5-71

5-71

Belgische Senaat

Handelingen

DINSDAG 10 JULI 2012 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Wetsontwerp tot wijziging van het Kieswetboek, wat betreft het stemrecht van de Belgen in het buitenland (Stuk 5-1672)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek wat betreft de verplichte inschrijving van de kiezers uit het buitenland in de gemeente van hun laatste officiële verblijfplaats (van de heren Yves Buysse, Jurgen Ceder en Bart Laeremans en mevrouw Anke Van dermeersch; Stuk 5-693)

Algemene bespreking

De heer Peter Van Rompuy (CD&V), corapporteur. - Sta mij toe in hoofdorde te verwijzen naar het schriftelijk verslag dat gisteren in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden werd goedgekeurd.

Het wetsontwerp werd uitgebreid toegelicht door staatssecretaris Wathelet. Hij legde er de nadruk op dat er objectieve criteria komen voor de gemeente waarin de kiezer wordt ingeschreven en dat een aantal procedures wordt vereenvoudigd.

Tijdens de discussie kwam ook de uitbreiding van het stemrecht van Belgen in het buitenland bij de deelstaatverkiezingen aan bod. Aangezien deze kwestie buiten het bereik van het institutioneel akkoord ligt, werd de uitbreiding nu niet in aanmerking genomen.

Verschillende fracties van de institutionele oppositie hadden amendementen ingediend. Die werden echter door een meerderheid van de commissieleden verworpen. Het wetsontwerp werd aangenomen met negen stemmen bij vier onthoudingen.

M. Gérard Deprez (MR), corapporteur. - Je n'ai rien à ajouter à ce qui vient d'être remarquablement dit par mon collègue Peter Van Rompuy.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Het ontwerp met betrekking tot stemrecht van Belgen in het buitenland kadert in een pakket, waartoe ook de politieke geloofwaardigheid behoort en waarvan, althans voor ons, ook constitutieve autonomie deel had moeten uitmaken. Dat deel werd evenwel in een vorig pakket goedgekeurd en het werd niet tot het stemrecht uitgebreid. Dit neemt niet weg dat het ontwerp een stap in de goede richting is, al blijven we van oordeel dat het niet ver genoeg gaat.

Het ontwerp heeft betrekking op het democratische recht en de plicht van Belgen om aan het beleid te participeren. Het wil Belgen die permanent in het buitenland verblijven daartoe de effectieve mogelijkheid bieden. Met dit wetsontwerp wordt dat recht vergemakkelijkt voor de federale verkiezingen. Allicht zullen er wel technische problemen rijzen, maar die zullen worden aangepakt als ze zich aandienen. Daarover zullen waarschijnlijk ook geen grote politieke tegenstrijdigheden ontstaan.

Toch is er voor ons bij dit ontwerp een groot juridisch en politiek probleem, namelijk dat de regeling niet wordt uitgebreid tot de verkiezingen van de deelstaatparlementen. In de commissie hebben we verwezen naar de stichting Vlamingen in de Wereld - een organisatie die boven de partijen staat - en naar het forum `De vergeten Vlaamse provincie'. Reeds in 2011 werd gevraagd Vlamingen in het buitenland de gelegenheid te geven deel te nemen aan de democratische besluitvorming, en dat niet alleen op federaal niveau, maar ook voor het gelijkwaardige niveau van de deelstaten. Die vraag werd niet alleen door de N-VA onderschreven, maar tevens door sp.a, Groen en CD&V.

We hebben geprobeerd dit idee kracht bij te zetten, onder meer door ons amendement op een wetsvoorstel van collega Defraigne.

Dat werd afgeblokt, met een argument dat er geen is, namelijk omdat het geen deel uitmaakt van het institutionele akkoord en dat één partij ertegen gekant is. Ik hoop dat ik daar vandaag iets meer over te horen krijg want het gaat hier om een verklaring, niet om een argument.

Tot zover het politieke niveau. Er is echter ook een juridisch niveau. Deelnemen aan verkiezingen is een recht, geen gunst. In een parlementaire democratie is die deelname, wat ons betreft, een plicht. Dat recht geldt op alle niveaus van de democratische besluitvorming, ook op het hoogste niveau. In België is dat hoogste niveau dus het federale niveau en daaraan constitutioneel gelijkwaardig, het niveau van de gemeenschappen en de gewesten.

Voor de uitoefening van het democratische recht om deel te nemen aan de verkiezingen kan rekening worden gehouden met operationele problemen. Zo moeten schikkingen worden getroffen voor mensen die zich in bijzondere omstandigheden bevinden, zoals militairen op missie, gevangenen en ook Belgen in het buitenland. Zij kunnen hun recht, en eigenlijk hun plicht, moeilijker uitoefenen. Lange tijd bleven Belgen in het buitenland van hun stemrecht verstoken. Nu hebben ze stemrecht voor het federale Parlement, en met de huidige voorstellen zullen we ervoor zorgen dat ze hun recht nog gemakkelijker kunnen uitoefenen. Die bepalingen gelden echter niet voor het niveau van de deelstaten.

Tussen Belgen kan een onderscheid worden gemaakt op basis van objectieve rechtvaardigingsgronden, dus volgens een wettelijk onderscheid dat geen discriminatie inhoudt van het gelijkheidsbeginsel. Een dergelijk onderscheid bestaat tussen Belgen die in België wonen en Belgen die niet in België wonen, en voor wie we vandaag de bijzondere voorwaarden voor de uitoefening van het stemrecht vastleggen.

Er bestaat echter geen objectieve rechtvaardigingsgrond voor de niet-toekenning van het stemrecht aan Belgen in het buitenland voor de verkiezingen van de deelstaten. De voorwaarden voor die deelname blijven een verantwoordelijkheid van de federale wetgever. De grondwettelijk gewaarborgde democratische participatierechten en het gelijkheidsbeginsel van de Belgen in het buitenland worden geschonden als ze geen stemrecht krijgen voor de deelstaatverkiezingen, zonder enige juridische, objectieve rechtvaardigingsgrond. Door hen stemrecht te geven voor de federale verkiezingen, maar niet voor de verkiezingen van de gelijkwaardige deelstaatparlementen, is de inbreuk op het gelijkwaardigheidsbeginsel nog flagranter. Wij hebben dan ook een amendement ingediend om te proberen die ongrondwettigheid op te heffen, maar we hebben vastgesteld dat we daarvoor weinig gehoor vinden.

