5-95

5-95

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 MAART 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Danny Pieters aan de minister van Justitie over «de Staatsveiligheid en politici» (nr. 5-902)

De heer Danny Pieters (N-VA). - Enkele weken geleden ontstond enige ophef rond de al dan niet vermelding van de namen van politici in dossiers van de Staatsveiligheid. De Commissie belast met de parlementaire begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Vast Comité I) werd bijeengeroepen en de minister en het hoofd van de Staatsveiligheid werden gehoord.

De minister verklaarde in de commissie dat haar voorganger Stefaan De Clerck een instructie heeft uitgevaardigd die bepaalt welke procedure de Staatsveiligheid moet volgen telkens in een van haar onderzoeken een verkozene des volks wordt genoemd. Minister Turtelboom bevestigde dat later ook aan de pers. Ze zei de begeleidingscommissie en dus het Parlement toe die instructie bekend te maken zodat alle collegae zeker konden zijn dat ze op een correcte wijze worden behandeld.

Tot op heden heeft de minister die instructie evenwel nog niet bekendgemaakt. Ze heeft met andere woorden haar toezegging aan het Parlement niet gestand gedaan. Waarom duurt het zo lang? Wanneer gaat de minister haar belofte nakomen?

Ik heb ook een tweede vraag. De minister drukte ons op het hart dat de Staatsveiligheid zich uiteraard niet systematisch met politici inliet, maar dat hun naam mogelijk in andere dossiers wordt genoemd. Ik wil dat best geloven. Intussen vernam ik echter dat binnen de Staatsveiligheid een beleidscel `politiek' - de sectie P - bestaat. Kan de minister dat bevestigen of klopt mijn informatie niet? Hoe kan het bestaan van die beleidscel worden gerijmd met de bewering dat politici niet het voorwerp zijn van een gerichte opvolging door de Staatsveiligheid?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Een van de opdrachten van de Staatsveiligheid bestaat in het inwinnen, analyseren en verwerken van inlichtingen die betrekking hebben op elke activiteit die een bedreiging vormt of zou kunnen vormen voor de inwendige veiligheid van de Staat, het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de uitwendige veiligheid van de Staat, de internationale betrekkingen, het wetenschappelijk of economisch potentieel, zoals gedefinieerd door het Ministerieel Comité of elk ander fundamenteel belang van het land, zoals gedefinieerd door de Koning op voorstel van het Ministerieel Comité.

De instructie van mijn voorganger dat de Staatsveiligheid de minister van Justitie onmiddellijk moet inlichten telkens de naam van een actief federaal parlementslid in een verslag van de Staatsveiligheid voorkomt, is gebaseerd op een intern technisch document van de Staatsveiligheid dat als vertrouwelijk is geclassificeerd.

Dat document wordt momenteel door het Comité I onderzocht. Dit is dus geen zaak voor de vaste begeleidingscommissie.

In de toekomst zal ook het debat moeten worden gevoerd over de vraag of alle actieve parlementsleden een veiligheidsmachtiging moeten hebben. Zelf heb ik daar al voor gepleit, omdat parlementsleden zodoende toegang kunnen krijgen tot vertrouwelijke rapporten.

Ik heb de Staatsveiligheid alleszins gevraagd op basis van de instructie van mijn voorganger dat element van het vertrouwelijke rapport te onderzoeken. Die instructie, waarvan ik een kopie bij me heb, is publiek. Alleen het onderliggende technisch rapport van de Staatsveiligheid is als vertrouwelijk geclassificeerd en mag bijgevolg alleen worden overhandigd aan personen met een veiligheidsmachtiging, omdat het de interne werkprocedure van de dienst beschrijft.

De instructie geldt op het ogenblik alleen voor federale parlementsleden. In mijn brief aan het Comité I vraag ik na te gaan op welke manier de regeling kan worden uitgebreid tot alle actieve parlementsleden. Dat lijkt me logisch.

Het toepassingsgebied van de instructie wordt herzien met het oog op een uitbreiding naar de parlementen van de deelstaten en naar de Belgische leden van het Europees Parlement. Intern worden hiervoor voorbereidingen getroffen, maar uiteraard wordt het rapport van het Comité I afgewacht. De administrateur-generaal van de Staatsveiligheid is uiteraard altijd bereid mensen met een veiligheidsmachtiging toelichting te geven bij dit interne technische document.

Er bestaat geen sectie P of beleidscel `politiek'. Bij de analysediensten bestaat wel al jaren een dienst Policy Strategy, afgekort dienst P, die beleidsvoorbereidend en -ondersteunend werk doet.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Met alle respect, maar de minister schijnt niet te beseffen hoe ernstig de situatie is.

Een minister die een toezegging doet aan het parlement, moet zich daaraan houden. Er was beloofd om de instructie die de vorige minister van Justitie aan de Staatsveiligheid heeft gegeven, publiek te maken. Ik heb begrepen dat de minister die instructie bij zich heeft en vandaag aan de senatoren wil bezorgen. Het is goed dat ze wordt bekendgemaakt, al heeft het wel lang geduurd.

Het doet niet ter zake of er onderliggende dossiers zijn die de zaak compliceren.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik heb altijd gesteld dat ik de instructie van mijn voorganger kan bekendmaken, maar het onderliggende document niet.

Mijnheer Pieters had mij ook gewoon kunnen opbellen om mij aan mijn belofte te herinneren. Ik wijs er trouwens op dat de instructie eerder al in de Kamer is bekendgemaakt. Ik zie bijgevolg niet in waarom er hier nu, maanden later, nog een toneelstuk moet worden opgevoerd rond het al dan niet bekendmaken ervan.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Mevrouw de minister, als parlementsleden hebben wij het recht en de plicht om u te controleren.

Wij hebben ook het recht en de plicht om de minister erop te wijzen dat er in de begeleidingscommissie met geen woord gerept is over een onderliggend dossier. De minister komt hier vandaag dus aanzetten met een volledig nieuw element.

Ik weet en aanvaard dat sommige dingen geheim moeten worden gehouden. Nu beweren dat de minister daar toen al op gewezen heeft, is echter niet correct. Zo'n belangrijk punt had de minister destijds al kunnen vermelden, en dat is niet gebeurd.

In elk geval is de instructie niet bekendgemaakt, en ik vraag de minister om de tekst aan de voorzitster van de Senaat te overhandigen, conform haar belofte.

Ik heb uit het antwoord van de minister begrepen dat de beleidscel "politiek" van de Staatsveiligheid zich niet bezighoudt met de Belgische politiek en politici, maar wel met beleidsvoorbereiding in het algemeen. Heb ik dat juist begrepen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Ik heb duidelijk gezegd dat er een cel Policy Strategy bestaat. Als mijnheer Pieters goed naar mijn antwoord heeft geluisterd, dan weet hij dat de vraag die hij nu stelt, al is beantwoord.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Mevrouw de minister, dat is geen neutrale vraag.

Alleen in het parlement kunnen parlementsleden immers te weten komen of die beleidscel zich bezighoudt met politiek in de zin van politiek zoals die door politici wordt bedreven. Als de minister systematisch weigert om dat te bevestigen of te ontkennen, dan neem ik daar akte van, maar er is wel een grens.