5-189COM

5-189COM

Commission de l’Intérieur et des Affaires administratives

Annales

MARDI 11 DÉCEMBRE 2012 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances sur «une intervention policière dans la maison de jeunes 't Mutske à Laeken» (no 5-2497)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - 't Mutske is een Brussels jeugdhuis in de wijk De Mutsaard. Het jeugdhuis is, zoals honderden andere jeugdhuizen, een plaats waar jonge mensen zelf hun vrijetijdsbesteding organiseren en waar ze met veel verantwoordelijkheidszin en enthousiasme hun eigen programma's en projecten gestalte geven. Het jeugdhuis heeft een goede reputatie en draagt geen verleden van problemen. Het verdient en krijgt dan ook steun van verschillende overheden om een pedagogisch concept uit te bouwen. Daarbij staan noties zoals verantwoordelijkheid en zelfbestuur centraal, naast - natuurlijk - het bieden van veel plezier en levensvreugde.

Vrijdag 7 september 2012 plande het jeugdhuis een feestje om het begin van het schooljaar passend te vieren. Vanaf 16 uur draaide men muziek in de tuin. Al om 18 uur kwam de politie langs, na klachten van omwonenden. De muziek werd daarop stiller gezet, maar de klachten van sommige omwonenden bleven komen, ook al was het nog maar vroeg op de avond. De politie reageerde blijkbaar op alle klachten en kwam telkens opnieuw langs.

Om 22 uur stopte het jeugdhuis met muziek in de tuin en ging het feestje binnen verder. Om feestjes binnen mogelijk te maken is het jeugdhuis de voorbije jaren grondig verbouwd. Een van de doelstellingen was geluidshinder tot een aanvaardbaar peil te beperken. De ingreep is bijzonder geslaagd. Als de deuren dicht zijn, mag men binnen zoveel lawaai maken als men wil, buiten hoort men dat niet. De klachten van enkele omwonenden gingen dan ook vooral over jongeren die op straat rondhingen. Rond 1 uur 's nachts kwam de politie nogmaals langs met het verzoek de muziek stiller te zetten en geen jongeren meer op de straat te laten verzamelen. De jeugdhuisverantwoordelijken plaatsten een vertegenwoordiger aan de voordeur om, voor zover mogelijk, de jongeren tot stilte aan te manen.

Vanaf dat moment escaleerden de zaken. Om 1.30 uur kwamen er twee patrouillewagens aangeraasd en stormden er zes politieagenten het jeugdhuis binnen. Zonder enig overleg met de verantwoordelijken zetten zij de muziek stil en joegen alle aanwezigen - een honderdtal - de straat op. Omdat sommige agenten vonden dat de ontruiming niet snel genoeg verliep, gebruikten ze op erg gulle wijze pepperspray. Het resultaat laat zich raden: de jongeren werden kwaad, de gemoederen verhitten. Op dat moment kwam er een derde, zwarte politiewagen aan met drie agenten in zware gevechtskledij. Die gebruikten meteen de gummistok om de bijeengetroepte jongeren uit elkaar te meppen. De politieaanpak nam de vorm aan van een raid op een misdadigershol van zware criminelen, terwijl 't Mutske een heel gewoon jeugdhuis is; men zou het zelfs een middle class jeugdhuis kunnen noemen.

Het jeugdhuis bestaat al decennia. Het investeerde veel en intensief, zowel in de beperking van mogelijke hinder als in de goede relaties met de buurt. Dergelijke jeugdwerkinitiatieven bieden vele kansen aan jonge mensen, vormen een prachtig alternatief voor meer commerciële en minder pedagogisch gestuurde initiatieven zoals cafés en dancings en geven vooral jongeren de kans om zich positief te engageren. Het jeugdhuis draait immers door de inzet van tientallen vrijwilligers.

Het incident van 7 en 8 september zet vele van deze inspanningen op de helling. De buurt lijkt opgeschrikt, de jongeren zijn verbaasd, maar vooral vertoornd over het buitensporig geweld van de politie. Bij de verantwoordelijken rijzen vragen over hun engagement en idealisme. Daarbij loert ook het communautaire duiveltje, want sommige gewagen openlijk van een afschuw tegen een Nederlandstalig initiatief, terwijl heel wat Franstalige jongeren in het jeugdhuis welkom zijn.

Ik wil de minister ondervragen over dit incident, niet alleen om de particuliere relevantie ervan, maar ook omdat het gewelddadige en onverantwoord harde optreden van de politie, zeker in Brussel, een verontrustende evolutie is. Daarbij besef ik dat politiemensen, eveneens bij uitstek in Brussel, ook te vaak het slachtoffer zijn van geweld tegenover hen.

Dat is onduldbaar. Ik steun dus alle maatregelen om de politie hiertegen te beschermen en daders van zulke feiten zwaar te vervolgen. Die relevante bekommernissen mogen echter geen vrijgeleide geven aan misschien gefrustreerde politiemensen om zich te wreken op eerder onschuldige en weerloze jongeren.

