5-121 | 5-121 |
De voorzitter. - Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, antwoordt.
De heer Wilfried Vandaele (N-VA). - Op 17 oktober veroordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie België tot een boete van 10 miljoen euro en een dwangsom, omdat ons land geen uitvoering had gegeven aan een arrest van het Hof waarin België werd veroordeeld wegens de niet-omzetting van de richtlijn met betrekking tot de zuivering van stedelijk afvalwater. In de pers liet de staatssecretaris meteen weten dat niet de federale overheid, maar de gewesten hun verantwoordelijkheid moeten nemen omdat zij nu eenmaal bevoegd zijn.
Ik weet niet of hij op dat ogenblik al wist dat niet alle gewesten door het Hof in dezelfde mate schuldig werden bevonden. Zo verklaarden Vlaams minister-president Peeters en minister van Leefmilieu Schauvliege dat Vlaanderen helemaal geen schuld treft en dus niet zal betalen.
Als de staatssecretaris de verantwoordelijkheid bij de gewesten legt - een standpunt waarmee we het eens zijn - dan moeten een regeling en een mechanisme worden uitgewerkt waardoor België de boete en/of de dwangsom aan de gewesten kan doorrekenen. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van objectieve criteria en verdeelsleutels en moet rekening worden gehouden met de inspanningen van de gewesten.
Artikel 16 van de Bijzondere wet tot hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980 omvat het principe dat de Federale Staat boetes moet kunnen doorschuiven naar de gewesten, maar dat principe werd nooit concreet uitgewerkt.
Vindt de staatssecretaris dat afspraken moeten worden gemaakt tussen de federale overheid en de gewesten en/of tussen de gewesten onderling? Hoe ziet hij dat concreet?
Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Ik lees het antwoord van de staatssecretaris.
Voor het eerst in zijn geschiedenis is België inderdaad door het Hof van Justitie van de Europese Unie veroordeeld wegens de niet-uitvoering van een eerder arrest van het Hof. Die veroordeling heeft ten gronde betrekking op een exclusieve gewestmaterie, namelijk de zuivering van afvalwater. De gewesten zijn ter zake al bevoegd sedert 1988.
Dat neemt niet weg dat België, als lidstaat, is veroordeeld wegens een niet-nakoming door de gewesten. Het is dus uiteraard aan de gewesten om de boete te betalen. Ik hoop dat in eerste instantie de gewesten onderling een akkoord zullen bereiken over de verdeling van de boete. Mocht dat niet lukken, dan is het Overlegcomité in mijn ogen de beste plaats om een gemeenschappelijke oplossing te vinden. Als ook binnen het Overlegcomité geen akkoord wordt gevonden, dan zal de federale overheid inderdaad haar verantwoordelijkheid moeten nemen en de knoop moeten doorhakken.
Het moet duidelijk zijn dat de federale overheid geen euro zal uittrekken voor een boete die betrekking heeft op een loutere gewestmaterie. Als de gewesten geen akkoord bereiken en de federale overheid het geld moet voorschieten, dan zal dat bedrag op basis van artikel 16 van de Bijzondere wet tot hervorming van de instellingen worden teruggevorderd van de gewesten. Ik hoop echter dat de gewesten in dit dossier hun rijpheid zullen tonen en samen tot een oplossing zullen komen.
De heer Wilfried Vandaele (N-VA). - Als er geen akkoord wordt bereikt, dan zal de federale Staat het bedrag van de gewesten terugvorderen op basis van artikel 16 van de Bijzondere wet tot hervorming van de instellingen. Kan de minister aangeven op welke wijze in die hypothese de verdeelsleutel zal worden bepaald?
(Voorzitster: mevrouw Sabine de Bethune.)