5-1911/3

5-1911/3

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

18 JUNI 2013


Voorstel van resolutie betreffende de voorbereiding van de verkiezingen van 2015 in Burundi


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEER DE GUCHT EN MEVROUW VERMEULEN


I. INLEIDING

De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 11 en 18 juni 2013.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR MEVROUW ARENA, HOOFDINDIENER VAN HET VOORSTEL VAN RESOLUTIE

Sinds de betwiste verkiezingsoverwinning van de Conseil national pour la défense de la démocratie — Forces pour la défense de la démocratie (CNDD-FDD) in 2010 is de politieke situatie in Burundi nog steeds uiterst problematisch. Het gespannen klimaat dat een gevolg was van de problematische aanpak van het verkiezingsgeschil en van de hervatting van de aanvallen op en de intimidaties tegen de oppositiepartijen, leidde tot het vertrek in ballingschap van een aantal oppositieleiders. De nationale dialoog tussen de oppositiepartijen (Alliance des démocrates pour le changement — ADC-Ikibiri) en de partij aan de macht (CNDD-FDD) is sindsdien nog steeds niet hersteld. Het teruggrijpen naar de wapens van een deel van de Forces nationales de libération (FNL), de laatste rebellengroep die in de instellingen geïntegreerd werd, de vele arrestaties van aanhangers van de ADC-Ikibiri en de vele gevallen van standrechtelijke executies waarover justitie moeilijk tot beslissingen komt, bevestigen de breuk tussen de partij aan de macht en de oppositiepartijen, zodat te vrezen valt dat gewapende oppositiegroepen opnieuw de kop opsteken en het geweld hervat.

Het is duidelijk dat alleen de hervatting van een nationale politieke dialoog een autoritaire ontsporing kan voorkomen en een echt politiek pluralisme in Burundi kan garanderen.

Tevens wordt door de afwezigheid van een reële parlementaire oppositie de essentiële functie van het controleren van de regering door het parlement niet verzekerd.

De verwerping van de lijst met leden van de nieuwe Commission électorale (CENI) door de « oppositiepartijen », omdat een van de personen die de regering voordroeg de voorzitter en de woordvoerder van de ontslagnemende CENI was, dreigt de geloofwaardigheid van het verkiezingsproces in voorbereiding aan te tasten. Evenzo dreigen de recente wet over de status van de politieke oppositie en de nieuwe wet op de politieke partijen, die in 2011 werd afgekondigd, indien ze naar de letter worden toegepast, de reeds aanwezige spanningen op te voeren en de oppositieleiders, van wie sommigen in ballingschap zijn, opzij te zetten.

Het initiatief van de niet gouvernementele organisatie (NGO) « Initiatives et Changements » is een doorbraak die steun verdient. Die NGO is erin geslaagd een ontmoeting te organiseren met parlementariërs van de partij die aan de macht is, vertegenwoordigers van de oppositiepartijen en van het maatschappelijk middenveld, om een einde te maken aan de politieke patstelling.

Ondanks de duidelijke vooruitgang inzake ontwikkeling en werking van de instellingen, blijft ook de sociaaleconomische toestand van Burundi heel zorgwekkend. Er zijn grote inspanningen vereist op het vlak van demografie, armoedebestrijding, goed bestuur, ...

Ook de scheiding der machten, en met name de politisering van het gerecht, vormt een probleem. Het is immers essentieel dat Burundi ervoor zorgt dat het een betrouwbare, onpartijdige en functionele rechtspraak krijgt, zodat er een duidelijk signaal wordt gegeven dat de straffeloosheid bestreden wordt en opdat de grondrechten, waaronder het recht op vrije meningsuiting, worden beschermd. Het lijkt relevant erop te wijzen dat de onderhandelingen over de vredesakkoorden van Arusha, die een einde maakten aan bijna tien jaar burgeroorlog, berustten op het instellen van justitiële overgangsmechanismen die in de oprichting van een « Commission nationale pour la vérité et la réconciliation » (CVR) voorzagen.

