5-2177/1 | 5-2177/1 |
28 JUNI 2013
Op 22 april 1999 werd in het reglement van de Senaat een bepaling ingevoegd die elk gebruik van zaktelefoons tijdens vergaderingen verbiedt. Deze invoeging gaat terug op een beslissing van het Bureau van 4 oktober 1995. Op dat ogenblik was dit absolute verbod wellicht verdedigbaar, gelet op de beperkte mogelijkheden inzake gebruik van dergelijke toestellen. Elk gebruik ervan kon worden ervaren als een verstoring van de vergadering.
Vandaag zijn we veertien jaar verder en zijn intussen zowel de technologie als de gebruiksmogelijkheden van deze toestellen sterk geėvolueerd. Momenteel kan men met een zaktelefoon SMS'en versturen, kan men worden opgebeld zonder dat de zaktelefoon enig geluid maakt en bezitten deze toestellen nog meerdere andere communicatiemogelijkheden. Het is tegenwoordig met andere woorden perfect mogelijk om tijdens vergaderingen gebruik te maken van deze toestellen zonder daarbij de vergadering te verstoren. De bepaling inzake zaktelefoons die in 1999 werd ingevoerd en de motiveringen die daaraan ten grondslag lagen, zijn vandaag de dag derhalve volledig achterhaald door de technologische evoluties die op het vlak van zaktelefoons hebben plaatsgegrepen.
In de praktijk stelt men momenteel tijdens elke vergadering overigens vast dat het schering en inslag is dat er van zaktelefoons gebruik wordt gemaakt zonder dat dit de vergadering verstoort. De huidige bepalingen van artikel 52 worden bijgevolg nu reeds op grote schaal niet nageleefd, zowel wat het gebruik van de zaktelefoons betreft als de sanctioneringsmogelijkheden die aan de voorzitter van de vergadering worden gegeven. Artikel 52 is in zijn huidige formulering met andere woorden volledig dode letter geworden.
Het lijkt de indieners van dit voorstel tot reglementswijziging dan ook opportuun om de huidige bepalingen te wijzigen zonder daarbij afbreuk te doen aan de motieven die indertijd de aanleiding waren tot het invoeren van een totaalverbod op het gebruik van zaktelefoons. Het moet inderdaad nog altijd de bedoeling zijn om het verstoren van de vergadering door het gebruik van zaktelefoons te voorkomen. Derhalve wordt het gebruik van zaktelefoons tijdens vergaderingen enkel toegelaten voor zover dit gebeurt zonder daarbij geluid te produceren of zonder de orde te verstoren. De voorzitter van de vergadering blijft de bevoegdheid behouden leden tot de orde te roepen indien zij tijdens het gebruik van hun zaktelefoon het goede verloop van de vergadering toch zouden verstoren.
| Anke VAN DERMEERSCH. |
| Bart LAEREMANS. |
| Yves BUYSSE. |
| Filip DEWINTER. |
Enig artikel
In artikel 52 van het reglement van de Senaat, ingevoegd bij de reglementswijziging van 22 april 1999, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
« Art. 52. Tijdens alle plenaire vergaderingen, vergaderingen van commissies, subcommissies en werkgroepen en vergaderingen van het bureau, mag gebruik worden gemaakt van zaktelefoons voor zover daarbij geen geluid wordt geproduceerd of de orde wordt verstoord. »
10 juni 2013.
| Anke VAN DERMEERSCH. |
| Yves BUYSSE. |
| Filip DEWINTER. |
| Bart LAEREMANS. |