5-1366/1 | 5-1366/1 |
25 NOVEMBER 2011
Tussen 2000 en vandaag groeide het aantal treinreizigers met meer dan 50 %, een absoluut record in Europa. In 2010 maakten 215 miljoen reizigers gebruik van het treinaanbod. Vanuit steden als Oudenaarde, Brugge, Zottegem, Gent en Oostende realiseert de NMBS vandaag een marktaandeel van ongeveer 70 % in het woon-werkverkeer naar Brussel.
De financiële toestand van de NMBS-Groep oogt vandaag veel minder rooskleurig en zet reizigers, personeel en overheid aan tot grote bezorgdheid.
Tijdens de hoorzitting met de gedelegeerd bestuurders van de NMBS-Groep op 7 juni 2011 in de gezamenlijke Kamercommissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en de Overheidsbedrijven en de Senaatscommissie Financiën en Economische Aangelegenheden bleek dat de NMBS-Groep de voorbije jaren onder invloed van de economische crisis zware operationele verliezen (EBIT) laat noteren, en dit zowel voor de goederenactiviteiten als voor de openbare dienst : -788,1 miljoen euro in 2009 en -725,4 miljoen euro in 2010.
Het geconsolideerd netto resultaat van de NMBS- Groep bedroeg -205 miljoen euro in 2009 en -183 miljoen euro in 2010.
Deze gevoelige verslechtering van het resultaat ging ook gepaard met een verdere stijging van de schuldgraad. Tussen begin 2005, het jaar waarin de Belgische Staat de schulden van de NMBS overnam voor een bedrag van 7,4 miljard euro, en 2010 zijn de schulden van de NMBS-Groep opnieuw met 50 % toegenomen tot 3,08 miljard euro. De stijging van de schuld werd voor 640 miljoen euro veroorzaakt door de financiële inspanning die de NMBS-Groep leverde aan de gezondmaking van de federale begroting. In 2010 bleef de beheerscontract schuld verder toenemen, hoofdzakelijk als gevolg van het exploitatieverlies van de Groep.
Nochtans werd in artikel 88 van het beheerscontract 2008-2012 tussen de Belgische Staat en B-Holding als verantwoordelijke voor het schuldbeheer afgesproken dat de geconsolideerde netto financiële schuld op het niveau van de NMBS-Groep gestabiliseerd wordt op het niveau van juni 2008, en vanaf dan niet langer meer mag aangroeien.
Tijdens de hoorzittingen op 7 juni 2011 bleek dat de NMBS-Groep een positieve cashflow moet realiseren van minimaal 150 miljoen euro om de financiële schuld te stabiliseren en een aanvang te nemen met schuldafbouw.
De weg naar een financieel herstel wordt een moeilijke maar noodzakelijke opdracht, waarbij zowel de NMBS-Groep als de Staat als aandeelhouder hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.
Voor de Belgische Staat betekent dit dat ze in de nieuwe beheersovereenkomsten duidelijk definieert hoe de universele openbare dienstverlening (haltes, stopplaatsen, frequenties) er moet uitzien op de Belgische spoorwegmarkt, en welke dotatie de entiteiten van de NMBS-Groep voor hun opdrachten van openbare dienst ontvangen.
De NMBS-Groep van haar kant moet er naar streven om deze opdrachten te realiseren met een zo efficiënt mogelijke inzet van haar productiefactoren, afgestemd op de wensen van de klanten en anticiperend op de evolutie naar een concurrentiële en interoperabele Europese spoorwegmarkt.
Maar de Belgische Staat heeft nog een andere belangrijke opdracht als het haar menens is om het resultaat van de NMBS-Groep structureel te verbeteren : als wetgever moet hij een stabiel juridisch kader scheppen waarbinnen de NMBS-Groep voldoende bewegingsruimte heeft om de inzet van haar productiemiddelen te optimaliseren en haar kosten beter te beheersen.
Het wettelijk verankerde « historische personeelsstatuut » vormt hierin een belangrijk obstakel. De statutaire tewerkstelling van het personeel van de NMBS-Groep is historisch gegroeid maar werkt vandaag contraproductief en is niet langer te verantwoorden, rekening houdend met de gewijzigde marktomstandigheden.
Begin 2008 concludeerde het Berger-rapport over de samenwerking tussen de entiteiten van de NMBS al dat « de human resources (HR)-problemen waarmee de NMBS-Groep geconfronteerd wordt veroorzaakt worden door de starheid van de regelgeving vervat in het statuut van de personeelsreglementering. De te trage aanpassing van de reglementering leidt tot een personeelsbeleid dat te weinig afgestemd is op de noden van de entiteiten ».
