5-37

5-37

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 1er DÉCEMBRE 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Inge Faes au ministre de la Justice sur «la consommation de drogue en prison» (no 5-319)

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Dit weekend werden we opschrikt door een sterfgeval in de gevangenis van Jamioulx. Een jonge gedetineerde stierf er ten gevolge van een overdosis. Spijtig genoeg is dit geen alleenstaand geval. Met de regelmaat van de klok bereiken ons berichten over drugsgebruik in Belgische gevangenissen, al dan niet met dodelijk gevolg.

Verdovende middelen zijn helaas goed ingeburgerd onder de gevangenen. Dat bleek ook uit een onderzoek dat in 2009 werd verricht door de vzw Modus Vivendi, de Dienst Gezondheidszorg Gevangenissen van de Federale Overheidsdienst Justitie en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid. Volgens die studie gebruikt minimaal één gedetineerde op drie drugs in de gevangenis. Het gaat vooral om cannabis, maar ook om heroïne.

Uit dat onderzoek blijkt ook dat 10,9 procent van de gedetineerden al slachtoffer is geweest van `druggerelateerd geweld', zoals afpersing of bedreiging. Bijna 30 procent zegt problemen te hebben ervaren door drugsgebruik van anderen. Bovendien komt ruim één op de drie drugsgebruikers in de gevangenis voor het eerst met drugs in contact.

De cijfers van 2009 zijn frappant, zeker als blijkt, zoals dit weekend in de gevangenis van Jamioulx, dat ook nu nog mensen in onze gevangenissen sterven als gevolg van een overdosis drugs.

Maatregelen, zoals het fouilleren van gevangenen na een bezoek, helpen blijkbaar niet, aangezien de lichaamsopeningen enkel in aanwezigheid van een wetsdokter mogen gecontroleerd worden. Ook een initiatief zoals de lokale stuurgroep Drugs, die in de gevangenis van Jamioulx, samen met lokale partners van de regio Charleroi en vrijwillige gedetineerden, het drugsprobleem probeert aan te pakken, slaagt er niet in om de drugsproblematiek in deze gevangenis te keren.

Het kan niet de bedoeling zijn dat er drugs wordt gebruikt in de gevangenissen, laat staan dat er mensen sterven door drugsgebruik binnen een penitentiaire instelling. Welke maatregelen heeft u genomen naar aanleiding van de gebeurtenissen in Jamioulx? Hoe evalueert u de maatregelen van uw diensten tegen drugsgebruik- en smokkel?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Drugs zijn een groot probleem in de gevangenissen, net zoals ze een belangrijk probleem in de maatschappij vormen. De strijd duurt voort. Er moet blijvend worden gezocht naar een efficiënte aanpak. Het drugsprobleem, ook binnen de gevangenissen, was een aandachtspunt in het beleid van de voorbije jaren.

De aanpak is preventief en repressief. Er worden in de gevangenissen zowel op systematische wijze als naar aanleiding van tips of verdachte handelingen controles uitgevoerd. Zo worden gedetineerden na ieder bezoek gefouilleerd, worden de cellen periodiek gecontroleerd en wordt in de gevangenissen geregeld, in samenwerking met de politie, een zoekactie met drugshonden uitgevoerd. Wanneer iemand op het bezit of de verhandeling van drugs wordt betrapt, wordt disciplinair opgetreden en wordt bij het parket aangifte gedaan. Om dat zo optimaal mogelijk te laten verlopen, werd de samenwerking tussen politie, parket en gevangenisdirectie geregeld in een dubbele rondzendbrief van 6 februari 2009: enerzijds een rondzendbrief van de minister, anderzijds één van het College van Procureurs-generaal. Die rondzendbrief bepaalt de manier waarop de gevangenisdirectie moet optreden bij de ontdekking van gebruik, bezit of verhandeling van drugs. De richtlijn bepaalt eveneens hoe informatie tussen het openbaar ministerie en de gevangenisdirectie wordt uitgewisseld en hoe tussen de gevangenisdirectie, de politie en het parket overleg moet worden gepleegd.

Naast de systematische controles werd veel aandacht besteed aan de preventie en de voorlichting. Ook de Gemeenschappen werden aangesproken, want zij hebben een belangrijke opdracht in deze problematiek. Zij komen tussen via de gespecialiseerde organismen die door hen worden gesubsidieerd.

De samenwerking met de gespecialiseerde instanties op het gebied van drugshulpverlening werd verbreed. Niet alleen Justitie, maar ook de Gemeenschappen moeten alles in het werk stellen en in middelen voorzien in de strijd tegen dit fenomeen.

Ook therapeutische behandelingen van drugsgebruikers intra muros is van belang. In sommige gevangenissen lopen er al sinds lang therapeutische programma's, zoals het B-Leave-project in Ruiselede, een combinatie van arbeid op de boerderij, sport en therapie. Tijdens de duur van dat acht maanden durende programma onderwerpen de deelnemers zich vrijwillig aan regelmatige controles.

In de gevangenis van Brugge werd eind 2009 een drugsvrije afdeling geopend. Het gold als proefproject. De resultaten zijn positief. Het project kan dus worden uitgebreid. Daarnaast is er het Centraal Aanmeldingspunt Drugs, een proefproject dat al enige tijd loopt in de gevangenissen in Vlaanderen.

Ook in Franstalig België komt eenzelfde beweging op gang: `Les points de contact d'orientation et d'accompagnement pour détenus usagers de drogue', de zogenaamde PCOA, zijn contactpunten voor de oriëntering en de begeleiding van gedetineerde drugsgebruikers en worden door een lokale stuurgroep geleid. Er is ook gestart met een proefproject voor kortdurende groepstherapie voor gedetineerden met een drugsproblematiek. De therapie benadert de drugsverslaving cognitief-gedragsmatig. Ze is in volle ontwikkeling en ligt dicht bij methodes die worden gebruikt in Groot-Brittannië.

Tot slot verwijs ik naar de `Opérations boule de neige' in verschillende Franstalige gevangenissen en het preventieproject `Prévenez-vous !' in Verviers, waarbij men tracht te verhinderen dat gedetineerden in de gevangenis met drugs in contact komen.

Het probleem is complex. Er bestaan tal van initiatieven. Hopelijk helpen de richtlijnen van 2009 de cijfers ter zake te drukken, zodat we betere resultaten kunnen voorleggen dan in het verleden.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Ik dank de minister voor zijn antwoord.

Ik weet dat in Brugge de drugsvrije afdeling een enorm succes kent en dat kandidaten zich moeten inschrijven op een wachtlijst. Ook het project in Ruiselede is dankzij de inspanning van de mensen ter plaatse zeer succesvol.

Hopelijk gaat het in de toekomst de goede richting uit. We zullen dat op gezette tijden evalueren, zij het dan misschien met een nieuwe minister.