5-80

5-80

Sénat de Belgique

Annales

LUNDI 26 NOVEMBRE 2012 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Discussion de la déclaration du gouvernement

De heer Huub Broers (N-VA). - De eerste minister is hier niet aanwezig, maar via de aanwezige regeringsleden kunnen we ons wellicht toch tot hem richten.

Als voorbereiding op mijn toespraak heb ik de "State of the Union" van donderdag in de Kamer laten afdrukken. De premier probeerde er het budgettaire kwaadschiks te verdrinken in een totaal overzicht. Eerlijk gezegd dacht ik dat men mij het verkeerde stuk had bezorgd, want in het Frans deed hij dat vol overgave, maar in zijn bescheiden Nederlands hernam hij niet de volledige Kamerversie van de tekst. Misschien waren de passages die de premier tijdens de eerste lezing in de Kamer zichtbaar had geschrapt niet meer opgenomen.

Het was vooral ook lachen geblazen met de Vlaamse spaarder en met de middenklasse. Dat laatste wordt uiteraard door heel wat mensen tegengesproken, vooral dan door vicepremiers, ministers en staatssecretarissen in allerhande radio- en televisieprogramma's.

In zijn toespraak zei de premier letterlijk: "In deze context zorgt de regering voor beslissingen die breed gedragen kunnen worden en die het algemeen belang voor ogen hebben." Sta me toe om in het licht van de reacties van de jongste dagen op zijn minst te twijfelen aan het succes van die woorden. Hoe kunnen we anders het spartelend verweer van ministers, staatssecretarissen en fractieleiders in de pers verklaren de opmerkingen van niet-politici?

Ik dacht trouwens dat de tekst geschreven was voor een PS-congres ergens in Mons waar de premier zijn achterban opzweept door de Vlamingen uit te lachen die weer eens de rekening zullen moeten betalen. Het bleek echter effectief de beleidsverklaring van donderdag te zijn. Blijkbaar gebruikt de premier het parlement om er het beeld van een PS-congres op te hangen en ontlokt hij daarmee zelfs een matig applaus bij de Vlaamse regeringspartijen.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - De heer Broers verwijt de premier blijkbaar dat hij het parlement toespreekt als een PS-congres, maar de manier waarop hij zijn toespraak opent, doet mij denken aan een N-VA-congres.

De heer Huub Broers (N-VA). - Mijnheer Sannen, er is een groot verschil. Mocht ik als burgemeester zo spreken voor de gemeenteraad, zou me hetzelfde verwijt kunnen treffen, maar hier ben ik de vertegenwoordiger van de N-VA en niet de premier van België. Ik moet hier het standpunt van mijn partij vertolken en niet dat van de regering.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Daarin hebt u gelijk. Ik zou u dan ook liever horen spreken over de inhoud. Tot nu toe deed u alleen aan sfeerschepping zoals op een partijcongres.

De heer Huub Broers (N-VA). - Maakt u zich vooral geen zorgen!

De premier heeft ook voorgelezen uit ons groeipact en erop gewezen dat de N-VA de btw met één procent wil verhogen, wat volgens berekeningen van het Planbureau 8000 jobs zou kosten. Hij zweeg wel over het standpunt van zijn redder in nood, de heer Vande Lanotte, die zaterdag in Het Belang van Limburg herhaalde dat, als de opbrengst van die btw-verhoging integraal wordt aangewend om de lasten op arbeid te verminderen - zoals in ons groeipact overigens wordt voorgesteld - ze wel degelijk nieuwe jobs oplevert. Dat lees ik niet in een verklaring van de N-VA, maar wel in een interview met sp.a-minister Vande Lanotte. Daarover zweeg de premier, zelfs in het Frans.

Hij houdt wel staande dat de regering er een prioriteit van maakt onze economie er bovenop te helpen.

Prachtig!

Volgens ons vergt dat echter wel sterker signalen en maatregelen. Aan de reacties te horen, zou de premier wel eens ongelijk kunnen krijgen. De woorden dat de alarmerende getuigenissen van bezorgde bedrijfsleiders en ondernemers legio waren, waren nog niet koud of diezelfde mensen verklaarden al dat de lichte maatregelen van de regering hen zeker niet zouden helpen.

Daarom vind ik het op zijn minst merkwaardig dat de regering niet alles vertelt aan de mensen. Ze probeert de mensen veeleer om de tuin te leiden met dode mussen en achterhaalde argumenten. Het choqueert me dat ze dingen verzwijgt en doet alsof die beleidsverklaring een totaal losstaand element is in het bestuur.

Niets is echter minder waar. Ik geef een frappant voorbeeld. Zo verzwijgt de regering dat de opgelegde lasten bijkomende lasten zijn. Dat woord is zeer belangrijk. In 2012 zijn immers al maatregelen genomen, die in 2013 ingaan. Ik denk aan het besluit inzake de verminderde tegemoetkoming voor de dienstencheques, een prijsherziening die bedoeld is om de federale tegemoetkoming te verlagen van 14,22 euro tot 13,22. De verbruikers moeten dus één euro extra betalen per cheque. De winst voor de federale overheid bedraagt ongeveer 110 miljoen euro. Dit raakt ongeveer 900 000 gebruikers, veelal gezinnen, mensen die het moeilijker hebben en vaak ook mensen met fysieke problemen die bijstand nodig hebben.

De regering had gewoon de eerlijkheid moeten hebben om dat aan die mensen ook te zeggen, hen te verwittigen dat wat nu beslist werd, niet alles is wat volgend jaar zal veranderen. Ik ken een dame die volgens de regering tot de middenklasse behoort, per maand 1500 euro pensioen ontvangt en per jaar 1500 dienstencheques nodig heeft, omdat ze fysiek niets meer kan doen. Die dame verliest een volledige maandwedde door de prijsverhoging van die dienstencheques. Voor ons hier weegt die maatregel wellicht niet zo zwaar, maar voor zulke mensen wel.

Wanneer de straks regering een verklaring aflegt, moet ze dan ook zo eerlijk zijn de mensen te zeggen dat er meer is dan de maatregelen die nu genomen worden. Maak de mensen geen halve waarheden wijs om de ernst van de maatregelen te verdoezelen. Ik erger mij mateloos aan politici die niet de waarheid vertellen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Mijnheer Broers, u insinueert dat in het debat nog niet werd gesproken over de maatregelen die een jaar geleden werden genomen.

De heer Huub Broers (N-VA). - Dat heb ik niet gezegd.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Dat zegt u wel!

De heer Huub Broers (N-VA). - Die maatregelen werden overigens niet een jaar geleden genomen, maar in de maand mei.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - U doet alsof de regering de beslissingen over de dienstencheques heeft verzwegen.

De heer Huub Broers (N-VA). - En wanneer gaat die maatregel in? Op 1 januari 2013! Het is eigenlijk vanaf 31 maart dat de regering bespaart op die maatregel.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De regering zegt heel duidelijk dat in totaal voor 18 miljard euro besparingsmaatregelen werden genomen. Dit werd nog nooit ergens op amper iets meer dan één jaar gerealiseerd. Dat is inderdaad gigantisch, maar het moet ervoor zorgen dat België tot de koplopers van Europa behoort, dat we de begrotingsdoelstellingen halen. Hoe moeten we dat anders doen? We kunnen de bevolking niet geloofwaardig wijsmaken dat alles mogelijk is, dat we de grootste sanering zullen realiseren zonder dat de mensen er iets van voelen. De regering heeft dat dan ook duidelijk gezegd.

De heer Huub Broers (N-VA). - Daar hebt u gelijk in. Ik kan een voorbeeld geven uit mijn eigen politieke leven. Toen ik twaalf jaar geleden in een piepkleine gemeente burgemeester werd, hadden we een reservefonds van 27 000 frank. We hebben heel hard gewerkt en hebben nu een reservefonds van 1 300 000. Men kan dus inderdaad door herschikkingen veel meer besparen dan nodig is.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Men moet niet hypocriet zijn. De Vlaamse regering moest snoeien in de uitgaven en heeft daarom de jobkorting afgeschaft. De mensen voelen dat rechtstreeks.

De heer Huub Broers (N-VA). - Niet allemaal.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Alle werkende Vlamingen voelen dat. Maar de Vlaamse regering heeft die keuze gemaakt omdat ze andere maatregelen overeind wilde houden. Ook uw partij maakt zulke keuzes.

De heer Huub Broers (N-VA). - Natuurlijk maak ik keuzes. Maar vertel dan dat het niet pijn zal doen. U hebt het misschien niet gezegd, maar de premier wel. Hij heeft het in de Kamer gezegd, waar hij een andere, langere toespraak gehouden heeft dan hier.

De voorzitster. - Laten we naar de heer Broers luisteren. Straks komen de andere partijen aan bod.

De heer Huub Broers (N-VA). - Ondanks het heftige verweer van mijn goede vriend Bert, kan men voor een keer niet zeggen dat het de schuld van de N-VA is. Het is de schuld van de regering zelf en van de partijen die de premier omringden en niets anders deden dan sprokkeltjes verzamelen. Misschien hadden ze beter wat aandacht geschonken aan de voorstellen van onze specialisten.

De voorbije dagen heb ik zeer veel geleerd. Ik heb geleerd dat professoren bestuurskunde en fiscaliteit, specialisten in begroting, er niets van kennen. Dat economen al even dom zijn. Dat de vakbonden en hun achterban zo mogelijk nog dommer zijn. Dat de werkgevers corrupt of dikke egoïsten zijn. Dat heb ik allemaal geleerd.

Bert verklaarde in een zondagskrant dat zowel de werkgevers als de vakbonden individualisten zijn. Stop met die mensen te beledigen want ze moeten rond de tafel zitten om tot resultaten te komen. Gelukkig nodigde een van de werkgeversorganisaties zondag op televisie de vakbonden uit om samen naar oplossingen te zoeken, omdat ze beide blijkbaar niet veel van de regering verwachten.

Dergelijke uitspraken over de werkgevers zullen waarschijnlijk de liberale partner niet erg goed stemmen. Ik ben geen liberaal, maar het voorspelt niet veel goeds voor het budget 2014, tenminste als de vermoedelijke nieuwe voorzitter van Open VLD haar woord houdt.

Wat voor een kippenhok is me dat!

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Dat de UNIZO-voorzitter zegt dat hij nog rond de tafel wil zitten, houdt in dat hij het sociaal overleg wil voort zetten.

De heer Huub Broers (N-VA). - Nee, hij heeft de vakbonden rechtstreeks uitgenodigd omdat hij, naar hij verklaarde, niet veel verwachte van deze regering.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Nee, omdat ze het sociaal overleg willen voortzetten. U bent blijkbaar geen voorstander van het sociaal overleg. Vindt u dat de regering in haar eentje maatregelen moet nemen?

De heer Huub Broers (N-VA). - Ik ben absoluut voorstander van het sociaal overleg, maar dan vooraf. De Vlaamse regering heeft bewezen dat voorafgaand overleg kan leiden tot bezuinigingen bij de ambtenarij. Uw partij en CD&V zitten in die regering en onze partij toevallig ook.

Helaas voor de Vlamingen heeft de regering een vrij onnatuurlijk Franstalig overwicht.

Ik stel vast dat de regering een vrij onnatuurlijk Franstalig overwicht heeft, bovendien met een oppermachtige PS. Anders dan in het verleden is er in deze regering geen Vlaamse politieke formatie die een machtig blok vormt tegen die partij. Daarom vraag ik me af hoe de begroting 2014 zal worden aangepakt. Het politieke gekibbel en het navenante resultaat om het begrotingstekort terug te dringen van 2,8 naar 2,15% van het bruto binnenlands product (bbp) zorgde blijkbaar al voor veel moeilijkheden. Velen stellen zich met ons de vraag of de rekening zal kloppen. Wij denken alvast van niet. Zal men politiek in staat zijn om in 2014 de budgettaire doelstelling, met name een tekort van 1% te bereiken? Dat denk ik niet, zeker als ik voortga op de woorden van minister van begroting Chastel in Metro, waar hij zegt dat 2014 nog veel moeilijker wordt omdat er geen economische groei zal zijn.

Welke voorzorgsmaatregelen neemt de regering voor 2014? Volgens de minister liggen die ook in de meer inkomsten die werden geprogrammeerd voor 2014. Misschien houden sommige politieke formaties al rekening met vervroegde federale verkiezingen in het voorjaar van 2014? Die kunnen dan eventueel een excuus opleveren om geen begroting op te stellen voor 2014!

Alleen de fenomenale regering-Di Rupo is bijzonder alert en verstandig genoeg om te weten hoe een eenheidsworst te prepareren voor een land dat met twee verschillende visies leeft en werkt.

Ik vergat daarnet ook nog het verwerpelijke journaille te vermelden, dat het aandurfde de regering ongelijk te geven en de getroffen maatregelen als ontoereikend te kwalificeren.

In de bovenste lade van de kritiek ligt de N-VA: de domste der dommen, de oenen van deze maatschappij. Een partij die nog nooit iets gedaan heeft, en nooit iets zal doen, behalve kritiek leveren op de door de premier aangekondigde gouden tijdingen! Toch is de N-VA wel de partij die in de Vlaamse regering goed werk levert met Kris Peeters en zijn Vlaamse CD&V en met de sp.a, die in die regering vooral anders redeneert dan de PS in Wallonië. De N-VA bestuurt dus wel met Kris Peeters. Ze hebben daar zelfs samen met de vakbonden resultaten kunnen bereiken over de sanering van de ambtenarij. Anders dan met de federale regering, wordt in Vlaanderen niets opgelegd, maar wordt vooraf overlegd! Besparingen kunnen dus ook met overleg doorgevoerd worden.

Ik hoor het de Vlaamse minister-president vrijdag nog zeggen op de radio: "Zonder iemand lessen te willen geven, stel ik vast dat het hier wel kan dat er akkoorden gemaakt worden met de vakverenigingen en dat we daardoor kunnen besparen zonder dat het een nadelig gevolg heeft voor de Vlamingen". Ik weet niet of hij met die "hier" bedoelde dat het elders, zoals in een PS-staat, niet zou kunnen, maar het lijkt er wel op. Stakingen zoals die bij de NMBS bewijzen dat een eenheidsbeslissing niet meer mogelijk is en zelfs niet meer mag.

Ik beluisterde vorige week een bijzonder interessante radioreportage van Rik Tyrions over het economische succes in Zuid-Duitsland. Hij eindigde zijn bijdrage met drie luttele woorden: "flexibiliteit, flexibiliteit, flexibiliteit".

Wanneer ik die flexibiliteit koppel aan de `hier-uitspraak' van de Vlaamse minister-president, kan ik alleen maar besluiten dat er ook diversiteit bij hoort. In Vlaanderen is men dankzij de flexibiliteit van bestuurders, vakverenigingen en ondernemers wel in staat om tot akkoorden te komen, in het zuidelijke deel van het land, op Duitstalige België na, blijkbaar niet.

Om die reden zijn de voorstellen van de regering helaas een samenraapsel uit verschillende denk- en leefwerelden geworden. Daarom kan echt niet meer goed worden gewerkt met eenvormige maatregelen voor Vlaanderen en Wallonië. Daarom moeten de Vlamingen de Walen een totale vrijheid laten om een economische keuze op hun maat te maken en moeten de Walen de Vlamingen een vrije keuze op hun maat laten maken. Het economische en financiële beleid van de Belgische staat moet volledig worden gesplitst. De sociale wetgeving en het hele arbeids- en werkgelegenheidsbeleid moeten daaraan worden toegevoegd.

De ingrepen mogen niet langer worden beperkt tot samenraapsels zoals vandaag. De meerderheid meent dat ze hiermee goed doet voor iedereen. Ze hoopt dat ze in Wallonië kan zeggen: "Ça c'est pour les flamands" en dat de Vlamingen zeggen: "Dat is voor de Walen". Met andere woorden, de uitleg wordt gesplitst, maar niet het fundament.

Vlamingen en Walen moeten elkaar begrijpen en elkaar met rust laten. Misschien wordt de gedwongen solidariteit die nu van de Vlamingen wordt geëist dan wel een open en vriendschappelijke solidariteit. Ik twijfel persoonlijk niet aan de Vlaamse solidariteit voor Wallonië.

Het is al enkele minuten geleden dat ik het nog had over die verdoemde N-VA. Die partij levert in de huidige Vlaamse regering toevallig de minister van Begroting. Dat gaat dus weer in tegen andere uitspraken dat de N-VA `rien' doet. Dankzij de drie huidige regeringspartijen en dankzij de partijen die vroeger in de regering zaten, is Vlaanderen de enige regio in dit land met een begroting in evenwicht. Vlaanderen is dus ook de regio die het beste bijdraagt aan het budgettaire evenwicht van het hele land. Zoals gezegd is dat mee de verdienste van een N-VA-minister. In plaats van te schreeuwen dat wij niets doen zou beter enige dankbaarheid worden getoond.

Is het vanwege de arrogantie waarmee de federale regeringsploeg ons beschimpt en aanpakt dat ze nooit minder populair is geweest dan vandaag? In een peiling van De Morgen - die bezwaarlijk een N-VA-krant kan worden genoemd - en van VTM bij ruim 2300 Belgen, die voor 20% werd afgenomen na de "State of the Union", krijgt de regering een waarderingscijfer van 4,6 op 10. In Vlaanderen krijgt ze zelfs maar 4,4 op 10. Ze heeft echter geluk: in Wallonië haalt ze 5 op 10. Ze moet dus worden gedelibereerd voor vakken waarvoor het minder goed ging. In september haalde de regeringsploeg nog 5 op 10 in Vlaanderen en 5,5 op 10 in Franstalig België. Voor het onderdeel `Staatshervorming' haalt ze 4,6 op 10. Voor de Vlaamse meerderheidspartijen lijkt het wel het jaar van de kluns te worden.

