5-1236/1 | 5-1236/1 |
29 SEPTEMBER 2011
In de huidige wetgeving kunnen zelfstandigen die ernstige hinder ondervinden ten gevolge van openbare werken aanspraak maken op een forfaitaire inkomenscompensatievergoeding van 70 euro per dag.
De huidige regeling houdt in dat zelfstandigen die gedurende minstens zeven dagen hun zaak moeten sluiten als gevolg van hinder door openbare werken een vergoeding krijgen van het Federaal Participatiefonds. Deze vergoeding bedraagt 70 euro per dag. Deze regeling is in het verleden meermaals versoepeld. De vergoeding werd verhoogd en de sluitingstermijn werd ingekort.
Volgens de indieners is het nodig over te gaan tot een verdere versoepeling en vereenvoudiging. Concreet wordt voorgesteld om ook zelfstandigen die niet sluiten een vergoeding van 70 euro toe te kennen. Ook zij verliezen immers klanten en dus ook inkomen. Dat inkomensverlies kan in sommige gevallen dramatisch zijn. Het is dus niet geoorloofd een onderscheid te maken tussen handelaars die hun zaak sluiten en zelfstandigen die dat niet doen. Bovendien kan deze versoepeling ook een stimulans betekenen voor alle aanwezige handelaars om hun zaak vooralsnog open te houden waardoor de negatieve impact van de openbare werken wellicht verder wordt beperkt.
Voor het overige blijft de procedure dezelfde. De zelfstandige in kwestie dient een attest aan te vragen waarin de gemeente in voorkomend geval bevestigt dat er sprake is van hinder. Vervolgens moet de zelfstandige een aanvraagformulier voor het verkrijgen van een vergoeding indienen bij het Participatiefonds dat het dossier onderzoekt en beslist of een vergoeding kan worden toegekend.
Omdat de huidige regeling gefinancierd wordt via een dotatie vanuit de algemene middelen aan het Participatiefonds, is het uiteraard noodzakelijk om deze te verhogen. De indieners geven er de voorkeur aan om deze verhoging te laten vastleggen door de regering, via een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.
| Rik DAEMS. | |
| Guido DE PADT. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 3 van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein, vervangen bij de wet van 22 december 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde dotatie verhogen. »
Art. 3
In artikel 5 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 2º worden de woorden « of sterk wordt gehinderd » ingevoegd tussen de woorden « nutteloos is » en de woorden « vanuit operationeel oogpunt »;
b) de bepaling onder 4º wordt opgeheven.
Art. 4
In artikel 7 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2008, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
« § 2. De zelfstandige verklaart op het in paragraaf 1 bedoeld aanvraagformulier voor de schadevergoeding dat de hinder tot gevolg heeft dat het geopend houden van de inrichting waarin hij werkt vanuit operationeel oogpunt gedurende minstens zeven kalenderdagen niet zinvol is of sterk wordt gehinderd.
De zelfstandige verklaart op het in paragraaf 1 bedoeld aanvraagformulier tot verlenging van de schadevergoeding dat de hinder tot gevolg heeft dat het geopend houden van de inrichting waarin hij werkt vanuit operationeel oogpunt niet zinvol is of sterk wordt gehinderd. »
Art. 5
In artikel 8, § 1, derde lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º de eerste zin wordt aangevuld met de woorden « of volgend op de datum vanaf wanneer het open houden van de inrichting sterk wordt gehinderd. »;
2º de tweede zin wordt aangevuld met de woorden « of gedurende dewelke het open houden van de inrichting sterk wordt gehinderd. »
Art. 6
In artikel 9 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 28 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden « het gesloten houden van deze inrichting niet langer verantwoordt » vervangen door de woorden « onvoldoende is voor het toekennen van de vergoeding »;
2º paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 7
Deze wet treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
31 mei 2011.
| Rik DAEMS. | |
| Guido DE PADT. |