5-101 | 5-101 |
De heer Wilfried Vandaele (N-VA). - De afschaffing van de Benelux-trein, de verbinding Brussel-Amsterdam, eind vorig jaar, zette heel wat kwaad bloed bij de treinreizigers die er gebruik van maakten. De Fyra, die de Benelux-trein verving, maar minder haltes had en minder vaak reed, bleek al meteen een mislukking en werd begin dit jaar vervangen door een gewone intercity tussen Brussel en Den Haag, die vandaag acht keer per dag rijdt.
De Nederlandse Spoorwegen vroegen aan de spoorbeheerder ProRail inmiddels om de oude Benelux-lijn, de zogenaamde treinpaden, opnieuw te reserveren en aan Belgische kant gebeurde naar verluidt hetzelfde. Intussen liep vorige week de periode af waarbinnen de fabrikant van Fyra, AnsaldoBreda, de gebreken moest oplossen. Blijkbaar gaf België de Italiaanse fabrikant nog enig uitstel.
Het dossier is inmiddels een vaudeville geworden die al een half jaar aansleept en ondanks alle noodoplossingen zijn de reizigers ook vandaag nog steeds het slachtoffer.
Wat zal de minister doen om op korte termijn opnieuw een volwaardige verbinding tussen Brussel en Amsterdam tot stand te brengen, zoals de Benelux-trein destijds?
De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Ik wijs erop dat het internationaal verkeer per spoor een geliberaliseerde activiteit is, die onderhevig is aan de werking van de vrije markt. Anderzijds is het voor de overheid, gelet op de toestand van de openbare financiën, moeilijk om extra spoorverbindingen te financieren.
Niettemin kan ik op heden de volgende feiten vaststellen. Ten eerste lijkt, volgens de NMBS, het huidige aanbod aan te slaan en kent het een gemiddelde bezetting van 50 procent. Ten tweede blijft de NMBS mij informeren over de studies die ze samen met de NS uitvoert naar frequentieverhogingen en aanpassingen van de uurregeling. Ten derde zou treinbouwer AnsaldoBreda, gelet op het verstrijken van de contractuele termijn om de technische gebreken te verhelpen, in de loop van de komende dagen een omstandig verslag afleveren. Op basis van dat verslag kunnen zowel de Belgische als de Nederlandse aankopers beoordelen of de trein nog kan worden hersteld als daar extra tijd voor wordt gegeven, dan wel of er naar andere alternatieven moet worden uitgekeken.
De heer Wilfried Vandaele (N-VA). - Het verbaast mij dat de minister hier verkondigt dat de NMBS tevreden zou zijn over de manier waarop een en ander nu loopt. Ik zou de mensen van de NMBS dan willen aanraden effectief die trein te nemen om zo te proberen ons buurland te bereiken. Wie die trein af en toe neemt, is immers allesbehalve opgetogen over de voorlopige oplossing die nu operationeel is. De visie van de NMBS getuigt, op z'n zachtst gezegd, van een zekere wereldvreemdheid.
Ik stel vast dat de vrije markt in deze materie niet werkt ten gunste van de klant - en zo zijn er nog voorbeelden aan te halen. Ik besef dat het om een ingewikkeld dossier gaat, en dat de minister moet oppassen voor mogelijke schadeclaims vanwege de treinbouwer. Mijn bekommernis is echter dat er op korte termijn een oplossing komt om het grensoverschrijdend treinverkeer tussen België en Nederland opnieuw op een vlotte en performante manier te regelen.