5-133COM

5-133COM

Commission des Finances et des Affaires économiques

Annales

MARDI 13 MARS 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au vice-premier ministre et ministre de l'Économie, des Consommateurs et de la Mer du Nord sur «la signature du traité ACAC par l'Union européenne et la Belgique» (no 5-1871)

Demande d'explications de Mme Freya Piryns au vice-premier ministre et ministre de l'Économie, des Consommateurs et de la Mer du Nord sur «la signature de l'accord commercial anti-contrefaçon» (no 5-1941)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De Europese Commissie en bepaalde lidstaten, waaronder België, hebben in Tokio het antinamaakverdrag ACTA ondertekend. Sommige bepalingen tegen online piraterij maken dat het verdrag omstreden is. Activisten vrezen namelijk dat het verdrag een vrijgeleide wordt om sommige websites aan banden te leggen.

De Europese Commissie haastte zich om de impact van ACTA te nuanceren. Het verdrag zou niets aan de Europese wetgeving veranderen, we voldoen immers al aan de bepalingen ervan. Ook de minister verklaarde dat op het journaal.

Toch blijft grote ongerustheid bestaan over de impact van het verdrag. Het zou zeer vaag zijn, zodat men er later nog alle, ook strengere, richtingen mee uit kan. Bovendien klinkt zware kritiek op de geringe transparantie en de beperkte participatie van het maatschappelijk middenveld en zelfs van de volksvertegenwoordigers bij het tot stand komen van het verdrag.

Dat brengt me bij volgende vragen.

Ik ga ervan uit dat België het verdrag inderdaad heeft ondertekend. Onder welk gezag gebeurde dat?

Is men zich ten volle bewust van de impact van de regelgeving en de vaagheid ervan? Kan de minister me waarborgen dat het in de praktijk nu en in de toekomst niets aan de bestaande regelgeving in België en Europa zal veranderen? Is de minister op de hoogte van de academische studie die waarschuwt voor de impact van het verdrag, vooral inzake schending van de grondrechten?

Hoe verliepen de onderhandelingen? Welk mandaat kreeg de Europese Commissie daarbij? Welk standpunt verdedigde België? Hoe kunnen het maatschappelijk middenveld en de parlementen beter betrokken worden en meer kansen krijgen bij de totstandkoming van dergelijke verdragen?

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - Ook ik heb dezelfde hoe- en watvragen als de heer Anciaux, maar ook een waaromvraag bij de ondertekening van dit omstreden verdrag.

Ik zal niet alles herhalen wat collega Anciaux zei, maar benadruk vooral dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het verdrag, in een poging om verouderde bedrijfsmodellen overeind te houden, echt wel de grondrechten dreigt te schenden. De meeste aandacht gaat op dit ogenblik uit naar het feit dat internetproviders eigenlijk een beetje de rol van politieagent krijgen opgedrongen. Ze kunnen nagaan wat hun klanten doen en deze klanten eventueel straffen als ze auteursrechtelijk beschermd werk downloaden. Daarbij wordt nauwelijks rekening gehouden met de rechten van de burger en kan die zich heel moeilijk tegen deze praktijken verzetten.

Voor die punten is er al veel aandacht geweest, maar ACTA heeft nog andere implicaties die minder onder de aandacht komen. Het wordt bijvoorbeeld problematisch om in ontwikkelingslanden nog goedkope medicijnen te verstrekken. Verder denk ik ook aan het onderdeel over octrooien op zaden, pootgoed en gewassen, en dieren.

Dat dreigt zeer ernstige gevolgen te hebben voor de landbouwsector, in de hele wereld, maar zeker ook in Europa en ons land. Een landbouw die op het vlak van zaden zelfvoorzienend is, wordt in een klap illegaal verklaard. Een zeer verregaand gevolg dus van ACTA.

Het verdrag is slecht voor de innovatie, slecht voor onze concurrentiepositie en slecht voor de informatievrijheid en de privacy van burgers.

Daarom zou ik zeer graag weten welke positie België exact heeft ingenomen tijdens de onderhandelingen? Welke implicaties heeft de ondertekening van het ACTA-verdrag volgens de minister? Volgens mij zijn die gigantisch.

