5-1779/1

5-1779/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

21 AUGUSTUS 2012


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Brussel op 23 december 2009


INHOUD

  • Memorie van toelichting
  • Wetsontwerp
  • Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel
  • Voorontwerp van wet
  • Advies van de Raad van State

  • MEMORIE VAN TOELICHTING


    Doel en rechtskader :

    Deze Overeenkomst die ter goedkeuring aan het Parlement wordt voorgelegd, heeft ten doel het verrichten van betaalde werkzaamheden (als loontrekkende of zelfstandige) door de echtgeno(o)t(e) en andere gezinsleden van het huishouden van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Filipijnse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België en, op grond van wederkerigheid, van de Belgische diplomatieke zendingen en consulaire posten in de Filipijnen te vergemakkelijken.

    De status van het diplomatieke en consulaire personeel dat door de Zendstaat wordt aangesteld in de Ontvangende Staat alsmede de status van de gezinsleden worden geregeld door het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (1961) en inzake consulair verkeer (1963). De meeste landen, waaronder België en de Filipijnen, zijn partij bij deze Verdragen.

    Deze Verdragen voorzien in een aantal voorrechten en immuniteiten ten behoeve van de personeelsleden van de diplomatieke zendingen en consulaire posten alsmede van de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden (echtgeno(o)te en kinderen ten laste).

    Voornoemde Verdragen stellen ten aanzien van voornoemde personen geenszins dat het verboden is in de Ontvangende Staat betaalde werkzaamheden te verrichten. Wel is het zo dat hun status en de daaruit voortvloeiende voorrechten en immuniteiten in de praktijk onverenigbaar zijn met het uitoefenen van een beroep. In de meeste Staten is de toegang van buitenlanders tot bezoldigde arbeid trouwens beperkt.

    In het besef hiervan hechtte de Raad van Europa zijn goedkeuring aan een Aanbeveling betreffende een model voor een bilaterale overeenkomst die ten doel heeft gezinsleden van een lid van een diplomatieke of consulaire zending de mogelijkheid te bieden betaalde werkzaamheden te verrichten.

    De onderhandelingen over soortgelijke overeenkomsten liepen vertraging op door het feit dat de Belgische regelgeving inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers het verrichten van betaalde werkzaamheden door voornoemde personen in België niet gemakkelijk maakte. Als gevolg van de wijzigingen van de Belgische interne regelgeving is het nu mogelijk ter zake wederkerigheidsovereenkomsten te sluiten : het koninklijk besluit van 6 februari 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juin 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers voorziet in het verstrekken aan de in deze Overeenkomst genoemde categorieën begunstigden van een nieuw soort arbeidskaart (« arbeidskaart C ») die geldig is voor alle bezoldigde beroepen. De interne regelgeving inzake toegang tot zelfstandige beroepen is eveneens aangepast bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2. augustus1985 houdende uitvoering van de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten des vreemdelingen.

    In het kader van het gelijke-kansenbeleid voor mannen en vrouwen werd besloten een aantal landen bilaterale wederkerigheidsovereenkomsten ter onderhandeling voor te leggen teneinde onder andere de echtgeno(o)t(e) van diplomatieke en consulaire ambtenaren in de gelegenheid te stellen bezoldigde arbeid te verrichten.

    De door België en de Filipijnen ondertekende Overeenkomst is de tiende van een reeks in onderhandeling zijnde overeenkomsten. (Er zijn reeds Overeenkomsten ondertekend met Australië, Nieuw-Zeeland, Verenigde Staten van Amerika, Canada, Chili, Kroatië, Peru, Turkije en Brazilië).

    Inhoud van de Overeenkomst :

    Preambule :

    De preambule geeft uiting aan de wens van de Partijen het verrichten van betaalde werkzaamheden door de echtgeno(o)t(e) en andere gezinsleden van het personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten, zoals nader omschreven in het toepassingsgebied van de Overeenkomst (artikel 2 juncto artikel 1), in de Ontvangende Staat te vergemakkelijken.

