5-64

5-64

Sénat de Belgique

Annales

MARDI 19 JUIN 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Proposition de loi portant diverses modifications du Code électoral et de la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection du Parlement européen pour les élections de la Chambre des représentants et du Parlement européen et modifiant les lois coordonnées du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative (de MM. Wouter Beke, Philippe Moureaux et Bert Anciaux, Mme Christine Defraigne, MM. Bart Tommelein et Marcel Cheron, Mme Freya Piryns et M. Francis Delpérée, Doc. 5-1560)

Proposition de loi modifiant les lois électorales, en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde (1) (de MM. Bart Laeremans, Yves Buysse, Jurgen Ceder et Filip Dewinter et Mme Anke Van dermeersch ; Doc. 5-15)

Proposition de loi modifiant les lois électorales, en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde (2) (de MM. Bart Laeremans, Yves Buysse, Jurgen Ceder et Filip Dewinter et Mme Anke Van dermeersch ; Doc. 5-16)

Proposition de loi modifiant les lois électorales, en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde (de Mme Liesbeth Homans, M. Piet De Bruyn, Mme Lieve Maes et M. Karl Vanlouwe ; Doc. 5-438)

Proposition de loi modifiant les lois électorales, en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde (de Mme Liesbeth Homans, M. Piet De Bruyn, Mme Lieve Maes et M. Karl Vanlouwe ; Doc. 5-439)

Proposition de loi modifiant les lois électorales en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde et d'instaurer un système de pool de voix par groupe linguistique dans la circonscription électorale de Bruxelles (de MM. Bart Laeremans et Yves Buysse, Mme Anke Van dermeersch et M. Filip Dewinter ; Doc. 5-1254)

Proposition de loi modifiant les lois électorales, en vue de scinder la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde (de MM. Bart Laeremans et Yves Buysse, Mme Anke Van dermeersch et M. Filip Dewinter ; Doc. 5-1255)

Proposition de révision de l'article 63 de la Constitution (de MM. Philippe Moureaux et Dirk Claes, Mme Christine Defraigne, MM. Bert Anciaux, Marcel Cheron, Bart Tommelein et Francis Delpérée et Mme Freya Piryns ; Doc. 5-1561)

Proposition d'insertion d'un article 168bis dans la Constitution (de MM. Alexander De Croo, Philippe Moureaux et Dirk Claes, Mme Christine Defraigne, MM. Bert Anciaux et Marcel Cheron, Mme Freya Piryns et M. Francis Delpérée ; Doc. 5-1562)

Discussion générale

Mme la présidente. - MM. Swennen et Bousetta se réfèrent à leur rapport écrit.

De heer Bart Laeremans (VB). - Heb ik goed gehoord dat er enkel verwezen wordt naar het schriftelijk verslag?

Mme la présidente. - Effectivement, c'est le droit des rapporteurs.

De heer Bart Laeremans (VB). - De rapporteurs zijn dus niet aanwezig?

M. Philippe Mahoux (PS). - Je ne suis pas rapporteur. Cependant, M. Bousetta m'a demandé de vous informer qu'il se réfère à son rapport écrit qui, au demeurant, est excellent. Nous avons eu l'occasion de le parcourir hier en commission et avons pu constater qu'il est à la fois précis et exhaustif. Cette lecture paraît suffisante à M. Bousetta qui renvoie donc à son rapport écrit.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dit heb ik in zeventien jaar in het parlement nog nooit meegemaakt. Een rapporteur moet aanwezig zijn bij de verslaggeving en als hij naar zijn schriftelijk verslag wil verwijzen, dan moet hij dat zelf zeggen. Op dit ogenblik zijn noch de heer Swennen, noch de heer Bousetta aanwezig. Dat kan toch niet. Ik vraag de schorsing van de vergadering.

De voorzitster. - Mijnheer Laeremans, u weet ook dat een rapporteur niet verplicht is bij de bespreking in plenaire vergadering aanwezig te zijn. Dat staat niet in het reglement.

De heer Bart Laeremans (VB). - De rapporteur kan gevorderd worden.

De voorzitster. - Natuurlijk mag hij hier zijn, maar hij is niet verplicht.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dan heeft de verslaggeving geen enkele zin.

De voorzitster. - Het verslag is gemaakt en goedgekeurd en het werd ook tijdig rondgedeeld. Straks krijgt u de tijd om uw uiteenzetting te houden.

M. Philippe Mahoux (PS). - M. Bousetta se trouve pour le moment à la gare du Nord, son train ayant pris du retard. Si vous souhaitez qu'il présente son rapport, laissez-lui le temps d'arriver. Nous ne voudrions en aucun cas créer d'incident ni être la cause d'un retard dans nos travaux.

Mme la présidente. - M. Bousetta souhaite-t-il intervenir ?

M. Philippe Mahoux (PS). - M. Bousetta m'a demandé de vous informer qu'il se réfère à son rapport écrit. Je m'en remets à votre sagesse.

Mme la présidente. - M. Bousetta n'est pas tenu d'être présent ; il se réfère donc à son rapport écrit.

De heer Bart Laeremans (VB). - Het is beneden alle peil dat de rapporteur gewoon niet aanwezig moet zijn bij het debat. Op die manier nemen we onszelf niet ernstig.

De voorzitster. - We noteren uw verklaring. Het staat iedereen vrij zijn verantwoordelijkheid op te nemen in deze zaak.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Voor we de bespreking van `cluster 1' aanvatten wil ik namens onze fractie betreuren dat onze constructieve manier van oppositie voeren door de meerderheid niet met een even constructieve houding werd beantwoord. Uit alles bleek dat de meerderheid niet bereid was aan het akkoord met acht ook maar één komma of letter te veranderen, ook niet om zaken te verduidelijken of fouten recht te zetten. Sterker nog, een voorstel over politieke deontologie moest wijken voor een gelijkluidend voorstel van de meerderheid. We komen daar in `cluster 4' nog op terug. Redelijke en tijdige vragen om experts te horen of het Rekenhof te raadplegen werden gewoon weggestemd. Een oorverdovende stilte heerste er onder de leden van de meeste meerderheidspartijen toen er ten gronde werd gedebatteerd. In debatten over sommige clusters hebben de meeste leden van de meerderheid niet eens het woord genomen. En dat voor een hervorming die men morgen of overmorgen wellicht zal bestempelen als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de huidige regering. Deze absurditeit werd tot het uiterste doorgetrokken toen men zelfs van oordeel was dat het de grootste partij van het land niet waard was om één rapporteur aan te wijzen. Het is dan ook bijzonder bitter vandaag te moeten vaststellen dat er precies met die rapporteurs problemen zijn. De meerderheid moet toch eens leren dat ze van de oppositie geen constructieve houding kan verwachten als ze zich zelf niet constructief opstelt. Toch zullen we, tegen zoveel kleinzieligheid van de institutionele meerderheid in, blijven proberen een constructieve oppositie te voeren. Niet een oppositie die kampeert in het eigen grote gelijk, maar een die probeert mee te denken, in de hoop dat ook in ons land ooit een volwassen politiek debat in het parlement mogelijk zal zijn, al zijn we daar nu nog ver van verwijderd.

We komen nu tot de wetsvoorstellen van de eerste cluster, die handelen over de aanpassing van de kieswetgeving met het oog op de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en over de grondwetswijziging met het oog op het betonneren van die splitsing en van de compensaties die in ruil worden gegeven.

Met de splitsing van het kiesarrondissement geeft men eindelijk gevolg aan het arrest van 2003 van het Grondwettelijk Hof. Het Hof oordeelde dat het onaanvaardbaar was dat de provincie Vlaams-Brabant verdeeld was over een kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en een kieskring Leuven, terwijl in de andere provincies de kieskringen overeenstemmen met de provinciegrenzen. Het Grondwettelijk Hof had de wetgever gevraagd aan die ongrondwettige situatie een einde te maken. Na verloop van tijd werd aan de oplossing zelfs een termijn gekoppeld, maar die werd niet gerespecteerd door de vorige regering. Het Hof verwees ook naar de wetgever om de bijzondere modaliteiten te bepalen teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te beschermen.

Zijn wij blij met de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde? Uiteraard! Zijn we blij met de splitsing zoals ze vandaag voorligt? Neen. Om de splitsing mogelijk te maken, waren er immers een heleboel toegevingen noodzakelijk.

In de eerste plaats kunnen we niet spreken van een zuivere splitsing, aangezien er een mini-BHV in stand werd gehouden in de zes randgemeenten. Daarnaast komen er compensaties die een tegengewicht moeten vormen voor het verworven recht van de splitsing, namelijk een reeks voorrechten voor de Franstaligen zonder tegenhanger voor de Nederlandstaligen, alsook belangrijke geldtransfers naar Brussel.

Terwijl BHV op last van het Grondwettelijk Hof moest gesplitst worden en niet alleen de N-VA, maar aanvankelijk ook de andere Vlaamse partijen een splitsing van de kieskring zonder meer verdedigden om het arrest van het Grondwettelijk Hof na te leven, bleek tijdens de onderhandelingen dat de schok van de splitsing blijkbaar moest worden verzacht. Men heeft dus compensaties gezocht binnen en buiten de kieswet. Daar zit het probleem. De prijs voor de splitsing van BHV had kunnen bestaan uit het instellen van afwijkende mechanismen voor bepaalde gemeenten. Niet alleen werden die mechanismen daadwerkelijk ingevoerd, er werden ook andere toegevingen gedaan die het evenwicht tussen Franstaligen en Nederlandstaligen teniet doen. De splitsing van BHV verloopt op die manier niet zoals het Grondwettelijk Hof had aangegeven en evenmin conform de tijdelijke aanpassing van artikel 195 van de Grondwet. Het moet inderdaad mogelijk zijn om tegemoet te komen aan de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Vlaams-Brabant, maar bij de splitsing van BHV werd alleen met de belangen van de Franstaligen rekening gehouden. In Brussel komen de Nederlandstaligen in de problemen. Na de splitsing zal er geen enkele Brusselse Nederlandstalige kandidaat meer zetelen in de Kamer van volksvertegenwoordigers. De enige oplossing bestaat erin te `verbrusselen' en samen met de Franstaligen van dezelfde politieke familie een lijst te vormen. Ik sta daar evenwel sceptisch tegenover, want op heel wat domeinen zijn er grote verschillen tussen de Nederlandstalige socialisten, liberalen en christendemocraten, en hun Franstalige tegenhangers.

Dat probleem kon worden voorkomen door een pool van stemmen van de Nederlandstalige lijsten toe te staan. Ik kom daar straks op terug.

Men kan niet op legitieme wijze gebruik maken van artikel 195, want de grondwetsherziening en de wijziging van de kieswet komen niet tegemoet aan de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen. De N-VA zal proberen die toestand te verhelpen. Indien onze amendementen in die zin, met name tot het instellen van een pool en het afschaffen van een mini-BHV in de zes gemeenten, niet worden aangenomen, dan worden naar onze mening de rechtmatige belangen van Franstaligen en Nederlandstaligen niet beschermd en zullen de bepalingen ongrondwettig zijn.

In artikel 63, paragraaf 4, eerste lid van de Grondwet, is sprake van de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen `en' de Franstaligen en niet van de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen `of' de Franstaligen. Wanneer men ingrijpt in Brabant en men oog en oor wil hebben voor de gevoeligheden die er heersen, dan had men een evenwicht in plaats van eenzijdige compensaties moeten nastreven. Het enige voorbeeld dat in de toelichting wordt gegeven is eenzijdig en betreft alleen de belangen van de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant.

Waarom moet BHV voor de zes faciliteitengemeenten blijven bestaan? Er wordt een situatie in het leven geroepen die vergelijkbaar is met wat het Grondwettelijk Hof voor heel Brussel-Halle-Vilvoorde heeft veroordeeld. Erger nog is dat van taalfaciliteiten wordt overgestapt naar kiesfaciliteiten. Men gaat dus nog een stap verder in het afzonderen van die zes gemeenten van het Vlaams Gewest. Het is nochtans duidelijk dat die gemeenten, zoals andere Vlaamse gemeenten, deel uitmaken van het Nederlandstalig grondgebied en van de Vlaamse kieskring.

Waarom een uitzondering maken voor de zes faciliteitengemeenten? We zijn het er toch over eens, tenminste langs Vlaamse kant, dat faciliteiten tegemoetkomingen zijn aan de burger. Het is een soort hulp voor de integratie in het Vlaams gewest. Dat heeft toch niets te maken met kiesverrichtingen of het vastleggen van een kiesarrondissement? Met dit voorstel wordt de aard van de faciliteiten zelf veranderd. De N-VA vindt dat heel erg en zal pogen die bepaling met een amendement op te heffen.

Als die nieuwe rechten in de zes faciliteitengemeenten dan toch dienen om gewettigde belangen te vrijwaren, dat men me dan niet komt vertellen dat ze zowel voor de Nederlandstaligen als de Franstaligen gelden. Dat argument werd in de commissie gebruikt: er is geen probleem, want zowel de rechtmatige belangen van de Nederlandstaligen als die van de Franstaligen in de zes gemeenten worden beschermd. Er is echter wel een probleem, want voor wie zijn de faciliteiten ontworpen? Voor de Nederlandstaligen? Ik dacht van niet. Ik dacht dat het alleen faciliteiten voor de Franstaligen waren. Een bijzondere regeling voor die zes gemeenten dient dus om de vermeende rechten van de Franstaligen te beschermen. Het zwakke argument dat deze uitzondering voor de beide taalgroepen geldt, faalt. Zelfs als het argument niet zou falen, faalt het in ieder geval op het punt van de selectie van de zes gemeenten, omdat er geen enkele reden is om die gemeenten eruit te pikken. We weten echter allemaal dat het gaat om kiesfaciliteiten voor de Franstaligen in de zes gemeenten. Er is geen enkele compensatie voor de Nederlandstaligen.

Zoals gezegd zal de N-VA het wetsvoorstel amenderen met het oog op de invoering van een poolsysteem. Dat betekent dat we zullen proberen de stemmen van de Nederlandstalige en Franstalige lijsten te laten samentellen, over te gaan tot een zetelverdeling, en vervolgens binnen elke taalgroep over te gaan tot een verdeling tussen de partijen. Op die manier zouden de Nederlandstalige kiezers in Brussel de garantie krijgen dat ze ook vertegenwoordigd blijven in het federaal parlement.

Ik kan niet genoeg benadrukken dat een dergelijke oplossing niemand rechten ontneemt. Die oplossing is niet nadelig voor de Franstaligen, tenzij ze uiteraard absoluut een aantal zetels willen inpikken. Niemand wordt door deze oplossing geschaad en de Nederlandstaligen kunnen van een vertegenwoordiging in Brussel verzekerd blijven. Die vertegenwoordiging zou in overeenstemming met hun aantal zijn, want ook op dat punt worden geen bijzondere toegevingen gevraagd. Met die oplossing zouden ten minste de averechtse effecten van een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde teniet worden gedaan. Die negatieve effecten werden door niemand van de meerderheid ontkend, maar er werd helemaal niets aan gedaan.

Ik kan het niet genoeg herhalen: indien die pooling er niet komt en het huidige voorstel als oplossing voor de gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk Hof wordt goedgekeurd, dan worden de voorwaarden alleen door de Franstaligen bepaald en is er geen sprake meer van een toepassing van artikel 195 van de Grondwet.

Ik kom nu tot de voorstellen tot wijziging van de Grondwet. Het doel daarvan is de goedgekeurde bepalingen van het wetsvoorstel te betonneren en ervoor te zorgen dat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet er niet meer op van toepassing zijn. De wetgever weet immers dat het maken van uitzonderingen in de wetgeving voor bepaalde categorieën van kiezers moeilijkheden kan opleveren. De meerderheid gebruikt de formulering van het Grondwettelijk Hof en van artikel 195 om te proberen de bepalingen inzake gelijkheid en niet-discriminatie van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet te omzeilen en buiten werking te stellen. Kan dat wel? Kan men zomaar de gelijke behandeling van Nederlandstaligen en Franstaligen uitschakelen? Het Grondwettelijk Hof en eigenlijk ook artikel 195 wijzen de weg: dat kan niet, want in haar arrest vermeldt het Hof de rechtmatige belangen van Nederlandstaligen én Franstaligen. Discrimineren en uitsluitend rekening houden met de zogenaamde rechtmatige belangen van een van die twee groepen, in dit geval de Franstaligen, betekent een schending van het evenwicht en van artikel 195. De voorgestelde tekst over de wijziging van de Grondwet verandert daar niets aan.

Sommigen reageren op dit probleem door te zeggen dat de voorgestelde regeling aanvaardbaar is omdat er voor deze historische staatshervorming een breed draagvlak bestaat. Intussen hoor ik ook dat die historische staatshervorming er slechts één zal zijn in een hele reeks. Ik zie dat mijnheer Beke het daar roerend mee eens is. Wat dat draagvlak betreft: in de Senaat is er unanimiteit op de Franstalige banken. Aan Franstalige kant is er onmiskenbaar een breed draagvlak. Aan Nederlandstalige kant ligt dat toch enigszins anders: alleen dankzij de medewerking van de groenen wordt een nipte meerderheid bereikt. Van een breed draagvlak is geen sprake. Als er aan Franstalige kant evenveel senatoren zouden tegenstemmen als er Nederlandstalige tegenstanders zijn, dan waren ze met genoeg om een blokkeringsminderheid te vormen en konden ze de hele staatshervorming blokkeren. Zo groot is het draagvlak aan Vlaamse kant.

Er rijzen ook nog andere vragen: als morgen nieuwe rechten worden erkend om de gewettigde belangen van Franstaligen en Nederlandstaligen te waarborgen, is dan een tweederdemeerderheid nodig of volstaat een gewone meerderheid, of geldt de vereiste van de tweederdemeerderheid die in de Grondwet wordt ingeschreven alleen voor de wijziging van de modaliteiten ten gunste van de Franstaligen die vandaag worden bepaald? Tijdens de debatten in de commissie heb ik die vraag herhaaldelijk gesteld. Ook de verklaringen die de institutionele meerderheid heeft afgelegd, blijven onduidelijk, zeker in het licht van de tekst die niet handelt over de invoering van de modaliteiten, maar over de wijzigingen ervan.

Nu we het toch hebben over een evenwicht en het respecteren van de rechtmatige belangen, wil de N-VA in deze bespreking de omzendbrief Peeters ter sprake brengen. We zullen een amendement indienen om het wetsvoorstel aan te vullen met een bepaling die ertoe strekt de omzendbrieven Peeters in de wet te verankeren. De vertegenwoordigers van de acht partijen die over het institutioneel akkoord hebben onderhandeld, hebben immers gezegd dat ze niets aan die omzendbrieven willen wijzigen. Dat is redelijk cynisch, ten eerste omdat ze die niet kunnen wijzigen, aangezien ze op een ander niveau gesitueerd zijn. Ten tweede, omdat zoals we in een volgend cluster zullen bespreken, de bevoegdheden van de Raad van State worden gewijzigd, waardoor dergelijke zaken niet langer worden voorgelegd aan een Nederlandstalige kamer, maar aan een tweetalige. Men schijnt er redelijk gerust in te zijn dat die omzendbrieven dan wel aangepast of afgeschaft zullen worden. Dan is de maagdelijkheid van onze Vlaamse meerderheidspartijen uiteraard bewaard, want zij hebben niets veranderd aan die omzendbrieven. Ze hebben echter wel de setting gecreëerd om die omzendbrieven onderuit te halen. Als de Vlaamse partijen van de meerderheid echt menen dat de omzendbrieven onaangetast moeten blijven, moeten ze maar ons amendement goedkeuren dat ertoe strekt de inhoud van die omzendbrieven op dezelfde wijze te betonneren als de compensaties die nu worden voorgesteld.

Het spijt mij dat ik moet blijven wijzen op de slordigheid van de voorgestelde tekst. Dat geldt des te meer voor de voorgestelde grondwetsbepalingen. Er is immers geen advies van de Raad van State en we moeten ons dus behelpen met de memorie van toelichting en met wat in de commissie wordt gezegd. Het is dan ook bijzonder droevig dat niet nauwgezetter wordt omgegaan met de tekst.

De tekst van de grondwetsbepaling die voorligt, stelt dat de modaliteiten van het kiesrecht in de provincie Vlaams-Brabant niet kunnen worden gewijzigd dan met een bijzondere meerderheidswet. Wijzigen betekent dat men iets verandert aan wat al bestaat. Een leemte, iets wat niet in een tekst staat, kan je niet wijzigen. Een invoering is geen wijziging. Wij hebben daarop gewezen. Als het enige voorbeeld van een dergelijke modaliteit het kiesrecht van de Franstaligen in de zes faciliteitengemeenten rond Brussel is, dan slaat de grondwetsbepaling die we vandaag invoeren over het wijzigen van de modaliteiten, alleen op dat ene voorbeeld.

Dat betekent dat straks nieuwe modaliteiten met een gewone wet kunnen worden ingevoerd. Of is dat toch niet het geval? Dan krijgen we even goed een vreemde situatie: in dat geval bepaalt de tekst dat er geen wijzigingen kunnen worden aangenomen dan met een tweederdemeerderheid, maar we weten niet waaraan kan worden gewijzigd.

