5-120COM

5-120COM

Commission des Affaires sociales

Annales

MERCREDI 8 FÉVRIER 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au secrétaire d'État aux Affaires sociales, aux Familles et aux Personnes handicapées sur «le nombre de travailleurs en incapacité de travail de longue durée» (no 5-1826)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De staatssecretaris stelt in zijn beleidsnota vast dat het aantal werknemers dat door een langdurige ziekte arbeidsongeschikt wordt, gestaag maar opvallend toeneemt. In 2010 betaalde de ziekteverzekering aan 270 000 mensen een uitkering als invalide. Daarmee nadert België de kaap van de 300 000.

Een analyse van de cijfers wijst in een aantal richtingen. Ten eerste, de verhoging van de pensioenleeftijd bij vrouwen. Werknemers die zich niet meer arbeidsbekwaam voelen, worden vaak ziek of ziek verklaard. Ten tweede, een hoog aantal mannen met een arbeidersstatuut dat nogal eens hoge fysieke eisen stelt. Ten derde, een significante correlatie met het opleidings- en aanwervingsniveau. Laagopgeleide mensen kennen tot 25 gezondheidsjaren minder. Vaak gaat hun gezondheid rond hun vijftigste beduidend achteruit. Ten vierde, een algemene stijging van het aantal mentale aandoeningen. Depressies en aanverwante ziekten veroorzaken steeds meer langdurige afwezigheden. Ten vijfde, mensen met een arbeidshandicap hebben het beduidend moeilijker om een baan te vinden omdat werkgevers wantrouwig zijn en veel afwezigheid vrezen.

Experts stellen dat de wetgeving niet stimulerend werkt en de indruk wekt dat het gemakkelijker is arbeidsgehandicapte mensen een vergoeding te geven dan ze weer aan het werk te zetten.

Met welke concrete maatregelen zal de staatssecretaris de onrustbarende aangroei van het aantal langdurig werkonbekwame werknemers counteren? Welke meetbare doelstellingen stelt hij daarbij voorop en binnen welke termijn? Hoe en wanneer zal hij de sociale wetgeving aanpassen, zodat reactivering een meer valabel alternatief wordt voor vergoedingen? Welke prioritaire aandacht zal de staatssecretaris toekennen aan het sterk toenemende fenomeen van de mentale aandoeningen?

Hoe zal hij de almaar groeiende werkdruk tegengaan? Zal hij daarvoor overleg plegen met zijn collega van Werk? Welke voorstellen zal hij dienaangaande formuleren?

Hoe zal de staatssecretaris in zijn specifieke beleidsterreinen bijdragen aan de verkleining van de kloof tussen laag- en hoogopgeleide werknemers?

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's. - De sociale partners en de verzekeringsinstellingen bestuderen binnen het RIZIV verschillende denksporen op het vlak van de sociaal-professionele re-integratie, de verbetering van de kwaliteit van de medische beoordeling teneinde de oorzaken van de arbeidsongeschiktheid in kaart te brengen en de preventie van arbeidsongeschiktheid in de samenleving en op de werkvloer.

Arbeidsongeschiktheid is een complex verschijnsel dat van verschillende factoren afhangt. Er is de algemene gezondheid van de bevolking en de verbetering van het welzijn op het werk. Dankzij de sociaal-professionele re-integratie kan het aantal arbeidsongeschikte gerechtigden effectief worden beïnvloed. In eerste instantie en vooral door de preventie en door de vroegtijdige opsporing van ziekten zullen concrete maatregelen kunnen worden genomen. Dat kan onder meer door een betere samenwerking met de behandelende geneesheren en de bedrijfsartsen. Het is een van de denksporen binnen het RIZIV.

Op de tweede vraag kan ik alleen antwoorden dat het moeilijk is om de gevolgen te meten.

Enerzijds beschikken we niet over voldoende elementen met betrekking tot de maatregelen die werden genomen ter bevordering van de werkhervatting. Anderzijds is voor een omslag binnen de arbeidsongeschiktheid vereist dat veel algemenere verschijnselen worden beheerst, zoals de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en de behandeling van maatschappelijke ziektes, zoals de psychische ziektes en musculoskeletale problemen.

In de wetsontwerpen die de regering in het parlement zal indienen, zal ik een aantal maatregelen voorstellen voor de herwaardering van de beroepsherscholing van sociaal verzekerden voor de vereenvoudiging van de procedures van deeltijdse werkhervatting.

Wat de mentale aandoeningen betreft, proberen we op de eerste plaats het verschijnsel beter te beheersen. Het RIZIV neemt momenteel deel aan een belangrijk studieproject, onder leiding van de OESO. Het is de bedoeling dat de lidstaten de oorzaken en de gevolgen van de toename van de mentale problemen analyseren, evenals hun impact op de systemen voor de vergoeding van arbeidsongeschiktheid. Hoe vreemd het ook mag klinken, het onderwerp is nog maar weinig vanuit die invalshoek bestudeerd. Na afloop van het project wordt een rapport met aanbevelingen opgesteld. Op basis van de conclusies wil ik een discussie op gang brengen met alle betrokken actoren: de werkgevers, de vakbonden, de ziekenfondsen en de overheden.

De werkdruk is inderdaad een bevoegdheid van mijn collega van Werk. Ik zal daarover binnenkort met haar overleg plegen. De FOD Werkgelegenheid en Arbeid en het RIZIV hebben trouwens reeds initiatieven genomen om een samenwerking op dat domein op gang te brengen.

Ten slotte kan de opleidingskloof alleen worden weggewerkt door de opleiding en de re-integratie te bevorderen. Ik maak hier samen met het RIZIV werk van in het kader van de overeenkomst die met de VDAB werd gesloten en in Wallonië met de FOREM en de AWIPH zal worden gesloten.

Alleen door sociaal verzekerden wier gezondheidstoestand dat toelaat ertoe aan te zetten opleidingen te volgen kan het probleem worden opgelost. Sinds enkele jaren stijgen de cijfers vrij sterk. Voormelde maatregelen moeten het mogelijk maken het aantal opleidingen dat door arbeidsongeschikte verzekerden wordt gevolgd, te verhogen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Uit het antwoord leid ik af dat de staatssecretaris de onrustwekkende stijging van het aantal beroepsonbekwame personen ernstig neemt en wil aanpakken.

Niet alleen de werkdruk, maar ook de mentale aandoeningen vormen een probleem. Ook bij jongeren nemen de mentale en psychische aandoeningen toe. Dat zegt veel over onze samenleving en de druk die ze oplegt en die sommigen niet meer aankunnen.

Het verbaast me niet dat de staatssecretaris zegt dat er weinig onderzoek bestaat op dat terrein. Het zou hem sieren mocht hij een kentering kunnen realiseren om het probleem te kunnen aanpakken.

In onze samenleving worden mensen te vaak alleen op hun werk, hoe belangrijk ook, beoordeeld. Het behoort tot de taken van de staatssecretaris mensen die uit de boot vallen, sociaal weer te integreren.