand van doen. Kernwapens staan louter voor de cohesie en het trans-Atlantisme.
Ten slotte verwijst spreker naar de opiniebijdrage van Willy Claes, Jean-Luc Dehaene, Louis Michel en Guy Verhofstadt (De Standaard en Le Soir, 19 februari 2010) waarin wordt gesteld dat : « wetende dat we hierdoor het signaal aan de rest van de wereld blijven geven dat kernwapens nodig zijn ». Kernwapens zijn niet nodig en hebben geen nut. Als we nu eindelijk er een einde zouden kunnen maken op ons grondgebied, dan zou dat inspirerend werken voor de rest van de wereld.
Mevrouw Lijnen komt terug op het gezagsargument van de voormalige Belgische regeringsleiders. Als zij een oproep doen om concrete stappen te ondernemen binnen de NAVO, dan is dat idealiter in onderhandeling met Rusland. Zij stellen expliciet te willen pleiten voor een wereld zonder kernwapens, maar dat moet deel uitmaken van een nieuw engagement van alle kernwapenstaten om te komen tot de eliminatie van alle kernwapens (Global Zero). Daarom moeten er multilaterale onderhandelingen gestart worden voor conventies, tot verbod van kernwapens. Dat is heel duidelijk en past binnen het regeringsstandpunt.
In het regeringsakkoord staat dat « de regering pleit voor het revitaliseren en het eerbiedigen van het Non-proliferatieverdrag. Zij zal op een besliste manier ijveren voor internationale initiatieven met het oog op een verdere ontwapening — inbegrepen nucleaire — en voor een verbod op wapensystemen met een willekeurig bereik en/of die disproportioneel veel burgerslachtoffers maken ».
Het woord « internationale » is hier cruciaal. Immers, het is naïef te denken dat wij unilateraal de kernwapens kunnen verwijderen en dat de rest van de wereld dan wel zal volgen. We mogen onze toekomstige generaties niet blootstellen aan het gevaar van een mogelijke dreiging uit landen als Iran of Noord-Korea.
Daarom zal mevrouw Lijnen de motie van de heer Anciaux niet steunen. Het regeerakkoord is door alle partijen van de regerende meerderheid ondertekend, inclusief de partij van de heer Anciaux.
Het is te gemakkelijk voor gewezen regeringsleiders om, na het uitoefenen van hun ambt, grote verklaringen te doen. Ieder van hen had zijn verantwoordelijkheid ten gepaste tijde maar moeten nemen.
De heer Verstreken verklaart dat zijn partij de visie van een kernwapenvrije wereld deelt. Daarom moet ons land, als EU-lidstaat en als NAVO-lidstaat, een rol spelen in dit proces via dialoog en overleg. Zijn partij heeft niet gewacht om stappen te zetten inzake nucleaire ontwapening. Reeds onder de regering Leterme heeft Steven Vanackere, toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, samen met enkele NAVO-partnerlanden waaronder onze Benelux-partners en Duitsland, onderling overleg gepleegd om de kwestie van nucleaire ontwapening aan te kaarten bij de NAVO.
CD&V doet dit nu ook, in uitvoering van het regeerakkoord waarin duidelijk staat dat de regering op een besliste manier zal ijveren voor internationale initiatieven (dus niet unilateraal) met het oog op een verdere ontwapening — inbegrepen nucleaire — en verbod op wapensystemen met een willekeurig bereik.
De verwijdering van tactische kernwapens uit Europa is uiteraard een belangrijke stap op weg naar een kernwapenvrije wereld. Om het doel te bereiken moet onze visie ook gepaard gaan met een resultaatsgerichte multilaterale strategie. Kernwapens in Europa zijn een onderdeel van een nucleaire strategie van de NAVO.
De heer Vanlouwe stelt dat zijn partij wil meewerken aan het project van een kernwapenvrije wereld. Als een eerste stap bepleit spreker de terugtrekking van de kernwapens uit Kleine-Brogel, evenals uit de rest van Europa.
De kernwapens in Kleine-Brogel zijn Amerikaanse wapens van het Type B61, die door een Amerikaanse eenheid (701th MUNSS, +- 110-130 manschappen) worden beheerd (en bewaakt). Als het Amerikaanse National Command Authority zijn toestemming geeft, worden deze wapens aan nationale (Europese) luchtmachten overgedragen, waarbij ze door Europese jachtvliegtuigen worden afgeworpen op door de NAVO bepaalde doelwitten.