Men had beter duidelijk gezegd wat men wilde, ook al zijn wij er geen voorstander van. Dan was er tenminste grondwettelijke duidelijkheid geweest. De meerderheid wilde echter niet duidelijk zijn, wegens de reden die ik in het begin al heb aangegeven: ze wil immers het debat op geen enkele manier aangaan, ze houdt zich aan de letter van de teksten en desnoods zal de staatsecretaris hier straks de memorie van toelichting opnieuw voorlezen, omdat hij niets anders durft of mag zeggen. Dit kan niet, zo ga je niet om met een grondwetswijziging.

Uit de discussie in de commissie kon ik niet anders dan concluderen - omdat ik op dit punt geen tegenspraak gehoord heb - dat de oproeping voor de Kamerverkiezingen en de Europese verkiezingen in de zes faciliteitengemeenten in het Nederlands zal gebeuren, tenzij er een punctuele aanvraag is om dat in een andere taal te doen.

Sommigen zullen dan vragen waarom er een amendement wordt ingediend om de omzendbrief Peeters grondwettelijk te verankeren terwijl er toch niets aan die omzendbrieven veranderd wordt. We kunnen de vraag omkeren: waarom wordt het amendement niet goedgekeurd als men niet wil dat er iets aan die omzendbrieven verandert? Als het amendement wordt goedgekeurd is er wel de bijkomende bescherming van de tweederdemeerderheid voor wijzigingen aan die omzendbrief Peeters. Hoe dan ook, die oproepingen zullen alleen in het Nederlands kunnen gebeuren en niet in een andere taal, tenzij daartoe een punctuele aanvraag wordt gedaan.

Ik besluit. Ik betreur dat men Brussel-Halle Vilvoorde gesplitst heeft met uitzonderingen. Ik betreur dat men de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoudt voor de zes faciliteitengemeenten in de rand. Maar goed, met voldoende zin voor realisme was dat nog te verstaan geweest, ware het niet dat dit akkoord deel uitmaakt van een groter akkoord. Deze hele mise- en-scène bevestigt alleen maar dat deze staatshervorming deel uitmaakt van een groter pakket.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Het zijn clusters ...

De heer Danny Pieters (N-VA). - Er is nog een ander woord, denk ik. Er zijn vier clusters, maar het geheel van die vier samen is een pakket of zoiets.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Het geheel is een omwenteling: dit is de eerste cluster van die omwenteling.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Neen, het geheel is een farce.

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Monsieur Pieters, cela s'appelle une métonymie, soit une partie pour un tout.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Er zijn overdreven en onnodige unilaterale toegevingen gedaan in zaken die het Grondwettelijk Hof sowieso had opgelegd. Wellicht zullen Franstalige partijen over enkele jaren in het parlement komen verklaren dat het niet nodig was geweest zo hard op de rem te gaan staan, dat een meer doordachte staatshervorming indertijd toch wel de voorkeur had verdiend. Nu al hoor ik sommige Franstaligen overigens al zeggen dat ze beter met de vroegere communautaire voorstellen hadden kunnen instemmen, vóór die boze nieuwe democratische partij in Vlaanderen de kop opstak.

Door de recente unilaterale toegevingen zijn ongrondwettelijke compensaties gegeven. Alleen met de rechtmatig geachte belangen van de Franstaligen in de rand werd rekening gehouden. Alle compensaties voor de Brusselse Vlamingen zijn verworpen. Misschien schijnt later nog het licht in de duisternis als over onze amendementen wordt gestemd, al durf ik dat te betwijfelen.

Zo wordt het in de toekomst voor een Vlaming ongetwijfeld onmogelijk om nog te worden verkozen in Brussel, tenzij hij blijk geeft van voldoende `verbrusseling' en wil plaatsnemen op een lijst van Franstaligen. Dat is toch wel een heel hoge prijs, terwijl respect voor de belangen van de Franstaligen in de rand perfect gecompenseerd had kunnen worden met respect voor de belangen van de Vlamingen in Brussel. Vandaag kost de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde de Vlamingen de vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel, terwijl het mogelijk was geweest anders in te gaan op de eisen van het Grondwettelijk Hof.

Ik heb er al op gewezen dat ik in zekere mate gerustgesteld ben omdat wat de meerderheid zal goedkeuren niet alleen een politiek evenwicht verstoort, maar tegelijkertijd niet langer in overeenstemming is met artikel 195 van de Grondwet, waardoor er geen evenwicht bestaat op het vlak van erkenning van de rechtmatige belangen van Nederlandstaligen en Franstaligen.

De N-VA betreurt het dat het de splitsing van BHV niet kan goedkeuren. We kunnen niet anders omdat we niet blind kunnen zijn voor de overdreven prijs die moet worden betaald, het onevenwicht in de compensaties en de miskenning van de wil om op termijn een echte oplossing uit te werken.

M. Philippe Mahoux (PS). - Je rappellerai brièvement les circonstances dans lesquelles un accord a été conclu au sujet des évolutions assez fondamentales que prévoient à la fois ces textes de lois spéciales et ces modifications de la Constitution.

Après de très longues négociations, les huit partis qui ont accepté de prendre leurs responsabilités, tant flamands que francophones, ont conclu un accord. Celui-ci a permis, après la formation d'un nouveau gouvernement, que soient abordés les problèmes socio-économiques que connaissait notre pays, dans le contexte d'une crise à la fois institutionnelle, économique, financière et sociale.

Le parlement a toutefois pu se sentir quelque peu frustré, l'accord résultant de concessions respectives tant de la part des francophones que des néerlandophones. Or si un compromis entraîne la satisfaction d'avoir trouvé une solution, il peut aussi induire quelque frustration dans le chef de certains. Nous considérons que ce compromis est équilibré et nous affirmons notre satisfaction par rapport à l'ensemble du texte dont nous sommes amenés à discuter aujourd'hui.

M. Pieters a parlé de constitutionnalité. Je crois savoir que son parti avait déjà évoqué voici peu la constitutionnalité de la révision de l'article 195. Il avait d'ailleurs intenté un recours devant le Conseil de l'Europe.

Il s'avère que dans le cadre de la Commission de Venise, instance non contestée, le Conseil de l'Europe a considéré, dans un long texte argumenté, que la modification de l'article 195 était tout à fait conforme à notre système constitutionnel, au droit international et aux règles internationales généralement applicables.

Cependant, dans une de ses remarques, la Commission de Venise souhaite que les problèmes de cette nature soient abordés de manière plus large et plus explicite. À cet égard, je ne suis pas parfaitement convaincu qu'elle ait fait une distinction entre le préconstituant et le constituant lui-même.

Je tenais à faire cette remarque maintenant puisqu'on invoque souvent des instances internationales pour contester nos actes. Le débat sur l'article 195 ayant été très animé au Sénat, j'estimais important de porter l'avis de la Commission de Venise à la connaissance du parlement et de l'opinion publique.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Ik wist niet dat vandaag ook artikel 195 van de Grondwet wordt besproken! Ik ga daar wel graag op in. Zoals de heer Mahoux het zelf aangeeft, is het heel moeilijk om te discussiëren over een document dat niet is vrijgegeven. Ik wil graag het debat met hem aangaan, maar het is toch vreemd dat hier een geheim document wordt aangehaald. Dat document is tot stand gekomen na een tussenkomst van de Belgische regering, terwijl diegenen die de klacht hebben ingediend niet eens hun standpunt hebben kunnen verdedigen. Bovendien hebben we gehoord dat het document gedeeltelijk ons standpunt volgt, en gedeeltelijk het standpunt van de regering. De intellectuele eerlijkheid gebiedt dat wie uit een document citeert, dat ook vrijgeeft. Ik zou daarbij ook verwachten dat melding wordt gemaakt van de kritiek die in het document geformuleerd wordt op het gebrek aan transparantie waarop de grondwetswijziging tot stand komt. De heer Mahoux zou ook kunnen zeggen dat artikel 195 van de Grondwet niet zo negatief wordt beoordeeld omdat onze grondwettelijke bepalingen zo moeilijk te veranderen zijn waardoor de Grondwet moeilijk aangepast kan worden aan de noden van de tijd.

Ik wijs er in dat verband trouwens op dat wat de regering hier vandaag ter bespreking voorlegt, nog een extra betonnering vormt.

Als de heer Mahoux graag over het oordeel van de Venetië-commissie spreekt, dan willen we de teksten in extenso. En als dat niet kan, dan willen we dat alle aspecten ervan worden toegelicht. Het is al te gemakkelijk om vandaag alleen een eigen mini-succesje in de verf te zetten - het is trouwens nog maar de vraag of het niet eerder een pyrrusoverwinning zal blijken te zijn. Het was in elk geval eleganter geweest, mocht de Belgische regering ook de tegenpartij hebben betrokken bij de bespreking in de Venetië-commissie. Maar dat is niet de stijl van de regeringsmeerderheid, die alles naar zich toetrekt.

M. Philippe Mahoux (PS). - Monsieur Pieters, vous m'avez l'air bien au courant du contenu.

Je voudrais toutefois vous signaler que c'est par la presse que j'ai pris connaissance de la décision de la Commission de Venise. Les journalistes sont parfois informés avant les parlementaires, et même, à vous croire, avant les parlementaires qui avaient saisi le Conseil de l'Europe !

De heer Danny Pieters (N-VA). - Ik lees dezelfde pers als de heer Mahoux. Het komt mij bovendien voor dat de premier toch gemeend heeft hierover verklaringen te moeten afleggen.

M. Philippe Mahoux (PS). - ... Ceci pour dire que l'argument d'inconstitutionnalité que vous aviez invoqué ne me paraît pas suivi par les instances internationales.

J'arrêterai là ce préliminaire qui était bien nécessaire car, dans les assemblées internationales, on avait l'impression que votre parti comparaît la Belgique à un État de non-droit. C'est très désagréable à entendre d'autant que c'est absolument contraire à la réalité.

L'accord conclu par les huit partis leur a demandé du courage et le sens des responsabilités. Ces partis ont fait la preuve qu'ils pouvaient dépasser leurs intérêts particuliers pour trouver une solution d'intérêt général. Les mesures structurelles - économiques et sociales - nécessaires pour assurer l'avenir du pays ont été prises. Mais elles n'ont pu être décidées que parce qu'il avait été possible de conclure d'abord un accord institutionnel.

Aujourd'hui nous sommes sur le point de voter le premier volet des réformes institutionnelles. Il s'agit de treize textes déposés au Sénat. Si ces derniers sont adoptés, il nous restera à approuver les réformes de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles-Hal-Vilvorde et l'amélioration du droit de vote des Belges à l'étranger qui est en discussion pour l'instant à la Chambre. Tous ces textes seront adoptés par les deux chambres de manière synchrone.

Si nous réalisons une réforme institutionnelle, c'est dans le dessein de stabiliser notre pays. Cette volonté a été exprimée en Wallonie et à Bruxelles. La réforme répond également au souhait d'un changement profond exprimé en Flandre.

Nous avons travaillé d'arrache-pied en commission des Affaires institutionnelles. Certains diront que nous l'avons fait trop rapidement mais cette célérité était indispensable à la synchronisation des travaux avec la Chambre. Pourtant je ne crois pas, madame la présidente, qu'aucun membre n'ait vu sa parole bridée.

Nous avons travaillé par groupes de sujets. Le premier groupe concernait la scission de l'arrondissement électoral de Bruxelles-Hal-Vilvorde. Le second avait trait aux textes portant sur la périphérie de Bruxelles, les modifications du fonctionnement du Conseil d'État, la nomination des bourgmestres. Le troisième groupe - qui a suscité le moins de polémique - concernait les textes sur le renouveau politique. Le quatrième regroupait les textes sur la Région de Bruxelles et son refinancement.

Venons-en à BHV, ces trois lettres qui perturbent, empoisonnent diraient certains, la vie politique depuis de nombreuses années à la suite d'un arrêt de la Cour d'arbitrage. Grâce aux propositions de loi spéciale et de modification de la Constitution, ce problème est aujourd'hui sur le point d'être résolu, ce qui me paraît un moment très important dans la vie démocratique de notre pays. Les trois textes organisant la scission de la circonscription électorale de Bruxelles-Hal-Vilvorde apportent une réponse à cet arrêt dans la mesure où ils scindent l'arrondissement électoral tout en veillant à consolider les droits fondamentaux des citoyens et à résoudre les difficultés politiques sur le plan national. Il s'agit, ici aussi, d'un compromis entre les huit partis formant la majorité institutionnelle, qui ont tous démontré leur capacité à dépasser un intérêt strictement partisan.

C'est ainsi que pour l'élection de la Chambre des Représentants et du Parlement européen, les électeurs des six communes périphériques auront le choix d'émettre un suffrage soit en faveur d'une liste de la circonscription électorale du Brabant flamand, soit en faveur d'une liste de la circonscription électorale de Bruxelles-Capitale.

Il s'agit encore de « bétonner » dans la Constitution - il est insolite d'utiliser un terme de la construction dans ce contexte ! - le fait que les modalités spéciales visant à garantir les intérêts des francophones et des néerlandophones dans l'ancienne province de Brabant ne pourront à l'avenir être modifiées que par une loi spéciale.

Le deuxième paquet concerne la périphérie, et plus spécialement la procédure de nomination des bourgmestres. Nous francophones ne pouvons que nous féliciter de cette nouvelle procédure. Nous continuons à ressentir la non-nomination des bourgmestres comme une atteinte au suffrage universel. Certes, les électeurs ne nomment pas, mais ce sont eux qui élisent, et une élection qui n'est pas suivie d'une nomination nous semble une entorse à ce que devrait être la règle démocratique.

Outre un certain nombre de modifications formelles, la proposition 5-1565 règle la présentation par le conseil communal ainsi que la suite de la procédure de nomination, par le gouvernement flamand, des bourgmestres des six communes périphériques et organise une procédure permettant au bourgmestre désigné de contester un refus de nomination par le gouvernement flamand devant l'assemblée générale de la section du contentieux administratif du Conseil d'État.

L'ensemble du contentieux administratif relatif aux six communes périphériques est désormais confié à l'assemblée générale. Il est prévu que les personnes tant physique que morales, publiques comme privées, établies sur le territoire des communes périphériques puissent - compte tenu du caractère linguistique sensible du contentieux qui peut naître dans ces communes - demander que leurs affaires soient traitées par une juridiction linguistiquement paritaire.

La présidence des chambres réunies sera assurée alternativement par le Premier président et le Président du Conseil d'État, de rôles linguistiques différents ; autrement dit, la présidence sera exercée en alternance par un francophone et un néerlandophone.

Enfin est encore prévue une actualisation de la règle du standstill aux garanties en vigueur au 14 octobre 2012, c'est-à-dire l'ensemble des nouvelles garanties visées par la sixième réforme de l'État.

Ces trois propositions de loi sont accompagnées d'une révision constitutionnelle de manière à bétonner dans la Constitution les garanties des droits des citoyens.

Certains se sont interrogés sur le financement de Bruxelles. Ce dernier répond de manière juste et proportionnée aux besoins auxquels Bruxelles est confrontée en tant que capitale nationale et internationale et en tant que premier bassin d'emploi.

Ce financement juste vise aussi à renforcer la crédibilité de notre capitale sur la scène européenne et internationale. Concrètement, ces propositions entendent octroyer un juste financement à Bruxelles dans la mesure où son rôle de capitale et de grande ville pose des défis majeurs aux institutions bruxelloises dans les domaines de l'enseignement, de l'accueil des enfants, de la formation, de la formation professionnelle, de la sécurité et de la mobilité.

Mme la présidente. - Monsieur Mahoux, vous avez dépassé votre temps de parole.

M. Philippe Mahoux (PS). - Madame la présidente, je précise que, comme cela a été convenu au Bureau, je n'interviendrai qu'une seule fois au nom de mon groupe sur l'ensemble des projets. J'ai donc droit à un temps de parole d'une heure. Mais je vais conclure.

D'ici 2015, on prévoit de refinancer, pour un montant de 461 millions, la Région de Bruxelles-Capitale, la Commission communautaire flamande, la Commission communautaire française et les pouvoirs locaux. En parallèle, une communauté métropolitaine de Bruxelles verra le jour. L'objectif est de promouvoir activement une coopération entre la Région de Bruxelles-Capitale et son hinterland dans les domaines de l'emploi, de l'économie, de l'aménagement du territoire, de la mobilité, des travaux publics et de l'environnement.

Les trois régions devront encore conclure un accord de coopération pour fixer les modalités et l'objet de cette concertation transrégionale.

J'en viens au quatrième paquet relatif au renouveau politique, qui a fait l'objet d'un large consensus en commission. D'aucuns ont revendiqué d'avoir été les premiers ou les seconds à le demander, d'être les suiveurs, les suivants ou encore les promoteurs. Je pense que tout cela n'a pas grande importance sur le plan politique. L'essentiel est que nous soyons arrivés à un accord. Ce quatrième paquet vise à rendre notre système électoral plus transparent et plus compréhensible pour l'électeur.

Il sera tout d'abord interdit de cumuler des candidatures à des élections simultanées dont les mandats sont incompatibles entre eux. Nous avons connu de telles situations. Les élections au Sénat et à la Chambre étant concomitantes, certains candidats ont souvent déposé leur candidature en même temps dans les deux chambres. Après la réforme, ce ne sera plus possible.

Cela implique la démission de plein droit des mandats électifs déjà en cours, en cas d'élection dans une autre assemblée parlementaire, de même qu'une interdiction de cumul de candidatures entre une place de candidat effectif et une place de candidat suppléant.

Enfin, le volet renouveau ne pouvait se faire sans prévoir un élargissement de l'autonomie constitutive de la Communauté flamande, de la Communauté française et de la Région wallonne en ce qui concerne les règles relatives à la composition du parlement, aux suppléants, à la mise en place d'une circonscription régionale et à l'effet dévolutif de la case de tête.

Ces treize propositions du premier volet résultent à la fois d'une volonté de dégager un compromis, d'une attitude volontariste et du souhait des partis de prendre leurs responsabilités dans l'intérêt général.

Les nombreuses critiques émises ces dernières semaines renforcent notre conviction profonde. Malgré toutes les qu'il a pu susciter, ce compromis était nécessaire. La non-adhésion à des textes de cette nature relève d'une approche timorée de la situation de notre pays.

En prenant les mesures visées dans ce premier volet, les huit partis ont répondu à la demande des citoyens qu'ils représentent sans reculer devant leurs responsabilités, contrairement à certains qui n'ont pas osé franchir le moindre pas. Mon groupe votera évidemment en faveur de ces treize propositions.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dit is niet wat het lijkt. Dit debat gaat niet over de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde of toch niet in essentie. BHV is slechts een marginaal element in dit verhaal, want in essentie gaat het debat over Brussel. We praten vandaag over een fundamentele politieke omwenteling in dit land waarbij alle evenwichten in dit onzalige koninkrijk onderuit worden gehaald ten voordele van de Brusselse francofonie. Die omwenteling heeft tot doel Wallo-Brux politiek op de kaart te zetten en electoraal uit te breiden.

Vooraleer ik daar dieper op inga, wil ik toch eerst het volgende kwijt ter attentie van de voorzitster. De voorzitster denkt nog altijd dat wat we hier aan het doen zijn, tot de geplogenheden van het huis behoort. Alsof het normaal is dat dit parlement plots, van de ene dag op de andere, overschakelt van eerste naar zevende versnelling. Plots en zonder enige ernstige voorbereiding vinden er 's morgens, 's namiddags en 's avonds marathonvergaderingen plaats. Dat gebeurt ongelimiteerd, vier dagen in de week zelfs, zonder dat er op een normale wijze kan worden gedebatteerd. Dat is ook vandaag weer het geval.

Normaal gezien zou het parlement over belangrijke dossiers uitgebreid debatteren en hoorzittingen houden, een werkwijze die essentiële informatie kan aanleveren. Jarenlang is er over Brussel-Halle-Vilvoorde gebakkeleid en heeft dat dossier de politiek in dit land beheerst. Maar een eenvoudige vraag om enkele mensen van het terrein te kunnen horen die meer klaarheid kunnen brengen over de situatie in Brussel-Halle-Vilvoorde, zo'n evidente vraag werd weggestemd. Zelfs één namiddaghoorzitting was er te veel aan.

Zelfs over het dossier van het gerechtelijk arrondissement, dat we vanaf volgende week bespreken en waarover zoveel mist gespuid wordt, zullen geen hoorzittingen mogelijk zijn. Dat mocht evenmin in de Kamer, ondanks beloften die de vorige minister van Justitie had gedaan. Want er zijn nu eenmaal zaken die beter niet aan het licht komen, onrechtvaardigheden die zodanig grotesk zijn, ook inzake de kieskring, dat ze het daglicht niet verdragen. Daarom moet alles zo snel-snel gaan. Dat was en is geen normale democratische manier van werken. Dat is wel degelijk de karwats hanteren, voorstellen door het Parlement jagen, hoewel er vooralsnog geen tijdsdruk bestaat. We zijn immers nog meer dan een maand van 21 juli verwijderd.

De houding van de meerderheid is antiparlementair en dus ondemocratisch. Dat heeft staatssecretaris Wathelet hier op donderdag 31 mei bijzonder duidelijk in de verf gezet. Hij heeft toen immers schaamteloos verklaard dat het parlement `aan een stevig ritme wordt onderworpen'. Een parlement dat zichzelf respecteert, verdraagt zulke uitlatingen niet vanwege de regering. Een parlement met enig zelfrespect laat zich niet zomaar onderwerpen.

