5-146COM

5-146COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 2 MAI 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la ministre de la Justice sur «le nombre de détenus évadés et leur recherche» (no 5-2060)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Door toedoen van de diensten van de Senaat is de vraag bij de minister van Justitie terechtgekomen, terwijl ik ze zelf tot de minister van Binnenlandse Zaken had gericht.

Groot was mijn verbazing bij de vaststelling dat de minister van Justitie mij niet kon antwoorden op mijn schriftelijke vraag (5-4700) over het aantal gevangenen dat momenteel voortvluchtig is en het aantal dat na ontsnapping kan worden gevat. Eenmaal uit de gevangenis blijkt ontsnapping geen probleem meer voor Justitie! Toch durf ik te hopen dat de minister van Justitie of die van Binnenlandse Zaken uiteindelijk wel een antwoord kunnen geven op de eenvoudige vraag hoeveel gevangenen zijn ontsnapt en weer opgepakt, wetende dat de politie de ontvluchte gevangenen moet opsporen!

In 2008, 2009 en 2010 ontsnapten er respectievelijk 22, 34 en 10 gevangenen uit gesloten centra en 40, 39 en 48 gevangenen uit open en halfopen inrichtingen. De cijfers van 2011 ontving ik nog niet, maar die geeft de minister mij wellicht in haar antwoord.

Vindt de minister het normaal dat ze me geen antwoord gaf op de eenvoudige vraag die ik haar schriftelijk stelde?

Hoe verloopt de communicatie en de informatie over ontsnappingen en inrekening tussen Justitie en Binnenlandse Zaken, en meer bepaald de politiediensten? Beaamt de minister dat er wat schort aan de communicatie en hoe zullen beide ministers de informatie-uitwisseling optimaliseren?

Hoeveel van de voortvluchtige gevangenen konden worden gevat? Hoeveel zijn er nog op vrije voeten? Vindt de minister de cijfers aanvaardbaar? Op welke wijze worden de voortvluchtige gevangenen doorgaans weer opgepakt? Gebeurt dat vrij snel na een ontsnapping als gevolg van de expliciete opsporingsmethoden van de politie? Of gebeurt het veeleer toevallig, op een later moment, bijvoorbeeld bij een routinecontrole of bij de vaststelling van een nieuwe misdaad? Werden er veel voortvluchtige gedetineerden opgepakt in het buitenland en uitgeleverd aan België? Kan de minister cijfers geven voor de voorbije vijf jaar? Welke landen hebben gevangenen uitgeleverd?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Voor Justitie is het niet evident te achterhalen hoeveel ontsnapte gedetineerden exact gevat worden. De reden hiervoor is eenvoudig: een aantal vlucht naar het buitenland. Justitie wordt er niet noodzakelijk over ingelicht dat een ontsnapte gedetineerde in het buitenland is aangehouden, of er is overleden.

De betrokken databank wordt immers enkel aangepast wanneer de ontsnapte gedetineerde opnieuw in een Belgische gevangenis wordt opgesloten. Om een concreet voorbeeld te geven: een gedetineerde die in België ontsnapt, naar Nederland vlucht, daar een misdrijf pleegt, aangehouden en veroordeeld wordt, en pas na zijn straf in Nederland, opnieuw in België wordt opgesloten, zal pas dan weer ingeschreven worden in de databank. In die tussenperiode blijft hij beschouwd als `ontsnapt'.

Er is geen probleem met de informatie-uitwisseling tussen Justitie en politie. Alle ontsnappingen worden door de gevangenis onmiddellijk gemeld aan de politie zodat de gedetineerden geseind kunnen worden.

In 2011 ontsnapten 26 gedetineerden uit een gesloten inrichting, en 38 uit een open inrichting. Voor de gesloten inrichtingen ontsnapten 18 gedetineerden vanuit de inrichting zelf, 5 terwijl zij zich buiten de muren bevonden, bijvoorbeeld tijdens een ziekenhuisopname. Voor 3 ontsnappingen werden de omstandigheden niet geregistreerd.

Van de 18 ontsnappingen binnen de inrichtingsmuren waren er 11 met gijzelneming en 1 met gebruik van extreem geweld, gebruik van oorlogswapens.

De federale gerechtelijke politie kreeg bij het koninklijk besluit van 14 november 2006 het vatten van voorvluchtige veroordeelden toegewezen. De opsporingen betreffen onder andere:

Hierbij zijn diverse overheden en diensten betrokken, waaronder: het openbaar ministerie; het Gevangeniswezen; en de federale en lokale politie.

Men werkt momenteel aan een gezamenlijke circulaire van het College van Procureurs-generaal, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, omtrent de communicatie tussen alle actoren.

Personen die gevat moeten worden, worden geseind in de Algemene Nationale Gegevensbank van de geïntegreerde politie. De signaleringen gebeuren door de directie van de operationele informatie. De `arrestatie' is een gevraagde maatregel.

Indien geseinde personen worden gecontroleerd door de politiediensten, worden ze gearresteerd.

Voor bepaalde personen echter verzoekt de magistraat om een meer actieve opsporing.

In dat geval wordt een politiedienst met het onderzoek belast, bijvoorbeeld de FAST-eenheid van de Directie economische en financiële criminaliteit.

Ik zal een tabel overhandigen van het aantal aan FAST overgezonden dossiers. Voor 2009 was dat bijvoorbeeld 416 en voor 2010 was het 563. De cijfers voor het jaar 2011 worden momenteel nog verwerkt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De vraag ging erover dat we niet weten wie opnieuw wordt opgepakt, maar met het antwoord is mij nu duidelijk op welke manier wordt geregistreerd.