5-1908/3 | 5-1908/3 |
27 FEBRUARI 2013
Nr. 5 VAN MEVROUW VERMEULEN C.S.
Art. 2
Het 16º van dit artikel vervangen als volgt :
« 16º. « de beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling » : een proces dat wil verzekeren dat de doelstellingen en resultaten van het ontwikkelingsbeleid van de federale regering niet tegengewerkt worden door het beleid van deze overheid op andere domeinen die impact hebben op de ontwikkelingslanden, en dat deze andere beleidsdomeinen waar mogelijk de ontwikkelingsdoelstellingen steunen; »
Verantwoording
Beleidscoherentie definiëren als een proces waar de verschillende federale beleidsdomeinen handelen met het oog op ontwikkeling, maar waarin ook de autonomie van de deelstaten gerespecteerd wordt.
Nr. 6 VAN MEVROUW VERMEULEN C.S.
Art. 16
In de inleidende zin van § 1, de woorden « en na advies van het Federaal Parlement, » invoegen tussen de woorden « in de Ministerraad » en de woorden « een lijst ».
Verantwoording
De finale lijst van de partnerlanden wordt opgesteld door de regering, maar voorafgaand aan deze beslissing is er een consultatie met het federaal parlement om de transparantie en het draagvlak voor de keuze van de partnerlanden te vergroten. De keuze van de partnerlanden reiken verder dan alleen het departement ontwikkelingssamenwerking, maar hebben invloed op de hele federale buitenlandse politiek.
Nr. 7 VAN MEVROUW VERMEULEN C.S.
Art. 20
In het tweede lid van dit artikel, de derde zin als volgt vervangen :
« Het Federaal Parlement en het Parlement van het partnerland worden betrokken in de strategie en het programma. »
Verantwoording
Het federaal parlement, alsook het parlement van het partnerland, moeten pro-actief worden betrokken in zowel de strategie als de programma's van de gouvernementele samenwerking. In het kader van de uitbouw van de democratie en de rechtsstaat in de partnerlanden is het zeer belangrijk dat de wetgevende en controlerende macht worden betrokken in deze strategische beslissingen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat ons land hierin het goede voorbeeld geeft.
Nr. 8 VAN MEVROUW VERMEULEN C.S.
Art. 26
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 26. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking financiert niet-gouvernementele samenwerking van de niet-gouvernementele organisaties die erkend worden op basis van onderstaande criteria, door een procedure vastgesteld door de Koning, met respect voor hun autonomie en initiatiefrecht :
1º opgericht zijn overeenkomstig de wet op de VZW's van 27 juni 1921 (aangevuld door een nieuwe wet van 2002), of een vennootschap zijn met een sociaal oogmerk, overeenkomstig de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;
2º ontwikkelingssamenwerking als belangrijkste maatschappelijk doel hebben en activiteiten uitvoeren overeenkomstig de doelstellingen van de Belgische samenwerking zoals vastgelegd in artikel 3 van de wet van 25 mei 1999;
3º drie jaar nuttige en actuele ervaring kunnen voorleggen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking
4º een planmatige aanpak hebben die voortvloeit uit een meerjarenprogramma, dat tevens een financieel plan behelst
5º autonoom zijn;
6º de continuïteit van de werking van de organisatie kunnen verzekeren;
7º in de bestuursorganen een meerderheid van leden hebben met de Belgische nationaliteit;
8º activiteiten uitvoeren overeenkomstig de doelstellingen van de Belgische internationale samenwerking, zoals bepaald in Artikel 3.
9º een transparante boekhouding voeren. »
Verantwoording
Het is belangrijk dat wettelijk wordt ingeschreven wat de modaliteiten zijn om tot niet-gouvernementele organisatie erkend te worden. Dit stond in de wet van 1999, maar niet meer in het voorliggende wetsontwerp. Dit is in het voordeel van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking als van de NGO's : een transparante oplijsting van criteria kan het draagvlak bij de bevolking alleen maar vergroten. Een K.B. komt niet tegemoet aan deze vereiste.
Daarnaast is het ook niet logisch dat de criteria voor de gouvernementele samenwerking (artikel 16.1) en de multilaterale samenwerking (artikel 23) wel worden opgenomen in de wet, maar die van de niet-gouvernementele samenwerking niet.
Nr. 9 VAN MEVROUW VERMEULEN C.S.
Art. 35
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 35. De minister legt uiterlijk op 15 mei van elk jaar het jaarverslag van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking over het voorgaande jaar ongewijzigd voor aan het Federaal Parlement. Dit verslag vermeldt :
1º de resultaten van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, behaald inzake de doelstellingen bepaald in titel II en de principes bepaald in titel III;
2º een rapport aangaande de evaluatie van de prioritaire en transversale thema's, bepaald in artikel 11, per partnerland van de gouvernementele samenwerking.
3º voor de partnerlanden waar begrotingshulp aan wordt gegeven, zoals bepaald in artikel 2.10, een rapport, per partnerland, aangaande de mate van goed bestuur, met inbegrip van de strijd tegen corruptie.
4º de maatregelen die genomen zijn ter versterking van de coherentie van het federaal beleid ten gunst van ontwikkeling in overeenstemming met de artikelen 8 en 31, met inbegrip van de resultaten van de voorafgaandelijk onderzoeken in overeenstemming met artikel 31 en het gevolg dat aan die resultaten werd gegeven. »
Verantwoording
Het is belangrijk dat het Federaal Parlement voldoende de nodige feedback krijgt over lopende projecten en begrotingssteun aan partnerlanden.
| Sabine VERMEULEN. | |
| Karl VANLOUWE. | |
| Patrick DE GROOTE. |