M. Gérard Deprez (MR). - Nous avons passé 80% du temps à vous écouter. Alors ne dites pas qu'il n'y a pas suffisamment de démocratie !

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik zeg niet dat ik niet heb mogen spreken, maar wel dat dit geen normaal debat was. Collega Pieters heeft het daarstraks nog gezegd. Op talloze vragen is geen antwoord gekomen, omdat de meerderheid niet wil antwoorden en geen hoorzittingen wil houden. Het is niet de tijd die zo belangrijk is in dit hele verhaal.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Over hoorzittingen wordt in de commissie democratisch beslist. In de meeste gevallen worden die ook wel toegestaan. De heer Laeremans heeft het recht nu opmerkingen te maken, omdat hoorzittingen afgewezen werden. Hij kan echter niet beweren dat er verder geen ernstige bespreking is geweest. Ik heb in de commissie heel vaak gereageerd en op vragen geantwoord. Collega's en zeker de staatssecretarissen hebben hetzelfde gedaan.

We hebben duidelijk voldoende tijd uitgetrokken, maar de heer Laeremans voert het debat door urenlange monologen af te steken - wat zijn goed recht is - en op elk kort antwoord een verschrikkelijk lange repliek te geven. Daardoor kon er ook niet echt een pittig debat ontstaan. Ook andere leden van de oppositie hebben er trouwens op gewezen dat die houding het debat voor een stuk onmogelijk heeft gemaakt.

De heer Bart Laeremans (VB). - Om te beginnen wil ik benadrukken dat ik in mijn uiteenzettingen in de commissie altijd ter zake ben gebleven, me altijd met het dossier heb beziggehouden. Ik kan er trouwens nog veel meer over vertellen. Ik heb uitvoerig gesproken om te benadrukken hoe erg het is wat nu gebeurt, hoe fundamenteel de omwenteling is waar we vandaag voor staan. Ik blijf erbij dat op essentiële vragen over de gevolgen van wat vandaag wordt besproken en straks zal worden goedgekeurd, geen antwoord is gekomen. De heer Pieters heeft er al op gewezen. Er blijven veel te veel onduidelijkheden, zowel in de dossiers die wij bespreken, als in de dossiers waar de Kamer zich nu over buigt. Er is een akkoord en daar mag niet aan worden getornd. Dat is mijn grote verwijt. Zelfs op zeer redelijke en rationele amendementen en voorstellen, zoals over de pool van Vlaamse partijen en Franstalige partijen in Brussel, is geen antwoord gekomen.

De heer Huub Broers (N-VA). - Ik kan de heer Laeremans troosten met een uitspraak van de Fransman Georges Wolinski: de democratie is vaak een zwakke meerderheid die haar wil oplegt aan een sterke minderheid.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dat is de kern van de zaak en ik kan het daar alleen maar mee eens zijn.

De antiparlementaire houding van de institutionele meerderheid, Groenen inbegrepen, is vandaag nog maar eens ten overvloede bevestigd door de complete afwezigheid van de rapporteurs bij het begin van de gespreking. De heer Bousetta is er nu wel, maar de heer Swennen nog altijd niet en voor zover ik mij herinner, heb ik hem ook in de commissie niet vaak gezien. De heer Anciaux haalt de schouders op, maar waarom stelt men dan rapporteurs aan? We weten wel dat het werk door de diensten wordt geleverd, maar we mogen toch verwachten dat senatoren die als rapporteur naar voren worden geschoven, het voorbeeld geven en de bespreking volgen.

M. Hassan Bousetta (PS). - Je m'aperçois que j'ai beaucoup manqué à M. Laeremans ce matin. Je souhaite exprimer à tous mes regrets pour mon arrivée tardive de 15 minutes. Comme je l'ai expliqué, monsieur Laeremans, il ne s'agit absolument pas d'un manque de considération pour le débat qui a été très attentivement suivi. Nous avons rediscuté du rapport hier en commission. Cette procédure est donc tout à fait conforme à une procédure parlementaire normale.

De heer Bart Laeremans (VB). - U was inderdaad heel vaak aanwezig in de commissie, mijnheer Bousetta, maar volgens de geplogenheden doet de rapporteur de moeite om voor belangrijke wetsvoorstellen de essentie van het debat weer te geven bij het begin van de bespreking in de plenaire vergadering. Toen ik vroeg om de zitting te schorsen tot u aanwezig zou zijn, liet de voorzitter van uw fractie alleen weten dat u naar uw schriftelijk verslag verwijst. Ik betreur dat. Ik beschouw dat als incorrect parlementair gedrag. We hebben het tenslotte over een uiterst belangrijk voorstel waarover jarenlang geruzied is. U bent nieuw in het parlement, maar ik kan een vergelijking maken met vroeger.

Waarom hebben de Vlamingen jarenlang met zoveel energie voor de splitsing gestreden? Vooreerst omwille van het Brusselse imperialisme. Het is niet aanvaardbaar dat Brusselse politici, en voor de Senaat en het Europees Parlement ook Waalse politici, zich voortdurend bemoeien met Vlaams-Brabant, onrust stoken en inwoners opzetten tegen hun eigen overheden. Die politici worden gedreven door eigenbelang en een schandelijke expansiezucht. Ze willen hun territorium uitbreiden ten koste van de loyale en onderdanige partner, die nota bene de grote, gulle financier van het land is.

Die territoriumdrift, gekoppeld aan de eis voor een corridor, is op geostrategisch vlak bijzonder goed te vergelijken met de vraag naar Lebensraum van een kwaadaardig regime zeventig jaar geleden. De affiches van het FDF met de slogans `Donnons à Bruxelles sa vraie dimension' en `Donnons à Bruxelles son véritable espace socio-économique' zijn perfect vergelijkbaar met de Duitse eis van toen voor meer Lebensraum. Dat geldt ook voor de Note pédagogique sur BHV van de PS, waarin hun verzet tegen de splitsing letterlijk werd verantwoord met het argument dat ze de `espace géographique de vie', de geografische levensruimte van hun kinderen en nazaten, niet willen hypothekeren.

M. Gérard Deprez (MR). - Madame la présidente, on ne peut pas laisser dire n'importe quoi. Il y a des comparaisons historiques qui ne sont pas acceptables. Ce que vous faites est scandaleux, monsieur Laeremans ! Comparer l'attitude, excessive à vos yeux, d'un parti francophone avec le Lebensraum et ses partisans est inacceptable !

De heer Bart Laeremans (VB). - U hebt recht op uw mening, mijnheer Deprez, maar de vertaling van `espace géographique de vie' is nu eenmaal levensruimte of Lebensraum, zoals die term uit het Duits naar ons gekomen is. Ook in de jaren dertig werd trouwens al misbruik gemaakt van de minderhedenconventies om gebiedsroof en de Anschluss te legitimeren. (Protest)

Mme Olga Zrihen (PS). - La mobilité a fait que des gens sont venus sur notre territoire pour chercher du travail. Personne ne s'est permis, à aucun moment, de leur dire « ceci est notre territoire ». Où avez-vous appris l'histoire ? En tout cas, nous n'avons pas les mêmes livres.

De heer Bart Laeremans (VB). - Als de PS het in de nota over BHV over `les espaces géographiques de vie' heeft, dan gaat dat over Vlaams-Brabant, dan gaat dat over het grondgebied van een ander gewest. Ik zeg niet dat dat hetzelfde is als de Duitse zoektocht naar Lebensraum indertijd, maar er is toch een zekere vergelijking mogelijk. En uw partij is schuldig aan die vergelijking, wij niet. Wij stellen alleen vast.

Vlaanderen wil de splitsing omwille van de ingebakken onrechtvaardigheid. Het gaat immers niet op dat men vanuit het Brusselse en vanuit het Waalse gewest kon inbreken en stemmen roven in een deel van het Vlaamse gewest, maar dat het omgekeerde nooit kon. In geen enkel gebied van Wallonië konden Vlaamse partijen hetzelfde doen. Het is onbegrijpelijk dat de Vlamingen jarenlang deze onrechtvaardigheid, deze discriminatie, hebben laten bestaan. Het omgekeerde zou nooit gekund hebben. Franstalige partijen zouden nooit aanvaard hebben dat er ergens in Wallonië een gebied zou geweest zijn waar Vlaamse partijen stemmen konden wegroven, terwijl het omgekeerde niet kon.

Wij Vlamingen wel, wij hebben dat jarenlang verdragen, want we zijn nu eenmaal een lijdzaam volk, dat bevreesd is voor de minste zweem van assertiviteit. Jarenlang is een vreselijk voorrecht blijven bestaan. Niet zozeer voor de Franstalige kiezers, maar wel voor Franstalige politici die zich die kiezers wederrechtelijk en tegen elke federale loyauteit in wilden blijven toe-eigenen en op die manier macht en centen wilden binnenrijven waar ze geen recht op hadden.

Aan die onrechtvaardigheid wilden de Vlamingen een einde maken. Het is een bijzonder nobele strijd voor het stopzetten van onrecht. In een rechtsverhouding waar onrecht wordt stopgezet, wordt doorgaans een prijs betaald. Een prijs van herstel, een prijs van wedergoedmaking. Een neutrale waarnemer zou dus kunnen veronderstellen dat de Vlamingen vergoed zouden worden wegens jarenlange onrechtmatige behandeling en diefstal. Maar precies het omgekeerde doet zich voor. Het is een traditie dat in dit land alleen maar een prijs wordt betaald wanneer de Vlamingen vragende partij zijn. Ook al wordt er gewoon een einde gemaakt aan onrecht, het zijn de Vlamingen die de prijs betalen. Er wordt zo'n hoge prijs betaald, dat de remedie veel erger is dan de kwaal, dat er met andere woorden beter geen splitsing zou zijn dan deze die we vandaag krijgen.

Om een dergelijke capitulatie te vermijden hebben de Vlaamse burgemeesters van meet af aan gezegd dat BHV zonder onderhandelingen moest worden gesplitst. Het gaat immers om niets anders meer dan het rechttrekken van een situatie. Dit was jarenlang ook het dure engagement van de Vlaamse partijvoorzitters. Ik heb het dure engagement van 13 mei 2004, meegebracht. In deze officiële verklaring verbinden de partijvoorzitters zich formeel om BHV op de federale agenda te zetten. De boodschap in dit engagement is duidelijk: Vlaanderen dient hiervoor geen prijs te betalen. Het document werd ondertekend door de toenmalige minister-president Bart Somers en Paul Van Grembergen en door de toenmalige Vlaamse partijvoorzitters Stevaert, Sterckx en Van Weert. CD&V tekende de verklaring niet, want ze ging voor die partij niet ver genoeg. De verklaring was te braaf voor CD&V. Het was nog de periode van `vijf minuten politieke moed', toen CD&V nog Vlaamsgezind was. Maar er was in elk geval een engagement van alle andere partijen om geen prijs te betalen.

We staan daar vandaag verder af dan ooit. De prijs die moet worden betaald is fenomenaal hoog. Het was van meet af aan verkeerd om toch over BHV te onderhandelen, te marchanderen en een prijs te betalen. Ook de N-VA is zwaar in de fout gegaan. De Wever heeft met zijn onderhandelingsnota het pad geëffend voor het drama dat we nu beleven. De funeste regeling voor de faciliteiten kwam uit zijn koker. Het is echter nog erger geworden dan dat. De Vlaamse meerderheidspartijen hebben niet alleen de stommiteit begaan onderhandelingen op te starten, maar vooral de onvoorstelbare blunder begaan om tegenover gehaaide onderhandelaars van PS, MR en cdH lichtgewichten te zetten, zonder het minste benul van onderhandelingstechnieken, noch van de echte inzet van deze onderhandelingen, te weten de fundamentele evenwichten in dit land.

Tegenover dragonders van het kaliber van een Onkelinx en een Milquet, die de problematiek van BHV zeer goed kennen, zat onder meer Caroline Gennez, die nooit enige interesse had getoond voor de Vlaamse Rand en die ooit zelfs verklaarde dat de faciliteitengemeenten voor haar part bij Brussel mochten worden gevoegd.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Dat heeft Caroline Gennez nooit gezegd!

De heer Bart Laeremans (VB). - Ze heeft dat vlak voor de verkiezingen van 2009 verklaard. Ze heeft dat misschien kort nadien rechtgetrokken, maar ze heeft het wel verklaard. Ze sprak zelfs van meer dan tachtig procent Franstaligen of anderstaligen. Ik heb de tekst van haar uitspraken niet bij me, maar ik kan hem bezorgen.

Tegenover de twee dragonders Onkelinx en Milquet zaten, naast Caroline Gennez, ook drie groentjes: Alexander De Croo uit Brakel, Wouter Beke uit Leopoldsburg en de doodbrave Wouter Van Besien uit Borgerhout. Drie broekjes zonder de minste ervaring in politieke onderhandelingen, zonder de minste dossierkennis, laat staan betrokkenheid bij het dossier BHV.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Zoveel ervaring in politiek onderhandelen hebt u anders ook niet, mijnheer Laeremans!

De heer Bart Laeremans (VB). - Die heb ik inderdaad niet op Belgisch niveau en ik ben er nog trots op ook. Maar naar mijn mening mag er over BHV niet onderhandeld worden. Steve Stevaert heeft trouwens ook ooit een document ondertekend waarin stond dat er voor de splitsing van BHV geen prijs mocht worden betaald.

Het resultaat van die onderhandelingen is in ieder geval een absolute catastrofe voor de Vlamingen. Ik begin bij de faciliteitengemeenten.

Voor die zes gemeenten komt de hele regeling neer op een soort status quo. Alles bij het oude, dixerunt de Vlaamse meerderheidspartijen. Niets is minder waar. Terwijl deze zes gemeenten tot voor kort een duidelijk statuut hadden, dat niet verschilde van dat van de andere gemeenten van Halle-Vilvoorde, worden ze nu in grote mate uit Vlaams Brabant weggerukt. Ze zullen formeel nog wel deel uitmaken van de Vlaams-Brabantse kieskring, maar in de praktijk zal dat alleen pro forma zijn. De zes gemeenten worden immers vooral en in de eerste plaats een onderdeel van de grote Brussels kieskring en dat is nieuw. Er wordt een nieuwe grote Brusselse kieskring opgericht van 25 gemeenten, de negentien Brusselse gemeenten en de zes Vlaamse faciliteitengemeenten Ze vormen voortaan één politiek geheel. De zes randgemeenten worden electoraal geannexeerd en bij Brussel gevoegd. Op de website van de MR staat zelfs te lezen dat een onafhankelijk Vlaanderen deze gemeenten in de toekomst onmogelijk nog zal kunnen annexeren. Zover is het dus gekomen.

Er verandert dus wel enorm veel voor die zes gemeenten. De Franstalige partijen zullen zich daar immers voluit op concentreren. De bemoeizucht en het gestook zullen blijven toenemen. De zes gemeenten zullen meer dan ooit de inzet worden van het debat, ze zullen intensiever dan ooit bewerkt worden met opruiende, imperialistische propaganda van Brusselse kandidaten en natuurlijk ook van die Fransdolle incivieke burgemeesters en schepenen uit die zes gemeenten. Want zij zullen uiteraard interessante plaatsen krijgen op de Brusselse lijsten.

Het succes van deze lijsten staat daarmee bij voorbaat vast. En het toppunt is dat niet alleen Franstaligen vanuit Brussel in die zes gemeenten naar stemmen zullen hengelen. Ook Vlamingen zullen dit doen. Bert Anciaux heeft dat al met zoveel woorden aangekondigd. Ik zie het al gebeuren dat Bert Anciaux, de gewezen VU-voorzitter, in 2014 vanuit Brussel bijvoorbeeld op een lijst van de PS in Vlaanderen stemmen komt schooien. Dit is de situatie waar we naartoe gaan.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Neem uw wilde dromen toch niet voor werkelijkheid, mijnheer Laeremans! Ik heb alleen gezegd dat er nog vele mogelijkheden zijn om Brusselse Vlamingen te laten verkiezen, maar nu beweert u al dat ik op een Brusselse lijst van de PS in Vlaams-Brabant stemmen zal ronselen! Waarom maakt u het niet nog wat straffer?

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik ben blij dat u dit zegt, mijnheer Anciaux, want ik zal u ermee confronteren in 2014. Als u suggereert dat Vlamingen op een Franstalige lijst kunnen gaan staan, dan zie ik u dat niet doen op een lijst van Ecolo, maar wel op die van de PS, want dat is een partij waarmee u ideologisch meer verwant bent.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Misschien hebt u het niet zo bedoeld, maar u hebt daarnet gezegd dat ik op een PS-lijst stemmen zou kunnen ronselen in Vlaams-Brabant.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dat is toch de essentie van wat hier gebeurt: de faciliteitengemeenten worden bij de Brusselse kieskring gevoegd. U hebt zelf gezegd dat het logisch is dat u zich dan in Brussel kandidaat stelt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mijnheer Laeremans, mogen kiezers van Brussel in deze regeling gaan stemmen in de zes faciliteitengemeenten?

De heer Bart Laeremans (VB). - Zo werkt het niet. De kiezers zullen zich niet moeten verplaatsen, zoals in Voeren wel het geval is.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Antwoord ja of neen, dat is toch simpel!

De heer Bart Laeremans (VB). - U snapt blijkbaar de kern van het dossier niet, mijnheer Beke.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik snap de kern van het dossier wel. Wat u doet, is een stok in het water leggen en aan iedereen zeggen: kijk, dat wordt een vis. En u blijft zo lang naar die stok staren, tot iedereen begint te denken dat het inderdaad een vis wordt. Dat probeert u te doen, of het nu gaat over die kieskring met 25 gemeenten of over die metropolitane gemeenschap of over wat dan ook.

De heer Bart Laeremans (VB). - Mijnheer Beke, wij hebben een gemeenschappelijk aanvoelen over stokken die in vissen veranderen of water in wijn, of over vissen die zich vermenigvuldigen. U spreekt in parabels.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Antwoord gewoon ja of neen op mijn vraag!

De heer Bart Laeremans (VB). - Brusselse kiezers kunnen inderdaad stemmen voor kandidaten uit faciliteitengemeenten. Ik weet niet of u zich dat realiseert. Voor de Kamer hoeft een kandidaat niet te wonen op de plaats waar hij of zij kandidaat is. Een burgemeester van een faciliteitengemeente kan dus kandidaat zijn op een Brusselse lijst. Dat zal ook gebeuren.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Dat is geen antwoord op mijn vraag. Die was nochtans duidelijk. Zal een kiezer uit Brussel kunnen stemmen in de randgemeenten.

U zegt dat er één grote kieskring van 25 gemeenten komt. Dat is niet juist. In de zes faciliteitengemeenten zal men de keuze hebben om te kiezen voor de kieskring Vlaams-Brabant of voor de kieskring Brussel. Dat is de waarheid.

De heer Bart Laeremans (VB). - Juist, natuurlijk. Ik heb nooit iets anders gezegd.

De heer Huub Broers (N-VA). - Het is wel anders dan in Voeren, want daar moet men zich wel verplaatsen naar Wallonië.

De heer Bart Laeremans (VB). - Uiteraard hebben de Brusselaars alleen de keuze voor Brusselse lijsten. Daar gaat het niet om. Bert Anciaux kan kandidaat zijn in die zes faciliteitengemeenten en kan daar als Brusselse Vlaming Vlaamse stemmen halen. De zes faciliteitengemeenten worden verbrusseld.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik hoop dat u dat geen schande vindt.

De heer Bart Laeremans (VB). - Neen, maar dat is uiteraard de ultieme consequentie van dit akkoord. In de zes faciliteitengemeenten zullen op de duur misschien geen Vlamingen meer zijn die voor de Vlaamse lijsten van Vlaams-Brabant stemmen, want de Vlamingen uit Brussel komen daar kandideren. De zes faciliteitengemeenten worden `verbrusseld'. Ze blijven perifeer nog een onderdeel van de Vlaams-Brabantse kieskring, maar in eerste orde worden ze nu een onderdeel van een groot-Brusselse kieskring van 25 gemeenten. Er komt een nieuwe, speciale kieskring van 25 gemeenten die aan Wallonië grenst en dus de corridor realiseert. Dat is de realiteit;

Het gevolg is dat de slinkende groep Nederlandstaligen in de zes randgemeenten in totale verwarring wordt achtergelaten. Voor wie moeten ze stemmen? Voor de rijkgevulde lijsten in Vlaams-Brabant of voor hun lotgenoten in Brussel, die smeken om steun om toch te kunnen overleven?

Deze gemeenten worden bovendien weggerukt uit hun oorspronkelijk kieskanton. Wemmel wordt weggerukt uit het kieskanton Meise, Wezembeek en Kraainem uit het kanton Zaventem, Linkebeek, Drogenbos en Sint-Genesius-Rode uit het kanton Halle. In de plaats komt een nieuw en geheel kunstmatig kieskanton Sint-Genesius-Rode, van gemeenten die geografisch ver van elkaar liggen. Dit grondwettelijk gebetonneerd kanton zal zweven tussen Brussel en Vlaams-Brabant en een electorale corridor realiseren tussen Brussel en Wallonië.

