5-114COM | 5-114COM |
De heer Luc Sevenhans (N-VA). - Eind vorig jaar is het programma van militair partnerschap tussen Benin en België een paar keer in de media gekomen toen de Ministerraad besliste een C-130 in te zetten bij de training van de Beninse para's. Het militair partnerschap bestaat sinds 1999 en heeft geregeld tot vrij goede contacten tussen beide landen geleid. Het partnerschap is vooral ingegeven door strategische redenen en in 1999 was Benin op dat punt de meest geschikte partner.
Hoeveel Belgische militairen hebben sinds de start van het programma al in Benin getraind? Welke eenheden van de Belgische krijgsmacht beschikken op het ogenblik over expertise in oorlogsvoering in tropische omstandigheden, uiteraard opgedaan in Benin?
Bestaan er alternatieven voor deze trainingen?
Hoeveel inkomsten haalt Defensie uit de verkoop van materieel en ondersteuning aan het Beninse leger? Over welk materieel gaat het dan vooral? Ik begrijp dat hier gevoelige informatie bij zit en ik wil zeker geen inbreuk doen op de geheimhouding daarvan. Ik wil graag informatie over wat iedereen mag weten en de rest kan dan misschien in een andere commissievergadering aan bod komen.
Ik weet dat Defensie al heeft bekeken of Benin nog altijd de beste keuze is. Wat is het huidige standpunt daarover?
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik ken de betrokkenheid van de heer Sevenhans bij het partnerschap met Benin en zijn positieve en wel eens kritische standpunten in dat verband.
Sinds de inwerkingtreding van het Programme Partenariat Militaire, het PPM, in 1999 hebben ongeveer 3500 Belgische militairen in Benin deelgenomen aan trainingsactiviteiten en vormingen. De voornaamste eenheden van Defensie die tot nog toe operaties in tropische omstandigheden uitvoerden en daardoor over enige Afrika-expertise beschikken, zijn de eenheden van de Light Brigade en de Genie voor de Landcomponent, de 15e Wing Luchttransport van de Luchtcomponent en het logistiek steunschip Godetia van de Marinecomponent.
Dankzij de goede contacten met Benin kunnen de verschillende capaciteiten van Defensie op een autonome basis trainen. In het kader van de opleidingen die Defensie in landen rond de evenaar verzorgt, doen de Belgische militairen bovendien ervaring op in leven en werken in tropische omstandigheden. Bijgevolg is er tot nu toe geen noodzaak geweest om alternatieven voor training in tropische omstandigheden te zoeken.
Voor de maritime capacity building en de regionale kustwachtbeveiliging is een degelijke praktische ondersteuning in opleiding en training enkel mogelijk in situ. De diverse Beninse walinstanties - hoofdkwartier, havenautoriteiten, kustwachtinstelling - dienen namelijk betrokken te worden bij de veiligheidsprocedures en de maritieme beeldopbouw, de bestrijding van de piraterij en de illegale handel.
De totale inkomsten van Defensie uit de verkoop van materieel aan Benin bedragen 3 718 275 euro. Defensie verkocht aan Benin hoofdzakelijk pantservoertuigen M113, vrachtwagens Man en Volvo en helikopters A-109.
Dankzij de steun van Defensie heeft in het bijzonder Benin de kans gekregen actief deel te nemen aan vredesondersteunende operaties van de Verenigde Naties in Ivoorkust en in de Democratische Republiek Congo.
Deze aanpak heeft in verschillende domeinen positieve resultaten opgeleverd. Zo is Benin in staat deze opdrachten autonoom uit te voeren.
De heer Luc Sevenhans (N-VA). - Ik dank de minister voor het uitgebreide antwoord. Eén ding heeft hij over het hoofd gezien, namelijk de vraag of er alternatieven zijn. Hebben we gelijkaardige trainingsmogelijkheden in de omgeving of kunnen we simulaties doen?
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Andere trainingsmogelijkheden zijn niet uitgesloten. Amper vier jaar geleden waren we bijvoorbeeld nog betrokken bij een operatie in het zuiden van de republiek Tsjaad die uitging van bepaalde landen van de Europese Unie. We proberen de trainingen wel in één land te concentreren. Voor trainingen in evacuaties zijn er goede contacten met andere landen, maar Benin is een platform waarin ver voor mijn tijd werd geïnvesteerd en waaruit ik de meerwaarde tracht te halen. Er is geen indicatie dat we redenen hebben om die samenwerking anders te bekijken, al kunnen we zeker kanttekeningen maken.