5-167COM | 5-167COM |
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - De regering is een relanceplan aan het uitwerken. Het tewerkstellingsplan maakt daar deel van uit. Met dat plan wil de minister onder andere het probleem aanpakken dat ouderen die ontslagen worden, moeilijk opnieuw aan de slag geraken. Daarom wil de minister werkgevers een financiële prikkel geven van 400 euro per kwartaal voor elke vierenvijftigplusser die ze in dienst nemen of houden, en 1000 euro per kwartaal voor achtenvijftigplussers. Het ontslaan van een vijftigplusser zou een forfaitair bedrag van 500 euro kosten als die werknemer een jaar later nog steeds een werkloosheidsuitkering krijgt. Daarnaast wordt de boete voor het niet aanbieden van outplacement tot 3000 euro opgetrokken.
De minister wil ook het brugpensioen hervormen. Vandaag betaalt de laatste werkgever en dat verhoogt vaak de drempel om een vijftigplusser aan te nemen. In het tewerkstellingsplan wil de minister de kosten verdelen tussen de werkgever en een solidariteitsfonds.
Hoe zal de minister dat solidariteitsfonds stijven?
Zal de budgettaire impact ervan neutraal zijn?
Mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk. - Het solidariseren van de werkgeverskosten verbonden aan het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, het vroegere brugpensioen, kan inderdaad leiden tot een deresponsabilisering van de individuele werkgever. Daarom is het belangrijk dat een dergelijk plan wordt beperkt tot situaties waarin het wel een positief effect kan hebben en dat wil ik dan ook doen.
De werkgeverskosten verbonden aan het stelsel zetten momenteel een rem op de aanwerving van oudere werklozen. De werkgever loopt immers het risico dat hij na een korte periode van tewerkstelling geconfronteerd wordt met een langdurige `nakost', namelijk de kosten van de aanvullende vergoeding die hij tot aan de pensioenleeftijd moet betalen. Om dat te vermijden is solidariseren een oplossing.
Er zullen dus strikte regels komen in welke gevallen een solidarisering kan. We kunnen ons daarvoor baseren op wat al in het Generatiepact was opgenomen, maar nooit werd uitgevoerd. Het idee stond inderdaad al expliciet in het Generatiepact. In zijn rapport van vorige maand, dat `actief ouder worden' als centraal thema had, schreef de Hoge Raad voor de werkgelegenheid trouwens: `Deze maatregel is tot op heden niet uitgevoerd, ofschoon het opportuun zou zijn dat wél te doen op voorwaarde dat de ongewenste effecten ervan op de ontslagen worden vermeden.'
Om die ongewenste effecten zo veel mogelijk te beperken kunnen we onder andere de volgende criteria gebruiken. Ten eerste geldt de regeling enkel voor het ontslag van werknemers die na hun vijftigste verjaardag werden aangeworven en die in de jaren daarvoor niet in dienst waren van dezelfde onderneming of deelonderneming. Ten tweede moet de werknemer op het ogenblik van zijn ontslag ook minstens een nog te bepalen anciënniteit in de onderneming hebben, om eventueel misbruik te voorkomen dat via een zeer korte tewerkstelling rechten worden gecreëerd op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Ten derde geldt de solidarisering enkel voor de kosten die verbonden zijn aan het algemeen stelsel van cao 17. Dat wil zeggen voor de kosten vanaf zestig jaar. De eerdere kosten blijven voor de werkgever zelf. In het kader van de onderhandelingen over de uitvoeringsbepalingen zijn natuurlijk nog aanpassingen van die voorwaarden of bijkomende voorwaarden mogelijk.
Het basisidee in het Generatiepact was dat het Fonds voor sluiting van ondernemingen deze gesolidariseerde kosten op zich zou nemen en maandelijks de aanvullende vergoeding zou uitbetalen. De financiering zal bekeken worden samen met de concrete uitwerking van de regels. Dat plannen we later dit jaar, als we tot een consensus zijn gekomen.