Dat zal wel weer de schuld van de N-VA zijn, die in de Senaat toevallig wel de grootste fractie is en waarvoor de kleinere Vlaamse fracties geen respect kunnen opbrengen. Het moge hen dan ook goed gaan. Als de Vlaamse meerderheidspartijen dit beleid aanhouden, dan maken ze van de tijd die nog rest tot de verkiezingen een dubbelklunsjaar in 2013.

Trouwens, niemand in dit land gelooft nog dat deze regering het zal volhouden tot de geprogrammeerde verkiezingsdatum in 2014. Onheilsboden en totale verdeeldheid dreigen zich van de groep meester te maken, als ze nog een begroting voor 2014 moet opstellen. Met de geroemde eensgezindheid van vandaag zal dat waarschijnlijk niet lukken.

Voor economie en milieu zakt de score van de regering tot 4,2 op 10. Voor werkgelegenheid en acties om de koopkracht van de gezinnen te behouden zakt de waardering zelfs tot 3,8 op 10.

De premier heeft in zijn toespraak gezegd: "De plus en plus de Belges vivent dans la crainte du lendemain." Hij heeft op dat punt gelijk en na de aangekondigde beslissingen zal ik de premier zeker niet tegenspreken.

Ik besef dat peilingen geen verkiezingen zijn, maar ze geven wel een trend aan. Over het gemiddelde rapport van 5,2 punten voor de premier, en 4,6 punten voor wat zijn score in Vlaanderen betreft, zal ik niet verder uitweiden.

Ik ben verbaasd over de weinig grondige en onvolkomen manier waarop de premier heeft uiteengezet wat er vanaf 2014 in de steigers staat om de economie opnieuw te lanceren of om te besparen. Ik ga niet alles herhalen wat collega Jambon in de Kamer duidelijk heeft gemaakt.

In zijn glorieuze maar toch overwegend saaie toespraak heeft de premier wel wat onjuistheden verteld. Alleen een magistrale staatssecretaris kon zich daar blijkbaar aan opwarmen, en stelde zich voor de camera's op onaangename wijze te kijk als een Vrolijke Servaas ten opzichte van de N-VA en heel Vlaanderen. Zelfs fractieleider van zijn partij wist niet hoe hij daarop moest reageren.

Moet ik de premier nu "un roi sans soleil" of veeleer "un premier sans grand cru" noemen? Als de premier een vergelijking maakt met andere landen, dan moet die vergelijking wel correct zijn. Het uitbundige gewrocht als zou ons land een grotere inspanning leveren dan Nederland, is volkomen fout gekozen. Als grensbewoner met goede contacten met Nederlanders, kan ik ook uitleggen waarom.

In het boodschappenlijstje dat hij zijn begroting noemt, schrijft de premier dat eerst en vooral gezorgd is voor een belangrijke daling van de loonkost die onze ondernemingen benadeelt ten opzichte van de concurrenten. Wie een slecht karakter heeft, kan op basis van de Nederlandse tekst van de verklaring dus besluiten dat de voorgenomen belangrijke daling van die loonkost onze ondernemingen benadeelt.

Ik vind het spijtig dat de regering zich er ten onrechte laat op voorstaan meer te besparen dan in Nederland. De premier zegt er echter niet bij dat in Nederland, in tegenstelling tot in ons land, wél structurele besparingsmaatregelen worden genomen. Op termijn gaan die Nederlandse maatregelen meer resultaten opleveren dan het gemorrel dat onze regering heeft uitgewerkt. In Nederland wordt bovendien aan de uitgavenzijde veel zwaarder bespaard: op een totaalpakket van 16 miljard, wordt daar 10,5 miljard rechtstreeks bespaard op de overheidsuitgaven. Het is dus niet eerlijk om de vergelijking met Nederland te maken op een manier die de bevolking voorhoudt dat de Belgische regering beter werk heeft geleverd dan de Nederlandse regering.

De regering liegt bovendien over de begrotingsinspanning van 16 miljard in Nederland. Het vorige Nederlandse kabinet heeft een inspanning geleverd van 18 miljard, en voordien ging het over 12 miljard euro. De huidige VVD-PvdA-regering voorziet inderdaad in een inspanning van 16 miljard tot 2017, maar daarbij mag het resultaat van de vorige begrotingen niet uit het oog worden verloren. Dat ons land op het vlak van de loonlasten een inhaalbeweging maakt ten opzichte van de buurlanden, is dus helemaal verkeerd. Want als de buurlanden nieuwe maatregelen nemen om hun loonlasten te verlagen, dan spreekt het vanzelf dat ook ons land bijkomende, structurele inspanningen zal moeten doen om die kloof enigszins te dichten.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Ik blijf in het betoog van mijnheer Broers zoeken naar de structurele en geoptimaliseerde besparingen die de N-VA in Vlaanderen doet om het overheidsbeslag aan te pakken. Wat doet de door mijnheer Broers zo bejubelde Vlaamse regering op dat vlak?

De heer Huub Broers (N-VA). - Mijnheer Tommelein, als u daarstraks tijdig aanwezig was geweest, had u kunnen horen hoe ik de vorige minister van begroting, een partijgenoot van u, in de Vlaamse regering daarvoor gefeliciteerd heb.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - De heer Broers pleit voor structurele besparingen in het ambtenarenapparaat en het overheidsbeslag. Wat heeft de Vlaamse regering, waarvan N-VA deel uitmaakt, daaraan al gedaan?

De heer Huub Broers (N-VA). - Vorige week heeft de Vlaamse regering daarover inderdaad een akkoord bereikt. Daarin staat ook dat ze over twee jaar opnieuw dezelfde oefening zal maken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Maar dat akkoord heeft het helemaal niet over het overheidsbeslag en het aantal ambtenaren! Het gaat daarin om besparingen, niet om het aantal ambtenaren. Over dat laatste heeft de Vlaamse regering geen beslissing genomen en bovendien zijn er in werkelijkheid meer en meer ambtenaren aan Vlaamse kant.

De heer Huub Broers (N-VA). - Uiteraard moet er nog, in aansluiting op het akkoord, een formele beslissing van de Vlaamse regering volgen. Hoe dan ook staat in dat akkoord duidelijk te lezen dat één op de drie ambtenaren zal afvloeien, zij het met sociale begeleidingsmaatregelen.

Mme la présidente. - Ce débat est peut-être intéressant, mais nous devons nous limiter ici à la déclaration du gouvernement fédéral.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Ik verdedig uiteraard de aanpak van de Vlaamse regering. Aan Vlaamse kant is afgesproken 100 miljoen euro te besparen. Daarover is terecht een akkoord met de vakbonden bereikt. Het gaat wel niet om een structureel akkoord. Over twee jaar zal immers opnieuw moeten worden bekeken welke maatregelen uiteindelijk de gewenste besparing zullen opleveren. Bovendien heb ik grote moeite met wilde structurele ingrepen in de dienstverlening of in het aantal ambtenaren. Ik kan niet toejuichen dat bepaalde overheden ten koste van alles de dienstverlening onderuit willen halen.

De heer Huub Broers (N-VA). - Ik stel vast dat het debat hier veel geanimeerder verloopt dan in de Kamer. De regering beweert ook dat het gemiddelde gezin niet aan koopkracht inboet en maximaal gespaard blijft. Uiteraard moet iedereen inleveren. Maar de mensen voorhouden dat ze maximaal gespaard blijven, komt neer op eufemisme en verhullend taalgebruik. Daarmee kan de regering misschien een bepaalde achterban sussen, maar waarom vertelt ze de waarheid niet? In mijn ogen wordt de premier meer en meer een "roi sans soleil", gedempt tijdens de nachtelijke uren en schijnstralend overdag. Baudelaire zei het al, de knapste list van de duivel is ons te laten geloven dat hij niet bestaat.

Er zijn bovendien nogal wat onzekerheden. Zo rijst de vraag of de vooropgestelde economische groei wel zal worden gehaald. Volgens Olivier Chastel zal dat niet het geval zijn. Hij deelt daarmee de mening van het IMF, dat een veel minder positief en waarschijnlijk realistischer beeld geeft.

Een bijsturing van die groei naar beneden kan alleen maar leiden tot meer politieke spanningen over de begroting. Er wordt zelfs al in februari of maart een herziening verwacht. Er is niet in een marge voorzien voor het geval de groei niet 0,7%, maar 0,2% bedraagt - zoals het IMF voorspelt - of zelfs 0% - zoals minister Chastel meent.

Ook is het wachten op de analyse van de Europese Commissie over onze begroting. De EU doet bijzonder moeilijk en is er zelfs niet in geslaagd een akkoord te bereiken op de begrotingstop in Brussel.

Inderdaad, in het kader van de herziening van het `Eigen Middelen Besluit' ter financiering van de EU-begroting, stelt de Commissie voor om de inningskosten voor de douanerechten te verlagen van 25% naar 10%. Dat komt erop neer dat België in plaats van de huidige 75% in de toekomst 90% zal moeten doorstorten of wel zowat 250 miljoen euro meer. Ik heb vernomen dat onze premier daar heel kwaad om was op de Europese top. De oorzaak van zijn kwaadheid is dat hij dat verschil niet had ingecalculeerd. Dat geld moet dus ook nog worden gezocht. Er is daarvoor echter geen marge.

Ook het begrip relance komt aan bod in de verklaring. Ik ben geen specialist ter zake en baseer mij dus op mensen die er met kennis van zaken over spreken, afkomstig uit zowel de werkgeverssector als uit de vakbonden. Zij zeggen dat er geen structurele maatregelen zijn genomen. Blijvende maatregelen om de concurrentiekracht van de bedrijven aan te scherpen ontbreken volledig. Het beleid gaat volgens hen veel te traag om een positief effect te hebben op de werkgelegenheid. Dat is niet in het voordeel van de werknemers, want er dreigen helaas nog banen verloren te gaan door het slappe optreden van de regering.

Met 370 miljoen - sommigen ronden naar boven af tot 400 miljoen - was de regering enkele maanden geleden zelfs niet in staat Brussel te reanimeren bij de staatshervorming. Daarvoor had de meerderheid veel meer geld over, waarvoor elke burger meebetaalt. Nu zou dat schamele bedrag de economie moeten doen heropleven! Laten we mekaar toch geen Liesbeth noemen.

De laattijdigheid van de begroting kan ook negatieve gevolgen hebben voor de lokale besturen: de civiele bescherming, de brandweer en de politie. Nergens kan er een degelijke begroting worden opgesteld voor de volgende jaren, omdat door het onstandvastige gedrag van de regering onzekerheid bestaat over de financiële toekomst. Begrotingen van de nieuwe gemeentebesturen zullen vertraging oplopen doordat de regering steeds uitstelde wat ze vorige maand al hoorde te doen.

De premier zegt met enige fierheid dat hij het politiepersoneel met vierhonderd eenheden wil uitbreiden. Dat is goed, maar het zou nog beter zijn als hij vooraf enkele noodzakelijke maatregelen neemt. Zo werken zestig verschillende premies eerder wanorde en slecht werken in de hand, in plaats van een goede werking. Zelfs de politiewereld is het daarmee eens. Dat de premier ervoor zorgt dat die premies worden gecomprimeerd en correct worden gebruikt. Pas dan kan het politieapparaat worden versterkt.

Verder moet ervoor worden gezorgd dat de zones hun geld tijdig krijgen. Het is onaanvaardbaar dat kleinere zones voor een bijkomende toelage moeten wachten tot 31 december. Ik ben voorzitter van een kleinere zone met een jaarlijks budget van 3,5 miljoen euro en de gemeente moet elk jaar 700 000 euro voorschieten voor de politie. Voor de federale regering biedt het uiteraard voordelen om pas te betalen op 31 december, maar voor de werking van de lokale besturen is een vertraging in het federale budget voor een korte tijd een ramp.

Ik eindig in de taal van de premier, zodat hij me zeer goed begrijpt. Hij zei: "Je veux être clair sur ce sujet comme sur d'autres". Welnu, ik zal klaar en duidelijk zijn: monsieur le premier, arrêtez le grand dédain et votre grand mépris pour tous ceux qui vous contredisent. Cela ne vous servira à rien, rien, rien.

M. Philippe Mahoux (PS). - Je ne cherche pas la polémique, vous savez que ce n'est pas mon genre. Cependant, j'ai entendu l'orateur qui m'a précédé à cette tribune déclarer que le premier ministre s'était comporté comme devant un congrès du parti socialiste. Cet orateur ne sait pas de quoi il parle. Il n'a jamais assisté à un tel congrès et ne risque pas de le faire car les participants à un congrès du parti socialiste sont à la fois responsables et solidaires. En d'autres termes, ils prennent leurs responsabilités tout en se montrant solidaires, en particulier de ceux qui sont les plus menacés dans notre société. De plus, ils ne réduisent pas de manière systématique le périmètre de cette solidarité. M. Broers a donc parlé de quelque chose dont il ne connaît pas la substance véritable.

Ensuite, M. Broers a déclaré qu'il y avait des problèmes dont il voulait bien discuter calmement. À entendre le ton de son intervention et à voir sa mine quelque peu vultueuse, je me demande si vraiment ce calme est possible dans son chef. Cela dit, tout le monde peut s'améliorer, moi y compris. S'il s'agit vraiment d'un appel au dialogue dans le but de discuter réellement des problèmes, comment refuser une proposition de cette nature ? Cela étant, je n'ai pas le souvenir qu'au début de la législature, cette volonté de discuter du fond des problèmes institutionnels mais également sociaux et économiques ait été équitablement partagée par toutes les formations politiques du nord et du sud de notre pays. Tout le monde comprendra que la formule est une litote.

Je voudrais dire à M. Broers qu'en tout état de cause, à moins que ma perception n'ait été mauvaise, je n'ai pas eu le sentiment que sa formation ait jamais souhaité aborder ces problèmes.

M. Huub Broers (N-VA). - Monsieur Mahoux, je vous répondrai en français. À entendre vos propos, je pense que vous pourriez me donner la main. Vous faites ce que vous me reprochez.

Je sais parfaitement ce que cela signifie d'être dirigé par des socialistes. Jusqu'en 2000, la commune de Fourons a été dirigée par des socialistes. C'est seulement par la suite que l'on a pu y avancer. Je connais très bien les socialistes et même le ...

M. Philippe Mahoux (PS). - Comme quoi le fait, en l'occurrence très local, de ne pas respecter son concitoyen et son voisin mène parfois à d'importantes prises de responsabilité. Je vois où cela peut conduire.

Je pense avoir ainsi répondu à M. Broers et ce, en dehors de toute démarche polémique - la majorité des membres de cette assemblée l'auront bien compris.

Revenons aux problèmes économiques et humains dont les médias se font presque quotidiennement l'écho.

En Belgique, les fermetures d'entreprises, au nord comme au sud du pays, et les licenciements collectifs s'intensifient. En septembre 2012, le taux de faillites a atteint un niveau record inégalé.

La crise est là, elle est sévère et le gouvernement doit s'en occuper.

En Europe, les dérèglements du monde bancaire et financier ont déclenché des catastrophes touchant de plein fouet les populations : gel des salaires en Angleterre, aux Pays-Bas, en Italie ; baisse des aides sociales en Espagne, en France et en Allemagne ; augmentation généralisée de la TVA en France, en Grèce et en Espagne.

La situation est alarmante pour l'avenir, elle est inquiétante au présent, en particulier pour ceux qui se trouvent dans des situations précaires ou sont en voie d'être déstabilisés.

Elle est préoccupante car les solutions proposées dans certains États aboutissent à une politique d'austérité risquant de peser lourdement sur la vie quotidienne de chacun. Ce n'est pas, il faut le préciser, l'attitude adoptée par notre gouvernement.

Le budget 2013 est bien sûr un budget de rigueur. Il constitue avant tout l'aboutissement d'une négociation difficile et longue entre six partis ayant tous, en raison de leurs particularités - ce qui justifie d'ailleurs leur existence propre - des objectifs différents.

L'exercice est donc complexe et mérite d'être souligné. Il témoigne surtout d'une volonté de maintenir un équilibre nécessaire entre rigueur et pouvoir d'achat, d'une part, entre relance et protection des acquis sociaux, d'autre part.

Dans un contexte socio-économique particulièrement difficile, les mesures prises pour la compétitivité et l'emploi démontrent que le gouvernement assume ses responsabilités après concertation avec les interlocuteurs sociaux.

Comme le premier ministre, nous insistons pour que cette concertation sociale, de l'interprofessionnel à l'entreprise, soit réellement constructive. Elle doit permettre d'aboutir à un accord interprofessionnel plus que jamais nécessaire pour améliorer les conditions de travail et de rémunération des travailleurs les moins protégés.

En consacrant 300 à 400 millions d'euros à la relance économique, le gouvernement a pris une décision essentielle par rapport à la crise et à ses conséquences néfastes sur l'emploi et le pouvoir d'achat des citoyens.

Des mesures précises renforcent cette volonté : réductions de charges ciblées, création d'emploi dans les secteurs du non-marchand et des PME, augmentation du salaire net des travailleurs à faibles et à moyens revenus, relèvement des pensions et des revenus de remplacement gráce à l'enveloppe « bien-être ».

