5-1163/1

5-1163/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

11 JULI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's wat de openbaarheid van de locaties betreft

(Ingediend door de heer Guido De Padt)


TOELICHTING (1)


Privacy is een afweerrecht waarmee de burgers zich kunnen verweren tegen te verregaande inmenging door de overheid en door derden in hun privéleven. « The right to be let alone » werd voor het eerst omschreven door Warren en Brandis in 1890. In een artikel dat verscheen in de Harvard Law Review, kwamen zij in het geweer tegen de toenemende publiciteit in de roddelpers over privé-aangelegenheden van publieke personen. Vanuit deze invalshoek beschreven ze het recht op privacy als een natuurrecht, gesteund op het recht van immuniteit van eenieder. Het recht om alleen gelaten te worden, is intussen verankerd in artikel 22 van de Belgische Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het recht op privacy is niet absoluut; indien noodzakelijk moet het wijken voor een hoger doel, zoals het recht op veiligheid. In het boek 1984 beschrijft George Orwell hoe een staat interne en externe vijanden creëert om zodoende het doen en laten van zijn burgers te controleren. De uitbreiding van de controletaken van de overheid sinds 9/11, hebben Orwells kritiek nieuw leven ingeblazen. Het « in naam van uw veiligheid » werd zoiets als « in naam van de Vader ». De veiligheidsobsessie heeft veel schade berokkend aan de privacy. In die mate zelfs dat Viviane Reding, de Europese commissaris voor justitie, begin 2010 de privacy uitriep tot « de grote uitdaging voor het komend decennium ».

Het uitdijend netwerk van bewakingscamera's is wellicht het meest zichtbare symptoom van de evolutie naar een politiestaat. Het Verenigd Koninkrijk telt momenteel meer dan vier miljoen straatcamera's — één per veertien inwoners — met videocontrole (CCTV). In Londen staat 40 % van de openbare ruimte onder videocontrole. Ook in Frankrijk werd zwaar geïnvesteerd in CCTV-camera's. Midden 2007 telde Frankrijk 400 000 netwerken met naar schatting twee à drie miljoen camera's. Kostprijs : 1 miljard euro. België blijft niet achter. Inmiddels zijn ruim de helft van de Belgische winkels uitgerust met een of meerdere camera's, hangen er in en rond de treinstations duizendvijfhonderd camera's, tellen de bussen en trams van de lijn ongeveer negenhonderd camera's, worden alle wagens die de politiezone Westkust binnenkomen automatisch geregistreerd, testte de politie van de zone Brussel-Noord een onbemand vliegtuigje met bewakingscamera's uit, telt de stad Mechelen in 2010 vijfendertig camera's, enz.

De wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's (Belgisch Staatsblad 31 mei 2007) had tot doel een duidelijk en gepast wettelijk kader te verstrekken voor de verwerking van beelden voor bewakingsdoeleinden, waarmee zowel de noden inzake veiligheid als het recht op privacy van de burgers worden verzoend.

De wet is van toepassing op de installatie en het gebruik van bewakingscamera's, met andere woorden op elk (vast of mobiel) observatiesysteem dat tot doel heeft :

— het voorkomen, vaststellen of opsporen van misdrijven tegen personen of goederen;

— het voorkomen, vaststellen of opsporen van overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;

— de openbare orde te handhaven

Er werd aldus een regelgeving uitgewerkt voor de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's met het oog op bewaking en toezicht. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt al naargelang de bewakingscamera's zijn opgesteld op een « niet-besloten plaats », een « voor het publiek toegankelijke besloten plaats » of een « niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats ». Volgens het type van plaats schrijft de wet andere voorwaarden voor waaronder de plaatsing en het gebruik van camera's wordt toegestaan en worden aan de verantwoordelijke voor de verwerking ook bepaalde formaliteiten opgelegd die moeten worden in acht genomen.

De artikelen 5 (voor de niet-besloten plaats), 6 (voor de voor het publiek toegankelijke besloten plaats) en 7 (voor de niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats) schrijven telkens voor dat de verantwoordelijke voor de verwerking verplicht is, ten laatste de dag voor de ingebruikneming van het camerabewakingssysteem, mededeling hiervan te doen aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tegelijkertijd is de verantwoordelijke eveneens verplicht mededeling te doen aan de korpschef van de politiezone van de plaats waar het bewakingssysteem wordt geïnstalleerd.