M. le président. - Avant de donner la parole au ministre, je souhaiterais vous faire part d'une lettre qui m'a été adressée par M. du Bus de Warnaffe nous demandant de travailler avec la commission des Relations extérieures sur le traité ACAC. La commission des Relations extérieures voit cela d'un bon oeil, mais nous devons encore décider des modalités concrètes de collaboration. Nous envisageons notamment une audition du commissaire européen De Gucht au cours de laquelle celui-ci pourrait donner des explications complémentaires. Nous souhaiterions programmer cette réunion en avril ou en mai.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee. - Het is niet de eerste keer dat ik over ACTA vragen beantwoord. Het onderwerp leeft nogal sterk in het parlement. Ik heb daarnet al gezegd dat ik dat verdrag nu eindelijk eens helemaal ga lezen. Heel weinig mensen hebben het verdrag grondig gelezen. We gaan allemaal voort op rapporten over het verdrag en iedere vraag herhaalt hetzelfde. Ik heb de FOD Economie om het officiële Belgische standpunt gevraagd en zal dat ook volledig lezen, om daarna aan te geven wat ik er al mee heb gedaan.

België ondertekende, net als de andere EU-lidstaten, het ACTA op 26 januari 2012. De ondertekening van een verdrag is maar een eerste stap. Daarna moet het nog worden geratificeerd. Zowel de lidstaten als de EU moeten het verdrag nog bekrachtigen, want het is een gemengd verdrag waarbij zowel de EU als de lidstaten bevoegdheden hebben.

Het Europees Parlement moet in de komende maanden over ACTA stemmen, maar er is een vraag gesteld aan het Europees Hof waardoor de zaak een jaar tot anderhalf jaar is uitgesteld. Na de goedkeuring door het Europees Parlement moeten nationale ratificatieprocedures worden opgestart. Nadien kan men een raadsbesluit nemen om het te ratificeren. De kans dat we dat allemaal nog deze legislatuur rond krijgen is niet zeer groot, gezien de vertraging door de vraag aan het Europees Hof.

Mijn diensten hebben me altijd gezegd dat ACTA niet verder gaat dan het acquis communautaire van de Europese Unie.

Voor ik verder lees, wil ik even het volgende kwijt. Er is één belangrijk debat in deze zaak en ik heb ook gevraagd dat verder uit te klaren. Je hebt de Europese regels en je hebt het verdrag. Het verdrag is vaag, onze Europese regels zijn klaar en duidelijk. Kan een vaag verdrag van die regels afwijken en heeft dat dan voorrang? Volgens de Europese Unie niet. In die zin is het goed dat ACTA vaag is. Was ACTA wel een dominant instrument boven de Europese regels, dan was vaagheid wel een probleem. Daarom is mijn vraag om uitklaring dan ook essentieel.

Problemen met namaak zijn binnen de Europese Unie geregeld, maar erbuiten vaak niet. Belgische bedrijven die exporteren, worden dan ook soms met namaak geconfronteerd. Enkele jaren geleden hoorde ik het verhaal van iemand die de Chinese versie van zijn eigen brochure met producten in de bus kreeg. Dat is natuurlijk niet zo aangenaam. Binnen Europa is dat geregeld, erbuiten vaak niet. Daarom was het Belgische standpunt dat we met ACTA konden instemmen, zolang het verdrag niet verder ging dan het acquis communautaire. Op die manier steunen we het internationaal kader voor een betere bestrijding van namaak, maar zonder het acquis communautaire, waarvan we mogen veronderstellen dat het evenwichtig is, aan te tasten. Tegen dat acquis is de afgelopen drie of vier jaar ook geen protest meer geweest. De mensen die tegen ACTA ageren zijn de afgelopen jaren niet echt tegen het acquis communautaire in het verweer gekomen.

De Belgische positie werd bepaald in overleg met de bevoegde administraties, de FOD Economie, de FOD Justitie, de FOD Financiën en de FOD Buitenlandse Zaken. De Commissie kreeg dus als onderhandelingsmandaat mee: behoud de bestaande Europese regels.