Ik wil een aantal opmerkingen weerleggen die tegen mijn grondwettelijke analyse zouden kunnen worden ingebracht. Volgens de vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof kan een lacune in de wetgeving aanleiding geven tot ongeoorloofde discriminatie.

Uiteraard is het Hof dan niet bevoegd om de vernietiging of de schorsing uit te spreken van die impliciete weigering om een wetgevende norm te nemen. Er kan dus niet worden gevraagd dat die lacune wordt opgevuld, ook al is de recente rechtspraak iets flexibeler. Dat uit de ontstentenis van een norm een discriminatie kan voortvloeien, lijkt in overeenstemming te zijn met de vaste rechtspraak.

In 1999 stelde het Arbitragehof trouwens al dat de grondwettelijke regels van gelijkheid en niet-discriminatie nopen tot een vergelijking, niet van twee opeenvolgende beleidsopties van de wetgever, noch van verschillende regels die op eenzelfde persoon van toepassing zijn, maar wel van de manier waarop de wet op eenzelfde tijdstip verschillende categorieën behandelt. De vergelijkingen met de gemeenteraadsverkiezingen, die in de commissie werden gemaakt, zijn in deze dan ook volstrekt naast de kwestie.

Dan is er nog het zogenaamde argument dat de Raad van State geen opmerkingen heeft gemaakt en dat de huidige regeling tot op heden ook niet ongrondwettig is verklaard. Dat argument kan heel snel worden weerlegd: vooralsnog is er geen expliciete uitspraak van het enige rechtscollege dat ter zake bevoegd is, namelijk het Grondwettelijk Hof, waarin wordt gesteld dat deze toestand wel in overeenstemming is met de Grondwet.

Ik vat samen. Wat hier voorligt, is een goede stap voorwaarts. Die stap niet zetten voor de deelstaatverkiezingen is ongrondwettig. Vermits de federale wetgever zowel voor de federale verkiezingen als voor de deelstaatverkiezingen normen vastlegt - de toekenning van constitutieve autonomie is wat dat betreft afgewezen - kan hij de federale verkiezingen en de deelstaatverkiezingen niet op een onderscheiden manier inrichten, tenzij daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond zou bestaan. In de debatten in de commissie is op geen enkel ogenblik een dergelijke objectieve rechtvaardigingsgrond verstrekt. Sterker nog, verschillende sprekers hebben gezegd dat, ofschoon ze dat nu niet kunnen aanvaarden, ze het wel inhoudelijk met die stelling eens zijn.

Ik heb dus helemaal geen rechtvaardigingsgrond voor de onderscheiden behandeling van de federale verkiezingen en die voor de deelstaatparlementen gehoord en ik hoop dat alle fracties daaruit de consequenties zullen trekken.

Mme Marie Arena (PS). - Nous sommes aujourd'hui amenés à nous prononcer sur la deuxième partie du premier volet de la sixième réforme de l'État conclue, à l'instar des treize propositions déjà votées par le Sénat le mois dernier, dans le cadre de l'accord institutionnel rassemblant les six partis du gouvernement ainsi qu'Écolo et Groen, n'en déplaise à M. Danny Pieters. Nous sommes bien dans le cadre d'un accord de majorité à laquelle Groen et Écolo sont associés, monsieur Pieters.

Cet accord avait pour objectif, je le rappelle, de changer notre pays en profondeur pour être plus efficace et pour mieux servir la population. C'est dans ce cadre que s'inscrit la simplification du vote des Belges résidant à l'étranger. Mon groupe se réjouit de cette avancée démocratique importante. Cette simplification devrait pérenniser le vote de nos compatriotes qui le souhaitent et en garantir la sécurité.

À l'heure où l'on encourage la mobilité extraterritoriale dès les études, on peut s'attendre à ce que le nombre de nos compatriotes résidant à l'étranger et souhaitant garder un lien fort avec notre pays et participer à sa vie démocratique augmente encore au cours des années à venir. Simplifier les procédures, démocratiser le vote en objectivant le rattachement et sécuriser le vote étaient donc des démarches essentielles.

Pour le PS, il importait de déterminer les critères objectifs de rattachement à une commune d'inscription telle que celle de la dernière résidence ou encore celle des parents. Il s'agissait de mettre un terme à une pratique passée qui consistait à se rattacher à une commune de son choix sans aucun lien objectif avec celle-ci. Dans un souci d'équité, la procédure proposée entend que le Belge vivant à l'étranger voie son vote rattaché de façon objective à la commune dans laquelle son vote sera comptabilisé.

Une autre avancée résulte du fait que le Belge vivant à l'étranger, qui choisit le vote en personne ou par procuration, ne devra s'inscrire qu'une seule fois sur la liste des électeurs, son inscription étant pérennisée pour autant qu'il vote à chaque scrutin. Il ne devra donc plus se réinscrire lors de chaque élection. C'est une simplification.

En parallèle, il était essentiel à nos yeux de garantir la sécurité du vote. C'est également chose faite grâce aux modalités entourant les différents modes de vote.

Il importe de préciser que ce nouveau dispositif n'enlève rien à la procédure actuelle prévoyant l'obligation de vote après inscription. À partir du moment où le Belge maintenu à l'étranger aura fait le choix de cette inscription, il devra assumer ce devoir électoral. C'est donc effectivement un droit mais c'est aussi un devoir.

Nous pouvons aussi nous réjouir du dispositif d'information du Belge vivant à l'étranger concernant cette nouvelle procédure. II était essentiel de prévoir des mesures d'information qui permettent aux expatriés d'exercer leur droit de vote en toute connaissance de cause.

Mon groupe votera en faveur de cette réforme qui constitue un progrès pour les droits démocratiques des Belges vivant à l'étranger.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Mevrouw Arena, u bent een verstandige vrouw. U weet dus dat het argument dat iets geen deel uitmaakt van het akkoord geen inhoudelijk argument is om een bezwaar met betrekking tot de grondwettigheid te weerleggen. Geef ons dan de reden waarom u zich zo verzet tegen de toekenning van stemrecht aan Belgen in het buitenland voor de deelstaatparlementen. Het is intussen wel duidelijk dat dit geen deel uitmaakt van het akkoord, maar de vraag is waarom? Welke argumenten zijn er voor die onderscheiden behandeling?

