5-138

5-138

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 30 JANUARI 2014 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten over ęde diversiteit op de werkvloer bij de federale overheidsdienstenĽ (nr. 5-1289)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Deze week berichtten de media dat 70% van Vlaamse vrouwen een job heeft tegenover 30% van de Marokkaanse of Turkse vrouwen. Het gaat om monitoringcijfers van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en van het Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding. Eerder deze week vroegen de belangenorganisaties van andersvaliden om quota inzake tewerkstelling bij de federale en andere overheidsdiensten.

Vele studies wijzen erop dat het bij sollicitaties vaak niet gaat om de merite, studieresultaten, kennis en vaardigheden of zelfs niet om ervaring van de kandidaten. De werkgevers claimen al dertig jaar dat het systeem zelfregulerend werkt. Dat blijkt niet uit de cijfers inzake diversiteit op de werkvloer. Het is bekend dat bepaalde uitzendbureaus, tegen alle wettelijke voorschriften, gecodeerde profielen hanteren om hun klanten-werkgevers ter wille te zijn. Die vragen nog vaak om voor vacatures geen personen met "bepaalde uiterlijke kenmerken" door te sturen.

In Antwerpen maken wij dagelijks mee dat jonge allochtone vrouwen ongeacht hun opleiding alleen poetswerk aangeboden krijgen. Professor Maurice Crul verwoordde het zo: "Het ligt niet aan die mensen, het zijn de kansen die wij hen bieden". Vrouwen van allochtone origine kunnen moeilijk naar de arbeidsmarkt doorstromen omdat passende overheidsmaatregelen ontbreken en bijgevolg het uitsluitende arbeidsklimaat en de verroeste vooroordelen jegens mensen van vreemde afkomst niet verdwijnen. De overheid moet een voorbeeldfunctie vervullen en daarom er een prioriteit van maken om de diversiteit in het personeelsbestand van de overheidsdiensten te bevorderen.

Als we spreken over armoede bij mindervaliden, is het evident dat de oorzaken daarvan in de eerste plaats niet liggen bij die medemensen en hun fysieke tekortkomingen, maar wel bij de uitkeringen die ze van de overheid en bij de kansen die hen geboden worden om actief te zijn op de arbeidsmarkt.

Wat doet de federale overheid om mensen uit kansarme groepen - mensen van allochtone afkomst, andersvaliden ... - tewerk te stellen en welke vooruitgang werd ter zake geboekt?

Is de staatssecretaris het met mij eens dat de overheid niet alleen de morele, maar ook de concrete verplichting heeft de diverse samenstelling van de maatschappij te reflecteren in de samenstelling van zijn eigen werknemersbestand? De federale overheid hanteert richtlijnen en streefcijfers, maar gezien de blijvend slechte cijfers inzake diversiteit, moeten we een tandje bijsteken en komt het idee van de quota weer in beeld. Hoe staat de regering daartegenover?

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - De federale overheid stelt alles in het werk om in de strijd tegen elke vorm van discriminatie en voor gelijke kansen mogelijkheden aan te bieden op het vlak van loopbanen en tewerkstelling, zowel aan de eigen medewerkers als aan de burgers in het algemeen.

Momenteel is er geen streefcijfer voor etnisch-culturele minderheden bij de federale overheidsdiensten. De tewerkstelling van etnisch-culturele minderheden bij de federale overheid wordt ook niet gemonitord.

Selor monitort wel op vrijwillige basis de origine van kandidaten in het online cv, dat elke kandidaat dient in te vullen alvorens te worden gescreend. Sedert vorig jaar kan elke kandidaat die bij Selor een cv aanmaakt, vrijblijvend aangeven of hij/zij afkomstig is uit een land buiten BelgiŽ en of zijn ouders en/of grootouders dat zijn.

Voor de tewerkstelling van personen met een erkende handicap wordt wel een streefcijfer gehanteerd. De tewerkstelling van personen met een handicap verloopt duidelijk in stijgende lijn: 0,9% in 2009, 1,28% in 2010, 1,37% in 2011 en 1,54% in 2012.

Dat de federale organisaties het quotum van 3% nog niet bereiken, kan niet louter door een gebrek aan inspanningen voor het aanwerven van personen met een handicap worden verklaard. Of het quotum wordt bereikt, hangt af van diverse factoren en structurele belemmeringen, zoals de overeenstemming van de vacante functies met de profielen van de beschikbare kandidaten, de mobiliteit van de personen met een handicap, het onderwijs en het kwalificatieniveau van de personen met een handicap, de afstemming van het werk met de regionale fondsen of de kwestie van de werkloosheids- of bijstandsvallen.

Het federale diversiteitsbeleid krijgt vorm in de meerjarige actieplannen. Het plan 2011-2014 legt de klemtoon op vijf assen: sensibilisering van de leidinggevenden, rekrutering en selectie, onthaal en de integratie en de ontwikkeling en ondersteuning van de HR-verantwoordelijken.

Verder omvat het diversiteitsplan 2011-2014 onder meer volgende acties op het vlak van de culturele diversiteit en de antidiscriminatie-aanpak.

Er worden informatiesessies over de antidiscriminatiewetgeving georganiseerd voor de vertrouwenspersonen en de adviseurs psychosociale preventie, met als doel hen te helpen om te gaan met eventuele klachten over discriminatie op de werkvloer.

Het Opleidingsinstituut van de federale overheid (OFO) biedt een opleiding aan over diversiteit. Die beoogt ambtenaren te sensibiliseren inzake diversiteit, stereotypen en vooroordelen. Verder organiseert het OFO ook activiteiten over diversiteit in het kader van het onthaal van nieuwe medewerkers.

