5-220COM

5-220COM

Commission des Affaires sociales

Annales

MARDI 30 AVRIL 2013 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux ŗ la ministre de l'Emploi sur ęle pouvoir absolu de licenciement des employeurs belgesĽ (no 5-3467)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ons land is niet alleen uitzonderlijk in het wettelijke onderscheid tussen arbeider en bediende. Ook met betrekking tot het ontslaan van werknemers vormt BelgiŽ een grote uitzondering, want de werkgever beschikt hier over een absolute ontslagmacht. Dat betekent dat een werkgever bij het ontslaan van een werknemer niet verplicht is een reden op te geven, noch moet hij specifieke formaliteiten vervullen die de ontslagkost van het bedrijf kunnen beÔnvloeden.

Die absolute ontslagmacht biedt de werkgevers een groot aantal voordelen, wat ook sterk doorweegt in een internationale context. Bij multinationals geldt BelgiŽ als een prima regio om ontslagen naar af te leiden. BelgiŽ als uitwijkmogelijkheid om gemakkelijk en zonder veel motivering mensen te ontslaan! Misschien zijn de loonkosten hier wel wat hoger dan elders, maar hier wordt aan werkgevers geen lastige motivering voor ontslag gevraagd. In Frankrijk bijvoorbeeld weegt de reden voor een ontslag sterk door, en dat houdt werkgevers wel eens tegen. Meer nog, die absolute ontslagmacht die bij ons bestaat, heeft een pervers kantje, want voor een werkgever is het interessanter geen ontslagreden te moeten opgeven. Het is ook opvallend dat dit ontzettend grote voordeel voor Belgische werkgevers zo weinig wordt aangehaald in internationale loonkostvergelijkingen.

Hoe evalueert de minister de absolute ontslagmacht voor Belgische werkgevers? In welke mate vormt ze een voordeel voor internationale werkgevers? Hoe verklaart de minister dat die absolute ontslagmacht voor werkgevers, die toch heel uitzonderlijk is in de EU, in BelgiŽ blijft bestaan?

Welke voor- en nadelen ziet de minister in het beperken van die absolute macht? Bestaan er plannen in die zin?

Komt die absolute macht ook als een argument aan bod in de discussie over de gelijkschakeling van het statuut van arbeiders en bedienden? Zo ja, in welke mate? Zo niet, waarom niet?

Mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk. - De motiveringsplicht waarnaar de heer Anciaux verwijst, maakt deel uit van het debat over het eenheidsstatuut. Uit internationale studies blijkt dat er in BelgiŽ inderdaad geen algemene motiveringsplicht bestaat. Op dat vlak scoren we dus slecht, maar ingevolge de talloze uitzonderingen in onze wetgeving moeten toch heel wat ontslagen worden gemotiveerd.

Ik wil de heer Anciaux zo dadelijk al de juridische details bezorgen, maar in essentie kan worden gezegd dat het in BelgiŽ gemakkelijk is een werknemer te ontslaan op voorwaarde dat de werkgever de ontslagene uitbetaalt. Iedereen tevreden: de werknemer ontvangt het bedrag en de werkgever hoeft niet te motiveren.

Meestal ontstaan de problemen als het ontslag wordt gemotiveerd. Die motivering kan dan voor de rechtbank worden aangevochten met alle gevolgen van dien.

Nogmaals, de motiveringsplicht wordt opgenomen in het debat over het eenheidsstatuut. Het kan een element zijn om een evenwichtig resultaat te bereiken waarin werknemers en werkgevers zich kunnen vinden.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het stemt me tevreden dat de minister de aangelegenheid opneemt in het debat over het gelijkschakelen van het statuut van arbeiders en bedienden.

Ik weet dat het niet gaat om een zwart-witverhaal. Het negatieve aspect kan wel eens een positieve keerzijde hebben. Een gemakkelijker ontslagregeling doet bedrijven soms voor ons land kiezen. Toch heeft onze ontslagregeling een perfide kant. Zo weet ik dat bij internationale besparingsmaatregelen van grote multinationals Belgische bedrijfsleiders bereid zijn een groter pakket op zich te nemen omdat het in BelgiŽ gemakkelijker is mensen te ontslaan.

Ik wou die klok ook eens laten horen, al was het maar als reactie op het steeds terugkerende verhaal van de hoge loonkosten in ons land.