5-156COM

5-156COM

Commission de l’Intérieur et des Affaires administratives

Annales

MARDI 29 MAI 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances sur «l'erreur de procédure lors du licenciement d'un policier condamné» (no 5-2227)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Onlangs vernietigde de Raad van State het ontslag van een veroordeelde politieagent. Bij dit ontslag werd de juiste procedure niet gevolgd en op basis van deze vaststelling kon de Raad van State niet anders dan het ontslag vernietigen. Dit feit wekt weerom veel commotie.

Deze pijnlijke zaak werd veroorzaakt door het niet respecteren van een formaliteit. De directeur-generaal die de ontslagprocedure leidde, beschikte niet over het juiste en vooral ook absoluut noodzakelijke taalbrevet. Over de belangrijkheid of de relevantie van deze regel en verplichting kan worden gediscussieerd, maar deze taalvereiste bestaat, dus moet ze worden gerespecteerd. Taalaspecten in procedures mogen en kunnen in ons land niet als kleine lettertjes of uitzonderlijke omstandigheden worden geïnterpreteerd.

Dit schrijnende verhaal gaat dus in de eerste plaats over een fout van de federale politie, meer bepaald van de betrokken directeur-generaal. Hij vatte de ontslagprocedure aan zonder dat hij hiertoe gelegitimeerd was, met alle gevolgen van dien, niet het minst voor het imago van de politie.

Deelt de minister de analyse dat de vernietiging van het ontslag door de Raad van State in essentie gaat over een beroepsfout van de verantwoordelijke voor deze ontslagprocedure? Beaamt de minister dat dergelijke beroepsfout, die resulteert in zulke zwaarwichtige gevolgen, niet kan worden getolereerd, temeer omdat het kennen en exact toepassen van procedures altijd, maar zeker in uiterst gevoelige dossiers, als een essentiële competentie van leidinggevende politiemedewerkers moet worden beschouwd? Op welke wijze werd deze leidinggevende directeur-generaal geconfronteerd met zijn ernstige beroepsfout? Hoe zullen de minister en de federale politie waarborgen dat dergelijke fouten, zo belastend voor het imago van de politie, niet meer voorkomen?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - De Raad van State oordeelde dat de hiërarchische meerdere die de disciplinaire sanctie aan een politieagent heeft opgelegd, niet over het vereiste taalbrevet beschikte op het ogenblik dat hij zijn beslissing heeft genomen.

In het belang van de dienst heb ik zelf de agent preventief geschorst met een weddevermindering. Hij kan dus niet worden beschouwd als opnieuw geïntegreerd in de strikte zin van het woord.

De interpretatie van de wetgeving inzake het taalgebruik heeft inderdaad geleid tot verwarring over de aard van het brevet waarover de hiërarchische meerdere van deze agent diende te beschikken. Deze vergissing kan echter moeilijk omschreven worden als flagrant; de Raad van State had immers zelf het middel als niet ernstig beoordeeld in zijn arrest in kort geding van 24 januari 2011. Dit arrest heeft bovendien enkel betrekking op een bepaalde procedure en het stelt het naleven van de wet op het taalgebruik bij de federale politie en de lokale politiezones niet opnieuw ter discussie.

Zoals blijkt uit het arrest van 15 maart 2012, is de hiërarchische meerdere kort na de sanctie geslaagd voor het examen van Selor.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het is goed dat de minister de bewuste agent onmiddellijk heeft geschorst. Ik hoop echter dat men lessen getrokken heeft uit dit incident, ook al heeft de betrokken directeur-generaal intussen het taalbrevet behaald. We kunnen het ons, ook met het oog op het imago van de politie, niet veroorloven dat agenten die terecht ontslagen worden, zich op het ontbreken van een taalbrevet kunnen beroepen om de procedure nietig te laten verklaren.