5-2419/2 | 5-2419/2 |
18 DECEMBRE 2013
Nr. 1 VAN DE DAMES MAES EN VERMEULEN
Een artikel 14/1 (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 14/1. In artikel 72 van de wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, wordt tussen het tweede en derde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
« De Koning bepaalt de datum waarop artikel 60, 7º op het vlak van de bedrijfsvoorheffing in werking treedt. » »
Nr. 2 VAN DE DAMES MAES EN VERMEULEN
Dit artikel aanvullen met het volgende lid :
« Artikel 14/1 heeft uitwerking op 1 januari 2013. »
Verantwoording
Artikel 60, 7º van de wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen voert een vangnetbepaling in de belasting van niet-inwoners in. Deze bepaling is van toepassing vanaf 1 januari 2013. Bij de koninklijke besluiten van 4 maart 2013 en 23 mei 2013 wordt op het vlak van de bedrijfsvoorheffing uitvoering gegeven aan deze nieuwe belastbare grondslag.
Bedrijven dienen vanaf 1 maart 2013 33 % bedrijfsvoorheffing op de helft van het bruto bedrag in te houden op de producten en diensten die zij aankopen van ondernemingen die gevestigd zijn in een land waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten of in een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten en heffingsbevoegd is.
Het gaat om 104 landen zonder verdrag. Volgens de dubbelbelastingverdragen met onder andere Argentinië, Brazilië, Ghana, Indië, Marokko, Tunesië, Rwanda en Roemenië mag België bepaalde inkomsten, die onder de vangnetbepaling vallen, belasten.
Alhoewel de Belgische ondernemingen de bedrijfsvoorheffing vanaf 1 maart 2013 dienen in te houden, kunnen zij de ingehouden bedrijfsvoorheffing niet doorstorten aan de fiscus. De elektronische aangifte voorziet niet in die mogelijkheid. Bij gebrek aan een fiscaal attest kunnen Belgische bedrijven geen bewijs leveren dat zij ingevolge deze nieuwe verplichting de bedragen moeten inhouden. Evenmin is het duidelijk hoe de normale belastingheffing in het buitenland kan worden aangetoond. De administratie publiceerde tot op heden geen enkele instructie hoe deze maatregel moet worden toegepast.
Deze bepaling veroorzaakt veel schade aan de internationale relaties van Belgische ondernemingen. Op deze manier kan men geen zaken doen en is men als Belgische onderneming verplicht deze activiteiten over te hevelen naar het buitenland. Deze maatregel dient, wat de bedrijfsvoorheffing betreft, dan ook met hoogdringendheid te worden ingetrokken. Buitenlandse bedrijven blijven evenwel belastbaar op de inkomsten die onder de vangnetbepaling in de belasting van niet-inwoners vallen.
Nr. 3 VAN DE DAMES MAES EN VERMEULEN
Het tweede lid van dit artikel, doen vervallen.
Verantwoording
In het verleden werd aan alle proceduremaatregelen inzake fraudebestrijding een onmiddellijke inwerkingtreding toegekend waardoor zij ook op verstreken belastbare tijdperken van toepassing werden in zoverre de proceduretermijnen nog niet verstreken waren. Op deze wijze werd verzekerd dat wat toekomt aan de schatkist, haar ook toekomt.
Met artikel 28 wordt de ambtshalve ontheffing uitgebreid tot alle belastingverminderingen. Nu de regering een maatregel neemt ten gunste van de eerlijke belastingplichtige, is deze slechts van toepassing vanaf aanslagjaar 2014, inkomsten 2013. Het amendement heeft dan ook tot doel de eerlijke belastingplichtige de belastingverminderingen te geven waarop hij recht heeft.
Nr. 4 VAN DE DAMES MAES EN VERMEULEN
Dit artikel wordt gewijzigd als volgt :
a) het 4º doen vervallen;
b) het 5º vervangen als volgt :
« 5°de artikelen 1 tot 3, 5 en 6 van het koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot wijziging van het KB/WIB92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing. »
Verantwoording
Gelet op de retroactieve uitwerking van artikel 14/1 vervalt het koninklijk besluit van 4 maart 2013 en artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 mei 2013.
| Lieve MAES. |
| Sabine VERMEULEN. |