5-1266/1

5-1266/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

12 OKTOBER 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer teneinde de Koning de machtiging te geven om het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap als een overtreding van de derde graad aan te wijzen

(Ingediend door de heer Guido De Padt)


TOELICHTING


Parkeerplaatsen die voorbehouden zijn voor personen met een handicap worden steeds vaker ingepalmd door bestuurders die daar geen recht op hebben. In 2009 werden er 1 069 overtredingen meer vastgesteld dan in 2007 (36 093 overtredingen in 2009 in vergelijking met 35 024 overtredingen in 2007). Het gevolg is dat mensen die door een aandoening of een handicap slecht te been zijn steeds moeilijker een vrije parkeerplaats vinden nabij hun bestemming. De indiener van dit voorstel meent dat vanuit de overheid een sterk signaal moet komen tegen dergelijke inbreuken, vermits ze een deelname van mindervaliden aan het gemeenschapsleven in de weg staan.

Met de toekomstige introductie van parkeerkaarten met een hologram wordt alvast een eerste en belangrijke stap genomen. De huidige parkeerkaarten voor personen met een handicap zijn namelijk gemakkelijk te vervalsen. Tussen een geplastificeerde kleurenkopie en een échte parkeerkaart is er nauwelijks een verschil merkbaar. Uit onderzoek van mobiliteitsorganisatie Touring blijkt dat één kaart op de drie ten onrechte wordt gebruikt. Het gaat hierbij niet alleen om vervalste parkeerkaarten voor personen met een handicap, maar ook om kaarten die worden doorgegeven aan vrienden en familie. Het invoeren van beter beveiligde parkeerkaarten is dus slechts een deel van de oplossing.

Om het onrechtmatig gebruik van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap in te tomen, is ook een strengere bestraffing aangewezen. Momenteel wordt een overtreding inzake het parkeren op plaatsen voor gehandicapten als een overtreding van de tweede graad beschouwd. Gezien een inbreuk de integratie van mindervaliden in de samenleving verhindert, ijvert dit voorstel om ze als een overtreding van de derde graad te beschouwen. De onmiddellijke inning verhoogt dan van 100 naar 150 euro, de minnelijke schikking van 110 naar 160 euro en de geldboete voor de rechtbank van 110 tot 1 375 euro naar 220 tot 2 750 euro.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Dit artikel heeft als bedoeling om de Koning de bevoegdheid toe te kennen om het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap aan te wijzen als een overtreding van de derde graad in plaats van een overtreding van de tweede graad. Een gelijkstelling met overtredingen die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon is wenselijk, vermits we het hebben over een precaire en sociaal-gevoelige doelgroep.

Guido DE PADT.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 29, § 1, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, laatst gewijzigd bij de wet van 20 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in het tweede lid worden de woorden « en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap » ingevoegd tussen het woord « persoon » en het woord « bij »;

2º in het derde lid worden de woorden « en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap » opgeheven.

14 juli 2011.

Guido DE PADT.