5-60COM

5-60COM

Commission des Finances et des Affaires économiques

Annales

MERCREDI 6 AVRIL 2011 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur «l'équilibre linguistique au sein des administrations fédérales» (nº 5-705)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het ontslag van de commissaris-generaal van de federale politie gaf aanleiding tot allerlei uitspraken, onder andere van de belangengroep van Franstalig overheidspersoneel en enkele parlementsleden. Zij wezen expliciet op een `flamandisation' van het federale overheidspersoneel, op alle niveaus en in alle geledingen. In de discussie bleek ook dat een slecht verwerkte Copernicusoperatie een stoelendans van leidend ambtenaren heeft verwekt. Een naar verluidt bedenkelijk wettelijk kader maakt dat zowat elke benoeming in een topfunctie meteen wordt aangevochten bij de Raad van State, vaak met succes. Dat alles geeft het beeld van een operetteadministratie.

Wat zeggen de cijfers over het taalevenwicht bij het federaal overheidspersoneel, zowel op de topniveaus als andere? Bewijzen die cijfers een ongewenst en wellicht ook onwettig onevenwicht? Zo ja, hoe verklaart de minister het ontstaan daarvan en wat heeft ze gedaan of plant ze te doen om dat te verhelpen?

Zoals ik al zei, werd de Copernicushervorming op gebrekkige wijze geïmplementeerd. Dat leidde tot een krakkemikkig wettelijk kader, wat op zijn beurt leidt tot een voortdurende rechtsgang voor de Raad van State. Hierdoor komen de benoemingen, de continuïteit en dus ook de slagkracht van de leidend ambtenaren zwaar onder druk te staan. In sommige gevallen resulteert dat in ondraaglijke inefficiëntie. Kan de minister dat beamen? Zo ja, wat heeft ze gedaan of plant ze te doen om dat te verhelpen? Zo niet, hoe verklaart ze dat zoveel topbenoemingen worden geschorst?

Hoe verklaart de minister de huidige grote inertie met betrekking tot een constructieve, haalbare en actuele visie op de organisatie en de reorganisatie van de federale administraties? Beaamt ze dat het debacle van Copernicus de huidige regering in een staat van angstige stilstand heeft gebracht en dat de regering zich de jongste jaren niet liet betrappen op een sterke dynamiek, die toch zo noodzakelijk is om onze administratie op peil te houden?

Dat zijn dus heel wat vragen naar aanleiding van de commotie die is ontstaan na het ontslag van één topambtenaar.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Alvorens in te gaan op de eigenlijke vragen over het taalevenwicht, moet ik even stilstaan bij het beeld dat de heer Anciaux oproept van de federale overheid. Hij heeft het over een `operetteadministratie', verwijzend naar het beroep dat bij de Raad van State tegen een selectieprocedure of een benoeming voor een topfunctie kan worden ingesteld. Ik wil toch even het juiste kader aangeven.

Sinds september 2007 zijn dertig beroepsprocedures bij de Raad van State ingeleid tegen benoemingen of selectieprocedures voor mandaathouders. Er kan dus een beroep worden ingesteld, zowel tegen de selectieprocedure als tegen de uiteindelijke benoeming.

Momenteel zijn nog elf van die dertig procedures hangende. Zeventien van de dertig procedures waren het voorwerp van verwerping, terugtrekking of verlies van belang. Slechts één enkele benoeming is momenteel het voorwerp van twee beroepsprocedures, of eigenlijk van twee beroepen bij de Raad van State, maar er is nog geen arrest uitgesproken.

Dat betekent dat slechts in 0,6%, van alle gevallen, of voor één op 164 mandaten, een juridisch onzekere situatie bestaat rond de benoemingen voor topfuncties. Er kan dus moeilijk besloten worden dat de procedures voor de Raad van State een stoelendans op gang hebben gebracht.

Dan kom ik bij de vraag over het taalevenwicht in de managementfuncties.

In sommige organisaties is het taalevenwicht in de hoogste taaltrap verstoord. Dat is echter een tijdelijk fenomeen, dat te wijten is aan de uitstroom van mandaathouders en de zeer voorzichtige houding die een regering in lopende zaken in acht moet nemen. Om die reden kunnen benoemingen van topambtenaren, maar ook van gewone ambtenaren, enkel gebeuren als het dringend noodzakelijk is.

Zodra er opnieuw benoemingen kunnen worden gedaan, is het mogelijk om het evenwicht in de taalverhouding te herstellen. Ik wijs erop dat het tot de verantwoordelijkheid behoort van de minister bevoegd voor het betrokken departement, om toe te zien op het taalevenwicht in de diensten.

De heer Anciaux heeft het ook over een grote inertie in de federale overheid en over het `debacle van Copernicus'. Het lijkt me nuttiger over de huidige situatie te spreken. De federale overheid bevindt zich in een proces van voortdurende modernisering en transformatie. Ze streeft efficiëntie na en wil het beter doen met minder kosten. Het selectieve vervangingsbeleid is daarvan een voorbeeld. Van de pensioneringsgolf wordt gebruik gemaakt om niet elke ambtenaar die uitstroomt, te vervangen en zeker niet op hetzelfde niveau. Dat leidt gestaag tot minder, maar meer gekwalificeerd personeel.

Het beleid dat ik wil voeren, staat ook in de verschillende beleidsnota's. Hoe dan ook zal een volgende regering, als die er ooit komt, voor de grote uitdaging staan om de mobiliteit te verhogen, ook bij de mandaathouders.

Meteen moet worden onderzocht in welke mate de reglementen de mobiliteit tegenwerken dan wel stimuleren. Dit debat zal niet alleen in de nieuwe regering moeten worden gevoerd, maar eveneens met de sociale partners, gelet op de specifieke bepalingen die gelden voor het overheidspersoneel. Zo kunnen het gelijkheidsbeginsel en de gelijke behandeling, waarvan niemand de theorie en de juridische principes betwist, niet altijd even gemakkelijk in de praktijk worden omgezet. Het niet respecteren van de regels kan echter tot een juridische veldslag leiden. Ter illustratie verwijs ik naar het dossier van de elders verworven competenties. Ik sta daar volledig achter, maar telkens weer moeten juridische afwegingen worden gemaakt in het kader van het statuut van het ambtenarenpersoneel.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De minister zou moeten weten dat ik cultuur waardeer, dus ook operette. Het beeld van een operetteadministratie hoeft dus niet noodzakelijk negatief te zijn.

De cijfers zijn duidelijk. Maar in een erg beperkt aantal dossiers is er juridische onzekerheid ontstaan. Dat ontkracht deels de veelvuldige bedenkingen bij het ontslag van een topambtenaar.

De minister spreekt over een tijdelijk verstoord taalevenwicht, dat, naar ik aanneem, ook beperkt is.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Mijn diensten zeggen me dat het beperkt is.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Hiermee is het verwijt van flamandisation weggenomen.

De minister waarschuwde voor juridische problemen, maar ik ga ervan uit dat dit een uitdaging is voor de volgende regering, die er zeker ooit komt, eventueel licht verschillend van de huidige. Het stemt me tevreden dat de minister ontkracht dat de Copernicusoperatie tot problemen leidt. Ik hoop dat dit zo zal blijven.