5-70 | 5-70 |
Mme Marie Arena (PS), corapporteuse. - La commission des Relations extérieures a souhaité grouper la discussion sur les accords d'investissement avec le Qatar avec celles sur les accords d'investissements avec le Tadjikistan, la République togolaise, le Monténégro et le Kosovo, repris aux points 4 à 7 de notre ordre du jour. Cet examen conjoint faisait suite à une demande des groupes Groen, Ecolo et sp.a qui souhaitaient auditionner certains acteurs, notamment des ONG, au sujet de ces accords d'investissement. Ces auditions avaient pour but de nous informer et de nous rassurer, si possible, au sujet de certaines informations qui nous avaient été transmises par diverses sources de la société civile. Vous trouverez d'ailleurs l'intégralité de ces auditions dans le rapport. Je ne reviendrai pas ici sur les propos tenus par chaque représentant de la société civile au cours de ces auditions.
Mes collègues et moi-même avons souligné qu'une sollicitation du parlement, préalablement à la négociation de ce type d'accord, pourrait être bénéfique pour l'avenir de nos travaux, donnant ainsi la possibilité aux assemblées d'insuffler une dimension plus démocratique au modèle de ces accords de protection des investissements. Étant donné le caractère relativement immuable de ces projets de loi, la commission a souhaité que les auditions et les débats ayant eu lieu lors de nos réunions puissent servir de base à certaines recommandations qui pourraient être jointes à un travail parlementaire.
Grâce aux auditions, nous avons pu noter trois points importants. Tout d'abord, pour ce type d'accord d'investissement, le modèle belge est actuellement dépassé et nécessite donc une révision, notamment en prévoyant des règles d'arbitrage et de transparence plus contraignantes. Ensuite, ce type d'accord consacre la primauté des investisseurs sur les États. Par exemple, il nous a été expliqué que l'Allemagne a été assignée en justice par un investisseur pour avoir mené une politique défavorable aux investissements d'une société émanant d'un pays avec lequel l'Allemagne avait passé ce type d'accord. Enfin, la compétence de négociation de ces accords de protection des investissements a été dévolue à la Commission européenne par le Traité de Lisbonne. D'ailleurs, la Commission européenne doit encore arrêter un modèle-type pour ces futurs accords et la Belgique peut jouer un rôle prépondérant en lui soumettant une proposition de modèle par rapport à la signature de ces accords.
La commission a formulé trois recommandations importantes qui ont été partagées par les groupes présents. Primo, le parlement devra être informé de l'ouverture de futurs accords de protection des investissements et des travaux de la Commission européenne pour qu'un travail puisse être réalisé en amont. Secundo, il faut accompagner les clauses sociales et environnementales de réelles mesures contraignantes et de possibilités d'évaluation et, le cas échéant, de réforme des modèles de textes destinés aux négociations. Tertio, il faut absolument qu'une clause soit prévue dans les futurs accords pour que soit préservé le droit de régulation des États.
À la suite de ces discussions, les projets de loi ont été adoptés par neuf voix pour et une abstention d'un membre Ecolo.
De heer Rik Daems (Open Vld). - Ik betreur dat de hele procedure nogal traag verloopt. Deze verdragen bevorderen immers investeringen in ontwikkelingslanden. Ze zijn voor bedrijven vaak een noodzakelijke voorwaarde om met enige rechtszekerheid te investeren in wat ze als weinig stabiele landen beschouwen, waar de klassieke financiële instrumenten waarover de Belgische staat beschikt, zoals de Delcrederedienst, vaak niet werken.
Ik ben me uiteraard bewust van het Verdrag van Lissabon. Het model van bilaterale investeringsovereenkomst dat ons land sinds 2002 gebruikt houdt rekening met een aantal aspecten waar vele andere landen geen rekening mee houden. In alle overeenkomsten die ons land gesloten heeft, zijn bijvoorbeeld het aspect milieu en het aspect arbeid heel uitdrukkelijk aanwezig.
Het is niet juist te beweren dat de Belgische staat niet kan wegen op deze aspecten eens dat het verdrag van toepassing is. Ik neem het voorbeeld van artikel 5 in het verdrag met Togo: `Op verzoek van één van de Partijen, stemt de andere Partij ermee in dat de regeringsvertegenwoordigers van beide Partijen bijeenkomen om overleg te plegen over elke onder het toepassingsgebied van dit artikel ressorterende aangelegenheid.' Concreet betekent dit dat het bijvoorbeeld perfect mogelijk is dat België aan een land waarmee een overeenkomst werd gesloten, de boodschap uitstuurt dat het van regering tot regering wil praten over de niet-aanvaardbare milieusituatie in bepaalde industriegebieden.
De verdragen die voorliggen, zijn belangrijk voor het beschermen van investeringen van Belgische bedrijven in bepaalde ontwikkelingslanden. Als er geen bilateraal investeringsverdrag met een ontwikkelingsland is, gaan Belgische bedrijven trouwens ook soms in dat land investeren via hun vestiging in een land dat wel een bilaterale overeenkomst gesloten heeft. De slotsom is dan dat de meerwaarde uit die investering niet in België maar in dat andere land terechtkomt.
Maar die verdragen zijn ook voor de ontwikkelingslanden belangrijk. In vele landen gebeurt ontwikkeling niet alleen met overheidsgeld. De private investeringen in ontwikkelingslanden zijn een belangrijke component. We hebben daar instrumenten voor. Ik heb in een ver verleden meegewerkt aan de oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO). Deze bilaterale investeringsverdragen zijn een belangrijke component voor het begeleiden van investeringen.
De UNCTAD organiseert trouwens actief rondetafels om de minst ontwikkelde landen aan te zetten om bilaterale investeringsverdragen te sluiten om zo meer investeringen aan te trekken.