C'est dans cette triple perspective - relance, pouvoir d'achat, emploi - que le PS s'est battu avec pugnacité pour résister à l'austérité européenne et permettre ainsi l'établissement d'un budget n'impliquant ni saut d'index, ni augmentation de la TVA, ni gel des salaires. En effet, l'indexation de ces derniers et des prestations sociales est préservée, l'application des barèmes est maintenue et une marge de négociation est dégagée pour les bas salaires.

Dans le même temps, tout en contrôlant les dépenses de l'État, nous avons lutté pour maintenir des soins de santé de qualité sans augmentation de la contribution des patients.

Ce résultat suppose un effort de tous, mais cet effort est réparti. Il s'avère plus important pour ceux qui disposent de moyens élevés et, dans le secteur des entreprises, pour les holdings.

Comme je l'ai dit au début de cette intervention, les risques inconsidérés pris par les banques pour obtenir un rendement facile ont déstabilisé notre économie.

En décidant de réguler le monde bancaire, de le moraliser si possible et de l'obliger à tenir son rôle dans l'économie, le gouvernement donne une réponse juste et ambitieuse. Au nombre des mesures prévues, nous saluons particulièrement la suppression des avantages exorbitants des dirigeants des banques aidées par l'État. C'était d'ailleurs une demande formulée en son temps par notre groupe. Nous saluons également l'augmentation de la contribution des banques, la hausse du précompte mobilier, la diminution des intérêts notionnels, la séparation prochaine des métiers bancaires qui protégera davantage le citoyen de la spéculation, le retour à l'économie réelle incarné par l'émission future de prêts-citoyens thématiques au service de projets socio-économiques durables.

Pour renforcer ces mesures, il est prévu de lutter activement contre ceux qui fraudent en ne respectant pas les obligations sociales qui s'imposent à tous en ces temps difficiles. Les contrôles seront renforcés et le capital des fraudeurs sera taxé en cas de rapatriement des capitaux de l'étranger.

Ce budget est délicat, témoin de décisions difficiles à prendre mais indispensables pour assainir la situation de la Belgique et relancer notre économie tout en maintenant une protection pour tous, indispensable à la cohésion sociale. L'effort qu'il reflète ne peut cependant se traduire uniquement au niveau national. Il doit s'inscrire dans une perspective européenne de règlement d'une crise bancaire, économique et sociale. Il s'agit dès lors de développer un véritable pacte pour la croissance et l'emploi à l'échelle de l'Union. La responsabilité, le courage et la solidarité constituent les valeurs que traduit ce budget. Nous sommes donc parmi ceux qui le soutiennent.

Mme Zakia Khattabi (Ecolo). - J'ai le sentiment de ne pas avoir lu le même document que M. Mahoux. J'ai attentivement écouté la déclaration du premier ministre et je suis assez dubitative. Je me suis tout d'abord demandé où je me trouvais. J'avais devant moi un chef d'entreprise présentant ses objectifs de l'année. Il a en effet placé la Belgique et ses intérêts dans un environnement concurrentiel.

Le premier ministre veut faire figurer notre pays dans le peloton de tête des États européens et aligner les salaires sur ceux de nos voisins. Toutefois, il ne s'inspire que de ce qu'il y a de pire chez eux. Rien sur la sortie du nucléaire comme en Allemagne, sur l'investissement dans les énergies renouvelables comme aux Pays-Bas ou sur l'impôt sur la fortune comme en France. Rien non plus sur le renforcement de notre État de droit par le biais d'un investissement dans l'accès à la justice et dans la juste rémunération des avocats pour leurs prestations en faveur des plus précarisés. Aucune initiative spécifique n'est prise envers les femmes. On sait pourtant que si la crise touche l'ensemble de la population, les femmes constituent un groupe fragile parmi les plus fragiles.

Faire de la politique, être à la manoeuvre dans la construction d'un avenir meilleur et porteur de sens et d'espoir pour nos concitoyens est une lourde responsabilité, et ce n'est pas que de la simple gestion. Aligner des chiffres et procéder à des économies comme si tout était égal par ailleurs relève de l'escroquerie intellectuelle. Procéder à des coupes linéaires comme si réduire les dépenses de nos administrations et geler les salaires étaient comparables est inacceptable. La technique est au service du projet et non l'inverse. En l'occurrence, nous cherchons encore le projet. Et visiblement vous aussi. Il ne reste dès lors que la technique.

La Belgique est donc gérée comme une entreprise. Dont acte. La rhétorique de la déclaration ne laisse d'ailleurs aucune ambiguïté quant à l'orientation donnée par ce gouvernement. Le premier ministre évoque par exemple, dans le cadre de la relance, une diminution des charges sociales. Je les appelle quant à moi des cotisations. Nous appréhendons la réalité de manière fondamentalement différente.

En ces temps de crise, avec l'objectif de la compétitivité en étendard, notre premier ministre avance comme une réussite le fait que tous les secteurs sont touchés, que toutes les catégories sociales participent à l'effort.

Soyons clairs ! Aucune des mesures permettant de boucler le budget 2013 n'est un cadeau pour la population. Le gouvernement peut continuer à égrener à l'envi ce à quoi nous avons échappé : la hausse de la TVA, la cotisation spéciale de crise et autres mesures, mais il n'en reste pas moins que celles qu'avance le gouvernement sont de nouveaux sacrifices pour nos citoyens : la dégressivité des allocations de chômage, le gel des salaires en 2013-2014, une manipulation du panier de l'index qui va diminuer les revenus réels des citoyens, alors que par ailleurs ce gouvernement continue à amnistier la fraude fiscale et que pratiquement rien n'est fait pour combattre la spéculation.

J'ai entendu le premier ministre prendre l'engagement de défendre une véritable politique industrielle au niveau européen. Très bien ! J'aurais aimé entendre la même volonté, la même détermination à défendre une véritable politique sociale de solidarité européenne.

Le premier ministre s'enorgueillit de la lutte contre la fraude au regroupement familial, mais il offre dans le même temps une nouvelle déclaration libératoire unique aux fraudeurs en col blanc.

La concertation sociale est vidée de sa substance et la concertation avec les entités fédérées est méprisée.

Que dire alors ? Pas grand-chose.

Je conclurai en paraphrasant le premier ministre qui déclarait en 2009 : « Tôt ou tard, les citoyens ne supporteront plus cette humiliation, ce stress qu'on leur impose. La force du désespoir, cela a du sens. Quand on ne sait plus que faire, qu'on a une famille à nourrir, une maison à rembourser, les études des enfants à payer, on a juste le choix entre la révolution et le suicide. Et moi, je plaide pour la révolution. »

Une fois n'est pas coutume, je suis d'accord avec le premier ministre !

De heer Dirk Claes (CD&V). - We beseffen het misschien niet, maar deze dag staat bol van de symboliek. Precies één jaar geleden liep de rente op Belgische staatsobligaties met een looptijd van tien jaar op tot bijna 6 procent en lag het renteverschil met Duitsland, de spread, boven de 300 basispunten. Om het geheugen even op te frissen, citeer ik enkele zinnen van diverse economen uit De Morgen van 26 november 2011: "De tijd dat de Belgische rente rond 4,3 procent schommelde is voorbij. Deze situatie is niet meer te herstellen. We gaan tevreden mogen zijn met een niveau van 5 procent in 2012. Zelfs met een volwaardige regering zal de spread niet significant afnemen."

Vandaag financiert ons land zich via de internationale markten aan een rentevoet die in heel de geschiedenis nog nooit zo laag is geweest, namelijk 2,28% op staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar. De spread met Duitsland is bovendien teruglopen tot 86 basispunten. Vandaag is ons land meer dan ooit een veilige haven voor beleggers, en we willen het graag zo houden. Dit betekent dat we 11 euro per maand en per Belg besparen.

Tijdens de beleidsverklaring vestigde de premier de aandacht op drie belangrijke doelstellingen: de sanering van de publieke overheidsfinanciën, het economisch herstel en de maximale bescherming van het inkomen van onze burgers en bedrijven.

We kunnen vaststellen dat de regering daarin slaagt. Ze heeft de begrotingsdoelstellingen vooral gehaald via besparingen - 1,4 miljard of bijna 38% - om te beginnen bij de federale overheid zelf. Zo hebben minister De Crem en staatssecretaris Bogaert het voorbeeld gegeven door binnen hun respectieve departementen een uitgekiend selectief vervangingsbeleid uit te tekenen. De besparingen in het ambtenarenapparaat hebben een positieve impact op de begroting, zonder de kwaliteit van de dienstverlening in het gedrang te brengen.

Als ik bovendien de cijfers bekijk die een licht werpen op onze werkloosheidgraad, merk ik op dat wij nog steeds bij de beste van Europa zijn. Net zoals vijf jaar geleden is de werkloosheidsgraad in ons land nog altijd 7,4%, terwijl in de Europese Unie dit percentage tijdens dezelfde periode is opgelopen van 7,2% naar 10,6%. In de eurozone is het werkloosheidspercentage zelfs gestegen tot 11,6%. Iedereen moet toegeven dat dit een absoluut succes is van het Belgische beleid van de afgelopen vijf jaar.

Dat neemt echter niet weg dat ons land, vooral met de faillissementen van de jongste tijd, voor diverse uitdagingen staat inzake werkgelegenheid. Met het oog op het wegwerken van de loonkostenhandicap moderniseert de regering in kleine, maar consequente stappen de wet van 1996. Wat opvalt in het laatste rapport van de Centrale Raad van het bedrijfsleven, is dat een deel van de stijging van de loonkosten in 2012 te wijten is aan de "loondrift". Iets wat werkgevers heel goed in de hand kunnen houden. Daarnaast is het onjuist om te stellen dat de lonen de volgende twee jaar niet zullen toenemen. De meeste werknemers zullen immers al in januari hun loon met 2% of meer zien stijgen. De baremieke verhogingen zijn nog altijd mogelijk en door niet te raken aan de index en af te zien van een btw-verhoging blijft de koopkracht behouden.

Het loonkostendebat is bovendien maar één van de vele agendapunten van het sociaal overleg. Ik denk onder meer aan de harmonisering van het statuut van arbeiders en bedienden. Wij roepen de sociale partners op om in een constructieve dialoog met elkaar om te gaan, hun tegenstellingen te overbruggen en een akkoord te sluiten dat de toekomst van onze economie en de werkgelegenheid veilig stelt.

De zespartijenregering is er in deze precaire tijd in geslaagd een evenwichtig akkoord te maken. Het is nu aan de sociale partners om hetzelfde te doen.

De budgettaire politiek waarvoor de regering gekozen heeft, spaart bovendien de middenklasse maximaal. Aanvankelijk stond in de kranten dat de middenklasse geraakt werd, maar wie ze nadien bleef lezen, merkte dat de kranten gas terugnamen. Ik las ook geregeld dat de Vlaamse spaarder getroffen werd. Alsof er een verschillende reglementering was uitgewerkt voor de Brusselse, Waalse en Vlaamse spaarders. Ik heb het begrotingsakkoord bestudeerd, maar vind hier niets van terug.

Wel zorgt deze begroting voor een beperkte verschuiving van de lasten op arbeid naar de lasten op vermogen. Het gaat om een last op het inkomen dat men uit dat vermogen genereert, niet om een last op het vermogen zelf. Sommigen wekken de indruk dat een verhoging van de roerende voorheffing van 21 naar 25 procent de middenklasse geweldig treft. Een koppel met 100 000 euro op een spaarboekje met de maximale intrestvoet van dit moment, betaalt niets extra en met een slechtere intrestvoet, geldt dat zelfs voor een bedrag tot 200 000 euro. Wie 50 000 euro aan kasbons heeft die bijvoorbeeld, 3% opleveren, en 50 000 euro aan aandelen die 3% dividendrendement hebben, betaalt maar 60 euro roerende voorheffing meer per jaar. Dat lijkt me allesbehalve een aanslag op de middenklasse. Overigens betalen actieve koppels uit de middenklasse die met z'n tweeën werken, geen eurocent meer.

Van in het begin van de regeerperiode stelt CD&V dat een begroting op orde de beste relancemaatregel is. Gezien de significante daling van de spread, een beleid geënt op de aanbevelingen van de Europese Commissie en een begroting conform de Europese standaarden, kunnen we besluiten dat de regering daarin geslaagd is.

De Financial Times gaf Steven Vanackere vorige week de titel van meest geloofwaardige minister van Financiën van de Europese Unie. Dit zet de prestaties van ons land op de internationale markten in de verf.

De financiële crisis van 2008-2009 toonde aan dat er nood is aan duidelijke en effectieve regelgeving inzake de crisisbeheersing en de ordelijke afwikkeling van financiële instellingen waarvoor een faillissement dreigde. Beslissingen over banken als Lehman Brothers of Fortis moesten op ultrakorte termijn worden genomen, waarbij alle elementen binnen 24 uur moesten worden verzameld. Onze fractie heeft daarom een voorstel ingediend dat het opstellen van een herstel- en liquidatieplan voor financiële instellingen verplicht maakt. Zo'n plan moet ervoor zorgen dat een financiële instelling op momenten van crisis haar continuïteit kan handhaven en op een georganiseerde manier uit het handelsverkeer kan verdwijnen. We nodigen de regering uit dit wetsvoorstel samen met ons in de Senaat te behandelen.

Als lid van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en de Administratieve Aangelegenheden heb ik met meer dan louter nieuwsgierigheid de ontwikkelingen in dat departement gevolgd. Ik ben tevreden dat veiligheid een prioriteit is en blijft. In 2012 waren er middelen uitgetrokken voor 300 extra agenten; in 2013 zal er een budget zijn voor 400 extra agenten. Veiligheid is een basisrecht en de regering werkt daaraan. Ook de middelen voor de brandweer stemmen ons tevreden, alsook de aanwerving van 121 calltakers in de 112-hulpcentrales. Daar is nog veel werk.

Ik nodig de regering uit om zo snel mogelijk met haar wetsontwerp op de Gemeentelijke Administratieve Sancties voor het parlement te komen en het parlementaire debat daarover te voeren. De gemeenten en de bevolking verdienen rechtszekerheid en duidelijkheid daarover en wel zo snel mogelijk. Als het kan nog dit jaar.

De economische crisis heeft sinds 2008 zwaar toegeslagen en sindsdien is de Europese economie gekrompen. De Belgische economie deed het net iets beter met een bescheiden groei van 2%. Om een referentie te geven: in de periode 1998-2007 is de Europese economie gegroeid met 25%, dus ongeveer 2,5% per jaar. Ik vraag me af of de maatschappelijke actoren wel goed beseffen dat de huidige economische toestand fundamenteel anders is dan in de periode 1945-2007.

In deze context is de laatste tijd overigens zoveel te doen over Duitsland en het Duitse model. Het loont zeker de moeite om de daar genomen maatregelen goed te bestuderen, maar tegelijk was de groei de voorbije vijftien jaar in Duitsland 5 procentpunt zwakker dan in België. Alleen over de laatste vijf jaar doen ze het daar met 1,8 procentpunt beter.

Het is blijkbaar niet altijd bon ton om positief te zijn, maar het feit dat de regering in deze economische context een begroting op orde stelt, is een prestatie die gezien mag worden. Olli Rehn, Europees commissaris voor Economische en Monetaire Zaken, heeft dit reeds uitdrukkelijk erkend.

Er moet mij iets van het hart. Er wordt de regering verweten dat ze geen hoop biedt. De doelstelling van de regering is niet om polarisatie, verzuring of individualisering te voeden. Ze voert geen beleid tegen de Vlamingen of de Walen, tegen de middenklasse of tegen een of andere belangengroep. De regering wil een pro-Europees beleid voeren. Als we niet kunnen geloven dat twee taalgemeenschappen een goed en evenwichtig compromis kunnen bereiken, heeft het weinig zin om te streven naar een sterk Europa met zeventwintig of achtentwintig landen.

CD&V willen meewerken aan een sterk Vlaanderen, in een bestuurbaar land en een krachtdadig Europa.

De heer Huub Broers (N-VA). - Wat de calltakers betreft, ben ik het eens met de heer Claes. Zouden we er echter niet beter voor zorgen dat alle zones in België operationeel worden; nu zijn er dat maar drie. Iedereen heeft daar belang bij, los van de taalgroep waartoe hij/zij behoort.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Een regering moet regeren. Ze moet met andere woorden de staatkundige en maatschappelijke problemen en noden onderkennen en daar structurele oplossingen voor aanreiken of minstens een kader scheppen voor fundamentele oplossingen. Deze regering regeert niet, integendeel, ze negeert de problemen.

De regering negeert de sociaaleconomische dramatische toestand van dit land.

Deze regering en ook de vorige negeren al vele jaren het falende veiligheidsbeleid en de tergende omstandigheden waarin justitie moet werken.

De regering negeert nog altijd de immigratie-invasie die ons land in een wurggreep houdt en de maatschappelijke ravages die worden aangericht door het multiculturele beleid dat de voorbije decennia werd gevoerd.

De regering negeert de crisis waarin de Europese Unie zich bevindt ingevolge fundamenteel foute strategische beleidskeuzes.

En de regering negeert vooral de roep vanuit Vlaanderen voor een fundamentele institutionele omvorming van dit land.

De regering negeert met andere woorden over de hele lijn dat er fundamentele maatregelen en hervormingen noodzakelijk zijn om de twee naties die tot nader order in deze staat leven, opnieuw een toekomstperspectief te bieden. Dat is het waar ik het met de regering vandaag over wil hebben.