Uiteraard zullen de stemmen geteld worden, voor het eerst trouwens zullen de stemmen van deze gemeenten apart kunnen worden geteld. Wees er maar zeker van dat dit demoraliserend zal werken wanneer blijkt dat het overgrote deel voor Franstalige Brusselse kandidaten hebben gestemd.

Deze gemeenten zullen hierdoor steeds meer door de Brusselse politiek worden opgeslorpt, want hoe meer stemmen voor Brusselse lijsten, hoe meer de Brusselse politiek zich op deze zes gemeenten zal toeleggen.

Dan hebben we het nog niet gehad over de verdere ondergraving van het Nederlandstalig karakter, doordat de heldere rechtspraak van de Raad van State op de helling wordt gezet, noch over de uitholling van het Vlaams toezicht, door de onttrekking van de benoeming van de burgemeesters aan het gezag van de Vlaamse regering. Dat zal in het debat vanmiddag aan bod komen.

Er is nog meer. Wat hier gebeurt, kadert perfect in de aspiraties van de Franstaligen voor het post-België tijdperk, waar niet alleen Brussel als een rijpe appel in de schoot van de Franstaligen dreigt te vallen, maar, met de realisatie van de territoriale corridor, ook deze zes Vlaamse gemeenten. Ik wil niet doemdenken, maar ik citeer enkel de triomfkreten die op 15 september jongstleden in de Franstalige pers zijn verschenen.

Zo stelde Francis Van de Woestyne in La Libre Belgique: `Sur le plan géostratégique, c'est important. Si demain, les partis flamands devaient (...) provoquer la scission du pays, ces six communes seraient presque de facto rattachées à Bruxelles'. Béatrice Delvaux van Le Soir was op diezelfde dag nog iets duidelijker over de Franstalige strategie die gericht is op tijdwinst: `Gagner du temps sans perdre trop d'éléments fondamentaux (lien Wallonie-Bruxelles, statut de Bruxelles), pour pouvoir préparer ces deux régions à une prévisible future scission du pays.' Daarmee doet mevrouw Delvaux niets anders dan bevestigen wat het Vlaams Belang al zolang zegt: dit land heeft geen toekomst. Deze onzalige negentiende-eeuwse creatuur, België genaamd, is gedoemd om te verdwijnen, maar de Franstaligen doelen op tijdwinst, want de demografie speelt in hun voordeel. Hoe langer ze dit land in stand kunnen houden, hoe groter het grondgebied dat ze hopen binnen te rijven.

Dit soort van boodschappen zou verplichte lectuur moeten zijn voor elke Vlaming die aan politieke doet. Franstalig België is al lang de scheiding aan het voorbereiden en ze spotten met die vele Vlaamse onnozelaars die blijven proberen België een bestaansreden en een nieuwe adem te geven en die altijd opnieuw bereid zijn om toe te geven over het eigen territorium. De gebiedshonger is niet verzadigd nu de faciliteitengemeenten binnen zijn.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mijnheer Laeremans, ik begrijp niet goed waarom u waarschuwt voor het feit dat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde de eerste stap is voor de splitsing van het land! U bent daar blijkbaar bang voor. Ik weet nog goed dat u de zondag na de verdediging van het communautair akkoord aanwezig was op een mars over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Toen zeiden u en de uwen letterlijk dat het u niet om de splitsing van BHV, maar om de splitsing van België te doen was. Ik heb er geen probleem mee dat deze aanspraak in programma van het Vlaams Belang staat en in dat van de N-VA, maar dan moet u ervoor uitkomen dat dát nu uw probleem is.

De heer Bart Laeremans (VB). - Mijnheer Beke, die betoging ging over BHV; er werd geëist dat BHV op een zuivere manier zou worden gesplitst, zonder dat daar zware toegevingen tegenover staan.

Ik wil vandaag duidelijk maken dat de Franstaligen op alle vlakken de splitsing van België aan het voorbereiden zijn; hun wetenschappers, universiteiten, journalisten, politici zijn daar al lang mee bezig. Dit kadert in hun strategie om de zes faciliteitengemeenten bij Brussel te laten horen, zodat ze later onmogelijk door Vlaanderen `gerattacheerd' kunnen worden.

Wij willen de onafhankelijkheid om erger te voorkomen, maar laten we op zijn minst aanklagen dat de voorstellen die vandaag voorliggen, alles nog erger maken en de Franstaligen in de kaart spelen. Want mocht Vlaanderen effectief onafhankelijk worden, dan dreigt het, na goedkeuring van deze voorstellen, niet alleen Brussel, maar tevens de zes faciliteitengemeenten te verliezen.

Bovendien worden er op andere gebieden nog zo veel andere toegevingen gedaan, dat heel Halle-Vilvoorde en zelfs heel Vlaams-Brabant als pasmunt zullen dienen bij de onderhandelingen. Daarvoor waarschuwen we! Via het systeem van de partijfinanciering en dat van de gecoöpteerde senatoren hebben de Franstaligen een uiterst geraffineerde methode gevonden om te verhinderen dat de anderstalige inwijkelingen zich electoraal integreren in Vlaams-Brabant. Door de stemmen uit Halle-Vilvoorde te laten meetellen bij de verdeling van de gecoöpteerde senatoren - een systeem dat in leven wordt gehouden om de zogenaamde minderheden in de rand en in Brussel ter wille te zijn - worden alle Franstalige partijen zedelijk verplicht om in Vlaams-Brabant aparte lijsten te blijven indienen. En daarvoor worden ze financieel beloond. Het resultaat is een winstmaximalisatie van de Franstalige stemmen, want er zijn altijd meer Franstalige stemmen als de Franstalige partijen apart opkomen, en een blijvende francofone opbodpolitiek en blijvend rabiaat gestook in heel Vlaams-Brabant. En dat gestook zal worden beloond met de coöptatie in de Senaat van franskiljons uit Dilbeek, Asse, Zaventem en Tervuren, uit Vlaamse gemeenten zonder taalfaciliteiten.

Het Brussels imperialisme wordt dus geen halt toegeroepen. Het krijgt gewoon een andere vorm. De voordelen van de splitsing zullen via het systeem van de gecoöpteerde senatoren grotendeels teniet worden gedaan. We zullen in Vlaams-Brabant blijven geconfronteerd worden met affiches van de MR, het FDF, de PS, Ecolo en cdH.

En dan heb ik het nog niet gehad over de zogeheten Hoofdstedelijke Gemeenschap, waarover we donderdag zullen debatteren en die een zoveelste absurde en haast waanzinnige compensatie is voor de splitsing. Een meesterzet van de Franstaligen, die de contouren uitzet van le très grand Bruxelles de l'avenir!

M. Gérard Deprez (MR). - Monsieur Laeremans, je ne comprends pas votre raisonnement. Même dans le cas d'une scission pure et dure pour laquelle vous plaidez, il y aurait toujours des listes du PS et du MR dans le Brabant flamand. Vous dites des âneries.

De heer Bart Laeremans (VB). - Het systeem zet de partijen, zowel in Brussel als in Vlaams-Brabant, er op een zeer geraffineerde manier toe aan apart op te komen, omdat die stemmen zullen meetellen bij de verdeling van de gecoöpteerden.

M. Gérard Deprez (MR). - Dans la réforme, le nombre de sénateurs flamands et de sénateurs francophones est fixé. Il y aura six néerlandophones et quatre francophones. Et le nombre de voix francophones ne pourra pas changer le nombre d'élus à coopter au Sénat.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dat klopt allemaal, maar ik heb ook de voorbereidende nota van Di Rupo gelezen. Daarin staat duidelijk dat de Franstaligen in Vlaams-Brabant geen verkozenen meer zullen hebben, omdat de meeste stemmen uit faciliteitengemeenten komen en die worden bij Brussel ingelijfd. Ook de Vlamingen in Brussel zullen geen verkozenen meer hebben. Daarvoor wordt dus het systeem van gecoöpteerde senatoren in stand gehouden. Dat is precies het probleem. Er wordt een politiek gecreëerd van opbod tussen de Franstalige partijen in Vlaams-Brabant. Ik zeg niet dat alle nieuwe gecoöpteerden in Vlaams-Brabant zullen wonen, maar de strijd zal daarover gaan, net zoals de Brusselse Vlamingen zullen strijden voor zetels van gecoöpteerd senator. De hoofdstedelijke gemeenschap is een meesterzet van de Franstaligen en is het mega-Brussel van over enkele decennia. Ook dat is geen doemdenken, geen zwartgallige voorstelling van zaken, want nu al zegt de MR op haar website dat deze `communauté métropolitaine permet d'élargir Bruxelles sur la base du Grand Brabant'. Waar kan ik betere argumenten vinden dan op de website van uw eigen coalitiepartner, mijnheer Beke?

De heer Wouter Beke (CD&V). - Dat is de stok waarover ik spreek: een stok die in het water ligt, en waarvan u beweert dat die in een vis zal veranderen als je er maar lang genoeg naar kijkt.

Dat punt is ook in de commissie ter sprake gekomen, en alle collega's zijn toen zeer duidelijk geweest over de bedoelingen. Elke partij mag natuurlijk haar verwachtingspatroon hebben voor de toekomst. Het verwachtingspatroon van Vlaams Belang is een onafhankelijk Vlaanderen, dat van de N-VA is de splitsing van het land.

De heer Huub Broers (N-VA). - Toen ik actief was bij CD&V, had die partij hetzelfde verwachtingspatroon.

De heer Wouter Beke (CD&V). - De splitsing van het land staat niet in de statuten van CD&V, maar staat wel in het eerste artikel van de statuten van de N-VA.

Wat men in de toekomst wil, is een zaak. Het punt is echter wat er vandaag in het akkoord staat. Van alles wat de heer Laeremans heeft opgesomd, staat er niets in het huidige akkoord.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik ben blij dat u dat zegt, en het is ook belangrijk dat u dat zegt. Maar de MR interpreteert dat wel anders, zo blijkt uit de website van die partij. Dat bewijst dat de Franstaligen er iets heel anders achter zoeken dan u. Ze herroepen of ontkennen het ook niet, ze hebben die interpretatie - helaas! - pas gepubliceerd nadat het akkoord was goedgekeurd.

De heer Danny Pieters (N-VA). - De heer Beke heeft al twee keer verwezen naar de statuten van de N-VA, dus ik moet hem ter zake van antwoord dienen. De statuten van de N-VA zijn bekend, maar die van CD&V heb ik tevergeefs gezocht. Ik vind alleen als aanknopingspunt dat het doel van CD&V is om via machtsuitoefening een aantal doelen te verwezenlijken die niet verder gespecificeerd worden. Bij iedere verwijzing later in het debat naar het doel van onze partij, zal ik telkens tussenkomen om duidelijkheid te vragen over de bedoelingen van CD&V. Die bedoelingen ken ik immers niet.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik begrijp dat sommige collega's nerveus worden als de sluier van de onwetendheid wordt opgelicht door te citeren uit artikel 1 van de statuten van de N-VA. Dat artikel bepaalt dat die partij streeft naar de autonome republiek Vlaanderen. Op zich bevat dat artikel een legitieme verwachting.

Ik zal u zeggen wat er in ons partijprogramma staat.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Een partijprogramma is iets anders dan partijstatuten.

De heer Wouter Beke (CD&V). - In het partijprogramma van CD&V staat dat wij ijveren voor het versterken van de deelstaten, in confederale richting. Dat betekent dat wij bevoegdheidsoverdrachten willen op het vlak van het gezinsbeleid, de gezondheidszorg en het arbeidsmarktbeleid. Dat betekent ook dat wij streven naar fiscale autonomie. En dat zijn precies de punten waar het bij deze staatshervorming ook om draait. Deze staatshervorming zorgt voor meer fiscale autonomie, deze staatshervorming maakt Vlaanderen bevoegd voor de kinderbijslagen, deze staatshervorming geeft Vlaanderen meer bevoegdheden inzake gezondheidszorg en arbeidsmarktbeleid.

De inhoud van onze statuten is verwoord in het Vlaamse regeerakkoord, dat wij samen met de N-VA uitvoeren op het Vlaamse niveau.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Ik wil er toch op wijzen dat er een verschil is tussen een partijprogramma en partijstatuten. Een programma zegt wat een partij de komende jaren zal doen, de statuten bepalen de langetermijnvisie van de partij.

CD&V heeft echter geen langetermijnvisie, en moet zich daarom verschuilen achter het partijprogramma.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Uw partijgenoot Karl Vanlouwe heeft in de commissie gezegd dat het voor de N-VA in 2014 al gaat over de splitsing van het land. U kunt dat nalezen in het commissieverslag. De N-VA beschouwt die splitsing dus helemaal niet als een langetermijnvisie.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Beke vergelijkt de partijprogramma's en beperkt zich tot het vermelden van een aantal punten uit het CD&V-programma. Artikel 1 van ons partijprogramma is klaar en duidelijk en wij zullen het ook niet intrekken. Ik moet wel vaststellen dat CD&V jarenlang met ons in kartel is geweest en toen blijkbaar geen enkel probleem had met dat artikel. Weet hij wat er daarentegen in artikel 1 staat van de statuten van zijn belangrijkste coalitiegenoot, de PS? Weet hij dat die partij de klassenstrijd wil voeren? Dergelijke communistische, zelfs marxistische praat is nog altijd te lezen in de statuten van zijn belangrijkste coalitiepartner. Zal hij daar ook telkens op terugkomen?

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mijnheer Vanlouwe, heeft uw partij aan die statuten gedacht, toen ze na de verkiezingen met de PS in Vollezele een akkoord heeft gesloten? Ze heeft toen ook 500 miljoen voor Brussel beloofd en voor Brussel-Halle-Vilvoorde het kader afgesproken dat we hier vandaag behandelen.

De voorzitster. - We gaan niet verder met de artikelen 1 van de statuten van alle partijen. Ik stel voor dat we terugkeren naar het debat en dat de heer Laeremans gewoon doorgaat.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik heb alleen uit het debat begrepen dat collega Vanlouwe de eigen statuten relativeert en vergelijkt met het vrij irreële verhaal van de PS. Ik geloof inderdaad ook niet dat de N-VA op korte termijn onafhankelijkheid wil, want dat is het essentiële verschil tussen zijn partij en de onze. Wij willen dat zeker wel.

Ik kom tot Brussel. Daarover zijn de teksten die nu voorliggen, nog veel erger dan de al zeer uitgebreide reeks toegevingen inzake Vlaams-Brabant. Voor de Brusselse Vlamingen dreigt er een regelrechte catastrofe. Zij zijn inderdaad het grootste slachtoffer van dit akkoord. Niet alleen moeten de Brusselse Vlamingen dulden dat een slordige 25 000 tot 30 000 stemmen uit de faciliteitengemeenten veelal de Franstalige partijen in Brussel versterken. Bovendien wordt hun uitdrukkelijk het recht ontzegd hun lijsten met elkaar te verbinden. Dat gebeurt nochtans wel voor de huidige verkiezingen van de gewestraad, de Senaat en het Europees Parlement. Bij die verkiezingen maakt de kiezer namelijk eerst een keuze voor een taalgroep, waarna de stemmen afzonderlijk per taalgroep worden geteld. Dat is een correcte manier van werken. Alleen voor de Kamer blijkt zo'n evident systeem onmogelijk. Niet omdat het niet zou kunnen, wel omdat het niet mag. Want dat is de prijs die de Vlamingen moeten betalen. Geen enkele kamerzetel meer in Brussel! Ik zal nooit vergeten welk spottend en hautain gebaar Armand De Decker in de commissie maakte, toen hij me vroeg hoeveel zetels de Vlamingen zouden halen. De gewezen Senaatsvoorzitter maakte met zijn duim en wijsvinger een ronde, vette nul. De inhaligheid, machtswellust en gortigheid van de Franstaligen zijn zo groot dat de Vlamingen voor de Kamer geen enkele zetel meer mogen behalen in Brussel. Nochtans is niet de Senaat, maar de Kamer het belangrijkste politieke orgaan van het land. Bij een lijstverbinding zouden de Vlamingen met gemak twee kamerzetels halen, want daartoe volstaat 10% van de stemmen. Daarentegen gaan nu alle vijftien Brusselse kamerleden naar de Franstalige partijen. Dat kunnen we alleen een politieke moord noemen. Vandaag wordt de Brusselse Vlaming politiek geliquideerd met de welwillende medewerking van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen. Ik blijf me afvragen of iedereen beseft wat hier eerstdaags staat te gebeuren en aan welk onrecht de meerderheid zich zal bezondigen. Franstaligen uit de faciliteitengemeenten krijgen het privilege dat zij voor Brusselse lijsten mogen stemmen. Zij worden in de watten gelegd, want hun stem leidt met zekerheid tot een Franstalige verkozene. Hun stem is een nuttige stem. De keerzijde van de medaille is dat de Vlamingen in Brussel onvermijdelijk verder in de hoek worden geduwd en gemarginaliseerd. Ze maken maar een achtste uit van de Brusselse kiezers, ongeveer 12%. Ze moeten dus ondergaan dat hun aandeel verder verwatert door de voorkeursbehandeling van de Franstaligen in de Rand. Chapeau, zou ik zeggen, maar daarbovenop krijgen de Brusselse Vlamingen als stank voor dank het verbod hun lijsten te verbinden.

Met andere woorden, de Senaat spreekt over hen een verschrikkelijk verdict uit. Hun stem voor een Vlaamse partij is geen nuttige stem, hun verhaal is afgelopen, want zij zijn quantité négligeable. In de zeventien jaar dat ik hier zit, is dit het allerergste, het pijnlijkste wat ik ooit heb meegemaakt. Ik kan daar echt niet mee leven. Dit is hemeltergend! Dit is onrechtvaardig! Als prijs voor het wegwerken van een schandelijke discriminatie in Vlaams-Brabant krijgen we een nog veel grotere discriminatie, een regelrechte liquidatie. Het is werkelijk onvoorstelbaar dat de Vlamingen hiermee ooit konden instemmen en het mee zullen goedkeuren. Het gaat over veel meer dan één of twee kamerzetels. Het gaat over niet minder dan het overleven, het naakte voortbestaan van de Vlaamse gemeenschap in onze eigen hoofdstad.

Dit is een historisch moment. De Franstaligen zijn erin geslaagd hun stoutste dromen te realiseren: van Brussel politiek een Franstalige stad maken waar de Vlamingen een totaal ondergeschikte rol krijgen. Brussel wordt opgegeven, cadeau gedaan aan de Franstaligen. Vandaag wordt Wallo-Brux ter wereld gebracht, met de welwillende medewerking - in het Frans is dat collaboration - van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen en van een laffe Vlaamse regering en een bang Vlaams Parlement die met de armen gekruist toekijken en niets ondernemen. Voor het belangrijkste politieke orgaan van België, de Kamer, wordt de Vlaamse stem in Brussel een nutteloze stem. Ze wordt gesmoord. Daarom is wat vandaag in de Grondwet wordt gebetonneerd, zo onvoorstelbaar leugenachtig en hypocriet.

In artikel 63 wordt het volgende ingeschreven: ` Teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren, voorziet de wet echter in bijzondere modaliteiten. Aan de regels die deze bijzondere modaliteiten vaststellen, kan geen wijziging worden aangebracht dan bij een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.'

Het klinkt alsof er vandaag bijzondere modaliteiten worden ingeschreven en gebetonneerd ten gunstige van Franstaligen én Nederlandstaligen. Maar in werkelijkheid gaat het enkel om modaliteiten ten gunste van hyperverwende Franskiljons in Vlaams-Brabant, ten koste van de Brusselse Vlamingen. Dat vat op een haast geniale wijze samen wat België voor de Vlamingen altijd heeft betekend en vandaag nog altijd betekent. België is een immorele staat die wordt geregeerd door leugen en bedrog en waar de Vlamingen tot op vandaag tweederangsburgers zijn. Dat is de reden waarom Vlaams Belang deze staat zo verafschuwt en veracht en waarom een partij zoals het Vlaams Belang hard nodig is. Niet om in de verre toekomst, maar om nú voor onafhankelijkheid te pleiten.

Een partij moet toch durven zeggen dat met deze staat van de haat moet worden gebroken.

Ik weet niet of de Nederlandstalige collega's beseffen wat hier vandaag aan de hand is. We staan voor een kantelmoment, een uiterst belangrijke omslag in de politieke machtsevenwichten in dit land.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Als er één manier is om de Vlaamse gemeenschap in Brussel kapot te maken en alle rechten in de toekomst te ontnemen, dan is dat het land te splitsen. Dan zal je zien wat er met de Vlamingen gebeurt. Wie het luidst roept dat het land moet worden gesplitst en dat het bereikte akkoord onaanvaardbaar is voor de Vlamingen in Brussel, is zo hypocriet dat ik ervan walg. Met uw discours over de splitsing van het land draagt u, mijnheer Laeremans, de verantwoordelijkheid voor de mogelijkheid dat de Vlamingen in Brussel in de toekomst totaal zullen worden genegeerd.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dat is pas een demagogische reactie. Ik zie zelfs de Franstaligen applaudisseren.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik vind u toch wel hypocriet, mijnheer Anciaux. Kunt u mij eens opsommen welke garanties dit akkoord biedt voor de Brusselse Vlamingen?

