5-87

5-87

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 JANUARI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken en aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking over ęde humanitaire hulp aan de Syrische ontheemden in Turkije, Libanon en JordaniŽĽ (nr. 5-776)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - In de pers worden we bijna dagelijks geconfronteerd met berichten over de burgeroorlog in SyriŽ en met schrijnende beelden van Syrische vluchtelingen die afgepeigerd, hongerig en zonder veel medische hulp in de buurlanden aankomen.

Het Wereldvoedselprogramma van de VN heeft zich uit de grote steden in SyriŽ teruggetrokken. UNHCR, het vluchtelingenagentschap van de VN, meldt dat er op dit moment meer dan 600 000 Syrische vluchtelingen zijn, waarvan een aanzienlijk deel jonger is dan achttien. Die mensen wonen in tentenkampen in de landen rond SyriŽ. Velen zijn in UNHCR-tenten gehuisvest, anderen zitten in hutten van recuperatiemateriaal en afval. De kampen staan grotendeels onder water, waardoor binnen de tenten onleefbare situaties ontstaan. Het risico op epidemieŽn zoals tyfus en cholera is zeer hoog.

De winter brengt nog meer regen, sneeuw en vrieskou. De mensen hebben onvoldoende kleding, de tenten bieden onvoldoende bescherming en er is onvoldoende voedsel. De toenemende onleefbare situatie in de tenten heeft al tot rellen geleid.

Moeten B-FAST en de genietroepen niet worden ingeschakeld om die vluchtelingen te voorzien van droge tenten, kledij, noodverwarming, voedsel, en nog meer medische hulp? Kan er ook geld worden gegeven voor onderwijs, zoals enkele maanden geleden gebeurde? De jongeren hebben toch onderwijs nodig.

De NAVO-landen, met inbegrip van ons land, hebben op korte termijn militair materieel naar bondgenoot Turkije verscheept, om te anticiperen op een eventuele Turkse vraag voor militaire hulp. Dat is een logistieke krachttoer. Het moet even goed mogelijk zijn om via diezelfde routes noodhulpgoederen voor de Syrische ontheemden te verschepen.

Kan de minister van Landsverdediging of de regering B-FAST of de genietroepen inzetten zodat de vluchtelingen op een menswaardige manier de winter kunnen doorkomen? Heeft de minister van Buitenlandse Zaken de intentie om bij onze Europese partners aan te dringen om spoedig en op een gecoŲrdineerde manier te zorgen voor de meest essentiŽle hulpmiddelen zoals voedsel, kleding, verwarming en medisch materiaal? Heeft hij dat inmiddels gedaan?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 februari 2003 dat de oprichting van B-FAST regelt, moet onder noodhulp in het buitenland worden begrepen: "elke zending naar het buitenland van personeel en/of materieel, te evalueren geval per geval naargelang van de specificiteit van de situatie van het land getroffen door de catastrofe of de calamiteit, met uitsluiting van de noodhulp voor de nazorg en de rehabilitatie." Een B-FAST-operatie bestaat dus in de eerste plaats uit rechtstreekse of onrechtstreekse noodhulp in het buitenland. Voor de Syrische vluchtelingen in aangrenzende landen zijn de vermelde interventiecriteria niet vervuld.

Ik blijf ervoor pleiten dat ons land zijn humanitaire inspanning substantieel verhoogt. Momenteel zijn 2,5 miljoen euro toegewezen: 2 miljoen op het budget van Ontwikkelingssamenwerking en 500 000 euro op dat van Buitenlandse Zaken -preventieve diplomatie, voor de bouw van scholen in de vluchtelingenkampen in Turkije.

Gezien de omvang van de crisis, die nog verslechtert, en de oproep van zowel de OCHA, het ICRC en de ngo's, volstaat dat duidelijk niet. Ik reken op mijn collega van Ontwikkelingssamenwerking om spoedig nieuwe projecten aan de Ministerraad voor te stellen. Momenteel wordt een project voor een aanvullend bedrag van circa 6,5 miljoen euro voorbereid, dat op mijn volle steun kan rekenen.

De secretaris-generaal van de VN heeft op 30 januari aanstaande in Koeweit City een conferentie van donors bijeengeroepen, waarop de eerste minister wordt uitgenodigd. Ik pleit ervoor dat tegen dan concrete beslissingen worden genomen, zodat BelgiŽ mee steun kan verlenen aan het Syrische volk en aan de buurlanden die meer dan 500 000 vluchtelingen ontvangen. Ik pleit voor een verhoging tot 9 miljoen euro.

Ik blijf me principieel inzetten om druk uit te oefenen op de internationale gemeenschap, zodat alle partijen het internationaal humanitair recht van toegang tot de gezondheidszorg in SyriŽ respecteren. In GenŤve werd daartoe trouwens al een initiatief genomen, met de steun van de Europese Unie en van alle landen van de Arabische Liga.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - De beelden spreken voor zich. Ik verneem dat de regering het bedrag wil optrekken van 2,5 naar 6,5 miljoen euro, en in de toekomst misschien zelfs nog tot meer. Als voor beslissingen over hulp moet worden gewacht tot de conferentie in Koeweit, zullen de betrokkenen verder verhongeren en zullen in de vluchtelingenkampen nog meer ziekten uitbreken. Europa kan daarop toch niet wachten om de dringende noden te leningen. Ik blijf dan ook van oordeel dat de Belgische regering meer moet doen. Ik hoop dat minister Magnette, die hier intussen ook aanwezig is, een aanvullend initiatief neemt.

De heer Paul Magnette, minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Sta me toe bijkomende informatie te verstrekken bij de tranches van enerzijds 2 miljoen en, anderzijds, 6,5 miljoen euro. Van het bedrag van 2 miljoen werd ťťn miljoen toegekend als steun aan de activiteiten van het ICRC in SyriŽ, 600 000 euro aan het Belgische Rode Kruis, voor steun aan de activiteiten van het Libanese Rode Kruis ten voordele van Syrische vluchtelingen en 400 000 euro aan UNRWA, als steun aan het programma ten voordele van de Palestijnse vluchtelingen in SyriŽ.

De nieuwe tranche van 6,5 miljoen euro is als volgt verdeeld: ťťn miljoen is toegekend aan WFP voor voedselhulp aan de Syrische bevolking, die het slachtoffer is van het conflict, 1 miljoen euro aan HCR voor het Syrische vluchtelingenkamp van Za'atari in JordaniŽ en 4,5 miljoen euro aan het Emergency Response Fund van het Bureau voor de CoŲrdinatie van Humanitaire Hulpverlening van de Verenigde Naties.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Als alle Europese landen net als BelgiŽ tien miljoen euro voor de hulp zouden vrijmaken, kunnen de noden sneller worden gelenigd.