En volgens de administratie is dat ook gelukt. ACTA wijzigt niets aan ons wetgevend corpus. Het Europees wetgevend referentiekader omvat de richtlijn betreffende de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten (2004/48); de richtlijn betreffende het auteursrecht in de informatiemaatschappij (2001/29); de richtlijn inzake elektronische handel (2000/31); de richtlijnen betreffende de bescherming van gegevens (95/46 en 2002/58); het hervormingspakket van de telecommunicatie van 2009, met inbegrip van het reglementaire kader van de elektronische communicatie.

Het strafrechtelijke hoofdstuk viel buiten het onderhandelingsmandaat van de Europese Commissie. Over dat hoofdstuk werd, namens de EU-lidstaten, onderhandeld door het roterend voorzitterschap van de EU.

Aangezien ACTA niet verder gaat dan het acquis communautaire, zijn er bij ratificatie van ACTA normaal gezien ook geen aanpassingen aan de Belgische wetgeving nodig.

Ik ben me zeer bewust van de bezorgdheid dat ACTA een negatief effect zou hebben op de informatievrijheid en de privacy van de burgers. De bescherming van intellectuele-eigendomsrechten op het internet en de bescherming van de vrijheid van internetverkeer zijn belangrijke en legitieme doelstellingen. Nogmaals, we gaan ervan uit dat dat op geen enkele manier wordt aangetast. De Europese wetgever heeft een evenwicht gezocht om eventuele misbruiken bij de handhaving van intellectuele rechten te voorkomen. Ik kan hier onder meer verwijzen naar de Europese richtlijn 2000/31 inzake `elektronische handel', die een verbod bevat om dienstverleners die als tussenpersoon optreden, een toezichtverplichting van algemene aard op te leggen. Men heeft altijd geprobeerd het toezicht op het internet strikt te controleren. Dat geldt ook voor de richtlijn betreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en de richtlijn betreffende het auteursrecht en de naburige rechten en dergelijke meer. Ook in deze richtlijnen is de verplichting opgenomen om een rechtvaardig evenwicht te waarborgen tussen de verschillende grondrechten, het recht op de bescherming van het intellectueel-eigendomsrecht en het recht op privacy, het recht op vrijheid van mengingsuiting, het recht op informatie en het recht op vrijheid van ondernemen voor de internetproviders.

Al deze elementen werden onlangs nog bevestigd in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 november 2011 in de zaak Scarlet versus SABAM.

Bovendien wordt niet getornd aan het telecommunicatiegeheim dat door artikel 124 van de telecommunicatiewet wordt bekrachtigd. Het mag geenszins de bedoeling zijn dat de internetproviders door ACTA in een rol van politieagent worden gedwongen. Er wordt vaak beweerd dat dat het geval is, maar we zien daarvoor geen indicaties. Artikel 15 van de richtlijn inzake elektronische handel bepaalt dat lidstaten geen algemene toezichtverplichting kunnen opleggen aan internetproviders.

De debatten in de Raad voor de Intellectuele Eigendom staan los van de implementatie van ACTA.

Er wordt gezegd dat de onderhandelingen in het geheim zijn verlopen en dat geen contact werd genomen. De Europese Commissie heeft echter vier stakeholderconferenties gehouden in 2008, 2009, 2010 en 2011. Ook tijdens de onderhandelingsrondes had de Europese Commissie verscheidene vergaderingen met ngo's over de stand van de onderhandelingen en over de teksten. De teksten hebben ook op de website gestaan. Het gebrek aan transparantie wordt dus sterk overdreven. De ontwerptekst werd al in april 2010 vrijgegeven.

