5-121COM

5-121COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 8 FÉVRIER 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la ministre de la Justice sur «les perquisitions au parquet d'Anvers» (no 5-1760)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - In de eerste week van januari gelastte de procureur-generaal van Antwerpen een huiszoeking in het kantoor van een substituut, belast met het onderzoek naar fraude in de diamantsector en bij de gespecialiseerde speurders van de federale politie. Blijkbaar is de procureur-generaal niet opgezet met de doortastende wijze waarop de substituut zijn opdrachten invult, opdrachten die zich uiteraard grotendeels richten op de belangrijke maar blijkbaar ook erg invloedrijke diamantsector. De huiszoeking zou gebaseerd zijn op een vermoeden van schriftvervalsing door de betrokken substituut.

Een brief van de procureur-generaal van enkele maanden geleden aan de procureur van Antwerpen en daarmee ook de rechtstreekse chef van de betrokken substituut, zegt hierover letterlijk het volgende: `Mijn ambt is werkelijk verontrust nopens de wijze waarop uw parket - in casu uw fiscaal substituut - de problematiek van de diamantsector meent te moeten aanpakken en behandelen. Dit getuigt niet van een doordachte aanpak, noch van enige realiteitszin en is blijkbaar het resultaat van een onverantwoorde hardleersheid van uw substituut'.

Deze gang van zaken betekent, zelfs voor de Belgische justitie die al oneindig veel smeuïge en onverkwikkelijke verhalen heeft verteerd, een ongekende blamage. In het volle licht van de mediaspotlights rollen enkele hoofdrolspelers in het drama van onze justitie elkaar ruig bevechtend over de straat.

Daarmee illustreren en bevestigen zij op schrijnende wijze het al zo afgebladderde beeld van onze rechtspraak en van de rechtsstaat. Het klinkt cynisch dat de rechterlijke macht die de politieke wereld vaak zo kritisch op de korrel neemt, zichzelf niet tegen dit soort uitschuivers kan beschermen. Daarmee pleit ik zeker niet voor doofpot- en andere operaties, integendeel, ik verwacht ook over dit soort wrevels alle openheid. In deze fase gaat het echter niet over openbaarheid van bestuur, wel over onfrisse en ongrijpbare intriges. Deze feiten verwekken dan ook allerlei hypotheses, waarbij de diamantsector - die al decennialang geconfronteerd wordt met aantijgingen van gesjoemel en uitbuiting, denken we maar aan de bloeddiamanten - nog meer argwaan oogst.

Hoe apprecieert en evalueert de minister deze gebeurtenissen, waarbij interne afrekeningen bij het Antwerpse parket publiekelijk worden uitgevochten en daardoor tal van argwanende hypotheses opwekken? Over welke instrumenten en mogelijkheden beschikt ze om zulke feiten te voorkomen of om ze bij acute spanningen op een meer tactvolle en beheerste wijze te laten ontwikkelen? Wie is hier verantwoordelijk voor het feit dat onze justitie - toch een hoeksteen van onze democratie en rechtsstaat - alweer in diskrediet wordt gebracht?

Zal de minister kordaat, streng en doelgericht optreden en de actoren die in dit verhaal blijk gaven van een onbeheerst gedrag bestraffen? Vindt ze het niet hoogst dringend om met het college van procureurs-generaal een dwingende gedragscode af te spreken, zodat vergelijkbare debacles in de toekomst worden voorkomen? Wat is er sinds begin januari gedaan om dergelijke zaken te voorkomen? Hebt u de betrokkenen in dat verband op het matje geroepen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - De Procureur-generaal van Antwerpen heeft met betrekking tot dit dossier een gerechtelijk onderzoek gevorderd omdat hij vermoedde dat het dossier van het opsporingsonderzoek meerdere onregelmatigheden zou kunnen bevatten, die nadien aanleiding zouden kunnen geven tot problemen wegens procedurefouten.

Omdat het hier om een opsporingsonderzoek gaat, is er maar één mogelijkheid om de juridische onduidelijkheid uit te klaren, namelijk het vorderen van een gerechtelijk onderzoek van het opsporingsonderzoek. Wanneer men al in een gerechtelijk onderzoek zit, kan de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) bepaalde fasen van het onderzoek uitklaren, maar bij een opsporingsonderzoek is dat niet het geval. Vandaar deze toch wel uiterst ongebruikelijke manier van werken, die evenwel de enige manier was om dit belangrijk dossier, waarin men mogelijks een grote fraudezaak op het spoor is, tot een goed einde te brengen.

De opening van een gerechtelijk onderzoek door een raadsheer- onderzoeksrechter à charge en à décharge kadert niet in de sfeer van interne afrekeningen, maar wel in het duiden van onregelmatigheden en het herstellen van volledige transparantie in het belang van de rechten van alle betrokkenen en uiteraard van de Staat.

Nu dient het resultaat van het gerechtelijk onderzoek te worden afgewacht. Ik heb de Hoge Raad voor de Justitie tevens gevraagd zich te buigen over de interne relaties tussen het parket en het parket-generaal om op elk vlak openheid en sereniteit te garanderen, zeker als het om zulke grote dossiers gaat. In de toekomst moeten situaties als deze zoveel mogelijk voorkomen worden.

Ik heb onmiddellijk na de in de media ontstane commotie samengezeten met de procureur-generaal en de procureur. Uit dat gesprek bleek dat zowel het parket-generaal als het parket in Antwerpen steeds dezelfde visie hebben gehad omtrent financiële fraude. Grootscheepse fraude is onder geen enkel beding aanvaardbaar wegens de grote maatschappelijke en economische schade die dit teweegbrengt. Mocht in een gerechtelijk onderzoek blijken dat bepaalde documenten op een andere manier verkregen moesten worden, dan kan dat alsnog hersteld worden, zonder dat het dossier op zich in het gedrang komt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik waardeer uw antwoord en ik begrijp dat u olie op de golven wilt gooien en geen olie op het vuur. Uw antwoord komt evenwel een beetje ongeloofwaardig over. Het is juist dat dit een ongebruikelijke procedure is en het zal wel zo zijn dat de KI hier niet rechtstreeks kan ingrijpen omdat het om een opsporingsonderzoek gaat. Maar doen alsof de procureur-generaal met zijn poging om erger te voorkomen of om straffeloosheid te voorkomen, enkel dit instrument voorhanden zou hebben gehad om de substituut of de procureur des Konings te wijzen op mogelijke onregelmatigheden, is niet geloofwaardig. Hij had bijvoorbeeld ook telefonisch contact kunnen opnemen, maar een huiszoeking organiseren is ongezien en een vorm van intimidatie.

Het feit dat dit bovendien gepaard gaat met een mediashow - die in justitie jammer genoeg steeds vaker voorkomt - versterkt alleen het beeld dat het hier gaat om een poging tot het monddood maken van een parketmagistraat. Dat lijkt me bijzonder gevaarlijk en zeer ernstig. Ik begrijp dat u hier een sussende taal spreekt, maar ik hoop dat u er eigenlijk even verontwaardigd over bent als ik en dat u achter de schermen deze vorm van intimidatie krachtdadig wilt aanpakken. Ik ga ervan uit dat u dat ook effectief doet.

U wekt hier de indruk dat er geen probleem is, maar dat is er wel, want onze justitie heeft hier ernstige averij door opgelopen en ik hoop dat alles in het werk wordt gesteld om over te gaan tot een diepgaand onderzoek, want nu heeft iedereen de indruk dat machtige mensen de hand boven het hoofd wordt gehouden. Dat is nefast voor de geloofwaardigheid van ons allen.