5-183COM | 5-183COM |
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Het regeerakkoord bevat een belangrijke hervorming met betrekking tot de pensioenen. Het gaat onder meer over een verhoging van de leeftijdsvoorwaarde voor vervroegd pensioen, de afschaffing van voordeelregimes, een vermindering van de gelijkgestelde periodes en een verhoging van het aantal jaren dat meetelt voor de pensioenberekening in de overheidssector. De pensioenhervorming heeft tot doel de betaalbaarheid van de pensioenen op middellange termijn te verzekeren. Die betaalbaarheid wordt in de eerste plaats verzekerd door langere loopbanen.
Ondertussen heeft de regering in december 2011 en februari 2012 de pensioenhervorming bijgestuurd, waardoor het steeds moeilijker wordt om langere loopbanen te verzekeren en de werkzaamheidsgraad te verhogen. Kan de minister een lijst geven van de bijsturingen die ondertussen gebeurd zijn?
Wat is de budgettaire impact van die bijsturingen?
Welk effect zullen ze hebben op de werkzaamheidsgraad in België? Voor zover ik me herinner wordt de werkzaamheidsgraad, rekening houdend met de pensioenhervorming, geschat op 0,4%.
De heer Alexander De Croo, vice-eersteminister en minister van Pensioenen. - Op 28 december 2011 werd de wet inzake de hervorming van de pensioenen aangenomen. Op brede vraag, onder andere van het parlement en ook van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat, werd sociaal overleg gepleegd. Als gevolg daarvan zijn bijsturingen gebeurd. De bijsturingen voor de privésector werden in de Senaat besproken op 17 juli 2012. Er waren ook bijsturingen voor de overheidssector. Ik kan de lijst van de bijsturingen voorlezen, maar senator Van Rompuy is wellicht eerder geïnteresseerd in de budgettaire impact van de bijsturingen.
Bij de bespreking van de begroting en de bijbehorende programmawet zal de budgettaire impact van de bijsturingen aan bod komen. Ik kan dan meer details geven. Momenteel kan ik daarvan nog geen overzicht geven. Het is moeilijk te achterhalen of de budgettaire impact zuiver het gevolg is van de bijsturingen. De voorbije weken is de regering daar uiteraard in ruime mate mee bezig geweest.
Ik kan nu wel enkele globale cijfers geven. De cijfers zijn gedeeltelijk afkomstig uit de studie over de vergrijzing. Het nettoverschil in vergrijzingskosten in 2060 ten opzichte van 2011 bedraagt +0,7% van het bbp. Het effect van de hervormingen die tegen 2060 gepland zijn, bedraagt 0,3% van het bbp. Het effect van maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt wordt geschat op 0,1%. Het netto-effect van de hervormingen in 2030 bedraagt −0,5%.
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Ik dank de minister voor het verhelderende antwoord. Ik heb wel een bedenking. De begroting wordt niet in de Senaat besproken, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik zal mijn vraag doorgeven aan een collega in de Kamer.