Spreekster herinnert eraan dat Burundi een van de voornaamste partnerlanden van België is op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, en dat het dan ook belangrijk is oog te hebben voor de politieke en sociaaleconomische toestand van het land om te trachten de levensomstandigheden van de Burundese bevolking op een duurzame manier te verbeteren.

Daarom vraagt het voorstel van resolutie de regering onder meer :

— steun te bieden aan en toe te zien op het goede verloop van de voorbereiding van het proces voor de hele verkiezingscyclus die gepland is voor 2015;

— projecten te steunen die pluralisme in de media bevorderen en die de vrije meningsuiting van journalisten garanderen;

— het programma voor rechtsbijstand van de Commission nationale indépendante des droits de l'homme (CNIDH) te steunen en de opleiding van haar personeel te ondersteunen;

— de aandacht van de Burundese autoriteiten te vestigen op bepaalde punten en voor te stellen om :

• het politieke pluralisme te beschermen en te bevorderen met het oog op de verkiezingen van 2015, door de dialoog op te starten met de Burundese politieke oppositie;

• zo snel mogelijk een inclusieve dialoog te starten met de oppositiepartijen;

• ervoor te zorgen dat de samenstelling van de CENI de afspiegeling is van een consensuele beslissing waarbij de ganse Burundese politieke klasse en het middenveld zou zijn betrokken;

• de informatie en de transparantie rond het verkiezingsproces te bevorderen;

• voorrang te verlenen aan de verdediging van de mensenrechten;

• de fysieke en psychologische integriteit alsook de vrijheid van meningsuiting van de activisten, journalisten en politieke tegenstanders te garanderen.

III. ALGEMENE BESPREKING

De vertegenwoordigster van de minister van Buitenlandse Zaken merkt vooreerst op dat dit voorstel van resolutie werd ingediend op 20 december 2012. Sindsdien is de toestand geëvolueerd, zodat een actualisering van de tekst nodig is.

In Burundi is de evolutie niet enkel ongunstig; er zijn ook positieve elementen merkbaar. Met het oog op een evenwichtige en objectieve tekst zou dit dan ook vermeld moeten worden in de resolutie.

De nieuwe mediawet is een ongunstig gegeven. Spreekster verwijst hierbij naar het persbericht van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken van 4 juni 2013. Ook tijdens de verjaardagstop van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba heeft de minister de nieuwe mediawet aangekaart met zijn ambtsgenoot, de heer Kavakure. Volgens de minister is persvrijheid één van de fundamentele waarborgen voor de consolidatie van de vrede in Burundi.

De actieve en essentiële rol van de VN in het proces kan dan weer beschouwd worden als een gunstige evolutie. De VN tracht de dialoog met de oppositie aan te moedigen en de verschillende oppositiepartijen over te halen deel te nemen aan het verkiezingsproces.

De Burundese regering moet niet alleen gewezen worden op de negatieve aspecten van het proces, maar ook aangemoedigd worden om de positieve kanten ervan verder te ontwikkelen. Zij moet de openheid verder in stand houden en verwijzen naar de ateliers van maart en mei 2013 over de consolidatie van de burgerlijke vrede.

Verder heeft spreekster nog enkele opmerkingen op punt 7 van het dispositief. De regering kan zich er immers niet toe verbinden om de oppositie te doen deelnemen aan de verkiezingen; zij kan alleen trachten deze deelname aan te moedigen.

Wat de persvrijheid nog betreft, stipt spreekster aan dat de federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken reeds een onafhankelijk weekblad heeft gefinancierd en nu overweegt een nieuwe tegemoetkoming te doen.

