5-55

5-55

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 MAART 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bart Laeremans aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «de aanslag op een moskee in Anderlecht» (nr. 5-472)

Mondelinge vraag van de heer Filip Dewinter aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «de vraag van de Staatsveiligheid om Sharia4Belgium te verbieden» (nr. 5-476)

Mondelinge vraag van de heer Richard Miller aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «het radicaal islamisme in België» (nr. 5-477)

De voorzitster. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer Bart Laeremans (VB). - Men kan de aanslag op de sjiitische moskee in Anderlecht niet wegwuiven als een toevallig incident, zeker niet na de dramatische gebeurtenissen van vorige week in Frankrijk. Het bleek immers te gaan om een uiting van soennitische haat tegenover andersdenkenden. In een opmerkelijk artikel in Het Laatste Nieuws van 14 maart lezen we in dat verband toch enkele opmerkelijke kanttekeningen van UCL-professor Felice Dassetto.

Deze expert stelt dat het aantal salafisten in Brussel en daarbuiten zienderogen toeneemt. `Vele duizenden is geen overschatting. Want ze zijn extreem goed georganiseerd. Onder meer dankzij de geldstromen die rechtstreeks uit Saoedi-Arabië komen.' Volgens Dassetto werven zij massaal nieuwe leden `door middel van websites, dvd's én lezingen in moskeeën door imams als Rachid Haddach. Onder meer in de Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark lokt die laatste met zijn lezingen [...] vele honderden jongeren. Ook zijn preken op YouTube worden vele duizenden keren (her)bekeken.' Ook de militante groepering Sharia4Belgium is salafistisch. De Staatsveiligheid zei daarover: `Maar in ons land zijn intussen al Arabieren, Berbers, bekeerde Belgen en andere Europeanen, Latijns-Amerikanen, Afrikanen, Albanezen, Bosniërs, Turken en Tsjetsjenen actief in salafistische middens'.

In de kranten van het afgelopen weekend zei het hoofd van de Veiligheid van de Staat, Alain Winants: `De Staatsveiligheid heeft in 2010 al gewaarschuwd dat het salafisme de grootste bedreiging is voor de democratie in West-Europa.' Ook de zevenvoudige moordenaar Mohammed Merah die in Frankrijk toesloeg, behoorde tot een salafistische groepering.

Kan de minister bevestigen dat het aantal extreme soennieten snel toeneemt en dat onder andere in de Grote Moskee in het Jubelpark regelmatig salafistische, antiwesterse lezingen worden georganiseerd?

Welke maatregelen neemt de minister om de buitenlandse financiering van de salafistische beweging af te snijden, verdere rekrutering te beletten en de verspreiding van salafistische propaganda te verhinderen?

De heer Filip Dewinter (VB). - De aanslagen in Toulouse, gepleegd door Mohammed Merah, hebben ook bij ons naschokken veroorzaakt. De heer Alain Winants, hoofd van de Veiligheid van de Staat, heeft in de pers heel wat vragen bij het optreden in ons land van groepen van salafistische inslag. Hij beschouwt het optreden van Sharia4Belgium als problematisch en is van oordeel dat het mogelijk zou moeten zijn deze organisatie te verbieden op basis van het optreden in het buitenland van haar zusterverenigingen. Dat is echter niet mogelijk, omdat onze wetgeving dat niet toestaat. Hij voegt eraan toe dat hij het antwoord van de staatssecretaris afwacht.

Omdat het hoofd van de Veiligheid van de Staat geen parlementslid is en hij hier dus geen vragen kan stellen, ben ik graag zijn tolk. Ik had dus graag vernomen welk antwoord zal worden gegeven op de oproep van de Veiligheid van de Staat. Als de grote baas daarvan het nodig acht zijn beschouwingen in de pers te ventileren, wijst dat erop dat hij geen gehoor krijgt via de kanalen waarover hij beschikt.

