5-201COM

5-201COM

Commission des Relations extťrieures et de la Dťfense

Annales

MERCREDI 23 JANVIER 2013 - S…ANCE DE L'APR»S-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires ťtrangŤres, du Commerce extťrieur et des Affaires europťennes sur ęle projet israťlien de construction de 3 000 nouveaux logements en territoire palestinienĽ (no 5-2805)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Onlangs keurde een grote meerderheid binnen de Verenigde Naties de verhoging van de diplomatieke status van Palestina tot waarnemersstaat goed. Ook ons land steunde deze promotie, waardoor Palestina eindelijk een meer notoire rol op het wereldschouwtoneel kan spelen. Op voorspelbare en typische wijze reageerde het regime in IsraŽl balorig en chagrijnig. Direct na de stemming in de VN kondigde de regering-Netanyahu aan de totaal illegale bouw van duizenden woningen in door IsraŽl bezet Palestijns gebied te versnellen.

Deze rancuneuze beslissing lokte meteen heel wat diplomatiek verpakte woede uit bij tal van andere landen. Onder andere Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en Zweden convoceerden meteen de IsraŽlische ambassadeur en denken er hardop aan hun ambassadeurs in Tel-Aviv terug te roepen. Ons land reageerde voorlopig niet.

Overweegt de minister alsnog om de ambassadeur van IsraŽl in BelgiŽ te convoceren en te confronteren met de onaanvaardbare wijze waarop het regime in IsraŽl reageerde op de uitslag van de stemming in de VN? Vindt de minister het niet aangewezen dat ons land zich hierover in alle duidelijkheid uitspreekt, onder andere met een ondubbelzinnige afkeuring van de illegale en provocatieve bouwplannen in bezet Palestijns gebied? Welke instructies krijgt de Belgische ambassadeur in IsraŽl hieromtrent?

Hoe evalueert de minister de wijze waarop het regime in IsraŽl omspringt met de internationale gemeenschap? Hoe lang wordt dit soort van niet alleen kinderachtig, maar vooral gevaarlijk provocatief gedrag van een staat getolereerd? Zal ons land aandringen op een sterk en internationaal signaal van afwijzing en veroordeling van het provocatieve gedrag van de IsraŽlische regering inzake de internationale besluitvorming?

Beaamt de minister dat IsraŽl zich hierdoor steeds meer isoleert en dat de cumul van illegaliteit van dit regime hardere en meer doeltreffende maatregelen dringend nodig maakt?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Net als de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Catherine Ashton, heb ik op de IsraŽlische aankondigingen van 2 december 2012 meteen met een verklaring gereageerd.

Over andere mogelijke stappen wil ik wachten op een overlegd en gecoŲrdineerd standpunt van de EU. Ik hecht daaraan veel belang. De impact van een standpunt is immers groter wanneer het in het kader van het Gezamenlijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid wordt ingenomen. Dat is vooral cruciaal indien de EU een politieke rol wenst te spelen en als een speler in het vredesproces in het Midden-Oosten erkend wenst te worden.

Op 4 december jongstleden, na de stemming in de Algemene Vergadering van de VN over de toekenning van de waarnemersstatus als niet-lidstaat aan Palestina, heeft het Politiek en Veiligheidscomitť van de EU, in aanwezigheid van de speciale EU-vertegenwoordiger voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de laatste ontwikkelingen besproken. De speciale vertegenwoordiger heeft trouwens gepleit voor een gezamenlijke aanpak van de EU in het kader van de door IsraŽl aangekondigde maatregelen.

In het Politiek en Veiligheidscomitť is afgesproken om bij de IsraŽlische partners, waaronder de IsraŽlische ambassadeurs in de Europese hoofdsteden, en via de Europese Dienst voor extern optreden zowel in Brussel als in Tel Aviv de belangrijkste bezorgdheden van de EU aan te kaarten. Het betreft de standpunten over de kolonies, meer bepaald in de zone E1, en over de kwestie van de douane-inkomsten, die gebaseerd zijn op de verklaring van mevrouw Ashton en op de conclusies van de raad Buitenlandse Zaken van 14 mei jongstleden.