Ik zie alleen een stilstand. De poolvorming werd weggestemd, zodat de Vlamingen in Brussel niet meer zullen verkozen worden. In geen enkel onderdeel van het akkoord werden waarborgen gegeven aan de Brusselse Vlamingen. Men beschermt enkel de rechten van de Franstaligen in de rand.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Bij de beoordeling van dit akkoord heb ik altijd gezegd dat de Vlamingen in Brussel een hoge prijs zullen betalen. Pretenderen dat de Vlamingen in Brussel bij de splitsing van het land gebaat zijn, is de waarheid geweld aandoen. Dit land voorziet inderdaad terecht in evenwichten tussen de Franstalige minderheid in België en de Vlaamse minderheid in Brussel. Deze parallel werd altijd gemaakt. De waarborgen die de Vlamingen in Brussel hebben gekregen in verband met de Vlaamse Gemeenschap en de taalwetgeving, zet u compleet op de helling als u voor de splitsing van dit land pleit. Bij een splitsing zal de internationale gemeenschap alleen de wens van de lokale bevolking willen horen. Als er vervolgens, onder internationaal toezicht een referendum wordt georganiseerd, kan ik niet geloven dat de zes faciliteitengemeenten en Brussel voor Vlaanderen zullen kiezen omwille van haar liefdadigheid.

De waarborgen die vandaag voor de Vlamingen in Brussel bestaan, gelden alleen binnen een Belgische context en die zet u op de helling als u het land kapot maakt.

De heer Bart Laeremans (VB). - Wat u vertelt, mijnheer Anciaux, is je reinste demagogie. U schuift de schuld voor de situatie van vandaag in mijn schoenen. Mag ik u erop wijzen dat de splitsing van BHV een strijdpunt van alle partijen was? Ook van de sp.a en van Leo Peeters, die een belangrijke rol heeft gespeeld. De aanvankelijke wetsvoorstellen, ook van uw partij, hielden waarborgen in voor de Brusselse Vlamingen, bijvoorbeeld via de apparentering. Dat wordt nu doorbroken en kan alleen nog worden gecompenseerd door de poolvorming. De Brusselse Vlamingen worden politiek geliquideerd. Ze zullen moeten smeken om op Franstalige lijsten te mogen staan. Binnenkort geldt dit misschien ook voor de gewestverkiezingen. De Brusselse Vlamingen worden van een tweetalige positie in een ondergeschikte positie geplaatst.

In Brussel worden we geleidelijk geliquideerd, ook demografisch door het gewilde immigratiebeleid.

Als België blijft voortbestaan, is het gedaan met de Brusselse Vlamingen. Collega Annemans heeft over de ordelijke opdeling van België onlangs een boek gepubliceerd waarin hij onder meer verwijst naar internationale beschouwingen over een erkenning als staat. Doordat Brussel in Vlaanderen ligt, is bij een splitsing de kans heel groot dat de internationale gemeenschap zal zeggen dat Brussel op een of andere manier bij Vlaanderen hoort. Door nu via het kanton van de faciliteitengemeenten een corridor met Wallonië te maken, wordt die mogelijkheid op de helling gezet en wordt Brussel aan Wallonië gekoppeld. In een onafhankelijk Wallo-Brux wordt het veel gemakkelijker om Brussel en Wallonië met elkaar te verbinden. De onafhankelijkheid wordt in Vlaanderen bepleit, maar in Wallonië wordt ze volop voorbereid. Daar bereiden politici, universiteiten, professoren en de media de mensen daarop voor omdat ze denken dat het er vroeg of laat komt. Het verwijt dat wij de Brusselse Vlamingen laten vallen is volkomen onterecht, het tegenovergestelde is waar. Precies omwille van de Brusselse Vlamingen sta ik hier.

We maken een kantelmoment mee, een uiterst belangrijke omslag in de politieke machtsverhoudingen. Tot op heden was het lot van de Vlamingen in Brussel inderdaad onmiskenbaar gekoppeld aan dat van de Franstaligen in België. De minderheid op Belgisch niveau werd sterker gemaakt dan ze numeriek voorstelde en in ruil kregen de Vlamingen in de hoofdstad een aangepaste bescherming. Vandaar de pariteit op zo vele niveaus en in de administratie. Dat evenwicht wordt nu in belangrijke mate verstoord. Het is afgelopen met het respect voor de Brusselse Vlamingen. Er is geen perspectief meer om zich te handhaven of politiek te overleven. De Brusselse Vlamingen komen in een minderheidsstatuut terecht, waarbij hun rechten in de toekomst steeds nadrukkelijker afgemeten zullen worden aan de rechten van de Franstaligen in Vlaams-Brabant, buiten de faciliteitengemeenten. Brussel zelf wordt een dominant francofone stad, waarin de Vlamingen hoogstens nog gedoogd zullen worden. Hun situatie zal steeds vaker gebruikt en misbruikt worden om voor de Franstaligen in Vlaams-Brabant bijkomende rechten af te dwingen. Die gelijkschakeling wordt overduidelijk ingevoerd op electoraal vlak. De Vlamingen in Brussel mogen hun lijsten niet verbinden omdat de Franstaligen in Vlaams-Brabant dat ook niet kunnen. Dat is trouwens evident, want de situatie van de Franstaligen in Vlaams-Brabant is totaal verschillend van die van de Vlamingen in Brussel. Vlaams-Brabant is een eentalig gebied en Brussel is tweetalig.

Uit de onderhandelingsnota's van Di Rupo bleek overduidelijk dat het systeem van de gecoöpteerde senatoren speciaal in leven wordt gehouden om perspectief te bieden aan de Franstaligen buiten de faciliteitengemeenten en aan de Brusselse Vlamingen, die geen verkozenen meer zullen hebben.

De hoge post van procureur-generaal in Brussel mag in de toekomst enkel nog naar een Franstalige gaan, want de procureur-generaal van Halle-Vilvoorde is een Nederlandstalige. Ook dat maakt deel uit van de fundamentele omslag die wordt doorgedrukt. Brussel wordt een Franstalige stad, waar Vlamingen niet langer de gelijkwaardige partner zijn voor wie men respect heeft. Mocht dat wel het geval zijn dan zou worden toegestaan dat de Vlaamse stemmen samen worden geteld. De Vlamingen in Brussel worden een gedoogde minderheid, want ze zullen geen stemmen en geen zetels hebben.

Deze omslag wordt perfect geïllustreerd met het uiterst naïeve voorstel van Wouter Beke in het tv-programma De Zevende Dag waar hij een pleidooi hield voor een Vlaamse eenheidslijst in Brussel, naar het voorbeeld van de Franstalige eenheidslijst in Vlaams-Brabant. Ook Beke zit dus in de absurde logica waarbij de situatie van de Vlamingen in de tweetalige hoofdstad gelijk wordt gesteld aan die van de Franstaligen in een eentalig Nederlandstalig gebied.

Beke heeft bovendien flagrant aangetoond dat hij helemaal geen kaas heeft gegeten van de Brusselse realiteit en de politieke geschiedenis van de hoofdstad. Als politicoloog zou hij moeten weten dat Brussel een slechte traditie heeft ...

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mevrouw de voorzitster, ik vraag het woord voor een persoonlijk feit.

Ik ben liever naïef dan pervers, mijnheer Laeremans. Uw discours bewijst dat het uw partij bij de totstandkoming van het akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde niet te doen was om de splitsing van BHV, maar om de splitsing van het land. Uw probleem is dat het politiek akkoord de splitsing van het land in de weg staat. De splitsing van het land is uw agenda, en van nog anderen, maar niet de onze. Het is uw goed recht te menen dat onze agenda niet bij de uwe past, maar dat doet geen afbreuk aan de eerbaarheid van het akkoord over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.

De heer Bart Laeremans (VB). - Mijnheer Beke, u luistert niet. Ik probeer u met handen en voeten uit te leggen dat u de Brusselse Vlamingen in de Belgische context liquideert, terwijl het met één eenvoudig amendementje kan worden opgelost. De fractie van het Vlaams Belang heeft als eerste zo'n amendement ingediend, de N-VA-fractie heeft het nadien ook gedaan. Dat amendement stelt een poolvorming voor, waardoor de Vlamingen in Brussel voor eigen lijsten kunnen stemmen en alle Vlaamse stemmen bij elkaar worden geteld en de Vlamingen gelijkwaardig zijn aan de Franstaligen in Brussel. Dat is al wat wij vragen, maar daarmee kunnen de Franstaligen hun intentie om de Vlamingen in Brussel te liquideren wel voorgoed opbergen. Maar u wil ons niet volgen, mijnheer Beke, een klein beetje respect vragen voor de Vlamingen in Brussel, is u blijkbaar al te veel. U gaat er mee akkoord dat ze politiek van de kaart worden geveegd.

Overigens heeft Brussel een heel slechte ervaring met eenheidslijsten. De vroegere pogingen zijn altijd een mislukking gebleken omdat de Brusselaars sterk ideologisch stemmen. Overigens zal zo'n Vlaamse eenheidslijst nooit alle Vlaamse partijen verenigen, gezien de meedogenloze toepassing van het cordon sanitaire en aangezien Open Vld nu al heeft gezegd dat ze niet met kandidaten van de N-VA op één lijst wil staan.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mijnheer Laeremans, er is maar één partij die de samenwerking tussen de Vlamingen in de weg staat. Dat doet een partij die uitmunt in racisme en xenofobie. De Vlamingen in Brussel worden niet door dit akkoord verdeeld, wel door uw partij, die de voorbije weken nog maar eens heeft bewezen welke toer ze bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op wil gaan. Met zo'n partij zal geen enkele partij willen samenwerken, zelfs niet de N-VA als ik hun recente verklaringen goed begrijp.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik zou hier ook een lang pleidooi pro domo kunnen houden, maar daarvoor sta ik hier niet. Daarom zal ik ook niet reageren op wat u zegt, mijnheer Beke. Ik vind het alleen heel schrijnend wat u zegt.

Het gaat trouwens niet over ons, maar over Guy Vanhengel, die onmiddellijk na uw naïef discours in De Zevende Dag heeft gezegd dat er van een Vlaamse eenheidslijst in Brussel geen sprake kan zijn. Pertinent vroeg hij zich af welke partij het voorrecht zou krijgen om zo'n lijst te trekken, van welke fractie de verkozenen van die lijst deel zouden uitmaken. Guy Vanhengel stelt dus dezelfde vragen als wij en heeft net als wij een eenheidslijst resoluut van de hand gewezen, wegens totaal onrealistisch.

Een eenheidslijst is hoe dan ook een zwaktebod, waardoor een kleine Vlaamse lijst van vijftien kandidaten het zou moeten opnemen tegen een zee van Franstalige lijsten en van Franstalige en allochtone kandidaten. Daardoor zou het aantal stemmen voor Nederlandstaligen zeer sterk terugvallen, wat de Franstaligen dan weer heel goed zou uitkomen. Laten we immers niet vergeten dat de Franstalige lijsten voortaan met 25 000 tot 30 000 stemmen uit de zes faciliteitengemeenten versterkt worden.

Het systeem van partijfinanciering, van gecoöpteerde senatoren en van gezamenlijke Europese en gewestelijke verkiezingen staat een eenheidslijst in de weg. De kleinere partijen worden aangemoedigd om apart op te komen, zowel in Brussel als in Vlaams-Brabant. In beide gevallen speelt dat paradoxaal genoeg in het voordeel van maar één groep, de Franstaligen.

De Vlaamse eenheidslijst is dus een illusie. U probeert zichzelf en de Vlaamse bevolking iets wijs te maken, mijnheer Beke, terwijl u heel goed weet dat het absurde woordenkramerij is. De Vlaamse politici zullen voortaan bij de Franstalige partijen gaan bedelen voor een strijdplaats op een Franstalige lijst. Els Ampe heeft dat al aangekondigd en zelfs collega Anciaux heeft dat als een mogelijkheid naar voren geschoven. Dat is precies waar de Franstaligen de Vlamingen willen hebben: op de knieën, in een smekende, onderdanige positie, bedelend om erkenning en om overleving.

Het zou nochtans allemaal zoveel eenvoudiger kunnen, als er gewoon opnieuw respect wordt getoond voor de Brusselse Vlamingen en als ze als volwaardige Brusselaars worden behandeld. Dat kan heel eenvoudig door het amendement van de fractie van het Vlaams Belang goed te keuren of door er zelf een in te dienen dat de stemmen van de Nederlandstalige en de Franstalige lijsten per taalgroep bij elkaar laat optellen. Zo weinig is er nodig om een totaal ander plaatje te creëren, om een wereld van verschil te maken met de schandelijke en stuitend onrechtvaardige situatie die hier vandaag in het leven wordt geroepen. De vraag is heel duidelijk, mijnheer Beke: hebt u de moed om respect te vragen voor de Brusselse Vlamingen en om voor hen een perspectief op overleven te vragen of steekt u hen samen met de Franstalige partijen het mes in de rug?

N-VA heeft wel degelijk invloed. Ze is een meerderheidspartij in het Vlaams Parlement en ze maakt ook deel uit van de Vlaamse regering. Als die partij consequent wil zijn met wat ze vandaag gezegd heeft, kan ze niet anders dan vanuit het Vlaams Parlement het protest mee vorm geven, onder meer door de belangenconflicten die Joris Van Hauthem aanhaalt in het Vlaams Parlement te steunen in plaats van ze weg te stemmen. Daarmee is nog geen belangenconflict goedgekeurd. Ik weet ook wel hoeveel stemmen daarvoor nodig zijn, maar dan zou het Vlaams niveau toch een duidelijk signaal hebben gegeven. Zelfs een onthouding kon er niet af. U had niet de moed dat te doen. Degenen die in de Senaat en in het Vlaams Parlement zitting hebben evenmin. Zij zijn de meest schizofrenen van allemaal. Misschien is het daarom dat de collega's De Wever en Homans hier niet aanwezig zijn.

In het Vlaams Parlement hebben ze tegen de belangenconflicten van het Vlaams Belang gestemd over wat hier gebeurt. Hier stemmen ze dan tegen de voorstellen die worden besproken. Begrijpe wie kan. Dit is hopeloos inconsequent. Voor de voorstellen inzake het gerechtelijk arrondissement hebben ze zelfs geweigerd steun te verlenen aan hoorzittingen die nochtans zeer elementair zijn in dit dossier en het verschil hadden kunnen maken. Het Vlaams Parlement had minstens hoorzittingen kunnen organiseren om de magistraten te horen, die echt wel vragende partij zijn. Het mag echter niet, ook niet van N-VA, want de vraag wordt weggestemd. Dat is onbegrijpelijk!

De heer De Wever heeft het verzet tegen de BHV-regeling trouwens vanaf het begin in grote mate getorpedeerd, met de domme verklaring dat het akkoord geen nachtmerrie is geworden. Na al wat ik hier heb geschetst, denk ik dat de BHV-regeling, zeker in combinatie met de andere voorstellen voor Brussel, wel is uitgedraaid op een regelrechte nachtmerrie, vooral voor de Brusselse Vlamingen. Bart Maddens, een collega van de heer Pieters, zegt duidelijk: `deze staatshervorming is een ramp voor Vlaanderen'. Wij kunnen het niet beter verwoorden dan professor Maddens.

Hij zegt klaar en duidelijk: `ons politiek systeem wordt op een totaal nieuwe leest geschoeid. We staan voor een institutionele paradigmawissel. Onze staatsstructuur wordt onherroepelijk op het spoor gezet van een federalisme met drie sterke deelstaten. Het Brussels Gewest is de grote overwinnaar in deze staatshervorming. Brussel wordt meer dan ooit een zwart gat in Vlaanderen. De ergste nachtmerrie van de Vlamingen wordt binnenkort realiteit: er komen drie volwaardige gewesten, waarvan er twee, verenigd in de Fédération Wallonie-Bruxelles, eerder een front vormen tegen het derde'. Wie ben ik om dit tegen te spreken?

Dit is de nagel op de kop. Dit is de kern van de zaak. Voor mij is, wat hier vandaag wordt besproken, wel degelijk een nachtmerrie. Ik hoop dat de Vlamingen dat alsnog inzien. Er zijn opnieuw tientallen amendementen ingediend. Ze worden nu rondgedeeld. Voor mij is het goed als u er één enkel van goedkeurt, namelijk dat de stemmen van de Vlamingen in Brussel apart worden geteld van die de Franstaligen en dat de Vlamingen een perspectief behouden op overleven. Keurt u dat goed, dan hebt u geluisterd en geeft u om het lot van de Brusselse Vlamingen. Zo niet liquideert u de Brusselse Vlamingen. Dit staat nu op het spel.

Ik hoop dat u zich tegen donderdag nog bedenkt, dat u overleg pleegt. Want wat wij voorstellen is zeer braaf, heel eenvoudig en heeft vooral te maken met uw eigen partijen: de vraag om het voortbestaan van de Open Vld-afgevaardigde in Brussel, het voortbestaan van mensen als Els Ampe en Guy Vanhengel, het voortbestaan van Steven Vanackere, vicepremier van deze regering.

Als u die mensen een perspectief wil geven om politiek te overleven, zorgt u dat dit amendement wordt goedgekeurd. U hebt de kans. Ik vraag u nogmaals het te doen.

Het is een klein amendement, maar het maakt een groot verschil: op die manier wordt de Vlamingen in Brussel een kans gegeven op overleven.

Bent u daartoe bereid, of is het vandaag amen en uit met de Brusselse Vlamingen?

Aan u het antwoord!

De heer Danny Pieters (N-VA). - De partij van de heer Laeremans en de onze hebben misschien één ding gemeen, namelijk dat we op alle niveaus hetzelfde zeggen. Alleen is het voor hem veel gemakkelijker in zijn simplisme overal hetzelfde te zeggen, een wit-zwarte wereld af te schilderen waar verschrikkelijke dingen gebeuren, waar alles het ergste is wat ons ooit is overkomen.

Er kan ook een wereld worden afgeschilderd waar kleur in zit en waar naast wit en zwart toch nog iets meer bestaat. In dat opzicht wil ik nogmaals beklemtonen dat wij in het Vlaams Parlement net hetzelfde zeggen als in deze Assemblee, zij het met enige nuance.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik wil de heer Pieters toch uitnodigen om de tussenkomsten van N-VA fractieleider Kris Van Dijck erop na te lezen. In het Vlaams Parlement stemmen ze heel bewust alles weg wat niet in het belang is van het Vlaams niveau.

In 2004 kwamen de Vlaamse partijvoorzitters overeen dat er een regeling zou komen voor BHV zonder dat daarvoor een prijs moest betaald worden. Vandaag is daar niets van aan. Toen had het Vlaams niveau het lef om zich te bemoeien met wat er op federaal niveau gebeurde. Vandaag doet men in het Vlaams parlement alsof zijn neus bloedt, terwijl men daar wel het verschil kan maken.

Men kan daar hoorzittingen organiseren met Vlaamse advocaten, magistraten, rechtsonderhorigen uit Brussel om het perverse systeem dat men wil invoeren te analyseren. Ik vind het onbegrijpelijk dat dit niet gebeurt en ik betreur dat, wat dit betreft, de N-VA de bondgenoot is van de sp.a en het CD&V.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - Het klopt dat we in het Vlaams Parlement de motie over het belangenconflict hebben weggestemd omdat daarvoor sowieso geen meerderheid kon gehaald worden en we dus ook geen verschil konden maken.

Ons hoeft u niets te verwijten. Wij zijn loyaal aan de Vlaamse regering. U kunt andere partijen die deel uitmaken van de Vlaamse meerderheid een verwijt maken op dat vlak. Zij zitten hier ook.

U moet goed luisteren naar wat Kris Van Dijck vorige week precies heeft gezegd in het Vlaams Parlement en zijn woorden niet verdraaien.

De heer Bart Laeremans (VB). - Dit bevestigt wat ik zonet zei, namelijk dat de N-VA zo loyaal is aan de Vlaamse regering dat ze de Brusselse Vlamingen en de inwoners van Halle-Vilvoorde in de steek laat.

M. Armand De Decker (MR). - Je voudrais tenter de ramener un peu de calme dans notre assemblée, tout en précisant que l'émotion exprimée - les propos tenus en contenaient beaucoup - doit être respectée.

Le problème de BHV a, durant des décennies, constitué une source de tension en Belgique. Vous le savez, je tiens beaucoup à notre pays. Je ne peux dès lors que me réjouir du débat relatif au règlement de ce problème.

Comme tous les francophones, j'ai été terriblement choqué, ému, scandalisé par le vote unilatéral intervenu au sujet de BHV en commission de la Chambre. C'était la première fois dans l'histoire de notre pays qu'à l'exception de Groen, qui s'est abstenu, l'ensemble des néerlandophones « votaient contre » l'ensemble des francophones.

Ce fut un moment dramatique, qui a profondément modifié notre équilibre et, comme je l'ai dit à l'époque, « cassé le vase belge », ce dont j'avais prévenu le premier ministre et mon collègue de la Chambre, Herman Van Rompuy.

Pourquoi était-ce un moment dramatique ? Parce que, ce jour-là, les élus flamands ont fait croire à leur opinion publique que l'on pouvait scinder BHV sans compensation, en d'autres termes sans adopter de mesures d'équilibre dans le cadre belge.