Mme Marie Arena (PS). - Monsieur Pieters, vous voyez habituellement le verre à moitié vide, alors que l'on peut considérer le verre à moitié plein. Nous sommes face à des avancées, et vous êtes dans l'incapacité d'en reconnaître une seule dans le cadre de ces accords institutionnels. C'est regrettable.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Als we morgen bijvoorbeeld zouden overgaan tot een toekenning van een dubbele werkloosheidsuitkering voor roodharigen, dan zult u zeggen dat dit toch een vooruitgang is voor die roodharigen. Vindt u dat dan in orde omdat de roodharigen alvast meer hebben en er van de andere niets wordt afgepakt? Of zou het misschien toch nodig zijn te verantwoorden waarom een criterium gehanteerd wordt dat in casu totaal irrelevant zou zijn? Hier gaat het om net hetzelfde: waarom behandelt de federale wetgever twee soorten verkiezingen op een verschillende manier?

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik ga het kort houden. Dit ontwerp is immers veel minder belangrijk dan het wetsontwerp dat de Senaat vanmiddag zal bespreken.

De problematiek van het stemrecht voor de Belgen in het buitenland heeft mij altijd zeer geïnteresseerd, vooral omdat dat stemrecht in het verleden misbruikt werd. Bij de verkiezingen van 2003 heeft men immers alle Belgen in het buitenland die in het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde ingeschreven waren, laten stemmen in het kanton Lennik. Dat heeft ertoe geleid dat het aandeel van de Franstalige stemmen in dat kanton toenam van 5% naar 20%. Die uitslag lag mee aan de basis van het verzet tegen en de verontwaardiging over het handhaven van de unitaire kieskring BHV.

Het was immers duidelijk geworden dat het stemrecht voor de Belgen in het buitenland niet neutraal was. De woonplaats of de plaats van stemopname kon immers vrij worden gekozen. Vlaams Belang heeft daarom toen zelf voorstellen ingediend die, net zoals het ontwerp dat vandaag voorligt, objectieve criteria invoegen om te bepalen in welke gemeente men zijn stem kan uitbrengen; zoals de laatste verblijfplaats of de woonplaats van de ouders of de voorouders. Op zich vindt Vlaams Belang dat dus een goede zaak.

Intussen zijn er echter nieuwe elementen toegevoegd aan het dossier. Daarom heeft Vlaams Belang amendementen ingediend om het voorliggende ontwerp in een andere richting te sturen.

De heer Pieters heeft gewezen op de ongelijke behandeling bij de federale en de deelstaatverkiezingen. Bij de volgende federale verkiezingen zal inderdaad blijken dat de verkiezingen voor de deelstaatparlementen ondergeschikt zijn aan de federale verkiezingen. Het is niet toevallig dat de verkiezingen voor de deelstaten als onbelangrijk worden beschouwd. Het is typisch voor België dat de federale verkiezingen de enige verkiezingen zijn die echt van belang zijn.

Dat zal ook in de toekomst nog steeds het geval zijn. Het Belgische establishment beschouwt de deelstaatverkiezingen als een spielerei, waarmee men moet leven, maar die politiek niet van tel zijn. In die lijn wordt dus geoordeeld dat de Belgen in het buitenland enkel moeten kunnen deelnemen aan de federale verkiezingen. In het buitenland zijn er blijkbaar enkel Belgen, geen Vlamingen of Walen. Die visie toont aan dat Vlaams Belang gelijk heeft als het stelt dat er in wezen niets zal veranderen zolang het federalisme zoals we dat nu kennen, blijft bestaan en het federale niveau blijft primeren.

De voorzitter van het Vlaams Parlement, die morgen in het Brusselse stadhuis zijn 11 juli-toespraak houdt, moet dan ook beseffen dat het verkeerd is te blijven redeneren binnen het Belgische kader. Dat lost niets op. Zolang België bestaat, zal Vlaanderen internationaal niet meespelen, zullen onze landgenoten in het buitenland enkel België kennen en niet de deelstaten. De meerderheid negeert en misprijst het deelstaatniveau, precies om te voorkomen dat dat niveau ooit een echt belangrijke rol kan spelen.

Daarnaast is er de problematiek van Brussel en van Halle-Vilvoorde. Toen Vlaams Belang zijn eigen wetsvoorstel indiende in verband met het stemrecht voor de Belgen in het buitenland, was de situatie immers nog anders dan vandaag. Vanaf 2014 zullen de verkiezingen immers niet langer op correcte wijze de wil van de Brusselse bevolking weerspiegelen. Aan de Brusselse kiesresultaten zullen immers stemmen worden toegevoegd van buiten Brussel, namelijk de stemmen van inwoners van de faciliteitengemeenten. De uitslag in Brussel wordt zo nog verder versterkt in het voordeel van de Franstaligen.

In Brussel is er al een onevenwicht, namelijk ongeveer 88% Franstalige tegenover ongeveer 12% Nederlandstalige kiezers. Als daar nog eens 10 000 à 30 000 Franstalige stemmen bijkomen uit de faciliteitengemeenten, is het evenwicht helemaal zoek. Op die manier worden franskiljons uit Vlaanderen bevoorrecht; zij kunnen met zekerheid bijdragen tot de verkiezing van een kamerlid. De Vlamingen in Brussel worden echter verder gemarginaliseerd; zij hebben niet de mogelijkheid hun stemmen samen te tellen en zo minstens één of twee van de vijftien kamerzetels te halen. Wij vinden dat verschrikkelijk onrechtvaardig.

Politiek gezien dreigt Brussel een Franstalige stad te worden waar de Vlamingen zijn geliquideerd. Dat debat hebben we hier enkele weken geleden al gevoerd. Juist daarom wil Vlaams Belang van deze gelegenheid gebruikmaken om Belgen in het buitenland toch op een nuttige manier te laten deelnemen aan de verkiezingen in de kieskring Brussel. In die kieskring worden vijftien kamerleden verkozen. Dat is bijzonder veel voor een gebied met 500 000 à 600 000 kiezers. De buitenlanders die in Brussel wonen, tellen mee om dat hoge aantal - uitsluitend Franstalige - verkozenen te bepalen. Dat hoge aantal zal bovendien enkel uit Franstaligen bestaan. Op die manier zullen de buitenlanders in Brussel meteen het signaal krijgen dat alleen een stem voor een Franstalige partij nuttig is en dat de Vlamingen niet meetellen.