Het is dus goed dat deze investeringsbedragen bestaan. Uiteraard zijn ze voor verbetering vatbaar, maar ons land gaat al verder dan vele andere. Open Vld is ook bereid om andere aspecten erin op te nemen, maar dit is iets anders dan het tegenhouden van overeenkomsten omdat er in de toekomst nog bepaalde elementen moeten worden toegevoegd.
Ik stel voor om niet telkens afzonderlijke verdragen aan de Senaat voor te leggen, maar een heel pakket. De Senaat zal de komende tijd toch weinig werk hebben. Ik ben van oordeel dat deze assemblee van de volgende twee jaar gebruik kan maken om niet alleen ervoor te zorgen dat de gerechtelijke achterstand kan worden weggewerkt, maar ook de achterstand in het ratificeren van verdragen.
Ik stel trouwens ook voor de verdragen ex ante, dus voor de ondertekening, voor te leggen aan het Parlement. Ik verlies immers niet graag tijd aan verdragen waarvan ik weet dat ik ze toch niet kan veranderen, maar wil graag mijn tijd besteden aan verdragen waaraan ik nog meer richting kan aan geven.
De Open Vld-fractie zal in elk geval de voorliggende verdragen goedkeuren.
De heer Piet De Bruyn (N-VA). - De discussie over de bilaterale investeringsverdragen heeft nogal wat voeten in de aarde gehad in de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging. Er was zelfs onenigheid, wat een licht understatement is, tussen de meerderheidspartijen. Laten we evenwel niet cynisch zijn: onenigheid komt in het beste huishouden voor.
Zowel vertegenwoordigers van het middenveld als van de regering hebben in een hoorzitting hun zeg kunnen doen over de investeringsverdragen. Vandaag gaan we met enige vertraging over tot de stemming over de verdragen met Qatar, Tadzjikistan, Togo, Montenegro en Kosovo. Onze partij zal die verdragen goedkeuren, omdat we ervan overtuigd zijn dat bescherming van investeringen ook in het belang is van ontwikkelings- en groeilanden. De verdragen bieden immers een duidelijk juridisch kader met internationale arbitrage.
Toch enkele bedenkingen. Ons Belgische model van BIT's is de voorbije jaren grondig geëvolueerd. Ook de voorliggende verdragen behoren tot de zogeheten tweede generatie-BIT's, waarin naast economische, ook sociale en ecologische criteria worden opgenomen. Respect voor het leefmilieu en voor waardig werk, evenals maatschappelijk verantwoord ondernemen behoren terecht tot de voorwaarden die in de BIT's worden opgenomen en sluiten duurzame investeringen waaraan onze bedrijven participeren niet uit.
Uit de hoorzittingen is gebleken dat we daarin nog verder kunnen gaan. Zeker voor landen die de internationale arbeidswetgeving van de IAO niet altijd respecteren moet er een duidelijkere omschrijving komen. We hopen dan ook dat de regering deze bekommernis opwerpt bij het onderhandelen van toekomstige BIT's.
Naast de sociale en ecologische bekommernissen, bestond er ook op juridisch vlak discussie over de BIT's. De vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken hebben de juridische problemen echter voldoende uitgeklaard. Niettegenstaande de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, is het duidelijk dat de BIT's allesbehalve in een juridisch vacuüm opereren.
De N-VA zal de BIT's mee goedkeuren. Niettemin hoop ik dat rekening zal worden gehouden met de opmerkingen die door de verschillende sprekers zijn gemaakt, wanneer in de toekomst nieuwe BIT's worden gesloten.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Mijn tussenkomst van daarstraks had betrekking op alle verdragen die vandaag op de agenda staan. Ik had echter ook een aantal specifieke opmerkingen over de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Cariforumstaten, anderzijds.
De bekommernis die verwoord werd door, zowel mevrouw Piryns als mevrouw Arena, heeft vooral betrekking op de overeenkomsten die gesloten worden door de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en die vandaag worden besproken.
Ik deel de bezorgdheid van mevrouw Arena, maar ik ben toch eerder pessimistisch op dat vlak. De fractie van mevrouw Arena zal voorstemmen omdat er een aantal toezeggingen is gedaan. De sp.a-fractie zal ook voorstemmen, maar zelf zal ik mij onthouden om de eerder aangegeven redenen.
Ten slotte wijs ik erop dat binnen de meerderheid een aantal afspraken is gemaakt om in de toekomst meer proactief op te treden op het vlak van de Buitenlandse Aangelegenheden en op het vlak van het sluiten van verdragen. Het is de bedoeling om voortaan onze bezorgdheid tijdens de onderhandelingen naar voren te brengen, en niet pas als de onderhandelingen zijn afgerond. Als die afspraken, die door alle commissieleden werden gesteund, in de praktijk kunnen worden omgezet tijdens deze legislatuur, zal een aantal frustraties hopelijk voorkomen kunnen worden.
M. Richard Miller (MR). - Je voudrais expliquer en quelques mots l'appui que nous apportons à ces accords et aux projets de loi d'assentiment qui nous sont soumis.
Ces accords présentent de nombreux avantages pour les investisseurs mais aussi pour les pays où sont faits les investissements. Parmi ces avantages je tiens à souligner particulièrement l'introduction des clauses environnementales et des clauses sociales. Ces clauses sont très importantes à nos yeux.
Je voudrais aussi mettre l'accent sur la disposition à laquelle se référait M. Daems et qui permet aux deux parties contractantes de demander l'amélioration de la législation dans un pays, par exemple en ce qui concerne le travail des enfants. C'est un élément positif. C'est la raison pour laquelle nous voterons en faveur de ces textes.
-La discussion générale est close.