Il se fait, mesdames, messieurs, que notre État fédéral prévoit des règles constitutionnelles, des majorités spéciales, bref toutes sortes de systèmes qui protègent ce que l'on appelle les minorités. Je n'accepte pas qu'en Belgique, les francophones soient considérés comme une minorité. Les francophones, qui représentent 40% de la population, sont une composante de la Belgique, au même titre que les Flamands, qui en représentent 60%.

Pour résoudre le problème de BHV, il était donc indispensable, et je suis persuadé que les plus expérimentés parmi vous en étaient tout à fait conscients, de trouver une solution équilibrée. Le compromis intervenu est, par définition, une solution dégagée pour préserver le mieux possible l'équilibre.

Dans vingt-neuf communes, les francophones et les Flamands ont perdu le droit de voter pour des listes bruxelloises. Je rappelle que ces derniers voulaient absolument que les francophones perdent ce droit dans les communes de Hal et de Vilvorde.

À l'époque, mes amis flamands vivant à Bruxelles ont exprimé leur embarras à ce sujet car en perdant, dans vingt-neuf communes, le droit de voter au profit de listes bruxelloises, les Flamands de Bruxelles allaient se retrouver dans une situation de « quasi-inéligibilité ». Mais vous le saviez. Tout le monde le savait.

Cette décision a provoqué un choc très fort du côté francophone et le FDF, considérant qu'accepter une telle situation constituait une capitulation extrême, a quitté le MR.

On a pu équilibrer ou rééquilibrer plus ou moins la situation en corrigeant la procédure de nomination des bourgmestres et en garantissant un peu mieux les droits judiciaires dans l'arrondissement de Bruxelles-Hal-Vilvorde.

Aujourd'hui, les nationalistes parlent d'une capitulation flamande parce que les habitants des six communes à facilités conservent le droit de voter pour les listes bruxelloises. Mais ce droit existait dans ces six communes depuis que la Belgique existe ! Il était donc totalement inconcevable que les habitants francophones de ces six communes perdent le droit de voter pour les listes bruxelloises. Nous avons accepté de perdre ce droit dans vingt-neuf communes et avons revendiqué de pouvoir le conserver dans six. Les habitants de ces six communes avaient ce droit depuis toujours et ceux qui pensaient pouvoir le leur retirer rêvaient en couleur !

Je constate donc que les partis nationalistes disent qu'il s'agit aujourd'hui d'une capitulation flamande alors que le FDF parle d'une capitulation francophone. J'en tire très simplement la conclusion que ceci est un bon accord... Pour ceux, bien sûr, qui tiennent à ce que la Belgique poursuive sa belle aventure.

M. Gérard Deprez (MR). - Je voudrais d'abord dire que j'ai éprouvé une vive émotion en écoutant M. Pieters s'exprimer au nom de la N-VA. La complainte de la N-VA au sujet de nos positions m'a extraordinairement surpris. S'il est en Belgique un parti qui aurait pu être partie prenante de cet accord et y imprimer sa marque, c'est bien votre parti, monsieur Pieters ! La N-VA n'a pas été exclue des négociations, elle en est partie, elle s'est enfuie ! Aussi, quand on a refusé de faire partie de la majorité institutionnelle, on ne se plaint pas d'être dans l'opposition, monsieur Pieters. Vous avez-vous-même choisi l'opposition !

(Vifs applaudissements)

De heer Danny Pieters (N-VA). - Toen de N-VA neen zei tegen een voorstel, werd dat beschouwd als weglopen van de onderhandelingen. Maar honderd dagen voordien, toen de voorzitter van de N-VA een compromistekst had voorgelegd, en de heer Di Rupo en de PS wegliepen van de onderhandelingen, werd dat uitgelegd als een blijk van staatsmanschap. Men moet mij toch eens uitleggen wat nu precies het onderscheid is tussen die beide situaties. Blijkbaar wou het establishment de N-VA eraf rijden en dat is op een zeer deskundige wijze gebeurd. Stop dus met altijd te herhalen dat de N-VA is weggelopen.

M. Gérard Deprez (MR). - Vous avez quitté la table de négociation au moment où les négociations allaient véritablement commencer. Ce n'est pas la peine d'essayer de trouver une quelconque excuse. On allait commencer à négocier sérieusement...

De heer Danny Pieters (N-VA). - En werd er al die tijd voordien dan niet onderhandeld?

M. Gérard Deprez (MR). - Je dis que vous avez quitté la table au moment où les négociations allaient véritablement commencer et où se présentait une chance d'aboutir. C'est le moment que vous avez choisi !

De heer Danny Pieters (N-VA). - Mijnheer Deprez, u bent blijkbaar van oordeel dat er alleen ernstig onderhandeld wordt als u erbij bent. In mijn ogen was de N-VA ernstig aan het onderhandelen met de PS, met de sp.a, met CD&V. Uw partij was er toen niet bij. Er is weliswaar geen akkoord bereikt, maar het is toch niet oneerbaar om voor zijn mening op te komen. De heer Di Rupo heeft het voorstel afgewezen dat de heer De Wever op tafel had gelegd, en de N-VA heeft op haar beurt het voorstel afgewezen dat nadien ter tafel lag. Beide afwijzingen zijn even eerbaar. Welk verschil zou er daartussen kunnen bestaan, tenzij dat in het tweede geval de wil van het establishment kon worden gerealiseerd, namelijk verder de postjes verdelen en verder blijven regeren in dit land.

De heer Alexander De Croo (Open Vld). - Mijnheer Pieters, u vergelijkt twee zaken die niet te vergelijken zijn.

Uw partij heeft een persconferentie georganiseerd om gedurende anderhalf uur elke pagina en elk element uit het voorstel volledig onderuit te halen, alsof u deel uitmaakte van de oppositie. Gaf u zo het signaal dat de N-VA verder wilde onderhandelen? Die dag hebt u integendeel het signaal gegeven dat de N-VA deel wou uitmaken van de oppositie.

De heer Danny Pieters (N-VA). - En welk signaal gaf de heer Di Rupo toen hij ons voorstel afwees nog voor de teksten goed en wel waren bekendgemaakt?

M. Gérard Deprez (MR). - Monsieur Pieters, je ne retire rien de ce que j'ai dit. Vous n'avez pas été chassé de la négociation, vous l'avez fuie.

Que penser de cet accord ? Il se fait que j'ai commis beaucoup de péchés dans ma vie et que j'ai participé à trois négociations portant sur la réforme de l'État. J'étais déjà là en 1980. J'ai négocié en 1987-1988 et en 1992-1993 au cours de ma vie antérieure, lorsque j'avais d'autres responsabilités. Cela m'a appris que dès l'instant où un accord est conclu, il n'est nul besoin de se servir d'une balance d'apothicaire pour déterminer les gains et les pertes de part et d'autre. Une seule chose est fondamentale : savoir si le projet qui nous est soumis est équilibré et défendable. En d'autres termes, s'agit-il d'un bon accord ? L'histoire le dira. Je pense que cet accord est défendable.

M. Danny Pieters (N-VA). - Si vous aviez pensé que cet accord n'était pas équilibré et si vous l'aviez refusé, auriez-vous pour autant été un fuyard ?

M. Gérard Deprez (MR). - Je n'aurais pas fui au moment où l'on examinait la première version des textes. J'aurais utilisé ma force politique et ma force parlementaire pour essayer de l'orienter dans le sens que je souhaitais. Ce n'est pas ce que vous avez fait.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik heb moeite met de manier waarop sommigen proberen om de geschiedenis te herschrijven.

Tot 7-8 juli 2011 zegde de N-VA steevast dat verder onderhandelen het enige alternatief was. In april zei de heer Siegfried Bracke in een interview dat de N-VA nooit de onderhandelingstafel zou verlaten. Ook de heer De Wever heeft tegen mij en tegen nog anderen gezegd dat hij besefte dat er geen ander alternatief was dan te blijven onderhandelen.

Maar op een bepaald moment heeft de N-VA voor een andere koers gekozen. Mevrouw Homans en ook de N-VA-fractieleider in de Kamer hebben toen gezegd dat ze niet meer geloofden in onderhandelingen. Toen de heer De Wever mij belde om te melden dat hij zijn partijgenoten niet kon overtuigen om te blijven onderhandelen, heb ik hem gevraagd wat het alternatief was. Hij heeft mij geantwoord dat hij geen alternatief had en dat het stof eerst moest neerdwarrelen.

In maart van dit jaar heeft de heer De Wever in een interview met De Standaard gezegd dat de N-VA zich in 2013 zou voorbereiden op het confederalisme. Dus in 2013 gaat de N-VA eens bekijken hoe ze dat gaat aanpakken, gaat ze een visie ontwikkelen over hoe het verder moet met Brussel.

Ik begrijp dat de N-VA niet met de hele nota-Di Rupo kon instemmen. Sociaaleconomisch was CD&V het ook niet eens met die onderhandelingsnota. Maar op communautair vlak gingen wij grosso modo wel akkoord met de inhoud ervan. De nota bevatte namelijk het onderhandelingskader dat uitgetekend was met de heer Di Rupo en met de heer De Wever. Inzake de sociaaleconomische aspecten nodig ik de N-VA uit de nota-Di Rupo eens te vergelijken met het uiteindelijke regeerakkoord. Er is een wereld van verschil tussen beide teksten. Dat is nu eenmaal het doel van onderhandelingen. In een democratie is de kern van de zaak: wil men onderhandelen of niet? Wil men via onderhandelingen akkoorden sluiten, of niet?

De N-VA mag het de andere partijen niet verwijten dat ze ervoor gekozen hebben wel verder te onderhandelen. De fractieleiders van de N-VA hebben het principe zelf van het onderhandelen ondergraven door de nota-Di Rupo af te schieten. De verantwoordelijkheid hiervoor mag de N-VA echter niet in andermans schoenen schuiven.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Het is toch te gek voor woorden dat wij, met alle inspanningen en de energie die we in de onderhandelingen gestopt hebben, het verwijt krijgen dat we niet tot onderhandelen bereid waren.

Hoe iemand onderhandelt, is uiteraard een andere zaak en soms moet de onderhandelaar zeggen dat hetgeen voorligt, niet aanvaardbaar is. Dat wil niet zeggen dat hij van de tafel wegloopt.

In tegenstelling met al haar vorige verklaringen heeft een partij gekozen voor een regering die aan Vlaamse kant geen meerderheid heeft. Die partij had er nochtans dure eden op gezworen die keuze niet te maken. Wij betreuren dat.

Wij hebben inderdaad niet om het even welk akkoord aanvaard. Maar zeggen dat we niet onderhandeld hebben, dat wij niet tot een compromis bereid waren, strookt niet met de inspanningen die we hebben geleverd. Beter dan wie ook weet de heer Beke dat wij energie in de onderhandelingen hebben gestopt en hebben geprobeerd vooruitgang te boeken.

Ik hoor vandaag nog altijd het Vlaams Belang kritiek uitoefenen op probeersels om elkaar te vinden. Maar dat we elkaar niet gevonden hebben op wat nu voorligt, is ons democratische recht. Dat betekent alleen maar dat wij een andere inschatting hebben gemaakt en dat de CD&V is doorgegaan ondanks de eerdere verklaringen. Nu spreken van een vlucht voor de werkelijkheid, is een beetje klein. Zeker van partijen met wie we hebben onderhandeld en akkoorden gesloten, neem ik dat verwijt niet.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - Onze partij behoort niet tot de regeringsmeerderheid. Toch ben ik blij dat we deel uitmaken van de institutionele meerderheid. Ik denk inderdaad dat we te maken hebben met een goed akkoord, zij het een akkoord met compromissen. We kunnen hier nog lang discussiëren over de vraag of de N-VA al dan niet is gaan lopen, maar het is wel duidelijk dat ze niet tot een compromis bereid was. Dialoog en compromissen waren nochtans de enige manier om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Die splitsing is al jarenlang een Vlaamse eis en die gaan we nu eindelijk realiseren.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Maar na de maandenlange onderhandelingen, hoefden we toch niet om het even welk compromis te aanvaarden?

De heer Alexander De Croo (Open Vld). - Hoe kunnen we door te onderhandelen tot een akkoord komen? Dat is de kwestie die de heer Pieters opwerpt. Daarover was de N-VA aan Vlaamse kant op een bepaald ogenblik zeer duidelijk. Ze stelde voor dat de Vlaamse partijen zouden samenwerken en samen hun standpunten zouden bepalen. Dat was de hele strategie. Maar op een bepaald ogenblik heeft de N-VA haar strategie omgegooid en heeft ze op eigen houtje, zonder enig overleg met de andere partijen, de onderhandelingen afgeblazen. Op het ogenblik waarop Vlamingen moesten samenwerken, heeft ze de Vlamingen in de kou laten staan. Gelukkig hebben andere Vlaamse partijen dat niet gedaan.

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Non seulement M. Deprez a conservé de beaux restes mais ses propos suscitent toujours autant d'intérêt ! Il a rappelé quelques grandes étapes des réformes institutionnelles de notre pays. Ce que nous vivons est sans doute un véritable drame pour la N-VA, mais elle tente de l'occulter. En fait, ce parti veut changer de sujet parce que, quoi que l'on fasse, en l'occurrence scinder BHV, il n'en sera pas partie prenante. Cela doit être terrible pour la N-VA.

M. Gérard Deprez (MR). - Je disais que j'ai une certaine expérience des négociations institutionnelles et que, l'âge aidant, j'ai perdu le goût de dire qui avait gagné et qui avait perdu. Aujourd'hui, de toute évidence, c'est la Belgique qui a gagné, avec toutes ses composantes, les Flamands et les francophones. Peut-on imaginer que dans la tornade financière actuelle, nous soyons dans une situation de crise politique, sans gouvernement ? Cela, personne n'en parle. Il était absolument nécessaire de trouver un compromis. C'est précisément l'absence de compromis qui a paralysé notre pays sur le plan institutionnel pendant quatre années, qui a provoqué des tentatives de coup de force parlementaire et donc des réactions qui, en fait, ont miné le système parlementaire dans ce qu'il a de plus essentiel, c'est-à-dire la capacité de trouver, avec une majorité et une opposition, des solutions de compromis dans l'intérêt général.

J'affirme que cet accord est défendable. Il met fin à une demande, à une revendication flamande formulée depuis environ quarante ans. Il se fait que depuis une quarantaine d'années, je suis la politique et j'ai donc une certaine mémoire des événements. Il faut dire aussi, et j'ai l'impression que certains n'osent pas le proclamer parce qu'ils ont utilisé leur force parlementaire à mauvais escient, que cette réforme de l'État ne pourrait pas devenir réalité sans réunir les majorités constitutionnelle et légales. Il faut quand même rappeler que pour qu'elle devienne réalité, cette réforme requiert une majorité des deux tiers pour une part du dispositif et la majorité dans chaque groupe linguistique pour le reste. Or, que cela plaise ou non, cette majorité parlementaire, que M. Laeremans essaie par tous les moyens de disqualifier, existe. Une fois votée, cette réforme, que je défends, sera légitime. Elle aura obtenu le support majoritaire du parlement, dans les conditions définies par la Constitution et par la loi.

Je terminerai par deux remarques.

Premièrement, il est souvent fait référence au fait que la scission de BHV a servi à rendre justice à l'arrêt qui avait été rendu par la Cour constitutionnelle. C'est vrai, mais il faut aussi rappeler que la Cour constitutionnelle n'a jamais demandé dans son arrêt que l'on scinde BHV. Il existait quantité d'autres solutions. Nous avons accepté de scinder BHV parce que nous savions que c'était important pour les partis démocratiques flamands. C'est à ceux-là que nous voulions répondre.

Deuxièmement, je suis quelque peu étonné lorsque j'entends dire, notamment par les orateurs d'extrême droite, que seuls les Flamands ont payé. On oublie - M. De Decker l'a rappelé tout à l'heure - que l'on a retiré des droits à des gens qui en bénéficiaient auparavant et qui ne sont pas des délinquants. On peut avoir une certaine idée de l'homogénéité territoriale, idée que je ne combats pas nécessairement, mais on a retiré délibérément dans cet accord politique des droits à des francophones et à des Flamands qui ne sont pas des scélérats mais que certains, majoritairement, ont considéré comme étant des gêneurs démocratiques. Nous l'avons accepté en demandant, en contrepartie, que l'on ne retire pas ces droits à tout le monde. On les a donc conservés pour six communes, en négociant d'autres compensations.

Même si, comme le disait Marcel Cheron, cette réforme n'est pas l'une des merveilles du monde, elle n'en est pas moins une étape importante dans l'histoire de notre pays, qui n'empêche pas son évolution future si d'aventure les gens devaient décider d'aller dans une autre direction ou d'aller plus loin. Cette étape donne à notre pays une chance de stabilité institutionnelle et de pacification mais aussi un gouvernement au moment où nous devons faire face à une tornade qui préoccupe bien plus nos citoyens que la réforme dont nous débattons ici.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Voor wie wil, is niets onmogelijk. Of anders gezegd: nooit opgeven. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer. De Vlamingen en de Vlaamse Beweging vragen al vijftig jaar om de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, zodat de politieke gebiedsindeling van ons land wordt gerespecteerd. Die splitsing wordt nu gerealiseerd, precies zoals de Vlaamse kiezers het hebben gevraagd. Bovendien moeten de Vlamingen geen onredelijke tegenprestaties leveren. De taalgrens wordt gerespecteerd, het eentalige karakter van Vlaanderen wordt bevestigd, er komt geen uitbreiding van Brussel en geen corridor. De opstandige Franstalige burgemeesters in de Rand moeten niet vooraf worden benoemd, de Franse Gemeenschap krijgt geen bevoegdheden in Vlaanderen en de Vlaamse regering behoudt onverkort haar bevoegdheden.

Ik heb hier horen zeggen dat de splitsing een fait divers is, een administratieve kwestie, bijna een bagatel. Dat is het niet, omdat we hiermee een stukje van het Vlaams regeerakkoord uitvoeren. Het is geen bagatel, omdat het probleem dat het Grondwettelijk Hof tien jaar geleden signaleerde, nu wordt opgelost. Het is geen bagatel, want twee jaar geleden is een regering over de kwestie gevallen.

Door de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zullen de kopstukken uit Brussel geen campagne meer kunnen voeren in de Vlaamse Rand. Voor zes gemeenten blijft er een status quo. Ze zullen met dubbele kieslijsten kunnen werken.

Is dit een eenzijdig opgelegde splitsing? Nee, dat is het niet. Dat hebben we in 2007 tevergeefs geprobeerd. Is het akkoord voor de Vlamingen verdedigbaar? Dat is het wel degelijk. Na de eenzijdige goedkeuring in de commissie in 2007 hebben de Franstalige partijen allemaal samen resoluties goedgekeurd met als tegeneisen de uitbreiding van Brussel, de voorafgaande benoeming van de burgemeesters, een corridor en het toestaan van initiatieven van de Franse Gemeenschap in de Vlaamse Rand, zoals bibliotheken en culturele centra. Hiervan is in dit akkoord geen spoor terug te vinden. In 2005 bereikte de toenmalige regering bijna een akkoord waarin verschillende van die elementen wel terug te vinden waren. Vandaag staan ze er niet in.

Wat vinden we vandaag wel in het akkoord terug? Bijzondere modaliteiten in de zes faciliteitengemeenten, aanpassing van de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State voor de inwoners van die zes gemeenten, een regeling voor de burgemeesters en een herfinanciering van Brussel. Het kader voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is hetzelfde kader dat vanaf 2010 gold tijdens informatie-, preformatie-, verduidelijkings-, bemiddelings- en formatierondes.

Dat men oppositie voert, begrijp ik. Dat men in verband met artikel 195 naar de Raad van Europa is gegaan, begrijp ik. Er is een periode geweest dat we in Vlaanderen de Raad van Europa niet altijd even ernstig hebben genomen. Ik verwijs in dat verband naar het bezoek van de rapporteurs in de zaak van de burgemeesters. Ik heb begrepen dat de Raad intussen geoordeeld heeft dat artikel 195 niet is misbruikt. De N-VA probeert nu veel wind te maken in de hoop de sporen van de eigen voetstappen weg te blazen, maar scripta manent. De kritiek is goedkoop en gratuit. De N-VA zegt dat ze de splitsing niet zal goedkeuren. Ze verwerpt datgene wat ze in oktober 2010 zelf in de voorstellen van de verduidelijker heeft neergeschreven. Hoe geloofwaardig is dat?

Dat kan ik echter nog begrijpen, maar ik heb het echt moeilijk met het feit dat men de ongeloofwaardigheid van die kritiek probeert te maskeren door de legitimiteit van het akkoord in twijfel te trekken.

Van de achtentachtig Vlamingen in de Kamer zijn er achtenveertig die achter deze staatshervorming staan. De staatshervorming wordt gesteund door partijen die meer Vlamingen vertegenwoordigen dan Franstaligen. 2 161 000 Vlaamse kiezers hebben gestemd voor partijen die het akkoord steunen. Aan Franstalige kant zijn er dat 2 093 000. 1 793 000 kiezers stemden voor partijen die het akkoord niet steunen. Daarom heb ik het er echt moeilijk mee dat men de legitimiteit van het communautair akkoord in twijfel trekt.

In september 2008, toen er wel een meerderheid langs Vlaamse kant bestond, noemde Bart De Wever de federale regering een Vichy-regime.