Maar laat mij eerst ingaan op de redenen waarom de regering negeert in plaats van regeert. De regering schijnt dit overigens ook zelf goed te beseffen want de eerste minister heeft zijn beleidsverklaring aangevat met te zeggen dat de regering al het mogelijke heeft gedaan in functie van haar samenstelling met zes zeer verschillende partijen en in het kader van de zeer verschillende gevoeligheden en werkelijkheden in het noorden en het zuiden van het land.

Dat is inderdaad de kern van de zaak. Dit land is een gespleten land en een land met twee volkeren geprangd in het Belgische keurslijf waarbij een minderheid een meerderheid gijzelt.

Het is deze situatie, en dat weten wij allemaal, die leidt tot een bijna totale verlamming van het beleid. De beleidsverklaring is daar het perfecte voorbeeld van. Intussen stel ik vast dat staatssecretaris Maggie De Block het halfrond verlaten heeft en dat er bijzonder weinig belangstelling is voor dit debat in de Senaat.

Die situatie van immobilisme heeft geleid tot een aantal halfslachtige maatregelen. Vele kleine maatregelen die niemand tevreden stellen, wat gemorrel in de marge, maar geen fundamentele keuzes, geen structurele hervormingen die op de lange termijn voor een fundamenteel herstel kunnen zorgen.

Volgens de meerderheid is de begroting een stap vooruit, helaas heeft niemand blijkbaar door dat het land voor een afgrond staat.

De krant De Standaard heeft het goed samengevat. In plaats van echt ingrijpende maatregelen te nemen, schrijft de krant, heeft men zich beperkt tot dagjespolitiek en worden de problemen doorgeschoven naar later. Zo dreigt 2013 voor de federale regering een permanent begrotingsconclaaf te worden, meent de krant terecht, want door een aantal onrealistische uitgangspunten bij de opmaak van de begroting, zoals de verwachte economische groei en de bijdrage van de deelstaten, zal in het voorjaar al de aandacht moeten gaan naar de begrotingscontrole en de bijsturing van de begroting. Vervolgens zal de regering onder druk van Europa al in juli de begroting voor 2014 moeten opstellen. Dat belooft een nog moeilijkere oefening te worden dan het nu al was. In het najaar zal opnieuw een begrotingscontrole noodzakelijk zijn, opnieuw een aartsmoeilijke operatie.

Kortom, "Het Europese begrotingstraject verder volgen, wordt een helse job", zoals de krant terecht kopte.

De federale Belgische overheidsschuld blijft torenhoog, maar liefst 368,5 miljard euro. Dat is bijna 100% van het bbp.

Het is belangrijk dat cijfer ook nog eens naar voren te brengen.

Een andere maatregel is de zoveelste ronde fiscale regularisatie waaraan ook een aanpak van de fiscale fraude wordt gekoppeld. Dat bewijst dat sociale fraudeurs, waarvan er in dit land heel wat zijn, en fiscale zondaars tot op heden altijd met rust zijn gelaten. Blijkbaar zijn er nog altijd die hun toestand kunnen regulariseren. Ook de strenge aanpak, met celstraffen tot vijf jaar is eigenlijk lachwekkend als daaraan geen rechtvaardig vervolgings- en strafuitvoeringsbeleid wordt gekoppeld. De fiscale fraudeurs lachen eens heel goed in hun linkervuistje en ze houden hun rechtervuistje open om nog rijker te worden.

Over het relanceplan voor 2013 met maatregelen ter waarde van 300 miljoen euro kan ik zeer kort zijn. De economie heeft inderdaad geld en ruimte nodig. Ik zou echter voorstellen om in de eerste plaats te stoppen met het saboteren en pesten van ondernemers. Dat zou al een hele stap in de goede richting zijn. Wat is nu 300 miljoen euro? Om daadwerkelijk een structurele impact te hebben op de economie en de economische groei en om tewerkstellingseffecten te creëren moet dat bedrag volgens mijn partij minstens tien maal zo hoog zijn. Frankrijk kan hierbij als voorbeeld dienen: het investeert maar liefst 10 miljard euro op jaarbasis. Het is weliswaar een groter land, met een grotere economie, maar voor een echt relanceplan zou de regering toch een inspanning naar verhouding moeten doen.

De werkende middenklasse zal inderdaad de prijs moeten betalen voor het falen van de regering op sociaal en economisch vlak. De jongste maanden zijn heel wat jobs verloren gegaan. Het aantal faillissementen stond in oktober op het hoogste peil ooit. Er zullen nog jobs verloren gaan. Dat is echter niet alles: ook loon naar werken zal er niet meer zijn. Wie gewerkt heeft en nog geld over heeft om te sparen zal op de opbrengst van dat spaargeld maar liefst 25% roerende voorheffing betalen. Die voorheffing stijgt in sommige gevallen van 0% naar 21 tot 25%, en soms van 15% tot 25%. Die enorme stijgingen moeten worden betaald op de opbrengsten van het spaargeld, dat ook door de middenklasse wordt verdiend en wordt geïnvesteerd in obligaties, aandelen, kasbons en dergelijke. Nochtans is bij de verwerving van dat spaargeld reeds belasting betaald.

De eerste minister, die hier vandaag niet aanwezig is, gedraagt zich met zijn beleidsverklaring als een baby Brezjnev. Brezjnev zag destijds dat het socialisme in de toenmalige USSR in verval raakte, maar hij negeerde het. De sovjet-machthebbers bleven hardnekkig voortgaan met het collectivistische beleid dat presteren strafte en parasiteren beloonde. Net zoals Brezjnev de ineenstorting van de USSR negeerde, blijft ook premier Di Rupo blind voor de implosie van België.

In zijn beleidsverklaring beweerde de premier dat de veiligheid van de burgers een absolute prioriteit is. Ik denk daar het mijne van. Hij stelde dat politie en justitie gespaard zouden blijven van besparingsmaatregelen. Uiteraard zouden we blij moeten zijn dat prioritair wordt ingezet op veiligheid. De erg slappe ambities voor 2013 op het vlak van veiligheid en justitie doen mijn enthousiasme heel snel afnemen. Dat politie en justitie uit de greep van de besparingen blijven durf ik te betwijfelen. Dat wordt wel beweerd, maar justitie draait al jaren mee op voor regeringsbesparingen. Enkele maanden geleden gaf de woordvoerster van minister Turtelboom al toe dat de belofte om justitie niet te laten bijdragen aan de begrotingssanering, niet realistisch was en dat alle departementen binnen justitie de broeksriem zouden moeten aanhalen. Ook het gevangeniswezen en de magistratuur zouden volgens haar niet aan besparingen ontsnappen. In plaats van besparingen zijn extra inspanningen voor politie en justitie nodig om die departementen een kans te geven om de veiligheid van de burger ook daadwerkelijk te waarborgen.

Daarnaast oogt de verklaring van de regering heel mager op het vlak van het veiligheidsthema. Er wordt immers vaak verwezen naar eerder gemaakte beloften of realisaties.

Zo was al bekend dat de 32 hulpverleningszones rechtspersoonlijkheid hebben gekregen. Het is evenmin nieuw dat er 400 aspirant-agenten worden opgeleid. En het is ook al langer geweten dat de wetgeving om de overlast te bestrijden, wordt aangepast.

Er wordt daarentegen in de beleidsverklaring niets gezegd over het politioneel kerntakendebat dat volgens het regeerakkoord zou worden gevoerd. Dat akkoord voorzag er bijvoorbeeld in dat de politie geen bewakingsopdrachten meer zou uitvoeren. Wanneer zal de regering die belofte nakomen? En wanneer kunnen we het wettelijk kader verwachten dat de politiezones aanmoedigt om te werken aan schaalvergroting?

De premier heeft het in zijn beleidsverklaring ook niet gehad over andere belangrijke aspecten uit het regeerakkoord. Geen woord over de nood aan extra-middelen om tegemoet te komen aan de kritieke situatie bij het Brusselse Hof van Beroep, waar meer dan 12 000 dossiers wachten op behandeling. De uitblijvende werklastmetingen of de bilaterale akkoorden om buitenlandse criminelen hun straf te laten uitzitten in hun thuisland, kwamen evenmin aan bod.

Nog minder kom ik te weten over de overheveling van bevoegdheden. Wanneer zullen de deelstaten mee zeggenschap hebben over het vervolgingsbeleid en over de richtlijnen binnen het strafrechtelijk beleid? Hoever staat het met de communautarisering met betrekking tot de justitiehuizen? En wat met het jeugdsanctierecht? Vanaf wanneer zullen de gemeenschappen betrokken worden bij de strafuitvoeringsrechtbanken?

Er is dus een hele waslijst van onderwerpen waarover de regering beloftes had gedaan, maar waar de beleidsverklaring over zwijgt.

Er is evenwel één heel klein lichtpuntje: de voorwaarden om voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld, zouden worden verstrengd. Helaas wordt die ambitie volledig uitgehold: de regering beperkt zich namelijk ter zake tot de zeer zware misdaden met de dood tot gevolg. Dat is een gemiste kans om elke straf voor elke misdaad onverkort te laten opleggen. De regering spreekt zelfs niet meer over een door de rechter ingestelde beveiligingsperiode.

Kortom, de regering laat uitschijnen dat veiligheid en justitie voor haar absolute prioriteiten zijn, maar in wezen wordt aan de toenemende onveiligheid en criminaliteit heel weinig gedaan. De regering beperkt zich tot een nieuw rondje aankondigingspolitiek, dat weinig goeds belooft en zeker niet ambitieus genoeg is. Maar dat verwondert me niet. Binnen de Belgische context zal justitie immers nooit kunnen waarmaken wat de overgrote meerderheid van de Vlamingen ervan verwacht.

Ik was ook geschokt toen ik de eerste minister hoorde zeggen, en ik citeer: "Het solidaire en verantwoordelijke Europa waar België voor staat, is ook een Europa dat openstaat voor de wereld en dat mee streeft naar vrede en welvaart. Een Europa dat democratische transities begeleidt, denk maar aan de Arabische lente."

Mijn mond viel open van verbazing toen ik dat hoorde. Van die democratische transities in de Arabische wereld heb ik eerlijk gezegd nog niets gemerkt. De zogenaamde Arabische lente is eerder een Arabische winter aan het worden. In Egypte en Tunesië zijn de fanatieke moslimbroeders en salafisten aan de macht gekomen. In Libië dreigt hetzelfde te gebeuren. Beseft men dan niet dat islam en democratie geen synoniem zijn, maar dat dat islam en democratie haaks op elkaar staan? De machtsgreep van de Egyptische president en moslimbroeder Mursi is daar ook het perfecte voorbeeld van. De Arabische lente is in de praktijk de overgang geworden van een seculiere naar een religieuze dictatuur. "Allah akbar" betekent in de Arabische wereld, maar meer en meer ook hier, "weg met de democratie".

In de beleidsverklaring worden slechts twee zinnen besteed aan het voor vele burgers belangrijk probleem van de immigratie, namelijk de invasie van illegalen, de onophoudelijke toestroom van echte en valse asielzoekers vanuit de ganse wereld. In de beleidsverklaring worden op dat vlak geen oplossingen naar voren geschoven.

Uiteindelijk onderneemt de regering niets en verkoopt ze enkel praatjes. "Tout va très bien, madame la marquise", zo wil het althans de denkbeeldige multiculturele wereld. In de echte wereld gaat de immigratie van kwaad naar erger. Dat meer mensen vrijwillig terugkeren, is natuurlijk positief, maar die oplossing zal niet meer dan een druppel blijven op een hete plaat.

De regeringsverklaring biedt ook geen enkele aanzet tot het systematisch, gedwongen uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers, tot het verstrakken van de asielprocedure, tot het consequent aanpakken van volg- en huwelijksmigratie. Terwijl hangmatallochtonen die van onze sociale zekerheid profiteren, met hele handvollen geld krijgen, moet de bevolking de broeksriem aanhalen. Het immigratieprofitariaat kost aan ieder gezin jaarlijks gemiddeld 1500 euro en alleen al in Vlaanderen komt de immigratie-invasie jaarlijks op twee miljard euro. Beperk daarom de toegang van vreemdelingen tot onze sociale zekerheid, stuur profiteurs, illegalen, criminelen en asielbedriegers terug naar huis, maak dus werk van een consequent "eigen volk eerst"-beleid en bespaar daarmee honderden miljoenen, ja zelfs miljarden per jaar!

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Ik kan veel verdragen, maar geen toogpraat. Tegenover vorig jaar is de instroom van vreemdelingen gedaald met 12%, terwijl de vrijwillige terugkeer met meer dan 40% is gestegen. Ook de gedwongen terugkeer is toegenomen, met 18% namelijk. Die resultaten heeft de regering behaald door echt maatregelen te nemen, niet door te zwetsen. Als het mevrouw Van dermeersch ernst is met het dossier, dan moet ze er de cijfers bij halen. Dat zou haar ervoor behoeden vele domme uitspraken niet meer te herhalen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Mijn woorden zijn misschien anders overgekomen, maar ik heb duidelijk niet willen beledigen.

De heer Dewinter die het dossier voor onze fractie behartigt, heeft eerder zelfs de staatssecretaris gefeliciteerd. Het gaat inderdaad een heel klein beetje beter met de cijfers. Maar uiteindelijk blijft het een druppel op de hete plaat, want er kunnen geen miljoenen, maar miljarden worden bespaard. Om dat mogelijk te maken, moet ons land de regels consequent toepassen tegenover de vele illegalen die er nog zijn. Ons land betaalt hen uit, maar laat zijn eigen volk als laatste aan de beurt komen. Voor dat volk doe ik aan politiek en sta ik hier vandaag. Het kan niet dat onze alleenstaande vrouwen met kinderen bij het OCMW moeten toezien hoe belastinggeld toevloeit naar mensen die daar geen recht op hebben en meermaals langs de kassa passeren. Ik begrijp volkomen hun frustratie en raad de staatssecretaris aan de taal van die vrouwen te spreken. Dat kan door voortaan geen miljoenen, miljarden zelfs, meer te verspillen aan mensen die hier absoluut niet thuishoren. Daarop blijf ik hameren.

In de beleidsverklaring staan ook enkele paragrafen over de staatshervorming. Dat is niet de staatshervorming waar Vlaanderen al jaren om vraagt. Zelfs als ik mij beperk tot wat nu voorligt, blijf ik nog met een aantal vragen zitten. Eigenlijk vernemen we niets nieuws, behalve dan misschien dat binnenkort, wanneer is dat feitelijk, de eerste minister met de ministers-presidenten gaat samenzitten om te overleggen.

De enige boodschap is dat men op schema zou zitten. Maar is dat wel zo? Ik hoor Vlaams minister president Kris Peeters al geruime tijd zeggen dat hij zich ongerust maakt over de uitvoering van de staatshervorming, dat het allemaal veel te traag gaat, dat hij geen informatie krijgt.

Daar tegenover staat in Le Soir van 16 november jongstleden dat de effectieve overdracht van de bevoegdheden pas voor 2015 zal zijn en niet voor 2014, ook al worden de wetgevende teksten in de loop van 2013 gestemd. Want, zo zegt men: om budgettaire redenen moet de overdracht van bevoegdheden op 1 januari plaatsgrijpen en dat zal dus niet meer voor de begroting van 2014 kunnen gebeuren, maar pas voor de begroting van 2015. De krant Le Soir voegt eraan toe: "Une très mauvaise nouvelle pour les partis flamands", uiteraard doelend op de traditionele partijen die met lege handen naar de verkiezingen zullen moeten en daardoor terecht het risico lopen een pak rammel te krijgen van de moe getergde Vlaamse kiezer.

Hoe zit het dus werkelijk met de timing van de staatshervorming?

Zullen de deelstaten op 1 januari 2014 over deze bevoegdheden kunnen beschikken, of zal het 1 januari 2015 of een ander tijdstip zijn?

Over het financiële plaatje van deze bevoegdheidsoverdrachten werd evenmin iets gezegd. Nochtans draait het altijd daarom, om de centen.

Samen met de bevoegdheden die worden overgedragen zou slechts een deel van het budget dat daarmee samenhangt mee verhuizen.

Een lepe truc die de federale begroting weliswaar deugd kan doen, maar die de deelstaten wel in moeilijke papieren brengt. Alleen al voor Vlaanderen zou het gaan om 300 miljoen euro aan middelen.

Bij elke begrotingsopmaak van de jongste jaren duiken de usurperende bevoegdheden telkens opnieuw op als een besparingsmogelijkheid voor de federale overheid.

Ook nu is dat in de loop van de discussie aan bod gekomen en zou het naar verluidt zijn opgenomen in de besparingsmaatregelen van de regering.

Ik heb daar alleszins niets van teruggevonden in de beleidsverklaring. Waarom? En als mijn info juist is, wat zijn de modaliteiten dan van deze overdracht, of beter van het afbouwen van de activiteiten van de federale overheid op deze bevoegdheidsdomeinen?

Wat gebeurt er meer concreet met de engagementen die de federale overheid op deze vlakken heeft ten aanzien van derden?

Worden die afgewenteld op de deelstaten, of hoe moet men dat concreet zien? Ik hoop van minister Laruelle een antwoord te krijgen op deze concrete vragen over de staatshervorming. De eerste minister zou mij er zeker kunnen op antwoorden, want hij kwam tenslotte de regeringsverklaring met grote verregaande hervormingen op staatkundig vlak voorlezen.

De gemeente- en provincieraadsverkiezingen hebben hun schaduw geworpen op de federale verkiezing van 2014.

