5-1581/1 | 5-1581/1 |
19 APRIL 2012
De wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, die ten laste van de gepensioneerden een solidariteitsbijdrage invoert, bepaalde in de oorspronkelijke versie van artikel 68, eerste lid het volgende :
« De wettelijke ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen of elk ander als zodanig geldend voordeel, evenals elk voordeel bedoeld als aanvulling van een pensioen, zelfs als dit laatste niet is verworven, en toegekend hetzij met toepassing van wettelijke, bestuursrechtelijke, of statutaire bepalingen, hetzij met toepassing van bepalingen voortvloeiend uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve ondernemings- of sectoriële overeenkomst, zijn onderworpen aan een afhouding die varieert naargelang het totaal maandelijks brutobedrag van de hierboven gedefinieerde diverse pensioenen en andere voordelen en naargelang de begunstigde van deze pensioenen of andere voordelen alleenstaand is of gezinslast heeft. »
Het principe van die afhouding werd toen gerechtvaardigd door de noodzaak de sociale zekerheid en meer bepaald de sector van de rustpensioenen financieel in evenwicht te houden. Tevens wou men hiermee het bedrag van de kleinste pensioenen optrekken.
Die afhouding is altijd onaanvaardbaar geweest. Personen die gedurende hun hele loopbaan bijdroegen tot de sociale zekerheid, volledig voldeden aan hun plichten en pensioenrechten opbouwden met zicht op een volwaardig pensioen kregen plots te horen dat ze niet meer konden beschikken over hun volledige rechten.
Budgettaire problemen met de openbare financiën zijn absoluut geen voldoende reden om gepensioneerden hun rechten te ontzeggen.
Dit wetsvoorstel beoogt de onmiddellijke afschaffing van de zogenaamde solidariteitsafhouding op de wettelijke pensioenen en andere als zodanig geldende of aanvullende voordelen als bedoeld in het voormelde artikel 68.
Het wetsvoorstel strekt ertoe het principe van de solidariteit in haar eerste en historische betekenis te herstellen. De begunstigden zullen aldus de rechtmatige vruchten plukken van de bijdragen en andere inhoudingen op hun beroepsinkomsten.
Omwille van de huidige onaanvaardbare toestand wordt een onmiddellijke afschaffing van de zogenaamde solidariteitsafhouding gevraagd vanaf 1 december 2011.
| Yves BUYSSE. | |
| Bart LAEREMANS. | |
| Anke VAN DERMEERSCH. | |
| Filip DEWINTER. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
De artikelen 68 tot 68quinquies van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 16 december 1996, bij de wetten van 13 juni 1997, 25 januari 1999 en 24 december 1999, bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004, 12 januari 2006 en 27 maart 2006 en bij koninklijk besluit van 28 december 2006 en bij de wet van 8 juni 2008, worden opgeheven.
Art. 3
Deze wet treedt in werking op 1 december 2011.
5 januari 2012.
| Yves BUYSSE. | |
| Bart LAEREMANS. | |
| Anke VAN DERMEERSCH. | |
| Filip DEWINTER. |