De oproep van de Veiligheid van de Staat mag alleszins niet in dovenmansoren vallen. De heer Winants heeft er in de krant immers op gewezen dat wat in Frankrijk gebeurde ook in ons land mogelijk is. We kampen met dezelfde problemen, maar de wettelijke middelen ontbreken om ze afdoend te bestrijden. Snel en efficiënt ingrijpen is dus noodzakelijk.

Zal er weldra een wetsontwerp worden ingediend om een wettelijk kader te scheppen teneinde verenigingen die oproepen tot geweld buiten de wet te plaatsen en ze te verbieden?

M. Richard Miller (MR). - Les événements qui se sont déroulés à Toulouse et à Montauban ce mois-ci ainsi que l'attentat commis contre la mosquée shiite à Anderlecht doivent susciter davantage que la réflexion. Ils appellent une réponse démocratique.

En vous adressant cette question, madame la ministre, je voudrais insister sur la lutte contre la criminalité terroriste et sur la nécessité de ne plus aborder cette problématique selon des considérations d'ordre nationaliste ou religieux car on aboutit alors à des contradictions nous amenant à développer des analyses oiseuses et finalement à ne pas agir. J'insiste donc sur ce point : si on laisse se développer ce type d'acte et de conduite, le seul résultat sera la stigmatisation de toute la population musulmane qui vit dans notre pays, c'est-à-dire quelque 600 000 personnes.

C'est la raison pour laquelle je pense qu'il est absolument nécessaire d'aborder uniquement sous l'angle de la criminalité les événements qui se sont passés et les déclarations qui ont été faites à ce sujet par la hiérarchie de la Sûreté de l'État. Ce dimanche, l'administrateur général de la Sûreté de l'État a ainsi déclaré publiquement : « Ces derniers temps, nous avons constaté une augmentation du radicalisme et du danger extrémiste voire terroriste. Une minorité se rend dans les pays djihadistes et suit des entraînements militaires. Cela devient dangereux pour la Belgique quand ces gens-là reviennent sur le territoire. »

Comment envisagez-vous, madame la ministre, de pouvoir permettre à la Sûreté de l'État d'utiliser des renseignements qu'elle a en sa possession afin d'anticiper les actes qui pourraient être posés par ce type de personnes ? Il est dans notre intérêt de dépasser le stade de la réflexion et du questionnement. Il faut absolument essayer de préserver notre population d'un type de terrorisme délocalisé, actuellement craint par tous les services de sécurité en Europe. Quelles mesures pensez-vous pouvoir prendre à cet égard ?

Mme Joëlle Milquet, vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances. - Je voudrais émettre quelques considérations préliminaires avant de répondre aux questions.

Tout d'abord, monsieur Miller, nous n'en sommes plus au stade de la réflexion mais à celui de l'action, même si elle n'est bien entendu pas toujours publique. Ensuite, la problématique évoquée est prise fortement au sérieux tant par le gouvernement que par moi-même. Je n'ai pas attendu les derniers événements. Dès ma prise de fonctions, j'ai pris une série d'initiatives et de contacts avec les services à ce sujet. Ce dernier me préoccupe. En effet, nous devons renforcer notre lutte contre le radicalisme en raison du danger qu'il peut comporter pour la protection des personnes à cause de ses liens avec la criminalité et le terrorisme. De plus, c'est en luttant avec force contre le radicalisme que nous pourrons enfin éviter les amalgames entre des groupuscules radicaux et une population musulmane qui vit chez nous et dont la religion mérite le respect. Pour cette double raison, cette lutte constitue une priorité que je partage.

Par ailleurs, je ne vais pas jouer ici à l'historienne, ni à la sociologue ni à l'islamologue. Je me limiterai aux différents aspects plus opérationnels relevant de la ministre de l'Intérieur. J'aborderai les différents points sur lesquels nous sommes en train de travailler et d'avancer.