Wij willen dat probleem verhelpen en ervoor zorgen dat de Vlamingen in Brussel politiek meetellen. Daarom hebben we in de commissie en nu ook in de plenaire vergadering amendementen ingediend. Die amendementen maken het mogelijk dat alle stemmen van Belgen in het buitenland in Brussel terechtkomen. Naar schatting ligt dat aantal tussen 120 000 en 200 000 en maken de Nederlandstalige en Franstalige kiezers respectievelijk 40 en 60% van die groep uit. Als we die verhouding in Brussel injecteren, kunnen de Vlaamse lijsten daar overleven. Als zo'n injectie mogelijk is voor Franstaligen uit de zes faciliteitengemeenten die niet in Brussel wonen, moet ze zeker mogelijk zijn voor Belgen in het buitenland; zij wonen ook wel niet in Brussel, maar hun band met Brussel is sterker dan die met welke andere stad dan ook. Het is heel vaak juist vanwege die band en vanwege het internationale karakter van Brussel dat zij in het buitenland wonen. Daardoor krijgen ze meer te maken met de Belgische hoofdstad dan met hun stad of dorp in Vlaanderen of Wallonië.

Met onze amendementen kunnen de Vlamingen in Brussel dus politiek overleven. Zij die altijd beweren respect te hebben voor de Brusselse Vlamingen, zouden onze amendementen dus moeten goedkeuren.

M. Gérard Deprez (MR), corapporteur. - C'est un honneur mais aussi un plaisir de prendre la parole aujourd'hui, au nom du MR, à l'occasion de la discussion du projet de loi portant modification du Code électoral en ce qui concerne le vote des Belges à l'étranger.

Certains d'entre vous veulent peut-être l'ignorer, mais l'octroi du droit de vote aux Belges de l'étranger a toujours été une préoccupation majeure pour le MR. J'en veux pour preuve, monsieur Pieters, le nombre de propositions de loi qui ont été déposées et auxquelles vous avez fait expressément référence.

À ceux qui s'étonneraient de voir que ce projet de loi qui améliore le droit de vote des Belges à l'étranger figure dans le paquet « BHV » de la sixième réforme de l'État, je répondrai que deux interprétations sont possibles.

Si l'on veut écrire l'histoire de façon romanesque - M. Cheron comprendra ce que je veux dire - on ne peut que se féliciter de la volonté unanime et déterminée de l'ensemble des partenaires de la majorité institutionnelle de vouloir renforcer la démocratie en améliorant l'exercice du droit de vote des Belges à l'étranger.

Si l'on veut s'approcher au plus près de la vérité historique, on devra reconnaître que la présence de ce texte dans le fameux paquet « BHV » répond largement à une exigence de mon parti à laquelle les autres partenaires de la majorité institutionnelle ont bien voulu se joindre.

Ce projet est un bon projet. Comme a l'habitude de le dire mon collègue, Richard Miller, dont personne ne contestera qu'il est à la fois un démocrate, un libéral, un progressiste...

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Et un Montois !

M. Gérard Deprez (MR), corapporteur. - ... « un droit n'existe pas réellement si les conditions pratiques pour le rendre effectif ne sont pas créées ».

C'est précisément l'objet de ce projet de loi. Il ne crée pas un nouveau droit, monsieur Pieters, il vise à rendre plus effectif le droit de vote des Belges résidant à l'étranger à l'occasion des élections fédérales en fixant des critères objectifs de rattachement des Belges à des communes, en pérennisant l'inscription comme électeur et en améliorant les modalités de vote et de dépouillement des votes.

Ce projet de loi clôture-t-il pour autant la question du droit de vote des Belges à l'étranger ? Ce n'est pas du tout le cas, comme vous l'avez rappelé, monsieur Pieters. Je n'entrerai pas dans le débat constitutionnel, mais il est évident que c'est pour des raisons politiques que vous auriez voulu que le projet aille plus loin et que c'est également pour ces mêmes raisons qu'il ne va pas plus loin aujourd'hui, car nous nous tenons à l'accord obtenu.

Vous le savez, nous avons déposé des propositions de loi qui visent à étendre ce droit de vote à l'occasion des élections dans les entités fédérées. J'imagine que nous aurons l'occasion d'en débattre dans les prochaines années. De la même manière, nous pourrions débattre de l'élargissement de ce droit de vote à l'occasion des élections européennes. Vous n'en avez jamais rien dit, mais c'est aussi la philosophie de votre double mouvement politique : le renforcement des entités fédérées et la solidification du processus européen.

En toute hypothèse, nous aurons l'occasion de continuer à débattre du droit de vote dans les prochaines années et à apporter des améliorations. D'une manière plus ou moins dynamique et large, les uns et les autres participent à ce double mouvement qui se développe actuellement. Notre volonté est en tout cas d'y participer.

Dans notre pays, pour l'exercice du droit de vote, le concept de citoyenneté tend à prendre le pas sur le concept de nationalité. C'est la raison pour laquelle, par exemple, les ressortissants des autres pays de l'Union européenne disposent déjà du droit de vote à certaines élections internes. C'est aussi la raison pour laquelle, dans notre pays, il a été octroyé démocratiquement un droit de vote aux élections municipales à des gens qui n'ont pas la nationalité belge mais qui résident légalement sur le territoire. Ce mouvement va continuer. En matière d'exercice du droit de vote, la notion de citoyenneté supplantera progressivement la notion de nationalité.

Un autre mouvement se produira également : il ne faudra plus parler simplement du droit de vote mais aussi du droit à l'éligibilité. À cet égard, nous n'en sommes manifestement qu'au tout début du processus.

Au vu des chantiers qui sont ouverts, je pense que nous avons encore beaucoup de travail à réaliser ensemble, mais je suis particulièrement satisfait que nous ayons obtenu un accord qui rendra l'exercice du droit de vote des Belges à l'étranger beaucoup plus effectif.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Ik wil kort reageren op twee punten uit de uiteenzetting van de heer Deprez.

We hebben de Europese verkiezingen niet vermeld, omdat we daar een complicatie zien waarover we nog eens goed moeten nadenken. Niet-staatsburgers die permanent in België verblijven, krijgen stemrecht voor de Europese verkiezingen. We moeten echter verhinderen dat één persoon twee stemmen heeft, een in zijn land van herkomst en een in het land van verblijf. Wij - en ik neem aan ook de heer Deprez - zijn namelijk voorstander van het principe `één man/één vrouw, één stem'.

