5-2183/1

5-2183/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

3 JULI 2013


Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek met het oog op het strenger bestraffen van geweldsdelicten op het openbaar vervoer

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt, met een aantal aanpassingen, de tekst over van het voorstel dat reeds op 2 oktober 2009 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-1434/1 — 2008/2009).

Al verscheidene opeenvolgende jaren is het aantal gevallen van agressie op het openbaar vervoer sterk toegenomen. Cijfers laten nu uitschijnen dat dit fenomeen zich lijkt te stabiliseren, maar dit is geen reden tot juichen. Integendeel, het aantal geregistreerde feiten blijft onrustwekkend hoog. Daarom blijven bijkomende maatregelen tegen agressie op het openbaar vervoer noodzakelijk, wil de overheid dit soort misdrijven drastisch terugdringen.

In de periode 2007-2011 is het aantal interventies op de spoorwegen verdubbeld (1) . Zo moest in 2011 de politie 20 000 keer uitrukken en de veiligheidsagenten van Securail maar liefst 25 000 keer. Uit een recente kwaliteitsbarometer van de NMBS blijkt trouwens dat, ondanks de veiligheidsmaatregelen, 25 % van de treinreizigers zich onveilig voelt in de trein, maar ook in de stations en de omgeving ervan. Dit is vijf procent meer dan in 2011 (2) . Op de parkings van de stations voelt zelfs 30 % van de reizigers zich onveilig. Een onderzoek (3) van de Vrije Universiteit Brussel toont aan dat het geweld op de trein omvangrijker is dan de NMBS zich eigenlijk realiseert en dat agressie bijna dagelijks voorkomt. In 2011 waren er maar liefst 259 NMBS-personeelsleden met ziekteverlof als gevolg van agressie, wat overeenkwam met 3 152 dagen werkonbekwaamheid.

In het derde kwartaal van 2012 hebben zich bij De Lijn 1 007 « incidenten » voorgedaan. Dat zijn er iets minder dan in het derde kwartaal van 2011 (1 088 incidenten), maar nog altijd bijna dubbel zoveel als in 2009 (584 incidenten). Tot die zogenaamde incidenten behoren fysieke en verbale agressie, pesterijen, druggebruik en vandalisme.

Bij het Brusselse openbaar vervoer is het aantal gevallen van agressie tegen veiligheidsagenten en reizigers in 2012 licht gedaald ten opzichte van 2011, met respectievelijk 1,4 en 9,2 %, vooral ten gevolge van het toegenomen aantal veiligheidsagenten en de uitbreiding van het cameranetwerk. Waar in 2011 melding werd gemaakt van 211 gevallen van fysiek geweld tegen personeel, waren dit er voor 2012 nog steeds 208. Geweld tegen reizigers nam af van 826 gevallen in 2011 tot 750 gevallen in 2012.

Op basis van deze cijfers moet hoe dan ook prioritair aandacht blijven gaan naar het geweld op het openbaar vervoer. Een geïntegreerde aanpak is noodzakelijk. Een aantal maatregelen, zoals het voorzien in meer veiligheidspersoneel is noodzakelijk,. Behalve het voorzien in het nodige veiligheidspersoneel en het plaatsen van bijkomende bewakingscamera's dient ook de bestraffing in verhouding te zijn met de gepleegde feiten.

Zowel de gebruikers als het personeel wijzen regelmatig op de noodzaak van strengere straffen en van het invoeren van nultolerantie op het openbaar vervoer, aan de opstapplaatsen en in de trein- en metrostations. Geweld en vandalisme doen zich niet enkel voor op bussen, treinen en trams maar ook aan bus- en tramhokjes en in trein- en metrostations.

Onderzoek heeft uitgewezen dat slechts een minderheid van de werknemers van vervoersmaatschappijen nog geen slachtoffer is geweest van agressie.

Artikel 410bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2006 en in werking getreden op 22 februari 2007, voorziet reeds in een strafverzwaring voor daders van geweld tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende. Dit artikel werd nog aangepast door de wet van 27 december 2012.

De indieners van dit voorstel zijn van oordeel dat een toename van het geweld op het openbaar vervoer verstrekkende gevolgen heeft zowel voor de gebruikers als voor het personeel. In plaats van de reputatie te hebben een aantrekkingspool voor criminaliteit te zijn, willen we dat het openbaar vervoer de reputatie zou krijgen van een plek waar men zich veilig en beschermd weet. Zowel de gebruikers van het openbaar vervoer als de chauffeurs moeten dan ook kunnen rekenen op een strenge bestraffing van criminelen.

Om die reden willen de indieners van dit wetsvoorstel voor het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen op het openbaar vervoer en aan de opstapplaatsen een verzwarende omstandigheid maken, zodat alle geweldsdelicten in verband met het openbaar vervoer strenger bestraft worden. Naast de categorie van personen tegen wie de agressie wordt gepleegd, is het voor de indieners belangrijk dat ook de plaats waar het misdrijf wordt gepleegd een strafverzwarend element zou zijn.

Anke VAN DERMEERSCH.
Bart LAEREMANS.
Yves BUYSSE.
Filip DEWINTER.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het Strafwetboek wordt een artikel 410quater ingevoegd, luidende :

« Art. 410quater. Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt op een voertuig van het openbaar vervoer of op een plaats die rechtstreeks verbonden is aan het openbaar vervoer, zijn de straffen die worden bepaald in artikel 410bis, derde lid, van toepassing. »

13 juni 2013.

Anke VAN DERMEERSCH.
Bart LAEREMANS.
Yves BUYSSE.
Filip DEWINTER.

(1) Senaat, schriftelijke vraag nr. 5-3956 van 28 december 2011.

(2) Het Nieuwsblad, 5 april 2013, « Een op de vier treinreizigers voelt zich niet veilig ».

(3) Onderzoek van criminologe Iris Steenhout, januari 2012.