Allereerst is er het `actieplan radicalisme'. In het kader daarvan heeft het College voor Inlichtingen en Veiligheid in juni 2011 een pakket maatregelen goedgekeurd waarvoor de verschillende betrokken diensten bevoegd zijn en die gebaseerd zijn op bestaande wetten. Er bestaat dus, zij het zeer recent, een pakket maatregelen en initiatieven. Sinds ik in december minister van Binnenlandse Zaken werd, heb ik over deze problemen een groot aantal vergaderingen gehad met de verschillende diensten, onder meer het OCAD, de Staatsveiligheid enzovoort.

Ik heb hen gevraagd zo snel mogelijk aanvullende operationele maatregelen voor te stellen en ik verwacht na Pasen een aanvullend pakket maatregelen.

Outre toutes les mesures déjà prises, j'ai également analysé avec mes services toute une série de points afin que l'on puisse avancer sur des aspects purement opérationnels que je ne décrirai pas ici pour des raisons que vous comprendrez bien. J'ai eu récemment encore une rencontre avec les services à ce sujet. Le travail est quasiment fini.

Er is ook de `federale preventiestrategie tegen gewelddadige radicalisering en polarisering'. Een dergelijke aanpak overstijgt de verschillende bevoegdheidsniveaus: jeugdwerking, maatschappelijke integratie, onderwijs enzovoort en beoogt onder meer de weerbaarheid tegenover het radicale discours te verhogen. We hebben nu een nieuwe strategie klaar, onder de naam `Veilig en respectvol samenleven', die na Pasen aan het Comité voor Inlichting en Veiligheid zal worden voorgelegd.

Over de coördinatie in het algemeen kan ik het volgende kwijt. Sinds de aanslag in de moskee heb ik al verschillende vergaderingen gehad met de bevoegde diensten. Alle maatregelen voor bescherming en toezicht zijn genomen, ook voor de joodse gemeenschap, die ik al drie keer heb ontmoet. Gezien de vertrouwelijkheid van deze initiatieven kan ik daarover uiteraard niet meer zeggen. Na Pasen zullen we het in het Comité voor Inlichting en Veiligheid over dit specifieke thema opnieuw vergaderen. Momenteel bestudeer ik ook of er wetswijzigingen nodig zijn om doeltreffender te kunnen optreden en ons wettelijk kader te versterken.

Des membres ont posé des questions sur le renforcement de notre base légale. Il y a deux ans, certains services avaient fait des propositions ; toutefois celles-ci n'ont pas été suivies d'effets. Je suis en train d'analyser ces propositions et ce que l'on fait à l'étranger pour renforcer le cadre législatif tant en ce qui concerne la poursuite d'infractions pénales et administratives, que le recours aux techniques spéciales.

De opleiding in Community policing and the prevention of radicalisation, het CoPPRa-project, is een van de prioriteiten van de federale politie. Ze wordt uitgebreid tot de lokale politiezone zodat men sneller de eerste tekenen van radicalisering kan herkennen. In mijn beleidsnota heb ik ook de versterking van deze vorming opgenomen. Ook dat is een opdracht voor de nieuwe commissaris-generaal. Tijdens het begrotingsconclaaf heb ik eveneens een uitbreiding van het politiebestand verkregen. Een deel van dat nieuwe personeel zal zich met dat dossier bezighouden. Ik zal daarvoor binnenkort de nodige maatregelen nemen.

De Staatsveiligheid ressorteert uiteraard onder Justitie, maar is bezig met verschillende acties en volgt ook bepaalde mensen. Ook de politiediensten besteden bijzondere aandacht aan het detecteren en volgen van dergelijke individuen. Als daden worden vastgesteld die een misdrijf kunnen inhouden, worden de gerechtelijke overheden ingelicht. Zij beslissen over een eventueel verder onderzoek. Tevens wordt het OCAD ingelicht met het oog op een dreigingsanalyse en indien nodig het nemen van beschermende maatregelen.

Il y a au surplus un échange d'informations entre les différents services. Il est organisé de manière telle que, dès que le parquet fédéral, l'OCAM, la police ou la Sûreté dispose d'une information, celle-ci soit immédiatement transmise aux autres services.