De eerste minister beseft beter dan wie ook dat hij wellicht de laatste premier van België zal zijn. Hij zal de geschiedenis ingaan als de Belgische eerste minister die het licht in de Wetstraat zal uitdoen.

Hij heeft in de Kamer een brief voorgelezen van Kevin en Frédéric. Zou het antwoord aan beiden niet beter zijn dat ze elk hun weg kunnen gaan in onafhankelijke en vrije staten? Pas in een dergelijke context zullen de voorwaarden geschapen zijn om beide volkeren van het land opnieuw een toekomstperspectief te bieden, pas dan zullen ze hun lot in eigen handen kunnen nemen en volgens eigen inzichten en noden de maatregelen kunnen nemen die noodzakelijk zijn om uit de diepe staatkundige, maatschappelijke en sociaaleconomische crisis te raken waarin het land verzeild is geraakt.

Pas dan zullen er regeringen kunnen zijn die niet veroordeeld zijn om te negeren, maar die effectief in staat zullen zijn om te regeren.

De regering heeft gekozen voor een lange lijdensweg, voor het in stand houden van wat al ten dode opgeschreven is, en daar zal de bevolking jammer genoeg een zware prijs voor betalen. Daar is de regering in zeer grote mate verantwoordelijk voor.

Mme Christine Defraigne (MR). - Je remercie les ministres d'être présents. Il faut dire qu'en début de séance ils étaient plus nombreux que les sénateurs dans l'hémicycle. C'est vrai que nous avons l'habitude de tenir les débats après que les textes ont été votés à la Chambre et débattus sur les plateaux de télévision. Comme j'ai coutume de le dire, nous faisons cet exercice en espérant que le Sénat apportera une plus-value.

Il aura fallu un mois de travail pour arrêter le budget 2013. Il est vrai que l'ampleur de la táche à accomplir était énorme étant donné la situation exceptionnelle de crise financière et budgétaire dans laquelle se trouve plongée une grande partie de notre environnement européen.

Il fallait trouver 3,44 milliards d'euros pour atteindre l'objectif européen de 2,15% du PIB et essayer de parvenir à l'équilibre à l'horizon 2015.

Ce budget, que certains ont trouvé sans vision et sans audace, est intéressant en ce sens qu'il ne prévoit ni augmentation de la fiscalité sur le travail, ni cotisation spéciale de crise, ni augmentation de la TVA. Il a réussi à éviter les écueils idéologiques et à franchir le fossé qui séparait les uns et les autres.

Par ailleurs, je me réjouis que le gouvernement ait revu et simplifié le système de perception du précompte mobilier. C'est une bonne chose étant donné la complexité du système mis en place fin 2011.

Je ne sais pas si l'on peut parler d'ultime opération de régularisation des capitaux - en 2003, nous débattions déjà de la DLU qui, d'unique, est devenue quasiment permanente et multiple - mais je note que cette opération permettra de récupérer 500 millions d'euros sans imposer nos concitoyens.

En matière sociale, le gouvernement a fait preuve de responsabilité en prenant une mesure courageuse qu'est la modération salariale. Une fois encore, il a fallu faire preuve de créativité pour éviter le saut d'index, le gel des salaires et trouver cette formule qui est de nature à relancer la compétitivité de nos entreprises. À cet égard, outre la réduction des charges salariales envisagée, 300 millions d'euros en 2013 - et 400 millions d'euros par la suite - sont prévus pour soutenir l'emploi et nos entreprises. Notre économie avait besoin d'oxygène.

Les mesures ont été décrites et commentées à l'envi lors des débats à la Chambre et sur les plateaux de télévision. La vision que nous en avons est évidemment différente suivant que l'on fait partie de la majorité ou de l'opposition, mais je souhaiterais faire une remarque qui me paraît importante. Nous sommes à la veille de transferts de compétences vers les régions et nous n'aurons pas de vision d'espoir si les entités fédérées ne sont pas associées et ne prennent pas leur part de l'effort.

Nous sommes en effet confrontés, tant au nord qu'au sud du pays, à une désindustrialisation marquante, galopante, à un délitement de notre tissu industriel et nous ne pourrons pas nous relever si nous ne recréons pas les conditions d'un environnement sain et plus propice à nos PME et si nous ne procédons pas à une réindustrialisation de notre économie. C'est un des gros défis que les entités fédérées devront relever.

J'ajoute, et c'est le deuxième type de remarques que je voudrais formuler, que l'on a fait beaucoup d'économies dans les différents départements, notamment régaliens, même si des investissements en matière de police, des engagements sont envisagés, mais que certains départements sont quant à eux touchés jusqu'à l'os, pour ne pas dire la moelle, ce qui implique la nécessité, le courage et l'audace de se moderniser, de se réformer. Je pense au département de la Justice. On voit les débats qui agitent les coulisses des prétoires avec le mécontentement des avocats.

Nous avons voté la réforme Salduz, le gouvernement et le ministre de la Justice de l'époque s'étant engagés à libérer les moyens nécessaires. Si cette réforme n'est pas tenable, il s'agira d'en tirer les conclusions. Une profession ne peut être réduite au bénévolat ; elle ne peut se voir demander d'accomplir des táches d'intérêt public et d'intérêt général sans être rétribuée. Il faudra avoir le courage de procéder à des évaluations et à des réformes si nécessaire.

Qu'en est-il de la réforme du paysage judiciaire ? Elle ne pourra se réaliser que lorsqu'on aura progressé en ce qui concerne la mesure de la charge du travail, ce qui, semble-t-il, n'est pas encore le cas.

Parmi les réformes fondamentales, je citerai la réforme de l'aide judiciaire. Un groupe de travail devait être mis sur pied. Où en est-on ?

Ce budget, quelles que soient les matières que l'on envisage, ne pourra donner sa pleine mesure que si on a le courage de réévaluer en profondeur certains éléments, particulièrement dans les départements régaliens qui doivent assurer leur mission sociétale fondamentale.

Nous aurons certainement l'occasion de revenir sur le sujet point par point. Le Sénat ne votant pas le budget, il a toujours un temps de retard par rapport au débat à la Chambre. Le Sénat ne vote pas la confiance au gouvernement, mais il peut agir sur un certain nombre de textes de projets qui y sont déposés - projet de lois-programmes ou de dispositions diverses.

Selon moi, ce budget est équitable, équilibré. On l'a dit, ce n'est pas un triomphe, mais c'est une façon de faire face aux difficultés.

(M. Francis Delpérée prend place au fauteuil présidentiel.)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het debat is vorige week al grotendeels in de Kamer gevoerd. Wat is de meerwaarde van het opnieuw voeren van dat debat in de Senaat? Misschien kunnen we de grote lijnen bekijken en vaststellen hoe er gereageerd werd op het akkoord over de begroting voor 2013 en het relancebeleid.

Woensdag ben ik fel geschrokken toen ik de kranten las. De werkgevers waren niet tevreden en de werknemers evenmin; de commentatoren hadden veel kritiek. Ik vraag me af waarop dat gebaseerd is, behalve dan op karikaturen en stemmingmakerij. Van de oppositie kunnen we dat verwachten. Van de commentatoren echter niet en evenmin van de sociale partners. Dat heeft mij fel ontgoocheld. Dat is maar te verklaren door het feit dat al die belangengroepen alleen maar naar het belang van hun achterban hebben gekeken. Nooit hadden ze aandacht voor het algemeen belang.

Sinds het aantreden van de regering wordt ze onthaald op hoongelach: de regering doet niet en moddert maar aan. Toch is het al een hele tijd geleden dat er nog zulke ingrijpende besluiten werden genomen. De Vlamingen hebben het psychologisch misschien moeilijk met een Franstalige eerste minister, maar we kunnen, objectief bekeken, niet zeggen dat de regering geen beslissingen neemt.

De regering heeft in iets meer dan een jaar voor achttien miljard hervormingen doorgevoerd. Dat is gigantisch. Staatssecretaris Crombez vertelde me dat er wel eens een vergelijking wordt gemaakt met de tijd dat premier Dehaene zwaar moest bezuinigen en voor 500 miljard frank bezuinigde. Nu gaat het om 18 miljard euro. Dat is veel meer dan die 500 miljard frank, dat is meer dan 700 miljard frank.

Hoe verdeelt de regering die lasten? Legt ze de lasten volledig op de werknemers? Ik denk het niet. Legt ze de lasten volledig op de werkgevers? Ik denk het niet. De regering verdeelt ze op een correcte wijze: de sterke schouders moeten inderdaad meer lasten dragen en dat is maar rechtvaardig ook. Wie de begroting analyseert, ziet dat de grote middengroep zijn koopkracht behoudt.

In nagenoeg de rest van Europa worden zware besparingen doorgevoerd op de kap van de mensen en wordt er sterk ingegrepen op de koopkracht. Door de index te hervormen, maar de indexkoppeling te behouden, behoudt in ons land de grote middengroep zijn koopkracht. Ook dat is een belangrijk onderdeel van een relancebeleid: het behoud van de koopkracht zorgt ervoor dat mensen kunnen consumeren. In heel wat andere Europese landen komt de koopkracht zwaar in het gedrang, wat zeer nefast is voor de consumptie en waardoor geen relance mogelijk is. In ons land niet. Geef toe: dat is een objectief feit!

De laagste inkomens, de laagste uitkeringen en de laagste pensioenen zullen er qua koopkracht op vooruit gaan. Deze regering doet inspanningen om de laagste inkomens en pensioenen te verhogen. Welk ander land in Europa of in de eurozone doet ons dat na? Daarover hoor ik niemand, alsof het niet belangrijk is.

Degenen die het goed hebben, zullen inderdaad een beetje koopkracht moeten inleveren. Is het niet logisch dat, wanneer 18 miljard euro moet worden bespaard, de breedste schouders ook de zwaarste lasten dragen?

De regering bestaat uit liberalen, christendemocraten en socialisten, niet de meest vanzelfsprekende combinatie. Toch heeft ze geen akkoord bereikt dat alleen liberaal is of alleen socialistisch is; het is een akkoord met een correcte keuze en een correct evenwicht.

De koopkracht is volgens mij, samen met de lastenverschuiving, een belangrijk onderdeel van het relancebeleid. Net als in de begroting 2012 is er in de begroting 2013, voor de tweede maal in de geschiedenis van ons land, een verschuiving van de lasten op arbeid naar lasten op vermogen. Het eindpunt is echter nog niet bereikt. Samen met onze fractie ben ik ervan overtuigd dat we in de toekomst nog verder die weg moeten volgen; het is een geleidelijk proces. Nu is er een verschuiving ten belopen van een half miljard van lasten op arbeid naar lasten op vermogen. Wie zegt dat het allemaal niet genoeg is of te laat komt, doet alsof er geen economische en financiële crisis is.

We zullen er grondig over moeten nadenken of we de komende jaren de sanering van de overheidsfinanciën op dezelfde wijze moeten voortzetten. Dat debat moeten we echter in Europees verband voeren. De sp.a is van oordeel dat de overheid in tijden van een zware economische crisis eerder moet investeren in de economie en niet te zwaar mag besparen. Wij zijn er als enig land wel in geslaagd, tegen de stroom in, de koopkracht niet in gevaar te brengen.

Dat is het verhaal dat we moeten vertellen! Dat de werkgevers niet helemaal gelukkig zijn, begrijp ik. Dat de werknemers niet helemaal gelukkig zijn, begrijp ik ook. Ik begrijp dat niemand 100% gelukkig is. We zitten nu eenmaal in een crisistijd, waarin iedereen zijn steentje moet bijdragen.

Dat de regering keuzes heeft gemaakt, dat is wel duidelijk. Het is ook niet de eerste keer. De 3,5 miljard kaderen binnen de maatregelen die de regering al had genomen voor 2012 en die in 2014 zullen worden voortgezet. Sommigen richten nu al hun pijlen op de begroting 2014. Natuurlijk zal die begroting niet eenvoudig zijn en een ongelooflijke klus voor de regering worden. Voor 2012 en 2013 heeft de regering de klus geklaard. Waarom zal ze dat voor 2014 niet kunnen?

Ik heb niemand in de oppositie de regering horen feliciteren omdat het tekort tot 2,15% gedaald is. Alsof niemand in de oppositie dat belangrijk vindt, alsof dat niet essentieel is voor de ondersteuning van de economie.

Deze marxistische regering heeft dus straffe zaken gedaan! Ik las vandaag zelfs in De Morgen dat de federale regering eigenlijk een N-VA-programma aan het uitvoeren is en de Vlaamse regering een PS-programma. Ik laat dat voor rekening van de auteur. De waarheid ligt wellicht in het midden. Ik ben in elk geval blij dat de socialistische partijen, PS en sp.a, mee in de regering zitten. Het verschil met de rest van Europa is wel duidelijk, als het gaat over koopkracht en als het gaat over bescherming van wie inspanningen doet, of als het gaat over bescherming van de zwaksten in onze samenleving. Ik ben fier dat sp.a en PS het been hebben stijf gehouden en ik ben blij dat de andere partners dat ook hebben ingezien. Met de zes partijen hebben we een project gemaakt waarop we allen trots mogen zijn.

Ik besluit. Vandaag heb ik weinig inhoudelijke commentaar gehoord en weinig reactie op de concrete voorstellen die in het regeringsakkoord staan. Ik ben blij dat de heer Claes ze voor ons nog eens heeft opgesomd. Dit is een rechtvaardige begroting die perspectief geeft op een betere economische en financiële situatie in ons land. Dat was de uitdaging die de regering is aangegaan.

Het palmares van de regering is groot. Er zijn terecht vragen gesteld over de staatshervorming; we moeten duidelijkheid hebben over hoe we die verder gaan aanpakken. We moeten weten wanneer de hervorming van de Senaat, de financieringswet en de bevoegdheidsoverdrachten zullen worden behandeld. Dat zijn bijzonder zware dossiers. Daarnaast moet de regering heel het relancebeleid voortzetten. Ik vraag de regering wel om niet elke dag tegen elkaar op te bieden op de stoep van de Wetstraat.

De heer Filip Dewinter (VB). - Ik heb gewacht tot de heer Anciaux het zou hebben over de staatshervorming. Ik merk dat zijn loyauteit tegenover Di Rupo en de alliantie sp.a-PS bijzonder groot is. Dat zal wel te maken met het feit dat hij nu als fractieleider op het rode pluche mag zetelen. Waar is de Vlaams-nationalist Bert Anciaux naartoe? Ik lees dit weekend in een krant onder de grote titel "Ik geloof in België" een interview waarin de heer Anciaux zijn liefde voor het unitaire België uitschreeuwt. Hij zegt dat hij gelooft in de nieuwe samenleving in België. Hij stelt dat hij ooit wel kritisch is geweest, maar dat dit nu allemaal voorbij is, nu er wederzijds respect is tussen de gemeenschappen. Met Di Rupo en de PS komt het allemaal wel goed. De heer Anciaux is met andere woorden van het Vlaams-nationalisme overgestapt naar het socialistische Belgische unitarisme. Hij is nu totaal ongeloofwaardig: hij is een huurling, een mercenair van de Parti Socialiste en van Di Rupo geworden ...

Ik herinner mij hoe Bert Anciaux samen met de huidige fractieleider van Open Vld, Bart Tommelein, en Bart Somers in het Kuipke in Gent op het podium verscheen met een spandoek van de Volksuniejongeren waarop stond `Republiek Vlaanderen'. Ik heb daar zelfs nog een foto van. Vandaag heeft Bert Anciaux de rol aangenomen van de verdediger van Di Rupo en van het Belgique à papa. Daarbij laat hij toe dat de Walen met de huidige regering een rooftocht organiseren in Vlaanderen. Hij is niets meer of minder dan een huurling.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Was dit de bijdrage van de heer Dewinter tot het inhoudelijke debat?

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik heb de heer Dewinter laten praten, razen, vertellen en mij laten beledigen zoals hij dat als de beste kan. Eigenlijk ben ik niet veranderd. (Protest). Sommigen beweren dat. De heer Dewinter haalt hier uitspraken aan. Sommigen zullen mij aanmanen om niet te reageren op de onzin die de heer Dewinter vertelt. In een parlement moet men echter reageren op alles wat men wordt verweten.

Ik heb inderdaad gezegd dat we nu in de 21e eeuw leven, in een toestand waarin Vlaanderen en de Vlamingen in grote mate de lakens uitdelen in België. Ze hebben het grootste deel van de macht, dragen verantwoordelijkheid en maken de meerderheid uit. Een gemeenschap die economisch en financieel zo machtig is en bovendien de meerderheid uitmaakt, kan niet langer de underdog uithangen en een calimerocomplex koesteren. Ze moet ofwel haar verantwoordelijkheid voor het land opnemen, ofwel moet ze zich afscheiden.

Het Vlaams Belang heeft zijn keuze gemaakt. Ik heb altijd gezegd dat ik de meerwaarde van België wil zoeken. Dat staat ook in het artikel waarnaar de heer Dewinter verwijst. Ik heb echter daaraan ook voorwaarden verbonden. Ik heb gewezen op het wederzijdse respect. Ook in de Senaat heb ik al meermaals gezegd dat ik meestap in de staatshervorming op voorwaarde dat we komen tot wederzijds respect tussen de grote gemeenschappen van het land. Dat respect laat zich onder meer meten aan het respect voor de Vlamingen in Brussel. Dat staat ook in dat artikel.