Conform deze conclusies van het Politiek en Veiligheidscomitť ik de op Europees niveau afgesproken standpunten naar de ambassadeur van IsraŽl gestuurd. Ik heb de teleurstelling en de grote bezorgdheid kenbaar gemaakt over de recent aangekondigde beslissingen van IsraŽl betreffende de bouw van nieuwe woningen in de kolonies en de opschorting van het storten van de taksen die IsraŽl ten voordele van de Palestijnse autoriteit int. Bij deze gelegenheid heb ik zowel mijn verklaring van na de aankondiging als die van de Hoge Vertegenwoordiger herhaald, waarin wij stellen dat deze maatregelen een hypotheek leggen op de tweestaten oplossing, vooral wat de E1-sector betreft, en dat ze het vertrouwen van de partijen schaadt, terwijl een snelle en onvoorwaardelijke hervatting van de onderhandelingen prioriteit moet krijgen. Elk van de partijen moet zich daarom onthouden van unilaterale maatregelen.

Deze kwestie stond op de agenda van de raad Buitenlandse Zaken van 10 december 2012. Intussen heeft iedereen kennis kunnen nemen van de aangenomen conclusies en van het zeer duidelijke standpunt van de EU over deze kwestie.

De gesprekken met de vertegenwoordigers van IsraŽl zijn een gelegenheid geweest om onze bezorgdheid te uiten, niet alleen over de bouw van woningen in de kolonies, maar ook over het doorstorten van de taksen. Wij hebben er ook op gewezen dat IsraŽl de Palestijnse autoriteit, die al geconfronteerd wordt met zware economische en financiŽle moeilijkheden, niet mag laten vallen. De conclusies die de raad Buitenlandse Zaken op 10 december heeft aangenomen, zijn duidelijk en roepen IsraŽl op om geen stappen te ondernemen die de financiŽle situatie van de Palestijnse autoriteit verzwakken. De contractuele verplichtingen, waaronder die uit het Protocol van Parijs, behelzen de naleving van de overdracht van de taksen en douanerechten in hun geheel binnen de voorziene tijdspanne en op een voorspelbare en transparante manier.

BelgiŽ en de EU zijn bereid om samen met de Verenigde Staten en andere internationale partners, waaronder het Kwartet, ervoor te zorgen dat de rechtstreekse onderhandelingen tussen beide partijen onvoorwaardelijk hervat worden teneinde te komen tot twee staten die naast elkaar leven in vrede en veiligheid.

In Palestina steunt BelgiŽ concrete projecten, zoals opleiding van de Palestijnse politie, die onmisbaar zijn voor de oprichting van een Palestijnse staat die de nodige veiligheidsgaranties kan bieden. Het is belangrijk een concreet initiatief te lanceren na de ambtsaanvaarding van de nieuwe Amerikaanse staatssecretaris en na de verkiezingen in IsraŽl. Intussen moet elk van de partijen zich onthouden van provocatief gedrag en moet de internationale gemeenschap de hervatting van de onderhandelingen voorbereiden.

Nu de verkiezingen in IsraŽl achter de rug zijn, zullen we samenwerken met de nieuwe IsraŽlische regering. Eens de nieuwe regering gevormd is zal ik IsraŽl en de Palestijnse gebieden bezoeken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor het uitgebreide en zeer degelijke antwoord.

Tot gisteren dacht ik dat de situatie muurvast zat en dat de IsraŽlische regering geen nood meer had aan vredesonderhandelingen omdat de vijanden van weleer niet bestaand of in ieder geval verzwakt zijn. Er dreigt voor IsraŽl niet meteen gevaar uit SyriŽ, Egypte, Libanon of JordaniŽ. Gisteren hoorde ik ook nog zeggen dat vrede amper nog meespeelde als thema bij de IsraŽlische verkiezingen.

De verkiezingsuitslag is verrassend. Premier Netanyahu, die zegezeker naar de verkiezingen ging, heeft toch elf zetels verloren. Het extreem rechtse blok, waarvan iedereen dacht dat het bijzonder groot zou worden, is gelukkig niet echt veel groter geworden. Misschien hebben het centrum en meer vredesgezinde krachten hierdoor terrein gewonnen.

Ik hoop dat president Obama tijdens zijn tweede ambtstermijn, naast de ontwapening met Rusland, die ook voor ons land belangrijk is, ook van het beleid ten aanzien van IsraŽl een prioriteit zal maken. Ik hoop ook dat de inspanningen van Europa waarnaar de minister heeft verwezen, verdergezet worden.