5-222COM

5-222COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 8 MAI 2013 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la ministre de la Justice sur «la faiblesse des poursuites à l'égard des marchands de sommeil» (no 5-3070)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Onder meer de stad Brussel kent nogal wat wijken waar de maatschappelijke problemen steeds ernstiger worden. Een heel cruciaal aspect daarbij, zowel oorzaak als gevolg van de gecumuleerde achterstand en marginalisering, is het woekerende fenomeen van de huisjesmelkers. Meer dan elders vinden huisjesmelkers daar een markt voor hun laakbare praktijken. Vele veldwerkers en ook de betrokken lokale ambtenaren, politiediensten en politici zien het probleem steeds meer uitbreiding nemen, met alle voorspelbare gevolgen van dien.

Huisjesmelkers - het woord klinkt zelfs nog een beetje vriendelijk - bewegen zich in de criminaliteit. Ze overtreden wetten en voorschriften. Blijkbaar werken zachtere vormen van bestrijding niet, want sensibiliseren, begeleiden, adviseren en waarschuwen hebben geen of nauwelijks effecten. Dan blijft enkel nog een "harde hand" over en komen politie en inspectie op de proppen. Dat gebeurt ook, er worden tal van pv's opgesteld en naar het parket gestuurd.

Maar dan stopt de molen. Blijkbaar is er bij het Brusselse en andere parketten heel weinig gevoeligheid voor de problematiek. De pv's stapelen zich op, maar blijven in vele gevallen zonder gevolg. Dat wijst minstens op heel beperkte of ondermaatse aandacht.

Beaamt de minister dat het probleem van de huisjesmelkerij, zeker in maatschappelijk kwetsbare buurten, een steeds grotere omvang aanneemt en dat die buurten daardoor steeds meer maatschappelijk achteruitgaan?

Hoe verklaart de minister de lage tot onbestaande prioriteit die de parketten geven aan een krachtdadige opvolging van de vele pv's die politie en gespecialiseerde inspectiediensten over huisjesmelkerij opmaken? Is de minister bereid om binnen de mogelijkheden en procedures verbonden aan haar positie als minister van Justitie, het Brussels parket en andere parketten krachtig en expliciet aan te zetten om de huisjesmelkerij, zeker in de meest problematische wijken, met prioriteit te bestrijden? Hoe kan en zal ze dat engagement concretiseren?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Uit de cijfers over het aantal vervolgingen in de parketten in de loop van de jaren 2007 tot 2011 kan voor Brussel het volgende worden besloten. In 2011 werden in het gerechtelijk arrondissement Brussel 87 zaken over huisjesmelkerij bij het parket van de procureur des Konings ingediend, of 12,83% van het totale aantal van 678 zaken. In 2011 waren er met die 678 dossiers veel meer zaken dan de voorgaande jaren, namelijk 125 in 2009 en 201 in 2010. Daardoor lijkt het erop dat de parketten steeds meer aandacht hebben voor de problematiek.

Op 10 januari 2012 behoorde 21,24% van de door het parket ontvangen dossiers tot de categorie dagvaardingen, terwijl 27,14% zich nog in de fase van het onderzoek bevond. Daarvan werd 36,28%, minder dan de helft, geseponeerd. In het gerechtelijk arrondissement Brussel liep dat echter op tot 47,13%. Bij 60,16% van de sepo's in alle arrondissementen samen werd een technisch motief aangevoerd, zoals onvoldoende bewijs of geen misdrijf, terwijl 20,33% van de dossiers om opportuniteitsreden werd geseponeerd, omdat bijvoorbeeld de situatie geregulariseerd was. Tot slot heeft 70,64% van de dossiers in de loop van de beschouwde periode tot een vonnis geleid. Uit de cijfers blijkt dus geenszins een desinteresse voor de problematiek van de huisjesmelkerij.

Dat soort geschillen kent echter enkele bijzonderheden. Praktijken van huisjesmelkerij zijn moeilijk op te sporen, aangezien de bewoners van verwaarloosde gebouwen maar zelden klacht indienen tegen de eigenaar of verhuurder. Ze bevinden zich immers heel vaak in een precaire of clandestiene verblijfstoestand en zijn blij dat ze een dak boven het hoofd hebben. De eigenaar of verhuurder wordt dan ook als een soort redder beschouwd. De illegale slachtoffers nemen niet het risico dat ze worden aangehouden naar aanleiding van een klacht tegen de eigenaar of de verhuurder die hun kwetsbaarheid misbruikt om een abnormaal hoge winst uit de verhuur van zijn goed te halen. Er moet met dossiers over huisjesmelkerij dus voorzichtig worden omgesprongen, aangezien secundair slachtofferschap van de onfortuinlijke bewoners moet worden voorkomen. Gerechtelijk ingrijpen kan er immers toe leiden dat de huurder uit de woning wordt gezet zonder een onmiddellijk vooruitzicht op een nieuw onderkomen.

