5-180COM

5-180COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MARDI 13 NOVEMBRE 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au ministre de la Défense sur «l'équilibre linguistique au sein des généraux de l'armée belge» (no 5-2601)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De media, altijd tuk op spanningen, berichtten over een dreigend conflict tussen de minister en de meerderheidspartij MR. Blijkbaar, althans volgens de MR, is het taalevenwicht bij de generaals in ons leger helemaal verstoord. De cijfers die de MR hanteert geven aan dat 72% van de generaals Nederlandstalig en dus 28% Franstalig zou zijn. Door de nakende pensioneringen zouden deze percentages na Nieuwjaar evolueren naar 70% versus 30%.

Hoe apprecieert de minister de percentages die hier worden genoemd? Stemmen zij overeen met de waarheid, met andere woorden, zal het taalevenwicht bij de generaals van het Belgisch leger begin 2013 op 70% Nederlandstaligen en 30% Franstaligen liggen, of hanteert de minister andere cijfers? Is hij bereid om met deze kritiek op het taalevenwicht rekening te houden, of wijst hij deze kritiek af?

Vormt het taalevenwicht bij generaals een bepalende en/of afgesproken maat, of dient het taalevenwicht in een bredere context te worden bekeken, bijvoorbeeld over het geheel van de topofficieren? Bestaan er hieromtrent afspraken, gewoonten, regels of richtlijnen en zo ja, welke?

Hoe ligt het taalevenwicht bij het geheel van de topofficieren, en over welke graden gaat het daarbij?

Zal de minister zijn beleid voor de aanstelling van generaals en andere topofficieren na de kritiek van een van de meerderheidspartijen aanpassen?

De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Er bestaat geen wettelijk taalkader voor militairen, maar er is wel in een beheersregel voorzien. De doelstelling voor de taalverhouding binnen de strijdkrachten ligt op 40% Franstaligen en 60% Nederlandstaligen.

Het globale cijfer is correct. Momenteel beschikt Defensie over 71% Nederlandstalige generaals en 29% Franstalige generaals. In totaal heeft Defensie momenteel 64% Nederlandstalige hoofdofficieren en 36% Franstalige hoofdofficieren.

Opperofficieren, generaals dus, worden gekozen binnen de kolonels die de grondige kennis van de tweede landstaal hebben bewezen. Gezien elke generaal tweetalig moet zijn, vormen de competenties van de betrokkenen de criteria voor bevordering tot generaal.

De huidige ondervertegenwoordiging van Franstaligen bij de opperofficieren is het gevolg van het beduidend kleine aantal Franstalige kolonels dat aan de taalvoorwaarden voldoet. Nochtans levert Defensie heel wat inspanningen om het voor alle kandidaten mogelijk te maken de grondige kennis van de tweede landstaal te verwerven.

In de werkgroep "taalevenwicht bij het leger", die in november 2010 binnen de Kamercommissie Landsverdediging werd opgericht, heb ik de redenen van het lage aantal Franstalige kandidaten als volgt toegelicht.

Ten eerste, het opleidingsniveau voor wat betreft de tweede landstaal is verschillend in de Franse en in de Vlaamse Gemeenschap, hetgeen minstens een invloed heeft op de beginnende loopbaan van de militair.

Voorts zijn de Franstalige militairen, om redenen zoals woon-werkverkeer en uitgestelde pensioendatum, minder gemotiveerd om een carrière te maken bij Defensie.

Om het beleid, dat reeds in uitgebreide mogelijkheden voorziet om de tweede landstaal te verwerven, te verbeteren wacht ik op aanbevelingen van de werkgroep belast met het onderzoek naar het taalevenwicht bij het leger. Daarin hoop ik de hefbomen te kunnen vinden om het taalevenwicht te kunnen herstellen.