Het geweld bij het ontruimen van jeugdhuis 't Mutske was zonder twijfel buitensporig en onverantwoord. Ik heb tientallen filmpjes gezien en tientallen getuigenissen gehoord die dat overvloedig bewijzen. Nergens was er sprake van agressie tegen de politie. Na de escalatie van het geweld heeft één jongere een raam van een politiewagen stukgeslagen. Vóór dat feit was er echter geen sprake van enig jongerengeweld. Die jongere werd meegevoerd en een nacht vastgehouden. Nog een tweede jongere werd opgepakt, maar er volgde geen verhoor en er werd geen proces-verbaal opgesteld. Beide jongeren werden geslagen met boeken, een techniek die geen zichtbare sporen van geweld nalaat.

Beaamt de minister dat de Brusselse politie de burenklachten in verband met het jeugdhuis 't Mutske verkeerd heeft aangepakt en daarbij ongeoorloofd geweld gebruikte? Wil de minister dit geval grondig onderzoeken en de opdracht geven de schuldigen voor de buitenproportionele aanpak met hun fouten te confronteren? Wil de minister dat onderzoek zowel naar de politie als naar de verantwoordelijken van het jeugdhuis richten. De resultaten van dat onderzoek vormen ongetwijfeld een prima aanleiding om de relatie tussen jeugdhuis en politie in alle openheid en met wederzijds respect te herstellen en duidelijke, faire afspraken voor de toekomst te maken. Wil de minister hiertoe de formele opdracht geven?

Gaat de minister met mij akkoord dat de politie bij de voorbereiding van haar optreden minstens moet analyseren tegen welk initiatief de klachten zijn gericht? Is de minister het ermee eens dat een beperkt aantal klachten van wellicht verzuurde omwonenden niet opwegen tegen het belang, het nut en de waarde van initiatieven zoals jeugdhuizen? Vindt de minister het niet angstwekkend dat de politie zulke afwegingen blijkbaar niet meer maakt en zich aan blinde agressie te buiten gaat tegen elke mogelijke bedreiging, ook al ging het hier over jonge en onervaren mensen? Wil de minister in haar beleid aandacht schenken aan deze zorgwekkende ontwikkelingen?

De lokale politie, waarmee het jeugdhuis zeer goede contacten onderhoudt, werd nooit bij de zaak betrokken en was zelf verbaasd over het gewelddadig optreden.

Van de politie zelf heb ik vernomen dat die nacht achttien klachten werden ingediend, waarvan zestien door één persoon en twee door een andere. Op basis daarvan een dergelijk raid uitvoeren is voor mij onaanvaardbaar.

De voorzitter. - Dit is mijns inziens meer een vraag voor de politieraad van de Zone Brussel, maar aangezien het Bureau de vraag heeft aanvaard, geef ik het woord aan de minister

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Dat was ook mijn standpunt. De heer Anciaux had zijn vraag beter op de Brusselse gemeenteraad gesteld. Zijn partij heeft trouwens een schepen te Brussel, wat misschien zelfs kan helpen.

Het optreden van de lokale politie van Brussel tegen het jeugdhuis is me bekend. Het Comité P onderzoekt momenteel verschillende klachten over het optreden van de politie op 8 september en in afwachting van de definitieve bevindingen wens ik me hierover niet uit te spreken.

Ik pleit uiteraard voor overleg tussen de politie, de lokale overheden, de buurtbewoners en het jeugdhuis en volgens de informatie die ik mocht ontvangen, is dat overleg inmiddels hervat. Vooral de nachtelijke activiteiten veroorzaken problemen en hiervoor moet in gezamenlijk overleg een oplossing kunnen worden gevonden. De politie tracht duurzame oplossingen te vinden voor iedereen en de bemiddeling heeft alvast een handvest met duidelijke afspraken opgeleverd. Het jeugdhuis zelf stelde inmiddels voor om de nachtelijke activiteiten tijdelijk stop te zetten.

Het gaat hier volgens mij kennelijk om een gemeentelijk probleem, waarover ik uiteraard aanvullende informatie zal inwinnen, zij het niet als minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Bij de coalitievorming in Brussel Hoofdstad heb ik zeker bepaalde bedenkingen, maar ik ben er wel niet verantwoordelijk voor. (Gelach)

De minister heeft natuurlijk gelijk dat het incident valt onder de bevoegdheid van de politieraad van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene. Ik ben het helemaal eens dat er ook veel geweld tegen de politie bestaat, waaraan we evenzeer paal en perk moeten stellen, maar soms is er ook onbegrijpelijk buitensporig geweld van sommige afdelingen van de politie. Het is goed dat ook op een hoger niveau te behandelen.

In dit geval heeft het mij erg verbaasd dat er die nacht agenten werden opgeroepen van buiten de zone, van wie sommigen in gevechtskledij. Ik ben blij dat het Comité P een onderzoek verricht. Had het dat niet gedaan, had ik de minister zeker aangespoord om het Comité P om een onderzoek te vragen. Dat is nu gelukkig niet nodig. Ik vraag de minister wel dat ze dat onderzoek op de voet volgt.

Ik heb heel veel begrip voor de moeilijke situatie van de politie, maar niet voor de manier waarop ze tegen dit jeugdhuis is opgetreden. 't Mutske is een jeugdhuis dat heel veel investeert in samenwerking met de buurt. We mogen dat niet laten kapotmaken en ook de politie mag zich niet laten meeslepen door een of twee mensen uit de buurt.

Ten slotte wijs ik er nog op dat het jeugdhuis nooit heeft voorgesteld om tijdelijk 's nachts dicht te blijven. Dat is het jeugdhuis opgelegd door de burgemeester.