De strijd tegen huisjesmelkerij ligt niet uitsluitend in handen van de parketten. De problematiek moet ook worden aangepakt vanuit de bewoonbaarheid van de gebouwen, een aangelegenheid die tot het actiegebied van de betrokken gemeentedienst behoort. Er bestaat in Brussel geen georganiseerde link tussen het parket en de stedenbouwkundige diensten van de gemeenten, zoals dat bijvoorbeeld in Luik wel het geval is. In het kader van de bestuurlijke politie van de burgemeester beschikken de gemeenten over een hefboom om in actie te komen op grond van het begrip veiligheid en gezondheid van de gebouwen. Zo kan de burgemeester besluiten een gebouw te sluiten, ambtelijk te verzegelen en in minder ernstige gevallen kan hij zelfs beveiligingswerken bevelen volgens een strikte kalender.

De magistraten van het openbaar ministerie hebben veel aandacht voor dergelijke geschillen. Een bewijs daarvan is dat tijdens de meest recente plenaire vergadering van het expertisenetwerk inzake mensenhandel en mensensmokkel een atelier werd georganiseerd voor het uitwisselen van beroepservaring over het vervolgen van huisjesmelkerij. Dat atelier ging hoofdzakelijk over het probleem van de inbeslagname en verbeurdverklaring van de woningen van huisjesmelkers.

In het kader van de opleiding van magistraten werd overigens op 25 januari 2013 een dag georganiseerd rond de problematiek van huisjesmelkerij. De opleiding was bestemd voor de gespecialiseerde magistraten en ging over de praktische aspecten van een dossier inzake huisjesmelkerij, het samenwerkingsprotocol tussen de stad Luik en het parket van de procureur des Konings te Luik, de vragen inzake inbeslagname en verbeurdverklaring en de rol van de patrimoniumdiensten bij de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissingen tot verbeurdverklaring van woningen van huisjesmelkers.

Het lijkt mij dan ook dat op gerechtelijk niveau en onverminderd de regionale of lokale initiatieven op het vlak van huisvesting, bijzondere aandacht aan de moeilijke problematiek van de huisjesmelkerij wordt besteed.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor haar uitgebreid antwoord. Om één zaak maak ik me nog een beetje zorgen, namelijk het aantal dossiers dat wordt geseponeerd. 36% is behoorlijk veel en in Brussel ligt het percentage nog beduidend hoger. Dat baart me zorgen, want het wijst toch op iets dat verkeerd loopt. Ik besef dat huisjesmelkerij een heel moeilijke problematiek is, dat heeft de minister ook aangegeven. Als we het probleem aanpakken zijn de mensen die een woning zoeken natuurlijk mede het slachtoffer. Er is gewoon een tekort aan degelijke woningen. Maar we mogen de huisjesmelkerij echt niet romantiseren. Vandaag is het echt een onderdeel van mensenhandel geworden. Ik heb echter begrepen dat de minister er de nodige aandacht aan besteedt en op basis van het antwoord zal ik nog een aantal zaken analyseren.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik wil nog eens benadrukken dat uit de cijfers blijkt dat de parketten een verhoogde aandacht hebben voor de huisjesmelkerij. We kunnen dus niet zomaar zeggen dat ze laks zijn. We hebben ook wel degelijk aandacht voor het secundair slachtofferschap. Als dossiers geseponeerd worden, dan gebeurt dat vaak door een gebrek aan bewijs of omdat de toestand intussen geregulariseerd werd. In dat laatste geval is het probleem ook opgelost. Het hoofddoel is immers niet de vervolging, maar het vinden van een stedenbouwkundige oplossing, een oplossing ten gronde van het probleem. Als je elke keer vervolgt, maar het pand blijft in zijn slechte toestand, dan is het huisvestingsprobleem niet opgelost. Als het parket in actie komt, de toestand wordt geregulariseerd en het dossier daarom wordt geseponeerd, dan is het doel wel bereikt. Dat wilde ik maar even benadrukken.