Tussen 1981 en 1988 zijn er verschillende regeringen geweest die geen meerderheid langs Franstalige kant hadden. Op geen enkel ogenblik heeft men de legitimiteit toen in twijfel getrokken. De cijfers die ik heb aangebracht, zijn gemakkelijk te controleren. Ik vraag u niet om de redelijke houding van onmiddellijk na de verkiezingen opnieuw aan te nemen. Ik vraag u niet om met de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde akkoord te gaan. Ik vraag evenmin om consequent te zijn, maar ik vraag wel dat u de legitimiteit van het communautair akkoord niet in twijfel trekt. Wie dit toch doet, bewijst alleen dat men er niet op uit is om België te verbeteren, maar wel om België te laten ontploffen. Karl Vanlouwe zei in de commissie al dat hij in 2014 de splitsing van België wil voorstellen.

Democratie is meer dan de simplificatie van de wet van de sterkste of de luidste. België is evenmin als Europa een homogene gemeenschap. Mocht de brutale wet van de sterkste gelden, dan zouden de zes miljoen Vlamingen België domineren. Er werd in het verleden een andere keuze gemaakt, die ik overigens ook vandaag nog verdedig. De wet van de sterkste zou tot gevolg hebben dat we in een Europese Unie met 500 miljoen inwoners volstrekt niets te vertellen zouden hebben. Als land met 11 miljoen inwoners, 2% van de totale Europese bevolking, hebben we 3% van de zetels in het Europees parlement. Daarnaast hebben we één eurocommissaris van de zeventwintig en leveren we de voorzitter van de Europese Raad. In een louter meerderheidsstelsel, waarnaar hier voortdurend wordt verwezen, zouden de Vlamingen veel macht en invloed verliezen. Gelukkig is de democratie verfijnder dan de brutale macht van het getal. Collega Broers gebruikte net een citaat over democratie. Ik heb ook een citaat, namelijk van Immanuel Kant: `Aan de einder wenkt een wereld van democratieën die hun geschillen in onderling overleg kunnen oplossen.' Dat citaat bevat de essentie van het akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde.

Ik behoor tot de groep van politici die de verwezenlijkingen van het Vlaamse zelfbestuur verdedigen en die kiezen voor de deelname aan verkiezingen, het afsluiten van politieke akkoorden en het deelnemen aan regeringen. De thesis dat in een democratie de meerderheid regeert, is natuurlijk op het eerste gezicht evident. De absolute toepassing van dit principe is alleen mogelijk in vrij homogene gemeenschappen. In plurinationale staatkundige structuren is de simpele regel van de numerieke meerderheid daarentegen niet van toepassing, omdat naast de individuen ook de volkeren bestaansrecht hebben en omdat in landen waar verscheidene volkeren wonen, het grotere volk niet het recht heeft om zomaar zijn wil op te leggen aan het kleinere. Het federalisme is veel meer dan alleen maar een praktische politieke formule om Belgische en Vlaamse problemen op te lossen. Het is een bewuste keuze voor een staatsfilosofie die op een menswaardige manier eenheid en verscheidenheid met elkaar probeert te verzoenen.

Het is een verfijnder vorm van democratie en bijgevolg een uiting van humanisme. Dat België zonder meerderheid door een Vlaamse meerderheid moet worden bestuurd en dat de Franstalige minderheid van veertig procent enkel mag knikken, getuigt van een zonderling misprijzen voor de samenlevingsproblemen van plurinationale staten en van een brutale verheerlijking van de wet van de sterkste. Als we deze gedachtegang zouden volgen, zouden wij als Vlamingen een volstrekt machteloze minderheid vormen in Europa. En wij trouwens niet alleen, maar bijvoorbeeld ook de Nederlanders en de Denen. Of geldt er een dubbele logica?

Indien we dus niet in een compleet steriel verbalisme opgesloten willen worden, dan is alleen een reformistische parlementaire methode mogelijk. Die methode impliceert een politiek van geven en nemen, van beleidsdeelname bij de regeringsvorming om te kunnen meepraten. Dat is natuurlijk minder eenvoudig dan vlijmscherpe, maar vrijblijvende filippica's te formuleren. Het is echter wel onmisbaar voor wie van een droom naar een daad wil gaan.

Dit zijn niet mijn woorden, maar die van Hugo Schiltz. Ze komen uit zijn boek Gedaan met treuren en zeuren van 1990, maar ik sta er nog altijd volledig achter.

De heer Danny Pieters (N-VA). - De heer Beke reageert op een aantal opmerkingen die ik niet heb gehoord. Hij beweert dat we de legitimiteit betwisten. Niemand betwist dat de procedure is gevolgd, en we vragen niet dat iedereen het met ons eens is, maar we hebben toch het recht vragen te stellen bij het feit dat er een akkoord tot stand komt tegen de grootste partij van Vlaanderen in, die de verkiezingen heeft gewonnen. Bovendien hebben de andere partijen gezegd hebben dat ze geen regering zouden vormen zonder die partij.

De heer Beke verwijst naar de Vlaamse Beweging. Het is natuurlijk alom bekend dat de CD&V een groot voorvechter is van de eisen van de Vlaamse Beweging. Dat is echter in tegenspraak met wat nu voorligt. Er moeten natuurlijk compromissen gesloten worden. We zijn overigens altijd bereid geweest te onderhandelen. Wie dat ontkent en wil doen geloven dat wij niets willen, dat we chaos nastreven en alles in het honderd willen doen lopen, heeft het bij het verkeerde eind. Mijnheer Beke, als u eerlijk bent, moet u toegeven dat dit beeld niet klopt. Dat we niet tot een akkoord zijn gekomen, is een andere kwestie. In uw inleiding hebt u uiteengezet dat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde deel uitmaakt van een groter geheel. Dat groter geheel brengt ons ertoe te zeggen dat de prijs te hoog is om de splitsing goed te keuren. Het is enigszins kleinzielig te zeggen dat we de legitimiteit betwisten. Het is toch toegelaten een andere opvatting hebben! Hier is dat het geval voor een groot deel van de Vlaamse bevolking.

Mijnheer Beke, het citaat uit het boek van Hugo Schiltz ontroert me ten zeerste. Het boek dateert uit 1990. Iedereen weet dat de toenmalige CVP geen groot voorstander was van het federalisme. Nu beweert de CD&V voor confederalisme te zijn, in een situatie van federalisme. Ons wordt verweten dat wij voor separatisme pleiten. Bij het citaat uit het boek van Hugo Schiltz zou u toch een beetje historisch bewustzijn aan de dag moeten leggen.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Mijnheer Pieters, ik heb nog niet zo een lange staat van dienst als sommigen in dit halfrond.

Wilfried Martens was de grote roerganger van het federalisme in ons land. Hij had de steun van Gérard Deprez, Hugo Schiltz, Jean-Luc Dehaene en vele anderen.

De heer Danny Pieters (N-VA). - In uw fantasiewereld was de CVP de voortrekker van de Vlaamse belangen en heeft ze ervoor gezorgd dat het land is omgevormd van een eenheidsstaat naar een federale staat. Wij willen allemaal in sprookjes geloven en soms zijn die goed, maar ze zijn voor kinderen bestemd, niet voor de Senaat.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik geloof niet in sprookjes, maar nog veel minder in uw versie van de geschiedenis. Het ergert me zelfs dat u blijft beweren dat de ontvoogding van de Vlamingen en de bevoegdheidsoverdrachten die wij hebben gerealiseerd, hebben geleid tot een verarming van Vlaanderen. Het tegendeel is waar. Dat Vlaanderen vandaag op sociaal, economisch en maatschappelijk vlak een topregio is in de wereld, is mede te danken aan die bevoegdheidsoverdracht en aan de manier waarop het land en Vlaanderen zijn bestuurd. In 1980 was er nauwelijks een verschil tussen het netto beschikbaar inkomen van een Vlaming en van een Franstalige. Vandaag is er een verschil van 35 à 40 procent. Als ik u en sommigen van uw partij moet geloven, is dat verschil te danken aan al die vreselijke staatshervormingen waar u en de VU, de voorloper van de N-VA, aan hebben meegewerkt. Dat is het resultaat van alle staatshervormingen die ervoor hebben gezorgd dat we een Vlaams Parlement hebben, en een Vlaamse regering die over een budget van 27 miljard euro beschikt om een beleid te voeren. Daaraan hebben we te danken dat Vlaanderen een topregio is en dat hopelijk zal blijven.

De heer Danny Pieters (N-VA). - U maakt een ongelofelijk amalgaam.

M. Philippe Mahoux (PS). - J'entends M. Pieters dire qu'il ne conteste pas la légitimité de ce qui est en train de se passer. Pourtant, tout ce que je lis va dans le sens de la position adoptée par son parti, à savoir une contestation de cette légitimité. À l'un ou l'autre endroit, il n'existerait pas de majorité ; il y aurait, en Flandre, une opposition majoritaire.

Or les chiffres reflètent la situation exacte et sont éloquents. On comprend que cette situation ne vous plaise pas, monsieur Pieters, mais ce n'est pas pour cela qu'il faut en contester la légitimité. C'est pourtant ce que vous faites de manière systématique. Vous contestez la légitimité démocratique, comme si les règles n'étaient pas respectées, et vous vous livrez à cet exercice non seulement dans cette assemblée mais aussi sur la scène internationale. Reconnaissez-le, monsieur Pieters, au lieu de le nier. Cette légitimé est une réalité.

M. Beke a fait une citation mais, par un procédé oratoire habile, il n'a dévoilé le nom de son auteur qu'à la fin de celle-ci. J'ai entendu cela avec une émotion non feinte. Il est clair que cette phrase de M. Schiltz est respectueuse des droits des uns et des autres, tant particuliers que collectifs, et va dans le sens du fédéralisme dont les francophones ont pris conscience avec, peut-être, un certain retard. C'est une concession que l'on peut faire à l'histoire.

En tout état de cause, on peut approuver cette citation de manière tout à fait évidente, à la fois comme francophone de ce pays, comme Belge, mais aussi comme démocrate.

De heer Danny Pieters (N-VA). - De N-VA blijft beweren dat de procedure van artikel 195, die vandaag niet ter sprake is, een democratische rechtsstaat onwaardig is. Dat is ons recht. Wij zullen daar blijven op hameren. Het gewijzigde artikel 195 is goedgekeurd, maar wij blijven het spel verder spelen, wij blijven argumenteren. (Protest van de heer De Croo)

Mijnheer De Croo, ik had u graag in de commissie één woord horen zeggen.

De heer Alexander De Croo (Open Vld). - Mijnheer Pieters, u verwacht van mij toch niet dat ik, zoals sommigen, uren spreek in de commissie om de zaak te rekken? Daar zie ik het nut niet van in. Als u wilt dat ik reageer, dan moet u goede argumenten geven waarop ik kan reageren. Die heb ik jammer genoeg niet gehoord in de commissie.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - De heer Pieters begint weer eens over artikel 195 van de Grondwet. Dat is niet alleen inconsequent, het is zelfs hypocriet. De N-VA was zelf vragende partij - en zou dat nog moeten zijn - om artikel 195 van de Grondwet te wijzigen en een soepeler systeem in te voeren. Alleen wilde ze dat artikel permanent wijzigen, maar daarvoor was er geen meerderheid. De heer Pieters bestrijdt dus eigenlijk wat de N-VA zelf wil.

De heer De Wever heeft op 3 maart in Gazet van Antwerpen verklaard dat hij desnoods zelfs de hele Grondwet opzij zou willen schuiven om van België een confederale staat te maken. Op dat ogenblik was de bespreking over artikel 195 van de Grondwet volop bezig in de Kamer, maar was ze in de Senaat zelfs nog niet begonnen. Stop dus met die hypocrisie. De wijziging van artikel 195 was nodig om de zesde staatshervorming, de grootste staatshervorming ooit, te kunnen uitvoeren.

De voorzitster. - Ik stel voor dat we het debat over artikel 195 niet opnieuw openen. Het werd hier niet zo lang geleden gevoerd, de argumenten zijn al gegeven.

De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Over het bochtenwerk van de N-VA rond artikel 195 heb ik het al eerder gehad. Daarover zal ik het niet hebben.

De heer Pieters zegde dat de N-VA altijd bereid is te onderhandelen. Ik heb ook het artikel gelezen dat collega Piryns heeft aangehaald. Daarin zegde de N-VA-voorzitter dat hij in 2014 stopt met onderhandelen en dat hij buiten de constitutionele orde wil werken. Mijn vraag is dan ook wat het standpunt van de eensgezinde en rechtlijnige N-VA-fractie zal zijn bij een volgende staatshervorming, wanneer die ook mag worden doorgevoerd, op korte of lange termijn. Zal de N-VA nog onderhandelen binnen de constitutionele orde, zoals de heer Pieters verdedigt? Of zal er niet meer worden onderhandeld en zal de N-VA buiten de constitutionele orde werken?

De heer Danny Pieters (N-VA). - Wij zullen deelnemen aan de parlementsverkiezingen in 2014. Ik hoop dat we ze zullen winnen en dat we dan kunnen onderhandelen om een staatshervorming door te voeren zoals wij die wensen. Ik denk dat dit volstaat als antwoord.

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Le paradoxe est énorme : nous sommes confrontés à une économie globalisée, aux enjeux qui attendent cette planète, mais nous nous préoccupons depuis un certain nombre de mois et d'années - on a parlé de 51 ans et même évoqué 1830 ou 1815 - de problèmes territoriaux.

Quand il n'est pas résolu, le dossier BHV est une bombe institutionnelle ; quand il l'est, il devient dérisoire. C'est sans doute pour cela que vous êtes nerveux, monsieur Pieters. Vous vous dites que les autres partis néerlandophones sont en train de régler un problème et que vous n'aurez pas participé à sa solution. Cela doit vous rendre malade.

La N-VA n'aura pas été partie à la solution et cela doit constituer pour elle, par anticipation, un énorme problème. C'est la raison pour laquelle M. De Wever a déjà décidé de changer de sujet : il parle de socio-économique et plus de BHV.

Cette question, qui a empoisonné trop longtemps ce pays, est un véritable caillou dans la chaussure belge : on parle des droits électoraux, des droits administratifs et des droits judiciaires.

Quoi qu'il en soit et quoi qu'affirme aujourd'hui M. Pieters, certains partis pourront dire qu'ils ont trouvé un accord, également appelé compromis. Mais il s'agit d'abord d'un accord. Et, comme le disait Gérard Deprez, il n'est nul besoin de dresser un bilan de ce qui a été perdu et de ce qui a été gagné, ce qui reste constitue le contenu de l'accord.

(M. Armand De Decker, vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)

Les échanges entre les négociateurs, on en parle sur le moment même et quelques années plus tard, mais ils s'estompent avec le temps. Ce qui reste, c'est l'accord. Je m'exprime ici en tant que membre d'un parti n'appartenant pas au gouvernement actuel qui, par ailleurs, fait plein de bêtises.

Nous avons longuement négocié avec les autres formations politiques, pour déboucher finalement, après un travail laborieux, sur un accord dont nous avions tant besoin. Il fallait trouver le moyen de s'occuper de l'essentiel. Si l'essentiel ne passe pas par BHV, tout peut commencer en résolvant le problème BHV. Soit on ne veut pas le comprendre, soit on pense que la non-résolution du problème peut représenter un gain électoral futur ! Monsieur Pieters, j'ai été frappé de vous entendre parler de menace ultime en évoquant les élections de 2014. Des élections ont pourtant lieu régulièrement.

Ce qui compte en démocratie, c'est la représentation. La Constitution ne prévoit pas que ceux qui sont élus sont obligés de conclure des accords. La N-VA l'a démontré ; c'est son choix. Je ne la condamne pas, je constate le fait.

Toutefois, affirmer que vous ne pouviez pas le faire, monsieur Pieters, c'est tromper votre monde. Vous avez reçu la légitimité démocratique, mais vous avez décidé sciemment de ne pas conclure un accord. Il faut le dire et le répéter. Toutefois, je m'abstiendrai en tant que francophone pour ne pas paraître suspect du côté flamand. C'est toutefois ce que je dirais si j'étais néerlandophone. Certains partis osent prendre leurs responsabilités. Je les salue confraternellement parce que nous devons avoir l'ambition de résoudre les problèmes économiques, sociaux et environnementaux de notre pays. C'est ce que nos concitoyens demandent.

Résoudre la question des droits électoraux, administratifs et judicaires est un processus extrêmement complexe qui demande une majorité des deux tiers ainsi qu'une majorité au sein de chaque groupe linguistique. Cela requiert un important travail juridique et politique. Nous avons voulu y contribuer car il était temps que cette affaire se termine ; il était grand temps de passer à autre chose. C'est ce que nous allons faire.

Ce qui nous est soumis n'est pas une merveille du monde. Toutefois, par défaut, résoudre le problème de BHV devient quelque part une oeuvre d'art, car elle permet en effet de s'occuper des choses essentielles qui concernent quotidiennement nos concitoyens.

Monsieur Pieters, la non-résolution de BHV est dérisoire par rapport à ce qui attend notre économie-monde. J'ai l'impression que vous êtes toujours en train de regarder le passé en oubliant que nous devons offrir une vision, une prospective. Arrêtez de regarder l'avenir dans votre rétroviseur ! Vous n'y trouverez que de l'amertume et de mauvaises idées. La résolution du dossier BHV permettra d'enfin faire de la politique et de se pencher sur les grands enjeux de société. Comment ramener de l'industrialisation dans nos contrées ? Comment produire une véritable richesse en tenant compte des questions sociales et environnementales ? Tels sont les enjeux. Cela ne signifie pas que la protection des minorités et la construction d'un fédéralisme moderne soient des questions négligeables. Il s'agit au contraire du coeur même de l'organisation de notre démocratie. On pourrait parler à l'envi de la subsidiarité, des irrédentistes italiens, de ceux qui veulent un retour à l'Istrie, de la complexité que connaît l'Europe depuis la fin de l'Autriche-Hongrie, depuis l'avènement des États-nations et depuis ces guerres provoquées par le nationalisme au XIXe siècle.

Quand Mitterrand disait que le nationalisme, c'était la guerre, il parlait comme quelqu'un qui en a vécu les conséquences. Le repli nationaliste en Europe est une plaie. C'est le fait de se tourner vers le passé plutôt que vers le futur.

L'économie-monde, l'économie globalisée, ne nous amène pas à négliger nos racines, mais à les entretenir, en ne se repliant pas sur nous-mêmes. Si les arbres ne poussent pas jusqu'au ciel, monsieur Pieters, nous devons cependant prendre un peu de hauteur, ce que manifestement votre parti refuse de faire.

Je le dis avec fierté, nous allons voter ces accords qui nous permettent d'offrir au gens, non du rêve, mais un véritable projet.

De heer Danny Pieters (N-VA). - Ik wil niet reageren op dingen die ik niet heb gezegd. Ik heb niet gedreigd met verkiezingen. Ik heb alleen gezegd dat de N-VA deel uitmaakt van het politieke spel. Dat is alles.

Ik heb ook niet de ambitie om mijnheer Cheron te overtuigen. Dat heeft electoraal weinig zin en ik zou daar waarschijnlijk toch niet in slagen. Maar de logica heeft wel haar rechten.

De heer Cheron beweert dat dit akkoord mij ziek zal maken omdat het is bereikt zonder de N-VA, terwijl hij in vorige uiteenzettingen en in zijn discours vandaag, poneert dat de N-VA tegen alle akkoorden is.

Ik word ziek omdat ik niet heb meegewerkt aan een akkoord, terwijl onze partij principieel tegen alle akkoorden zou zijn. Die logica is een beetje moeilijk om volgen.

Er is een tweede logische fout in de uiteenzetting van de heer Cheron. Hij beweert dat de N-VA-voorzitter over sociaaleconomische kwesties begint te praten om de communautaire discussie te ontwijken, maar even later houdt hij zelf een uiteenzetting die voor driekwart gaat over sociaaleconomische en ecologische zaken. Ik wil hem de raad geven in zijn uiteenzettingen toch enigszins de wetten van de logica te volgen.

M. Marcel Cheron (Ecolo). - Je ne souhaite pas réagir...

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik was onder de indruk van het betoog van Wouter Beke en dat van Gérard Deprez. Met collega Deprez heb ik twintig jaar geleden, samen met Hugo Schiltz en anderen, meegemaakt dat de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap mislukte. Op 11 juli 1992 liet ik die dialoog namelijk, als pas verkozen VU-voorzitter, ontploffen. Een beetje later onderhandelden we over het Sint-Michielsakkoord, met belangrijke overdrachten, waar mijn partij toen achter stond. We moesten toen kiezen tussen de splitsing van de provincie Brabant of die van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Ik heb ervoor gekozen om de provincie te splitsen in de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. De provincie Brabant kwam bij mij over als een verfransingsinstrument in heel Vlaams Brabant. Ik vond dat toen zwaarwichtiger dan de, althans gedeeltelijk, symbolische eis tot splitsing van BHV. Toen hebben we dus die keuze gemaakt; de twintig volgende jaren hebben we verder gestreden voor de splitsing van BHV.