    Artikel 1 : Begripsomschrijvingen

    Dit artikel geeft een nauwkeurige omschrijving van drie belangrijke begrippen gebruikt doorheen de overeenkomst, met name personeel, gezinslid en begunstigde. Deze omschrijvingen zijn voldoende duidelijk en behoeven geen verdere uitleg.

    Artikel 2 : Toepassingsgebied van de Overeenkomst

    De Overeenkomst wordt op basis van wederkerigheid gesloten ten gunste van de gezinsleden van de personeelsleden werkzaam op de diplomatieke zendingen, consulaire posten en permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties van de Zendstaat, met uitsluiting van de onderdanen van de Ontvangende Staat en de vaste verblijfhouders op zijn grondgebied. Op aanbeveling van de Raad van State (advies 50.332/1) kan meegegeven worden dat België (meer bepaald de directie Protocol van de FOD Buitenlandse Zaken) volgende regel toepast om een persoon als vast verblijfhouder te kwalificeren : een persoon die langer dan zes maanden in België verblijft, wordt als vast verblijfhouder beschouwd. Het verblijf wordt gecontroleerd op basis van de inschrijving in het bevolkingsregister. Deze persoon bezit dus een gewone verblijfsvergunning uitgereikt door de gemeentelijke autoriteit van zijn verblijf.

    Dit artikel legt het beginsel vast volgens hetwelk de autoriteiten van de Ontvangende Staat de toestemming verlenen in overeenstemming met de aldaar van kracht zijnde regelgeving en de bepalingen van deze Overeenkomst. De toestemming kan trouwens geweigerd worden indien het nationaal belang of de nationale veiligheid van de ontvangende Staat in het gedrang zou komen of enkel onderdanen van die Staat in een bepaalde sector mogen tewerkgesteld worden.

    Daarnaast stelt voornoemd artikel dat de faciliteiten inzake het verlenen van toestemming om in de Ontvangende Staat te werken, van toepassing zijn voor zover de begunstigden deel uitmaken van het gezin van het personeel en zolang dit personeel officieel is aangesteld bij deze Staat.

    Artikel 3 : Procedures

    Dit artikel legt de beginselen vast inzake de procedure die moet worden gevolgd om toestemming te krijgen voor het verrichten van betaalde werkzaamheden. Verzoeken moeten via diplomatieke weg worden ingediend. Na het doorlopen van de procedure wordt de toestemming ook langs diplomatieke weg verstuurd.

    Het artikel voorziet dat de procedures met de nodige spoed worden doorlopen zodat de begunstigde snel een betaalde activiteit kan uitoefenen. Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat de in de Ontvangende Staat geldende voorschriften inzake de toegang tot het beroep en de kwalificaties verbonden aan de werkzaamheden moeten nageleefd en vervuld worden door de begunstigde.

    Artikel 4 : Civiel- en administratiefrechtelijke voorrechten en immuniteiten

    Dit artikel besteedt aandacht aan het feit dat de begunstigden van een toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten geen civiel- en administratiefrechtelijke immuniteit van rechtsmacht waarin de Verdragen van Wenen van 1961 en 1963 (of enig ander toepasselijk internationaal verdrag) voorzien, genieten voor de handelingen die voortvloeien uit het verrichten van bepaalde werkzaamheden welke onder het burgerlijk en administratief recht van de Ontvangende Staat vallen.

    De Overeenkomst bepaalt tevens dat afstand zal worden gedaan van de immuniteit van tenuitvoerlegging van gerechtelijke uitspraken die betrekking hebben op dergelijke handelingen.

    Artikel 5 : Immuniteit ten aanzien van strafzaken

    Overeenkomstig dit artikel doet de Zendstaat afstand van de immuniteit van rechtsmacht in strafzaken die de gezinsleden genieten. Het verzoek tot afstand moet betrekking hebben op elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden. Indien de afstand in strijd is met de belangen van de Zendstaat, zal deze Staat geen afstand van deze immuniteit doen.

    De Ontvangende Staat moet voor het doen van afstand van de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van het vonnis in strafzaken een specifiek verzoek tot afstand van de immuniteit aan de Ontvangende Staat richten, die het verzoek ernstig in overweging neemt.