Selor organiseert een opleiding voor rekruterings- en selectieverantwoordelijken, die de focus legt op het gevaar van stereotypen, vooroordelen en andere discriminatiemechanismen bij het selectieproces.

Op 3 december hebben we een federale diversiteitsdag georganiseerd om de federale ambtenaren te sensibiliseren voor diversiteit en handicaps in het bijzonder. Hiervoor werd onder meer gebruik gemaakt van affiches en films.

Om het diversiteitsbeleid van de federale organisaties te steunen lanceert de FOD P&O elk jaar een oproep. De geselecteerde projecten worden voor 50% gefinancierd. Dat helpt de organisaties om concrete thema's verder uit te werken, waaronder de culturele diversiteit.

Sta me toe specifiek in verband met de rekrutering en selectie te beklemtonen dat de selectieproeven, van Selor worden geverifieerd op culturele neutraliteit om discriminatie te vermijden. Daarnaast worden communicatiecampagnes opgezet in samenwerking met organisaties die de specifieke doelgroepen vertegenwoordigen, met als doel deze groepen te informeren en uit te nodigen om zich kandidaat te stellen. Voorts hebben we de toegang tot selectieprocedures uitgebreid voor kandidaten die niet over de vereiste diploma's beschikken, maar die eerder verworven competenties kunnen laten certifiŽren door Selor. Er worden ook diversiteitscommunicatiekanalen ontwikkeld die gericht zijn op personen van vreemde origine.

Ten slotte verwijs ik nog naar het project Ervaringsdeskundigen in de armoede, dat wordt georganiseerd in samenwerking met de POD Maatschappelijke Integratie. Dat project wil de toegang tot de essentiŽle diensten bevorderen, in het bijzonder voor alle personen die door de mazen van het net van de sociale zekerheid vallen en in armoede leven. De belangrijkste doelstellingen van het project bestaan erin het perspectief van mensen in armoede bij de federale overheidsdiensten binnen te brengen en de toegankelijkheid van de overheidsdiensten voor alle burgers, en in het bijzonder voor mensen in armoede, te verbeteren Dat project ontplooit in de federale overheidsdiensten een nieuwe strategie in de strijd tegen armoede.

Misschien is mijn antwoord enigszins ontgoochelend wat de kern van de vraag betreft. Ik ben alvast zeker niet ongevoelig voor de problematiek. Het ontbreken van diversiteit binnen de federale overheidsdiensten moet mijns inziens echter bekeken worden in een ruimer kader. Er is immers in het algemeen een gebrek aan beleid ten aanzien van kansengroepen. Het heeft geen zin om de kansengroepen nog eens onderling te gaan opsplitsen en voor elke subgroep een specifiek beleid uit te werken. In mijn ogen gaat het om een algemene problematiek van mensen in kansarmoede en worden er te weinig mensen uit die groepen aangetrokken.

Ik bepleit dus een algemene aanpak, maar ook binnen mijn partij wordt ik daarin niet door iedereen gevolgd en wordt er gepleit voor richtcijfers per kansengroep. Ik sta ook open voor dat spoor. Het is weliswaar niet in het huidige regeerakkoord opgenomen, maar van mij zou het wel in een volgend regeerakkoord moeten worden opgenomen. In dat geval zal ik ervoor pleiten om de problematiek ruimer te kaderen, zodat conflicten tussen kansengroepen kunnen worden vermeden.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Ik dank de staatssecretaris voor zijn uitgebreide antwoord. Ik ben het eens met de staatssecretaris dat er meer stokken achter de deur nodig zijn om de diversiteit in haar geheel te versterken.

Inzake culturele diversiteit tonen de meest recente rapporten aan dat de situatie niet rooskleurig is, noch in Vlaanderen, noch in de federale overheidsdiensten. Ik vermoed dat het Brusselse en het Waalse overheidsapparaat veel gekleurder is, wat waarschijnlijk voor een stuk een gevolg is van de demografische evoluties in die regio's.

Ik ben dus blij dat de staatssecretaris achter het streven naar meer diversiteit staat. Ik stel trouwens vast dat heel wat partijprogramma's eindelijk het probleem erkennen.

Niettemin zal de staatssecretaris moeten toegeven dat het ambtenarenkorps van de federale overheid achterblijft ten opzichte van de Vlaamse overheid, waar misschien toch al 2 ŗ 3% wordt bereikt op het vlak van mindervaliden en van culturele diversiteit. Het Brusselse politiekorps is wel heel divers, in tegenstelling tot het Antwerpse korps.

Ik hoop dat het thema zal worden opgenomen in het volgende regeerakkoord. Het grote aantal ambtenaren dat de komende jaren met pensioen zal gaan, biedt misschien de gelegenheid om bij hun vervanging de opgesomde minderheden kansen te geven in het overheidsapparaat.

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - Op het vlak van personen met een handicap staat de federale overheid wel verder dan Vlaanderen, dankzij het dwingende quotum van 3% dat ik heb ingevoerd. Wie slaagt voor het examen, heeft als persoon met een handicap automatisch voorrang. Ik ben zelf benieuwd naar de cijfers, omdat ik weet dat het moeilijk is om voldoende geÔnteresseerde kandidaten te vinden.

Het klopt dat inzake culturele diversiteit nog geen richtcijfers of mapping bestaan bij de federale overheid. Dat is de eerste stap om op gelijke hoogte te komen met de situatie op Vlaams niveau.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - De staatssecretaris heeft gelijk: we moeten de weg opgaan van de streefcijfers of quota om het probleem aan te pakken.