De heer Dewinter weet zelf meer dan wie ook dat de geïnterviewde niet de titel boven een artikel bepaalt. Dat doen de kranten. Ik ben enkel verantwoordelijk voor de inhoud van het artikel. Die heb ik net toegelicht.

Er is een evolutie. Destijds werden de Vlamingen niet heus bejegend en ondergingen ze zware discriminaties op het gebied van taal, financiën en economie. Toen was er geen respect voor de identiteit van mensen. Maar nu kan ons land wel tot goed samenleven komen. Daarin geloof ik op voorwaarde dat het respect wederzijds is.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Net zoals in het bewuste interview, legt de heer Anciaux ook nu de nadruk op het wederzijds respect en ziet hij daarvoor als toetssteen de situatie van de Vlamingen in Brussel.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - En de situatie van de Franstaligen en van de Duitstaligen in België.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Bestaat er op het ogenblik een wederzijds respect tussen de twee grote gemeenschappen? Is er wel respect voor de Brusselse Vlamingen? Want enige tijd geleden heeft de heer Anciaux een wet goedgekeurd waardoor Vlamingen in Brussel geen topfunctie in de justitie meer kunnen uitoefenen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De heer Vanlouwe weet perfect dat respect volgens mij staat of valt met de correcte toepassing van de taalwetten. Die toepassing is nog onvoldoende, maar ik blijf daarin consequent.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Ik wens te reageren op de uitspraken van de heer Dewinter. Ik heb nog nooit in het midden van 't Kuipke gestaan. Als de heer Dewinter daar foto's van heeft, dan zijn die waarschijnlijk getrukeerd. Wel heb ik ooit op de fiets rondjes gereden in 't Kuipke.

Voor het overige bestaat er zoiets als voortschrijdend inzicht. Ik ben inderdaad opgevoed als nationalist, maar heb geleidelijk ingezien dat nationalisme geen oplossing kan bieden voor de uitdagingen van onze samenleving. Als ik vandaag naar het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering kijk, dan ben ik ervan overtuigd dat ze het zeker niet beter doen dan de federale overheid.

De heer Huub Broers (N-VA). - Uw coalitiepartner, de heer Anciaux, heeft net het tegenovergestelde gezegd.

(Mme Sabine de Bethune, présidente, prend place au fauteuil présidentiel.)

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Het voordeel van een debat in de luwte is dat men met enige afstand kan terugkijken op de argumenten van elkeen omtrent de regeringsverklaring en de begroting. Inderdaad zijn er al tal van perscommentaren geweest en heeft het debat in de Kamer plaatsgevonden. Enkele dagen later merk ik toch al enige nuance bij de reacties van de diverse belangengroepen.

Een van de opvallendste punten is dat de grootste oppositiepartij vertrekt vanuit een negatieve aanpak: ze benadrukt waar ze tegen is, schuwt geenszins de demagogie en verdraait af en toe de waarheid.

Ik ben een grote voorstander van dialoog, minder van dramatiek. Van dialoog heb ik echter maar weinig gemerkt, van dramatiek des te meer. Sommigen hebben van conflictdenken hun handelsmerk gemaakt. Anderen kiezen voor een permanente staat van strijd en oorlog tegen elkaar.

Nochtans beseft iedereen dat het zoeken naar oplossingen en compromissen een essentiële kunst is. Vraag het maar aan de formateur die in Antwerpen een nieuw stadsbestuur moet vormen. Alleen via een goede dialoog komt men tot oplossingen; dan overstijgt men zijn eigen grote gelijk. Hierin ligt het verschil tussen de meerderheidspartijen, die naar een oplossing zoeken, en de eeuwige klagers. Zoals de heer Anciaux al zei, is niet iedereen honderd procent tevreden. Dat kan ook niet anders als men in moeilijke tijden voor de verschillende belangen een compromis moet zoeken.

De regering heeft de problemen niet doorgeschoven, maar aangepakt. Niet alleen werden de lijnen voor 2013 vastgelegd, maar ook voor 2014 zijn de bakens uitgezet. De regering hervormt de fundamenten van onze samenleving, zodat ons land klaarstaat om op te veren wanneer de economische storm is gaan liggen.

De regering realiseert een enorme sanering van meer dan 18 miljard euro. Dat raakt inderdaad iedereen, maar we hebben er bijzonder op toegezien dat de ondernemingen van bijkomende lasten werden gevrijwaard. Niemand wordt buitenproportioneel getroffen. De fundamentele bijsturing van de loonverschillen met de buurlanden is structureel.

In tegenstelling tot sommigen ben ik helemaal geen aanhanger van "symboolpolitiek"; alleen de resultaten tellen. Het grote verschil tussen beheren en regeren is dat een echte regering niet doorschuift naar de volgende legislatuur.

Het rapport van het Rekenhof over het begrotingsbeleid van de Vlaamse regering is verplichte lectuur voor elkeen die begaan is met ondernemend Vlaanderen. Vlaanderen torst nog steeds 6,5 miljard schulden, inclusief de KBC- schuld. In het Vlaamse regeerakkoord stelt de regering vol bravoure dat ze de schuld tegen 2020 integraal wil afbouwen, maar in de realiteit schuift ze alles voor zich uit. Dit uitstel heeft een hoge prijs, want de inspanningen die zullen moeten worden geleverd voor een schuldenvrij Vlaanderen zullen des te zwaarder zijn.

Het Rekenhof stelt ronduit dat deze doelstelling in het gedrang komt. Door dit struisvogelgedrag zal de inspanning die Vlaanderen tegen 2014 moet doen oplopen tot 2 miljard euro bovenop het geraamde begrotingstekort.

De heer Huub Broers (N-VA). - Die cijfers zijn al lang achterhaald en tegengesproken.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - De N-VA zegt steeds dat de cijfers achterhaald zijn, maar krijgt keer op keer lik op stuk van instanties die waarschuwen voor de begroting.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - We beoordelen de federale begroting best op haar eigen wetmatigheid. We bewegen ons op glad ijs als we de federale begroting vergelijken met de Vlaamse begroting. Die functioneert in een andere context, met andere middelen en andere hoeveelheden. We mogen de federale regering niet verdedigen door een vergelijking te maken met de Vlaamse regering, die trouwens een voorbeeld is voor alle regio's in Europa.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Men vergeet wel eens dat een federale begroting bestaat uit een begroting van entiteiten. Een federale begroting is maar een onderdeel van een algemeen begrotingsbeleid. De begrotingen van de deelstaten, de provincies en de gemeenten bepalen uiteindelijk mee het begrotingsresultaat.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Als de Vlaamse begroting in evenwicht is, belast ze op geen enkele manier de federale begroting.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Vlaanderen had een begroting met een begrotingsoverschot moeten voorleggen.

M. Philippe Mahoux (PS). - Je m'en voudrais d'intervenir dans le budget de la Région flamande. Je tiens simplement à signaler que nos collègues de l'opposition ne cessent de dire que le gouvernement fédéral s'occupe de questions qui ne le concernent pas alors qu'ils n'arrêtent pas d'évoquer des problèmes relevant de la Région flamande.

Il serait préférable, en vertu des pouvoirs qui nous sont conférés par la Constitution, de nous en tenir à nos compétences au lieu de débattre de ce qui se passe dans les Régions même si les décisions que nous prenons ont des conséquences pour les autres niveaux de pouvoir.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Tommelein verwijst naar de begroting van het deelstaatparlement waar hij zelf in zit. Daarover debatteren we vandaag niet. Als hij zo graag wil spreken over verschillende begrotingen, kan hij het misschien eens hebben over de begroting van de Brusselse hoofdstedelijke regering.

Dat is misschien nuttiger. Bij mijn weten is er slechts één regering in het hele land die een begroting in evenwicht heeft: niet de federale regering, noch de Brusselse, de regering van de Franse gemeenschap of de Waalse regering, maar de Vlaamse regering.

Ik kijk uit naar het vervolg van het betoog van de heer Tommelein, waarin hij misschien ook ingaat op de begroting van de andere deelstaatregeringen.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Ik zetel in deze assemblee als gemeenschapssenator. De heer Vanlouwe heeft het over het Brussels Gewest. Bij mijn weten zijn de gemeenschappen en niet de gewesten in de Senaat vertegenwoordigd. Als gemeenschapssenator mag ik toch verwijzen naar de gemeenschap die ik vertegenwoordig, of niet soms?

Wat mij nog ongeruster maakt, is dat de beslissingen in Vlaanderen helemaal niet het gevolg zijn van politieke onkunde, maar dat ze deel uitmaken van een bewust beleid. Krachtens de Maddensdoctrine mag Vlaanderen immers geen bijkomende inspanning leveren omdat dit de federale overheid ten goede kan komen. Met andere woorden: liever Vlaanderen vanaf 2014 opzadelen met een achterstand op de schuldafbouw van 2 miljard dan een daadkrachtig beleid voeren dat niet alleen Vlaanderen, maar ook de gehele federale staat vooruithelpt. Als illustratie van het "conflictdenken" waaraan sommigen zich bezondigen, kan dit tellen. Open Vld weigert mee te stappen in een dergelijk conflictdenken. Ik zal dat meteen illustreren.

Niet alleen legt de regering een strikte loonmatiging op, maar gaat ze nog een grote stap verder: de index wordt drastisch hervormd. De facto zal er volgend jaar een indexsprong zijn.

Hiermee geeft de meerderheid een antwoord op de twee grootste problemen waarmee onze ondernemers worden geconfronteerd, namelijk de te hoge loonkost in vergelijking met onze buurlanden en de oplopende inflatie ten gevolge van de opeenvolgende indexeringen. De nieuwe index zal op termijn eenzelfde impact hebben als de invoering van de gezondheidsindex in de jaren negentig, die onze loonkostenhandicap met 3,5% heeft verminderd. Dat is niet mijn stelling, het zijn de cijfers van de Nationale Bank.

De regering neemt deze maatregel in weerwil van de tegenstand vanuit sommige hoeken. Ze heeft daarbij slecht één doel voor ogen, namelijk de werkgelegenheid in ons land, ook in Vlaanderen, bestendigen.

Ook op dat punt hebben sommigen een gelegenheid gemist om te zwijgen. Er werd aangevoerd dat deze hervorming niets zou opleveren aangezien de loonstijging van de jongste twee jaar hoofdzakelijk door de index werd veroorzaakt. Het is net daarom dat de index onder handen wordt genomen! Inderdaad, formeel gezien betreft het geen indexsprong, maar in realiteit evenaart deze maatregel het effect van een dubbele indexsprong. Dat was wat de samenleving van ons verwachtte.

Dat hierbij niet alleen de federale begroting baat heeft, maar tevens de Vlaamse begroting, is wat ons betreft geen probleem, maar een positief gevolg van moedig beleid.

Sommigen bazuinen luid rond dat die maatregel geen impact zal hebben, maar zij weten maar al te best dat die maatregel wel degelijk een impact zal hebben op de Vlaamse begroting van 100 miljoen euro omdat de personeelskosten lager zullen uitvallen.

Bovendien is dit geenszins een one shot-maatregel want hij zal jaar na jaar een impact hebben op de begroting van alle deelstaten.

Voor ons vormt dat geen probleem: wij hebben geen doctrine die ons oplegt geen maatregelen te treffen die ook de Vlaamse en Waalse regering ten goede kan komen. Wij kiezen niet voor een conflictmodel, maar wel voor een samenwerkingsmodel. Dat beschouw ik als volwassen federalisme! Misschien is het een gevolg van het voortschrijdend inzicht dat ik daarnet ter sprake bracht. Volwassen federalisme impliceert dat wij samen vanuit onze bevoegdheden en onze kwaliteiten de burgers en de ondernemers in dit land beter ten dienste staan!

In 2012 heeft de federale regering reeds 1,3 miljard bespaard bij de overheid. Nu wordt er nog een tandje bijgestoken om de draagkracht van de economie te vrijwaren.

Volgend jaar wordt aldus het federale personeelsbudget met 1,5% extra verminderd. Door dit akkoord zullen er de volgende twee jaar 4000 federale ambtenaren minder zijn, doordat slechts één op de drie vertrekkende ambtenaren wordt vervangen. Ook op dat punt worden de problemen aangepakt en niet doorgeschoven naar een volgende regeerperiode.

Alhoewel er lippendienst wordt bewezen aan een efficiënte optimale overheid in andere deelstaten, bijvoorbeeld in Vlaanderen, blijkt het ambtenarenleger er alleen maar toe te nemen. Bij de gewesten bedraagt de toename sinds 2002 23%, en in de provincies, steden en gemeenten 26%. Over de afschaffing van de provincies wordt geen woord meer gerept. In de Vlaamse begroting van 2013 en 2014 worden de besparingen op de administratie eens te meer vrolijk doorgeschoven. Van de aangekondigde 100 miljoen euro besparingen hebben 82 miljoen euro betrekking op onderwijs. Door een begrotingstruc voelt het onderwijspersoneel deze besparing niet. Zo werd beslist om het vakantiegeld, dat berekend wordt op het jaar voordien en ook zo begroot wordt, te verminderen en als compensatie de eindejaarstoelage te verhogen.

Wie had het ook alweer over eenmalige maatregelen, mijnheer Broers? Dit is geen eenmalige maatregel meer, dit is een begrotingsspook.

Tegelijk zet de regering volop in op de strijd tegen de werkloosheidsval. Sinds november verlopen de werkloosheidsuitkeringen degressief. Dat is een van uw programmapunten, mijnheer Broers.

Vele heilige huisjes, waarvan elkeen dacht dat ze onaantastbaar waren, worden structureel hervormd. Deze regering grijpt in in de regelingen die onbetaalbaar dreigen te worden en wel zo dat niemand veroordeeld wordt om levenslang in uitkeringen vast te zitten. Ook hier meent de Vlaamse regering niet dat het nodig is budgetten uit te trekken om mensen bij te staan bij de overgang naar een nieuwe baan. Meer nog, door het schrappen van de jobkorting heeft ze de werkloosheidsval opnieuw vergroot. Van een gemiste kans gesproken!

Het verheugt onze fractie bijzonder dat de regering bijkomende concrete maatregelen zal treffen in de strijd tegen de sociale fraude. Daarover hebben wij een reeks wetsvoorstellen ingediend. Onze wetsvoorstellen worden ter harte genomen. Het gaat bijvoorbeeld om het voorstel om een databank tot stand te brengen met gegevens van nutsbedrijven over het verbruik van elektriciteit, water en gas, zodat de overheid kan nagaan of het verbruik op een bepaald adres wel in overeenstemming is met de opgegeven gezinssituatie.

De regering zal ook in overleg met de OCMW's en de uitbetalingsinstellingen van de werkloosheidsuitkeringen een bepaald deel van de inkomsten verkregen uit de fraudebestrijding laten terugvloeien naar de lokale OCMW's en de uitbetalingsinstellingen. Dat is bijzonder positief. Op gemeentelijk niveau loont het immers dikwijls niet personeel in te zetten voor de strijd tegen de sociale fraude. Door die financiële duw in de rug wordt het kostenplaatje voor de lokale overheden positief indien ze inzetten op controle naar sociale fraude.

Het voorkomen en opsporen van sociale fraude is een kerntaak van de overheid. Deze fraude ondermijnt de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid en moet daarom hardhandig worden aangepakt. Dat doet de regering.

Binnenkort wordt in onze assemblee de hoofdmoot van de staatshervorming aangesneden. Tussen dit en enkele maanden zal zich de grootste staatshervorming ooit voltrekken. De deelstaten krijgen meer fiscale autonomie. De fiscale autonomie die ze nu al hebben, gebruiken ze echter niet optimaal. De reeks bevoegdheden die zal worden overgedragen is bijzonder omvangrijk. Hopelijk zijn de diverse participanten in de deelstaten volwassen genoeg om hiermee met zorg om te gaan. Met de centen komt immers de verantwoordelijkheid. Ik roep de deelstaten op om de begrotingsmarge die vrijkomt door de hervorming van de index, voor Vlaanderen 100 miljoen, te reserveren voor de invulling van de aankomende golf van bevoegdheden.

Ik roep tot slot iedereen op af te stappen van het pestfederalisme, waarbij elkeen enkel voor de eigen winkel zorgt en bepaalde noodzakelijke maatregelen voor de eigen regio liever niet wil nemen omdat ze ook ten bate kunnen zijn van het geheel. Met de aanwas van bevoegdheden komt ook de verantwoordelijkheid om ermee om te springen, in het belang van de eigen regering, maar ook van de andere regeringen.

De federale regering maakt een opening naar de oppositiepartijen om samen na te denken over een radicale ommezwaai in onze fiscaliteit. Wij willen de grenzen tussen oppositie en meerderheid overstijgen, daar dit een cruciaal dossier is dat iedereen aanbelangt. Weg met het conflictmodel. Niet vooruitschuiven, maar aanpakken.

Laten we samen de problemen aanpakken ten voordele van de burgers en de ondernemingen. Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap staan aan de vooravond van een staatkundige omwenteling. Met een constructieve aanpak, die veeleer focust op de baten en oplossingen dan op de problemen, zal het algehele resultaat het resultaat van de delen overstijgen en staan we klaar om invulling te geven aan de uitdagingen van de nieuwe maatschappij in wording. Alleen door samen goed werk te leveren bewijzen we het land, zijn burgers en de ondernemingen een grote dienst. Het land, de deelstaten en vooral onze mensen verdienen dit.

M. Francis Delpérée (cdH). - Je voudrais vous soumettre trois observations. C'est comme dans le théátre classique. Il y a le temps, il y a l'espace et il y a l'action.