    Artikel 6 : Belasting- en sociale zekerheidsstelsels

    Dit artikel 6 voorziet dat de belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat van toepassing zijn ten aanzien van alles wat verband houdt met het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheden. Onder « belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat » dient men te verstaan het geheel van fiscale en sociale regels in werking in deze Staat, met inbegrip van de eventuele, bestaande of toekomstige, bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

    Artikel 7 : Erkenning van diploma's

    Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat de overeenkomst niet de basis vormt voor de erkenning van titels, diploma's of studies. Deze materie wordt beheerst door de bestaande Belgische wetgeving en regelgeving.

    Aard van de Overeenkomst vanuit Belgisch (intern) oogpunt :

    Op grond van de bijzondere wetgeving inzake de institutionele hervormingen is alleen de federale staat bevoegd voor het vastleggen van voorschriften met betrekking tot de toegang tot bezoldigde arbeid van buitenlandse werknemers. De gewesten zijn alleen bevoegd voor de materiële tenuitvoerlegging van deze voorschriften, in casu voor het verstrekken van arbeidskaarten.

    Deze Overeenkomst werd dan ook ondertekend in naam van de federale regering. De heer Dirk Achten, voorzitter van het directiecomité, FOD Buitenlandse Zaken ondertekende de Overeenkomst voor België. Langs Filipijnse zijde ondertekende mevrouw Cristina G. Ortega, Ambassadeur.

    De vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken,

    Didier REYNDERS.

    De vice-eersteminister en minister van Financiën,

    Steven VANACKERE.

    De vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken,

    Joelle MILQUET.

    De vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken,

    Laurette ONKELINX.

    De minister van Zelfstandigen,

    Sabine LARUELLE.

    De minister van Justitie,

    Annemie TURTELBOOM.

    De minister van Werk,

    Monica DE CONINCK.


    WETSONTWERP


    ALBERT II,

    Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,

    Onze Groet.

    Op de voordracht van Onze vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, van Onze vice-eersteminister en minister van Financiën, van Onze vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken, van Onze vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken, van Onze minister van Zelfstandigen, van Onze minister van Justitie en van Onze minister van Werk,

    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    Onze vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Onze vice-eersteminister en minister van Financiën, Onze vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken, Onze vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken, Onze minister van Zelfstandigen, Onze minister van Justitie en Onze minister van Werk zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Brussel op 23 december 2009, zal volkomen gevolg hebben.

    Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 15 augustus 2012.

    ALBERT

    Van Koningswege :

    De vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken,

    Didier REYNDERS.

    De vice-eersteminister en minister van Financiën,

    Steven VANACKERE.

    De vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken,

    Joelle MILQUET.

    De vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken,

    Laurette ONKELINX.

    De minister van Zelfstandigen,

    Sabine LARUELLE.

    De minister van Justitie,

    Annemie TURTELBOOM.

    De minister van Werk,

    Monica DE CONINCK.


    OVEREENKOMST

    tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel.

    HET KONINKRIJK BELGIË

    EN

    DE REPUBLIEK DER FILIPIJNEN

    GELEID DOOR DE WENS een overeenkomst te sluiten teneinde het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke zendingen van de Zendstaat dan wel van consulaire posten die deze heeft op het grondgebied van de Ontvangende Staat, te vergemakkelijken

    ZIJN het volgende overeengekomen :

    Artikel 1

    Begripsomschrijvingen

    Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent :

    1. « Personeel » : een lid van de diplomatieke zending, een consulaire post, een lid van het administratieve of technische personeel, een consulair bediende of een lid van het dienstpersoneel van de diplomatieke zending of de consulaire post.

    2. « Gezinslid » : de echtgeno(o)t(e) van een lid van de diplomatieke zending of de consulaire post en de ongehuwde kinderen ten laste, jonger dan achttien jaar, van een diplomatiek of consulair ambtenaar.

    3. « Begunstigde » : een gezinslid aan wie toestemming is verleend om betaalde werkzaamheden te verrichten in de Ontvangende Staat.