Op 15 juli 2008 werd het koninklijk besluit van 2 juli 2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's bekendgemaakt. Dit besluit voorziet in een thematische aangifte « camerabewaking — bewaking en toezicht » op elektronische wijze via het E-loket van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze aangifte geldt meteen ook als meldingsplicht aan de korpschef van de politie. Voor bewakingscamera's die geplaatst werden vóór 10 juni 2007 hadden de verantwoordelijken drie jaar de tijd om aan de bepalingen van de « Camerawet » te voldoen. Dit brengt met zich dat de Commissie op digitale wijze over alle nodige gegevens beschikt en die desgevraagd ook kan ontsluiten voor de burger. Alhoewel, op 10 augustus 2010 werden in totaal (slechts) 14 000 plaatsen geregistreerd waar zich systemen van bewakingscamera's bevinden. Het is dus duidelijk dat er wat schort aan de aangifteplicht omdat het al even duidelijk is dat er in ons land meer dan 14 000 plaatsen zijn waar camera's geïnstalleerd staan. Over het totale aantal in België geplaatste camera's hebben we geen cijfers omdat we er gewoonweg niet over beschikken. Ook over het aantal controles op de naleving van de aangifte- en informatieplicht bestaan geen cijfers, laat staan dat we zouden beschikken over de hoeveelheid en de aard van de overtredingen.

De indiener van dit voorstel meent dat elke burger mag weten op welke niet-besloten plaatsen er camera's actief zijn. Gelet op voormelde vaststellingen bestaat het risico dat die informatie zeer gebrekkig zal zijn, wat niet wegneemt dat de toegankelijkheid tot die weliswaar gebrekkige informatie kan leiden tot een betere informatie. Een burger die zal vaststellen dat een bepaalde cameralocatie niet terug te vinden is in een openbaar bestand, zal daar aangifte kunnen van doen, hetgeen onvermijdelijk tot een betere naleving van de wettelijke verplichtingen aanleiding zal geven.

De indiener is van oordeel dat de vrijwaring van onze rechtstaat absoluut vereist dat de burger op de hoogte is of kan zijn van de mate waarin hij op niet-besloten plaatsen in het oog wordt gehouden. Als de overheid, door het tolereren van het plaatsen van observatietoestellen een aanslag pleegt op de persoonlijke levenssfeer, dan lijkt het voor de hand liggend dat de burger dat ook moet (kunnen) weten.

Ik ben van oordeel dat het eenvoudig aanbrengen van een pictogram niet volstaat, indien dit pictogram dan al (correct) wordt aangebracht. Minstens moet er via internet een volledig overzicht kunnen worden opgevraagd van alle bewakingscamera's die in niet-besloten plaatsen staan opgesteld. Op die manier kan de « bange » burger nagaan waar en in welke mate het eventuele crimineel gedrag in de gaten wordt gehouden, terwijl de op « vrijheid » beluste burger kan beslissen om de plaatsen waar hij wordt geobserveerd door bewakingscamera's te mijden. Sommigen zullen uitroepen dat ook kandidaat-criminelen aldus op een gemakkelijke manier zullen kunnen nagaan waar geen camera's staan. Maar dan komt opnieuw het spanningsveld tussen het recht op privacy en het recht op veiligheid in zicht en de wijze waarop we daarmee omgaan. Om toch op deze bezorgdheid in te gaan, moet in de databank enkel een algemene omschrijving van de plaats (de straat en het aantal camera's) en dus niet een specifieke locatie (ter hoogte van huisnummer x, op x m hoogte) worden opgenomen. Ik stip evenwel aan dat criminelen vandaag de dag over voldoende alternatieven beschikken om de geviseerde locaties te screenen of gebruiken eenvoudigweg bivakmutsen. En er zijn ook nog de pictogrammen die de aanwezigheid van een camera kunnen verraden. Doorredenerend kunnen we zelf stellen dat dit voorstel een veiligheidsverhogend karakter zal hebben : door via een databank openbaar te maken waar er camera's staan, zullen attente burgers kunnen aangeven waar deze niet correct aangeduid zijn, zodat er meer pictogrammen zullen komen en op die manier meer veiligheid. Want voorkomen is in casu in alle opzichten beter dan genezen.

Guido DE PADT.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 12 van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's wordt aangevuld met twee leden, luidende :

« Iedereen heeft het recht om via een openbare databank waarin de locaties van de camera's zijn opgenomen, te weten op welke niet-besloten plaatsen bewakingscamera's zijn aangebracht.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en nadere regels waaronder de databank zal worden gerealiseerd en zal kunnen worden geconsulteerd. Deze consultatie zal kosteloos zijn. »

29 april 2011.

Guido DE PADT.

(1) Er werd voor de toelichting af en toe geput uit het boek van Raf Jespers, Big Brother in Europa, 2010, Uitgeverij epo.