De splitsing van BHV was een eis van de Vlaamse beweging. BHV stond symbool voor de verfransingsdruk. De anderstalige inwoners van Halle-Vilvoorde moest duidelijk gemaakt worden dat ze in Vlaanderen woonden en niet in het tweetalig gebied Brussel. Ze moesten zich bijgevolg aanpassen. De verfransingsdruk verdwijnt niet door die splitsing, zelfs niet door de meest ideale splitsing van BHV, maar met die eis werd het signaal gegeven aan de Franstalige politici in BHV dat ze zich niet aan Brussel moeten binden, maar aan Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap. Vlaanderen bestaat, wat mij betreft althans, uit verschillende cultuurgemeenschappen, maar is één institutionele gemeenschap. Ook ikzelf was er lange tijd van overtuigd dat de verfransingsdruk veroorzaakt werd door de elitaire, rijke, francofoon, die dankzij zijn geld ook eisen kon stellen.

(Mme Sabine de Bethune, présidente, prend place au fauteuil présidentiel.)

Men kan immers moeilijk volhouden, ook vandaag niet, dat de mensen die in de faciliteitengemeenten gaan wonen zeer kwetsbaar zijn op sociaal vlak.

De Franstaligen moeten dus ook begrip hebben voor de Vlaamse eis om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen, omdat het probleem ook een sociaal aspect heeft. Vlaamse ouders konden immers voor hun kinderen geen woning meer kopen in de eigen gemeente, precies wegens die financiële druk. Ook voor mij was dat altijd een terechte zorg.

Vandaag, twintig jaar na het Sint-Michielsakkoord en de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, zijn de onderhandelaars erin geslaagd om het overgrote deel van Halle-Vilvoorde op een zuivere manier te splitsen. Negenentwintig van de vijfendertig gemeenten krijgen immers een zuivere splitsing en daar is geen prijs voor betaald. Vanuit het standpunt van de taalhomogeniteit en het respect voor de streektaal, is dat een duidelijke vooruitgang. De link tussen het overgrote deel van Halle-Vilvoorde en Brussel is doorgeknipt.

Als Vlaamse Brusselaar ben ik altijd een beetje bang geweest voor de splitsing van BHV. Die houdt immers ook een scheiding in van Vlaanderen en de Vlaamse Brusselaars. Tot tien jaar geleden verdedigde ik daarom het plan van een horizontale splitsing. Dat plan heeft het uiteindelijk binnen de Vlaamse gemeenschap niet gehaald, omdat het tot te veel toegevingen zou leiden. En dus hebben we in Vlaanderen uiteindelijk geopteerd voor een verticale splitsing, in het besef dat daar ook nadelen aan verbonden waren. De voordelen voor de negenentwintig gemeenten van Halle-Vilvoorde staan echter buiten kijf.

Ik kom nu tot de situatie van de zes faciliteitengemeenten. Het is juist dat er voor die gemeenten geen splitsing is, maar er is zeker ook geen sprake van een aanhechting bij Brussel. Op institutioneel vlak is er een status quo. In de toekomst zullen de kiezers in die gemeenten de keuze hebben tussen de Brusselse en de Vlaamse kieslijsten. Dat is een prijs, maar zeker geen zware prijs en in mijn ogen ook geen achteruitgang ten opzichte van de bestaande toestand.

Ten slotte zijn er nog de Vlamingen in Brussel. Het ontroert mij hoe aandachtig en bezorgd sommigen altijd zijn voor de situatie van de Brusselse Vlamingen, terwijl ze tegelijkertijd alles wat met Brussel te maken heeft, systematisch negatief afschilderen en Brussel beschouwen als een bedreiging voor Vlaanderen. In het verfoeide Brussel wonen immers ook Vlamingen, vaak gewone Vlamingen waar niet zoveel aandacht voor is als voor de groep internationaal gerichte Vlamingen. Zij stellen zich vragen over de toekomst; ze vrezen vooral voor een toekomst waarin de Vlaamse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid tegenover Brussel niet meer wil opnemen.

Ik heb nooit beweerd dat de situatie van de Brusselse Vlamingen er met dit akkoord beter op wordt. Voor de verkiezingen voor de Kamer is er inderdaad een achteruitgang. Het is echter niet correct te beweren dat het gaat om een verderfelijk akkoord. De Vlamingen in Brussel brengen een offer ten voordele van de rechtmatige eisen van de Vlamingen in Halle-Vilvoorde.

Het is evenmin correct dat de Brusselse Vlamingen opeens geen rechten meer hebben en in hun blootje worden gezet, met alle schande van dien. De Brusselse Vlamingen worden niet aan hun lot overgelaten. Daarstraks is gezegd dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de grote winnaar was. In dat gewest hebben de Vlamingen immers een Vlaamse Gemeenschapscommissie die ze zelf besturen, in nauwe samenwerking met Vlaanderen. Bovendien beschikken de Vlamingen over een machtspariteit in de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ofwel laten de Brusselse Vlamingen met zich sollen, ofwel zorgen ze voor zichzelf op een correcte manier. Maar doen alsof er geen mogelijkheden voor de Brusselse Vlamingen zijn, is niet juist.

Binnenkort worden de voorstellen ingediend voor de toekomstige Senaat, ook daar zullen er waarborgen voor de Brusselse Vlamingen zijn. Ten slotte blijven alle waarborgen die vandaag bestaan, van kracht. Aan de taalwetgeving in Brussel wordt er niet geraakt.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De heer Anciaux laat het uitschijnen alsof in Brussel alles perfect is voor de Vlamingen. Ze zouden er bepaalde rechten en goede taalwetten hebben. Als Brusselse Vlaming weet hij nochtans zeer goed dat er een fundamenteel probleem bestaat met de toepassing van de taalwet.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik kom daarop nog terug. Ik ben daar al langer dan de heer Vanlouwe mee begaan.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik ben wel een van de weinige Vlamingen die naar Brussel getrokken zijn, terwijl zo vele Vlamingen uit Brussel vertrokken zijn. Ik meen dus ook over Brussel iets te mogen zeggen.

De heer Anciaux verklaart dat de Vlamingen in Brussel bepaalde rechten en garanties hebben. Met dit akkoord beschikken de Brusselse Vlamingen niet over gegarandeerde rechten. Ten eerste zijn we onze verkozenen in het federaal parlement kwijt. Daarvoor had de N-VA nochtans een oplossing aangereikt met het amendement inzake de poolvorming. Ten tweede blijft de niet-toepassing van de taalwetten een oud zeer. De taalwetten zijn zeer goed, maar werden nooit nageleefd zoals het hoort. Er waren voorstellen ingediend om voortaan ook die wetten correct toe te passen.

Ik kan nog verder gaan. In dit akkoord worden heel wat zaken die slecht zijn voor de Brusselse Vlamingen, niet aangepakt. Die Brusselse Vlamingen krijgen niet meer rechten en de rechten die ze al hadden, worden gewoonweg niet toegepast.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik heb het tegendeel niet beweerd, maar heb gezegd dat wij op heel veel vlakken onze rechten behouden. Het is niet correct te beweren dat er voor de Vlamingen in Brussel geen enkel recht meer bestaat, ook al is de situatie niet ideaal.

Dit akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde maakt deel uit van een grote staatshervorming. Die grote staatshervorming moeten we in haar geheel bekijken. Achter sommige luiken staan we uiteraard meer dan achter andere. Dat is nu eenmaal altijd zo bij een akkoord. Vlaanderen krijgt een aantal grote, nooit geziene pakketten toegestopt. Het krijgt nieuwe bevoegdheden en een fiscale autonomie waarvan we nooit hadden kunnen dromen. De Senaat wordt hervormd. Ik beschouw die hervorming zeker niet als een nadeel voor de Vlamingen, maar als een vooruitgang. Die vooruitgang is de consequentie van een visie die eigenlijk al verder gaat dan federalisme en meer aanleunt bij confederalisme.

De Vlamingen mogen fier zijn op deze realisatie.

Dit is een cruciaal moment. We hebben in België een blokkering gekend waarbij niemand gebaat was. Nu doen we met de acht partijen van de institutionele meerderheid een poging om een belangrijke stap vooruit te doen in een vernieuwde samenwerking. Ik blijf erbij dat zoiets alleen maar kan als er wederzijds respect groeit. En dat vereist óók dat de wetten in Brussel worden gerespecteerd en dat we zoeken naar een sleutel om de taalwetgeving echt als een sluitstuk van een hernieuwd vertrouwen te activeren.

Ik ben ervan overtuigd dat de samenleving in Brussel de toetssteen zal zijn. Vlaanderen heeft een verantwoordelijkheid tegenover de Vlamingen in Brussel en tegenover de hele hoofdstad. Ik hoop dat dat de komende jaren ook wordt bewezen. Ik heb er de afgelopen jaren hard aan kunnen meewerken. Er gaan nooit geziene middelen van Vlaanderen naar Brussel. Maar het is ook belangrijk dat we tussen Vlamingen en Franstaligen een hernieuwd vertrouwen creëren. En daar moet nog stevig aan worden gewerkt, want anders zal deze poging tot hernieuwd vertrouwen in onze staat, gebaseerd op confederalisme en wederzijds respect tussen de gemeenschappen en de gewesten, weinig succesvol zijn. Het project maakt een kans en misschien is het wel de laatste kans om in ons land echt een nieuwe gemeenschappelijke toekomst op te bouwen. Ik reken daarvoor op het respect van alle gemeenschappen voor elkaar.

De heer Bart Laeremans (VB). - Ik vind het wel sterk. De heer Anciaux maakt een amalgaam van staatshervorming en grote verwezenlijkingen, maar fietst wel om de hete brij: het respect voor de Brusselse Vlaming en zijn overleven. Toon gewoon respect voor de Vlaamse kiezer in Brussel. Wat is er tegen het redelijke amendement om de Vlaamse stemmen in Brussel eerst samen te tellen, zodat een stem voor de Kamer, de belangrijkste politieke instelling van het land, een nuttige stem blijft? Waarom dat niet goedkeuren en de Franstalige collega's mee over de streep trekken? Het plaatje zou totaal anders zijn. Dan zou er respect getoond worden voor de Brusselse Vlamingen. Dat is het grote verschil.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Het echte probleem van de splitsing van BHV is dat er in Brussel geen enkele Vlaming verkozen zal worden. Dat weten de heer Anciaux, de heer Beke en de heer De Croo ook. De heer Beke suggereerde een eenheidslijst, die zijn partij op gemeentelijk vlak al lang niet meer toepast, ook niet als andere partijen er om vragen. Groen en Open Vld hebben die optie onmiddellijk afgeschoten. Er bestaat echter een oplossing, de poolvorming. Het bestaat in de rest van het land. In het Vlaams Parlement is er een gegarandeerde vertegenwoordiging van zes zetels voor Brusselse Vlamingen. Persoonlijk vind ik dat een goede zaak.

Er is een gegarandeerde vertegenwoordiging in het Brussels Parlement: 17 van de 89 zetels zijn voor Vlaamse verkozenen. Ik vind dat een goede zaak, ook al volgens mij is het Brussels Parlement te omvangrijk. Voor ons mogen de 89 zetels worden gereduceerd tot 50 zetels, waarvan 10 voor de Brusselse Vlamingen. De Duitstalige Gemeenschap kan in de Senaat eveneens rekenen op een gegarandeerde vertegenwoordiging.

Ik vraag me af waarom ons voorstel om via poolvorming ook de Brusselse Vlamingen een gegarandeerde vertegenwoordiging in de Kamer te bezorgen, in de commissie geen steun kreeg van de meerderheid. In de wetsvoorstellen die destijds door alle partijen samen waren ingediend, was de poolvorming nochtans opgenomen. Daarom vraag ik alle aan partijen van de institutionele meerderheid, ook aan de Franstalige, ons amendement goed te keuren. Het is toch geen onevenredige eis? Op die manier zou de balans in evenwicht zijn.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Natuurlijk zijn we niet licht over de vertegenwoordiging van de Vlamingen in Brussel heengegaan. Geen enkele Vlaamse partij zal betwisten dat dit een pijnpunt is. Er werd echter al verwezen naar de redelijkheid die nodig is om tot een akkoord te komen. Toen de N-VA aan de onderhandelingstafel zat, heeft ze de apparentering of de poolvorming zelf van tafel geveegd; er werd toen geopperd dat de Vlamingen er een te hoge prijs zouden moeten voor betalen. De kritiek van de N-VA vandaag is een mooi voorbeeld van hoe een partij door veel wind te maken, haar eigen voetstappen probeert weg te blazen. Professor Vuye, adviseur van de N-VA, noemt de splitsing zoals ze nu voorligt, trouwens een zuivere splitsing.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - De groenen hebben de apparentering en de poolvorming inderdaad afgewezen. De heer Pieters heeft verschillende keren aangehaald dat de N-VA het recht heeft om bepaalde dingen al dan niet te willen. Evenzeer heeft de partij Groen het recht om te stellen dat ze meer overtuigingen deelt met Ecolo dan met sommige Nederlandstalige verkozenen.

Op een lijst staan met een racistische partij, zullen we nooit doen.

Niemand ontkent dat het veel moeilijker zal worden voor de Vlaamse Brusselaars om in de Kamer verkozen te worden. Dat is een nadeel van de splitsing die Vlamingen al vijftig jaar terecht vragen. Maar we moeten toch ook consequent zijn, want als de stemmen uit Halle-Vilvoorde niet mogen meetellen voor de Franstalige lijsten, dan is het logisch dat dit ook niet meer kan voor de Nederlandstalige lijsten. Dit hoeft niet te betekenen dat de stem van de Nederlandstalige Brusselaars niet meer zal meetellen op het federale niveau. Het is belangrijk dat we dat hebben kunnen vrijwaren. Niets belet de Vlaamse partijen een Nederlandstalige Brusselaar in de Senaat te coöpteren. We hebben er ook voor gezorgd dat er Brusselaars als gemeenschapssenatoren zullen zetelen. Ik heb daar in de onderhandelingen persoonlijk voor gevochten.

Een nadeel kan echter in twee richtingen werken. De kans op een zetel in de Kamer wordt voor de Franstaligen in Vlaams-Brabant in de toekomst ook erg klein. De Franstaligen in de zes randgemeenten zullen wellicht grotendeels voor Brusselse lijsten moeten stemmen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het voorstel voor een gemeenschappelijke lijst van verschillende Vlaamse partijen vond ik een wijs voorstel. We hebben nog twee jaar tijd om daarrond te werken. Degenen die dit op voorhand uitsluiten, verzwakken hun onderhandelingsmarge tegenover de Franstaligen. Ik zie het als een mogelijkheid om Vlaamse Brusselaars in de Kamer te krijgen. Maar ik sluit ook niet uit dat er Vlaamse Brusselaars kunnen verkozen worden op een (Franstalige) tweetalige lijst in Brussel, samen met Franstaligen. Een Vlaming die zo verkozen wordt, zal natuurlijk in de Kamer deel uitmaken van een andere taalgroep dan zijn collega's op de lijst.

Ik vond de poolvorming een gerechtvaardigde eis. En ja, ik heb getwijfeld om dit mee te ondersteunen en te stemmen. Maar, wie een akkoord sluit, gaat akkoord met de goede en de slechte kanten ervan. Men kan niet na het sluiten van een akkoord bepaalde elementen eenzijdig aanpassen. Het is een kwestie van loyauteit. Het zou laf zijn mocht ik daarover een voorstel van de oppositie steunen. Het zou trouwens geen effect hebben, want er is een tweederdemeerderheid vereist.

Ik zal de storm overleven en ik zal iedereen recht in de ogen kunnen kijken. Ik pleeg geen verraad tegenover de Vlamingen in Brussel. Het gaat om een solidariteit tussen de Vlamingen in Brussel en de rest van Vlaanderen. Het akkoord dat nu is gesloten, moet uitgevoerd worden. Er eenzijdig op terugkomen zou het evenwicht verstoren.

M. Francis Delpérée (cdH). - Nous avons ouvert aujourd'hui en séance publique le dossier de la sixième réforme de l'État. Il a fallu neuf mois, le temps d'une grossesse, pour que soient traduits en textes juridiques les accords politiques signés au mois d'octobre 2011. Neuf mois, ce fut le temps nécessaire pour réaliser ce travail. Je veux me féliciter du bon avancement de ce dernier qui témoigne de la cohésion de la majorité gouvernementale et même de la majorité institutionnelle. Tout ceci est de bon augure pour la suite de nos travaux.

L'examen des textes qui concrétisent cette sixième réforme de l'État commence par un dossier de haute valeur symbolique et politique : BHV.

Ce dossier aurait pu rester dans l'ombre. Nous aurions pu nous satisfaire, comme nous l'avons dit à l'époque, d'un système électoral qui ne modifiait pas les compétences des communautés et des régions mais qui établissait des ponts et construisait des passerelles entre des électeurs et des élus par-delà la frontière linguistique. Une Cour constitutionnelle activiste - je n'ai pas peur des mots - en a décidé autrement. Elle est sortie de son rôle ; elle s'est prononcée sur une question dont elle n'était pas saisie ; elle a cultivé l'ambiguïté d'une manière qu'elle croyait subtile ; en réalité, elle a jeté de l'huile sur le feu et aidé à mettre à l'agenda politique une question particulièrement sensible. Nous voici donc à pied d'oeuvre.

Je ne tournerai pas autour du pot ou, plus exactement, autour de l'urne électorale. Je ferai part de trois considérations.

J'adhère à la réforme proposée. Elle s'inscrit en effet dans un vaste ensemble institutionnel qui est susceptible, si chacun y consent, d'apporter l'apaisement dans les esprits et les comportements ; la Belgique fédérale en a bien besoin. C'est le moment de rappeler, certains de nos collègues l'ont déjà dit, qu'une réforme institutionnelle est un tout même si, en Belgique, nous avons pris l'habitude de diviser ce tout en paquets, en sous-paquets et même en clusters.

J'adhère à l'ensemble de la réforme. J'adhère en même temps à la Belgique fédérale. Les deux préoccupations s'inscrivent dans la même démarche. Je ne peux donc pas tenir un discours défaitiste. Je passe au-dessus de sentiments d'amertume pourtant légitimes.

J'adhère au règlement de cette question de BHV parce que je suis convaincu que le tout de la réforme parviendra à s'imposer. Je ferai tout pour qu'il en soit ainsi.

J'en viens à ma deuxième considération. Je dois bien constater que le changement de délimitation territoriale affecte défavorablement les droits des francophones de la grande périphérie bruxelloise. Jusqu'à nouvel ordre, ces francophones avaient la possibilité d'émettre un suffrage au niveau fédéral pour des hommes et des femmes qui allaient relayer leurs préoccupations. Quel est donc le crime que commettaient ces citoyens qui, quoique établis en région de langue néerlandaise, choisissaient de voter pour des mandataires publics francophones qui allaient, au moins pour partie, les représenter ? Seul un dogme, celui de l'homogénéité territoriale, a pu inciter d'aucuns à balayer sans ménagement cette préoccupation démocratique. Demain, les habitants de vingt-neuf communes se verront privés d'une capacité politique élémentaire : celle de voter en compagnie d'électeurs bruxellois, qu'ils soient francophones ou flamands. Le cordon ombilical que préservait le droit de voter dans BHV sera ainsi coupé.

On enseigne un peu partout que, dans le domaine des droits de l'homme, y compris dans celui des droits politiques, il y a une règle majeure qui s'impose, celle du stand still. C'est la règle de l'effet « cliquet ». C'est l'application d'un grand principe constitutionnel : on ne retire jamais des droits ! Et pourtant c'est ce que nous nous apprêtons à faire dans vingt-neuf communes de la grande périphérie de Bruxelles. Dans ces conditions, il ne m'est pas possible de chanter alléluia. Seul bémol à mon chant, une petite consolation : les électeurs francophones de Hal-Vilvorde qui auront voté lors des élections fédérales pour une liste francophone associée à une liste francophone présente à Bruxelles et en Wallonie verront valoriser leur suffrage.

Ces suffrages seront comptabilisés pour l'élection des sénateurs cooptés et contribueront à déterminer à quelles formations politiques iront les quatre sièges francophones.

Troisième considération, je me félicite très vivement de la solution qui va intervenir pour les citoyens et les électeurs des six communes périphériques bruxelloises ; ceux-ci n'auront jamais été aussi proches de Bruxelles et des Bruxellois. Le législateur s'apprête à opérer une distinction cardinale dans Hal-Vilvorde entre, d'une part, les vingt-neuf communes dans lesquelles aucun régime électoral spécifique n'est aménagé - sauf la participation au processus de cooptation - et, d'autre part, les six communes périphériques qui bénéficient de ce que j'appelle le régime du vote alternatif. Ainsi, un habitant de Kraainem pourra décider, dans le secret de l'isoloir, de voter avec les Louvanistes pour un candidat - francophone ou flamand - qui se présente dans la circonscription du Brabant flamand, ou de voter avec les Bruxellois pour un candidat - francophone ou flamand - qui se présente dans la circonscription de Bruxelles. Je souscris à ce régime de liberté, d'égalité et de confidentialité. Mes électeurs des six communes périphériques peuvent y trouver leur compte. Ceux de la grande périphérie seront sans doute moins heureux et considéreront vraisemblablement qu'ils sont atteints dans l'exercice de leurs droits individuels. Mes électeurs de Bruxelles et de Wallonie seront attentifs, comme nous, aux autres aspects de la réforme qui leur offrira, je le pense, des motifs réels de satisfaction.

C'est pourquoi je voterai et mon groupe votera en faveur de la réforme qui nous est proposée.