5-108

5-108

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 20 JUIN 2013 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Bert Anciaux à la ministre de la Justice sur «la destruction par le feu de dossiers de l'enquête sur les Tueurs du Brabant» (no 5-1060)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik vrees dat ik de minister al een zestal keer heb ondervraagd over het dossier van de Bende van Nijvel. Altijd opnieuw zijn er nieuwe feiten en ik neem aan dat de minister daar ook niet blij mee is.

Deze keer is het nieuwe feit dat dossiers uit het onderzoek naar de Bende van Nijvel worden verbrand. Dat meldt althans de commissaris van de federale politie die zestien jaar lang het onderzoek naar de Bende van Nijvel heeft geleid en het een goed jaar geleden vrijwillig verliet. Hij beklemtoont dat de dossiers die nu worden verbrand, bijzonder waardevol zijn en absoluut behouden moeten blijven. Volgens mij moet elk onderdeel van dat dossier behouden blijven.

Eens te meer berichten de media over hoogoplopende spanningen tussen de vroegere en de huidige onderzoekers. Het onderzoek naar de Bende van Nijvel krijgt daardoor nog meer een imago van hopeloos geknoei. Ik kom steeds meer mensen tegen die stilaan alle hoop opgeven, terwijl de minister met de regelmaat van een klok verklaart dat het onderzoek nog volop loopt en dat er nog allerlei zaken aan het licht kunnen komen.

De overtuiging dat het onderzoek wordt gemanipuleerd wint meer en meer aan kracht. Zoals gezegd ondervroeg ik de minister al zeer vaak over dit onderwerp. De controversen vertroebelen in grote mate de essentie van het onderzoek. Meer en meer worden de onenigheden tussen de vroegere en de huidige speurders belangrijker dan het onderzoek zelf. Dat lijkt op een georganiseerde bliksemafleider. Indien het geen bittere realiteit was, konden we ons in een of ander goedkoop maar spannend detectiveromannetje wanen. De realiteit overtreft de verbeelding. Bovendien wijst het verbranden van dossiers niet meteen op een oordeelkundige aanpak van het onderzoek.

Bevestigt de minister dat dossiers uit het onderzoek naar de Bende van Nijvel inderdaad worden verbrand en dus definitief verloren gaan? Zo ja, hoe interpreteert ze die onbegrijpelijke daad van de huidige onderzoekers? Zo nee, hoe interpreteert ze het feit dat de vorige onderzoekers zoiets beweren?

Beaamt de minister het vermoeden van steeds meer betrokkenen dat de controversen tussen de onderzoekers van vroeger en die van nu meer energie vergen dan het onderzoek zelf, waardoor er nog meer mist over het complexe dossier wordt gespoten? Zal de minister radicaal ingrijpen en de speurders over de verbranding van de dossiers op het matje roepen?

Hoe kan de minister eindelijk waarborgen dat het onderzoek in alle sereniteit maar vooral meer accuraat en performant wordt afgerond alvorens alles verjaart?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Er woedt geen oorlog tussen de huidige en de vorige onderzoekers. Het is evenmin waar dat de huidige onderzoekers goed zijn en de vorige slecht waren. De onderzoeksrechter past alleen een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie toe. Die commissie had in een verslag van 1997 gesteld dat het onderzoek en de onderzoekers mogelijk werden gemanipuleerd en dat moest worden nagegaan wat daarvan waar was. De onderzoeksrechter geeft dus gevolg aan die aanbeveling, door de mogelijke manipulatie te onderzoeken zonder daarbij de integriteit van de vorige onderzoekers in twijfel te trekken. Dat is cruciaal.

Dit dossier blijft een open wonde voor onze samenleving, omdat de daden nooit zijn opgehelderd. Het laatste wat we willen, is dat het onderzoek in een oorlog tussen politiemensen of speurders ontaardt. Iedereen moet aan hetzelfde zeel trekken om elk mogelijk spoor te onderzoeken en het dossier opgelost te krijgen.

De feiten zullen op 10 november 2015 verjaren, wat de onderzoekers nog tweeënhalf jaar de tijd geeft om de zaak op te helderen. Tot dan wordt het gerechtelijk onderzoek actief voortgezet. De onderzoekers analyseren de verschillende pistes overigens nog steeds met veel motivatie. Een team van twaalf onderzoekers werkt onafgebroken aan de opheldering van deze zaak en zal dat blijven doen tot het verval van de strafvordering, ongeacht de datum daarvan.

Het College van procureurs-generaal heeft een advies inzake de verjaring van dit dossier verstrekt. Dat advies kan met de tijd evolueren. De verjaring is in elk geval een essentieel beginsel van ons recht en onze rechtspleging. De mogelijkheid om een verjaringstermijn te verlengen, moet zeer aandachtig en zeker niet overhaast worden onderzocht. Op dit ogenblijk is de verjaring nog te ver verwijderd om er nu meer uitspraken over te doen. De opheldering van deze zaak blijft dus de prioriteit.

Toen de nieuwe onderzoekers het dossier overnamen, stelden zij vast dat delen van het dossier in het water lagen en aan het rotten waren. Sommige stukken moesten dan ook worden weggegooid. Dat waren evenwel geen essentiële stukken. Er werden van die stukken pv's opgesteld en foto's gemaakt, die in het dossier werden opgenomen. Daardoor vormt het verlies van die stukken in geen enkel geval een belemmering voor de voortzetting van het onderzoek.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De minister stelt telkens opnieuw dat er geen oorlog tussen de speurders woedt en dat er ook geen discussies zijn. De minister moet toch zien dat de zaken niet lopen. Men kan toch niet beweren dat er geen oorlog woedt als de vorige hoofdonderzoeker maar blijft herhalen dat er schandalige praktijken aan de gang zijn. De verwijten tussen de nieuwe en de vorige speurders vliegen over en weer. Nu wordt beweerd dat dossiers werden verbrand, maar daar heeft de minister niets over gezegd. Vermoedelijk klopt dat bericht dus niet. Waarom worden zulke geruchten dan verspreid? Ik krijg er kop noch staart aan. Het kan toeval zijn dat een aantal dossiers in het water hebben gelegen en aan het rotten waren, ook al is dat schandalig.

De minister beweert dat niets van die dossiers verloren is gegaan.

Ik heb in mijn vraag niet over verjaring gesproken. Er rest nog tweeënhalf jaar. We moeten ons nu niet focussen op de verjaringsproblematiek. Als het nodig is, kan men, indien men wil, juridische technieken vinden om de verjaringstermijn te verlengen.

Ofwel spelen de eerste, ofwel de huidige onderzoekers, ofwel derden een luguber spel op de kap van de vele slachtoffers in dit erbarmelijke dossier. Dat moet stoppen. Justitie wordt echt niet beter van de manier waarop dit dossier wordt behandeld. Het is trouwens een schande dat men dit de minister van Justitie aandoet. Zij wordt er mee geconfronteerd.