De heer Deprez doet de heel mooie uitspraak dat een recht pas bestaat wanneer het effectief kan worden uitgeoefend, maar vindt hij dan dat het stemrecht voor Belgen in het buitenland een cadeau is dat we hen voor de federale verkiezingen wél geven, maar voor de deelstaatverkiezingen niet? Ik dacht toch dat ook hij vindt dat het recht op democratische participatie in de twee gelijkwaardige parlementen, het federale parlement en het deelstaatparlement, een constitutioneel recht is dat ook effectief moet worden gemaakt. Waarom wordt dat recht vandaag dan niet toegekend bij de deelstaatverkiezingen? Ik weet dat er op dat gebied plannen bestaan, maar een akkoord is geen antwoord op een juridisch probleem.

M. Gérard Deprez (MR), corapporteur. - Madame la présidente, je voudrais revenir sur le premier point abordé par M. Pieters. Dire que la N-VA ne revendique pas de la même manière et avec la même intensité que l'on étende le droit de vote des Belges à l'étranger pour les élections européennes comme elle le fait pour les élections pour les entités fédérées parce qu'il pourrait y avoir des problèmes de double comptage est un argument aussi faible que celui qu'il nous reproche d'utiliser sur les autres points. Il s'agit de conditions pratiques qui peuvent être facilement réglées entre les États à l'échelon de l'Union européenne ou de manière bilatérale.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Dat is niet waar, want dat behoort tot de soevereiniteit van de buitenlandse parlementen. We kunnen hier helemaal niets praktisch regelen.

M. Gérard Deprez (MR), corapporteur. - Il serait extraordinairement simple de régler les problèmes pratiques de cet ordre de façon bilatérale avec tous les pays européens. Cela se fait pour les matières financières et pour les matières fiscales. Il est possible de communiquer des informations de manière telle que les gens soient dans l'impossibilité d'exercer deux fois le même droit de vote. Je trouve, pardonnez-moi, que votre argumentation est faible. C'est comme si, sur le plan de la transmission des informations, nous étions encore à l'âge de la pierre. Je ne veux pas dire que la N-VA est à l'âge de la pierre mais qu'elle n'utilise pas des arguments qui renvoient à cette époque !

En ce qui concerne l'extension du droit de vote, je vous répète ce que j'ai dit tout à l'heure : nous ne créons pas un nouveau droit. Vous faites comme si nous étions sur le point de créer un nouveau droit. Vous avancez l'objection de la constitutionalité par rapport à un droit qui existe depuis une dizaine d'années. Ce que nous faisons, c'est renforcer les conditions pratiques de l'exercice de ce droit. Je ne ferme pas la porte à l'extension de nouveaux droits mais ce n'est pas l'objet du texte sur lequel nous allons voter aujourd'hui.

De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - De problematiek van het stemrecht voor Belgen in het buitenland is uiteraard niet nieuw. Reeds in 1998 werd een eerste regeling voor de federale verkiezingen ingevoerd. Door de complexiteit ervan werd het echter geen daverend succes.

Pas na de hervorming van 2002, die tevens een versoepeling inhield, werd het een iets succesvoller verhaal. Omdat men zich in een gemeente naar keuze kon inschrijven, brachten meer en meer Belgen in het buitenland hun stem uit. Bij de laatste verkiezingen bij een gepland einde van een zittingsperiode, in 2007, waren dat er in het totaal een 122 000.

Deze vrije inschrijvingskeuze zorgde echter voor een onevenwichtige verdeling van de stemmen van de Belgen in het buitenland over de verschillende kieskringen. Zo schreef een onevenredig groot aantal Belgen uit het buitenland zich in gemeenten van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in. Dat gaf een vertekend beeld, want het zorgde ervoor dat de Belgen uit het buitenland buitenproportioneel vertegenwoordigd waren in de groep kiezers van BHV.

Aan Vlaamse kant herinnert iedereen zich bijvoorbeeld nog de geschiedenis van het kanton Lennik in 2003. In dat kanton werden immers de stemmen geteld van de Belgen in het buitenland die zich in een gemeente van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde hadden ingeschreven en per brief stemden. Maar liefst 11 000 in het buitenland uitgebrachte stemmen werden op die manier in Lennik verzameld. Voor de verkiezing van de Kamer verzesvoudigde daardoor het aantal stemmen voor Franstalige partijen in het kanton Lennik, van 1 500 naar 9 000. Het Franstalig kiescollege voor de Senaat vertoonde een analoge stijging van 1 674 naar 9 326 stemmen. Daardoor behaalden de Vlaamse partijen een duidelijk kleiner aandeel van de stemmen hoewel ze er in absolute cijfers al even duidelijk op vooruitgingen in vergelijking met de federale verkiezingen van 1999.

De reactie van de Vlaamse partijen bleef niet uit. Daarom werd in 2007 op de FOD Buitenlandse Zaken een bijzonder stembureau ingericht om daar de stemmen van de Belgen in het buitenland te tellen, in plaats van in het kanton Lennik. Door deze voorgeschiedenis hebben de Vlaamse partijen zich altijd enigszins terughoudend opgesteld tegenover de problematiek van het stemrecht voor Belgen in het buitenland, hoewel niemand eraan twijfelde dat de Belgen in het buitenland het recht moesten kunnen uitoefenen om aan de federale verkiezingen deel te nemen. Daarom steunen wij dit wetsontwerp.

Het ontwerp is evenwichtig omdat we dankzij de objectivering van de criteria om kiezers in een Belgische gemeente in te schrijven, de actuele onbedoelde neveneffecten kunnen vermijden. Tegelijk wordt er op geen enkele manier afbreuk gedaan aan het bestaande recht van de Belgen in het buitenland om aan de federale verkiezingen deel te nemen.

We staan om drie belangrijke redenen positief tegenover dit wetsontwerp. Vooreerst wordt er een objectieve band gecreëerd tussen de kiezer en de gemeente van inschrijving. Daardoor worden toestanden zoals in het kanton Lennik in 2003 vermeden en zal de uitoefening van het stemrecht van de Belgen in het buitenland voor de federale verkiezingen communautair haast neutraal zijn.

