5-211COM

5-211COM

Commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 5 MAART 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over ęde IJzeren RijnĽ (nr. 5-3134)

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Het dossier van de IJzeren Rijn loopt al heel lang, maar er bestaat nog altijd weinig duidelijkheid over. In de gemeenten die op het historische tracť liggen, worden daarover geregeld vragen gesteld.

Tijdens de bespreking van het nieuwe investeringsplan van de NMBS-groep op dinsdag 5 februari werden enkele vragen gesteld over de tweede havenontsluiting en de reactivering van de IJzeren Rijn. De CEO van Infrabel verduidelijkte dat in het dossier van de tweede havenontsluiting de tracťkeuze nog steeds de grootste hinderpaal is. De onderhandelingen met Nederland over de IJzeren Rijn werden vermeld, maar voor verdere vragen verwees de CEO door naar de bevoegde minister.

In het dossier van de IJzeren Rijn kunnen twee aspecten worden onderscheiden: de heropening van de grensoverschrijdende verbindingen met het Ruhrgebied, waarvoor inderdaad de onderhandelingen met Nederland doorslaggevend zijn, en de verbeteringswerken en begeleidende maatregelen op de nu al zeer drukke verbinding tussen Lier en Mol. Die lijn doorkruist immers de centra van Lier, Nijlen, Herentals, Geel en Mol en zorgt daar nu reeds voor een reŽle overlast, omdat op het gehele traject nog overwegen te vinden zijn. Voor verbeteringswerken op dit tracť is uiteraard geen overleg met Nederland noodzakelijk.

Welke evoluties vonden het afgelopen jaar plaats in de onderhandelingen over de reactivering van de IJzeren Rijn? Wat is de huidige stand van zaken?

Welke stappen zijn er het afgelopen jaar gedaan voor de verbeteringswerken en begeleidende maatregelen op de bestaande lijn Lier-Mol? Is er overleg geweest met de omliggende gemeentes?

Welke initiatieven zullen er dit jaar worden genomen, zowel met betrekking tot de reactivering van de IJzeren Rijn als inzake de verbetering van de overwegen op de bestaande lijn Lier-Mol?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Er is een ontwerp van memorandum van overeenstemming waarover Nederland en BelgiŽ het in grote mate eens zijn. Een aantal punten, waaronder de btw en de procedureplanning, worden nog besproken. Het ontwerp zal voor de zomer ter kennisname aan de Ministerraad worden voorgelegd.

Infrabel heeft in de periode 2007-2008 alle gemeenten langs het Belgisch traject van de IJzeren Rijn bezocht en was ook betrokken bij de door de gemeenten in november 2009 gevraagde studie van de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen. Op die manier hebben zowel Infrabel als de overheid een beeld van de door de verschillende gemeenten gewenste mitigerende maatregelen en de haalbaarheid ervan. Het voorbije jaar werden de lopende werken op de bestaande lijn Lier-Mol voortgezet. De uitvoering van die werken hangt niet af van de beslissing over een reactivering van de IJzeren Rijn.

In 2013 zullen de elektrificatiewerken op de spoorlijn 15 tussen Herentals en Mol worden voortgezet, wat zal leiden tot een kwaliteitsverbetering op die spoorlijn en dus ook tot een betere dienstverlening aan de treinreizigers. Een afschaffing van een overweg zal altijd gebeuren in nauw overleg met de betrokken lokale besturen.

Zodra mijn collega bevoegd voor Mobiliteit en ikzelf groen licht krijgen van de Ministerraad om verder te onderhandelen, zal het overleg met Nederland worden hernomen.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Ik ken de studie van de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen over de mitigerende maatregelen. De minister antwoordt dat er ondertussen wordt voortgewerkt. Die werken betreffen voor zover ik weet de elektrificatie, maar in de genoemde studie wordt vooral gefocust op de overwegen, die in de dorpskernen voor bijzonder veel problemen zorgen, en op de geluidsmilderende maatregelen. In het investeringsplan van Infrabel staat daarover niets. Er is dus nog werk aan de winkel. Misschien is het aangewezen de gemeenten die vier jaar geleden werden bezocht, opnieuw te bezoeken. Kan de minister dat voorstellen aan Infrabel?