Als gevolg van de opeenvolgende Europese « spoorpakketten », die als doel hebben het aandeel van het spoor in het personen- en goederenvervoer op te krikken, zijn de markten voor zowel het goederenvervoer als het internationaal reizigersvervoer per spoor vandaag volledig blootgesteld aan vrije concurrentie. Vandaag gaan er op Europees niveau in het kader van de actualisatie van deze spoorpakketten, de zogenaamde « RECAST », ook al stemmen op om het binnenlands reizigersvervoer per spoor te liberaliseren tegen 2017.
Dat de statutaire tewerkstelling een zware hypotheek legt op de operationele slagvaardigheid van de NMBS-Groep in het licht van deze Europese ontwikkelingen werd al pijnlijk geïllustreerd door de financiële problemen bij B-Cargo, de voormalige goederendivisie van de NMBS.
Aan het herstructureringsplan dat als doel heeft om NMBS Logistics te transformeren tot een concurrentiële privéonderneming op de vrijgemaakte goederenmarkt per spoor is een « one time, last time » staatssteun gekoppeld van in totaal 355 miljoen euro, inclusief historische verliezen.
Uit de hoorzitting op 7 juni 2011 bleek dat er binnen dit bedrag maximaal 90 miljoen euro zal uitgetrokken worden ter compensatie van het verschil in HR regels tussen statutair personeel en marktcondities, de zogenaamde « delta to market », voor een periode van maximum tien jaar, tot zich de mogelijkheid voordoet om contractueel personeel aan te werven.
Dit wetsvoorstel heeft als doel om de NMBS en Infrabel meer bewegingsruimte te geven in de structurele verbetering van hun exploitatieresultaten, specifiek door beide entiteiten autonoom bevoegd te maken voor het statuut van het personeel, rekening houdend met de toenemende concurrentie op de Belgische spoorwegmarkt, de afgesproken schuldstabilisatie in het beheerscontract 2008-2012 en de financiële doelstellingen van de NMBS-Groep.
De indieners benadrukken dat het niet de bedoeling is om afbreuk te doen aan de rechten inzake werkzekerheid, bezoldiging en pensioenen van de personeelsleden die vandaag tewerkgesteld zijn binnen de NMBS-Groep. Wel moet de Groep zich nu al voorbereiden op een mogelijke liberalisering van de markt voor het binnenlands reizigersvervoer in 2017. De geplande pensionering van ongeveer 40 % van het personeelsbestand van de NMBS groep binnen de tien jaar creëert een enorme opportuniteit om nieuwe personeelsleden beter aan te werven conform de marktvoorwaarden. Dit moet de NMBS en Infrabel toelaten om hun productiviteit op peil te blijven houden bij gewijzigde marktomstandigheden, zodat de continuïteit van de openbare dienst kan verzekerd blijven.
Artikel 2 wijzigt de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische overheidsbedrijven zodat Infrabel autonoom bevoegd wordt voor de vaststelling van het statuut van het personeel, inclusief het syndicaal statuut, dat haar momenteel ter beschikking gesteld wordt door B-Holding.
Artikel 3 wijzigt de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische overheidsbedrijven zodat de NMBS autonoom bevoegd wordt voor de vaststelling van het statuut van het personeel, inclusief het syndicaal statuut, dat haar momenteel ter beschikking gesteld wordt door B-Holding.
| Guido DE PADT. | |
| Rik DAEMS. | |
| Nele LIJNEN. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet
Art. 2
In artikel 214, § 1, van de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische overheidsbedrijven worden de woorden « Het statuut van het personeel van de NMBS-Holding, met inbegrip van het syndicaal statuut, blijft van toepassing op dit personeel » vervangen door de woorden « De raad van bestuur stelt het statuut van het personeel vast op advies van het paritair comité, waarbij rekening wordt gehouden, voor wat de vertegenwoordigers van de personeelsorganisaties betreft, met hun vertegenwoordiging binnen de Nationale Arbeidsraad ».
Art. 3
In artikel 232, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « Het statuut van het personeel van de NMBS-Holding, met inbegrip van het syndicaal statuut, blijft van toepassing op dit personeel » vervangen door de woorden « De raad van bestuur stelt het statuut van het personeel vast op advies van het paritair comité, waarbij rekening gehouden wordt, voor wat de vertegenwoordigers van de personeelsorganisaties betreft, met hun vertegenwoordiging binnen de Nationale Arbeidsraad ».
Art. 4
Het statuut van het personeel bedoeld in de artikelen 2 en 3 dat van toepassing is op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing op het personeel dat reeds in dienst was op het ogenblik van haar inwerkingtreding.
7 november 2011.
| Guido DE PADT. | |
| Rik DAEMS. | |
| Nele LIJNEN. |