5-2087/1

5-2087/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

15 MEI 2013


Voorstel van resolutie betreffende de instemming met het Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, opgemaakt te Nairobi op 18 mei 2007

(Ingediend door mevrouw Sabine Vermeulen en de heer Karl Vanlouwe)


TOELICHTING


Het Internationaal Verdrag inzake de opruiming van wrakken (Nairobi International Convention on the Removal of Wrecks — hierna vermeld als Verdrag van Nairobi), werd goedgekeurd op 18 mei 2007 en trad tot op heden niet in werking.

Hoewel het aantal scheepsrampen door de inspanningen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) de jongste jaren is gedaald, is er een toename van het aantal achtergelaten scheepswrakken met alle problemen van dien.

Het Verdrag van Nairobi legt uniforme internationale regels vast voor het verwijderen van wrakken die buiten de territoriale wateren liggen. Het vult daarmee een juridische leemte op in bestaande internationale instrumenten. Het verdrag geeft staten de wettelijke basis om scheepswrakken te verwijderen die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van mensen, goederen en eigendommen evenals voor het mariene milieu. Het Verdrag stelt scheepseigenaars financieel aansprakelijk en verplicht hen een verzekering te nemen of te zorgen voor een andere financiële zekerheid om de kosten voor het verwijderen van wrakken te dekken. Staten krijgen het recht om verzekeraars rechtstreeks aan te spreken.

De voornaamste verdragsbepalingen hebben betrekking op :

— het melden, lokaliseren en markeren van scheepswrakken (artikel 5, 7 en 8);

— criteria voor het bepalen van het gevaar ontstaan door wrakken (artikel 6);

— maatregelen om de verwijdering van wrakken te faciliteren (artikel 9);

— de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar voor de kosten van het verwijderen van wrakken (artikelen 10 tot 12);

— een regeling voor geschillen (artikel 15).

Het Verdrag bevat een facultatieve clausule die de verdragsluitende staten de mogelijkheid biedt om bepaalde bepalingen toe te passen op hun grondgebied, met inbegrip van hun territoriale wateren.

Het Verdrag van Nairobi werd opengesteld voor ondertekening van 19 november 2007 tot en met 18 november 2008. Het Verdrag zelf bepaalt dat minstens tien staten het Verdrag moeten hebben ondertekend alvorens het in werking kan treden. Op 8 december 2012 hebben zes staten het Verdrag geratificeerd : Bulgarije, India, Iran, Nigeria, Palau en het Verenigd Koninkrijk. Op 6 maart 2013 hebben zes staten het Verdrag getekend : Denemarken, Estland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland. Ons land kan enkel door het neerleggen van een toetredingsakte partij worden bij het Verdrag.

Het gemengd karakter van het Verdrag van Nairobi werd vastgelegd door de werkgroep « Gemengde Verdragen » op 11 mei 2010. De gemengde bevoegdheid is enkel van toepassing op het Vlaams Gewest en de federale overheid, niet op het Brussels en het Waals Gewest, omdat zij geen toegang hebben tot de zee en België de toepassing van dit Verdrag niet heeft uitgebreid naar het eigen grondgebied. Binnen het grondgebied van het Rijk is de wet betreffende de vondst en de bescherming van wrakken van 9 april 2007 hiervoor van toepassing.

Tijdens haar vergadering van 19 oktober 2012 hechtte de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet houdende instemming met het Verdrag van Nairobi. De indieners van deze resolutie vragen de federale regering om een ontwerp van wet houdende instemming met het Verdrag van Nairobi in te dienen in de Federale Wetgevende Kamers. Daarnaast vragen de indieners ook dat de federale regering, via diplomatieke weg, bepleit bij andere EU-lidstaten om partij te worden bij het Verdrag van Nairobi.

Een aantal scheepswrakken behoren tot het cultureel erfgoed onder water. Daarom is er een verband met het UNESCO-Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water; dit Verdrag werd ondertussen door alle Federale Parlementen, gemeenschappen en gewesten geratificeerd.

Sabine VERMEULEN.
Karl VANLOUWE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. overwegende het Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, opgemaakt te Nairobi op 18 mei 2007;

B. overwegende de wet betreffende de vondst en de bescherming van wrakken van 9 april 2007, van toepassing op wrakken en wrakstukken gelegen binnen de territoriale zee van België;

C. overwegende het UNESCO-Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen te Parijs op 2 november 2001 en goedgekeurd door het Federale Parlement en de Parlementen van gemeenschappen en gewesten;

D. overwegende het gemengde karakter van het Verdrag van Nairobi, dat van toepassing is op het Vlaamse Gewest en de federale overheid;

E. gelet op de principiële goedkering door de Vlaamse regering van het voorontwerp van decreet houdende instemming met het Verdrag van Nairobi,

Vraagt de regering :

1. een ontwerp van wet houdende instemming met het Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, opgemaakt te Nairobi op 18 mei 2007, zo snel als mogelijk, in te dienen in de Federale Wetgevende Kamers;

2. het ondertekenen van het verdrag van Nairobi te bepleiten bij EU-partners;

3. de wet betreffende de vondst en de bescherming van wrakken van 9 april 2007, van toepassing op wrakken en wrakstukken gelegen binnen de territoriale zee van België, ten uitvoer te brengen.

18 april 2013.

Sabine VERMEULEN.
Karl VANLOUWE.