Le temps, nous sommes confrontés aujourd'hui à une urgence politique, à une urgence économique et n'oublions pas, à une urgence sociale.

L'urgence politique, elle saute aux yeux. Le gouvernement est entré en fonction voici moins d'un an, début décembre 2011. Et, dans un an, nous serons à la veille des élections de mai 2014.

Soit dit en passant, quatre ans de législature, c'est un peu court en nous allons bientôt changer pour prendre un rythme quinquennal. Ce temps est d'autant plus court si l'on fait du surplace en début de législature et si l'on s'apprête à faire de même à l'approche des échéances régionale, fédérale et européenne.

De ce point de vue, j'ai envie de dire au gouvernement une seule chose. Continuez. Continuez. Votre gouvernement - notre gouvernement - doit être un gouvernement durable.

Il y a une urgence politique. Il y a aussi une urgence économique. Les turbulences, en Belgique comme dans la société internationale, nous dictent un calendrier. La déclaration du 21 novembre nous trace aussi une feuille de route. Nous comptons sur le gouvernement pour rappeler à chacun - que ce soit dans le monde politique, dans le monde social ou, plus largement, dans l'opinion publique - quels sont les échéanciers et quels sont les engagements.

Nous comptons sur le gouvernement pour faire taire les grincheux, qui le sont et le resteront quoi qu'il arrive, pour ramener à la raison les flambeurs, toujours prêts à dépenser l'argent qu'ils s'apprêtent à prendre à autrui, et pour convaincre nos concitoyens que le budget de l'État est un exercice complexe, dès l'instant où il faut faire face à des besoins sociaux criants, où il faut chercher à relancer d'urgence l'activité économique et où il faut naviguer avec la prudence requise dans un continent et même dans un univers où les relations sont toujours plus interdépendantes dans la vie des hommes et dans la vie des sociétés.

Bref, il y a un effort d'information et d'explication qui doit être accompli dans les semaines à venir pour dissiper les illusions, pour désamorcer les critiques et pour convaincre du bien-fondé des solutions retenues aujourd'hui.

Urgence politique, urgence économique, mais aussi urgence sociale. Les efforts que nous sommes prêts à accomplir, ces efforts n'ont de sens que s'ils renforcent la cohésion sociale dans notre pays, que s'ils préservent les ressources de nos concitoyens, notamment celles des plus pauvres et des plus démunis, et que s'ils procurent à l'État et aux autres collectivités politiques des moyens pour faire face à un ensemble de besoins d'intérêt public dans le domaine social.

L'environnement économique, a dit le premier ministre, est morose et même déprimé. Prenons garde à ce que nos concitoyens n'adoptent la même attitude. Le débat de ce jour peut aider à éclairer les esprits, mais il faut poursuivre dans cette entreprise d'explication.

J'ai parlé du temps. Qu'en est-il de l'espace ? Sur ce terrain, la déclaration fait entendre des sons nouveaux. Il y a l'Europe - bien sûr. Il y a les collectivités fédérées - autre bien sûr. Mais il y a aussi, et le gouvernement le souligne, les États voisins, avec lesquels la petite Belgique vit, qu'on le veuille ou non, en particulière osmose.

L'espace, c'est d'abord l'espace européen. Nous le savons bien, l'Union européenne nous interpelle. Elle nous dit : assurez l'équilibre budgétaire pour 2015, prenez des mesures structurelles, surtout dans le domaine social, revoyez votre régime de pensions.

Sur ce terrain, la Belgique n'a pas vraiment le choix. Elle doit s'engager dans une démarche qui nous aide à rester dans le peloton de tête des États de l'Union, qui nous garantit la confiance des autorités européennes et qui rende le moral à nos compatriotes.

Un bémol, cependant - et il est de mise dans une assemblée comme la nôtre - : il ne faudrait pas que le dialogue entre Van Rompuy, Barroso et Di Rupo passe par-dessus la tête des assemblées parlementaires et mette les députés et les sénateurs du royaume de Belgique devant des faits accomplis. Le dialogue entre l'Union européenne et les États membres doit aussi être un dialogue parlementaire. Il faut que le gouvernement songe à établir de meilleures conditions de dialogue entre la rue Belliard et la rue de la Loi.

L'espace européen est aussi l'espace intrabelge. Il doit s'engager entre l'État fédéral, les communautés et les régions. Il doit s'inscrire dans le cadre de compétences souvent enchevêtrées et dans l'utilisation de moyens dont une partie essentielle vient de l'État fédéral. Est-on sûr que les mécanismes institutionnels fonctionnent toujours à bon escient ?

Je ne suis pas de ceux qui, au nom de traditions parlementaires surannées, condamnent l'emprise du pouvoir exécutif dans la conduite des affaires publiques. Je ne suis pas de ceux qui ignorent le poids du gouvernement et de ses administrations dans la préparation du budget. Je ne suis pas de ceux qui maugréent devant les interventions des organisations internationales et européennes dans la vie financière des États. Par contre, je suis de ceux qui veulent que les parlements - le parlement européen, les parlements nationaux et les parlements régionaux - gardent une táche significative dans le contrôle de la confection et de l'exécution du budget.

L'espace est aussi celui que nous constituons avec nos trois voisins immédiats. Là, des sonorités nouvelles se font entendre. Pour la première fois sans doute, le gouvernement nous rappelle que les frontières proches sont des frontières poreuses et que notamment dans le domaine de l'emploi et des salaires, il y a lieu d'être attentif aux réalités sociales environnantes. Notre compétitivité se mesure en termes de comparaisons au niveau de l'inflation, au niveau du coût de l'énergie et au niveau de l'écart salarial avec ces voisins immédiats. Nos programmes économiques et sociaux doivent donc s'adapter en conséquence. Prenons garde cependant de ne pas nous aligner chaque fois sur le minimum minimorum, notamment en termes de protection sociale.

Le temps, l'espace, reste l'action. J'évoquerai deux sujets : l'État et la justice.

L'État. Nous avons réalisé, au moins sur papier, la première phase de la sixième réforme de l'État. Il reste beaucoup à faire en ce qui concerne le personnel, les bátiments, les moyens financiers, pour boucler le premier paquet, notamment sur le plan judiciaire. Il faut à présent engager la seconde phase avec les transferts qu'elle postule. Encore une fois, il ne suffira pas d'écrire des textes. Il faudra constituer des cadres de personnel, il faudra bátir des immeubles, il faudra identifier les personnes et les biens qui s'inscriront dans ce nouveau contexte institutionnel, il faudra assortir les moyens aux objectifs et aux besoins. Au risque de choquer les adeptes d'une laïcité pure et dure, je me permets de dire qu'un travail de Dieu le Père nous attend pendant l'année 2013. Nous sommes prêts à y contribuer. Nous sommes en effet convaincus qu'une telle réforme peut donner à notre État fédéral un nouvel équilibre. Tant pis pour les démolisseurs !

La justice. La justice est un vaste chantier. En termes d'organisation, nous accordons une attention toute particulière à la constitution, en 2013, d'un tribunal de la famille. En ce qui concerne la gestion, nous mettons en garde contre des formules toutes faites. Le gouvernement préconise ce qu'il appelle « la décentralisation » dans la gestion des autorités de justice. Certains termes comme celui de décentralisation ont acquis un sens précis dans toute l'Europe, depuis le dix-neuvième siècle. Mis dans la bouche de technocrates ou de managers, ils sont vidés de tout leur sens. Ils sont à ce point défigurés qu'ils peuvent semer la zizanie plutôt que d'assurer la paix judiciaire.

En termes de procédure, je dis encore que nous accordons un prix particulier à une réforme de la procédure pénale devant la Cour de cassation pour éviter les engorgements qui ne peuvent que porter préjudice à l'image d'une Justice qui doit être rapide et efficace.

Monsieur le représentant du gouvernement, je ne voudrais pas ironiser en ce moment, pour conclure, sur les sonneries de téléphone qui, mercredi dernier, ont répandu tout à coup un air cristallin dans les travaux de cette assemblée. Tout compte fait, c'était peut-être Kevin ou Frédéric qui appelait l'interlocuteur ministériel. Je ne souhaite pas que notre assemblée résonne à tout instant de ces appels téléphoniques, si sympathiques soient-ils. Mais je souhaite qu'en cette fin d'année 2012, nous soyons et restions plus que jamais à l'écoute.

À l'écoute de tous ceux que la crise frappe durement. À l'écoute de ceux qui ne veulent pas être les victimes de décisions prises à l'aveugle dans des enceintes internationales. À l'écoute de ceux qui ne veulent pas être les victimes collatérales d'opérations de démembrement de l'État qui répondraient demain à des desseins nationalistes mais qui n'auraient pas égard aux préoccupations de terrain, celles qui doivent animer les femmes et les hommes de notre pays. À l'écoute de ceux qui croient que le dialogue politique et le dialogue social font partie intégrante de notre culture et qu'ils contribuent à tisser les liens indispensables entre les diverses composantes de notre société.

Monsieur le secrétaire d'État, je ne vous dis pas : « Écoutez-nous ! ». Écoutez-les, toutes ces voix qui s'expriment - je le reconnais - de manière parfois un peu désordonnée, de manière pas très formalisée, avec une spontanéité souvent désarmante - mais là n'est pas l'essentiel. Écoutez ces voix ! Écoutez-les de manière attentive, sans faire preuve de populisme, bien entendu, sans manifester de commode complaisance, mais en étant prêt à poursuivre, à tout niveau et à tout moment, un dialogue avec nos concitoyens et avec leurs organisations sociales.

Si le gouvernement et sa majorité réussissent, dans l'année qui vient, à pratiquer cet exercice, je crois qu'ils donneront à la déclaration de novembre tout son souffle, tout son sens. Quand je dis tout son sens, cela veut dire à la fois toute sa signification et toute son utilité.

C'est dans cet esprit de dialogue, d'un dialogue toujours à pratiquer et à préserver, que le groupe que j'ai l'honneur de présider entend aujourd'hui apporter au gouvernement son concours et son appui.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik had hier graag de eerste minister gezien, of minstens één van de vicepremiers. Toch ben ik blij dat staatssecretaris Verherstraeten hier aanwezig is, al was het maar om straks het applaus in te zetten.

Nadat mijn collega Huub Broers reeds uitvoerig is ingegaan op meerdere aspecten van de beleidsverklaring, zou ik mij willen toespitsen op twee domeinen, enerzijds Justitie en anderzijds het buitenlands beleid van deze regering.

In de beleidsverklaring van de regering heeft de premier verwezen naar Kevin en Frédéric, twee bezorgde burgers die hem brieven zouden hebben geschreven en die hij in zijn beleidsverklaring heeft willen sussen. Misschien had de regering ook aandacht kunnen besteden aan de brieven van andere bezorgde burgers aan deze regering, bijvoorbeeld de brieven van Antoon Boyen, de eerste voorzitter van het Brusselse hof van beroep.

Op het ogenblik dat het debat in de Kamer aan de gang was, heeft hij een persconferentie gegeven waarin hij ernstige kritiek uitte op het uitblijven van de hervormingen bij justitie. Bij het Brusselse hof van beroep dreigen immers veertien raadsheren te verdwijnen, terwijl de werklast nu al enorm hoog is. Eén raadslid is al minstens twee jaar ziek, een tweede is ziek sinds september, en een derde vertrekt mogelijk vóór eind 2012. Bovendien gaan er in 2013 vier raadsheren met pensioen en wordt amper één iemand benoemd. De eerste voorzitter van het Brusselse hof van beroep vreest dat hij kamers zal moeten sluiten.

Bovendien riskeert het hof negen tijdelijke krachten te verliezen, met alle gevolgen van dien voor de reeds bestaande gerechtelijke achterstand. Alsof dit alles nog niet erg genoeg is, worden nieuwe benoemingen steeds uitgesteld. Hierover werden al herhaaldelijk brieven geschreven naar minister Turtelboom, maar zij vindt het niet nodig hierop te antwoorden.

Het verhaal van eerste voorzitter Boyen staat symbool voor het beleid dat deze regering voert - of beter gezegd niet voert - op het vlak van justitie. Want dit verhaal is spijtig genoeg geen eenmalig voorval. Naar de schrijnende verzuchtingen op het terrein wordt simpelweg niet meer geluisterd, niet door de bevoegde minister Turtelboom, maar evenmin door de rest van de regering.

Zo zijn er herhaalde klachten van de voorzitter van de Brusselse arbeidsrechtbank, mevrouw Van den Bossche, en haar collega's bij de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel, dat de ontdubbeling van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde faliekant is voor de Nederlandstalige rechtzoekende in Brussel. Men spreekt over een leegloop bij de Brusselse magistraten.

Nog tijdens de onderhandelingen werd gewezen op het feit dat foute cijfers gebruikt werden voor de verdeling van het aantal Nederlandstalige en Franstalige rechters. Daardoor zouden de Nederlandstaligen het plots met minder rechters moeten stellen voor evenveel zaken, terwijl de Franstalige collega's konden bogen op de aanwerving van extra rechters.

Vonden u of uw collega's het nodig om naar deze verzuchtingen te luisteren? Telkens werd de vraag naar hoorzittingen van tafel geveegd en weggestemd door de meerderheid. U bleef koppig volharden. Eerder dan te luisteren naar de verzuchtingen op het terrein, kozen u en uw collega's voor het grote gelijk. De toekomst zal uitwijzen dat u fout bent.

De werking van de Justitie in Brussel staat wel in meer dossiers symbool voor het falende justitiebeleid: de gerechtelijke achterstand blijft bijzonder groot, zowel in burgerlijke zaken als in strafzaken. De veiligheid van de rechtszalen en gebouwen laat te wensen over. Het justitiepaleis van Brussel brokkelt letterlijk af en beschikt niet over veiligheidsplannen in geval van nood. Onlangs hebt u op een parlementaire vraag van mij nog geantwoord dat de Regie der Gebouwen mogelijk tegen het einde van het jaar een voorstel zal doen over de toekomst van het justitiepaleis. Ik ben ten zeerste benieuwd.

Bovendien blijft er ook een gevoel van straffeloosheid bestaan. De reden daarvoor is dat de federale regering er maar niet toe komt om eenduidige beslissingen te nemen op lange termijn. Het blijft steeds bij losse, onsamenhangende ideeën en aankondigingen. Op echte diepgaande hervormingen blijft het maar wachten. Lastige beslissingen, zoals een echte en consequente hervorming van het gerechtelijk landschap, die niet beperkt is tot een hertekening van enkele grenzen, maar die bijvoorbeeld een eenheidsrechtbank zou invoeren, blijven uit. Lastige beslissingen, zoals een visie op het strafbeleid in dit land worden vooruitgeschoven.

Ik heb er geen goede hoop op. Na de meer dan 80 aankondigingen door minister Turtelboom had ik toch verwacht dat we eindelijk resultaten zouden zien. Uit wat we tot nu horen, vrees ik ervoor. Eerst hebben we bijna een jaar moeten wachten op de eerste wetsontwerpen van minister Turtelboom. De eerste werden pas een maand geleden ingediend in het parlement, bijna een jaar na het aantreden van de regering. Nochtans lag heel veel dringends klaar op het bureau van haar voorganger. Herinner u de brieven van de vorige minister van Justitie, Stefaan De Clerck.

Maar wat stellen we vast? Inzake de familierechtbank wordt wat al aangenomen was in de Kamer, nu teruggeschroefd door minister Turtelboom. Bovendien bleek uit die eerste wetsontwerpen dat de vele aankondigingen effectief maar losse aankondigingen en ideeën waren. De voorstellen bleken onvoldoende uitgewerkt en afgetoetst met het terrein. Als zelfs al het College van Procureurs-generaal zwart op wit moet melden dat het niet geconsulteerd is voor het eerste wetsontwerp van deze minister, dan is de regering niet goed bezig.

En zo kom ik opnieuw bij het begin van mijn verhaal over Justitie. De regering luistert niet naar de verzuchtingen op het terrein.

M. Francis Delpérée (cdH). - Vous exagérez ! Vous êtes ici, dans l'hémicycle parlementaire, et vous remettez en cause les décisions qui ont été prises, notamment par la commission de la Justice ! Celle-ci a décidé que la proposition que vous avez défendue était irrecevable.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Het is een feit dat men noch in de commissie voor de Institutionele aangelegenheden, noch in de commissie voor de Justitie wenste in te gaan op het voorstel van hoorzittingen, terwijl de magistratuur vraagt om gehoord te worden over die beslissing. Nu zegt de magistratuur dat er een leegloop aan de gang is en dat u niet luistert naar wat er leeft op het terrein.

M. Francis Delpérée (cdH). - La commission a décidé que votre proposition était irrecevable et elle a bien fait.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mijnheer Delpérée, de meerderheid heeft al meermaals de bepalingen van het reglement opzij gezet. Vragen die niet mochten gesteld worden, werden door de meerderheid gewoon weggestemd.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Dat mag u niet zeggen, dat is nooit gebeurd.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mijnheer Anciaux, u weet zeer goed dat de oppositie nooit een rapporteur mocht leveren, meermaals werden vragen van de oppositie gewoon weggestemd door de meerderheid.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De keuze van de rapporteur heeft niets met het reglement te maken. Het overige is niet correct, de oppositie heeft alle vragen mogen stellen die ze wilde stellen.