Ten tweede zorgt dit ontwerp voor een zekere administratieve vereenvoudiging van de procedure. Het zal immers volstaan om als Belg in het buitenland eenmalig een aanvraag te doen om in een bepaalde gemeente te worden ingeschreven. Daarna is de inschrijving in principe geldig voor alle federale verkiezingen. Bovendien zal men op eenvoudig verzoek, dan wel automatisch na inschrijving in het bevolkingsregister van een diplomatieke of consulaire post, een aanvraagformulier van deze post verkrijgen om zich in een gemeente in te schrijven. Hierbij benadrukken we dat alle Belgen in België en in het buitenland de gelegenheid zullen en moeten hebben om aan de federale verkiezingen deel te nemen. De Belgen die in het buitenland verblijven, hebben net als de Belgen in België niet alleen stemrecht, maar ook stemplicht, die ze moeten kunnen uitoefenen. Het is correct dat er een onderscheid blijft bestaan tussen de Belgen die in een Belgische gemeente zijn ingeschreven en de Belgen in het buitenland die bij de vorige verkiezingen niet aan hun kiesplicht hebben voldaan en niet hebben geantwoord op de bevestiging dat zij per brief stemmen. Zij krijgen immers geen aanvraagformulier tot inschrijving als kiezer. Wij menen evenwel dat dit verschil in behandeling gerechtvaardigd is en in overeenstemming is met de Europese rechtsregels en aanbevelingen.

Tot slot was er de voorbije weken in de commissie veel te doen over de uitbreiding van het stemrecht van de Belgen in het buitenland naar de verkiezingen van de deelstaatsparlementen. Bij veel van de vroegere voorstellen over dat onderwerp ontbrak een objectief aanknopingspunt, zodat de al aangegeven neveneffecten sterk konden spelen, ook voor de deelstaatverkiezingen. Dankzij de principes uit dit ontwerp is dit euvel eindelijk van de baan. Omdat die uitbreiding geen deel uitmaakt van het institutioneel akkoord dat wij hier nu uitvoeren, zal CD&V vandaag echter geen amendementen in die zin goedkeuren. Dat neemt niet weg dat we in de toekomst positief zullen staan tegenover voorstellen die op de voorliggende criteria zijn gebaseerd.

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Les textes qui nous sont soumis font effectivement l'objet de la première séquence ou du premier train, selon la métaphore choisie, monsieur le secrétaire d'État. Il s'agit donc de la première partie de la sixième réforme de l'État, à moins que M. Deprez ne conteste ce nombre...

D'autres collègues ont redit tout l'intérêt de cette proposition. Mme Arena, notamment, a reprécisé l'utilité de ce texte, qui ne crée pas le droit de vote mais simplifie l'application de celui-ci.

En commission, nous avons aussi pu noter avec intérêt une certaine évolution dans le jugement du Conseil d'État vis-à-vis du texte.

Ce texte confirme par ailleurs que le caractère obligatoire du vote n'est en rien modifié. Je rappelle au passage qu'il s'agit d'un texte de loi simple. En effet, la plupart des textes dont nous débattons ici sont soit des textes constitutionnels, soit des textes de loi dite spéciale, qui requièrent des majorités spéciales.

Ce texte s'inscrit dans l'ensemble des textes que nous avons déposés et qui peuvent faire l'objet, monsieur Pieters, de majorités alternatives en faveur du renouveau politique. Parfois, la N-VA nous rejoint. Quand le but est de prendre des mesures positives, nous lui lançons d'ailleurs des invitations. Nous sommes tout à fait disposés à faire en sorte que le renouveau politique recueille le consensus le plus large possible. Ce fut le cas, et j'espère que cela se reproduira à l'avenir.

Pour être tout à fait franc, je considère que ce texte est valable pour les élections fédérales. Mon parti est bien entendu preneur demain d'un accord similaire pour les élections régionales.

J'ai écouté avec beaucoup d'intérêt les interventions des uns et des autres.

Je souscris aux propos de M. Deprez lorsqu'il dit que la notion de nationalité laissera progressivement la place à celle de citoyenneté, avec tous les droits qui y sont liés. C'est un débat important pour l'avenir.

Le texte qui nous est soumis permet en tout cas de rendre le droit de vote plus effectif. Il ne sera pas encore totalement utilisé, étant donné des difficultés réelles et objectives. Nous avons au moins fait en sorte de rencontrer le mieux possible la plupart d'entre elles. Cette possibilité de rendre effectif un droit de vote consacré dans la loi fera l'objet d'une campagne d'information générale. Nous espérons que cette possibilité existera également pour les élections régionales.

En tout cas, nous sommes ouverts au débat. Nous espérons que ce texte, déjà approuvé par la Chambre, sera adopté avec enthousiasme par le Sénat.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het grote voordeel van dit wetsontwerp is dat het objectieve regels invoert. De allereerste algemene regel is die van de Belgische nationaliteit. Daarnaast zijn er een aantal objectieve criteria die gebaseerd zijn op de inschrijving in een gemeente. De Belgische persoon mag stemmen in de gemeente waar hij het laatst in het bevolkingsregister was ingeschreven. Bij gebrek daaraan, de Belgische gemeente van zijn geboorteplaats. Bij gebrek daaraan, de Belgische gemeente waar de vader of moeder van de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven of laatst was ingeschreven. Bij gebrek daaraan, de Belgische gemeente waar een verwant tot de derde graad in de bevolkingsregisters is ingeschreven of laatst was ingeschreven of de Belgische gemeente waar een bloedverwant in de opgaande lijn is geboren, is ingeschreven of was ingeschreven in de bevolkingsregisters.

Dat zijn dus objectieve regels voor een correcte toepassing van het stemrecht van Belgen in het buitenland.

De regeling gaat in tegen een aantal misbruiken uit het verleden. Vroeger waren er scheeftrekkingen doordat de stemmen van bepaalde Belgen in het buitenland, geconcentreerd werden in het kanton Lennik. Ik begrijp dus niet waarom de collega van het Vlaams Belang nu politiek strategische doelstellingen opwerpt, die ingaan tegen de doelstellingen van het wetsontwerp, namelijk het opleggen van objectieve regels om te bepalen waar de stem meetelt.

De heer Bart Laeremans (VB). - De keuze voor Brussel en het wonen in Brussel kan inderdaad worden geobjectiveerd.

Wij vinden het overleven van de Vlamingen in Brussel politiek wel belangrijker dan de objectivering om een woonplaats te kiezen. De verkiezingen worden in de toekomst gemanipuleerd, in die zin dat de stemmen vanuit de zes faciliteitengemeenten toegevoegd worden aan Brusselse resultaten zonder dat de stemgerechtigden er wonen. We trekken de logica gewoon door. Wat kan voor Franstalige stemmen uit die zes gemeenten, moet volgens ons ook kunnen voor Belgen in het buitenland. Als er een beter alternatief komt of als de Vlaamse stemmen in Brussel mogen worden opgeteld, kunnen we leven met de manipulatie van de verkiezingen of de overdracht van de stemmen vanuit de faciliteitengemeenten. Het grootste probleem is het politiek voortbestaan van de Brusselse Vlamingen. Dat probleem moet volgens ons prioritair worden aangepakt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik stel vast dat die doelstelling, die nobel kan zijn, gedeeltelijk ingaat tegen de objectieve regels die in het ontwerp worden vastgelegd. Om het doel van het Vlaams Belang te bereiken, is er wel een ander middel, namelijk ervoor zorgen dat er meer Vlamingen in Brussel komen wonen.

