5-105COM

5-105COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MERCREDI 23 NOVEMBRE 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «la protestation de la Belgique auprès de l'Arabie saoudite lors de l'arrestation de conductrices» (no 5-1188)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Reeds eerder ondervroeg ik de minister over het ronduit dictatoriale en op gebied van mensenrechten onwaardige regime in Saudi-Arabië. De antwoorden op die vragen zijn steeds erg dubbelzinnig. Het is onmogelijk om die feodale toestanden te ontkennen, maar omdat Saudi-Arabië zich altijd als een hondstrouwe, loyale en dus vooral voor het Westen vriendelijke bondgenoot profileert, worden al die euvels vaak geminimaliseerd en met een ruime mantel der liefde bedekt. Dat is een groot verschil met de houding tegenover andere, soms minder autocratische regimes, die we dan massaal veroordelen en zelfs, overigens terecht, uitsluiten.

Recent berichtten de media uitgebreid over de activiteiten van de Saudi-Arabische religieuze politie. Die politie startte een offensief van arrestaties tegen de vrouwelijke autobestuurders, want in Saudi-Arabië mogen vrouwen geen rijbewijs halen. Los van die onaanvaardbare discriminatie - die op zich moeilijk met de islam kan worden gestaafd - is het verbod op vrouwelijke chauffeurs een schrijnend voorbeeld van de tragische, vaak absurde wijze waarop Saudi-Arabië wordt geregeerd.

Veroordeelt de minister het verbod voor vrouwen om een rijbewijs te halen als een vorm van ontoelaatbare discriminatie en een wetgeving die niet past bij een democratische staat? Beschouwt de minister een dergelijke wet als een exponent van autocratie en feodaliteit, die onaanvaardbaar is voor een rechtsstaat? Wil hij daarom elk regime dat dergelijke wetgeving ostentatief toepast, dus ook en nadrukkelijk Saudi-Arabië, formeel daarop wijzen? Zal de minister de Saudi-Arabische ambassadeur convoceren en hem - de ambassadeur zal wel geen vrouw zijn - die veroordeling namens ons land meedelen? Of zal ook ditmaal alles met de mantel der liefde worden bedekt?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - Zoals de heer Anciaux aangeeft, heb ik al eerder geantwoord op vragen over de situatie van de mensenrechten in Saudi-Arabië. Uiteraard ben ik het niet eens met het verbod voor vrouwen om een rijbewijs te behalen.

Op basis van de contacten die mijn diensten hebben met vrouwen- en mensenrechtenorganisaties blijf ik van mening dat een confronterende aanpak niet de beste manier is om de vrouwenrechten in Saudi-Arabië te bevorderen. De geschiedenis toont aan dat een goed idee nooit kan worden tegengehouden en dat een slecht idee altijd door de geschiedenis wordt ingehaald.

Na iets meer dan vijfhonderd dagen van lopende zaken lijkt het mij niet raadzaam dat ik als Belgisch minister van Buitenlandse Zaken de ambassadeur van Saudi-Arabië zou convoceren om het verbod voor vrouwen om een rijbewijs te behalen aan te kaarten. Mijn standpunt heb ik in het begin van mijn antwoord voldoende duidelijk gemaakt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De minister weet dat ik zijn aanpak overwegend positief vind. In dit dossier heb ik echter mijn twijfels. De minister kan de situatie uiteraard beter inschatten dan ikzelf en ik weet ook wel dat Saudi-Arabië niet staat te trillen en te beven als iemand in België een veroordeling uitspreekt.

We mogen echter niet de indruk wekken dat we de kwestie niet belangrijk vinden. Het gaat om meer dan het rijverbod voor vrouwen; de samenleving zou er overigens anders uitzien als heel de bevolking een rijverbod zou krijgen opgelegd. Wat niet kan, is een discriminatie die enkel gebaseerd is op het geslacht. Daarvan zijn in Saudi-Arabië talrijke voorbeelden: vrouwen worden in dat land op honderdeneen manieren gediscrimineerd.

Een ander probleem is de situatie van de honderdduizenden buitenlanders die in Saudi-Arabië tegen een hongerloon moeten werken alsof het bijna slaven zijn. Zij moeten het land draaiende houden voor een hele kleine kaste van zeer rijke Saudi's.

Het stoort mij dat machtige landen altijd de dans ontspringen. Ik kan mij niet inbeelden dat de minister mijn verontwaardiging niet deelt. Iemand moet echter dat onrecht aanklagen. Een minister van Buitenlandse Zaken is ook het geweten van een land tegenover het buitenland. Minister Vanackere vervult die rol regelmatig, en voor een aantal thema's zelfs bijzonder goed. Ik hoop dat minstens op het niveau van de Europese Unie op een ernstige manier wordt nagedacht over de toekomst van de betrekkingen met Saudi-Arabië. In de hele Arabische wereld scharen we ons - terecht - aan de kant van het volk, behalve in dat land, enkel en alleen omdat de economische belangen van het Westen er zo groot zijn.

Ik weiger dat te aanvaarden en ik neem aan dat de minister dat ook niet doet. Ik moet en zal die kwestie blijven aanklagen. Ik hoop dat minister Vanackere het probleem - desnoods in alle stilte - op Europees niveau aankaart.