5-240COM

5-240COM

Commissie voor de FinanciŰn en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

WOENSDAG 3 JULI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Vermeulen aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee over źde Europese richtlijn inzake maritieme ruimtelijke ordening╗ (nr. 5-3622)

De voorzitter. - De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, antwoordt.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Europa heeft een voorstel van richtlijn klaar inzake maritieme ruimtelijke ordening. Het voorstel tot richtlijn bepaalt dat lidstaten maritieme ruimtelijke ordeningsplannen en strategieŰn voor een ge´ntegreerd kustbeheer moeten vaststellen en uitvoeren. Die ruimtelijke ordeningsplannen moeten ervoor zorgen dat er co-existentie is en dat er conflicten worden vermeden tussen concurrerende sectorale activiteiten in mariene wateren en kustzones. De richtlijn voorziet in verschillende bepalingen waaraan de ruimtelijke ordeningsplannen moeten voldoen. De richtlijn bevat ook verschillende resultaatsverplichtingen.

De Europese Commissie argumenteert dat het voorstel in lijn is met het principe van subsidiariteit, aangezien de effectieve planning, afbakening en implementatie van de maritieme ruimtelijke ordeningsplannen een zaak voor lidstaten en lokale overheden blijven.

Verschillende lidstaten, waaronder Duitsland, Zweden, Nederland en Polen, hebben een subsidiariteitsbezwaar ingediend over deze richtlijn.

De redenering van sommige van die landen is dat het subsidiariteitsprincipe misschien wel gehandhaafd is voor de Noordzee, maar niet voor het onderdeel ruimtelijke ordening, en dat de inhoudelijke resultaatsverplichtingen niet proportioneel zijn en een overmatige administratieve belasting zullen meebrengen.

Ook het Vlaams Parlement diende een gemotiveerd subsidiariteitsadvies in. Het federaal parlement heeft dat nog niet gedaan.

Omdat de minister volop bezig is met de uitwerking van het nieuw maritiem ruimtelijk plan, heb ik hierover volgende vragen:

Is de minister van oordeel dat een Europese co÷rdinatie inzake maritieme ruimtelijke ordening nodig is?

Hoe staat de minister tegenover inhoudelijke resultaatsverplichtingen bij de maritieme ruimtelijke ordeningsplannen, geco÷rdineerd door de EU?

De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - Ik lees het antwoord van minister Vande Lanotte.

Er zijn verschillende redenen waarom ik de Europese co÷rdinatie inzake Marine Spatial Planning (MSP) en Integrated Coastal Management (ICM) toejuich en de daarbij behorende ontwikkeling van een bindend instrument, namelijk een kaderrichtlijn voor MSP en ICM, ondersteun. Het voorstel van richtlijn doet geen afbreuk aan de ontwikkeling inzake maritieme ruimtelijke ordening op nationaal niveau, aangezien het voorstel bepaalt dat de mariene ruimtelijke plannen mechanismen mogen omvatten of verder uitbouwen waarvan de invoering vˇˇr de inwerkingtreding van deze richtlijn was voltooid of aangevat.

De kaderrichtlijn dient louter verplichtingen van procedurele aard te bevatten en mag dus geen inhoudelijke verplichting opleggen inzake de invulling van MSP en ICM. Daarover wordt gewaakt tijdens de werkgroepdiscussies en de onderhandelingen in de Europese Raad. Er mag geen dubbelwerk ontstaan met andere verplichtingen uit andere richtlijnen. De richtlijn zelf geeft vooral een opsomming van de verschillende doelstellingen en de minimale vereisten voor de omzetting.

In januari 2012 is de uitwerking van een ge´ntegreerd marien ruimtelijk plan aangevat. Dat is gebaseerd op de tien principes van de mededeling van de Europese Commissie "Maritieme ruimtelijke ordening in de EU - verwezenlijkingen en toekomstige ontwikkelingen", met name inzake het garanderen van de rechtskracht van een nationale maritieme ruimtelijke ordening. Dat is tevens de basis voor de huidige ruimtelijke ordening. Tijdens het opstellen van de procedure werd Europa op de hoogte gebracht van onze plannen om ervoor te zorgen dat de procedure strookt met wat Europa verwacht.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Ik verschil enigszins van mening met de minister. Europa is niet het ideale platform voor ruimtelijke planning. Ik ben wel voorstander van een geco÷rdineerd kustbeheer en een samenwerking met buurlanden, maar Europa ziet het allemaal te pan-Europees. De co÷rdinatie van het beleid van de landen zal te strikt worden.

De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - Op welk punt verschilt u van mening met de minister?

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Ik ben van mening dat Europa niet het ideale platform is.

De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - De minister is voorstander van co÷rdinatie inzake MSP en ICM. Inhoudelijk wil hij erop toezien dat ons land zelf invulling kan geven aan de maritieme ruimtelijke ordeningsplannen.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Ik denk bijvoorbeeld aan de energiering in de noordelijke wateren die via Europa zou moeten worden opgestart. De lidstaten zullen hun beleid zeer strikt op elkaar moeten afstemmen. De Europese richtlijn is te dwingend.

(De vergadering wordt gesloten om 16.25 uur.)