De heer Pieters zei dat de nieuwe regelgeving een eerste stap is. Ze geldt alleen voor de federale verkiezingen. Zoals ik in de commissie heb gezegd, schendt de regel het gelijkheidsbeginsel niet want iedereen die de Belgische nationaliteit heeft en in het buitenland verblijft, mag zijn stem uitbrengen voor de Kamer.

De heer Pieters beweert dat een bepaald deel van de bevolking een specifiek recht krijgt. Ik kan hem daarin niet volgen. Niet een deel van de bevolking, maar de hele bevolking krijgt hetzelfde recht. Nogmaals, het gelijkheidsbeginsel is dus niet geschonden.

We zetten wel degelijk een stap vooruit, wat ook inhoudt dat er nog stappen moeten volgen. Omdat er geen afbreuk wordt gedaan noch mag worden gedaan aan de gelijkheid van de bestuursniveaus, dat van de deelstaten en dat van het federale niveau, moeten in de toekomst Belgen die in het buitenland verblijven ook aan de verkiezingen in de deelstaten kunnen deelnemen. Een belangrijke en delicate vraag daarbij is wie waar mag stemmen. Voor gewestverkiezingen en naar ik aanneem ook voor gemeenschapsverkiezingen valt het criterium van de Belgische nationaliteit weg. Voor de federale verkiezingen mogen alle Belgen overal kandidaat zijn, als ze maar in België wonen, voor verkiezingen in de gewesten en gemeenschappen is de Belgische nationaliteit wel vereist, maar kan het geen criterium zijn om te bepalen in welk gewest of welke gemeenschap iemand aan de verkiezingen deelneemt. De vraag is of de plaats van inschrijving van de kiezer zelf of van zijn bloedverwanten in opgaande lijn enzovoort wel een criterium is om te weten of iemand voor het Waals, Vlaams of Brussels gewest mag stemmen, laat staan voor de Vlaamse of de Franse gemeenschap. Het gaat daarbij niet alleen over het objectieve criterium.

In de logica van de heer Pieters moet daarbij ook het debat over de subnationaliteit worden gevoerd. Met andere woorden het debat over het stemrecht voor de deelparlementen - die van de gemeenschappen en gewesten - vereist wellicht een ander debat, een debat dat niet alleen kan of moet worden gevoerd op basis van de objectieve inschrijvingscriteria. Het is nog lang niet duidelijk of daar een meerderheid rond kan worden tot stand gebracht. De heer Pieters wuift het probleem weg en noemt dat geen argument in een juridisch debat. Dat klopt, maar een wet moet nog altijd een meerderheid halen in deze assemblee en zeker in de Kamer en ik zie het niet direct gebeuren dat daarvoor een meerderheid wordt gevonden. Ik besef dat dit geen juridische, maar een politieke argumentatie is.

Kortom, voorliggend ontwerp schendt het gelijkheidsbeginsel niet. Vanzelfsprekend is het een democratisch recht dat Belgen in het buitenland aan de verkiezingen voor gewesten en gemeenschappen moeten kunnen deelnemen. En daarover wil ik in de toekomst graag een debat voeren.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Even een korte reactie in drie punten.

Ten eerste denk ik niet dat ik over gewestverkiezingen gesproken heb, wel over deelstaatverkiezingen.

Ten tweede kan het gelijkheidsbeginsel frontaal worden geschonden, maar ook in schakeling met andere grondrechten, zoals professor Alkema dat beschrijft. In voorliggende tekst zien we inderdaad een schending van het gelijkheidsbeginsel juncto het recht op democratische participatie op gelijkwaardige niveaus. Het federale parlement krijgt een beslissingsrecht toegewezen en maakt een onderscheid dat het juridisch niet kan rechtvaardigen. Met andere woorden, het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Wij hadden het graag anders gewild.

Ten derde is het verleidelijk mee te gaan in een debat over subnationaliteit, pour noyer le poisson, zoals men in het Frans zegt. Wij blijven bescheiden en sluiten ons aan bij het idee dat een Vlaming iemand is die in Vlaanderen woont. Die regel geldt voor de federale verkiezingen zoals het met voorliggende tekst wordt ingevoerd. Voor de deelstaatverkiezingen wordt de regel niet ingevoerd voor landgenoten in het buitenland, maar nog een band hebben. Dat wou ik graag duidelijk maken en niet ontwijken als subnationaliteit wordt aangekaart.

M. Francis Delpérée (cdH). - Le droit de vote des Belges à l'étranger est une réalité politique et juridique depuis 1998, soit depuis près de quinze ans. Cette réalité s'est imposée à nous dans des conditions constitutionnelles particulières. Faut-il rappeler que l'article 62, alinéa 3, de la Constitution établit la règle selon laquelle le vote est obligatoire et qu'il a lieu à la commune. Cela implique deux aspects : le vote est non seulement un droit mais aussi une obligation et il doit avoir lieu dans une commune de Belgique, celle dans laquelle le citoyen a son domicile électoral et donc sa résidence habituelle. Cela n'est pas sans poser problème pour le citoyen belge qui réside à Ottawa, à New Delhi ou à Tombouctou...

Sur ce double terrain - vote obligatoire et vote à la commune -, le Conseil d'État nous a apporté, cette année, un discours rassurant, même s'il ne va pas sans bousculer quelques évidences juridiques, un discours qui recourt volontiers à la fiction, mais celle-ci ne représente-t-elle pas une figure juridique habituelle ? Le Conseil d'État nous dit deux choses. Premièrement, si le vote est obligatoire, ne prenons pas cette formule à la lettre. En réalité, le vote n'est obligatoire que pour ceux qui figurent sur une liste électorale, c'est-à-dire les Belges de Belgique qui s'y trouvent répertoriés de plein droit par les autorités communales et les Belges de l'étranger qui se sont fait reconnaître comme électeurs. Tant pis pour les autres qui ont pris le parti d'ignorer les élections qui se déroulent en Belgique.