In het voorstel van resolutie wordt ook verwezen naar de justitiële overgangsmechanismen. Sinds zijn aantreden heeft de minister er steeds op gewezen dat deze belangrijk zijn voor de stabiliteit van het land. In het voorstel van resolutie wordt er op aangedrongen dat het maatschappelijk middenveld zou vertegenwoordigd zijn in de CVR, maar ook de onafhankelijkheid van deze commissie moet benadrukt worden.

België zal zeker de nieuwe mediawet van nabij opvolgen, maar moet ook de nieuwe VZW-wet die in de maak is, in het oog worden gehouden.

IV. BESPREKING VAN DE AMENDEMENTEN

Considerans

Punt Cbis (nieuw)

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 10 in dat ertoe strekt een punt Cbis in te voegen, luidende : « Cbis gelet op de goedkeuring door het Burundese parlement op 19 april 2013 van de nieuwe mediawet en de afkondiging ervan door president Pierre Nkurunziza op 4 juni 2013; een wet die in tegenspraak lijkt te zijn met de wettelijke en internationale verplichtingen van Burundi, maar ook met de woorden gesproken te Genève in oktober 2012 tijdens de conferentie van de geldschieters, wat vragen oproept over een mogelijke ernstige beperking van de persvrijheid; ».

Mevrouw Arena verwijst vervolgens naar amendement nr. 5 en trekt haar amendement nr. 10 in.

Punt Jbis (nieuw)

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 8 in dat ertoe strekt een punt Jbis in te voegen, luidende : « Jbis gelet op de ononderbroken betrokkenheid van de Verenigde Naties bij het voorbereidingsproces van de verkiezingen in Burundi en bij de vredesopbouw, in het bijzonder de organisatie van het seminarie van 11 tot 13 maart 2013 door het Bureau van de Verenigde Naties in Burundi dat tot doel had alle politieke actoren de kans te geven om te praten over de lessen die uit de verkiezingen van 2010 te trekken zijn en een stappenplan op te stellen voor een wezenlijke voorbereiding van de verkiezingen van 2015, en tevens de hervorming van het kieswetboek aan te vatten; ».

Mevrouw Arena legt uit dat de initiatieven van de Verenigde Naties (VN) die dialoog en vredesopbouw beogen, moeten worden vermeld.

Amendement nr. 8 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Punt Pbis (nieuw)

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 7 in dat ertoe strekt een nieuw punt Pbis in te voegen, luidende : « Pbis gelet op de eerste stap die de Burundese regering heeft gezet om terug een constructieve dialoog tot stand te brengen met de oppositiepartijen, in het bijzonder de oproep die de Burundese president heeft gericht tot de oppositieleiders in ballingschap; ».

Amendement nr. 7 wordt aangenomen met 5 stemmen bij 4 onthoudingen.

Punt R (nieuw)

Mevrouw Vermeulen c.s. dient het amendement nr. 1 in dat ertoe strekt een punt R in te voegen, luidende : « R. gelet op de afkondiging van de nieuwe mediawet in Burundi door president Pierre Nkurunziza, op 4 juni 2013, die zeer ernstige beperkingen oplegt aan journalisten in het land; ».

De heer De Gucht c.s. dient het amendement nr. 5 in dat er eveneens toe strekt een punt R in te voegen, luidende : « R. gelet op de nieuwe mediawet die de vrijheid van de pers sterk inperkt en door de hoge boetes in feite censuur instelt en de pers aldus de mogelijkheid ontneemt om zich van haar taak van kritische berichtgeving te kwijten; ».

Mevrouw Arena wijst erop dat er ondertussen ook vooruitgang is geboekt met de nieuwe mediawet. Bijgevolg moet erop worden gewezen dat het enkel gaat om bepaalde elementen van de nieuwe mediawet die de persvrijheid aanzienlijk beperken.

De commissie gaat akkoord om het amendement nr. 5 aldus te corrigeren : « gelet op die delen van de nieuwe mediawet die de vrijheid van de pers sterk inperken en door de hoge boetes in feite censuur instellen en de pers aldus de mogelijkheid ontnemen om zich van haar taak van kritische berichtgeving te kwijten ».

