5-92COM | 5-92COM |
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Het zal niemand verbazen dat mijn drie vragen over de telecomsector in de eerste plaats bedoeld waren om mijn standpunten duidelijk te maken in de discussie over de verbrekingsvergoeding voor telecomcontracten. Ik kan kort zijn, aangezien het wetsvoorstel dat nu op tafel ligt veel beter is dan wat oorspronkelijk circuleerde.
Na hoeveel tijd wordt een telecomcontract gemiddeld opgezegd? Heeft de minister daar cijfers over?
Hoeveel bedraagt op het ogenblik de gemiddelde verbrekingsvergoeding?
De regering stelt voor om na zes maanden elk contract, van bepaalde en onbepaalde duur, onmiddellijk opzegbaar te maken, zonder enige vergoeding. Is dat compatibel met de Europese richtlijn? Ik dacht dat de richtlijn operatoren een minimumtermijn van ongeveer een jaar gunt.
Ik meen dat u voorstelt om contracten tot maximaal twee jaar mogelijk te maken en dat binnen de contracten uw algemene regel wordt toegepast.
De heer Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. - Over de eerste twee vragen kan ik vrij kort zijn. Ik heb die informatie zowel bij het BIPT als bij de FOD Economie opgevraagd, maar bedrijven zijn natuurlijk niet verplicht om die cijfers door te geven. Vaak vinden ze dat een gevoelig zakengeheim. Ik heb dus helaas geen statistieken over de duur van contracten en de hoogte van de verbrekingsvergoedingen. Ik betreur dat, maar ik heb geen wettelijke middelen om die cijfers op te vragen.
We zullen ons wetsvoorstel sowieso voorleggen aan de Europese Commissie. Die voorafgaande toetsing is nodig, maar ik ben er vrij gerust in. De richtlijn bepaalt enkel dat een contract maximaal 24 maanden mag duren en legt geen beperkingen op inzake de minimumlooptijd en de verbrekingsvergoeding. In die zin is ons voorstel dus compatibel met de Europese richtlijn.