    Artikel 2

    Toepassingsgebied van de Overeenkomst

    1.  De volgende personen mogen op grond van wederkerigheid betaalde werkzaamheden verrichten in de Ontvangende Staat :

    Een gezinslid van personeel van de Zendstaat dat is aangesteld :

    (i) bij de Ontvangende Staat, dan wel

    (ii) bij een internationale organisatie met zetel in de Ontvangende Staat.

    2. De toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten wordt verleend door de autoriteiten van de Ontvangende Staat overeenkomstig de aldaar van kracht zijnde wetgeving en voorschriften en overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst.

    3. De Ontvangende Staat kan de toestemming om werkzaamheden te verrichten weigeren voor sectoren waar om redenen van nationaal belang of veiligheid, uitoefening van openbaar bestuur of bestaande wetten en reglementen, alleen onderdanen van de Ontvangende Staat mogen worden tewerkgesteld.

    4. Deze toestemming geldt niet voor de ingezetenen van de Ontvangende Staat of de vaste verblijfhouders op zijn grondgebied.

    5. De toestemming is geldig voor de periode dat het personeel is aangesteld op het grondgebied van de Ontvangende Staat dan wel binnen een redelijke termijn na de beëindiging van de aanstelling.

    6. Tenzij de Ontvangende Staat anderszins beslist, wordt geen toestemming verleend aan de begunstigden die niet langer deel uitmaken van het gezin van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde personeel. De ambassade van de Zendstaat stelt de autoriteiten van de Ontvangende Staat in kennis van de gewijzigde situatie.

    Artikel 3

    Procedures

    1. Elk verzoek om toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden wordt uit naam van de begunstigde door de ambassade van de Zendstaat gestuurd naar de dienst Protocol van het Filipijnse ministerie van Buitenlandse Zaken dan wel naar de directie Protocol van de Belgische federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

    Het verzoek om toestemming bevat informatie over het soort werkzaamheid dat de begunstigde zal verrichten en over de verwantschap van de begunstigde tot het betreffende personeel.

    Na voltooiing van de vereiste procedures voor de behandeling van het verzoek, laat de regering van de Ontvangende Staat de ambassade van de Zendstaat officieel weten dat het gezinslid de toestemming krijgt om betaalde werkzaamheden te verrichten.

    2. De gevolgde procedures worden dusdanig toegepast dat de begunstigde zo snel mogelijk betaalde werkzaamheden kan verrichten. Alle voorschriften inzake werkvergunningen en soortgelijke formaliteiten worden welwillend toegepast.

    3. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten betekent niet dat de begunstigde wordt vrijgesteld van de vereisten of voorschriften die gewoonlijk van toepassing zijn op persoonsgegevens, professionele of andere kwalificaties waarvan de belanghebbende het bewijs dient te leveren voor het verrichten van de betaalde werkzaamheden.

    Artikel 4

    Civiel- en administratiefrechtelijke voorrechten en immuniteiten

    Ingeval de begunstigde civiel- en administratiefrechtelijke immuniteit van rechtsmacht geniet in de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake diplomatiek en consulair verkeer, dan wel enig ander toepasselijk internationaal verdrag, is deze immuniteit niet van toepassing op handelingen die voortvloeien uit het verrichten van betaalde werkzaamheden welke onder het burgerlijk of administratief recht van de Ontvangende Staat vallen. De Zendstaat zal afstand doen van de immuniteit van tenuitvoerlegging van alle rechterlijke uitspraken met betrekking tot dergelijke handelingen.

    Artikel 5

    Immuniteit ten aanzien van strafzaken

    Ingeval de begunstigde immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de Ontvangende Staat, overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer, dan wel van enig ander internationaal verdrag :

    a. doet de Zendstaat afstand van de immuniteit van de rechtsmacht in strafzaken die de begunstigde van de toestemming ten aanzien van de Ontvangende Staat geniet met betrekking tot elk handelen of nalaten dat voortvloeit uit de betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen wanneer de Zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd zou kunnen zijn met zijn belangen; en

    b. het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op de immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak, waarvan uitdrukkelijk afstand moet worden gedaan. In dergelijk geval neemt de Zendstaat het verzoek van de Ontvangende Staat ernstig in overweging.