Il va de soi qu'une fois inscrit d'une manière ou de l'autre, le citoyen belge est tenu de se rendre aux urnes le jour dit et d'utiliser les moyens qui lui permettent de s'exprimer à distance. Cela dit, je reste circonspect quant au respect des règles de confidentialité lorsque le vote n'est pas exprimé dans un isoloir prévu à cet effet.

Deuxièmement, le Conseil d'État précise que le vote a lieu à la commune. Mais cette commune n'est pas seulement celle dans laquelle le citoyen réside effectivement, soit l'une des 589 communes de Belgique. Le vote peut aussi s'exprimer dans la commune choisie par le Belge de l'étranger.

C'est sur ce terrain que la N-VA nous cherche noise. Sur le plan politique, elle pose la question de savoir pourquoi ce droit n'est pas également ouvert à l'occasion des élections régionales. De plus, elle poursuit le débat sur le terrain juridique car, selon ses experts, la solution retenue dans le texte serait, à proprement parler, discriminatoire.

Je répéterai ce que j'ai dit en commission, M. Pieters. Le texte en projet n'organise pas le droit de vote des Belges à l'étranger. C'est chose faite depuis 1998. Je constate tout de même que ni à l'époque ni aujourd'hui, le Conseil d'État, dans sa section de législation, n'a émis la moindre critique à l'égard de cette façon de procéder. Mieux encore, le texte n'a pour objet ni d'augmenter le nombre de ceux qui peuvent voter ni de le réduire. Le nombre de votants est le même. L'objet du texte est de préciser quelques modalités dans l'organisation de ce vote, pour le rendre plus effectif. Il s'agit notamment de déterminer dans quelle commune de Belgique ira le suffrage de celui qui s'exprime à l'étranger.

J'ajoute un autre argument juridique : chacun sait que le Code électoral est une loi ordinaire, et l'on ne peut inscrire dans une loi ordinaire des dispositions relatives aux élections régionales qui, elles, supposent une loi spéciale. En un mot, on se trompe d'objet et l'on se trompe d'instrument.

Nous voterons en faveur de la réforme proposée et nous contribuerons ainsi à une meilleure organisation du vote que bénéficie aux Belges vivant à l'étranger.

De heer Bart Tommelein (Open Vld). - Het ontwerp tot wijziging van het kieswetboek maakt integraal deel uit van de staatshervorming en heeft tot doel het stemrecht voor Belgen in het buitenland te vereenvoudigen. Dit dossier sleept al jaren aan. Er worden nu eindelijk concrete stappen gedaan. Ik dank de collega's die daartoe hebben bijgedragen.

Voor de liberale fractie is dit een belangrijke hervorming, die we ten volle steunen en reeds sedert vele jaren op de agenda wilden plaatsen. Het lijkt ons niet meer dan logisch dat de talrijke landgenoten in het buitenland een stem krijgen bij de verkiezingen. Er zijn geen exacte cijfers over het aantal Belgen in het buitenland, maar 289 062 onder hen hebben zich laten registreren in de ambassade van het land waar ze tijdelijk of definitief wonen. Die registratie is echter niet verplicht. Het kunnen er dus meer zijn. De gissingen over het totale aantal expats lopen dan ook uiteen van 500 000 tot 1 miljoen. Bij de jongste federale verkiezingen hebben slechts 42 489 landgenoten hun stem uitgebracht. Dat is driemaal minder dan bij de verkiezingen van 2007.

Met dit wetsontwerp willen we de procedure drastisch vereenvoudigen, om meer landgenoten die in het buitenland wonen ertoe aan te zetten hun stem uit te brengen. In het ontwerp wordt ook bepaald dat ze zich in de toekomst niet telkens opnieuw moet laten registreren, maar alleen wanneer ze naar een ander land verhuizen en dus afhangen van een andere diplomatieke post, of wanneer ze eens niet zijn gaan stemmen. Het stemmen bij brief blijft mogelijk, maar wordt door enigszins ontmoedigd, vooral wegens een verhoogd risico op schending van de persoonlijke levenssfeer. Expats die per brief willen stemmen, zullen dat wel telkens moeten melden.

De tekst bepaalt vier duidelijke criteria voor de Belgische gemeenten waar Belgen uit het buitenland hun stem willen uitbrengen, zich kunnen laten inschrijven. Er kan gestemd worden in alle diplomatieke en consulaire posten, dus niet enkel in de ambassades, zoals dat in het verleden het geval was. Op deze vereenvoudiging hebben we lang gewacht en het is misschien niet de laatste. Ik denk dat nog verdere stappen kunnen worden gedaan. We zijn tevreden dat tegemoet wordt gekomen aan één van onze vragen in verband met deze staatshervorming. Ik denk dat deze wijziging, samen met het lopende project bij Buitenlandse Zaken om elektronisch stemmen in het buitenland mogelijk te maken, meer Belgen in het buitenland zal overhalen om hun stem uit te brengen. Onze fractie is ook voorstander van de afschaffing van de stemplicht, zodat de partijen de mensen moeten motiveren om te gaan stemmen. Daarom betreur ik het wel enigszins dat de politieke fracties voor de komende gemeenteraadsverkiezingen niet kunnen beschikken over de lijsten van mensen die potentieel zouden kunnen gaan stemmen. In een democratie lijkt het mij absoluut noodzakelijk dat politieke partijen mensen kunnen overtuigen om zich te laten registreren en te gaan stemmen. Nu kunnen alleen de gemeenten brieven versturen naar de kandidaten.

Voorliggend ontwerp versterkt de inspraak van de burger die in het buitenland woont. Het sluit aan bij een administratieve vereenvoudiging. Onze fractie zal het dan ook met volle overtuiging goedkeuren.

M. Philippe Mahoux (PS). - Je me permets d'intervenir sur un point qu'aucun collègue n'a abordé. Si, comme Mme Arena l'a déclaré, nous souscrivons pleinement à la solution qui a été trouvée, je voudrais simplement rappeler que d'autres solutions étaient envisageables. Nous avions d'ailleurs déposé des propositions de loi en ce sens. Ainsi, une autre solution spécifique aurait consisté à réserver une représentation à nos compatriotes résidant à l'étranger.

Nos discussions ont abouti à un accord qui consistait à ne pas modifier le nombre de circonscriptions et à considérer que nos compatriotes à l'étranger s'inscrivaient dans une circonscription existante. Il est extrêmement important que nous ayons pu, dans cet accord, déterminer de manière tout à fait précise le lieu où nos compatriotes exprimeront leur vote car ce point a déjà posé problème.

-De algemene bespreking is gesloten.