5-107

5-107

Sťnat de Belgique

Annales

JEUDI 13 JUIN 2013 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Anke Van dermeersch ŗ la ministre de la Justice sur ęl'intervention des autoritťs contre les combattants de retour de SyrieĽ (no 5-1056)

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Twee dagen geleden antwoordde de minister in de Kamercommissie voor de Justitie op een vraag over de gerechtelijke vervolging van teruggekeerde SyriŽstrijders dat intussen al negen van hen naar ons land zijn teruggekeerd. Enkele elementen van het antwoord vind ik verontrustend.

Het gaat hier om radicale moslims die tot alles bereid zijn, zoals hun beslissing om in SyriŽ te gaan strijden op zich al duidelijk maakt. De berichten in de media over barbaarse moordpartijen op onschuldige slachtoffers bevestigen dit beeld alleen maar. Er mag dus worden gevreesd dat de teruggekeerde islamisten hun gewapende strijd tegen wat zij ongelovigen noemen en wat in feite heel onze bevolking is, vroeg of laat zullen voortzetten. Ze hebben er de vereiste mentaliteit voor en in SyriŽ hebben ze bovendien kennis en ervaring met wapens en oorlogsvoering opgedaan. Daarom vormen ze echt wel een gevaar voor onze samenleving en hebben we er alle belang bij om die mensen uit onze samenleving te weren.

Wat mij in het antwoord van de minister in de Kamer verontrust, is dat ze een onderscheid maakt tussen verschillende categorieŽn SyriŽstrijders, die een verschillende gerechtelijke behandeling moeten krijgen. De vragensteller in de Kamer merkte terecht op het voor het gerecht in de praktijk zeer moeilijk zal zijn om de ware motieven van teruggekeerde SyriŽstrijders te achterhalen. Het eindresultaat zou wel eens kunnen zijn dat sommige van die gevaarlijke individuen niet of nauwelijks zullen worden berecht en dat ze zonder meer op onze samenleving zullen worden losgelaten. Ook is het me onduidelijk hoe de autoriteiten momenteel tegen die mensen optreden.

Worden alle teruggekeerde SyriŽstrijders door de overheid in hechtenis genomen? Zo niet, hoeveel staan momenteel onder aanhoudingsmandaat en hoeveel niet? Op welke wijze worden de anderen door de gerechtelijke en politiŽle instanties in het oog gehouden?

Over welke middelen beschikt het gerecht om die gevaarlijke islamisten uit onze samenleving te weren en wordt daar ten volle gebruik van gemaakt?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik wil inderdaad de mensen die in SyriŽ zijn gaan strijden niet allemaal over dezelfde kam scheren. Hun motieven om te gaan vechten, de aard van de groepering waarbij zij zich hebben aangesloten en hun profiel zijn belangrijke elementen die in rekening moeten worden genomen bij een eventuele gerechtelijke procedure of een aanhouding na hun terugkeer.

Momenteel staan drie uit SyriŽ teruggekeerde strijders onder aanhoudingsmandaat. In de mate dat zij het voorwerp uitmaken van een federaal strafonderzoek, krijgen de anderen inderdaad een bijzondere aandacht van het federaal parket en de federale gerechtelijke politie.

Wat de tweede vraag betreft, kunnen de politiŽle en gerechtelijke autoriteiten een beroep doen op alle onderzoeksmaatregelen waarover ze krachtens het Wetboek van Strafvordering en de wet op de voorlopige hechtenis beschikken, met inbegrip van dwangmaatregelen zoals de voorlopige hechtenis.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Als slechts drie van de negen teruggekeerde SyriŽstrijders zijn aangehouden, lopen er dus zes op vrije voeten rond. De minister zegt dat die zes met een bijzondere aandacht door het federaal parket en de politie worden gevolgd. Wat houdt dat concreet in? Iemand in het oog houden tot het te laat is, daar schieten we niets mee op.

Ik vrees echter dat de minister geen zin heeft mijn nieuwe vragen te beantwoorden of ze zelfs maar aan te horen. Het gaat nochtans om een belangrijke aangelegenheid.