    Artikel 6

    Belasting- en sociale zekerheidsstelsels

    In overeenstemming met de bepalingen van de Verdragen van Wenen inzake Diplomatiek en Consulair Verkeer dan wel krachtens enig ander toepasselijk internationaal verdrag zijn de begunstigden onderworpen aan de belasting- en sociale zekerheidsstelsels van de Ontvangende Staat, ten aanzien van alles wat verband houdt met het verrichten van bedoelde werkzaamheden in deze Staat.

    Artikel 7

    Erkenning van diploma's

    Deze Overeenkomst houdt geenszins de wederzijdse erkenning in van titels, diploma's of studies.

    Artikel 8

    Duur en beëindiging

    Deze Overeenkomst blijft van kracht voor onbepaalde duur. Elk van de Partijen kan de Overeenkomst te allen tijde beëindigen of opschorten door zes (6) maanden van te voren de andere Partij langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis te stellen van haar wens om de Overeenkomst te beëindigen of op te schorten.

    Artikel 9

    Inwerkingtreding

    Deze Overeenkomst zal in werking treden één (1) maand volgend op de dag van uitwisseling van de laatste kennisgeving van de voltooiing van de grondwettelijke en wettelijke procedures van de Partijen.

    TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

    GEDAAN te Brussel op 23 december 2009, in twee originele exemplaren, in de Nederlandse, de Franse en de Engelse taal. In geval van verschil in uitlegging, is de Engelse tekst doorslaggevend.


    VOORONTWERP VAN WET VOOR ADVIES VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE


    Voorontwerp van wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Brussel op 23 december 2009.

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Brussel op 23 december 2009, zal volkomen gevolg hebben.


    ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE Nr. 50.332/1 VAN 6 OKTOBER 2011


    De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 14 september 2011 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek der Filipijnen inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Brussel op 23 december 2009', heeft het volgende advies gegeven :

    Op vraag van de auditeur-verslaggever heeft de gemachtigde bij het begrip « vaste verblijfhouder », bedoeld in artikel 2, lid 4, van de overeenkomst waarmee instemming wordt verleend, volgende toelichting verstrekt :

    « Het begrip « vaste verblijfhouder » vindt men terug in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer als één van de uitsluitinggronden voor het bezitten van voorrechten en immuniteiten. Ik verwijs hiervoor naar het artikel 37. Er bestaat een gelijkaardige bepaling in het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer (artikel 71).

    Bovengenoemde verdragen geven geen omschrijving van het begrip. De concrete invulling van het begrip behoort toe aan de ontvangststaat. België (meer bepaald de directie Protocol van de FOD Buitenlandse Zaken) past volgende regel toe : een persoon die langer dan zes maanden in België verblijft, wordt als vaste verblijfhouder beschouwd. Het verblijf wordt gecontroleerd op basis van de inschrijving in het bevolkingsregister. Deze persoon bezit dus een gewone verblijfsvergunning uitgereikt door de gemeentelijke autoriteit van zijn verblijf.

    De omschrijving van vaste verblijfhouder is ingeschreven in de omzendbrief van de directie Protocol gericht aan de zendingen in België. »

    Het verdient aanbeveling deze verduidelijking van het begrip « vaste verblijfhouder » op te nemen in de memorie van toelichting bij het voorontwerp van wet.

    De kamer was samengesteld uit

    De heer M. VAN DAMME, kamervoorzitter.

    De heren J. BAERT en W. VAN VAERENBERGH, staatsraden.

    De heren M. RIGAUX en L. DENYS, assessoren van de afdeling wetgeving.

    Mevrouw G. VERBERCKMOES, griffier.

    Het verslag werd uitgebracht door mevrouw G. SCHEPPERS, auditeur.

    De griffier, De voorzitter,
    G. VERBERCKMOES. M. VAN DAMME.