5-206COM

5-206COM

Commission de l’Intérieur et des Affaires administratives

Annales

MARDI 19 FÉVRIER 2013 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances sur «l'incendie criminel dans un centre culturel kurde à Genk» (no 5-2944)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Op 16 januari werd er brand gesticht in het Koerdisch cultureel centrum aan de Nieuwstraat in Genk. Getuigen zagen hoe onbekenden een voorwerp, wellicht een brandbom, in het gebouw gooiden en daarna op de vlucht sloegen. De schade aan het gebouw is aanzienlijk, de lokalen zijn niet meer bruikbaar. Gelukkig was er op het moment van de brandstichting niemand in het gebouw aanwezig.

De Koerdische gemeenschap vermoedt dat extreme Turken achter de brandstichting zitten. Hoe dan ook moet men de aanval zeer ernstig nemen. Recent werden er in Parijs drie Koerdische activisten geëxecuteerd in de gebouwen van het Koerdisch Instituut.

Hoe schat de minister de situatie in en heeft ze al gepaste veiligheidsmaatregelen ondernomen?

Zal de minister bijzondere richtlijnen geven om de veiligheid van de Koerdische gemeenschap te verhogen en te waarborgen?

Verwacht de minister nog meer soortgelijke aanslagen of represailles?

Beschikt de politie over voldoende betrouwbare bronnen binnen de betrokken gemeenschappen om de situatie goed te kunnen inschatten?

Werden vertegenwoordigers van beide gemeenschappen betrokken bij overleg, bemiddeling en eventuele maatregelen?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Er zijn al geruime tijd politiemaatregelen genomen ten aanzien van de Koerdische en Turkse belangen en gemeenschappen in ons land, op basis van de permanente evaluatie van de dreiging door de politie- en inlichtingendiensten. Naar aanleiding van de moord op drie Koerdische vrouwen in Parijs op 3 januari 2013 heeft het crisiscentrum van de regering het OCAD gevraagd een nieuwe dreigingsanalyse op te maken. Het crisiscentrum heeft de politiediensten gevraagd bovenop de bestaande politiemaatregelen de specifieke waakzaamheid voor de problematiek te verhogen. De recente gebeurtenissen in Genk, de molotovcocktail tegen het Koerdisch cultureel centrum op 16 januari, de betoging van Koerden op 20 januari en de steekpartij in een Genkse school op 21 januari, staan blijkbaar los van de moorden in Parijs.

De spanningen die al jarenlang heersen tussen de Koerdische en Turkse gemeenschap in Genk worden door de politie en de veiligheidsdiensten van nabij gevolgd. Er werden verschillende maatregelen genomen en elke politiezone werd ingelicht.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Eigenlijk dring ik vooral aan op voldoende contact met zowel de Koerdische als de Turkse gemeenschap.

Zowel de minister als ikzelf kennen de Turkse gemeenschap vrij goed en we weten dat er vrij veel politieke spanningen bestaan. We zijn ons er echter ook van bewust dat een kleine minderheid in de Turkse gemeenschap er extreemrechtse meningen op nahoudt, en mogelijk ook achter de aanval zit en eigenlijk alleen maar garen spint bij de ruzie tussen Koerden en Turken in België. Zulke dingen moeten we voorkomen en als de Staatsveiligheid nog een opdracht heeft, dan is het misschien wel toezicht daarop!