5-90COM

5-90COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 6 JUILLET 2011 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au ministre de la Justice sur «le nombre croissant d'affaires pendantes à la Cour de cassation» (nº 5-1011)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - In 2010 verwerkte het Hof van Cassatie tien procent meer dossiers dan in 2009. Volgens de voorzitter van het hof bereikt die aangroei een limiet. Het aantal strafzaken nam toe, het aantal sociale zaken verdubbelde, maar er was een terugloop van de financiële dossiers.

Die toegenomen werklast zal onder meer gevolgen hebben voor het respecteren van de doorlooptijden, die bijvoorbeeld in het geval van voorhechtenis wettelijke zijn bepaald. De voorzitter van het hof vreest ook dat de kwaliteit van de arresten in het gedrang komt.

De voorzitter klaagt vooral over een acuut tekort aan referendarissen. Van de dertig voorziene functies blijken er vandaag maar tien ingevuld. Tevens beoordeelt hij de drempel naar het hof, specifiek in strafzaken, als veel te laag en vindt hij dat te vaak deskundige bijstand van een advocaat ontbreekt. De voorzitter verwijst ook naar de mogelijkheid om een soort `kortgedingprocedure' te installeren, zeker voor zaken met een groot maatschappelijk belang.

Hoe beoordeelt de minister de analyse van de voorzitter van het Hof van Cassatie? Gaat hij akkoord met de visie dat de toegang inzake strafzaken momenteel te gemakkelijk is? Past dat bij een keuze voor een meer democratische toegankelijkheid van Justitie?

Hoe beoordeelt de minister de publieke uitspraak van een topmagistraat waarin hij twijfels uit over de kwaliteit van de wezenlijke output van zijn eigen organisatie, namelijk de arresten, en zich op die manier bijna indekt tegen eventuele blunders of fouten in de toekomst?

Onderschrijft de minister het voorstel van de voorzitter van het Hof van Cassatie om een vorm van `kortgedingprocedure' in te voeren, specifiek voor zaken van groot maatschappelijk belang?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Cassatieberoep in strafzaken wordt ingesteld door een verklaring ter griffie van de rechtsmacht die de uitspraak heeft gedaan, door de partij of haar advocaat in een speciaal daartoe bijgehouden register. In strafzaken dienen de verzoekschriften niet door een advocaat bij het Hof van Cassatie te worden ondertekend, wat wel verplicht is in burgerlijke zaken. De termijn om cassatieberoep in te stellen in strafzaken is ook korter dan in burgerlijke zaken, met name vijftien vrije dagen. Verder onderzoek en consultatie van alle betrokken actoren zou moeten uitwijzen of het opportuun is de rechtspleging voor het Hof van Cassatie meer bepaald de termijnen en de wijze voor het instellen van cassatieberoep in strafzaken aan te passen. In dit verband kan worden verwezen naar artikel 97, paragraaf 1, tweede lid, van de wet betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het kader van de strafuitvoeringsmodaliteiten, zoals gewijzigd door de wet van 6 februari 2009, dat bepaalt dat de verklaring van cassatieberoep tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank en strafuitvoeringsrechter wel door een advocaat moeten worden ondertekend. Ontegensprekelijk zal moeten worden nagekeken wat de budgettaire gevolgen zijn van de eventuele aanpassing van de rechtspleging in strafzaken.

Ik heb met veel belangstelling kennis genomen van de verschillende voorstellen van een aanpassing van de procedure in burgerlijke zaken bij het Hof van Cassatie, onder andere ook betreffende de kortgedingprocedure. De voorstellen zijn het voorwerp van een onderzoek door de diensten. De concrete uitwerking van een vernieuwde procedure zal moeten gebeuren door een volwaardige regering.

Het kader van de referendarissen bij het Hof van Cassatie is momenteel vastgelegd op vijftien eenheden. Drie plaatsen zijn vacant. Onder de twaalf benoemde referendarissen geniet één iemand loopbaanonderbreking, werkt een tweede drieëndertig procent en zal een derde vanaf 1 juli 2011 voor lange tijd afwezig zijn. De mogelijkheid om referendarissen op grond van artikel 178 van het Gerechtelijk Wetboek te vervangen door contractuele krachten wordt momenteel onderzocht. Aangezien de wervingsreserve uitgeput is, kan het kader momenteel niet worden uitgebreid. Een wervingsexamen werd reeds aangekondigd in het Belgisch Staatsblad van 21 april 2011.

De laureaten van dat examen zullen nog een taalexamen moeten afleggen, conform de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. De modaliteiten daarvan werden vastgelegd in een koninklijk besluit van 2009. De aanwerving zal nog een tijd in beslag nemen. Ik herinner eraan dat de inspecteur van Financiën zich bij gebrek aan overtuigende argumenten reeds verschillende keren verzet heeft tegen een kaderverhoging met vijf eenheden. Misschien kunnen de argumenten die hier aangehaald zijn, gebruikt worden om hem te overtuigen. De kaderuitbreiding was onze ambitie, maar tot op heden tevergeefs.

Die materie is natuurlijk moeilijk te behandelen door een regering in lopende zaken. De hervormingen binnen het Hof van Cassatie moeten voorzichtig worden aangepakt, dat is een taak voor de volgende regering.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik denk dat de kortgedingprocedure inderdaad een interessant denkspoor is, vooral voor burgerlijke zaken. Ik ben geen voorstander van advocaten bij het Hof van Cassatie.

In verband met het tekort aan referendarissen en de bedenkingen daarover van de inspectie van Financiën denk ik toch dat er op basis van bijkomende argumenten een oplossing kan worden gevonden. Ofwel is er een reëel tekort ofwel grijpt de voorzitter van het hof die kwestie aan om een stuk eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Ik durf mij daar niet over uit te spreken. Het lijkt me nuttig alleszins de vacante plaatsen op te vullen. Misschien moet ook het aantal referendarissen worden verhoogd.