In verband met de octrooien op zaden, pootgoed en gewassen, dieren en geneesmiddelen wil ik erop wijzen dat ACTA enkel regels bevat voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Dat is niet hetzelfde als handelsbeperkingen. ACTA definieert daarentegen nergens de inhoud van deze rechten. Met andere woorden, ACTA heeft geen invloed op de definitie van de rechten, en op de definitie van de uitzonderingen op deze rechten. Daardoor kunnen de zaden die worden gebruikt onder de wettelijke uitzondering op het kwekersrecht van het landbouwersvoorrecht, nog steeds onder dezelfde voorwaarden worden gebruikt. ACTA erkent uitdrukkelijk de beginselen die zijn vervat in de Verklaring van Doha inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid die op 14 november 2001 door de Ministeriële Conferentie van de WTO zijn goedgekeurd. Voor geneesmiddelen, en meer bepaald de generieke geneesmiddelen, zal ACTA niets aan de huidige situatie veranderen. De octrooien werden immers uit het toepassingsgebied van het douanehoofdstuk gehaald, net om rekening te houden met de problematiek van het verstrekken van goedkope medicijnen in ontwikkelingslanden.

Tot zover de informatie van de juridische diensten. We stellen echter vast dat er heel veel discussie is. Al op 14 februari heb ik de FOD Economie dan ook om een nieuw en diepgaand onderzoek gevraagd. Ik wil een overzicht van alle reacties, alle opmerkingen en kritieken, samen met de tekst van de artikelen en de reactie en commentaren erop, zodat we duidelijk weten wat waar staat en we kunnen discussiëren op basis van het verdrag en de interpretatie van de teksten en niet op basis van allerlei beweringen. Voor mij is essentieel dat niet wordt geraakt aan wat in Europese richtlijnen is vastgelegd. Daar zit een groot stuk internetvrijheid in. Volgens sommigen zelfs te veel internetvrijheid, zodat we daarmee grote moeilijkheden kunnen krijgen. Het parlement vindt dat het internet vrij moet zijn, maar tegelijkertijd krijgen we elke drie maanden een voorstel om een bepaald punt ervan te controleren, van kinderporno tot het beeld van vrouwen in reclames. Ik moet dan telkens antwoorden dat dat niet gaat. Een internetprovider is daarvoor niet verantwoordelijk. Die belangrijke verwezenlijking van de Europese regelgeving moet beschermd blijven. Eind april zal de nota van mijn diensten klaar zijn en kunnen we echt een debat over de grond van de zaak voeren. Het Europees Hof zal het dossier sowieso nog aanvullen met een extra juridische analyse.

De voorzitter. - Met het organiseren van onze hoorzittingen wachten we dan ook het best tot de nota klaar is, dat is niet vroeger dan eind april.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor zijn uitgebreide antwoord. Het belangrijkste is inderdaad dat we zeker kunnen zijn dat iemand alles goed in het oog houdt en dat we niet verrast worden door een internationaal verdrag. Ik ken de minister goed genoeg om te weten dat als hij een grondig onderzoek vraagt, hij dat ook krijgt. Voor mij is dat het belangrijkste en we zullen op basis van dat rapport dan kijken of het parlement nog iets moet doen. Ik ben op dit moment echter wel gerust dat de minister de zaken ernstig bekijkt.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - Ook ik dank de minister voor zijn uitgebreide en zeer eerlijke antwoord. Het is goed dat hij het voortouw neemt om beter uit te zoeken wat er precies wel en niet in ACTA staat. Ik geef meteen eerlijk toe dat ik het verdrag zelf ook niet helemaal heb gelezen. Ik baseer me inderdaad op wat we horen. Wel vind ik het bizar dat de minister - en dat is geen persoonlijk verwijt aan zijn adres - samen met de diensten toegeeft dat we eigenlijk nog altijd niet exact weten wat erin staat.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee. - Mijn diensten zeggen dat zij het wel weten en zij hebben het verdrag ook gelezen, maar ik heb ze gevraagd het helemaal opnieuw te onderzoeken.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - Het blijft in elk geval een zeer bizarre gang van zaken. Het verdrag is wel ondertekend, maar de federale regering kent de volledige impact ervan nog altijd niet. Als je een beetje afstand neemt, dan kun je dat alleen maar vreemd vinden. Ik weet ook wel hoe dat gaat met dat soort zaken, maar ik dank de minister dat hij er verder aan zal werken. Ik dank ook de voorzitter. Het is zeker een goed idee om samen met de commissie van Buitenlandse Betrekkingen op dit punt uitgebreider in te gaan.