Het aldus gecorrigeerde amendement nr. 5 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden. Bijgevolg trekt mevrouw Vermeulen het amendement nr. 1 in.

Punt S (nieuw)

Mevrouw Vermeulen c.s. dient het amendement nr. 2 in dat ertoe strekt een punt S in te voegen, luidende als volgt « S. gelet op de petitie van Belgische senatoren aan de president van de Republiek Burundi van 2 mei 2013, waarin de bezorgdheid van de senatoren ten aanzien van de nieuwe mediawet wordt uitgedrukt; ».

Mevrouw Vermeulen stipt aan dat de petitie, waarnaar wordt verwezen in punt S, een partij-overschrijdend initiatief is dat door een groot aantal politieke fracties binnen de Senaat is ondertekend. Het heeft volgens spreekster een veel grotere meerwaarde voor het voorstel van resolutie dan louter een verwijzing naar een verdrag of een communiqué, waarop de Senaat geen enkele invloed heeft.

Mevrouw Arena meent dat een petitie niet dezelfde juridische waarde heeft als een voorstel van resolutie. Die is veeleer een middel van het maatschappelijk middenveld. Spreekster verwijst naar amendement nr. 10 dat ertoe strekt een punt Cbis in te voegen in de considerans. Op basis hiervan wordt in het voorstel van resolutie een verwijzing naar de nieuwe mediawet in Burundi opgenomen, waardoor dit een juridische waarde krijgt. Spreekster heeft de petitie niet getekend omdat een ondemocratische partij die had medeondertekend.

Voor de heer Vanlouwe is er geen verschil in juridische waarde tussen een resolutie en een petitie. In resoluties wordt trouwens vaak verwezen naar verslagen van het middenveld.

Mevrouw Arena antwoordt dat er een verschil is tussen een verwijzing naar een verslag en zelf gebruik maken van de petitie als middel.

Amendement nr. 2 wordt aangenomen met 5 stemmen tegen 3 bij 1 onthouding.

Punt T (nieuw)

Mevrouw Vermeulen c.s. dient het amendement nr. 3 in dat ertoe strekt een punt T in te voegen, luidende : « T. gelet op de bezorgdheid die de heer Reynders, minister van Buitenlandse Zaken, geuit heeft aan de heer Pierre Nkurunziza, president van de Republiek Burundi, en de terughoudendheid die wordt gevraagd door de Belgische diplomatie; ».

Amendement nr. 3 wordt verworpen met 6 stemmen tegen 4.

Dispositief

Punt 1

Mevrouw Vermeulen c.s. dient het amendement nr. 4 in ten einde punt 1 als volgt te vervangen : « ervoor te zorgen dat de samenwerking met Burundi, een van de drie belangrijkste partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, wordt aangewend om democratische verkiezingen in Burundi mogelijk te maken in 2015, en, indien dit niet het geval is, de directe samenwerking met Burundi on hold te zetten en in laatste instantie, op te schorten; ».

Mevrouw Vermeulen legt uit dat er na de verkiezingen van 2015 in Burundi, aan de hand van het verkiezingsproces, een evaluatie moet worden gemaakt of het land al dan niet nog deel kan uitmaken van de partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De heer Hellings meent dat er andere middelen zijn om druk uit te oefenen op Burundi. Men kan een aantal Burundese overheidspersonen op een zwarte lijst zetten, dat heeft een grotere impact. Spreker zal zich bij de stemming over amendement nr. 4 onthouden.

Het is, volgens mevrouw Vermeulen, zeer belangrijk dat er voorwaarden worden opgelegd aan Burundi omdat er binnenkort een aantal belangrijke wetten zullen gestemd worden, zoals de wetten betreffende de VZW's, de Nationale Verzoeningscommissie en de politieke manifestaties. Burundi huldigt immers de leuze : « wie niet voor ons is, is tegen ons ». Daarenboven heeft ons land een voorbeeldfunctie als één van de belangrijkste donorlanden binnen de Europese Unie.