De voorzitster. - Mijnheer Vanlouwe, ik stel voor dat we terugkeren tot het debat over de regeringsverklaring. Het is niet de werking van één of andere commissie die vandaag aan de orde is. We hebben het daar eerder al uitgebreid over gehad.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik wil even benadrukken dat mijn collega gelijk heeft te stellen dat er zowel in de commissies voor de Institutionele aangelegenheden als in de commissie voor de Justitie te weinig transparantie is. De magistraten mochten niet gehoord worden over zulke essentiële zaken als de werking van Justitie in Brussel.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Beschouwt u zichzelf als een objectieve maatstaf op dat vlak?

De heer Bart Laeremans (VB). - De magistraten weten echt wel wat er op het spel staat, onder andere mevrouw Van den Bossche.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Deze regering en de institutionele meerderheid luisteren niet naar de verzuchtingen vanop het terrein. Mijnheer Anciaux, binnenkort zult u opnieuw problemen hebben met de magistratuur, zowel de zittende magistratuur als de staande magistratuur hier in Brussel.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Is dat een dreigement?

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Dat is geen dreigement, maar een vaststelling en ik heb u daar tijdig voor gewaarschuwd.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Het is duidelijk: wat niet past in het grote gelijk van de regering wordt in de wind geslagen, en dat met alle gevolgen van dien. Op het terrein staan nochtans heel wat gekwalificeerde en visionaire personen klaar om Justitie op het spoor van de 21e eeuw te zetten. Jammer genoeg laat de regering na om die trein te laten vertrekken. Kortom, met deze regering verliest Justitie alweer een jaar om krachtdadig, visionair en degelijk te worden hervormd.

Ik wil het ook nog hebben over het buitenlandse beleid van de regering. De interne keuken van de FOD Buitenlandse Zaken is dringend aan herziening toe. Minister Reynders heeft al in het voorjaar aangekondigd dat het netwerk van ambassades en consulaten binnen een afzienbare termijn zou worden geherstructureerd en aangepast aan de noden van de 21e eeuw. Ons land heeft te weinig toegang tot de markten van de opkomende groeilanden. In de Kamer werd vorige week voor de tweede maal aangekondigd dat daarvan werk zal worden gemaakt en dat het parlement daarbij zal worden betrokken. Wij verwachten alleszins verduidelijking op de diplomatieke dagen in januari.

De keuze over welke posten worden gesloten en waar nieuwe posten worden opgericht is geen louter administratieve, maar ook een politieke beslissing. Ze is bepalend voor de keuze van de landen waarmee we onze relaties op diplomatiek en economisch vlak willen uitbouwen. Graag had ik van de regering gehoord wanneer die oefening zal worden voltooid en wanneer het parlement erbij zal worden betrokken. Welke concrete stappen zijn gedaan in overleg met de deelstaten? De beslissing heeft immers ook een invloed op de werking van de vertegenwoordiging van de deelstaten.

Een tweede punt is het personeelsbeleid van de FOD Buitenlandse Zaken. De drie buitencarrières moeten dringend worden herzien en geüniformiseerd. Sommige buitencarrières hebben nog steeds een statuut dat de inhoudelijke competenties niet omvat. Nochtans zijn reeds veel van de administratieve taken overgenomen door lokaal aangeworven personeel. Al jaren wordt geijverd voor een eengemaakte diplomatieke carrière. Mijn fractie heeft hiertoe een wetsvoorstel ingediend. Ik hoop dat dit de basis kan vormen voor een hervorming van het personeelsstatuut van onze federale diplomatie. Ik nodig de andere fracties uit om hieraan mee te werken.

Het tweede wetsvoorstel van onze fractie spitst zich toe op de grotere betrokkenheid van het parlement bij de keuze van de Belgische ambassadeurs in het buitenland. Ook hier hoop ik op een samenwerking en kijk ik uit naar de beleidsnota Buitenlandse Zaken.

M. Philippe Mahoux (PS). - M. Vanlouwe peut bien entendu parler de tout ce qui touche à la vie politique en général et je m'en voudrais de le frustrer, mais il me semble que son propos ne s'inscrit pas vraiment dans le cadre de notre discussion de cet après-midi.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Mijnheer Mahoux, u had misschien toch beter naar de beleidsverklaring van de premier moeten luisteren. Hij heeft daarin wel degelijk verwezen naar de hervorming van het postennetwerk van Buitenlandse Zaken. Ik denk dus dat ik hierop mag en kan ingaan.

Dat een grotere parlementaire controle op onze diplomatie noodzakelijk is, bleek enkele weken geleden nog toen bekend raakte dat een Belgische diplomaat jarenlang fungeerde als doorgeefluik voor een andere staat. De minister van Buitenlandse Zaken suggereerde toen een screening, maar wat we nodig hebben is meer controle op en meer inspraak in het uitzenden van diplomaten.

Over ons beleid in Centraal-Afrika heb ik mijn bedenkingen hier al meermaals geformuleerd. De oorzaken van het conflict in de Kivu's liggen niet alleen in buurland Rwanda, noch alleen in buurland Oeganda, maar ook in Congo zelf, toevallig drie partnerlanden van België.

De hervorming van de openbare instellingen in Congo verloopt al tientallen jaren gebrekkig. De recente verkiezingen waren oneerlijk en chaotisch, de mensenrechten worden geschonden en de integratie van de rebellen in het Congolese leger is mislukt. Dat alles ligt mee aan de basis van de problemen en het lijden van de bevolking in Oost-Congo.

Hopelijk durft de regering dat niet alleen toegeven in dit halfrond, maar vermeldt ze dat ook expliciet in haar contacten met andere Europese regeringen en niet het minst met de Congolese autoriteiten zelf.

Ten slotte nog een woordje over het interministerieel comité Buitenlands Beleid, ICBB. Ik kom daarmee bij de vraag van de heer Tommelein.

Als mijn informatie klopt, is het ICBB na bijna drie jaar stilstand deze maand opnieuw samengekomen of zal het dat nog doen. Intussen praat de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking ook over de oprichting van een interministerieel comité Ontwikkelingssamenwerking. Wat is het nut van de oprichting van zo'n comité als het comité dat hiervoor tot nu toe bevoegd was, pas na lang aandringen van de ambtsgenoten uit de deelstaten is kunnen bijeenkomen?

M. Jacky Morael (Ecolo). - Le budget 2013 élaboré par notre gouvernement est conforme à la ligne budgétaire qui s'impose partout en Europe. C'est la seule bonne nouvelle.

En effet, il nous fallait un budget d'après-crise, d'après Ford Genk, un budget portant une vision, un projet, des perspectives. Hormis un exercice comptable dans lequel les lobbies ont pleinement joué et dans lequel les six partis se sont mutuellement neutralisés, on ne voit guère de vision, de projet ou de perspective.

J'en veux pour preuve une interview que notre ministre des Finances, Steven Vanackere, a donnée au journal De Standaard le 24 novembre. Il s'exprime en substance en ces termes : « C'était très difficile pour moi et mon parti d'approuver la décision sur l'amnistie fiscale. Il faut certainement une grande réforme fiscale ». Enfin une personne responsable affirme qu'il faut une réforme fiscale ! Il est clair que notre système est compliqué et permet à ceux qui peuvent s'offrir les conseils de fiscalistes chevronnés d'échapper à l'impôt ou d'en éluder une grande partie.

Je poursuis ma citation : « Une réforme fiscale n'est pas prévue dans l'accord de gouvernement et je ne vois pas comment notre équipe hétérogène pourra arriver à un accord sur ce dossier tellement difficile. Une commission mixte Chambre/Sénat, soutenue par des experts externes, devra rédiger pour la fin de la législature un rapport contenant les différentes pistes d'une telle réforme ». Voilà un ministre qui charge de mission la Chambre et le Sénat ! Je ne sais pas si notre présidente est déjà informée de cette initiative. Personnellement, je ne suis pas au courant.

Étant donné la lenteur avec laquelle l'ensemble des 101 recommandations de la commission Chambre/Sénat sur la crise bancaire et financière est mis en oeuvre, on peut se dire que la grande réforme fiscale qu'attend ce pays et que souhaite le ministre des Finances n'est pas prête à être concrétisée.

Voici quelques années, un journaliste a ressuscité le terme de « procrastination » ou l'art de reporter au lendemain ce que l'on peut faire le jour-même. Je pense qu'il s'applique en l'occurrence à notre gouvernement.

En fait, le budget est injuste sur le plan social et inefficace sur le plan économique. Quoi qu'en dise le gouvernement, ces mesures inéquitables toucheront au pouvoir d'achat des ménages, surtout les plus faibles. Le blocage des salaires, la suppression de trains, etc. sont des atteintes concrètes et quotidiennes à la vie de nos concitoyens, et ce d'autant plus que ces mesures s'ajoutent à celles déjà prises pour 2012, principalement en matière de pensions et d'allocations de chômage.

Par contre, on maintient les intérêts notionnels et la mesure permettant de cumuler dans les faits plusieurs comptes d'épargne. Comme chacun le sait, ces derniers sont immunisés fiscalement jusqu'à 1 830 euros d'intérêts par an. Or pour atteindre ce plafond, il faut placer un montant de 90 000 euros. À mon sens, tous les Belges ne sont pas en mesure de se constituer un pactole de 90 000 euros à la banque et a fortiori d'ouvrir un deuxième ou un troisième compte d'épargne pour bénéficier de l'immunisation fiscale.

On dénombre seize millions de comptes d'épargne en Belgique. Même en y incluant les nouveau-nés et les SDF, ce chiffre dépasse largement celui de la population capable d'épargner dans ce pays. Un problème criant se pose donc auquel, selon la presse, le gouvernement avait prévu de s'attaquer. Or il ne fait rien, il ne prend aucune décision. L'injustice continue et ceux qui sont capables de placer plus de 90 000 euros peuvent à nouveau éluder chaque année un impôt justement dû.

Ce budget introduit aussi une fausse taxation des plus-values qui ne s'impose qu'aux sociétés holdings, ce qui est une véritable fumisterie ; il instaure une nouvelle DLU mais ne prévoit pas de réforme du monde bancaire ni de régulation des prix.

On sait que les prix des denrées, des matières premières, de l'énergie, tant pour les ménages que pour les entreprises, augmentent beaucoup plus rapidement en Belgique que dans les pays voisins. C'est une anormalité à laquelle il est urgent de faire face, surtout si on relie cette question au débat sur la compétitivité, l'évolution des salaires et l'inflation. C'est l'absence de régulation des prix dans notre pays qui explique en grande partie notre taux d'inflation et donc les problèmes d'indexation des salaires.

J'ai fait une proposition dont l'examen a débuté en commission des Finances la semaine dernière. Elle vise à taxer la spéculation boursière à court terme. De nombreux collègues ont manifesté leur intérêt pour cette mesure et nous avons convenu de l'aborder à nouveau dès la prochaine visite du ministre en commission. Selon les experts, cette mesure serait susceptible de rapporter chaque année 500 millions au budget de l'État. Elle ne touche ni les petits ménages ni les ouvriers ni les indépendants ni les PME mais uniquement ceux qui, chaque jour, à chaque heure, chaque minute, recourent aux algorithmes pour se livrer à de la spéculation financière. Le gouvernement a toutefois tourné le dos à cette proposition.

Lorsqu'il s'agit de s'attaquer aux ouvriers, aux pensionnés, aux allocataires sociaux, aux indépendants et aux PME, la devise du gouvernement est « Yes, we can! ». Par contre, quand il s'agit de s'attaquer au monde bancaire et financier et aux spéculateurs boursiers, le message est « Wait ! Wait ! We cannot! ».

Mme Dominique Tilmans (MR). - Depuis des mois, nous sommes très préoccupés par la dégradation de la sécurité dans l'est de la République démocratique du Congo.

Malgré ses déclarations et ses promesses, le M23 ne s'est pas contenté de rester dans les alentours de la ville de Goma mais en a pris le contrôle, malheureusement sans susciter une réaction militaire crédible ni de la part de l'armée congolaise ni de la MONUSCO. On ne peut bien entendu que déplorer le vide sécuritaire qui règne depuis vingt ans déjà dans l'est du Kivu, le long de la frontière rwandaise.

Le développement économique de cette région en toute transparence et en toute légalité, la sécurité des personnes et des biens, le contrôle de la frontière, la perception des taxes par la puissance publique et la redistribution des richesses ne progressent nullement dans le bon sens. L'écart grandissant entre le Rwanda et la RDC n'en est que plus marqué. C'est ce déséquilibre structurel qui entraîne les violences constatées aujourd'hui.

Nous nous félicitons que notre ministre des Affaires étrangères, Didier Reynders, maintienne la RDC au sommaire des discussions de l'Union européenne. Sans cela, la question disparaîtrait très vite de l'agenda international. En outre, nous prenons note des rapports de l'ONU. Quelles conclusions faut-il toutefois en tirer ? Le Conseil de sécurité des Nations unies a condamné très clairement les exactions commises...

M. Jacky Morael (Ecolo). - C'est un débat passionnant. Je ne suis cependant pas certain que l'attention soit focalisée cet après-midi sur ce sujet terrible. Vous faites bien d'évoquer le problème.

Goma est tombée et Bukavu est en passe de tomber. Il vaut mieux des actes que de beaux discours ! Je vous engage donc à prendre contact avec M. Reynders, ministre des Affaires étrangères, pour que des actes concrets soient posés immédiatement afin de menacer le Rwanda de rétorsions et pour que le tribunal pénal international mène des actions symboliques et concrètes. Sans cela, Bukavu tombera et nous n'aurons que nos larmes pour pleurer.

Mme Dominique Tilmans (MR). - Nous menons au Sénat des discussions avec le ministre à ce sujet. Il a expliqué clairement sa politique, qui était partagée par la commission. Peut-être n'étiez-vous pas présent à ce moment-là ?

Mme Marie Arena (PS). - Madame Tilmans, nous avons abordé cette question tant en commission qu'en séance plénière, mais je pense que ce n'est pas forcément le bon moment d'y revenir durant la discussion sur la déclaration du premier ministre.

Cette discussion est toutefois intéressante et devra se poursuivre.

Mme Dominique Tilmans (MR). - La politique étrangère fait partie de la déclaration de politique générale.

Il est temps de mettre en oeuvre la résolution de l'ONU. Il est crucial que le Conseil de sécurité réexamine très rapidement le mandat et les moyens de la MONUSCO pour lui permettre de mieux assurer sa mission de protection des civils. N'oublions pas que la MONUSCO, c'est 17 000 personnes et un milliard de dollars. Il est insensé de déployer tant de moyens si les rebelles ne peuvent être maîtrisés.

Le président Kabila doit avancer dans toutes les réformes, particulièrement celle des services de sécurité, de sorte de constituer une véritable armée.

Le nombre total de personnes déplacées dans l'Est du Congo s'élève désormais à 2,5 millions. Plus de 460 000 réfugiés originaires de la RDC se trouvent actuellement dans les pays voisins de la région des Grands Lacs.

Je terminerai en disant qu'au-delà du conflit et de la géopolitique, il faut secourir les populations civiles, premières victimes de ce conflit. C'est une question d'humanité.

De heer Servais Verherstraeten, staatssecretaris voor Staatshervorming en voor de Regie der gebouwen. - De verklaring van de eerste minister en de begroting die binnenkort aan de Kamer wordt voorgelegd, vormen een evenwichtig geheel. Daarmee wil de regering de lijn doortrekken die ze heeft uitgezet sinds ze einde 2011 aan de slag is gegaan.

Het regeringsprogramma is evenwichtig en bevat belangrijke besparingen. Het verheugt me dat meer en meer academici die buiten de politiek staan, dat erkennen. De begroting 2013 sluit met een primair saldo dat positief zal uitvallen. Dat was ook al het geval in 2012, maar niet voor tal van begrotingsjaren daarvóór.

Net als tijdens de vorige jaren, gaan de besparingen in de sociale zekerheid door en in 2013 komen ze op 710 miljoen euro. Over de maatregelen die daartoe nodig zijn, kan men uiteraard niet licht heenstappen.

Ook nog via andere ingrepen, onder meer op fiscaal vlak, streeft de regering een evenwichtige oplossing na als het erom gaat de begrotingsdoelstellingen te halen en het tekort tot 2,15% te beperken. Met uitzondering van Duitsland zijn er vele Europese landen die daarin niet slagen. Het is inderdaad geen sinecure om op twaalf maanden tijd achttien miljard euro vinden op een manier die zowel sociaal rechtvaardig als ondernemingsvriendelijk is.

Uiteraard beseft de regering dat niet alles is opgelost en dat er nog heel wat werk op de plank ligt. Zo denkt ze aan een herschikking van het gerechtelijke landschap. In de loop van 2013 zal mijn collega van Justitie met ontwerpen komen op dat vlak.

Ook de sociale partners hebben nog werk voor de boeg, met name met het oog op een interprofessioneel akkoord en een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden. De regering wenst dat ze daartoe hun verantwoordelijkheid opnemen en evenwichtige oplossingen uitwerken.

Hoe dan ook is er een verschuiving van lasten op arbeid naar winst op vermogen. Die inspanning is voor sommigen wellicht onvoldoende, maar betekent in de huidige begrotingscontext een belangrijke stap. Het is immers van het grootste belang dat onze ondernemingen hun concurrentiekracht kunnen herstellen.

Dat de regering voor de tweede keer op rij haar begrotingsdoelstellingen haalt, heeft ook zijn gevolgen voor de financiële markten. Die hebben aan ons land opnieuw vertrouwen gegeven. Daardoor wordt de rentelast niet alleen voor de overheid, maar ook voor de gezinnen in belangrijke mate teruggedrongen. Ik meen dus dat het beleid zeker niet de middenklasse raakt.

-La discussion est close.