Deze wapens liggen daar in het kader van « Nuclear Sharing « , een NAVO-concept waarbij niet-nucleaire Staten worden betrokken in de planning en uitvoering van de nucleaire strategie van de Alliantie.
Naast Kleine Brogel, liggen er ook Amerikaanse kernwapens in de andere Europese Landen (Nederland, Duitsland, Italië, Turkije). Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben elk hun eigen kernwapenprogramma.
Vandaag de dag zijn er nog steeds Europese NAVO-lidstaten (zoals Hongarije, Litouwen, Frankrijk) die tegen de terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens zijn en dus een consensus ter zake in de weg staan.
De terugtrekking van kernwapens uit Europa ligt gevoelig bij sommige NAVO-landen. Vaak heeft dit — zeker voor oud USSR-deelrepublieken (Baltische Staten) of vroegere communistische landen (zoals Hongarije) — te maken met veiligheidsgaranties. Deze landen zien de kernwapens als een symbolische verzekering van een (Amerikaans/NAVO) engagement voor hun veiligheid.
Spreker onderstreept dat zijn partij de terugtrekking van de kernwapens uit België en Europa bepleit. Een goed ogenblik om de vraag tot terugtrekking ter sprake te brengen, is het bezoek van de Amerikaanse president op 26 maart 2014 om overleg te plegen met de EU, NAVO en de regering. De (vertegenwoordigers van de) regering moet hierbij aan de Amerikaanse president de politieke roep in het halfrond om de kernwapens van het grondgebied te verwijderen, kenbaar maken.
Bovendien moet geijverd worden om het dossier van de kernontwapening opnieuw op de NAVO-agenda te plaatsen. Hierbij kan binnen de NAVO naar een oplossing worden gezocht om de wapens te verwijderen uit België, evenals de overige Europese « gastlanden ».
Hierbij moet evenwel naar een oplossing worden gezocht om tegemoet aan de noden/verzuchtingen van de landen die op dit ogenblik een consensus rond een terugtrekking in de weg staan (zoals door het verstrekken van alternatieve veiligheidsgaranties).
De N-VA is voor de terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens uit België en Europa. Hiervoor zal men binnen de NAVO de nodige afspraken moeten maken om tot een consensus te komen.
Voor de heer Anciaux is er sinds 1981 veel veranderd. Aangezien iedereen voorstander blijkt te zijn van een vermindering van het aantal kernwapens, is het ogenblik aangebroken om echt stappen te zetten. Het enige argument voor kernwapens dat overeind blijft, is de afschrikking en de nieuwe vijand, Pakistan. Dat is geen argument om een nieuw nucleair opbod te beginnen. Pakistan is immers een bondgenoot van de VS; er zijn meer Amerikaanse militairen in Pakistan gestationeerd dan Pakistaanse. Laat het aan de VS over om met Pakistan te onderhandelen.
Sp.a is tegen de modernisering van kernwapens en voor het verwijderen van die wapens uit ons grondgebied. Dat zal zeker door deze partij geëist worden bij de volgende onderhandelingen.
De heer De Decker onderstreept dat de NAVO, de EU en hun lidstaten slecht één ding willen : zo vlug mogelijk ontwapenen en onderhandelen voor zo min mogelijk wapens. De laatste vijfentwintig jaar is er vooruitgang geboekt in het verminderen van het aantal kernwapens. Het zou dus een slecht signaal zijn aan de trouwe NAVO-landen om nu een agressief beleid te voeren.
De NAVO heeft als enig doel te ijveren voor een kernwapenvrije wereld, minstens voor een wereld met zo weinig mogelijk wapens.
Volgens de heer Vanlouwe is het doel van kernwapens niet het gebruik ervan, maar wel de afschrikking. De dreiging blijft, ook al is de tegenstander veranderd. Iedereen is uiteindelijk voorstander van een kernwapenvrije wereld, maar eerst moet bepaald worden hoe men dat het best kan bereiken.
Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteurs, | De voorzitter, |
| Armand DE DECKER. Sabine VERMEULEN. | Karl VANLOUWE. |