5-2188/3

5-2188/3

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

9 JULI 2013


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen te Genève op 23 februari 2006 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar 94e zitting


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE DAMES MATZ EN VERMEULEN


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 9 juli 2013.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Dit Verdrag stelt een innoverende en algemene benadering van de maritieme sector voor en vormt een echte wereldwijde arbeidscode voor zeevarenden.

Het Verdrag betreffende maritieme arbeid verbetert de rechten van 1,2 miljoen zeelui en stelt minimale standaarden op wereldschaal vast. De verplichte minimumleeftijd, de vereiste vaardigheden om als zeevarende te werken en uniforme standaarden voor opleiding en kwalificaties worden vastgesteld.

Eerlijk arbeidsomstandigheden voor zeevarenden, zoals lonen, arbeidsduur en rusttijden, recht op vakantie en het minimum aantal bemanningsleden op schepen vallen onder dwingende bepalingen. Bovendien bepaalt het Verdrag dat schepen, als arbeids- en verblijfplaats van zeevarenden, moeten voldoen aan minimale vereisten inzake voeding, huisvesting en ontspanning.

Het bepaalt ook dat er elementaire maatregelen moeten worden genomen voor de bescherming van de gezondheid aan boord van schepen en dat de medische en sociale vergoedingen van zeevarenden gewaarborgd moeten zijn.

De verdragsluitende Staten verbinden zich er bovendien toe maatregelen te treffen die zeevarenden toegang geven tot de socialezekerheidsstelsels.

De Staten die het Verdrag ratificeren, verbinden zich er bijgevolg toe om toe te zien op de naleving van de voorschriften inzake arbeidsomstandigheden aan boord van schepen die onder hun vlag varen en dit te certificeren.

De mogelijkheid om derden te laten controleren of de dwingende bepalingen van het Verdrag betreffende maritieme arbeid worden nageleefd, is een concept dat, op zich, ook ongewoon is.

In het kader van de inspecties die door de havenstaten worden uitgevoerd, moeten deze bepalingen ook worden toegepast op schepen van derde Staten die het Verdrag niet hebben geratificeerd. Elk buitenlands schip dat aanmeert in de haven van een Staat die het Verdrag heeft geratificeerd, kan worden gecontroleerd op de naleving van het Verdrag. Is dat niet het geval, dan loopt het het risico om in de haven een niet-prioritaire behandeling te krijgen waardoor schadelijke vertragingen worden opgelopen bij het laden en lossen van de vracht.

Bijgevolg zullen er algemene toezichtscriteria worden toegepast waardoor schepen geen concurrentieel voordeel meer hebben wanneer zij de internationale minimumstandaarden niet naleven.

Voor de verdragsluitende Staten betekent dit dat de controles een menselijke dimensie krijgen. Dit instrument draagt ook bij tot meer veiligheid op zee.

Het Verdrag betreffende maritieme arbeid biedt dus heel wat voordelen :

— een unieke basis die meer dan vijfenzestig IAO-instrumenten van maritieme arbeid vervangt en een samenhangend geheel van beginselen en rechten vormt voor zeevarenden waardoor de deelnemende Staten discreter kunnen optreden voor de gedetailleerde uitvoering ervan;

— een vereenvoudigde procedure om wijzigingen aan te brengen waardoor het Verdrag voortdurend kan worden geüpdatet naar gelang van de evolutie van de handelsexploitatie van schepen en technologie;

— een stelsel dat strikt wordt uitgevoerd en ondersteund wordt door een certificatiesysteem waardoor men zich ervan kan vergewissen of alles in overeenstemming is met het Verdrag en of de Havenstaat toezicht uitoefent op de naleving van het Verdrag; de havenstaat mag niet alleen de schepen controleren (en ze vasthouden indien nodig) inzake veiligheid of milieu (zoals vandaag het geval is), maar ook om sociale redenen.

De overeenkomst van 19 mei 2008 van de Europese sociale partners werd in de EU-richtlijn van februari 2009 opgenomen en de EU-wetgeving zal worden aangevuld waarbij titel V van de overeenkomst betreffende het toezicht, in aanmerking zal worden genomen.

De ratificering van het Verdrag betreffende maritieme arbeid toont aan dat België eerlijke arbeidsomstandigheden voor zeevarenden en reders wil aanmoedigen. De sociale partners hebben actief deelgenomen aan het ratificeringsproces van het Verdrag betreffende de maritieme arbeid.

Zowel de vertegenwoordigers van de reders als van de zeevarenden zijn het eens over de inhoud waardoor de kans dat het door de politieke wereld wordt aanvaard, groter wordt.

Bovendien zal een ratificering van het Verdrag de concurrentiekracht van Belgische scheepvaartmaatschappijen vergroten omdat oneerlijke arbeidsomstandigheden de facto een halt wordt toegeroepen en daardoor ook de concurrentievoordelen worden afgeremd die worden verkregen ten nadele van zeevarenden.

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw Vermeulen erkent het economisch belang van dit Verdrag : het betreft ongeveer 1, 2 miljoen zeelieden en 90 % van de wereldhandel.

Het Verdrag treedt pas in werking twaalf maanden nadat dertig landen het geratificeerd hebben. In concreto zal dat op 20 augustus 2013 zijn. Ons land wil zich hierbij nog snel aansluiten. In het Vlaams Parlement werd de instemmingsprocedure reeds afgerond in 2011. Wat is de stand van zaken in de andere deelstaatparlementen ?

De heer Hellings is van oordeel dat dit een uitstekend Verdrag is die striktere regels oplegt op sociaal gebied en voorziet maatregelen om een einde te maken aan de sociale dumping. Spreker pleit er voor om ook voor wat het wegtransport betreft, gelijkaardige strikte regels op te leggen.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat er ondertussen tweeëndertig landen het Verdrag geratificeerd hebben. Dat betekent dat dit Verdrag op 20 augustus 2013 in werking zal treden voor de ratificerende landen. Indien ons land niet zou toetreden tot dit Verdrag zou dit zware economische gevolgen kunnen hebben.

In ons land hebben het Vlaams Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap hun instemming reeds gegeven. Het verdrag werd ook ingeschreven op de dagorde van de Parlementen van het Waals Gewest en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

IV. STEMMINGEN

De artikelen 1, 2 en 3, alsook het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteurs, De voorzitter,
Vanessa MATZ. Sabine VERMEULEN. Karl VANLOUWE.

De tekst aangenomen door de commissie is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 5-2188/1).