Le parquet a déjà intenté et intente encore en ce moment des procès contre Sharia4Belgium.

Pour conclure, outre le plan d'action actuel, tant sur les aspects opérationnels et législatifs que pour la prévention, la politique de délivrance des visas - au sujet de laquelle je me concerte avec la secrétaire d'État compétente - et la réforme du culte musulman, nous nous efforçons de trouver une approche qui soit la plus efficace et la plus transversale possible, tout en évitant les amalgames douloureux et l'instrumentalisation de cette politique propices à dresser des groupes les uns contre les autres.

Comme le disait M. Miller, le dossier est un dossier de criminalité ciblée, que nous ne pouvons ignorer mais qui ne doit pas conduire à des amalgames entre ses auteurs et l'ensemble de la population musulmane.

De heer Bart Laeremans (VB). - Het antwoord blijft zeer vaag. We worden hier in de Senaat als kleuters behandeld. Ik had gevraagd of de minister kan bevestigen dat het aantal extreme soennieten en salafisten toeneemt en dat er in de grote moskee van het Jubelpark antiwesterse lezingen worden georganiseerd, maar ik kreeg geen antwoorden. Ik kreeg evenmin een antwoord op de vraag hoe de minister de financiering, rekrutering en propaganda van de salafistische beweging wil aanpakken. De minister maakt alleen gewag van een pakket maatregelen, van vergaderingen en van een nieuwe federale strategie, maar treedt niet in detail. Op die manier worden we als parlementsleden in de hoek gezet. De minister weigert man en paard te noemen en negeert onze vragen. Een dergelijke houding is beneden alle peil.

De heer Filip Dewinter (VB). - De minister had het over haar actieplan tegen radicalisme en over het plan voor veilig en respectvol samenleven. Zoals vandaag meestal het geval is, bezondigt ze zich aan politiek correct denken en durft ze de problemen niet bij naam te noemen.

Mijn vraag gaat niet over radicalisme, maar over moslimfundamentalisme en islamterrorisme. Dat zijn de passende benamingen. Ik beweer niet dat iedere moslim een terrorist is, maar ik stel wel vast dat vandaag bijna iedere terrorist een moslim is. De minister moet een actieplan ontwikkelen dat zich toespitst op deze specifieke problematiek. Als ze rond de pot blijft draaien uit schrik om sommige kiezers voor het hoofd te stoten, dan zullen we in België dezelfde toestanden meemaken als in Toulouse en andere plekken in Europa.

De minister mag de vis niet verdrinken om ideologische en politieke redenen. Daarmee slaat ze de bal fout. Als er zich op ons grondgebied nieuwe aanslagen voordoen, is zij verantwoordelijk door haar getalm en haar weigering om de problemen onder ogen te zien en de noodzakelijke maatregelen te nemen. De grote baas van de Veiligheid van de Staat dringt aan op een wettelijk kader om dit soort van organisaties buiten de wet te stellen. Ik wil weten of de minister snel een dergelijke wet wil maken of niet. Ik heb geen boodschap aan haar politiek correcte verhaal en de toekomstige slachtoffers van het terrorisme nog minder ...

De voorzitster. - Uw spreektijd is voorbij, mijnheer Dewinter.

M. Richard Miller (MR). - À la différence des deux sénateurs précédents, j'estime que la réponse de la ministre était tout à fait pertinente : elle s'adressait à des adultes démocrates, attentifs au succès du « vivre ensemble » dans une société de plus en plus complexe. Je trouve que la ministre a apporté les éléments de réponse nécessaires et suffisants. Nous continuerons bien entendu à suivre ce dossier, fondamental pour notre pays.

La réponse de la ministre au nom du gouvernement peut garantir la sauvegarde de la société belge. J'en retiens un enseignement important : il faut cesser d'aborder la question sous l'angle du fondamentalisme religieux ou du nationalisme ; c'est de criminalité qu'il s'agit. Et c'est parce qu'il s'agit de criminalité que des lois peuvent être efficaces.