De heer De Gucht vindt dat het opschorten van de ontwikkelingssamenwerking aan Burundi in de eerste plaats de burgerbevolking treft. Men moet echter wel een krachtig signaal geven aangaande het beknotten van de persvrijheid.

De vertegenwoordigster van de minister van Ontwikkelingssamenwerking legt uit dat het huidige Indicatief Samenwerkingsprogramma (ISP) drie sectoren omvat : landbouw, gezondheid en onderwijs. Het ISP bevat tevens gerichte acties inzake bestuur en gedelegeerde samenwerking. Er is twaalf miljoen euro gereserveerd voor steun inzake bestuur. Het vrijmaken van een aanmoedigende schijf bovenop de geplande enveloppe voor het ISP werd aan de tenuitvoerlegging van de strategie voor goed bestuur gekoppeld. De nieuwe mediawet heeft ongetwijfeld betreurenswaardige aspecten, maar België blijft de Ontwikkelingssamenwerking inzetten als een middel in dienst van de bevolking. Het is niet opportuun ze op te schorten, men moet daarentegen de dialoog met Burundi gaande houden met het oog op de verkiezingen in 2015.

Het amendement nr. 4 wordt verworpen met 6 stemmen tegen 3 bij 1 onthouding.

Punt 7

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 9 in, dat strekt om in punt 7b de woorden « teneinde de garanties te leveren die noodzakelijk zijn voor de veiligheid » te vervangen door de woorden « teneinde de veiligheid te bevorderen » en de woorden « voor de eerbiediging » door de woorden « de eerbiediging ».

Amendement nr. 9 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Punt 8 (nieuw)

De heer De Gucht c.s. dient het amendement nr. 6 in dat ertoe strekt het dispositief aan te vullen met een punt 8, luidende : « de nieuwe mediawet die de vrijheid van de pers sterk inperkt en in feite een censuur instelt te veroordelen en er bij de Burundische overheid op aan te dringen een klimaat van persvrijheid te creëren aangezien dit een cruciale voorwaarde is voor transparante en democratische verkiezingen ».

Mevrouw Arena verwijst naar de bespreking van het amendement nr. 5 bij punt R en vraagt ook hier te preciseren dat er aspecten in de nieuwe wet zijn die de persvrijheid aanzienlijk beknotten.

De commissie is akkoord om het amendement nr. 5 aldus te corrigeren : « 8. die delen van de nieuwe mediawet die de vrijheid van de pers sterk inperken en in feite een censuur instellen te veroordelen en er bij de Burundische overheid op aan te dringen een klimaat van persvrijheid te creëren aangezien dit een cruciale voorwaarde is voor transparante en democratische verkiezingen; ».

Het aldus gecorrigeerde amendement nr. 6 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 11, dat strekt om het dispositief aan te vullen met een punt 8, luidende : « zich de mogelijkheid voor te behouden te overwegen haar samenwerkingsmechanismen met Burundi aan te passen in functie van de democratische evolutie en de situatie van de rechten van de mens in het land, voor zover dat het Burundese volk niet benadeelt ».

Mevrouw Arena verwijst naar het debat over de resolutie inzake het conflict in Oost-Congo en de betrokkenheid van Rwanda en Uganda (stuk Senaat nr. 5-1931/3), die de Senaat op 14 maart 2013 heeft aangenomen. Daarin kwam het probleem van de sanctie tegen Rwanda aan bod. In dit voorstel kan men in eventuele sancties voorzien.

Amendement nr. 11 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.

V. EINDSTEMMING

Het geamendeerde voorstel van resolutie in zijn geheel wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteurs, De voorzitter,
Jean-Jacques DE GUCHT. Sabine VERMEULEN. Karl VANLOUWE.

Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat nr. 5-1911/4 — 2012/2013).